July 28th, 2010

ON THE ROAD naar Santiago de Compostela

Posted in: Travels — admin @ 11:21

Van 24 april t/m 29 mei 2010 maakte ik met compañero Peter een 2600 kilometer lange fietstocht naar Santiago de Compostela. Een verslag met foto’s ervan is te vinden op:

www.gerardstaals.blogspot.com

Cruz de Ferro

Cruz de Ferro

Binnenkort hier meer aanvullende details en foto’s.

March 26th, 2010

Sint Jacobus leidt me door braamstruiken en naar bierloze cafés

Posted in: Travels — admin @ 20:15

Een paar dagen geleden compañero Peter onderstaande mail gestuurd om een stevige fietstocht af te spreken, in het kader van de voorgenomen duurtraining.

Vanmorgen 42,5 km gefietst: via Blerick - Tegelen - Steijl - Belfeld naar Reuver; en terug uiteraard. Wind tegen heen, in de rug op de terugweg. Fietsttijd 2,10 uur; rond de 20 gemiddeld dus.

Donderdag is wat mij betreft akkoord. Een mogelijk doel: de Sint Jacobuskapel in Roermond, is ongeveer 80 km heen en terug. Met een stevige Trappist op het Munsterplein, natuurlijk. Kijk vooraf ook maar eens op de site van de Broederschap St. Jacobus: http://www.broederschapheiligejacobus.nl

De kleine, maar indrukwekkende historische kapel van St.-Jacobus in de kathedraal dateert uit de 16e eeuw. In de kapel bevindt zich de grootste relikwie van de heilige apostel Jacobus buiten Spanje, namelijk een onderarm. Deze reliek is permanent tentoongesteld in een muurvitrine. De reliek is naast de ingang aan de marktzijde zodanig gesitueerd, dat hij bekeken en vereerd kan worden, ook wanneer de kathedraal gesloten is of er overdag diensten worden gehouden. De armreliek is zowel van binnen als van buiten te bewonderen, door middel van een glazen wandkast in de buitenmuur van de kerk.

Laat maar horen of je akkoord bent. Tijd spreken we nog af.

Hij is akkoord en het wordt 25 maart dat er gefietst gaat worden ter voorbereiding op de definitieve tocht waarvan de start voorzien is op 24 april. Het kon niet beter: stralend weer, en de temperatuur zal gaandeweg oplopen tot boven de twintig graden. We spreken af elkaar om tien uur ’s morgens te treffen aan de Maas in Blerick, bij herberg Sur Meuse die op dat tijdstip nog gesloten is. Maar goed ook, anders zou het een handig alibi zijn om aan het einde van de dag te zeggen dat we onze voorgenomen afstand (85 kilometer) helaas niet gehaald hebben. Om kwart voor tien zit ik al op een van de banken de Maasoever te genieten van de zon. Ik heb er dan al ruim zeven kilometer op zitten. Het water staat strak gespannen en weerkaatst de blauwe lucht. Een visser steekt zijn hengels in elkaar. Een oude man staat aan zijn hond te sjorren. Peter meldt zich vijf voor tien. Kort overleg. En dan op de trappers. Aan het einde van de dag zal de teller op 92,65 kilometer staan.

De route voert aanvankelijk langs de Maas. Dan de Zuiderbrug bij Venlo de Maas over, en vervolgens via Tegelen naar Kloosterdorp Steijl. Nu loopt de brede Maas diep verzonken in haar bedding aan mijn rechterhand mee. Belfeld en de stuw in de Maas. Dan Reuver. Stille straten. Soms een carillon. Een enkele scootmobiel die we moeten ontwijken. Geen hond die blaft. Wel wegwerkzaamheden. En de voortuinen moeten hun lentegroen nog ontwikkelen. Maar met deze temperatuur zal het snel exploderen.

Dan een onverhard pad langs de Maas. Aan de overzijde zicht op een van de Maasdorpen: Kessel. Een korte stop. En dan weer verder caramboleren over de harde kleisporen. Een levenloos veerpont schommelt nauwelijks zichtbaar in het Maaswater. Beesel. Een volgend lenteloom dorp. Dan Swalmen. We naderen Roermond. Rechts in de verte de toren van de Sint-Christoffel kathedraal. Een korte helling die me over de brede A73 voert. Een paar honderd meter naar links de nieuwe supersonische kooppaleizen van Praxis, Mediamarkt en andere superstores. Sinds kort gevestigd langs de nieuwe autoweg.

 

Roermond binnenrijden. Kwart voor twaalf. In feite is het doel van vandaag al bereikt, als je de reis terug meerekent. We rijden rechtstreeks naar de Sint-Christoffel kathedraal om de Jacobuskapel. Die blijkt pas vanaf 1 april (geen grap) ’s middags geopend, want de kleine kapel bevindt zich in de kathedraal zelf. Aan de achterzijde van de kerk loop ik de koster tegen het lijf. Hij sluit net af en hij zou graag voor ons nog eens open maken, hoewel het eigenlijk niet mag. Maar helaas heeft hij elders een ander karweitje te doen. We zullen Sint Jacobus dus niet zien vandaag. Hoewel? Onder de toegangsboog die naar de achterzijde van de kathedraal leidt is een beeltenis van Jacobus aangebracht. Het is behelpen, maar we doen het ermee vandaag.

 

Dan maar de vlakbij gelegen en zonovergoten markt op. De terrassen zijn in vol bedrijf. Waar fiets je anders voor? We nestelen ons in de zon. Lunchtijd. Het wordt een uitgebreid broodje tonijn. Met wit of bruin stokbrood?, vraagt de donkere poes. We bestellen wit. Maar krijgen bruin geleverd. En iets te drinken? De bierkaart is zeer beperkt. De keuze is dus snel gemaakt. Voor Peter een Heineken, ik een Gulpener Sjoes. Na vijf minuten komt de donkere poes terug. Helaas, beide frisdranken zijn niet voorradig. De keuze wordt dus nog beperkter. Uiteindelijk komen we terecht op de laatste nog leverbare bieren± voor Peter een Hoegaarden Wit, en voor mij een Heineken Oud Bruin. Het smaakt.

 

Weer de fiets op. Over de oude stenen brug naar de Faubourg Saint-Jacques, een van de oudste en meest pittoreske buurten van bisschopsstad Roermond. De zon spettert van Eetcafé Faubourg St. Jacques. Verder weer. Nog steeds de wind pal op kop. Zuidenwind. Naar Herten. Sinds een aantal jaren worden de oude en nieuwe huizen tegen de hoge waterstanden van de Maas beschermd door dijken en waterkeringen. Op een enkele plek rijden we omhoog naar een plateau dat zicht biedt op het water. Oude volgelopen grindgaten die tegenwoordig de waterrecreatie ten dienste staan. Er wordt ook op dit ogenblik al flink gesurft. Op andere plekken worden boten en caravans schoongewassen voor Pasen.

Doortrappen. Nu met de wind in de rug. In de verte glinsteren de drijvende woonhuizen van het luxe resort Marina Oolderhuuske. Helaas is het fietsveer nog niet in bedrijf. Dan maar terug naar Roermond. Voor de tweede maal rijden we de Voorstad Sint Jacob binnen. Nu van de andere kant. En wie staat ons daar op te wachten? Sint Jacobus zelf. Versteend tussen de braamstruiken. Maar dat heb ik pas in de gaten als ik tot zijn sokkel genaderd ben. Want Peter wil me wel op de foto hebben. Een lichte vloek, maar ik hoor dat onze Galicische vriend het me vergeeft. Ik slaag erin de gemene prikkels uit mijn broek te trekken.

Tegenover het beeld staat een informatiebord van de St. Jacobsweg, pelgrimsweg naar Santiago. Met kaarten en overzichten van de regionale en internationale pelgrimswegen die uiteindelijk leiden naar Santiago de Compostela.

 

De brede Maasbrug over. Het is even zoeken om weer het juiste pad te vinden. Maar na een paar extra kilometers zoeken lukt het ten slotte. Voor ons doemt de Willem Alexander Centrale van Buggenum op. Schone kolentechnologie met een groen hart, beweert eigenaar Nuon. Het suffe Roggel gunnen we nauwelijks een blik. Want onze zinnen zijn gezet op Helden. Daar zal een koel glas trappist op ons wachten. Maar ook daar hangt als het ware niet het zwaard van Damokles, maar het zwaard van de Heilige Jacobus boven ons. Café ’t  Bergske heeft geen vergunning om alcohol te schenken. En het hele centrum rondspiedend is er geen enkele horecagelegenheid te ontdekken die teken van leven vertoont. We kastijden ons met frisdrank. Maar die trappist moet en zal er komen vandaag. Die eed willen we gestand doen. Maar het is nog even doorbijten. Maasbree. We nemen geen risico en fietsen door. Om ten slotte neer te strijken op het brede terras van De Sevenwaeg in Sevenum. Daar laat ik me een flinke bokaal Grimbergen Dubbel inschenken. Peter houdt het op een stevig Up bier. De klus is bijna geklaard. Hoewel voor mij nog niet helemaal. Terwijl Peter na een paar minuten de thuishaven bereikt, maal ik de laatste zeven kilometers onder de wielen door. Thuis, tien voor half zes, wordt de balans opgemaakt: 92,65 kilometer. En dat was meer dan voorzien. Met dank aan de Heilige met het Zwaard. En de zon.

 

 

 

March 8th, 2010

New York op doek: nieuwe schilderijen

Posted in: Artist Impressions — admin @ 10:23

Ongemerkt zijn de ervaringen van New York, in 2008 en 2009, mijn schilderijen binnen geslopen. Na het drieluik Big Apple Gates gaat het gewoon door. Het zorgt ook voor een verandering in het kleurenpalet: meer gebrande sienna en gebrande omber. Sombere tinten die alles te maken hebben met de afgelopen jaren die werden gekenmerkt door de snelle ineenstorting van het financiële systeem, The Great Depression van de 21e eeuw, zou je er als overkoepelende titel aan kunnen geven.

Maar daarnaast staat New York natuurlijk als geen andere stad ter wereld symbool voor een enorme veerkracht en vitaliteit. De energie die de stad nog altijd weet los te maken is ongekend. Pas als je er rond loopt kruipt het onder je huid. En ik probeer er mijn eigen draai aan te geven op mijn doeken.

 

Burned! (2010, acryl, 90×90)

Burned!, was een van de krantenkoppen van de New York Post in oktober 2008: het begin van de nieuwe Wall Street Crash. De ineenstorting van de dollar, de aandelenkoersen, de banken. De Great Depression van de 21e eeuw die nog steeds woedt. Het schilderij is opgenomen in de reeks Finis Terrae.

 

Eternal Sunshine of a Spotless Mind (2010, acryl, 90×90)

Zwarte gaten in de ruimte maken plaats voor het licht van de zon. En als een astronaut gaat de fantasie van de geest op zoek naar het onbekende. Zonder ooit een vaste plek te vinden. Eindeloze reis. De titel verwijst naar de gelijknamige film van Michel Gondry uit 2004. Het schilderij is opgenomen in de reeks A Space Odyssey.

 

See You at Nine Eleven (2010, acryl, 90×90)

11 september 2001 staat bij iedereen die de aanslagen op de Twin Towers en de ineenstorting ervan heeft meegemaakt, op het netvlies gebrand. Misschien wel de meest traumatische ervaring ooit. Naast de totale verschrikking leverde het hallucinerende beelden die in real time tot ons kwamen. Het schilderij is opgenomen in de reeks Finis Terrae.

 

Harlem Blues (2010, acryl, 80×80)

In dit geval gaat het mij om een nieuw soort Blues: het langzaam wegdrukken van de arme zwarte bevolking uit Harlem. De huizen worden steeds duurder en worden in genomen door een nieuwe toplaag: de rijkere blanken, hispanics en zwarten. De zwarte bevolking is een minderheid aan het worden in het traditioneel zwarte Harlem. Het schilderij is opgenomen in de reeks Finis Terrae.

zie ook: wwwgerardstaalsart.nl

February 27th, 2010

SLEEPLESS IN MANHATTAN 20

Posted in: Travels — admin @ 9:45

Leaving New York City: no more sleepless in Manhattan

 

In New York City, you walk out the door and you do not know what is going to happen. There’s such potential for poetry.

Sarah Jessica Parker, actor, co-producer, ‘Sex and the City’

 

Twee yellow cab drivers vechten om de lading. Onze lading in dit geval. Bekvechten, want de ene beschuldigt de andere van lijkenpikkerij. Want die komt toch net 32nd Street inrijden? Terwijl de ander al een tijd op zijn vracht staat te wachten voor Hotel Stanford. Ik zal het pleit moeten beslechten. Dat is gemakkelijk, want je rijdt je rolkoffer gewoon naar de achterklep van de cab die je wilt hebben. Dat is de taxi die er eerst stond. De lijkerpikker bindt snel in, stapt in zijn taxi en rijdt de straat uit. Een nieuwe vracht is in Midtown een kwestie van seconden. En tijd is geld.

 

De driver is deze keer een Indian American, uit India om precies te zijn. Geen Sikh, want zonder baard of tulband. Ook hij zegt trots te zijn op zijn vak en zijn taxi. Een bijna gloednieuwe, pas aangeschaft. Jarenlang heeft hij ervoor gespaard. Met zijn gezin woont hij al jaren in Queens. Hij wijst naar rechts, want we schieten snel op. Daar ergens staat zijn huis. Drie kids. Ze leven er rustig.

Maar hard werken is het wel. Zeven dagen in de week. Zeventig tot tachtig uur achter het stuur. Maar het is zijn hobben. Why worry? Om de paar jaar een keer op vakantie naar India, dat is het wel zo’n beetje als je het over zijn vrije tijd hebt. Familiebezoek, hoewel hij ook een broer heeft die in Canada woont. En een oom in Seattle die ook taxichauffeur is.

Zo glijden ongemerkt de verschillende Expressways onder ons door. Geen spoor van files. En binnen een half uur doemen de contouren van John F. Kennedy International Airport op. Grote billboards wijzen je de weg. Air Berlin passagiers dienen zich te melden in de gloednieuwe terminal 8. Het kan niet missen. En onze taxi driver tilt de koffers al uit de achterbak. Ik overhandig hem de 60 dollar voor de rit. Inclusief tip. Want de Indiër houdt zich keurig aan de basisprijs voor het traject Manhattan – Kennedy Airport: 45 dollar. Met de koers van dit moment komt dat op een totaalbedrag van 40 euri. Tien euri per persoon voor een traject van bijna 35 kilometer. Dat zal je in Amsterdam niet lukken.

 

Ondanks de lange rijen gaat het inchecken snel en efficiënt. Amerka verlaten gaat altijd sneller dan er binnenkomen. Dat geldt ook voor de hele rimram rondom de security. Het gebeurt mijns inziens met de Franse slag. Alsof ze een zucht van verlichting slaken dat alles weer goed afgelopen is met de passagiers tijdens hun verblijf in de Verenigde Staten.

Op die manier hou je wel veel, teveel tijd over voor bezoeken aan de tax free shops. Je laatste dollars kwijt raken is hier geen enkel probleem.

Verschillende soorten whiskey voor de buis aan het thuisfront. Wolf slaat nog een partij cosmetica van Estée Lauder in om de winter rimpelvrij te doorstaan. En zelf sla ik een minder consumptieve weg in met de aankoop van Barack Obama’s boek Dreams from my father. A Story of Race and Inheritance. Bijna 500 pagina´s over de ´pre/historie´ van de huidige president van de Vs, want al verschenen in 1995, en herzien in 2004. Volgens de achterflap is het one of the most powerful books of self/discovery ever read… en beautifully written, skillfully layered, and paced like a novel. Hier kom je de overtocht van New York naar Düsseldorf wel mee door.

 

In this lyrical, unsentimental, and compelling memoir, the son of a black African father and a white American mother searches for a workable meaning to his life as a black American. It begins in New York, where Barack Obama learns that his father - a figure he knows more as a myth than as a man - has been killed in a car incident. This sudden death inspires an emotional odyssey - first to a small town in Kansas, from which he retraces the migration of his mother´s family to Hawaï, and then to Kenya, where he meets the African side of his family, confronts the bitter thruth of his father´s life, and at last reconciles his divided inheritance.

 

Vlucht AB 3551 van Air Berlin vertrekt nagenoeg op de vastgestelde tijd: kwart over zes, aan het einde van de middag, een half uur later dan gepland. De skyline begint al een oranje gloed te krijgen als de Boeing 737 zich de lucht in klimt boven de Jamaica Bay en de omringende wetlands. Grijze contouren markeren nog de skyline van het wijkende Manhattan in de verte. Het vliegtuig zwenkt naar links. En de kustlijn van Long Island lost op in de stapeling van grijze wolken. De nacht zal snel naderen nu. Sleepless in Manhattan? Het lijkt over. Mister Bean vertoont alweer zijn kunsten op de uitgeklapte tv-schermpjes onder de bagagelockers. Waarom toch altijd van die domme films in het vliegtuig? Alles zoemt. De dunne dekens en de oogkleppen zijn al uitgdeeld. Maar slapen? Ik kan het nooit in een vliegtuig. Sleepless in Manhattan? Gewoon een doorwaakte nacht voor de boeg. Weliswaar een korte, maar toch. Om half negen in de ochtend zal de Boeing de wielen aan de grond zetten op Flughafen Düsseldorf. Met Duitse precisie.

 

Nadat we de koffers van de belt getrokken hebben drinken we nog een stevige mok Duitse koffie met Rianne en John. Daarna zullen onze wegen zich scheiden. Het afscheid is hartelijk. Snel zullen we contact opnemen. Maar eerst even naar het bedrijf bellen waar de de auto hebben gestald. De beloofde shutttlebus die ons zal afhalen is er snel. We halen de auto op bij Park-and-Travel van Q-Park, aan de rand van het vliegveld. Ook dat verloopt feilloos.

Hier is de dag net begonnen. New York is al weggezakt in de nacht. Maar ook in the city that never sleeps is dat niet gegarandeerd. De yellow cabs zullen af en aan blijven rijden over de brede avenues. En op Times Square is slapeloosheid tot norm verheven. Alleen in de Bronx, Brooklyn, in Harlem en Queens hebben de workers die paar uur overgave aan Morheus hard nodig. Want die hebben het hard nodig. Er moet weer geld verdiend worden om het hoofd boven water te houden. De Masters of the Universe die heersen in het kovenlandschap van Manhattan mogen dan wel een tik gekregen hebben bij de Krach van 2008, ze richten zich aan het einde van 2009 al weer op. De Grote Depressie voorbij. De bonussen lachen hen al weer toe.

 

Thuis aangekomen gaan meteen de koffers open. In het mijne ligt een briefje van de Transportation Security Administration. Het is duidelijk: mijn koffer is voordat hij het bagageruim in ging, opengemaakt en gecontroleerd op explosieven of ander verdacht spul. De paranoia van de VS is hoog. Waarschijnlijk heeft men de in de metalen houder opgeborgen injectienaalden aangezien voor gevaarlijk steekwapens of explosieve vloeistoffen. During the inspection, your bag and its contents may have been searched for prohibited items. At the completion of the inspection, the contents were returned to your bag. Dat is goed afgelopen, dus. Ik ben niet gearresteerd en voor verhoor opgesloten in een rommelig douanakantoor. We appreciate your understanding and cooperation. Oef!

Ik adem gewoon Hollandse lucht in. En ik zie de bekende dingen van thuis om me heen. Gemma zet koffie. Die donuts mis ik geen minuut. Nu nog sleepless de dag zien door te komen om aan de gevreesde jetlag te ontkomen. Gewoon het bioritme van een week geleden weer zien op te pakken. Dat moet lukken. Maar virtueel blijf ik nog een aantal dagen hangen in New York City. Er zijn beroerder plekken op aarde.

February 24th, 2010

SLEEPLESS IN MANHATTAN 19

Posted in: Travels — admin @ 21:13

Columbus Day met Chinese Food in het Grand Central

There is a hysteria about New York, its very ugliness makes it beautiful. It has the highest energy level of any city in the world.

Sidney Lumet, director

Het Grand Central binnenlopen is altijd weer een feest. Meer dan een half miljoen passagiers bewegen zich per dag over de 44 perrons die 67 sporen van klanten voorzien. Het grootste station van New York City werd geopend in oktober 1871, maar het huidige gebouw dateert uit 1913 en is gebouwd in schitterende jugendstil. Spoorwegmaatschappij New York Central was de eigenaar van het gebouw, maar fuseerde in 1968 fuseerde met de Pennsylvania Railroad tot de Penn Central, waarmee Grand Central in handen van het nieuwe bedrijf kwam. In 1970 ging Penn Central echter failliet. Met de nationalisatie van de spoorwegen in het noordoosten van de Verenigde Staten (in 1976) kwam het spoorbedrijf van Penn Central in handen van Conrail, maar Penn Central - dat de meeste van zijn spoorbezittingen verkocht en zich op de verzekeringsbranche ging concentreren - bleef eigenaar van Grand Central. Vanaf 1994 heette de Penn Central Corporation ‘American Premier Underwriters’(APU). Een jaar later werd APU al opgekocht door American Financial Group die nog steeds de eigenaar van Grand Central Terminal is.

In 1994 huurde de Metropolitan Transportation Authority (MTA) het gebouw van de eigenaar voor een periode van 280 jaar tot 15 februari 2274. In dat gebouw loop ik nu. Opnieuw. Alweer. Want oude treinstations hebben iets wat modern vliegvelden missen: een gevoel van geborgenheid. Op Columbus Day 2009. Op dit ogenblik start de jaarlijkse Parade op Fifth Avenue. Vorig jaar waren we er bij. Nu laten we de parade voor wat hij is.

 

Veneto: A Bridge Between Venice and New York. The historic grandeur of the Piazza San Marco and the soaring beauty of the Dolomites will come to life this October in an exhibition in Grand Central Terminal’s Vanderbilt Hall as part of the 2009 Columbus Celebration. In de Vanderbilt Hall wordt er op dit ogenblik een expositie gehouden over Venetië. De vergulde Italiaanse leeuw begroet ons. Het San Marco plein in de Vanderbilt Hall. Ingericht door de Columbus Citizens Foundation. Een organization of Italian Americans that are proud of their heritage and culture and are concerned about the welfare of the Italian American community. De organisatie regelt o.a. ook de jaarlijkse Columbus Day Parade. Daarnaast verstrekt ze studiebeurzen en organiseert ze culturele evenementen. Jaarlijks ontvangt de organisatie tientallen miljoenen euri aan giften van de Italiaanse gemeenschap, inclusief de Maffia waarschijnlijk.

 

Aan de wand de namen en portretten van de Past Grand Marshalls van Italiaanse origine. Frank Capra, Frank Sinatra, Henry Mancini, Sophia Loren, Lee Iacocca en vele andere bekende Amerikanen. Maar de tentoonstelling biedt natuurlijk datgene wat Venetië bekend maakt: schoenen, glas uit Murano, Veneto wijnen, carnavalsmaskers. Kleurrijk, smakelijk en niet goedkoop. Maar we zijn in Manhattan, en daar speelt geld geen rol. Hoewel? Na de beurskrach van 2008 op Wallstreet, is ook hier de toekomst niet gegarandeerd. Behaalde resultaten uit het verleden…

Even verderop is er een Maserati te winnen. Waarschijnlijk exclusief de langharige blonde veline die er op stiletto´s met kleine pasjes omheen drentelt. Silvio Berlusconi heeft haar hoogstpersoonlijk naar de grote hal van het Grand Central gestuurd om de New Yorkers warm te laten draaien voor de Italiaanse automobielindustrie, nu de Amerikaanse op zijn gat ligt. En als het niet voor de glimmende Maserati is, dan toch minstens voor de glimlachende blonde poes met het soepele lijf.

 

We lopen John en Rianne tegen het lijf bij de centrale ondergrondse koffiebar, als een oog in de orkaan van restaurants. Het wordt niet de fameuze Oyster Bar, maar een eenvoudiger maal. Uit de Chinese keuken in de grote Dining Hall. Take away maaltijden. Keuze uit wel honderd gerechten. En het zit er al vol met eters. Dat er goed uit ziet. Geen aarzelingen om ook aan te schuiven en gewoon aan te wijzen wat je op je bord wil hebben. De Chinese American zet zijn breedste glimlach op en schept mijn grote bord vol met een mix van spicy uitziende ingrediënten. Daarna schuiven we aan bij zowat de laatste vrije tafel. Beschouw het als galgenmaal, maar dat zou te weinig eer zijn voor het smakelijke Chinese voedsel. Maar het is wel onze laatste volle maaltijd voor ons vertrek uit the Big Apple. Straks terug naar het hotel, de koffers ophalen en een yellow cab regelen die ons naar JFK Airport zal brengen.

Nog even niet aan denken, en gewoon om je heen kijken in de bijenkorf van het Grand Central Terminal. Gedachten om de terugreis te ontlopen, en gewoon de subway te pakken naar Brooklyn Heights overvallen me. Dat moet zijn redenen hebben. Mentaal ben ik er nog niet aan toe New York City de rug toe te keren.

 

Terug wandelen over Fifth Avenue. Richting Downtown Manhattan. Uptown lopen zouden we midden in de Columbus Day Parade vallen. Een jaar geleden heb ik hem helemaal gezien, nadat we uit het Guggenheim kwamen. Voor vandaag houd ik het voor gezien. Immers: de tijd ontbreekt me gewoon. Jammer. Dit keer geen highschool bands onder protectie van San Francisco. Of de Italiaanse brandweer uit Brooklyn. Of mooie donkerharige velines die rechtsreeks lijken ingevlogen uit Palermo. Of de zingende Franco uit Little Italy.

De yellow cabs zoeven bijna geruisloos voorbij richting downtown. In de verte, turend door de brede asfaltkloof, weet ik het grote water. Waar Hudson en East River elkaar ontmoeten. Proberen nog even een kort bezoek te brengen aan de Public Library. Helaas gesloten vanwege Columbus Day. Hadden we kunnen weten, want veel openbare gebouwen houden de deuren dicht vandaag. Evenals de banken.

 

Het is aftellen. De straten die we oversteken eindigen bij het point of no return. 34th Street. Empire State Building. De final countdown. 33rd Street. 32nd Street. Korea Way. Nog honderd meter voordat we de hoofdingang van Hotel Stanford binnenlopen. Een nieuwe lading Koreanen wordt net gelost en staat in te checken bij de balie.

 

 

 

 

 

February 22nd, 2010

SLEEPLESS IN MANHATTAN 18

Posted in: Travels — admin @ 10:23

Geen Bill Clinton en Monica Lewinsky bij Nat Sherman

 

Someday a real rain will come and wash all the scum off the streets. Robert de Niro in Taxi Driver

 

Columbus Day. En mijn dagen in New York zijn geteld. Misschien is dat maar goed ook. Want je begint het zo langzamerhand goed aan de poten te voelen. Je maakt wat kilometers op een dag. Door het schaakbordachtige stratenpatroon is het allemaal nogal bedrieglijk, maar als de ’s avonds op de dagteller kijkt dan weet je waarom je het liefst in een kroeg achter een stevig glas Brooklyn Lager zit. Maar wake up! Half acht. En sleepless in Manhattan. Na weer een te korte nacht, snel aan het voorspelbare ontbijt van Hotel Stanford. Donuts, croissants, cream cheese en koffie. Voldoende energie om het middaguur zonder extra foeragering te halen.

 

De koffers worden gestald in de bewaakte lobby. Die zullen we pas in de loop van de middag ophalen. Ik betaal de rekening. Vanwege de lage dollarstand een meevaller. Een paar honderd dollar minder te betalen dan vorig jaar. Alle reden op de euro sterk te houden. Een alibi om snel terug te vliegen naar de City that never sleeps.

Eerst maar snel even shoppen. Eerst naar de NY Yankees Store met het boodschappenlijstje van neefje Marius. Dan even verder in de buurt wat bizarre verjaardagskaarten ingeslagen. Uiteraard met geluid, want alles moet hier lawaai maken. Zo dat is dat.

Naar Bryant Park op matineuze uur is een belevenis. Omgeven door hoge skyscrapers doet het vierkante ‘weiland’ met wel duizend lege klapstoeltje, wanordelijk verspreid over het groen vreemd aan. Science Fiction in Bryant Park. Ondertussen breekt de zon door, en zet alles in een opaalachtig licht. Een van de vele oases op Manhattan.

 

Gemma wil nog wat kledingzaken in rondom Fifth Avenue. Ik neem de creditcard in, en geef haar alle vrijheid. Zelf struin ik nog even wat straten in voor weer een nieuwe fotoshoot. Ik kan er gewoon niet genoeg van krijgen. We spreken af voor een uur later voor de hoofdingang van Nat Sherman, op de hoek van Fifth Avenue en 42nd Street.

Ik ben al onderweg. Midtown Manhattan. Via het Grand Central en het Chrysler Building de zijstraten in. Of Lexington Avenue. Het gebied tussen Third Avenue en Park Avenue. Het zonlicht spat van de waterspuwers boven op de art deco toren. Een metalen kathedraal. Het gouden kalf van de Amerikaanse automobielindustrie. Die momenteel zware tijden doormaakt. Detroit is Detroit niet meer. En ook Obama kan het tij vooralsnog niet keren. Maar het Chrysler Building doet alsof zijn neus bloedt. Niks aan de hand. Gewoon blijven geloven in de dream. Niet bij de pakken neerzitten. Aanpakken.

 

In East 41st Street heeft de vlakbij gelegen het GCP (Grand Central Partnership), gelieerd aan de Public Library, in mei 2004 de trottoirs geplaveid met grote bronzen tegels waarop in brons teksten van beroemde Amerikaanse, maar ook buitenlandse auteurs zijn aangebracht. Mija Riedel schrijft erover in The Washington Post van 30 oktober 2005. The Words on the Street.

 

I was heading west on East 41st Street between Madison and Fifth avenues, scanning the pavement for open cellar doors and rickety grates, when I walked across a bronze plaque embedded in the sidewalk. Roughly 2 1/2 by 1 1/2 feet, it illustrated in low relief a molecular diagram built around nine words: “The universe is made of stories, not of atoms.”

In the two blocks of 41st Street between Park and Fifth avenues, LeFevre’s 96 plaques quote 45 writers (11 women, 34 men) from 11 countries spanning 20 centuries. Each is illustrated with images inspired by the text.

Intrigued, I moved on, keeping my eyes to the ground. At 41st and Fifth, beneath a dallying pair of moccasins, another plaque resembling an open book proclaimed: “Library Walk. A Celebration of the World’s Great Literature, Brought to You by the Grand Central Partnership and the New York Public Library. Sculptor: Gregg LeFevre.”

 

En zo loop ik over de woorden van Dylan Thomas, Albert Camus, Lewis Caroll, Mark Twain, Ernest Hemingway en Samuel Beckett. Glimmende teksten die door de honderdduizenden voeten zijn gepolijst. De literatuur ligt hier op straat. En wie geraakt is, en het hele verhaal wil lezen, die loopt gewoon even een paar honderd meter verder de brede trappen van de Public Library op. En dan naar binnen, natuurlijk.

Ik sla de hoek om, en ben sta bijna onmiddellijk voor de imposante ingang van het sigarenimperium van Nat Sherman. Nat Sherman is a brand of natural ‘luxury cigarettes’, packaged and marketed to a higher-class clientele than most cigarettes. The company, headquartered in New York City, also sells cigars, pipe tobacco, and accessories. Nat Sherman has been selling tobacco since 1930. Nat Sherman is also one of the most famous cigar manufacturers in the United States having provided cigars to gentlemen’s clubs throughout New York City for 75 years. The boxes of the company note that the headquarters are located on Fifth Avenue, New York City, (although now they are located just around the corner on 42nd St.) and currently include, as well as a retail section, a smoking lounge, the JOHNSON CLUB and is stocked with various memorabilia relating to the company’s history. 

Ik zie de dikke kop van Kojak voor me, dikke Nat Sherman sigaren wegpaffend. Hoewel er tegenwoordig minder gerookt wordt in films, komen de stevige sigaren van Nat Sherman toch nog regelmatig in beeld. Ik stap naar binnen. Wolf volgt zonder volle tassen van Zara, want de deal is blijkbaar niet doorgegaan. Geld over voor wat sigaren van Nat, dat dan weer wel.

De zaak ademt chique en geld. The tobacconist to the World since 1930, staat er in grote karakters achter de toonbank. Maar tegelijkertijd wordt iedereen die er naar binnen stapt hartelijk verwelkomd. Een forse zwarte cop staat aan de toonbank een halve meter sigaar uit te proberen. Wil waarschijnlijk op Fidel Castro lijken, maar of Fidel nog stevig paft tegenwoordig, betwijfel ik.

 

Natuurlijk is er veel hardhout verwerkt in de dure zaak. In sigarenkleur. De meeste producten staan achter glas, in hoge kasten. Wie de baas is zie je onmiddellijk. In een onberispelijk kostuum staat hij de klanten te woord. Hij krijgt daarbij assistentie van een geheel in het rood geklede assistente en een in een strak maatpak gehesen forse neger. Aan de muur dieper de zaak in dankbetuigingen van beroemde sigarenrokers als Humphrey Bogart en John Wayne. Ik mis de brief van Bill Clinton, want die was hier ook kind aan huis. De sigaren met de Monica Lewinsky taste zijn nog steeds te koop.

 

Of ik ook de Johnson Club Room kan bezoeken, vraag ik Nat Sherman. Hij lacht me vriendelijk toe, en zegt dat je daarvoor lid moet zijn van de Club. Weliswaar worden bij uitzondering wel eens particulieren toegelaten, maar helaas gaat de Club pas om twee uur ’s middags open. Dat is een tegenvaller, want ik had graag even plaats genomen in een van de oversized lederen fauteuils om een stevige Ziegfeld of een Carnegie in mijn hoofd te steken. Zo’n 15 dollar per stuk. Als VIP-cigars worden ze verkocht. The V.I.P. Selection named for the captains of industry, banking & entertainment that helped to shape the face of our great city. Dan maar even terug naar de selectie in winkel.

 

De keuze valt uiteindelijk op een doos met 5 Harringtons, from Havana Seed Tobacos torcidos a la mana, maar handmade in Honduras, en een in metalen koker gevatte Vanderbilt, een legendary cigar uit Nicaragua. De prijs valt me niet echt tegen: 60 dollar. Niet om ze nou onmiddellijk brandend in mijn hoofd te steken, maar het is beter te wachten op een beter moment. Want om de rook boven Fifth Avenue weg te blazen, dat is meer iets voor de Masters of the Universe. Of de illustere leden van de Johnson Club.

 

We nemen hartelijk afscheid van Nat Sherman. De cop aan de balie is inmiddels ook geslaagd bij zijn aankoop. En steekt de smalle doos sigaren achteloos in de achterzak. Naast zijn revolver. Hij tikt aan zijn pet en verlaat direct na ons de zaak. De frisse lucht blaast door 42nd Street richting Fifth Avenue. Heeft zich in het nauwe keurslijf van de smalle straatkloof moeten persen. En is blij op de brede Avenue weer vrij spel te krijgen. Ik kijk op de imposante klok boven de ingang van Nat Sherman. Half twaalf. De beide bronzen indianen die de klok bewaken zien toe dat elke minuut telt in New York City. Tijd om John en Rianne op te zoeken. We hebben een afspraak in het Grand Central Terminal. Beneden. Bij de restaurants. Waar anders.

February 17th, 2010

SLEEPLESS IN MANHATTAN 17

Posted in: Travels — admin @ 10:38

Memphis: The Birth of Rock ‘n Roll in het Shubert Theatre

 

Pulses fluttered, gaiety arose, and New Yorkers said they were living in the biggest backlot in the world. New York would be no longer be Hollywood on the Hudson; Los Angeles would be New York on the Pacific.

John Corry, New York Times

 

Het wordt weer een korte pitstop op Hotel Stanford. Even de borstel door het haar, het toilet doortrekken, en klaar is Kees. Daarna op de kamer van John en Rianne topberaad over het te kiezen theaterprogramma voor vanavond. Aanvankelijk wordt ingezet op een show van de Blue Men Group, off Broadway, in downtown Manhattan. Reserveren via internet lukt niet meer, en het telefonisch contact met het theater loopt na een minuten of tien vruchteloos wachten dood. Dan maar gokken op een van de vele theaters rondom Times Square. Dat lukt vorig jaar ook prima, dus waarom vanavond niet?

Net zoals in Londen worden ook in New York op het laatste moment de onverkochte stoelen in de theaters verkocht door de zogenaamde TKTS booths. Bij de TKTS kun je alleen kaartjes kopen voor shows die op dezelfde dag uitgevoerd worden. Met kortingen die tussen 30 en 50 procent liggen. Maar aangekomen bij het ticketbureau van TKTS staat daar een rij van met dan honderd meter als een slang om het kantoortje heen gekronkeld. En bovendien zijn de voorstellingen die nog in de aanbieding zijn nou niet echt mijn keus. Dan maar optie twee: je gewoon aan het loket melden van een theatervoorstelling die je dan wel wilt zien.

 

In the Heights in het Richard Rodgers Theatre opent vanavond de deuren niet: geen voorstelling. Dat is pech, want de musical veroverde vorig jaar een Tony Award voor de Best Musical. Niet ver daarvandaan wordt in het Shubert Theatre (225 W, 44th Street) Memphis op de planken gebracht. De musical is nog in de beginfase, de try-outs zijn nog net niet achter de rug. Over een week gaat hij in New York pas officieel van start. Eerder was hij te zien in Californië.

We melden ons aan het loket. Kaartjes voor $ 125 of $ 62,50. We gaan voor de laatste. Helaas. Uitverkocht! Ook Rianne mengt zich in het gevecht om de tickets. Dan is er overleg tussen de twee baliekluivers. Dat gaat de goede kant uit. Een dilemma. Want de voorstelling gaat binnen een half uur beginnen, en we zijn de enigen die nog voor de kassa staan. Het dilemma bestaat volgens mij niet echt, want geen tickets verkopen betekent geen dollars voor Memphis. En vervolgens wordt de deal dus alsnog gesloten: we krijgen vier tickets (plaatsen) van 125 voor het goedkope tarief van twee en zestig en een halve dollar. Kassa!

 

Een snelle hap om de voorstelling zonder hongerklop door te komen. Als we terug lopen naar het Shubert Theatre zie ik bij het ernaast gelegen Broadhurst Theatre een oploop bij de ingang. Drommen jonge meiden staan met hun cellphone in de aanslag om ongetwijfeld een of andere ster te fotograferen. Die celebrity verlaat juist de limousine die voor de hoofdingang staat. De ster van de avond blijkt Jude Law. Beschaafde hysterie rondom de acteur die vanavond hier Hamlet gaat spelen. De jonge Engelsman kreeg in 2002 een Oscarnominatie voor zijn rol in de film Cold Mountain. De laatste jaren speelt hij in heel wat films mee, zoals The Aviator, Sleuth en Road to Perdition, om er maar enkele te noemen.

Ik steek met toestel ook maar boven de meute uit, en slaag er daardoor in Hamlet goed in beeld te krijgen. Zonder een beroemdheid te scoren New York verlaten, dat kan eigenlijk niet. En dat is dus nu ook niet meer aan de orde. Maar we kwamen niet voor Hamlet vanavond, maar voor een wat minder klassiek stuk, MEMPHIS. De zaal zit al bijna helemaal vol, als we het sfeervolle oude, klassieke theater binnen stappen. Uitstekende plaatsen, met goed zicht op de stage.

 

Helemaal duidelijk waar het over zal gaan weten we nog niet, maar het uitgebreide programmaboekje met behoorlijk wat aandacht voor de vooral zwarte cast, maakt in ieder geval helder waar het over zal gaan. Op zich een herkenbare tijd, de jaren ’50, maar in dit geval speelt het rassenconflict in Amerika in die jaren een grote rol. Naast de opkomst van de Rand and Roll, natuurlijk.

TURN UP THAT DIAL! From the underground dance clubs of 1950s Memphis, Tennessee, by way of hit runs at the La Jolla Playhouse and Seattle’s 5th Avenue Theatre, comes a hot new Broadway musical - inspired by actual events - with heart, soul and energy to burn. He’s a young, white radio DJ named Huey Calhoun (Chad Kimball), whose love of music transcends race lines and airwaves. She’s a black singer named Felicia Farrell (Montego Glover), whose career is on the rise, but who can’t break out of segregated clubs. When the two collaborate, her soulful music reaches radio audiences everywhere, and the Golden Era of early rock ‘n’ roll takes flight. But as things start to heat up, whether the world is really ready for their music - or their love - is put to the test.

Zoals in elke Amerikaanse musical spelt de lovestory natuurlijk een grote rol. Soms schurkt het tegen het larmoyante aan. Maar het is alleszins verteerbaar. Het publiek is enthousiast, en dan word je het zelf ook. Ook al ben ik geen grote fan van musicals, en zeker niet van de Nederlandse musical, met die typische zeikstemmen.

 

De dans, die doet het hier. In een verbluffend tempo wordt het toneel in vuur en vlam gezet. Rock and Roll alsof Elvis zelf de regie voerde. En al die zwarte lijven doen de rest. Toch al elastischer dan de wat stijvere blanke dansers en danseressen. En natuurlijk de zang. Fantastische stemmen. En die zangnummers blijven al na een paar seconden in je kop hangen. Dat krijgen met name de hoofdrollen van de blanke discjockey Huey Calhoun en zijn zwarte geliefde Felicia Farrell toch maar voor elkaar.

A thrilling theatrical event that combines Broadway splendor with the roots of rock, MEMPHIS features an original story by Joe DiPietro (I Love You, You’re Perfect, Now Change) and a brand-new score with music by Bon Jovi founding member David Bryan. Directing is Tony nominee Christopher Ashley (Xanadu) and choreography is by Sergio Trujillo (Jersey Boys).

Maar het leed blijft Huey Calhoun en Felicia Farrell niet gespaard. Dramatiek moet er zijn. En die is er ook. Love will stand – Ain´t Nothing but a Kiss, zingen ze in duet. En het weet je te raken.

 

Bijna swingend loop je na afloop het Shubert Theatre theater uit. En sta je weer in het bruisende hart van New York City: Times Square, Broadway. De rollercoaster van bewegend publiek, flitsende lichtreclames en voorbij schuivende yellow cabs dendert weer over je heen. Nacht in NYC. Sleepless in Manhattan. Aan de overzijde van de straat staat een gigantische witte limousine op ons te wachten. Als was je Bratt Pitt. Of Sandra Bullock. Toch mooi als je je hiervoor digitaal laat vereeuwigen. Spontaan springt een jonge meid uit het publiek naar voren. Ze wil Wolf en mij wel samen voor de limousine hebben. Ze neemt mijn toestel over, en: het is al gelukt. De chauffeur achter het stuur vertrekt geen spier. Hij is het meer dan gewend dat iedereen maar wat doet hier. Where you from? Holland, O.K! We’re from Canada. Vancouver. O.K. Enjoy your stay. Have a nice time. En weg is ze alweer. Samen met haar vriend zwaait ze nog even, voordat ze opgaat in de massa.

 

Het loopt tegen middernacht. Tijd om nog even de kroeg in te duiken. Niet ver van het hotel is er in 33rd Street voldoende keuze. Ierse pubs, afgewisseld met een enkele peepshow. Er lopen vanavond minder brallende dronkenlappen rond dan een paar dagen eerder. Het wordt de pijpenla van Foley’s NY, naast de Jack Dempsey Bar. Een Ierse pub die van boven tot onder bedolven is onder sportartikelen. Caps, shirts, allen, cups, slaghouten en ga nog maar even door. Op grote tv-schermen volgen klanten die op de kruk aan de bar zitten de verrichtingen van de Yankees. Herhalingen soms van eerdere wedstrijden. Ze gaan dit jaar de Superbowl winnen. Iedereen weet het zeker hier.

We laten grote potten donker bier aanrukken. Samuel Adams Beer. We lusten er wel pap van. En hij blijft niet bij een glas. De stemming komt er goed in. John weet de inhoud van de pullen snel weg te toveren, als was hij Hans Kazan zelf. Gelukkig is de afstand tussen de uitgang van Foleys NY en de ingang van Hotel Stanford nauwelijks honderd meter. Dat moet te doen zijn.

February 15th, 2010

SLEEPLESS IN MANHATTAN 16

Posted in: Travels — admin @ 11:08

Hispanic Day: dans de samba, rumba en tango op Fifth Avenue

 

The streets of New York have a richness you can’t duplicate anywhere. There’s a sense of commotion. It’s not the buildings, but the people you see walking by.

Susan Seidelman, director

 

Columbus Avenue. Misschien zijn we er op de verkeerde dag, want pas morgen is het Columbus Day. Die jaarlijks groots gevierd wordt met een parade op Fifth Avenue. Ter herdenking van de Italiaanse roots van New York en Amerika. Want Columbus was een Italiaan, en geen Spanjaard, zoals vaak gedacht wordt. Maar vandaag is het Hispanic Day. Met eveneens een parade op diezelfde Fifth Avenue. New Yorkers hebben iets met parades. Een half continent (Midden en Zuid Amerika) heeft vaste voet aan de grond gekregen in New York. En vanmiddag zullen ze dat laten zien.

 

Maar eerst maar eens een snelle hap. Waar beter dan in het Mexicaanse fast food restaurant op de hoek van Columbus Avenue en 72nd Street. Columbus Gourmet Food. Create your own salad. Maar ik ga gewoon voor de vette hap. We eten op het kleine terras buiten. Zowel binnen als buiten puilt de tent zowat uit. Het personeel is klein, dik en goedlachs. Viva Mexico! John doet er een biertje bij. Ik sluit me bij hem aan. Gemma en Rianne houden het voorlopig alcoholvrij. Aan de overzijde van de straat heb ik zicht op New Yorkers die over de rand van de welvaart gevallen zijn. Een minstens tachtigjarige vrouw met grijs piekhaar heeft zich tegen de gevel van de Chase Manhattan Bank laten zakken en staart wezenloos voor zich uit. Een plastic zak met al haar spullen binnen handbereik. En in de winkel daarnaast loopt het in en uit: It’s Halloween: anything goes. Een poster van een kortgerokte verpleegster moet de klanten binnenlokken. Met een geile blik en een injectienaald in de hand. Want gruwelijk zal het zijn. Doormidden gekliefde hoofden, uitpuilende ogen, afgehakte handen, het is er allemaal te krijgen. Gelukkig dat er latex bestaat.

 

Met een volle maag verder. Tot aan Central Park. Maar eerst in postume bewondering opgekeken naar het Dakota Building. Als was het een 16e-eeuws Loirekasteel. Met kantelen en de hele rimram. Het New Yorkse chateau van John Lennon en Yoko Ono. Maar Lennon werd er op 8 december 1980 ’s avonds op de drempel van de hoofdingang, en in het bijzijn van zijn vrouw Yoko Ono, doodgeschoten. Mark David Chapman heette het monster. Mocht er ooit gedroomd zijn over een terugkeer van de Beatles, dan was dat vanaf dat moment voorgoed voorbij.

 

Dan maar de straat oversteken. Daar ligt, nauwelijks een paar meter binnen Central Park, een eigentijdse bedevaartplek die al jarenlang de muziekpelgrims uit de hele wereld weet te verzamelen. IMAGINE staat er midden in de mozaïekrozet van Strawberry Fields te lezen. Ter nagedachtenis aan de overleden Beatle. Op de rozet liggen bloemen, elke dag verse. Eromheen, op de bankjes, wordt gitaar gespeeld en mee geneuried door zowel oude als jonge hippies. Of gewoon door Beatlefans, van wie sommige het alleen maar hebben van horen zeggen. Het Lourdes van Central Park trekt geen misschien lammen, kreupelen en andere invaliden, maar de plek is er niet minder sacraal door. Yesterday. Norwegian Wood. Here Comes The Sun. Strawberry Fields Forever. Ik zou het zo maar elk moment kunnen horen hier.

 

Dieper het park in. De zon explodeert op de nog groene bladeren. Zondag ook nog eens. Dan weet je zeker dat Central Park vol New Yorkers zit. Je ziet ze om je heen. Wandelend, joggend, skatend, musicerend, pratend, fietsend, luierend op de grote grazige weiden. The Sheep Meadow. Met op de achtergrond de massieve rechthoekige skyscrapers. Als rustgevende stenen wachters. Die scherp staan afgetekend tegen de strakblauwe lucht.

Bij een van de vele vijvers dromt de massa bijeen om de hiphoppers aan het werk te zien.

 

Onderbroken door applaus vanaf de muurtjes, de trappen en de banken vertonen ze hun kunsten. Een deel van het publiek zal het worst wezen. Dat zit gewoon met de ogen dicht van de zon te genieten. Dichtbij en veraf zoemt New York City. Achter me komt een groep Aziaten uit het woud en laat ze in de armen van meester Tai Chi vallen. Tien meter verderop swingen de rollerskaters op de muziek die uit hun portable disco golft.

 

Urenlang zal de Hispanic Day Parade over de brede Fifth Avenue golven. Al sinds 1964, op de zondag voor Columbus Day. Althans het deel van Fifth Avenue tussen 44th Street en 74th Street. The colorful Hispanic Parade is a showcase for hispanic solidarity. It encourages the traditional values, music, costumes, and folklore of each participating country. Parade participants number over 10,000 and parade spectators exceed one million. There is extensive media coverage by way of live and delayed telecast, English and Spanish television, and live radio coverage. There is an impressive number of community contingencies, floats, marching bands and musical groups which provides a festive and lively mood to the parade.

 

De parade is al een tijd bezig als we opduiken uit Central Park. Daar is de eerste officiële praalwagen van de Republica de Colombia die hier op eigen kleurrijke wijze presente el desfile de la Hispanidad. De wulpse donkerharige Reina Stefanie I van het Centro Civico Colombiano lokt de eerste zondige gedachten uit. Naast me begint een dikke landgenoot van haar zowat te hyperventileren. Zijn in de kleuren van de Colombiaanse vlag gespoten poedel springt van uitzinnigheid zowat een halve meter hoog. De toon is gezet. Voorlopig krijgen ze ons niet meer weg van deze onafzienbare bonte Zuid Amerikaanse stoet.

 

De landen volgen elkaar in een soepel tempo op. Peru. Honduras. Costa Rica. El Salvador. De zoveelste fraaie Reina de Desportes wordt mijn netvlies ingelaserd. John moet alle zeilen bijzetten om de waterval aan langharige zwarte jonge poezen op zijn digitale display te krijgen. Gigabytes te kort. Het zijn vooral de kleuren en de uitdossingen die de parade een bijna carnavalesk karakter geven. Een Bonte Störrum, zouden ze in Maastricht zeggen. En er is natuurlijk ook muziek. Brassbands afgewisseld met militair aandoende eskadrons. De Latijnse roots worden hier niet onder het asfalt van Fifth Avenue weggemoffeld. Trabajando Ubidos por la Patria komt helmaal uit Long Island NYC. En meteen daarachter weer Miss Salvador 2009, helemaal in de kleuren blauw en wit, en - toegegeven - ook heel wat bloot. Of de trotse Guatemaltecos en Nueva York met hun praalwagen. Guatamala País de la Eterna Primavera. Miss Carrabean. Miss Panama. Sommige Misses verlaten de stoet om pontfikaal voor mijn Canon te komen poseren. Daar kunnen die islamieten met hun boerka´s nog wat van leren. De kleur zwart heb ik nog nauwelijks kunnen ontdekken hier.

De grote delegaties komen uit Mexico en Panama. Hier lopen dansend en musicerend de New Yorkse Maya´s, Zapoteken, Mixteken. Groepen die uit honderden deelnemers bestaan. Hun kleding doet denken aan de feesten van de oude culturen. Maskers, veel maskers. Bezwerende gebaren en dansen. Beweging. Kleur.

 

Viva New York! Hispanic pride was in full effect Sunday as thousands of New Yorkers marched up Fifth Ave. celebrating their home countries’ cultures.They danced, marched and high-stepped it from 44th to 72nd Sts., all to the beat of festive music pumping from fancy floats. De Daily News schrijft het. Al deze avond. En dat is niks teveel gezegd. Chilean men in spurs and gaucho hats danced with women in frilly dresses. But it was a troupe from Colombia including a delegation of 200 flown in from South America, which took top honors, twirling in rainbow-spangled masked Carnival costumes as they passed out “Colombia Is Passion!” stickers. John gooit er nog wat extra gigabytes tegenaan op zijn videocamera. De parade blijft maar doorgaan. Uren achtereen. De lange schaduwen van het einde van de dag sluipen Fifth Avenue binnen. Maar er lijkt geen einde aan te komen. En weer nieuwe ebbenhouten majorettes. Hun lange benen onder de ultrakorte rokken lijken wel stelden. Zelfs de New Yorkse cops komen ogen tekort. Je kunt ook niet de hele middag alleen maar gericht zijn op het ontdekken van raddraaiers in het publiek. Maar het publiek is allang in rozig van al die langs paraderende Sirenen, Reinas en andere Latijnse Missen uit de boroughs van New York City.

 

Het wordt tijd om langzaam richting Stanford te lopen. Parallel aan de Parade. En aan het Central Park. Zo hoef je niks te missen. En als je er nog wat digitaal foto- of filmwerk tegen aan wilt gooien, dan duik je gewoon weer even op achter de dranghekken. Om wéér een glanzende Latijnse jonge poes te scoren.

Als we 44th Street overgestoken zijn lopen we nog even het gouden paleis van Donald Trump binnen. Kletterende watervallen begroeten je in het luxe shopping centre. Dit keer kan ik mijn koopwoede onderdrukken. Geen Donald Trump hemd en stropdas zoals vorig jaar. In plaats daarvan wordt het op aanbeveling van John een Brooklyn Lager, in een van de vele horecagelegenheden die hier te vinden zijn. De ladies wagen zich nog even niet aan de alcohol. Nog mogelijkheden genoeg, de rest van de avond.

February 11th, 2010

SLEEPLESS IN MANHATTAN 15

Posted in: Travels — admin @ 8:58

Met French Serge on French Gospel Tour in Harlem NYC, part two.

           

I remember the cobblestones that we were walking on, and the streets… That really was a romantic scene.

Jill Clayburgh, actor, An unmarried woman

 

De langste stop is er bij het befaamde Apollo Theatre, 253 West 125th. Street.  It all started in 1914 when the theater was constructed on 125th Street, the heart of Harlem. Originally, it was named Hurtig and Seamons New Burlesque Theatre and African-Americans were not allowed in the audience. In 1934: Ralph Cooper, Sr. decided to do a live version of his already popular radio show, Amateur Nite Hour at the Apollo, at the Apollo Theater, then owned by the Schiffman family. Ella Fitzgerald was one of the first Amateur Night winners.
Later zouden al die andere grote sterren daar hun debuut maken: Bessie Smith, Billie Holliday, Stevie Wonder, Michael Jackson, James Brown. Om er maar een paar te noemen

Kortom: het Apollo Theatre is het hart van de zwarte muziek.

Op dit ogenblik, als ik ervoor sta, wordt het verbouwd. Grote triplex schotten voor de ingang die overigens wel bereikbaar is. De shows gaan gewoon door. Nog steeds zijn er de Amateur Nights, elke week op woensdag en dat al sinds 1934, waar nieuw talent wordt ontdekt en wordt klaar gestoomd voor de grote podia.

 

Op het bede trottoir aan de overzijde trekt een andere artiest alle aandacht naar zich toe. Een oploop, lijkt het wel. Franco. FRANCO THE GREAT. Tekenaar en schilder. Known for his new art form, painting on metal. Zijn forse gestalte en zijn deftige zwarte kostuum en dito hoed, witte hemd met gouden stropdas imponeren. Zijn fans kopen tekeningen die ze ter plekke nog eens extra laten signeren. Als warme broodjes worden ze onder zijn zwarte handen vandaan gerukt. Zijn handel lijkt dus meer dan voorspoedig te verlopen. Come See Who’s Making a Mark in Harlem. “Franco the Great”, Harlem’s Famous Artist. 125th Street in Harlem in unofficially known as ‘Franco’s Blvd’. Op de grote metalen rolluiken aan de zijde van het Apollo Theatre heeft hij Martin Luther King, Nelson Mandela en Barack Obama vereeuwigd. De helden van het zwarte ras. Share the Dream, by Franco the Great. Zijn paintings on metal hebben hem geen windeieren gelegd.

Even verderop zit een andere zwarte artiest. Grijze baard. Zwart-witte tekeningen hangen tegen de muur. Geen klanten. Met onverholen jalousie volgt hij de uitgekiende marketing van Franco the Great. Er is nog een lange weg te gaan. Maar of hij die, gezien zijn leeftijd, nog af gaat leggen, betwijfel ik.

 

Het wordt tijd voor de zondagsmis. Althans de zondagsdienst. Serge zegt dat hij een van de meest bijzondere kerken van Harlem heeft uitgezocht. Niet de Abyssinian Baptist Church, want die is echt helemaal vercommercialiseerd. Het kan ook iets minder. Maar veel kerken in Harlem zijn nu eenmaal voor een deel afhankelijk van de inkomsten van toeristen. Die gospelkoren wil natuurlijk iedereen wel eens meemaken.

Het wordt de Mount Neboh Baptist Church, een statig gebouw aan de Adam Clayton Powell Jr. Blvd. Imponerende Griekse pilaren dragen het tympanon. Voor de trappen die leiden tot de hoofdingang staat het dienstbusje van de baas: Baptist Church Inc., Dr. Johnnie M. Green Jr., Senior Pastor, www.mountneboh.org.

 

De bus stopt aan de overzijde van de brede boulevard. Als makke schapen volgen we herder Serge naar de Baptist Church. De kerkgemeenschap Mount Neboh Baptist Church bestaat al sinds 1937, in Amerikaanse dimensies toch al behoorlijk lang. Begonnen met 27 gelijkgezinden, en met 21 dollar in kas. Pioniers. In de jaren ’60 had de kerkgemeenschap het moeilijk, vooral omdat er geen kerkgebouw betaald kon worden. Maar een decennium later grijpt God zelf in, en gaat het crescendo. Om te eindigen in het fantastische kerkgebouw, met echte torens, aan 1883 Adam Clayton Powell Jr. Boulevard. On Sunday, June 29, 1980, we marched into our newly renovated church, meldt de website. En within one year we burned the mortgage. In August of 1987 God saw fit to call Dr. Gardner home. We praise God for Dr. Gardner whose faith knew no bounds giving thirty-four years of dedicated service to God, Church and Community.

 

Een groot verschil met vorig jaar, toen we de wat armoedige Union Congregational Church, 60 W 138th Street, bezochten. Vlak achter het Harlem Hospital Center. Amerika was in de ban van de aanstaande verkiezing tot eerste zwarte president van de Verenigde Staten. De zwarte pastor maakte zich onverholen sterk voor Barack Obama. Let’s pray for Barack and Michelle!

De Mount Neboh Baptist Church oogt welvarend, in alle opzichten. De toeristen, je zou het gelegenheids worshippers kunnen noemen, worden bij elkaar gedreven op het grote balkon, eerste verdieping, dus. Een handige bijkomstigheid is dat hierdoor de toeristen ´ongemerkt´ de dienst halverwege kunnen verlaten. Want Senior Pastor M. Green Jr. en zijn vrouwelijke assistent Reverend Cokiesha Bailey-Robinson houden niet van tussentijds gerommel.

Maar daar begint het fraai uitgedoste gospelkoor al om de stemming erin te brengen. Een wit-gouden golvende massa deint achter de pastor door. Meest volvette vrouwen van middelbare leeftijd. En zwart, natuurlijk. Met muzikale ondersteuning aan het keyboard door Brother Donovan Jackson. Minstens ze dik en zwart als de dames van het koor, en breed glimlachend.

 

In een rap tempo wisselen de swingende nummers het gesproken woord af. Mrs Cokiesha maakt hier de dienst uit, zoveel is me wel duidelijk. Een diepgeworteld geloof in de Heer, jarenlang zorgvuldig opgebouwd. Cokiesha is a native of Dallas, Texas and a product of Concord Baptist Church, where she served in ministry for many years under the tutelage of her father and hero, the late Reverend Doctor E.K. Bailey. She and her siblings worked with their parents as they faithfully served Concord for more than twenty five years. She attributes her love for God and church to the tender times spent as a child and teenager serving, learning, and observing her parents and other servant-leaders. Her greatest joy comes from encouraging and watching people discover their God-given potential. Als ik deze ochtend geen dozijn volle aflaten mee verdien, dan weet ik het ook niet meer. En dat geldt dan uiteraard eveneens voor mijn broeders en zusters in de Here naast mij: Gemma, Rianne en John. Uit volle borst wordt meegezongen. Brother Donovan Jackson aan het keyboard dwingt de menigte tot een nog opzwepender tempo, en heeft er zelf nog het meeste plezier in. Zijn grijns gaat van oor tot oor.

 

Op het moment dat Senior Pastor Johnnie M. Green Jr. zijn uitgebreide wekelijkse preek wil gaan beginnen, geeft Serge het teken, dat we het balkon maar het beste op kousenvoeten kunnen verlaten. De Harlem Gospel Tour gaat voortgezet worden, mobiel en onder leiding van Reverend French Guide Serge. Hallelujah!

De brownstones glijden weer achter de ruiten van de touringcar voorbij. Voor sommige winkels dromt het publiek massaal naar binnen. Is het gratis op deze zondag? Harlem Tobacco & Grocery. Liberty Income Tax. J.J. Cleaners. Candlelight Bar. Veel concurrenten van de Mount Neboh Baptist Church hier in Harlem. Zoals de Christian Parish for Spiritual Renewal. De St. Mary’s Episcopal Church. De Antioch Baptist Church. De Harlem Church of Christ. En ga zo nog maar enkele tientallen door. Voor elke kleur en smaak.

 

Op de trottoirs de oudere zwarte madammen op hun zondags, en met handtas. In het zwart, brede hoeden. De jongere vrouwen in meer opzichtige kleuren, rood, geel. En met een cellphone aan het oor. Een achttal Franse Harlem Globertrotters worden uitgelaten bij de Cotton Club. Voor nog meer gospels. En een stevige soul food maaltijd.

Dan verder. De South Bronx. Grauwe woonblokken. Witgeverfde ijzeren bruggen. Het Yankee Stadium binnen handbereik. We rijden onder ijzeren wegen en viaducten door. Crime Scene Investigation. Berucht uit de achtervolgingsfilms. Taxi Driver. Op mijn verzoek laat Serge de bus stoppen op Columbus Avenue, op de hoek van 72th Street. Op nog geen honderd meter van Central Park.

February 10th, 2010

SLEEPLESS IN MANHATTAN 14

Posted in: Travels — admin @ 11:13

Met French Serge on French Gospel Tour in Harlem NYC, part one.

 

I was thinking about how Harlem had a sense of human Gothic to it. On Manhattan Avenue there are some structures that are beautiful. Look at European architecture and you see the same type of lines, the way the stone is cut. That’s definitely evocative of the film’s dark, sepia-toned mood.

Barry Michael Cooper, writer, Sugar Hill

 

Vroeg het nest uit. Het is amper half zeven. Sleepless in Manhattan, nietwaar? Aan de Harlem Gospel Tour die we vandaag, zondag, zullen ondernemen is vorige week al heel wat communicatie aan vooraf gegaan: mail en telefoon. Ik had thuis nog een folder liggen van vorig jaar. En omdat ik in ieder geval meer van Harlem wilde zien, was dit een uitgelezen kans. De subway is immers door zijn hoeven gezakt, en dat duurt nog tot morgenvroeg. Wat is dan idealer om een georganiseerde busrit door Harlem te doen. Er zijn verschillen de mogelijkheden en vertrektijden. Omdat we ’s middags ook nog uitgebreid van de Hispanic Day Parade op Fifth Avenue willen genieten, dan maar zo vroeg mogelijk. Maar eerst de correspondentie van een paar dagen eerder.

 

Dear sir,
Can I make a reservation for The Harlem Gospel Tour on Sunday 11 October? We arrive in NYC Wednesday 7 Oct. and stay in Hotel Stanford, 43 West 32nd Street.
Thanks,Gerard Staals, The Netherlands

 

Hello Gerard,
We will be delighted to put your name on our Sunday October 11th list, please precise Number of people attending the Gospel tour ? And if you do want it with or without Brunch? Kind regards, Emilie

 

Om te verifiëren of het allemaal in orde is gooi ik er ook nog maar een telefoongesprek overheen. Na eerst een minuut of wat in het Engels gesproken te hebben, begrijp ik - omdat de French Tour om 9 uur begint, en dus het vroegste van de tours is - dat degene die ik aan de lijn heb Française is. Ik schakel daarom maar over op Frans. De meid blijkt afkomstig uit Parijs, en al een aantal jaren werkzaam op kantoor van de organisatie van de Harlem Gospel Tours. Ze zal er zorg voor dragen dat we er veel plezier aan zullen beleven. Ze zegt toe te zorgen voor de beste gids die beschikbaar is. En bevestig alles nog eens per mail.

 

Dear Emilie, 
Pleased to get your answer so quickly. Thanks. I had also this morning a phone call with a French speaking lady (from Paris; was it you?) in your office. We are 4 adults (Dutch) and I made the choice for the ‘French’Harlem Gospel  Tour which starts at 9 a.m. I did not subscribe for the lunch, but if you can recommend it, we’ll think about it (and let you know after).
We arrive in New York City Wednesday 16.00 h. My cell-phone number is: 00.31.6.42.24.43.47 I understood that the Tour starts at 690 8th Avenue (between 43 & 44 Streets). See you sunday. Bye. Gerard Staals

 

Hello Gerard,
Yes I spoke to you this morning!
You are on the French List for Sunday. The Brunch on Sundays is at the Cotton Club, and they also have a Gospel show while you are enjoying a Soul Food meal!  You may let us know on Sunday morning if you want to have the brunch or not. Very Kind regards! A Dimanche ! Emilie

 

Snel ontbijt. Een vlugge blik op het CBS programma Eye on New York. En zo loop je dan in alle vroegte op zondagmorgen, het is amper acht uur, over een bijna uitgestorven Times Square. Her en der staan wat uit de kudde losgerukte klapstoeltjes waarvan er in Manhattan tienduizenden moeten staan. Gratis en voor niks voor de vermoeide toerist of de gestreste bankier. De lichtreclames doen in dit matineuze uur wat onwezenlijk aan. Alsof je om acht uur ’s morgens Yab Yum binnenstapt. De day after.

Uiterlijk een half uur voor het begin van de trip je tickets afhalen voor de East side pick-up, was de stalorder. Op Eighth Avenue, tussen 43rd en 44th Street. Voor het kantoor is het, als we aankomen al een gezellige drukte. Immers, de Franse, Duitse, Italiaanse en Spaanse Tour (voor elke tour een aparte bus) starten om negen uur. De Engeltalige tours (merdere bussen) een half uur later. Het verkeer wordt aan de deur geregeld: per boeking mag er één persoon naar boven. Ik, dus. Aan de balie is het niet echt druk, en Emilie heb ik zo gevonden. Hey, I remember you! Parlons français. Je vais vous présenter Serge, notre meilleur guide. Il est vraiment formidable! Il est déjà arrivé. Vous allez le trouver en bas. De tickets worden me snel overhandigd. En ik reken af: 220 dollar totaal, 55 dollar per persoon. Van de brunch in de Cotton Club heb ik afgezien; die zou overigens nog eens 44 dollar extra kosten. We hebben er, gezien het voorgenomen dagprogramma, ook de tijd niet voor.

 

De Harlem Gospel Tour, dus. Join us on a Sunday morning in the Black capital of the world and learn about Harlem, its start as a rural Dutch community, its transformation into a summer retreat for New York’s most prominent families, how it then became a Mecca for African American writers and artists at the turn of the century, to its troubled past during the 1960’s and 1970’s and its present day community brimming with pride and reveling in its new renaissance.

 

De rijzige, snel bewegende en rap pratende Serge heb ik snel ontdekt. De kennismaking is hartelijk. Hij loopt met me mee naar de plek waar de bus al klaar staat. Gemma, John en Rianne volgen. Zo zijn we verzekerd van een goede plek. Helemaal vooraan in de bus. Die meteen daarna vol loopt met zwijgzame, en wat gereserveerde Fransen. Upper Class. Amerikanen, en New Yorkers in het bijzonder, zouden met veel meer omhaal en lawaai hun schoolreisje naar Harlem beleven. Klokslag half negen – niks Franse slag – rijdt de bus weg, als eerste. Want Serge wil de andere touringcars voorblijven, de rest van de dag. Het belooft een stralende dag te worden. Zondag in Manhattan, zondag in Harlem.

Along the way you will see famous sights and landmarks such as St. John the Divine, Columbia University, City College, Morning Side Heights, the Morris Jumel Mansion, Sylvan Terrace, Strivers Row and Sugar Hill, St. Nicholas Avenue, where Duke Ellington lived and the famed 125th street, Harlem USA, the Cotton Club, and the Apollo Theater, the Schomburg Center for research in Black Culture. Then, join a local congregation for the Sunday worship service and experience the soul stirring power of Gospel music.

Harlem baadt in de zon op deze zondagmorgen. En Serge is ongelooflijk op dreef. In een razend tempo stort hij een lawine van details over je uit. Niet alleen over Harlem, maar alle informatie in meerdere dimensies en in relatie tot New York City. Demografische ontwikkelingen, de subculturen, de religieuze achtergronden in relatie tot de politieke voorkeuren, democraten versus republikeinen, de New York Yankees, bokslegendes, de pers, de burgemeesters van New York, de ‘Hollandse’ enclaves in Harlem, en zo kan ik nog wel een tijd doorgaan. Twintig jaar woont hij al in New York. Hij wil er niet meer weg. Zijn city is het geworden.

De brede Columbus Avenue waarover we naar het noorden rijden is nog behoorlijk rustig. De lage zon verblindt me zo nu en dan. Aan mijn rechterkant heb ik zo nu en dan een doorkijk naar Central Park. Op deze warme herfstdag moet het daar al de paradijselijke oase zijn die ik me van vorig jaar herinner. Ook zo’n zonnige zondag in oktober.

 

We rijden langs de plek waar op 21 februari 1965 Malcolm X werd doodgeschoten. Maar zijn naam blijft sinds die tijd verbonden aan Harlem. Straks zullen we over de Malcolm X Boulevard rijden. Of passeren we de Nat King Cole Walk. Op sommige plekken wordt er even halt gehouden. Even voorbij de Columbia University waar destijds de Spaanse dichter Federico Garcia Lorca even studeerde. Ook hij zou een onnatuurlijke dood sterven: gefusilleerd tijdens de Spaanse Burgeroorlog. En als ik dan toch even aan Spanje denk, dan is Spanish Harlem een plek waar je je thuis zou kunnen voelen. Het Spaans is immers de tweede taal van de Verenigde Staten geworden. Even voorbij Columbia University, dus. Om de prachtige in Hollandse stijl gebouwde – althans volgens Serge – huizen te bewonderen. Een paar straten verderop wordt nogmaals een korte stop voorzien, maar dan voor de schitterende brownstones. Statige huizen, met fraai bewerkte gietijzeren trappen naar de hoofdingang. Erkertjes, balkons. Bakstenen herenhuizen met piepkleine voortuinen die de welvaart van het nieuwe Harlem nog eens onderstrepen. Morningside Hill. Strivers Row. Hello, Harlem! Her we are!

February 4th, 2010

SLEEPLESS IN MANHATTAN 13

Posted in: Travels — admin @ 8:43

Rode badjassen in de Heated Rooftop Garden van 230 Fifth

 

Films help make New York the ´city of dreams´, the place people want to come to as one of the great destinations in the world - and want to come to because of the fantasy of all those films they saw, films ´made in New York´.

Jon Kamen, producer  

 

Een snelle makeover, en klaar voor het donkere deel van de dag. Hoewel aperitieftijd misschien al verstreken is, heeft John zijn voorwerk weer goed gedaan. Niet al te ver lopen, want dat mat maar af. Een exclusieve bar-nachtclub staat op het programma: 230 Fifth. Inderdaad, helemaal niks moeilijks aan: hotel uit, linksaf slaan en de volgende straat rechtsaf, want dan sta je op Fifth Avenue. Een paar honderd meter rechtdoor lopen en, voilà, daar staat een strak in uniform gehesen piccolo je al op te wachten. En slaat de glimmende deuren voor ons open. 230 Fifth is open to the public 365 days a year from 4:00PM to 4:00AM daily. Over de rode loper naar de lift, want een ordinaire kroeg op grondniveau, daar komen we niet voor. Geruisloos naar de 20e verdieping.

Created and controlled by the former owner of New York’s famous Roxy and Palladium nightclubs, 230 Fifth opened on May 4, 2006 and in just one year of existence has received worldwide recognition as New York’s Most Famous Rooftop Garden and Fully Enclosed Penthouse Lounge - Bar! 230 Fifth is New York’s largest outdoor Rooftop Garden and fully enclosed Penthouse Lounge.

 

We komen binnen via de donkere Penthouse Lounge. Alles glimt, ook al vanwege de vroege kerstverlichting. Om het bordeelachtig te krijgen veel soft rood en soft blauw licht. De verdieping is in een heleboel compartimenten verdeeld, die – zoals staat aangegeven – vaak verhuurd zijn vanwege een verjaardagspartij later op de avond, of gewoon voor een after dinner party. Brede zachte loungebanken staan in overvloed ter beschikking van het nog afwezige yuppenvolk. Want het publiek dat we vanavond te zien krijgen is voornamelijk jong en niet aan de bedelstaf, als je dat mag concluderen uit de glimmende partykleding. Young and beautiful. We steken er in onze casual outfit bij af als de bovenste laag van de ‘onrendabelen’, om het maar eens met Marcel van Dam te zeggen. En toch was er geen enkele belemmering ons binnen te laten. En dat geeft de burger dan weer moed. De in 230 Fifth gehanteerde Dress Policy schrijft overigens wel het nodige voor:
Casual smart are the key words.
We encourage our guests to ‘dress up, not down.’ Nice dress jeans, sneakers and a collared polo shirt are fine, but torn, ripped or baggy jeans and plain t-shirts are not permitted. Also not permitted are flip-flops, athletic wear (sneakers are fine), any bold or brightly colored shirts or other brightly colored or boldly striped clothing, any shirts with writing on them, and any other attire that is not in keeping with an upscale environment. We zijn goedgekeurd. Opnieuw is het alsof je de strenge douane op JFK hebt moeten passeren.

 

2009 Best Rooftop Bar in New York City. Voor die Heated Rooftop Garden zijn we gekomen. Even de brede trap op naar het dak. En daar strekt zich, in het donker, een gigantisch terras uit. Met uitzicht op New York. In de verte de witverlichte art deco van de top van het Chrysler Building. En dichterbij de groen wit rood verlichte top van het Empire State Building. In de kleuren van de Italiaanse vlag, dus, in verband met Columbus Day, over een paar dagen. Het Hollandse oranje van gisteren is dus al verdrongen.

Maar dichterbij, als afscheiding van de Heated Rooftop Garden is er over de hele breedte kerstverlichting aangebracht. Een gigantische kerstboom is al opgetuigd. Er is een bar. En er zijn houten zitjes, ook weer in compartimenten verdeeld. En statafels, dichtbij het ravijn met de kerstverlichting, parasols met heating erboven. En als je het nog te koud zou hebben, dan hangen er dikke rode badjassen klaar. Een hele garderobe hangt daar ter beschikking van de rich and beautiful. Maar als die halfblote meiden in hun cocktailjurken die nog niet eens aantrekken, waarom zouden wij dan?

 

New Yorkers kunnen het nog veel mooier onder woorden brengen dan ik. The skyline twinkles beyond floor-to-ceiling windows framed by white curtains. But the scene is even more impressive on the massive roof deck where an endless array of wood benches and sturdy garden chairs invite no less than 500 quitting-timers and night owls to take in unobstructed views of the Empire State Building to the north, the Met Life building to the east, and Jersey to the west. As the palm trees rustle and the old-fashioned cocktails kick in, you can easily imagine Don Johnson landing his helicopter near the stuffed zebra and cruising for foxy investment bankers.

 

Ineens staat ze daar. Een glimmende poes in zwart leer. Of we wat willen drinken? Natuurlijk, hikt John, hyperventilerend. Gemma en Rianne gaan voor de cocktail. Met alcohol?, vraagt de glimmende poes. Natuurlijk, geeft John aan. Geld moet rollen. De dollar is toch niks meer waard! Maar zelf doe ik met John in alle nederigheid een stevig glas Heineken. Alsof dat een wereldbier is. En weg is de glimmende poes. We hadden natuurlijk ook wat stevigers kunnen nemen, Een fles vuurwater of zo, maar de prijs geeft de doorslag: nu even niet. Bottle prices start at $250 (Absolut, Stolichnaya, Jack Daniels, etc.) and Champagne at $125 (Moet and Chandon).

 

Na een paar minuten is de glimmende poes retour. En staat de drank onder de heating van de witte statafel. Of ze zijn creditcard mag hebben? Natuurlijk hikt John, hyperventilerend, en drukt met een royaal gebaar zijn goldcard in de handen van de glimmende poes. Die er snel mee vandoor gaat. Live now, pay later. De glazen Heineken zijn in ieder geval van normale afmeting en inhoud. Geen Hollandse glaasjes, dus. Dat kan niet gezegd worden van de cocktails: kleine glazen die tot de nok gevuld zijn met blokjes ijs, maar - het moet gezegd - er is nog enige ruimte beschikbaar voor een licht alcoholhoudende drank.

 

Hij begint er zelf over, John. Had op tv eens een reportage gezien van een vent die in net zo’n club een whisky bestelde. De whisky werd vervolgens keurig voor hem op tafel gezet. Het was er de praktijk dat klanten dan hun creditcard afgaven en pas bij het verlaten van de tent via de creditcard, of eventueel cash, hun consumpties afrekenden. Maar die ober kwam niet meer terug. Sterker nog, navraag aan de bar leverde op dat het helemaal niet de policy van de zaak was om creditcards te laten afgeven. De man van de whisky gaat vervolgens op speurtocht naar de vermeende ober. Spoorloos, natuurlijk.

 

Of dat hier ook zou kunnen gebeuren, leggen we hem voor. John hikt, hyperventilerend. Het zweet breekt hem uit. Het zal toch niet… Met zijn allen speuren we in het rond, zoekend naar de glimmende poes. Niet te zien. Nergens. Maar het is dan ook erg donker in de Heated Rooftop Garden. En het dak is groot. Geen spoor van de glimmende poes.

Gemma stapt op de bar af, en vraagt of het afgeven van creditcard hier gebruikelijk is. Dat blijkt zo te zijn. Maar voor John houden we nog even de spanning erin. Hij slaakt zelfs een zucht van verlichting als de glimmende poes uit het donker opduikt. Hij wenkt haar. Legt zijn zweetdruppels uit. Hij kan er zelfs mee lachen. Zo’n chique club, dat kon ook eigenlijk niet waar zijn. En hij lepelt in zijn beste Oxford Engels het verhaal op van de man, de whisky en de creditcard. De glimmende poes begint nog meer te glimmen, te glimlachen eigenlijk. En doe dan gelijk maar de rekening, hikt John. Die is er in no time: 55 dollar. Met een handgeschreven tip proposal van 9 dollar. Nadat hij zijn goldcard weer in ontvangst genomen heeft reken ik als beheerder van de gezamenlijke kas af. Cash.

 

Niet een bedrag waar ze hier steil van achterover slaan. Kruimelwerk. Dat is het. Maar we horen dan ook niet bij de rich and famous die hier kind aan huis blijken te zijn. Ik noem er enkele. While open to the public seven days a week, 230 Fifth has hosted over 250 private receptions ranging in size from 20 up to 1,000 guests, including the following:

- The Devil Wears Prada Premier Party

- Morgan Stanley Holiday Party

- Louis Vuitton Holiday Party

- ‘Sopranos’ Cast Holiday Party

- Citigroup Holiday Party

Wall Street Crash of niet, het geld blijft hier rollen, ondanks alle kredietcrises en imploderende banken en aandelenkoersen. En toch vind ik die sluitingstijd van vier uur ’s morgens wat benepen voor een city that never sleeps. Sleepless in Manhattan, maar niet tot de zon weer vol in de lucht staat.

We houden het voor gezien. Nemen nog even een uitnodiging voor de Halloween Party in ontvangst en duiken weer de lift in naar beneden. Op zoek naar een eenvoudige, doch voedzame maaltijd. Dat lijkt een makkie in New York, en voor wat betreft het aspect ‘eenvoudig’ ook makkelijk te realiseren, maar de combinatie met ‘voedzaam’ levert dan toch nog wel problemen op. Het wordt een Midtown Pizza. Een flinke jongen. En daarna haalt John nog een paar flessen Sapporo Beer bij de Koreaan, in onze straat. Iets goedkoper dan in de Heated Rooftop Garden van 230 Fifth.

January 28th, 2010

SLEEPLESS IN MANHATTAN 12

Posted in: Travels — admin @ 9:41

Brooklyn Follies: Franse uiensoep en een Steak Frites in de Bar-Tabac

 

It´s a hymn to the great People Republic of Brooklyn

Paul Auster, writer/co-director, Blue in the Face

 

De rit door Brooklyn zal via Willoughby Street en Cadman Plaza in een lange lus naar Brooklyn Heights gaan. We zullen uitstappen in Atlantic Avenue, een buurt waar veel antiquairs te vinden zijn. Vanwege de kleinschaligheid in deze borough van 2,5 miljoen inwoners herken je sneller de etnische buurten. Dat begint al bij de Italiaanse hoek waar ook Pete’s Downtown bij hoort (waar we gisteravond gegeten hebben). Bij buurman Grimaldi in Old Fulton Street – de eerste pizzeria in Amerika: al vanaf 1905 – staat op het trottoir een rij van bijna honderd meter te wachten op de lekkerste pizza van New York. It is our passion for pizza that made us a “must have” for pizza lovers and celebrities alike, including Frank Sinatra and former NYC Mayor Guiliani.

 

Vervolgens langs de East River waar aan de kades een forse kaalslag heeft plaatsgevonden. De oevers worden volledig gerenoveerd, en er worden brede promenades aangelegd zodat het einde van de sjofele parkeervelden nu snel nadert. We rijden door tot aan de Red Hook, de buurt waar tegenwoordig nogal wat werkloosheid heerst omdat veel aan de visvangst gerelateerde bedrijven op de fles gegaan zijn. In de glorietijd van de Red Hook meerden er de grote trans-Atlantische zeeschepen aan, en waren de grote dokken altijd gevuld. Tegenwoordig worden de lege bedrijfshallen steeds vaker bewoond en ingericht door kunstenaars die Manhattan te duur vinden. Een van de bekendste Red Hookers was de gangster Al Capone, geboren in Brooklyn. Het is maar dat je het weet.

 

Dan weer rijdt de Gray Line je door een Arabische buurt, met veel kleine rommelige winkeltjes. Damascus Bread & Pastry Shop. Amman Grocery. Maar ook zijn er de vertaalbureaus, Arabisch – Engels. Want dat niet iedereen in New York het Engels meester is hadden we al geconstateerd bij de Chinezen in Chinatown. Kerken van allerlei linguïstische origine. De Spaanse Iglesia Christiana Manantial. En ineens steekt daar de spitse kerktoren van een oud-Hollands kerkje boven de woonblokken uit. Schermerhorn Street, het zal toch niet waar zijn: poldertaal in Brooklyn. Verderop zijn de Poolse enclaves. Of die van de orthodoxe Joden rondom Borough Park. Of de Carribische bij Crown Heights. En al die andere etnische buurten. De Cocina Mexicana naast de Epicerie du Quartier. Brooklyn, een wereldstad op zich.

En daar sta je dan op het brede trottoir van Atlantic Avenue. Strakblauwe lucht erboven. Warm begint het al te worden. Brooklyn air. Een van de melting pots van New York. Het is rustig op de brede avenue. Niks hectisch hier. Relaxt. De winkelier klopt zijn deurmat uit. Zijn ramen worden gezeemd door een Mexicaanse.

 

We lopen richting Smith Street waar John ons naar toe loodst vanwege het Franse restaurant Bar Tabac dat bekend staat om zijn voortreffelijke eten. We zullen zien. Ver lopen is het niet. Een paar blokken maar. Eerst rechtdoor, dan linksaf. En mochten we dollars tekort komen, dan is er altijd een helpende hand die naar je uitgestoken wordt. No money Problems – a recession art show 3rd Floor, meldt een slordig op het trottoir neergekwakt reclamebord. Het is bijna zomers warm geworden, als we Smith Street in slaan. Een bedrijvige, drukke winkelstraat die bijna Europees aandoet. Vlak bij Boerum Hill, waardoor het zelfs Nederlands aandoet. Welcome Home!

 

Smith Street is the pulsing heart of Cobble Hill; site of several semi-quiet restaurant revolutions; and site of the biggest Bastille Day celebration in the United States. The revolution gets considerably more noisy when Smith Street is covered in sand, the petanque tournament gets into full swing, and the national TV networks descend on this little stretch of French Independence revelry.  But it doesn’t end when the holiday is over and the New Orleans swing bands have packed up. Kortom: Bar Tabac is niet zomaar een willekeurig restaurantje. Buiten een smal terras, en binnen een bistroachtige inrichting. Veel hout. En nog meer Franse bric-à-brac: posters, reclameborden, Franse dranken. Suze. Perrier. En een rommelige sfeer. Maar de tent zit bijna vol. Een goed teken.

 

In het centrale deel is nog net een tafel voor vier personen vrij. John schurkt zich in de hoek, zodat hij goed uitzicht heeft op de Franse serveerster die ook nog een de vrouw of de vriendin van de Amerikaanse eigenaar blijkt te zijn. Hoewel hij zijn meest libidineuze Frans over de tafel laat glijden, lukt het hem niet de zwarte sluikharige op zijn erelijst te krijgen. Het blijft bij complimenten over en weer.

 

Maar we kwamen om er te eten. Francophiles will appreciate the artfully aged environs, the wine list, the bar snacks and the obligatory steak-frites and onion soup. Volgens een van de reviews op het net. En tegenwoordig kijk je daar met een schuin oog naar. En bovendien is er the waitress whose thick French accent makes you smile. Het wordt dus definitief steak-frites met een stevige uiensoep vooraf. En wijn. Je niet zomaar een keer in het Quartier Latin van Brooklyn. Brooklyn Follies, op culinair gebied, om het maar eens met een van de hier gevestigde New Yorkse auteurs te zeggen Paul Auster, natuurlijk. Wie anders?

John spart nog wat met de Franse serveerster, terwijl wij onze hete uiensoep weg lepelen, en de slierten gesmolten kaas als dunne bleke kabels naar binnen zuigen. Het is alsof je heel vroeg in de ochtend in een van de talrijke bistro’s bij de oude Parijse Hallen je doorwaakte nacht zit te bezweren. De soep smaakt voortreffelijk. En ook de steak-frites biedt een stevig stuk mals vlees. De economische schade zal voor deze maaltijd oplopen tot 140 dollar. Een koopje. Als digestief een wandeling in de zon. Brooklyn stroomt bij je binnen. Daar is, ondanks de soupe à l’oignon en de steak-frites nog plaats genoeg voor. Gelukkig.

 

Gewoon wachten op de Gray Line, op de plek waar we uitgestapt zijn: Atlantic Avenue. Om de rest van de Brooklyn Loop af te ronden. Bovendeks zit het helaas vol. Via Flatbush Avenue belanden we op Grand Army Plaza en het tegenover gelegen Prospect Park waar een ongelooflijke mensenmenigte is toegestroomd. Het groene hart van Brooklyn: 240 hectare groot. Playgrounds. Grazige weiden. Bos. Het werd ontworpen door dezelfde landschapsarchitecten die ook Central Park hebben ontworpen: Frederick Law Olmsted en Calvert Vaux. Op veel plekken hoor je jazzorkesten. Alles is in beweging. Er is een markt. En het publiek bestaat uit alle denkbare kleuren en kleding. De multiculturele samenleving van Brooklyn. En boven alles de zon, hoewel het wat koeler wordt tegen het einde van de middag.

Dan weer rij je door rustige lanen met aan beide zijden de imposante brownstones, tegenwoordig bewoond door een bevolking met bovengemiddeld inkomen. Vervolgens maakt de rode Gray Line een rondje rondom de 21 hectare grote Botanic Garden van Brooklyn. Om op de terugweg richting Manhattan nog een lus te maken over Lafayette Street en Dekalb Avenue. De laatste megastores van Brooklyn. Garagebedrijven. En hier en daar een in de verdrukking geraakte kleine neringdoende.

 

Voor ons doemt het machtige stalen geraamte van de Manhattan Bridge al weer op. Meer dan twee kilometer lang hangt hij sinds 1909, net een eeuw dus, boven de East River. De brug heeft op de bovenste laag vier rijbanen opgesplitst in twee rijbanen aan iedere kant van de brug, in het middelste gedeelte van de bovenste laag bevindt zich niets. Twee rijbanen gaan naar Manhattan en de andere twee gaan naar Brooklyn. Op de onderste laag bevinden zich 3 omkeerbare rijbanen, een fietspad, Vier metrolijnen en een voetgangerspad. De drie onderste rijbanen worden gebruikt richting Manhattan tijdens het ochtendspitsuur en richting Brooklyn tijdens het avondspitsuur.

 

Terug bij halte South Street Seaport. Vanwege de snelle verwerking van de passagiers staat er nu een Gray Line Express klaar die je rechtstreeks, en zonder stops, naar Times Square zal rijden. Op dit aanbod gaan we in. Genoeg Gray Line gehad vandaag. Bovendien begint het steeds frisser te worden op de dakloze tweede etage. En zo belanden we in ‘no time’ (hoewel) in het hectische hart van Midtown Manhattan. Het voordeel? Een langere avond om in te vullen. John gaat ons verrassen, kondigt hij aan.

January 22nd, 2010

SLEEPLESS IN MANHATTAN 11

Posted in: Travels — admin @ 20:11

Met de Gray Line naar Pier 17: voor al uw kerstartikelen

 

New York is a city where one can get a more intensive view of our society than any place in the world.

Alan J. Pakula, director, Klute

 

Het is grijs. En het neigt naar regen op deze vrijdagmorgen. Fox News zei het al toen ik om een uur of half acht uit mijn nest sprong: kans op regen, vooral ’s morgens. Om direct over te schakelen naar videobeelden van een nachtelijke schietpartij in een bar in de Bronx. Opgenomen door een van de aanwezige klanten. En vervolgens weer terug naar de rode draad van alle nieuwsuitzendingen: de Swine Flu. Verantwoordelijken ronken over miljoenen doses vaccins. Maar daarnaast is er nogal wat kritiek op de trage logistiek. En, wat erger is, er is op dit ogenblik nog geen tien procent van het mogelijk bestelde aantal vaccins beschikbaar. De gezondheidszorg zal ook de komende jaren een hoofdpijndossier voor Barack Hussein Obama blijven, dat is zeker. Onmiddellijk na het item over de Swine Flu volgt een aantal reclamespots waarin privéklinieken zich aanprijzen om je een bijna eeuwigdurend en probleemloos leven te beloven. Tegen stevige betaling, uiteraard.

Afgelopen nacht al minder wake-ups dan de nacht daarvoor. Alleen om twee uur, nauwelijks ben ik in slaap gevallen, en om bijna zes uur. Daarna lukt het me niet om weer in slaap te vallen. Sleepless in Manhattan? Zeker.

 

Veel subwaylijnen zullen vanaf vandaag dood zijn vanwege het grootschalige onderhoud dat mayor Bloomberg zijn stad wil schenken voordat de winter genadeloos toeslaat. Grote koppen op het tv-scherm moeten alle New Yorkers duidelijk maken dat het menens is. NEW YORK SUBWAY UNDERMAINTAINED FOR DECADES en SUBWAY CHAOS THIS WEEKEND. Van de 19 lijnen zullen er 17 under repair zijn, drie dagen lang. Om nog eens extra te onderstrepen dat het menens in met de veiligheid in de subway volgen ook nog eens beelden van de arrestatie van ene Zazi, aangeduid als ‘moslimterrorist’ omdat hij bommen wilde laten exploderen in de ondergrondse van New York City.

 

Toch maar New York in. We laten ons niet afschrikken. Niet door het lamleggen van de subway. En niet door mogelijk nog vrij lopende moslimterroristen. Het is nog droog, maar dat zal in de loop van de ochtend veranderen. Op de brede trottoirs van Fifth Avenue, voor het Empire State Building, staan ze dagelijks: de in rode jacks gehulde verkopers van tickets voor de toeristenbussen van de Gray Line. Voor 54 dollar per persoon kopen we een dagkaart. Tussentijds overstappen op een andere route van diezelfde Gray Line is mogelijk. HOP ON – HOP OFF. Er zijn drie mogelijke routes, waarbij de overstap bij Pier 17 het mogelijk maakt de Brooklyn Loop te doen. De Uptown Loop er ook nog bij doen, dat lijkt een brug te ver. Even niet hoeven lopen, trekt ons over de streep. En anders de dreigende lucht wel.

 

Voorlopig dus maar de Downtown Loop. Voor een deel zullen we bekende plekken terugzien, maar nu vanaf het open dak van de rode dubbeldekker van de Gray Line. Dat is geen pretje, deze ochtend, want er staat een stevige wind en het begint ook nog eens te miezeren. Tot overmaat van ramp zijn de gele plastic regenponcho’s ‘uitverkocht’. Pas na een paar stops haalt de reisleidster een paar dozen poncho’s op bij een bevriende collega van dezelfde firma. Als glimmend gele kanaries crossen we bovendeks door het grijze New York.

Eerst langs het prachtige strijkijzer van het Flatiron Building. Vervolgens via het Union Square District en heel grote lus naar Greenwich Village en het Washington Square Park. Verder gaat het: Soho – Broadway – Chinatown – Church Street. We naderen downtown Manhattan. City Hall herkennen we. In de buurt van Wall Street is er een kleine pauze vanwege de filmopnames die er plaatsvinden. Een van acteurs staat startklaar voor het afdalen van de trappen van zijn woonhuis. Maar eerst worden zijn haren nog even onberispelijk glad gekamd. Toegestroomd publiek volgt het met argusogen, hoewel het in New York bijna dagelijkse kost is. De stad verdient er 10 miljard dollar per jaar aan.

Battery Park; even uitstappen om iedereen de gelegenheid te geven wat digitale fotoshoots los te laten op deze oase in de stad: Bowling Green. En vervolgens via South Street naar Pier 17. En daar breekt eindelijk de zon door. De regen is afgezworen voor de rest van de dag.

 

South Street Seaport heet het hier bij het kleine haventje rond Pier 17, aan de oostzijde van Lower Manhattan. ’s Zomers is hier van alles te doen: straatartiesten vertonen er hun kunsten en regelmatig vinden er dansavonden plaats op de planken van de kade. Vandaag is het een stuk rustiger. Er is een grote stand van nieuw sportschoeisel. John en Rianne, sportiever als ik, zijn meteen geïnteresseerd. Verder moeten we regelmatig rekening houden met lange slierten skaters die blijkbaar aan hun weekendtour begonnen zijn. Geen subway, dan maar de skates onder gebonden.

 

De zon wordt zelfs uitbundig en levert fantastische beelden op van de historische schepen die hier liggen aangemeerd. De gele New York Watertaxi maakt zich klaar voor de oversteek naar Brooklyn. De East River glimt op zijn zondags. We zijn toe aan de koffiebreak, na eerst nog een tijd met zeemansogen het water over getuurd te hebben. Sightseeing vanaf Pier 17. Geen piraten in zicht, en zeker geen Halve Maen zoals 400 jaar geleden, toen Hudson in opdracht van de rijke Hollanders kwartier ging maken in Manhattan.

Koffie dus op het buiterras van bar-restaurant Sequoia, een met veel zeemansspullen opgetuigde tent. Het is fris aan het water, en de wind is nog steeds straf. Maar er is zon.

 

Het winkelcentrum van South Street Seaport is typisch Amerikaans. Een hoog plasticgehalte, dus. Maar loop je verder de eerste verdieping op, dan heb je aan de achterzijde van het winkelcomplex een schitterend uitzicht over bekendste bruggen van de stad: de Brooklyn Bridge, de Manhattan Bridge en de Williamsburg Bridge. Je kunt natuurlijk beneden op het plankier buitenom lopen om van hetzelfde uitzicht te genieten, maar de East River overzien vanuit een iets hoger standpunt, dat heeft wel wat.

 

Geen spectaculair winkelcentrum, dus. Maar we komen er desalniettemin financieel niet ongeschonden weg. Christmas is coming! En in New York kun je daar niet vroeg genoeg mee beginnen. We lopen een winkel binnen die helemaal is omgebouwd tot Christmas Shop. Christmas in New York, heet de zaak. Edelkitsch zoals je bijna nergens ziet. Alles glimt, geeft licht, of is in beweging te brengen. Het kerstgevoel daalt ongemerkt bij ons in. En in een denkbeeldige arrenslee word je meegevoerd naar alles dat niet goud is wat blinkt. En zo slagen duistere krachten er in Gemma en mij een aantal kerstattributen op de toonbank te leggen die we ook nog af gaan rekenen: glimmende kerstengeltjes van namaak goud en kunsthars, acryl kerststerren die met namaak gouddraden zijn doorweven. Voor in de kerstboom, thuis. De schade bedraagt 65 dollar en een paar dollarcent. Ook John en Rianne laten zich in de luren leggen door de New Yorkse Santa Claus.

 

En dan wil je weer op de Gray Line stappen. Dat willen tweehonderd anderen ook. Samengevat: het is een chaos. Lange rijen, en nauwelijks bussen. De lamgelegde subway eist zijn tol. De organisatie om de verschillende bussen te vullen laat ook na. Het loopt van geen kant. Wel veel gebaren, en verplaatsingen van de wachtrijen (de toeristen kunnen immers twee verschillende loops kiezen), maar dat er vaart in komt, nou: nee. We overwegen nog even het programma om te gooien. De omstreden tentoonstelling Bodies is te bezoeken in een gebouw tegenover Pier 17. Through the sensitive presentation of actual whole-body specimens and individual organs, this awe-inspiring exhibition will reveal how your body works by exploring it from the inside-out. Bodies… The Exhibition examines the intricacies and complexities that lie beneath your skin through the use of a unique polymer preservation process applied to real human bodies.  Het lijkt een aantrekkelijk alternaties, maar ook hier een lange rij voor de entree.

Toch maar wachten op de bus die de Brooklyn Loop gaat doen. Alles bij elkaar zal het een drie kwartier duren. Maar dan kunnen we instappen. Een skyride over Chinatown. En dan vliegen we over de machtige Manhattan Bridge Brooklyn binnen.

January 13th, 2010

SLEEPLESS IN MANHATTAN 10

Posted in: Travels — admin @ 10:35

Brooklyn: avond in Pete’s Downtown met view op Manhattan

 

This is rare: we got on the floor of the Stock Exchange for forty-five minutes-during trading hours. This is the real thing; there are no extras. These a real traders. Man, it was great.

Oliver Stone, writer-director

 

Wallstreet. De New York Stock Exchange. Die weerzinwekkend grote Amerikaanse Stars and Stripes aan de buitengevel. Eronder een groot spandoek van PAMPA ENERGIA – The Largest Fully Integrated Electricity Company In Argentina. Wallstreet. De NYSE. Bijna dagelijks word je er in deze economisch barre tijden mee geconfronteerd. Het doet vertrouwd aan. En in de smalle straten die het met veel bypasses overeind gehouden financiële hart van de VS voel je je alsof je in een betonnen aquarium beland bent. Je hebt moeite moeten doen om er überhaupt te komen: John moet bijna over de stootblokken klimmen. En ijzeren obstakels moeten bomauto’s en andere aanvalsvoertuigen tegen houden. Een beetje onwennig kijken de toeristen om zich heen. Verzeild geraakt op een plek waar je helemaal niks in te pap te brokkelen hebt. Ook al keldert de waarde van de dollar met de dag. Wel gunstig natuurlijk.

 

Zelfs de zwaar bewapende en gehelmde politieagenten van de NYPD EMERGENCY SERVICE kunnen Gemma en Rianne niet van schrik doen verbleken. De automatische geweren in de aanslag, dat dan weer wel. Maar ze willen zich zelfs door mij laten fotograferen. Daar zou je in Afghanistan niet mee wegkomen. Zelfs in het vroegere Belfast niet. En George Washington blijft van een afstandje alles in de gaten houden. Stoïcijns. Al jaren.

 

De schaduwen worden langer. De lucht kleurt meer oranje. De avond kruipt langzaam de ravijnen van New York binnen. En we hebben nog een flinke wandeling voor de boeg. Dat wordt doorstappen, dus. Haasten, eigenlijk. Slalommen vanwege opgebroken weggedeelten. Via een onder de aanloop van de Bridge verscholen trap sta je dan ineens op de brug. Bijna twee kilometer heb je dan voor de boeg om in Brooklyn te komen.

Als altijd ben je niet de enige. Terwijl het autoverkeer onder je doorraast ben je ineens aan het genieten van een wijds en weergaloos landschap. De East River stroomt gladjes 40 meter lager onder je door. De spiegel van het water begint langzaam oranje te kleuren. Achter je beginnen de contouren van Manhattan zich steeds zwarter af te tekenen tegen de steeds kleuriger wordende avondlucht. Een filmdecor. Celluloid Skyline, volgens James Sanders, de auteur en vormgever van twee prachtboeken over filmstad New York: CELLULOID SKYLINE (New York and the Movies) en SCENES FROM THE CITY (Filmmaking in New York). Ondertussen beweegt zich een niet aflatende stroom voetgangers en fietsers zich in beide richtingen: naar Brooklyn of Manhattan. Mijn voeten beginnen aardig te branden. En ook Rianne en Gemma moeten alle zeilen bijzetten om de ene voet voor de andere te blijven zetten. John filmt als een gek, en kan op die manier het tempo aardig drukken. Maar het is zaak tijdig de overzijde te bereiken en te genieten van de sunset over Manhattan. Onder de Brooklyn Bridge. Een mooiere plek is nauwelijks denkbaar op deze bijna zoele avond.

 

Eenmaal de brug over moet je nog een fikse wandeling aan die al door jou vandaag gemaakte kilometers. Terug naar de oever van de East River. Ik spreek een Brooklyner aan die keurig in een grijs kostuum zijn kleinkinderen naar huis brengt. Simon. Het blijkt een oud-docent te zijn, maar verdient de laatste jaren zijn geld vooral als handelaar in kantoorartikelen. Hij praat honderd uit. Zeker, hij kent de buurt. Woont er ook. En hij zal me het mooiste uitzicht van New York op het Empire State Building laten zien. Het Empire State Building vanaf Brooklyn gezien onder een van de bogen door van de Manhattan Bridge, die andere gigant, bijna parallel lopend aan de Brooklyn Bridge. Simon heeft niks teveel gezegd. Het uitzicht op het ESB is een plaatje: de top baadt nog even in het lage oranje floodlight van de sunset. We geven elkaar de hand, nemen afscheid. Hij duikt met zijn twee kleinkinderen een zijstraat in. Wij lopen verder in de richting van het park tussen de Brooklyn Bridge en de Manhattan Bridge. De straten waar we doorheen lopen zijn wel aan een stevige onderhoudsbeurt toe. Het asfalt vertoont grote open plekken waardoor de kinderkopjes van de laag eronder zich laten zien als in de Hel van het Noorden tijdens de wielerklassieker Parijs-Roubaix.

 

Meer dan een uur zitten we op een bank aan de oever van de East River. Langzaam gaat de kerstverlichting aan in al die zwarte skyscrapers van Manhattan. Ook op de stalen lianen die de gotische bogen van de Brooklyn Bridge met elkaar verbinden gaan de verlichting aan. Ondertussen spat een grote oranjegele vlek in het vage blauw door de strakke verticale kabels van de brug. Pier 17 is verlicht als een kermisattractie. Honderd meter voor ons tekent zich een uitbundig bruiloftsgezelschap af tegen de heldere lucht boven het water. Romantischer kan bijna niet. Achter me dendert de subway ratelend over het zwarte staal van de Manhattan Bridge. Mijn Canon A640 weet van geen ophouden. En John leeft zich uit als Woody Allen.

Dit is DUMBO: Down Under the Manhattan Bridge Overpass, een van New Yorks meest indrukwekkende landsmarks. DUMBO: zo wordt de buurt, dus niet alleen het gedeelte aan de oever, genoemd ligt tussen de Manhattan Bridge en de Brooklyn Bridge ligt. In de wijk bevinden zich nogal wat bekende kunstgalerieën, en – niet onbelangrijk – je vindt er voortreffelijke restaurants en bars. Ik heb voor straks gereserveerd in Pete’s Downtown.

 

Brooklyn, 2,5 miljoen inwoners. Een wereldstad op zich. Tot 1898 was het nog een zelfstandige gemeente. Daarna werd het een van de vijf buroughs van het grote New York. Een paar jaar daarvoor, in 1883, was er met de bouw van de Brooklyn Bridge een einde gekomen aan de tot dan toe enige verbinding met Manhattan: de veerpont. Om de Nederlandse roots duidelijk te maken koos Brooklyn (Breukelen) ‘Eendraght maeckt maght’ als wapenspreuk. Afgezien daarvan doet Brooklyn een stuk rustiger, zeg maar meer Europees aan dan rijke broer Manhattan.

Een van de volgende dagen zullen we ook overdag in Brooklyn rond gaan struinen. Maar op dit ogenblik begint de maag te knagen. Een korte wandeling langs het grote bakstenen gebouw waar zich het bruiloftsgezelschap van even daarvoor bevindt. Buiten staat een rij van minstens honderd vijftig mensen te wachten om binnen te kunnen voor de receptie. Als overal in New York gaan geduw en getrek als in Nederland, maar een ontspannen afwachten. Gelukkig is de temperatuur nog steeds gewoon zomers.

 

Na een paar honderd meter loop je tegen Pete’s Downtown, 2 Water Street Brooklyn, aan. The Most Spectacular View of the Manhattan Skyline and Brooklyn Bridge - A Landmark Restaurant - Four Generations of Service - Since 1894 Located in Brooklyn along the East River, Pete’s Downtown offers the most spectacular view of the Manhattan skyline and Brooklyn Bridge. This landmark restaurant has been a family tradition since 1894. Join us at Pete’s for a great exceptional Italian cuisine in a warm and friendly atmosphere.

Ik heb het al vanuit mijn luie stoel thuis bekeken, en er een tafel gereserveerd. Hoewel Sharon, Pete’s vrouw, me niet helemaal een tafel aan het raam kan garanderen zoals zij in zijn retourmail aangeeft. We take reservation, not request for tables. We have a full service bar and you are welcome to wait for a table by the window if there is not one available at the time of your arrival. Thank you for your reservation. Sharon Thristino

 

Als ik als eerste naar binnen ga, is onmiddellijk duidelijk wie Pete is. Ik spreek hem aan, en in no time heeft hij een tafel geregeld. Weliswaar niet aan het raam, maar de tent zit aardig vol. Het wordt een plek in het midden, en niet in de tweede ruimte vanwaar je helemaal niet over de East River naar Manhattan kunt kijken. Vlotte bediening. En er wordt in ieder geval fatsoenlijk uitgelegd wat er in de aanbieding is. Niet flauw met water en brood: het staat er snel. Gemma en ik gaan voor de local fish die niet op de menukaart staat, maar door de ober zeer wordt aanbevolen. Uiteraard met alles erop en eraan. Het water loopt hem zowat uit de mond. John en Rianne storten zich op de veal scaloppino: slices of veal topped with eggplant, prosciutto, mozzarella, white wine, and fresh tomato. Voor de ladies een Italiaanse rode wijn  (we zitten niet voor niks in een Italiaans restaurant) en Joh en ik gaan voor het local beer: Brooklyn Lager. Om het in stijl af te ronden als dessert een meer dan voortreffelijke home made tiramisu.

 

De reviews op de verschillende websites (die ik thuis ook al even had ingezien) hebben niet overdreven: AMAZING! The view, The specials, The staff! I have been there several times and never been upset. You dine with a magnificent view of The Brooklyn Bridge and Manhattan skyline and a relaxed atmosphere. I’ve ordered Rigatoni Pete’s and another time Rigatoni Portabella and was set back by how amazing it tasted. I always recommend this place to out of town-ers and anyone looking for a special or relaxed night as it provides the atmosphere, sight, divine food,wine,desserts all for a great price.

 

En dan sta je ineens weer buiten. Na nog afscheid genomen te hebben van Pete die tot bijna op straat met me meeloopt. Nacht in Brooklyn. En aan de overkant de skyscraper-kerstbomen van Manhattan. Er heerst een bijna dorpse rust in Brooklyn die van tijd tot tijd verstoord wordt door de subway die vanaf de Manhattan Bridge hoog over ons heen dendert. Pas een eind verder gaat hij weer ondergronds. Zoeken naar het dichtstbijzijnde metrostation. Het wordt York Street. Maar vanwege de hier al in gang gezette renovaties die het hele weekend het ondergrondse verkeer bijna lam zullen leggen, rijden niet alle lijnen.

 

Een dronken baardaap probeert ons nog even op een zijspoor te rangeren door te beweren dat er helemaal geen trein meer zal stoppen. Dat lijkt me niet reëel. Nog maar even wachten, dus. En het wachten wordt beloond, want tien minuten later stopt de F-Line. Waarmee we zonder overstappen kunnen doorrijden naar Herald Square, vlakbij het hotel. Bovengronds heb je onmiddellijk in de gaten dat je weer in Manhattan bent, in the city that never sleeps. Het loopt tegen middernacht. Het nachtelijk uitgaan is nog maar net begonnen. In 33rd Street nodigen de Irish pubs je naar binnen. Maar zelfs John constateert dat zijn dorst beheersbaar is. En ikzelf denk alleen nog maar aan de schilderijen van Edward Hopper, En vooral aan zijn Nighthawks uit 1942: een New Yorks café in de nacht, goed verlicht maar niet echt uitnodigend om er naar binnen te stappen. Desolaatheid troef. Maar tot nu toe heb ik helemaal geen kroeg gezien die ook maar in de verste verte doet denken aan het wereldberoemde café van Hopper.

January 4th, 2010

SLEEPLESS IN MANHATTAN 9

Posted in: Travels — admin @ 11:44

De Freedom Tower komt langzaam bovengronds op Ground Zero

 

…At the end of Ground Zero scene you see some workers, with rakes in their hands, looking for human remains. That was their job. Some stupid journalist asked me, were those actors? Not actors. Everything we shot was real.

Spike Lee, director, 25th Hour

 

Op het allerlaatste moment besluiten we toch nog even een snelle maaltijd naar binnen te werken in de periferie van Chinatown. Het wordt een nondescipte tent die alles wat in de keuken wordt klaargestoomd op kleurige afbeeldingen achter het raam staat aangeprijsd. Een kind kan de was doen. Gewoon aanwijzen. Dat doen we dan ook. Een schreeuwerige, schelle stem zet tien minuten later de dampende schotels op tafel. Er wordt nog wat geschreeuwd, maar ook al gaat de kleine Chinese harder en harder schreeuwen, ze slaagt er niet onmiddellijk in om duidelijk te maken wat ze bedoelt. We willen nog wel wat drinken. En laat ze dat nou bedoelen. Yes, yes! Gewoon een diet coke. Binnen een half uur is het Chinese voedsel (noedels, veel groenten, alles goed gekruid) naar binnen gewerkt. En staan we weer buiten. Waar zojuist een grote witte takelwagen van de Empire Erectors uit de Bronx bezig is een gestrande Chrevrolet op te tillen.

 

Het centrum van de macht ligt in New York in en rondom het Civic Center. Niet alleen loop je daar ongewild tegen de protserige City Hall aan, maar naast al die protserige pseudo Europese ‘tempels’ is er gelukkig ook nog het uit 1913 stammende Woolworth Building, misschien wel de mooiste wolkenkrabber van New York. Vooral vanwege zijn bijna gotische gevelpartijen doet het 241 meter hoge gebouw bijna denken aan een Europese kathedraal. Ook vanmiddag schitteren de witte gevels in het licht van de lage zon.

 

De macht van Civic Center ligt ingeklemd tussen Broadway (west), Chinatown (noord), De Brooklyn Bridge en East River (oost) en het Financial District (zuid). Vanuit hier regeert multimiljardair Mike Bloomberg over ‘zijn’ stad. Als een verlicht despoot. Maar toch zo gewoon gebleven. Je kunt het met eigen ogen lezen op zijn site: Michael R. Bloomberg is the 108th Mayor of the City of New York. Born on February 14, 1942 in Boston and raised by middle-class parents in Medford, Massachusetts, he was taught at an early age the values of hard work and civic responsibility. He attended Johns Hopkins University, where he paid his tuition by taking loans and working as a parking lot attendant during the summer. After college, he went on to receive an MBA from Harvard Business School. In 1966, he was hired by Salomon Brothers to work on Wall Street. De biografie gaat vervolgens ronkend verder met alles wat hij voor de stad betekend heft. Om te eindigen met: Mayor Bloomberg is the father of two daughters, Emma and Georgina. Twee maanden na de terroristische aanvallen op het World Trade Center werd hij gekozen tot burgemeester van New York, als opvolger van Rudi Giuliani.

 

Het grijs van de City Hall en het Supreme Court lijken zich als een kameleon aangepast te hebben aan de grijze lucht daarboven. Voor duidelijke kleuren als zwart en wit zorgen de bruidsparen die uit het stadhuis de trappen afdalen. Een dikke pikzwarte neger in stemmig zwart kostuum met deftige hoge zwarte hoed heeft een kwartiertje of zo geleden zijn jawoord gegeven aan een minstens zo mollige negerin die opgeslokt lijkt door een uitbundige witte trouwjurk. En of de duvel er mee speelt: nu begint langzaam de zon door te breken. Toch nog een zonnige trouwdag. Er staat inmiddels al weer een nieuw koppel op de trappen. Tijd om richting Ground Zero te wandelen.

 

Ook deze keer lopen we bijna abusievelijk tegen Saint Paul’s Chapel aan. Een oase in het hectische New York. Ook al vanwege het bijna dromerige kerkhofje dat de kerk omringt. Sinds 1760 is heel Manhattan op de schop gegaan. Saint Paul’s Chapel niet. St. Pauls’s developed a reputation as Downtown’s most peacefull oasis – a role suddenly transformed by the collapse of the World Trade Center, directly across Church Street. Within a month of disaster, St. Paul’s had organized a massive relief effort. From October 2001 through June 2002, volunteers from all over the country provided recovery workers with food, cots and teddy bears, while chaplains offered comfort and moral support. Thousands of visitors to the Chapel turned its wrought-iron fence into un impromptu memorial covered with posters, flags, letters and more. Al voordat je naar binnen loopt heb je het verhaal gelezen. En het wonder ervaren. Want het is het enige gebouw in de directe omgeving van de Twin Towers dat geen schade geleden heeft na de ineenstorting ervan. Gods Hand? En stonden er daarom die eeuwenoude bomen om de hardste klappen op te vangen?

 

Herfstbladeren liggen op het nog groene gazon tussen de scheefgezakte grafzerken. Sommige ervan bemost of groenig uitgeslagen. Soms is de naam van degene die een meter diep begraven is, zelfs niet meer leesbaar. Die oase van rust is daarom bijna letterlijk op te vatten. De doden zijn onzichtbaar geworden. Zoals de New Yorkse auteur Paul Auster zijn hoofdpersonen vaak op laat lossen in de ruimte tussen de wolkenkrabbers van de city. Zoals in zijn New York Trilogy: City of Glass, Ghosts en The Locked Room uit het midden van de jaren ’80. En nu weer in zijn laatste roman Invisible. Ik loop de eeuwenoude St. Paul’s binnen. Het is er niet echt druk.

 

TO NEW YORK CITY AND ALL THE RESCUERS: KEEP YOUR SPIRITS UP… OKLAHOMA LOVES YOU!! Ik loop weer langs de tientallen foto’s, afscheidsbrieven, brandweer- en politiebadges uit alle windstreken van de Verenigde Staten, en uit de rest van de wereld. Stephen G. Siller FDNY – Danny Correa – Tommy Sullivan 40th Birthday – Melissa Renee Vincent 10/24/1972-9/11/2001 your radiant smile touched our lives with the beauty of your soul.  POLICIA DE PUERTO RICO – CAROLINE COUNTY DRUG TASK FORCE – METROPOLITAN POLICE DISTRICT OF COLUMBIA – FIRE SERVICES TORONTO – FEUERWEHR HAMBURG – HEALDSBURG, CA FIRE DEPT.

De gedenkboeken staan vol harten onder de riem. New York komt er weer bovenop. We zullen het nooit vergeten. De wereld hield even de adem in, maar leeft nu verder. De menselijke geest zal overwinnen. We denken nog alle dagen aan je. Ik kan het nog altijd niet geloven. Je was een held. NYFD duizend maal dank!

 

De hekken draaien open en grote vrachtwagens rijden naar buiten om nieuwe bouwmaterialen op te halen. De Mexicanen onder hun gele helmen steken hun duim in de lucht. Alles gaat goed. Via een brede loopbrug kom je vervolgens in het World Financial Center. Hier en daar heb je al zicht op de gigantische bouwput van Ground Zero. Maar het echte panorama ontvouwt zich pas voor je achter het hoge glas van de wintertuin. Nu de zon terug is worden de kranen honderdvoudig weerspiegeld in de glazen gevels van de weer helemaal gerenoveerde kantoortorens rondom de rampplek van 11 september. Toch vallen de vorderingen ten opzichte van vorig jaar mij tegen. Ook toen al begon men bovengronds te komen. Op dit ogenblik is er slechts hier en daar een stalen geraamte dat enkele tientallen meters boven de Hudson uitsteekt. In China zouden ze al honderd meter de hoogte in geklommen zijn. Hoe de nieuwe Freedom Tower van architect Daniel Libeskind eruit gaat zien, dat kun je op verschillende plekken op de omheining met eigen ogen zien. De toren zal een hoogte krijgen van 1776 voet (541 meter) wat het jaar 1776 symboliseert, het jaar waarin het Amerikaanse Congres de onafhankelijkheidsverklaring aannam. De hoogte tot het hoogste dak zal 415 meter bedragen. Op 27 april 2006 is de bouw van de funderingen officieel begonnen, de bouw zal naar verwachting worden afgerond in 2012 of 2013. Naast de Freedom Tower komen nog vijf andere kantoortorens waarvan er al één klaar is (WTC7). Als laatste zal er een herdenkingsmonument, REFLECTING ABSENCE, op het nieuwe WTC-complex verrijzen.

 

IN NEW YORK EN DOMWEG GELUKKIG, heet het boek van Jan Tromp dat hij in de vier jaar van zijn correspondentschap voor de Volkskrant schreef. Een van de hoofdstukken is gewijd aan de gevolgen van 9/11. “De aanslagen op het WTC hebben de staat, zo lijkt het, dieper gekwetst dan de straat. Op straat is het leven gewoon doorgegaan. Het is duurder geworden, misschien ook nog wat jachtiger. Maar niet per se schizofrener of traumatischer”, schrijft Tromp. “Niemand in New York zal niet in de taxi stappen omdat een Pakistaan of Arabier achter het stuur zit. Voor de meeste New Yorkers geldt dat met 11 september goed te leven valt. De cafés en restaurants zitten avond aan avond vol. De stad is trots op zijn veiligheid, op de nog steeds dalende misdaadcijfers. En er komt een jaar dat de Yankees dan wel de Mets weer eens de worldseries winnen”. Dat laatste gaat er dit jaar van komen: de New York Yankees gaan de worldseries winnen, dat staat voor elke New Yorker vast.

 

In een interview in Rolling Stone zei burgemeester Bloomberg dat zijn New Yorkers zich niet moeten laten ‘opfokken’ door dreiging voor nieuwe aanslagen. Roken is veel gevaarlijker, volgens de burgemeester, om maar te zwijgen van oversteken zonder eerst naar links en naar rechts te hebben gekeken.

 

Met verbazing en ongeloof sta ik weer de kijken naar de rampplek van toen. Zoals iedereen van mijn leeftijd feilloos weet waar hij was toen president John F. Kennedy in Dallas werd doodgeschoten, zo weet tegenwoordig iedereen waar hij was toen hij de berichten door kreeg dat er iets verschrikkelijks gebeurd was op Manhattan.

Ik zit in mijn kantoor op school te werken als een van de docenten door de openstaande deur iets naar binnen roept over aanslagen in New York. En dat het rechtstreeks op tv wordt uitgezonden. Ik spoed me naar de ruimte naast de bibliotheek waar een tv staat. Die staat al aan, en andere medewerkers kijken verbijsterd naar een van de Twin Towers. Die in brand staat. Die verbijstering zal niet veel later raken aan ongeloof en angst als een tweede vliegtuig zich te pletter vliegt op de andere toren. Met een gigantische vuurbal als gevolg. Ik kijk het even aan. En rijd dan naar huis. Waar Gemma de uitbraak van een Derde Wereldoorlog voorspelt nu ook nog eens aanslagen op het Pentagon en het Witte Huis gemeld worden. Die aanslag op de ambtswoning van president Bush blijkt gelukkig uit te blijven. Maar de hele wereld is in paniek.

 

Het gapende gat voor mij gaapt niet meer. Het is volgebouwd met betonnen constructies. De nieuwe ondergrondse WTC-wereld nadert zijn voltooiing. Mijn bewondering voor het bijna kinderlijke optimisme van de New Yorkers en de Amerikanen groeit. Het zal ze geen tweede keer overkomen. Pearl Harbour was destijds ver weg, maar in het hart van de staat getroffen worden, dat vraagt onmiddellijk om een harttransplantatie zonder weerga. De Freedom Tower, dus.

 

In het grote atrium van het luxe winkel- en kantoorcentrum World Financial Center wordt ondertussen alles in gereedheid gebracht voor een jazzconcert later op de dag. De stoelen staan klaar; de eerste fans zitten er al. Tonight Arts World Financial Center presents MONK at 92 – PIANO MARATHON 5.00-9.00 p.m. Winter Garden - BROOKFIELD Maar buiten is het aantrekkelijker. Even op de plaats rust. Dat kan uitstekend op een van de vele terrassen aan de North Cove, een kleine binnenhaven aan de Hudson die overgaat in de Battery Park City Esplanade, vlak achter het World Financial Center. Hoewel. Niet op alle terrassen: SEATING FOR FINANCIER PATRONS ONLY. Daar dus niet. Maar de zon gaat uitbundig tekeer. En we genieten van de flessen drank die we even van te voren hebben aangeschaft in een van de bars in het WFC. Beer voor John, diet coke voor mij. De ladies een watertje uit de Niagara Falls.

December 31st, 2009

SLEEPLESS IN MANHATTAN 8

Posted in: Travels — admin @ 15:51

Met Martin Scorsese in Chinatown en Little Italy

 

My heart was really in the Little Italy sequences, in the old streets of New York, the music, all that turn-of-the-century atmosphere.

Francis Ford Coppola, director, The Godfather

 

Ineens sta je midden in de grootste Chinese stad van het westelijk halfrond. Chinatown. Een wijk met 300.000 inwoners. Voertaal: Chinees. Hier en daar een pagode op het dak van een slordig woonblok. De laatste honderd jaar is de wijk explosief gegroeid, vanuit het episch centrum dat je moet zoeken rondom Mott Street en de beruchte Five Points. In het laatste kwart van de 19e eeuw groeide de Chinese bevolking er langzaam: 200 in 1870, 7000 in 1900 (waarvan slechts 200 vrouwen). Veel van de activiteiten in Chinatown zijn niet officieel. Er wordt gewerkt onder het minimumloon en transacties zijn cash en zwart. De zwartgeld economie stelt grote aantallen nieuwe immigranten te werk die de taalkennis ontberen om beter werk te vinden. Dit systeem lokte de kledingindustrie naar Chinatown met grootschalige werkplaatsen waar tegen zeer slechte arbeidsvoorwaarden werd gewerkt. Daarnaast zijn vooral ook toerisme en restaurants belangrijke inkomstenbronnen.

 

Kortom: een ideale voedingsbodem voor crime, geweld, drugs. Een goudmijn voor filmmakers als Martin Scorsese, geboren in New York maar van Siciliaanse origine. Die om die reden ook nog eens met gemak de andere kant, die van de Italiaanse maffia in Little Italy, voor zijn rekening kan nemen. Beelden van zijn Gangs of New York duiken op in mijn kop. Leonardo di Caprio en Cameron Diaz. In een tijd dat de bendes het nog voor het zeggen hadden. Maar ik voel me op mijn gemak, hier op Mulberry Street. Maar Doyers Street, vroeger een doodlopende steeg die bekend stond als Bloody Alley, zal ik mijden, ook al vechten de tongs er hun vetes niet meer uit.

 

Het miezert. De paraplu’s worden omhooggestoken. Een ideaal décor voor CSI New York. Kleine shops uitpuilend van kruidenierswaren in Mulberry Street. Bor Kee Food Market. Wonton Food. Of de te glimmen de gouden namaakjuwelen tussen Mott en Bowery. Diamond Corner. Lai Hong Juwelry Corp. Good Luck Juwelry Corp. De vreemde vissen en schaaldieren in de houten bakken op de trottoirs bij Baxter Street. En de ongelooflijke bric-à-brac waarover je bijna blijft struikelen, stratenlang. De exotische groentestallen. Onherkenbare vruchten en paddenstoelen. De restaurants, wel honderden moeten er zijn. En allemaal al in vol bedrijf, ondanks het nog relatief vroege uur van de dag.

 

Het wegdek is op veel plekken aan flarden gereden. Grote plassen water zorgen voor kleine ondiepe meren in Mulberry Street. Veel kleine vrachtwagens. Leveranciers van alles wat je je maar wilt bedenken. Een enkele yellow cab. En kleine Chinese vrouwen schuifelen over het trottoir. Steken in hordes over naar de andere kant van de straat. Geen een paraplu. Dikke winterjassen al. Half doorweekt. De boodschappentassen volgepropt met verse groenten. Chinese mannen, al even klein en doorgroefd, sjouwen of duwen zwaardere spullen. Een verre grimas op hun bleke gezicht.

 

Het wordt langzaam tijd voor een koffiebreak. Daarvoor moet je gewoon even verder lopen, of terug lopen. Het is maar hoe je het bekijkt. In ieder geval moet je in Little Italy zijn dat de laatste jaren zijn imperium heeft zien verschrompelen onder invloed van de steeds meer straten opkopende Chinezen. In het verleden strekte de Italiaanse wijk zich uit tot Bayard Street in het zuiden, Bleecker in het noorden, Lafayette in het westen en de Bowery in het oosten. Tegenwoordig concentreert Little Italy zich in een deel van Mulberry Street, tussen Broome Street en Canal Street. De rest van de straat is geannexeerd door de Chinezen. Het zijn vooral de restaurants en de cafés die de toeristen trekken. Het gerucht gaat dat de maffia en de georganiseerde misdaad er nog steeds vaste voet aan de grond hebben. Mulberry Street 247, waar mobster John Gotti de deur plat liep in de Ravenite Social Club. En een paar woonblokken terug, op nummer 129, werd in Umberto’s Clam House ganster Joey Gallo met kogels doorzeefd. Maar dat was in 1972.

 

De cappuccino moet nog even geduld hebben. Mijn aandacht wordt getrokken door de met ijzeren hekwerk afgeschermde binnentuin van de Most Precious Blood Church and National Shrine of San Gennaro. De kerk wordt gerund door de Franciscan Fathers, een begrip. Dit is New Yorks centrum van het katholieke Italië. San Gennaro, de patroon van Little Italy waarvoor elk jaar op 19 september een grote processie hier door de straten trekt. Aan de muur staan de wekelijkse mistijden aangegeven, en dat zijn er heel wat. ’s Zondagsmiddags om twee uur is er zelfs een mis in het Vietnamees.

 

Ik loop de binnentuin in, gevolgd door John. De ladies staan te likkebaarden voor een delicatessenzaak aan de overkant. De binnentuin is on-New Yorks: beelden, bloemen, een pergola, water, en: een Wall of Fame de geverfd is in de kleuren van de Italiaanse tricolore. Op de muur prijken de portretten van belangrijke New Yorkse Italianen: de zanger Frank Sinatra Jr., inderdaad: de zoon van, de acteur Tony Lo Bianco die onder andere een rol speelde in The French Connection, de nachtclubzanger en entertainer Joe Piscopo. En anderen.

 

Ik loop door de achteringang de kerk binnen. Via de sacristie waar een klein Italiaans vrouwje bezig is de zaak af te stoffen, hoewel alles al kraakhelder oogt. Of ik binnen mag? Of course, sir, please come in. Het is alsof je een Siciliaanse kerk binnengaat. De niet echt grote kerk is vol gepropt met gekruisigde Jezussen, pieta’s, heiligenbeelden en andere religieuze afbeeldingen. Prominent hangen op verschillende plekken aan de want fotoreportages van de terroristische aanslagen op het Wold Trade Center. En uiteraard is er speciaal voor San Gennaro ingerichte bidkapel.

 

Terug naar Little Italy. Mulberry Street Cigars. Come to the Feast of San Gennaro and meet DENNIS HOF, star of the HBO’s Hit Reality Series Cathouse. En rook zijn handmade cigars. PARKING FOR ITALIANS ONLY – All others will be towed. DI PALO’S ROCOTTA MOZARELLA. Een kanariegele schoolbus passeert over het glimmend natte wegdek.

 

Maar die cappuccino, die komt er. Gewoon de straat oversteken. Naar La Bella Ferrara, 108 Mulberry Street. Al generaties lang op dit adres gevestigd. Eenmaal binnen, achter mijn cappuccino begint er iets te dagen. Was dit niet die tent waar elke dinsdagavond een Italiaanse fanfare voor de deur staat? Met petten in de Italiaanse driekleur? Beelden uit het programma Man Bijt Hond ter gelegenheid van de herdenking van 400 jaar Hudson en Nederland, verschijnen op mijn netvlies. En zit daar niet de eigenaar aan tafel? Ik herken hem aan zijn omvangrijke, wat kalende hoofd. Hij zit iets administratiefs te doen. Voorovergebogen over zijn papieren. Ik loop op hem af. Spreek hem aan. Franco! Ik blijk gelijk te hebben: het is de zingende eigenaar van de zaak die hij runt met ene Nick.

 

I went to Little Italy, new to the city and lonely after work. I sat alone for coffee and cookies. I met Franco the owner, who made me feel like family. That was many years ago, and I still love the place, the food and the songs Franco sings. La Bella Ferrara’s is the best of Little Italy! Thank you Franco.

Op dit nog vroege uur zijn we zowat de enige gasten in het etablissement. La Bella Ferrara is weliswaar niet het echte Italië, maar nog met die beelden van overbuurman San Gennaro in mijn kop, is de illusie wel erg dichtbij.

 

Franco zelf hangt duizendvoudig geportretteerd aan de wand. Met zijn armen over de schouders van Frank Sinatra, Dean Martin, Sofia Loren en met Tony Ferrara van de New York Yankees. Vanwege zijn bescheiden rol als acteur in de Sopranos wenst ook Dan Grimaldi uit de maffiacast van de beroemde tv-serie hem alle goeds van de wereld toe. En alsof dat niet genoeg is mag Franco ook nog eens op de foto met die blonde Russische tennispoes Anna Kournikova. Wat al die celebrities gelukt is, moet ons ook lukken. Dus eerst Gemma met Franco op de foto, en daarna ikzelf. Ik praat nog even door met hem over  Sicilië in het algemeen, en Palermo (waar zijn roots liggen) in het bijzonder. Als we afgerekend hebben en willen vertrekken nodigt hij ons uit voor ’s avonds. Hij treedt dan op in zijn eigen zaak. Als zanger, want in Little Italy is hij een beroemdheid. Nog net geen Pavarotti of Andrea Bocelli, maar het scheelt niet veel. Drie keer is hij getrouwd geweest volgens eigen zeggen. Maar nu: BASTA! Hij maakt er een gebaar bij alsof zijn hals wordt doorgesneden.

This is one of the better cafes in Little Italy. During the warmer season, it’s fun to sit outside and enjoy the cheesiness of Little Italy like a tourist. Apparently many famous people have been to this place judging from the photos on the wall.

 

Helaas zal het ons vanavond niet lukken om hier te zijn. We hebben al een tafel gereserveerd bij een andere Italiaan: Peter Thristino, de eigenaar van restaurant Pete’s Downtown in Brooklyn. Met uitzicht op downtown Manhattan.

December 26th, 2009

SLEEPLESS IN MANHATTAN 7

Posted in: Travels — admin @ 10:53

Wake-up met Fox TV en schaatser Dan Jansen op Herald Square

 

This is the city as it is: hot summer pavements, the children at play, the buildings in their naked Stone, the people without make-up.

            Mark Hellinger, as narrator, in The Naked City

 

Ik kan wel uit het raam kijken, maar dan zie ik geen fluit. Ja, een hoge stenen muur waarvan ik noch de bodem noch de top kan zien. Alleen via de tv kom ik te weten dat het vandaag bewolkt zal zijn, in ieder geval tot het middaguur. Zelfs kan er wat regen vallen, beweert de Amerikaanse weerman: Should I wash my car? Probably not today!

Zowel CBS als NBC pakken breed uit met de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede aan president Barack Obama. Naast felicitaties en lof is er ook kritiek. ‘Nog niks gepresteerd’ en “Het kan ook een last worden’, zijn de commentaren. Maar al snel wordt overgeschakeld naar de voorbereidingen van Halloween, een fenomeen dat ook in Nederland vaste voet aan wal gekregen heeft. Ik kijk naar horrormaskers vol nepbloed en neppuisten die worden aangeprezen voor jonge kinderen. Als warme broodjes vliegen ze de winkel uit. Over Irak weer geen woord. Het is allemaal Afghanistan wat de klok slaat.

 

Fox-TV laat live-beelden zien van Herald Square, hier om de hoek. Een of ander groots aangepakt Health Event ter gelegenheid van de 75e verjaardag van Empire Blue Cross waarvoor de hele dag de Amerikaanse speedskater Dan Jansen als boegbeeld aanwezig is. Als ik op de deur van John en Rianne klop, is John al in alle staten. Als schaatser en kenner van de internationale schaatswereld moet hij naar Dan Jansen. Zo iemand kom je niet snel zomaar tegen. In 1994 in Lillehammer won Jansen op de Olympische Spelen de gouden medaille op de 1000 meter. Het zou niet zijn enige wapenfeit zijn. Tot acht keer toe was hij wereldrecordhouder op de 500 en 1000 meter.

 

Snel het ontbijt naar binnen werken, dus. Als we op Herald Square aankomen wordt Jansen opnieuw geïnterviewd door een mooie jonge zwartharige latina van Fox-TV. John begint te hyperventileren om beide redenen. Wij stellen ons tevreden met het meenemen van gezonde appels en flesjes mineraalwater. We zijn immers op een gezondheidsmarkt. Hier worden Amerikanen geknuffeld op een antistress stoel. Daar worden senioren gewezen op het gemak van luchtgeveerde schoenen. De lijst van de Todays Activities op de Health Boulevard is indrukwekkend. We gaan voor de Hip-Hop Warm Up presented by NYRR die om 10.00 uur zal beginnen. Maar er is meer. Yoga Stretch, Tai Chi en info over Diabetes en Medicare Supplement Plans. Celebrating 75 years of improving the lives of New Yorkers and the health of local communities. Happy Anniversary,  Empire!, staat er op een groot bord waar je als teken van ondersteuning je naam kunt plaatsen. Laat ik dat maar doen.

 

John heeft eindelijk, nu de latina het even voor gezien houdt, Dan Jansen te pakken. Schaatsers onder elkaar. Ik wordt geacht voor de filmopnamen en de foto´s te zorgen. Kenners onder elkaar. Maar daar knettert uit de manshoge geluidsboxen de Hip-Hop van een van de dansers van de NYRR, de New York Road Runners. Jong en oud gaat met de armen en de benen de lucht in. De in oranje sportkleding verpakte zwarte NYRR doet het voor. Op het podium. Het enthousiasme spat ervan af. En het Amerikaanse publiek doet met volle energie mee. Als betrof het een luchtige militaire oefening.

 

New York Road Runners is dedicated to promoting the sport of distance running, enhancing health and fitness for all, and responding to community needs. Our road races and other fitness programs draw upwards of 300,000 runners annually, and together with our magazine and website support and promote professional and recreational running.

Het loopprogramma van 2009 is indrukwekkend. Op het programma staan onder andere de Empire State Building Run-Up, de Annual Father’s Day Against Prostate Cancer, de Lesbian and Gay Pride Run, en de ING New York City Marathon. Inderdaad, onze eigen ING-bank als hoofdsponsor van de marathon op 1 november. Of dat volgend jaar nog zo zal zijn, moeten we maar afwachten, nu ING zich ook al heeft terug getrokken uit de Formule-1. Maar een betere reclame dan beelden van runners over de Brooklyn Bridge lijkt me niet denkbaar.

 

New York stikt natuurlijk van de VIP’s, de celebs, de Masters of the Universe (om het maar eens met Tom Wolfe te zeggen), de pop- en sportsterren. In geconcentreerde vorm is alles te vinden in Manhattan, en in iets mindere mate in Harlem en tegenwoordig vooral in Brooklyn. Dan Jansen mag dan even in beeld komen, de aandacht van New York gaat dezer dagen vooral uit naar de New York Yankees. Het gaat goed met de club die op het punt staat binnenkort de World Series te gaan winnen. Voor het eerst in 26 jaar. Het zou dit keer wel extra goed uitkomen, want onlangs werd het spiksplinternieuwe gigantische Yankee Stadium in de Bronx geopend, op een steenworp afstand van het oude stadion.

 

In elke nieuwsuitzending voel je de spanning die naar een hoogtepunt wordt gestuwd. Vanavond staat de wedstrijd tegen de Minnesota Twins op het programma. De Twins lijken kansloos volgens de pers: The Twins aren’t supposed to beat the Yankees in the first round. The Twins were never going to beat the Yankees. It didn’t matter the longer they went after each other Tuesday night at the old Metrodome. They will close the place for baseball after this season, and the Twins will finally go back outdoors into the new fancy ballpark that will open for them in April. De wedstrijd van vanavond, daar wordt niet echt naar uitgezien, dus. De Yankees zullen er geen kind aan hebben.

Net als vorig jaar zullen we in een van de officiële New York Yankees winkels wat clubartikelen moeten inkopen voor Marius, de zoon van Michel die sinds enige tijd in Utrecht honkbal speelt in een van de jeugdelftallen. Vorig jaar brachten we al een cap en een shirt mee. Ook dit jaar hebben we weer een boodschappenlijstje meegekregen.

 

Het gaat goed met New York. De stad telt acht miljoen inwoners. In 2030 zal, volgens de demografen, New York negen miljoen inwoners tellen. De misdaadcijfers zijn lager dan ooit. Natuurlijk kent de stad geweld en bijbehorende ellende, maar niet meer in die hemeltergende mate die grote delen van de stad berucht maakte. In de jaren zeventig en tachtig waren 1500, bijna tweeduizend moorden per jaar heel gewoon. In 1990 - de stad was in de greep van de crack - was er een piek van 2245 moorden. Nadien is een spectaculaire daling ingezet, tot 494 in 2007. Tot aan het uitbreken van de kredietcrisis, eind 2008, floreerde de economie van de stad. De werkloosheid was in lange tijd niet zo gering geweest. Maar inmiddels nadert de werkloosheid de horrorgrens van tien procent, en verkeert Amerika nog steeds in een recessie. Maar met het eeuwige optimisme dat de New Yorker eigen is, zal de stad alles overleven. Ook deze crisis weer. En ook het tegenvallende weer van deze ochtend.

De nieuwslezer van NBC had gelijk vanmorgen. Op het moment dat we de subway bij Penn Station induiken, begint het licht te miezeren. Niet dat het nu gelijk geschikt weer is voor de car wash, maar het is toch een tegenvaller. Bovengronds bij Grand Street, vlak bij Little Italy en Chinatown. Gelukkig heb ik een paraplu bij me. John niet, maar die moet filmen, en dat kan niet met een paraplu in de hand.

December 23rd, 2009

Christo in Central Park New York

Posted in: Journaal — admin @ 10:24

Christmas Greetings from Central Park New York

December 18th, 2009

SLEEPLESS IN MANHATTAN 6

Posted in: Travels — admin @ 13:28

Koude wind over het vochtige asfalt van Fifth Avenue in de nacht

Oh, do you feel the breeze from the subway? Isn´t it delicious?Marilyn Monroe, as The Girl, in The Seven Year Itch

 

Zodra ik het dek van de oranjekleurige Staten Island Ferry op loop trekt de lucht snel dicht. Meer grijs dan blauw. En er steekt een felle wind op die in stevige snokken je als het ware het ruim inblaast. In tegenstelling tot de overtocht van vorig jaar hebben we nu een dichte boot. Geen open dek, of een reling waarlangs je van voor- naar het achterdek kunt lopen. Alleen aan de voor- en achterkant (waar zich de ‘oprit’ bevindt) zijn er plekken met open zicht op het water. Alleen raast daar de wind over je kuif. De passage van het Vrijheidsbeeld is weliswaar indrukwekkend, maar met een beetje zon zou het allemaal nog een stuk spectaculairder zijn. Dat geldt minstens zo voor het zicht op Manhattan. Daar moet een felle lage zon uit elkaar spatten op de glazen gevels van de verschillende wolkenkrabbers. Maar misschien ben ik al te verwend. Denk ik nog teveel aan de staalblauwe lucht boven Manhattan in oktober 2008.

De overtocht is gratis. En de boot is nog niet voor de helft gevuld met deels toeristen, en deels inwoners van Staten Island die terugkeren van hun werk. Ook hier opvallend veel orthodoxe Joodse families aan boord. Het zal allemaal wel te maken hebben met de 100e verjaardag van de relatie New York – Tel Aviv die blijkbaar groots wordt gevierd dit jaar.

 

Met dezelfde boot retour naar de terminal op de meest zuidelijke punt van Battery Park, c.q. Manhattan. We gaan daar ondergronds, nemen de subway tot Penn Station. Ook nu weer constateer je hoe weinig eigentijds de New Yorkse metrostations zijn. Vooral de zitbanken doen me bijna vooroorlogs aan, en misschien zijn ze dat ook wel: houten bakken die als een soort legbatterijen verspreid staan over de te smalle perrons. Mayor Mike Bloomberg heeft verordonneerd dat komend weekend het volledige metrosysteem een grote onderhoudsbeurt gaat krijgen. Het past allemaal naadloos in het actieprogramma van zijn herverkiezing in november. Consequentie van de grootschalige onderhoud is dat het nauwelijks de moeite loont om gebruik te maken van de subway-lijnen om je te verplaatsen in de city. Dan maar lopen. Of de yellow cab.

 

Dat Mike Bloomberg herkozen zal gaan worden, daar twijfelt eigenlijk niemand aan. En een opgeknapte subway helpt daaraan mee. Tot nu toe waren alle taxichauffeurs die ik gesproken heb op zijn hand. In de New York Times staat vandaag een vergelijking met hoeveel geld industriële reuzen als Procter & Gamble en General Mills uitgeven aan reclame voor hun producten. Het is even veel als Bloomberg, de rijkste man van New York en de op zeven na rijkste Amerikaan, spendeert aan zijn herverkiezing. Het zal niet verbazen dat Bloomberg gigantisch veel meer uitgeeft dan zijn democratische tegenstander, William Thompson. De verhouding is 16 op 1. Think Big!

 

De bekendmaking van de cijfers vrijdag leidde tot kritiek van Democraten en onafhankelijke democratische actiegroepen. ”Dit verstoort op zeer serieuze wijze de democratie van de stad. Hij geeft geld uit als een dronken zeeman, of beter, een miljoen dronken zeemannen”, zeggen democratische actiegroepen. “Obsceen”, roept Thompson.

 

Voordat we om een uur of zes Hotel Stanford binnen lopen, valt mijn oog op een tweetal brandweerwagens op de hoek van de Avenue of the Americas en 34th Street. Even checken of inderdaad de namen van de gesneuvelden op 11 september 2001 op de zijkant vereeuwigd zijn. Ladder 26 levert het bewijs. Deze wagen heeft vier brandweerlieden verloren in de hel van de WTC torens. We vergeten ze nooit. In memory of FF Dana Hannon, FF Robert Spear, FF Paul Tegtmeier Eng 4, FF Paul Pansini Eng 10, 9-11-2001.

 

Het wordt tijd om John eens te pakken (immers: altijd dorst). Op het moment dat hij de internetruimte van het hotel induikt om zijn mail te checken, sluipen Gemma, Rianne en ik de bar van het hotel binnen. Een chique, halfdonkere ruimte waar op dit vroege tijdstip nog nauwelijks klandizie zit. Een half ontblote jonge Koreaanse wijst ons op een vrije zithoek. En wil gelijk de bestelling opnemen. De dames gaan voor een stevig glas Spaanse wijn. Ik bestel in alle nederigheid een Brooklyn Lager. Bier, dus. De sluikharige zwarte blootjurk serveert met gratie. Na tien minuten stormt John naar binnen. Was ons kwijtgeraakt. “Waar zaten jullie?” Hier dus. Het Koreaanse decolleté en het Brooklyn Lager wakkeren zijn dorst tot onstuimige hoogten aan. Die afkoeling komt net op tijd. De onkosten voor de vier consumpties bedragen 45 dollar. Exclusief tip. “Geld moet rollen”, zegt John. Hij heeft gelijk: de dollar is nog nooit zo goedkoop geweest.

 

John heeft in zijn New York Gids een Koreaans restaurant in 33rd Street ontdekt. Het zoeken levert echter niks op. Wel voldoende seksshops, Irish Pubs en ander volksvermaak, zelfs fast food. Maar geen Koreaans restaurant. Tot twee keer toe lopen we de straat op enneer. Dan maar voor zeker: Korea Way. Waar we wonen. 32nd Street.

We hoeven dit keer niet al met een menukaart in handen buiten in de rij te staan. Kun Jip, dus. Authentic Korean Cuisine, in the middle of Korea Town. Kleine tafeltjes die zullen worden vol gezet met allerlei gerechten in kleine schoteltjes. Het meest smakelijk vind ik de hele kleine gegrilde sardientjes met een spicy smaak. Knapperig zijn ze. Als hoofdgerecht wordt voor John en Gemma een grote casserole vol vlees, groenten en rijst op tafel gezet die vervolgens door het bedienend personeel als was het een betonmolen door elkaar gehusseld worden. Jacyook Doo Boo Kimchi, of wat het ook moge zijn. En Bul Nak Jun Gol. Gooi maar in mijn pet. Rianne doet het wat rustiger aan met een schotel waarvan de ingrediënten nog wel te herkennen zijn. Voor mij een Jap Che, Korean starch noodles fried with vegetables and seafood seasoned in soy sauce. Bruine, glazige noedels. Lekker. Ik eet het weg met authentieke Koreaanse stokjes. Het is weer even wennen, maar het lukt. Om de maaltijd toch nog enige vorm van herkenbaarheid te geven, bestellen we er maar een fles vaderlands Heineken bij.

 

Niet dat de maaltijd zwaar op de maag valt, integendeel, maar een fikse wandeling door nachtelijk New York kan er natuurlijk nog wel bij. Alsof we vandaag nog niet genoeg gelopen hebben vandaag. Come on, just a little tour! Nog maar een keer Fifth Avenue af, richting Madison Square Park. Even verderop doemt het Flatiron Building op. Vroeger een beruchte plek voor gluurders die vanwege de altijd aanwezige wind er speciaal voor naar toe kwamen om de jurken van het passerende vrouwvolk te zien opwaaien. Nee, niet Marilyn Monroe, want die ging boven het hete rooster van de subway staan om haar blote benen aan het volk te tonen. De wind blaast fel en koud over de brede asfaltstrook. De yellow cabs hebben er geen last van, en zoeven als vanouds als een perpetuum mobile over de as van Manhattan. Retour via Herald Square. De vuurtoren van het Empire State Building baadt in oranje licht. Een baken in de nacht. Een nacht die later weer onderbroken zal worden door korte wake-ups, om 02.55 en 04.48 uur. In New York hoor je ook niet te slapen.

 

Wat die oranje verlichting betreft, het volgende. Een paar weken geleden werd die door onze eigen kroonprins Willem-Alexander en prinses Máxima ‘ontstoken’. In het kader van de feestelijkheden rondom 400 jaar Hudson. Het is gebruikelijk dat het Empire State Building symbolische kleuren aanneemt als er in de stad een groot evenement plaatsvindt. Normaal gesproken is het Empire State Building (het ESB) ’s avonds wit gekleurd, maar bij belangrijke nationale dagen in de Verenigde Staten neemt de top van het hoogste gebouw van New York de rood-wit-blauwe kleuren aan van de Amerikaanse vlag. Op St. Patrick’s Day is het ESB groen, de kleur van Ierland. Vanavond is het dus de beurt aan oranje.

 

In welke van de vijf stadsdelen (bouroughs): Manhattan, the Bronx, Queens, Brooklyn of Staten Eiland je ook woont, de hele nacht door kun je de sirenes horen van de NYPD, de New York Police Department, de NYFD-New York, Fire Department of de ambulances, die op veel hoeken van straten met draaiende motor standby staan. Zoals bij Herald Square waar we vlak voordat we terug liepen naar het hotel konden zien. In het hotel zelf dringt geen enkel geluid van buiten naar binnen.

The city that never sleeps, heet het, maar in het grootste gedeelte van Manhattan is het behoorlijk rustig ’s nachts. Bijna dorps. Dat geldt natuurlijk niet voor het Theater District waar we in Hotel Stanford tegenaan schurken. En ook op andere plekken zijn voldoende uitgaansgelegenheden te vinden. Maar in de buurten rondom Central Park kun je bijna een kanon afschieten. Ik lees nog even in een van de dagboeken van Hans Warren. Vanwege het contrast. Ik had natuurlijk beter naar Tom Wolfe of Paul Auster kunnen grijpen.

December 14th, 2009

SLEEPLESS IN MANHATTAN 5

Posted in: Travels — admin @ 18:44

Doe mij maar Battery Park, Hollandse grond onder de voeten

 

On street corners, in alleys, avenues, squares and modest flats, screenland´s magic boxes are grinding out the color and life of New York for some dozen realistic films. Our townfolk are happy about it. From location to location the tumbling crowds follow, gaping and wondering and pimping…

Douglas Gilbert, New York World-Telegram

 

Het zuidelijkste puntje van Manhattan zou je bijna Nederlandse bodem kunnen noemen. Battery Park is door de Hollandse kolonisten genoemd naar de batterij kanonnen die vier eeuwen geleden daar werden opgesteld tegen invallers vanaf zee. Eerst de Indianen met een kluitje in het riet sturen, en daarna iedereen die onaangekondigd de kust nadert een lading kogels op zijn dak sturen. Van de kanonnen is overigens weinig meer terug te vinden. En het huidige park is van bescheiden omvang. Maar wel op een schitterende plek gelegen. Een maand geleden zagen we, thuis op tv, daar ter gelegenheid van 400 jaar Hudson Willem Alexander en Maxima opduiken. Toespraken voor een nieuw geopend, en door Ben van Berkel ontworpen paviljoen. Maar dat paviljoen is op dit ogenblik aan het zicht onttrokken door een schutting. Het hele terrein voor de ingang van de terminal van de Staten Island Ferry wordt op dit ogenblik op de schop genomen. Alleen voor het feestelijke beeld op tv werd het paviljoen even toonbaar gemaakt. Paviljoen is trouwens een te groot woord voor het onooglijke gebouwtje. In New York behoort alles groot te zijn. Dit is weer valse Hollandse bescheidenheid. Of gewoon krenterigheid. Voor een dubbeltje op de eerste rang zitten op het puntje van Manhattan, de toegangspoort tot New York City.

 

Een taxi aangehouden op Fifth Avenue. Gemma, John en Rianne nemen weer plaat op de achterbank. Ikzelf hou de conversatie met de taxi driver gaande. Die in dit geval afkomstig is uit Bali. Eigenlijk een landgenoot, dus, als je Nederland nog beschouwt als een koloniale wereldmacht. Openhartig praten we over ons gezamenlijk verleden. No hardfeelings. Integendeel, de driver spreekt bijna lyrisch over Nederland en de Nederlanders. Maar over New York is hij nog enthousiaster. Zijn greencard heeft hij al een hele tijd in zijn bezit. Hij staat nu voor zijn laatste examen dat hem uiteindelijk het verlangde citizenship gaat opleveren. Hij ziet er naar uit. En het gaat hem zeker lukken. Nee, uit New York laat hij zich niet meer verdrijven. Een fantastische stad!

 

Om de drukte van de Fifth Avenue en Downtown Mahattan te ontlopen duikt hij links de 28th Street in, en zoeft vervolgens gemakkelijk door richting Battery Park. Langs de East River en over de East River Drive, de Franklin D. Roosevelt Drive en South Street Viaduct. Onder de Williamsburg Bridge, de Manhattan Bridge en de Brooklyn Bridge door. Sightseeing die door de rode dubbeldekkers van de Grey Line niet verbeterd kan worden. Het Chinese schimmenspel van de skyscrapers aan het einde van het schiereiland tekent zich haarscherp af tegen de heldere hemel. We zijn er. Stappen uit. Ik reken 22 dollar af, inclusief fooi.

 

Ik sta voor het monument dat de herinnering aan het Nederlandse verleden van New York levend moet houden. Een sokkel waarop een indiaan en een Hollandse koopman spullen uitwisselen. En een tekst.

Nadat de Kamer Amsterdam de West Indische Compagnie op 22 april 1625 last had gegeven tot den aanleg van het Fort Amsterdam en tien bouwerken daarnevens heeft de koop van het Eiland Manhattan in 1626 dien aanleg bevestigd welke de grondslag werd van de Stad New York.

Het woord ´bouwwerken´ met één ´w´, constateer ik als oud-docent. Het rode potlood heb ik niet bij me. Even verder een andere sokkel waarop twee bevers en molenwieken zijn gebeiteld. De beverhuiden van Manhattan waren gewild, en er kon goud mee worden verdiend in Europa. En de Hollanders waren nooit te beroerd om er een stevige fooi voor over te hebben. Handelsgeest, heet dat. De Indianen werden gewoon belazerd, zeggen anderen.

 

Even verderop een goudkleurige bol, identiek aan die we eerder op de dag gezien hebben voor het hoofdgebouw van de Verenigde Naties. Alleen is deze behoorlijk toegetakeld, gebutst, verbrand. En er brandt een eternal flame bij. De boodschap is duidelijk. It was damaged during the tragic events of September 11, 2001, but endures as an icon of hope and the undestructible spirit of the country. The Sphere was placed here on March 11, 2002, as a temporary memorial to all who lost their lives in the terrorist attacks at the World Trade Center.  Niet ver hier vandaan torenen de bouwkranen hoog de lucht in. Amerikanen laten zich door niemand klein krijgen. En New Yorkers al helemaal niet.

 

Op een andere plek loop je langs het New York Korean War Veterans Memorial. Ter nagedachtenis aan de Koreaanse Oorlog (1950-1953). Amerika onder aanvoering van generaal Mc Arthur tegen de communisten van Noord Korea. Een houwdegen die juist om die reden door president Truman uit zijn functie gezet zou worden. Het monument zelf laat een hoge granieten stèle zien waarin het silhouet van een soldaat is uitgehakt. In het plaveisel de aantallen doden, gewonden en de missing in action soldaten van alle 22 landen die bij de oorlog betrokken waren. Een niet gewonnen oorlog, daar kunnen Amerikanen maar moeilijk mee leven. Korea, Vietnam: Zuid-Oost Azië is geen succesverhaal voor de U.S.Army. In het Midden-Oosten lijkt het op dit ogenblik ook die kant uit te gaan.

 

Castle Clinton aan de oever van de Hudson heeft helemaal niks te maken met Bill en Hillary. Het ronde, zandstenen fort dateert uit het begin van de 19e eeuw en was bedoeld om de oorlogszuchtige Engelsen uit New York te houden. In die tijd heette het fort nog West Battery. Van 1855 tot 1890 was het fort het eerste Emigrant Landing Depot van de Verenigde Staten, waar immigranten wanneer zij de V.S. wilden betreden, Ze werden er opgevangen om de immigrantenstroom te reguleren. En tegelijkertijd kon de Amerikaanse regering zo controleren wie toegelaten werd als potentieel Amerikaanse burger. Dus nog voordat Ellis Island hiervoor in 1892 in gebruik genomen werd. Meer dan 8 miljoen immigranten passeerden Castle Clinton. Voordat we er door de toegangspoort naar binnen lopen moeten we nog even slalommen tussen de turkooizen Vrijheidsbeelden door. Levende standbeelden, met de Stars en Stripes in de ene, en de fakkel in de andere hand. Uiteraard is het dat je – tegen betaling – met een van de ‘standbeelden’ op de foto gaat. Die foto maak ik wel. En John filmt alsof hij Steven Spielberg zelf is. Ook zonder betaling. Tussen de bomen door kijk je over de fel glimmende spiegel van de Hudson uit op het echte Vrijheidsbeeld. Zwart afgetekend tegen de vaalblauwe lucht.

Onder de ronde overkapping is veel te lezen over de historie van het ‘Castle’. De History of the Battery Wall. De Lives of Casle Clinton. Al met al ziet de plek er wat onderkomen uit. Een Joodse familie lijkt gehaast door de achteruitgang weg te vluchten. Jongetjes met zwarte keppeltjes. Vader een orthodoxe zwarte baard.

 

En alweer loop je tegen een ander monument op. Battery Park lijkt ervan vergeven. Een expressionistische bronzen beeldengroep die THE IMMIGRANTS heet. Dedicated to the people of all nations who entered America through Castle garden. Op het eerste gezicht heeft de groep wel wat weg van de Burgers van Calais van de Franse beeldhouwer Rodin. Tien meter verderop staat een groep jonge Aziaten, pardon New Yorkers, te hiphoppen. En daar is weer een andere orthodox Joodse met wel acht kinderen die zich laat fotograferen op de hoge betonnen rand van een bloemenperk. Maar dan ben ik al bijna doorgelopen tot weer een ander militair monument. Monumentale betonnen zuilen waarin de namen van alle gevallen Amerikaanse mariniers gebeiteld staan, gedenken de Tweede Wereldoorlog.

1941 * * * 1945 Erected by the United States of America in proud and grateful remembrance of her sons who gave their lives in her service in the America’s coastel waters of the Atlantic Ocean. Into Thy Hands, Oh Lord. Met een gigantische klauwende adelaar boven de tekst.

 

Battery Park is al lang niet meer van de Nederlanders. Het is een herinneringsplek geworden van een deel van de wereldgeschiedenis. De Verenigde Staten als sheriff van de wereldorde. Voor de New Yorkers een oase in de hectische stad. Met uitzicht op het water. Veel water. Een plek waar de East River en de Hudson al eeuwen onbeschaamd in elkaar verstrengeld raken. Nergens in de stad vind je meer horizon dan hier. In die zin lijkt het nog steeds op Nederland. Brooklyn, Staten Island en New Jersey in één blik gevangen. En altijd zicht op het icoon van de city: het Statue of Liberty. Het 46 meter hoge beeld (93 meter als de sokkel wordt meegerekend) was een geschenk van Frankrijk (en ontworpen door de Franse beeldhouwer Bartholdi) ter ere van het eeuwfeest van de onafhankelijkheidsverklaring op 4 juli 1776: Independance Day. Maar van Battery Park af gezien valt de grootte tegen.

Tijd om dat water even over te steken. En de stad van de overkant te bekijken. Voor de New Yorkers is Staten Island nu niet direct een plek die de zinnen prikkelt, maar wat van Manhattan niet gezegd kan worden dat is hier in overvloed aanwezig: ruimte. De oranje veerboot van de Staten Island Ferry is zojuist aangemeerd. John, hou je camera in de aanslag. Hollen!

Next »
 
  • ON THE ROAD naar Santiago de Compostela

  • Sint Jacobus leidt me door braamstruiken en naar bierloze cafés

  • New York op doek: nieuwe schilderijen

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 20

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 19

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 18

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 17

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 16

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 15

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 14

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 13

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 12

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 11

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 9

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 8

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 7

  • Christo in Central Park New York

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 6

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 5

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 4

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 3

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 2

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 1

  • Sleepless in Manhattan - intro

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 17

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 16

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 15

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 14

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 13

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 12

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 11

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 9

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 8

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 7

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 6

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 5

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 4

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 3

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 1

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico García Lorca 1

  • BINNENKORT IN DIT THEATER: ANDALUSIË

  • Hermitage: het zomerpaleis van Nicolaas II aan de Amstel

  • Wajauw? Met Ahmed Marcouch en Hans Laroes naar Brooklyn aan de Maas

  • Luik: van nu en toen, van Calatrava en Les Olivettes

  • Geen Pim Pandoer, wel Beethoven in ’s Heerenberg

  • Spaanse La Notte in het Hollandse Slot Loevestein

  • Van Gogh en de kleuren van de nacht in Amsterdam

  • Opnieuw de ruimte in: A Space Odyssey 2

  • Schilderen: een lange winter met gebrande omber sienna

  • Paradise by the dashboard light

  • Shipbreaking op doek. Met dank aan Edward Burtynsky - Work in Progress

  • Ode Maritima aan Fernando Pessoa

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 16

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 15

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 14

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 13

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 12

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 11

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 10

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 9

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 8

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 7

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 6

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 5

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 4

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 3

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 2

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 1

  • MANHATTAN TRANSFER

  • Corrida aan het einde van de Indian Summer

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 14

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 13

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 12

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 11

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 10

  • Intermezzo: Lucien zingt Lee Towers

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 9

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 8

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 7

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 6

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 5

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 4

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 3

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 2

  • Valencia: tapas op de Feria van Calatrava 1

  • VALENCIA: tapas op de Feria van Calatrava

  • Feria Andaluza in Boom België, of all places

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 15 / slot

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 14

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 13

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 12

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 11

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 10

  • Powered by ME :) !! en MainCore
    Blog (c) WordPress 1.5 Theme created by McMike and Mr-Godd