SLEEPLESS IN MANHATTAN 18

Geen Bill Clinton en Monica Lewinsky bij Nat Sherman
Someday a real rain will come and wash all the scum off the streets. Robert de Niro in Taxi Driver
Columbus Day. En mijn dagen in New York zijn geteld. Misschien is dat maar goed ook. Want je begint het zo langzamerhand goed aan de poten te voelen. Je maakt wat kilometers op een dag. Door het schaakbordachtige stratenpatroon is het allemaal nogal bedrieglijk, maar als de ’s avonds op de dagteller kijkt dan weet je waarom je het liefst in een kroeg achter een stevig glas Brooklyn Lager zit. Maar wake up! Half acht. En sleepless in Manhattan. Na weer een te korte nacht, snel aan het voorspelbare ontbijt van Hotel Stanford. Donuts, croissants, cream cheese en koffie. Voldoende energie om het middaguur zonder extra foeragering te halen.
De koffers worden gestald in de bewaakte lobby. Die zullen we pas in de loop van de middag ophalen. Ik betaal de rekening. Vanwege de lage dollarstand een meevaller. Een paar honderd dollar minder te betalen dan vorig jaar. Alle reden op de euro sterk te houden. Een alibi om snel terug te vliegen naar de City that never sleeps.
Eerst maar snel even shoppen. Eerst naar de NY Yankees Store met het boodschappenlijstje van neefje Marius. Dan even verder in de buurt wat bizarre verjaardagskaarten ingeslagen. Uiteraard met geluid, want alles moet hier lawaai maken. Zo dat is dat.
Naar Bryant Park op matineuze uur is een belevenis. Omgeven door hoge skyscrapers doet het vierkante ‘weiland’ met wel duizend lege klapstoeltje, wanordelijk verspreid over het groen vreemd aan. Science Fiction in Bryant Park. Ondertussen breekt de zon door, en zet alles in een opaalachtig licht. Een van de vele oases op Manhattan.
Gemma wil nog wat kledingzaken in rondom Fifth Avenue. Ik neem de creditcard in, en geef haar alle vrijheid. Zelf struin ik nog even wat straten in voor weer een nieuwe fotoshoot. Ik kan er gewoon niet genoeg van krijgen. We spreken af voor een uur later voor de hoofdingang van Nat Sherman, op de hoek van Fifth Avenue en 42nd Street.
Ik ben al onderweg. Midtown Manhattan. Via het Grand Central en het Chrysler Building de zijstraten in. Of Lexington Avenue. Het gebied tussen Third Avenue en Park Avenue. Het zonlicht spat van de waterspuwers boven op de art deco toren. Een metalen kathedraal. Het gouden kalf van de Amerikaanse automobielindustrie. Die momenteel zware tijden doormaakt. Detroit is Detroit niet meer. En ook Obama kan het tij vooralsnog niet keren. Maar het Chrysler Building doet alsof zijn neus bloedt. Niks aan de hand. Gewoon blijven geloven in de dream. Niet bij de pakken neerzitten. Aanpakken.
In East 41st Street heeft de vlakbij gelegen het GCP (Grand Central Partnership), gelieerd aan de Public Library, in mei 2004 de trottoirs geplaveid met grote bronzen tegels waarop in brons teksten van beroemde Amerikaanse, maar ook buitenlandse auteurs zijn aangebracht. Mija Riedel schrijft erover in The Washington Post van 30 oktober 2005. The Words on the Street.
I was heading west on East 41st Street between Madison and Fifth avenues, scanning the pavement for open cellar doors and rickety grates, when I walked across a bronze plaque embedded in the sidewalk. Roughly 2 1/2 by 1 1/2 feet, it illustrated in low relief a molecular diagram built around nine words: “The universe is made of stories, not of atoms.”
In the two blocks of 41st Street between Park and Fifth avenues, LeFevre’s 96 plaques quote 45 writers (11 women, 34 men) from 11 countries spanning 20 centuries. Each is illustrated with images inspired by the text.
Intrigued, I moved on, keeping my eyes to the ground. At 41st and Fifth, beneath a dallying pair of moccasins, another plaque resembling an open book proclaimed: “Library Walk. A Celebration of the World’s Great Literature, Brought to You by the Grand Central Partnership and the New York Public Library. Sculptor: Gregg LeFevre.”
En zo loop ik over de woorden van Dylan Thomas, Albert Camus, Lewis Caroll, Mark Twain, Ernest Hemingway en Samuel Beckett. Glimmende teksten die door de honderdduizenden voeten zijn gepolijst. De literatuur ligt hier op straat. En wie geraakt is, en het hele verhaal wil lezen, die loopt gewoon even een paar honderd meter verder de brede trappen van de Public Library op. En dan naar binnen, natuurlijk.
Ik sla de hoek om, en ben sta bijna onmiddellijk voor de imposante ingang van het sigarenimperium van Nat Sherman. Nat Sherman is a brand of natural ‘luxury cigarettes’, packaged and marketed to a higher-class clientele than most cigarettes. The company, headquartered in New York City, also sells cigars, pipe tobacco, and accessories. Nat Sherman has been selling tobacco since 1930. Nat Sherman is also one of the most famous cigar manufacturers in the United States having provided cigars to gentlemen’s clubs throughout New York City for 75 years. The boxes of the company note that the headquarters are located on Fifth Avenue, New York City, (although now they are located just around the corner on 42nd St.) and currently include, as well as a retail section, a smoking lounge, the JOHNSON CLUB and is stocked with various memorabilia relating to the company’s history.
Ik zie de dikke kop van Kojak voor me, dikke Nat Sherman sigaren wegpaffend. Hoewel er tegenwoordig minder gerookt wordt in films, komen de stevige sigaren van Nat Sherman toch nog regelmatig in beeld. Ik stap naar binnen. Wolf volgt zonder volle tassen van Zara, want de deal is blijkbaar niet doorgegaan. Geld over voor wat sigaren van Nat, dat dan weer wel.
De zaak ademt chique en geld. The tobacconist to the World since 1930, staat er in grote karakters achter de toonbank. Maar tegelijkertijd wordt iedereen die er naar binnen stapt hartelijk verwelkomd. Een forse zwarte cop staat aan de toonbank een halve meter sigaar uit te proberen. Wil waarschijnlijk op Fidel Castro lijken, maar of Fidel nog stevig paft tegenwoordig, betwijfel ik.
Natuurlijk is er veel hardhout verwerkt in de dure zaak. In sigarenkleur. De meeste producten staan achter glas, in hoge kasten. Wie de baas is zie je onmiddellijk. In een onberispelijk kostuum staat hij de klanten te woord. Hij krijgt daarbij assistentie van een geheel in het rood geklede assistente en een in een strak maatpak gehesen forse neger. Aan de muur dieper de zaak in dankbetuigingen van beroemde sigarenrokers als Humphrey Bogart en John Wayne. Ik mis de brief van Bill Clinton, want die was hier ook kind aan huis. De sigaren met de Monica Lewinsky taste zijn nog steeds te koop.
Of ik ook de Johnson Club Room kan bezoeken, vraag ik Nat Sherman. Hij lacht me vriendelijk toe, en zegt dat je daarvoor lid moet zijn van de Club. Weliswaar worden bij uitzondering wel eens particulieren toegelaten, maar helaas gaat de Club pas om twee uur ’s middags open. Dat is een tegenvaller, want ik had graag even plaats genomen in een van de oversized lederen fauteuils om een stevige Ziegfeld of een Carnegie in mijn hoofd te steken. Zo’n 15 dollar per stuk. Als VIP-cigars worden ze verkocht. The V.I.P. Selection named for the captains of industry, banking & entertainment that helped to shape the face of our great city. Dan maar even terug naar de selectie in winkel.
De keuze valt uiteindelijk op een doos met 5 Harringtons, from Havana Seed Tobacos torcidos a la mana, maar handmade in Honduras, en een in metalen koker gevatte Vanderbilt, een legendary cigar uit Nicaragua. De prijs valt me niet echt tegen: 60 dollar. Niet om ze nou onmiddellijk brandend in mijn hoofd te steken, maar het is beter te wachten op een beter moment. Want om de rook boven Fifth Avenue weg te blazen, dat is meer iets voor de Masters of the Universe. Of de illustere leden van de Johnson Club.
We nemen hartelijk afscheid van Nat Sherman. De cop aan de balie is inmiddels ook geslaagd bij zijn aankoop. En steekt de smalle doos sigaren achteloos in de achterzak. Naast zijn revolver. Hij tikt aan zijn pet en verlaat direct na ons de zaak. De frisse lucht blaast door 42nd Street richting Fifth Avenue. Heeft zich in het nauwe keurslijf van de smalle straatkloof moeten persen. En is blij op de brede Avenue weer vrij spel te krijgen. Ik kijk op de imposante klok boven de ingang van Nat Sherman. Half twaalf. De beide bronzen indianen die de klok bewaken zien toe dat elke minuut telt in New York City. Tijd om John en Rianne op te zoeken. We hebben een afspraak in het Grand Central Terminal. Beneden. Bij de restaurants. Waar anders.