SLEEPLESS IN MANHATTAN 17

Memphis: The Birth of Rock ‘n Roll in het Shubert Theatre
Pulses fluttered, gaiety arose, and New Yorkers said they were living in the biggest backlot in the world. New York would be no longer be Hollywood on the Hudson; Los Angeles would be New York on the Pacific.
John Corry, New York Times
Het wordt weer een korte pitstop op Hotel Stanford. Even de borstel door het haar, het toilet doortrekken, en klaar is Kees. Daarna op de kamer van John en Rianne topberaad over het te kiezen theaterprogramma voor vanavond. Aanvankelijk wordt ingezet op een show van de Blue Men Group, off Broadway, in downtown Manhattan. Reserveren via internet lukt niet meer, en het telefonisch contact met het theater loopt na een minuten of tien vruchteloos wachten dood. Dan maar gokken op een van de vele theaters rondom Times Square. Dat lukt vorig jaar ook prima, dus waarom vanavond niet?
Net zoals in Londen worden ook in New York op het laatste moment de onverkochte stoelen in de theaters verkocht door de zogenaamde TKTS booths. Bij de TKTS kun je alleen kaartjes kopen voor shows die op dezelfde dag uitgevoerd worden. Met kortingen die tussen 30 en 50 procent liggen. Maar aangekomen bij het ticketbureau van TKTS staat daar een rij van met dan honderd meter als een slang om het kantoortje heen gekronkeld. En bovendien zijn de voorstellingen die nog in de aanbieding zijn nou niet echt mijn keus. Dan maar optie twee: je gewoon aan het loket melden van een theatervoorstelling die je dan wel wilt zien.
In the Heights in het Richard Rodgers Theatre opent vanavond de deuren niet: geen voorstelling. Dat is pech, want de musical veroverde vorig jaar een Tony Award voor de Best Musical. Niet ver daarvandaan wordt in het Shubert Theatre (225 W, 44th Street) Memphis op de planken gebracht. De musical is nog in de beginfase, de try-outs zijn nog net niet achter de rug. Over een week gaat hij in New York pas officieel van start. Eerder was hij te zien in Californië.
We melden ons aan het loket. Kaartjes voor $ 125 of $ 62,50. We gaan voor de laatste. Helaas. Uitverkocht! Ook Rianne mengt zich in het gevecht om de tickets. Dan is er overleg tussen de twee baliekluivers. Dat gaat de goede kant uit. Een dilemma. Want de voorstelling gaat binnen een half uur beginnen, en we zijn de enigen die nog voor de kassa staan. Het dilemma bestaat volgens mij niet echt, want geen tickets verkopen betekent geen dollars voor Memphis. En vervolgens wordt de deal dus alsnog gesloten: we krijgen vier tickets (plaatsen) van 125 voor het goedkope tarief van twee en zestig en een halve dollar. Kassa!
Een snelle hap om de voorstelling zonder hongerklop door te komen. Als we terug lopen naar het Shubert Theatre zie ik bij het ernaast gelegen Broadhurst Theatre een oploop bij de ingang. Drommen jonge meiden staan met hun cellphone in de aanslag om ongetwijfeld een of andere ster te fotograferen. Die celebrity verlaat juist de limousine die voor de hoofdingang staat. De ster van de avond blijkt Jude Law. Beschaafde hysterie rondom de acteur die vanavond hier Hamlet gaat spelen. De jonge Engelsman kreeg in 2002 een Oscarnominatie voor zijn rol in de film Cold Mountain. De laatste jaren speelt hij in heel wat films mee, zoals The Aviator, Sleuth en Road to Perdition, om er maar enkele te noemen.
Ik steek met toestel ook maar boven de meute uit, en slaag er daardoor in Hamlet goed in beeld te krijgen. Zonder een beroemdheid te scoren New York verlaten, dat kan eigenlijk niet. En dat is dus nu ook niet meer aan de orde. Maar we kwamen niet voor Hamlet vanavond, maar voor een wat minder klassiek stuk, MEMPHIS. De zaal zit al bijna helemaal vol, als we het sfeervolle oude, klassieke theater binnen stappen. Uitstekende plaatsen, met goed zicht op de stage.
Helemaal duidelijk waar het over zal gaan weten we nog niet, maar het uitgebreide programmaboekje met behoorlijk wat aandacht voor de vooral zwarte cast, maakt in ieder geval helder waar het over zal gaan. Op zich een herkenbare tijd, de jaren ’50, maar in dit geval speelt het rassenconflict in Amerika in die jaren een grote rol. Naast de opkomst van de Rand and Roll, natuurlijk.
TURN UP THAT DIAL! From the underground dance clubs of 1950s Memphis, Tennessee, by way of hit runs at the La Jolla Playhouse and Seattle’s 5th Avenue Theatre, comes a hot new Broadway musical - inspired by actual events - with heart, soul and energy to burn. He’s a young, white radio DJ named Huey Calhoun (Chad Kimball), whose love of music transcends race lines and airwaves. She’s a black singer named Felicia Farrell (Montego Glover), whose career is on the rise, but who can’t break out of segregated clubs. When the two collaborate, her soulful music reaches radio audiences everywhere, and the Golden Era of early rock ‘n’ roll takes flight. But as things start to heat up, whether the world is really ready for their music - or their love - is put to the test.
Zoals in elke Amerikaanse musical spelt de lovestory natuurlijk een grote rol. Soms schurkt het tegen het larmoyante aan. Maar het is alleszins verteerbaar. Het publiek is enthousiast, en dan word je het zelf ook. Ook al ben ik geen grote fan van musicals, en zeker niet van de Nederlandse musical, met die typische zeikstemmen.
De dans, die doet het hier. In een verbluffend tempo wordt het toneel in vuur en vlam gezet. Rock and Roll alsof Elvis zelf de regie voerde. En al die zwarte lijven doen de rest. Toch al elastischer dan de wat stijvere blanke dansers en danseressen. En natuurlijk de zang. Fantastische stemmen. En die zangnummers blijven al na een paar seconden in je kop hangen. Dat krijgen met name de hoofdrollen van de blanke discjockey Huey Calhoun en zijn zwarte geliefde Felicia Farrell toch maar voor elkaar.
A thrilling theatrical event that combines Broadway splendor with the roots of rock, MEMPHIS features an original story by Joe DiPietro (I Love You, You’re Perfect, Now Change) and a brand-new score with music by Bon Jovi founding member David Bryan. Directing is Tony nominee Christopher Ashley (Xanadu) and choreography is by Sergio Trujillo (Jersey Boys).
Maar het leed blijft Huey Calhoun en Felicia Farrell niet gespaard. Dramatiek moet er zijn. En die is er ook. Love will stand – Ain´t Nothing but a Kiss, zingen ze in duet. En het weet je te raken.
Bijna swingend loop je na afloop het Shubert Theatre theater uit. En sta je weer in het bruisende hart van New York City: Times Square, Broadway. De rollercoaster van bewegend publiek, flitsende lichtreclames en voorbij schuivende yellow cabs dendert weer over je heen. Nacht in NYC. Sleepless in Manhattan. Aan de overzijde van de straat staat een gigantische witte limousine op ons te wachten. Als was je Bratt Pitt. Of Sandra Bullock. Toch mooi als je je hiervoor digitaal laat vereeuwigen. Spontaan springt een jonge meid uit het publiek naar voren. Ze wil Wolf en mij wel samen voor de limousine hebben. Ze neemt mijn toestel over, en: het is al gelukt. De chauffeur achter het stuur vertrekt geen spier. Hij is het meer dan gewend dat iedereen maar wat doet hier. Where you from? Holland, O.K! We’re from Canada. Vancouver. O.K. Enjoy your stay. Have a nice time. En weg is ze alweer. Samen met haar vriend zwaait ze nog even, voordat ze opgaat in de massa.
Het loopt tegen middernacht. Tijd om nog even de kroeg in te duiken. Niet ver van het hotel is er in 33rd Street voldoende keuze. Ierse pubs, afgewisseld met een enkele peepshow. Er lopen vanavond minder brallende dronkenlappen rond dan een paar dagen eerder. Het wordt de pijpenla van Foley’s NY, naast de Jack Dempsey Bar. Een Ierse pub die van boven tot onder bedolven is onder sportartikelen. Caps, shirts, allen, cups, slaghouten en ga nog maar even door. Op grote tv-schermen volgen klanten die op de kruk aan de bar zitten de verrichtingen van de Yankees. Herhalingen soms van eerdere wedstrijden. Ze gaan dit jaar de Superbowl winnen. Iedereen weet het zeker hier.
We laten grote potten donker bier aanrukken. Samuel Adams Beer. We lusten er wel pap van. En hij blijft niet bij een glas. De stemming komt er goed in. John weet de inhoud van de pullen snel weg te toveren, als was hij Hans Kazan zelf. Gelukkig is de afstand tussen de uitgang van Foleys NY en de ingang van Hotel Stanford nauwelijks honderd meter. Dat moet te doen zijn.




