December 31st, 2009

SLEEPLESS IN MANHATTAN 8

Posted in: Travels — admin @ 15:51

Met Martin Scorsese in Chinatown en Little Italy

 

My heart was really in the Little Italy sequences, in the old streets of New York, the music, all that turn-of-the-century atmosphere.

Francis Ford Coppola, director, The Godfather

 

Ineens sta je midden in de grootste Chinese stad van het westelijk halfrond. Chinatown. Een wijk met 300.000 inwoners. Voertaal: Chinees. Hier en daar een pagode op het dak van een slordig woonblok. De laatste honderd jaar is de wijk explosief gegroeid, vanuit het episch centrum dat je moet zoeken rondom Mott Street en de beruchte Five Points. In het laatste kwart van de 19e eeuw groeide de Chinese bevolking er langzaam: 200 in 1870, 7000 in 1900 (waarvan slechts 200 vrouwen). Veel van de activiteiten in Chinatown zijn niet officieel. Er wordt gewerkt onder het minimumloon en transacties zijn cash en zwart. De zwartgeld economie stelt grote aantallen nieuwe immigranten te werk die de taalkennis ontberen om beter werk te vinden. Dit systeem lokte de kledingindustrie naar Chinatown met grootschalige werkplaatsen waar tegen zeer slechte arbeidsvoorwaarden werd gewerkt. Daarnaast zijn vooral ook toerisme en restaurants belangrijke inkomstenbronnen.

 

Kortom: een ideale voedingsbodem voor crime, geweld, drugs. Een goudmijn voor filmmakers als Martin Scorsese, geboren in New York maar van Siciliaanse origine. Die om die reden ook nog eens met gemak de andere kant, die van de Italiaanse maffia in Little Italy, voor zijn rekening kan nemen. Beelden van zijn Gangs of New York duiken op in mijn kop. Leonardo di Caprio en Cameron Diaz. In een tijd dat de bendes het nog voor het zeggen hadden. Maar ik voel me op mijn gemak, hier op Mulberry Street. Maar Doyers Street, vroeger een doodlopende steeg die bekend stond als Bloody Alley, zal ik mijden, ook al vechten de tongs er hun vetes niet meer uit.

 

Het miezert. De paraplu’s worden omhooggestoken. Een ideaal décor voor CSI New York. Kleine shops uitpuilend van kruidenierswaren in Mulberry Street. Bor Kee Food Market. Wonton Food. Of de te glimmen de gouden namaakjuwelen tussen Mott en Bowery. Diamond Corner. Lai Hong Juwelry Corp. Good Luck Juwelry Corp. De vreemde vissen en schaaldieren in de houten bakken op de trottoirs bij Baxter Street. En de ongelooflijke bric-à-brac waarover je bijna blijft struikelen, stratenlang. De exotische groentestallen. Onherkenbare vruchten en paddenstoelen. De restaurants, wel honderden moeten er zijn. En allemaal al in vol bedrijf, ondanks het nog relatief vroege uur van de dag.

 

Het wegdek is op veel plekken aan flarden gereden. Grote plassen water zorgen voor kleine ondiepe meren in Mulberry Street. Veel kleine vrachtwagens. Leveranciers van alles wat je je maar wilt bedenken. Een enkele yellow cab. En kleine Chinese vrouwen schuifelen over het trottoir. Steken in hordes over naar de andere kant van de straat. Geen een paraplu. Dikke winterjassen al. Half doorweekt. De boodschappentassen volgepropt met verse groenten. Chinese mannen, al even klein en doorgroefd, sjouwen of duwen zwaardere spullen. Een verre grimas op hun bleke gezicht.

 

Het wordt langzaam tijd voor een koffiebreak. Daarvoor moet je gewoon even verder lopen, of terug lopen. Het is maar hoe je het bekijkt. In ieder geval moet je in Little Italy zijn dat de laatste jaren zijn imperium heeft zien verschrompelen onder invloed van de steeds meer straten opkopende Chinezen. In het verleden strekte de Italiaanse wijk zich uit tot Bayard Street in het zuiden, Bleecker in het noorden, Lafayette in het westen en de Bowery in het oosten. Tegenwoordig concentreert Little Italy zich in een deel van Mulberry Street, tussen Broome Street en Canal Street. De rest van de straat is geannexeerd door de Chinezen. Het zijn vooral de restaurants en de cafés die de toeristen trekken. Het gerucht gaat dat de maffia en de georganiseerde misdaad er nog steeds vaste voet aan de grond hebben. Mulberry Street 247, waar mobster John Gotti de deur plat liep in de Ravenite Social Club. En een paar woonblokken terug, op nummer 129, werd in Umberto’s Clam House ganster Joey Gallo met kogels doorzeefd. Maar dat was in 1972.

 

De cappuccino moet nog even geduld hebben. Mijn aandacht wordt getrokken door de met ijzeren hekwerk afgeschermde binnentuin van de Most Precious Blood Church and National Shrine of San Gennaro. De kerk wordt gerund door de Franciscan Fathers, een begrip. Dit is New Yorks centrum van het katholieke Italië. San Gennaro, de patroon van Little Italy waarvoor elk jaar op 19 september een grote processie hier door de straten trekt. Aan de muur staan de wekelijkse mistijden aangegeven, en dat zijn er heel wat. ’s Zondagsmiddags om twee uur is er zelfs een mis in het Vietnamees.

 

Ik loop de binnentuin in, gevolgd door John. De ladies staan te likkebaarden voor een delicatessenzaak aan de overkant. De binnentuin is on-New Yorks: beelden, bloemen, een pergola, water, en: een Wall of Fame de geverfd is in de kleuren van de Italiaanse tricolore. Op de muur prijken de portretten van belangrijke New Yorkse Italianen: de zanger Frank Sinatra Jr., inderdaad: de zoon van, de acteur Tony Lo Bianco die onder andere een rol speelde in The French Connection, de nachtclubzanger en entertainer Joe Piscopo. En anderen.

 

Ik loop door de achteringang de kerk binnen. Via de sacristie waar een klein Italiaans vrouwje bezig is de zaak af te stoffen, hoewel alles al kraakhelder oogt. Of ik binnen mag? Of course, sir, please come in. Het is alsof je een Siciliaanse kerk binnengaat. De niet echt grote kerk is vol gepropt met gekruisigde Jezussen, pieta’s, heiligenbeelden en andere religieuze afbeeldingen. Prominent hangen op verschillende plekken aan de want fotoreportages van de terroristische aanslagen op het Wold Trade Center. En uiteraard is er speciaal voor San Gennaro ingerichte bidkapel.

 

Terug naar Little Italy. Mulberry Street Cigars. Come to the Feast of San Gennaro and meet DENNIS HOF, star of the HBO’s Hit Reality Series Cathouse. En rook zijn handmade cigars. PARKING FOR ITALIANS ONLY – All others will be towed. DI PALO’S ROCOTTA MOZARELLA. Een kanariegele schoolbus passeert over het glimmend natte wegdek.

 

Maar die cappuccino, die komt er. Gewoon de straat oversteken. Naar La Bella Ferrara, 108 Mulberry Street. Al generaties lang op dit adres gevestigd. Eenmaal binnen, achter mijn cappuccino begint er iets te dagen. Was dit niet die tent waar elke dinsdagavond een Italiaanse fanfare voor de deur staat? Met petten in de Italiaanse driekleur? Beelden uit het programma Man Bijt Hond ter gelegenheid van de herdenking van 400 jaar Hudson en Nederland, verschijnen op mijn netvlies. En zit daar niet de eigenaar aan tafel? Ik herken hem aan zijn omvangrijke, wat kalende hoofd. Hij zit iets administratiefs te doen. Voorovergebogen over zijn papieren. Ik loop op hem af. Spreek hem aan. Franco! Ik blijk gelijk te hebben: het is de zingende eigenaar van de zaak die hij runt met ene Nick.

 

I went to Little Italy, new to the city and lonely after work. I sat alone for coffee and cookies. I met Franco the owner, who made me feel like family. That was many years ago, and I still love the place, the food and the songs Franco sings. La Bella Ferrara’s is the best of Little Italy! Thank you Franco.

Op dit nog vroege uur zijn we zowat de enige gasten in het etablissement. La Bella Ferrara is weliswaar niet het echte Italië, maar nog met die beelden van overbuurman San Gennaro in mijn kop, is de illusie wel erg dichtbij.

 

Franco zelf hangt duizendvoudig geportretteerd aan de wand. Met zijn armen over de schouders van Frank Sinatra, Dean Martin, Sofia Loren en met Tony Ferrara van de New York Yankees. Vanwege zijn bescheiden rol als acteur in de Sopranos wenst ook Dan Grimaldi uit de maffiacast van de beroemde tv-serie hem alle goeds van de wereld toe. En alsof dat niet genoeg is mag Franco ook nog eens op de foto met die blonde Russische tennispoes Anna Kournikova. Wat al die celebrities gelukt is, moet ons ook lukken. Dus eerst Gemma met Franco op de foto, en daarna ikzelf. Ik praat nog even door met hem over  Sicilië in het algemeen, en Palermo (waar zijn roots liggen) in het bijzonder. Als we afgerekend hebben en willen vertrekken nodigt hij ons uit voor ’s avonds. Hij treedt dan op in zijn eigen zaak. Als zanger, want in Little Italy is hij een beroemdheid. Nog net geen Pavarotti of Andrea Bocelli, maar het scheelt niet veel. Drie keer is hij getrouwd geweest volgens eigen zeggen. Maar nu: BASTA! Hij maakt er een gebaar bij alsof zijn hals wordt doorgesneden.

This is one of the better cafes in Little Italy. During the warmer season, it’s fun to sit outside and enjoy the cheesiness of Little Italy like a tourist. Apparently many famous people have been to this place judging from the photos on the wall.

 

Helaas zal het ons vanavond niet lukken om hier te zijn. We hebben al een tafel gereserveerd bij een andere Italiaan: Peter Thristino, de eigenaar van restaurant Pete’s Downtown in Brooklyn. Met uitzicht op downtown Manhattan.

December 26th, 2009

SLEEPLESS IN MANHATTAN 7

Posted in: Travels — admin @ 10:53

Wake-up met Fox TV en schaatser Dan Jansen op Herald Square

 

This is the city as it is: hot summer pavements, the children at play, the buildings in their naked Stone, the people without make-up.

            Mark Hellinger, as narrator, in The Naked City

 

Ik kan wel uit het raam kijken, maar dan zie ik geen fluit. Ja, een hoge stenen muur waarvan ik noch de bodem noch de top kan zien. Alleen via de tv kom ik te weten dat het vandaag bewolkt zal zijn, in ieder geval tot het middaguur. Zelfs kan er wat regen vallen, beweert de Amerikaanse weerman: Should I wash my car? Probably not today!

Zowel CBS als NBC pakken breed uit met de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede aan president Barack Obama. Naast felicitaties en lof is er ook kritiek. ‘Nog niks gepresteerd’ en “Het kan ook een last worden’, zijn de commentaren. Maar al snel wordt overgeschakeld naar de voorbereidingen van Halloween, een fenomeen dat ook in Nederland vaste voet aan wal gekregen heeft. Ik kijk naar horrormaskers vol nepbloed en neppuisten die worden aangeprezen voor jonge kinderen. Als warme broodjes vliegen ze de winkel uit. Over Irak weer geen woord. Het is allemaal Afghanistan wat de klok slaat.

 

Fox-TV laat live-beelden zien van Herald Square, hier om de hoek. Een of ander groots aangepakt Health Event ter gelegenheid van de 75e verjaardag van Empire Blue Cross waarvoor de hele dag de Amerikaanse speedskater Dan Jansen als boegbeeld aanwezig is. Als ik op de deur van John en Rianne klop, is John al in alle staten. Als schaatser en kenner van de internationale schaatswereld moet hij naar Dan Jansen. Zo iemand kom je niet snel zomaar tegen. In 1994 in Lillehammer won Jansen op de Olympische Spelen de gouden medaille op de 1000 meter. Het zou niet zijn enige wapenfeit zijn. Tot acht keer toe was hij wereldrecordhouder op de 500 en 1000 meter.

 

Snel het ontbijt naar binnen werken, dus. Als we op Herald Square aankomen wordt Jansen opnieuw geïnterviewd door een mooie jonge zwartharige latina van Fox-TV. John begint te hyperventileren om beide redenen. Wij stellen ons tevreden met het meenemen van gezonde appels en flesjes mineraalwater. We zijn immers op een gezondheidsmarkt. Hier worden Amerikanen geknuffeld op een antistress stoel. Daar worden senioren gewezen op het gemak van luchtgeveerde schoenen. De lijst van de Todays Activities op de Health Boulevard is indrukwekkend. We gaan voor de Hip-Hop Warm Up presented by NYRR die om 10.00 uur zal beginnen. Maar er is meer. Yoga Stretch, Tai Chi en info over Diabetes en Medicare Supplement Plans. Celebrating 75 years of improving the lives of New Yorkers and the health of local communities. Happy Anniversary,  Empire!, staat er op een groot bord waar je als teken van ondersteuning je naam kunt plaatsen. Laat ik dat maar doen.

 

John heeft eindelijk, nu de latina het even voor gezien houdt, Dan Jansen te pakken. Schaatsers onder elkaar. Ik wordt geacht voor de filmopnamen en de foto´s te zorgen. Kenners onder elkaar. Maar daar knettert uit de manshoge geluidsboxen de Hip-Hop van een van de dansers van de NYRR, de New York Road Runners. Jong en oud gaat met de armen en de benen de lucht in. De in oranje sportkleding verpakte zwarte NYRR doet het voor. Op het podium. Het enthousiasme spat ervan af. En het Amerikaanse publiek doet met volle energie mee. Als betrof het een luchtige militaire oefening.

 

New York Road Runners is dedicated to promoting the sport of distance running, enhancing health and fitness for all, and responding to community needs. Our road races and other fitness programs draw upwards of 300,000 runners annually, and together with our magazine and website support and promote professional and recreational running.

Het loopprogramma van 2009 is indrukwekkend. Op het programma staan onder andere de Empire State Building Run-Up, de Annual Father’s Day Against Prostate Cancer, de Lesbian and Gay Pride Run, en de ING New York City Marathon. Inderdaad, onze eigen ING-bank als hoofdsponsor van de marathon op 1 november. Of dat volgend jaar nog zo zal zijn, moeten we maar afwachten, nu ING zich ook al heeft terug getrokken uit de Formule-1. Maar een betere reclame dan beelden van runners over de Brooklyn Bridge lijkt me niet denkbaar.

 

New York stikt natuurlijk van de VIP’s, de celebs, de Masters of the Universe (om het maar eens met Tom Wolfe te zeggen), de pop- en sportsterren. In geconcentreerde vorm is alles te vinden in Manhattan, en in iets mindere mate in Harlem en tegenwoordig vooral in Brooklyn. Dan Jansen mag dan even in beeld komen, de aandacht van New York gaat dezer dagen vooral uit naar de New York Yankees. Het gaat goed met de club die op het punt staat binnenkort de World Series te gaan winnen. Voor het eerst in 26 jaar. Het zou dit keer wel extra goed uitkomen, want onlangs werd het spiksplinternieuwe gigantische Yankee Stadium in de Bronx geopend, op een steenworp afstand van het oude stadion.

 

In elke nieuwsuitzending voel je de spanning die naar een hoogtepunt wordt gestuwd. Vanavond staat de wedstrijd tegen de Minnesota Twins op het programma. De Twins lijken kansloos volgens de pers: The Twins aren’t supposed to beat the Yankees in the first round. The Twins were never going to beat the Yankees. It didn’t matter the longer they went after each other Tuesday night at the old Metrodome. They will close the place for baseball after this season, and the Twins will finally go back outdoors into the new fancy ballpark that will open for them in April. De wedstrijd van vanavond, daar wordt niet echt naar uitgezien, dus. De Yankees zullen er geen kind aan hebben.

Net als vorig jaar zullen we in een van de officiële New York Yankees winkels wat clubartikelen moeten inkopen voor Marius, de zoon van Michel die sinds enige tijd in Utrecht honkbal speelt in een van de jeugdelftallen. Vorig jaar brachten we al een cap en een shirt mee. Ook dit jaar hebben we weer een boodschappenlijstje meegekregen.

 

Het gaat goed met New York. De stad telt acht miljoen inwoners. In 2030 zal, volgens de demografen, New York negen miljoen inwoners tellen. De misdaadcijfers zijn lager dan ooit. Natuurlijk kent de stad geweld en bijbehorende ellende, maar niet meer in die hemeltergende mate die grote delen van de stad berucht maakte. In de jaren zeventig en tachtig waren 1500, bijna tweeduizend moorden per jaar heel gewoon. In 1990 - de stad was in de greep van de crack - was er een piek van 2245 moorden. Nadien is een spectaculaire daling ingezet, tot 494 in 2007. Tot aan het uitbreken van de kredietcrisis, eind 2008, floreerde de economie van de stad. De werkloosheid was in lange tijd niet zo gering geweest. Maar inmiddels nadert de werkloosheid de horrorgrens van tien procent, en verkeert Amerika nog steeds in een recessie. Maar met het eeuwige optimisme dat de New Yorker eigen is, zal de stad alles overleven. Ook deze crisis weer. En ook het tegenvallende weer van deze ochtend.

De nieuwslezer van NBC had gelijk vanmorgen. Op het moment dat we de subway bij Penn Station induiken, begint het licht te miezeren. Niet dat het nu gelijk geschikt weer is voor de car wash, maar het is toch een tegenvaller. Bovengronds bij Grand Street, vlak bij Little Italy en Chinatown. Gelukkig heb ik een paraplu bij me. John niet, maar die moet filmen, en dat kan niet met een paraplu in de hand.

December 23rd, 2009

Christo in Central Park New York

Posted in: Journaal — admin @ 10:24

Christmas Greetings from Central Park New York

December 18th, 2009

SLEEPLESS IN MANHATTAN 6

Posted in: Travels — admin @ 13:28

Koude wind over het vochtige asfalt van Fifth Avenue in de nacht

Oh, do you feel the breeze from the subway? Isn´t it delicious?Marilyn Monroe, as The Girl, in The Seven Year Itch

 

Zodra ik het dek van de oranjekleurige Staten Island Ferry op loop trekt de lucht snel dicht. Meer grijs dan blauw. En er steekt een felle wind op die in stevige snokken je als het ware het ruim inblaast. In tegenstelling tot de overtocht van vorig jaar hebben we nu een dichte boot. Geen open dek, of een reling waarlangs je van voor- naar het achterdek kunt lopen. Alleen aan de voor- en achterkant (waar zich de ‘oprit’ bevindt) zijn er plekken met open zicht op het water. Alleen raast daar de wind over je kuif. De passage van het Vrijheidsbeeld is weliswaar indrukwekkend, maar met een beetje zon zou het allemaal nog een stuk spectaculairder zijn. Dat geldt minstens zo voor het zicht op Manhattan. Daar moet een felle lage zon uit elkaar spatten op de glazen gevels van de verschillende wolkenkrabbers. Maar misschien ben ik al te verwend. Denk ik nog teveel aan de staalblauwe lucht boven Manhattan in oktober 2008.

De overtocht is gratis. En de boot is nog niet voor de helft gevuld met deels toeristen, en deels inwoners van Staten Island die terugkeren van hun werk. Ook hier opvallend veel orthodoxe Joodse families aan boord. Het zal allemaal wel te maken hebben met de 100e verjaardag van de relatie New York – Tel Aviv die blijkbaar groots wordt gevierd dit jaar.

 

Met dezelfde boot retour naar de terminal op de meest zuidelijke punt van Battery Park, c.q. Manhattan. We gaan daar ondergronds, nemen de subway tot Penn Station. Ook nu weer constateer je hoe weinig eigentijds de New Yorkse metrostations zijn. Vooral de zitbanken doen me bijna vooroorlogs aan, en misschien zijn ze dat ook wel: houten bakken die als een soort legbatterijen verspreid staan over de te smalle perrons. Mayor Mike Bloomberg heeft verordonneerd dat komend weekend het volledige metrosysteem een grote onderhoudsbeurt gaat krijgen. Het past allemaal naadloos in het actieprogramma van zijn herverkiezing in november. Consequentie van de grootschalige onderhoud is dat het nauwelijks de moeite loont om gebruik te maken van de subway-lijnen om je te verplaatsen in de city. Dan maar lopen. Of de yellow cab.

 

Dat Mike Bloomberg herkozen zal gaan worden, daar twijfelt eigenlijk niemand aan. En een opgeknapte subway helpt daaraan mee. Tot nu toe waren alle taxichauffeurs die ik gesproken heb op zijn hand. In de New York Times staat vandaag een vergelijking met hoeveel geld industriële reuzen als Procter & Gamble en General Mills uitgeven aan reclame voor hun producten. Het is even veel als Bloomberg, de rijkste man van New York en de op zeven na rijkste Amerikaan, spendeert aan zijn herverkiezing. Het zal niet verbazen dat Bloomberg gigantisch veel meer uitgeeft dan zijn democratische tegenstander, William Thompson. De verhouding is 16 op 1. Think Big!

 

De bekendmaking van de cijfers vrijdag leidde tot kritiek van Democraten en onafhankelijke democratische actiegroepen. ”Dit verstoort op zeer serieuze wijze de democratie van de stad. Hij geeft geld uit als een dronken zeeman, of beter, een miljoen dronken zeemannen”, zeggen democratische actiegroepen. “Obsceen”, roept Thompson.

 

Voordat we om een uur of zes Hotel Stanford binnen lopen, valt mijn oog op een tweetal brandweerwagens op de hoek van de Avenue of the Americas en 34th Street. Even checken of inderdaad de namen van de gesneuvelden op 11 september 2001 op de zijkant vereeuwigd zijn. Ladder 26 levert het bewijs. Deze wagen heeft vier brandweerlieden verloren in de hel van de WTC torens. We vergeten ze nooit. In memory of FF Dana Hannon, FF Robert Spear, FF Paul Tegtmeier Eng 4, FF Paul Pansini Eng 10, 9-11-2001.

 

Het wordt tijd om John eens te pakken (immers: altijd dorst). Op het moment dat hij de internetruimte van het hotel induikt om zijn mail te checken, sluipen Gemma, Rianne en ik de bar van het hotel binnen. Een chique, halfdonkere ruimte waar op dit vroege tijdstip nog nauwelijks klandizie zit. Een half ontblote jonge Koreaanse wijst ons op een vrije zithoek. En wil gelijk de bestelling opnemen. De dames gaan voor een stevig glas Spaanse wijn. Ik bestel in alle nederigheid een Brooklyn Lager. Bier, dus. De sluikharige zwarte blootjurk serveert met gratie. Na tien minuten stormt John naar binnen. Was ons kwijtgeraakt. “Waar zaten jullie?” Hier dus. Het Koreaanse decolleté en het Brooklyn Lager wakkeren zijn dorst tot onstuimige hoogten aan. Die afkoeling komt net op tijd. De onkosten voor de vier consumpties bedragen 45 dollar. Exclusief tip. “Geld moet rollen”, zegt John. Hij heeft gelijk: de dollar is nog nooit zo goedkoop geweest.

 

John heeft in zijn New York Gids een Koreaans restaurant in 33rd Street ontdekt. Het zoeken levert echter niks op. Wel voldoende seksshops, Irish Pubs en ander volksvermaak, zelfs fast food. Maar geen Koreaans restaurant. Tot twee keer toe lopen we de straat op enneer. Dan maar voor zeker: Korea Way. Waar we wonen. 32nd Street.

We hoeven dit keer niet al met een menukaart in handen buiten in de rij te staan. Kun Jip, dus. Authentic Korean Cuisine, in the middle of Korea Town. Kleine tafeltjes die zullen worden vol gezet met allerlei gerechten in kleine schoteltjes. Het meest smakelijk vind ik de hele kleine gegrilde sardientjes met een spicy smaak. Knapperig zijn ze. Als hoofdgerecht wordt voor John en Gemma een grote casserole vol vlees, groenten en rijst op tafel gezet die vervolgens door het bedienend personeel als was het een betonmolen door elkaar gehusseld worden. Jacyook Doo Boo Kimchi, of wat het ook moge zijn. En Bul Nak Jun Gol. Gooi maar in mijn pet. Rianne doet het wat rustiger aan met een schotel waarvan de ingrediënten nog wel te herkennen zijn. Voor mij een Jap Che, Korean starch noodles fried with vegetables and seafood seasoned in soy sauce. Bruine, glazige noedels. Lekker. Ik eet het weg met authentieke Koreaanse stokjes. Het is weer even wennen, maar het lukt. Om de maaltijd toch nog enige vorm van herkenbaarheid te geven, bestellen we er maar een fles vaderlands Heineken bij.

 

Niet dat de maaltijd zwaar op de maag valt, integendeel, maar een fikse wandeling door nachtelijk New York kan er natuurlijk nog wel bij. Alsof we vandaag nog niet genoeg gelopen hebben vandaag. Come on, just a little tour! Nog maar een keer Fifth Avenue af, richting Madison Square Park. Even verderop doemt het Flatiron Building op. Vroeger een beruchte plek voor gluurders die vanwege de altijd aanwezige wind er speciaal voor naar toe kwamen om de jurken van het passerende vrouwvolk te zien opwaaien. Nee, niet Marilyn Monroe, want die ging boven het hete rooster van de subway staan om haar blote benen aan het volk te tonen. De wind blaast fel en koud over de brede asfaltstrook. De yellow cabs hebben er geen last van, en zoeven als vanouds als een perpetuum mobile over de as van Manhattan. Retour via Herald Square. De vuurtoren van het Empire State Building baadt in oranje licht. Een baken in de nacht. Een nacht die later weer onderbroken zal worden door korte wake-ups, om 02.55 en 04.48 uur. In New York hoor je ook niet te slapen.

 

Wat die oranje verlichting betreft, het volgende. Een paar weken geleden werd die door onze eigen kroonprins Willem-Alexander en prinses Máxima ‘ontstoken’. In het kader van de feestelijkheden rondom 400 jaar Hudson. Het is gebruikelijk dat het Empire State Building symbolische kleuren aanneemt als er in de stad een groot evenement plaatsvindt. Normaal gesproken is het Empire State Building (het ESB) ’s avonds wit gekleurd, maar bij belangrijke nationale dagen in de Verenigde Staten neemt de top van het hoogste gebouw van New York de rood-wit-blauwe kleuren aan van de Amerikaanse vlag. Op St. Patrick’s Day is het ESB groen, de kleur van Ierland. Vanavond is het dus de beurt aan oranje.

 

In welke van de vijf stadsdelen (bouroughs): Manhattan, the Bronx, Queens, Brooklyn of Staten Eiland je ook woont, de hele nacht door kun je de sirenes horen van de NYPD, de New York Police Department, de NYFD-New York, Fire Department of de ambulances, die op veel hoeken van straten met draaiende motor standby staan. Zoals bij Herald Square waar we vlak voordat we terug liepen naar het hotel konden zien. In het hotel zelf dringt geen enkel geluid van buiten naar binnen.

The city that never sleeps, heet het, maar in het grootste gedeelte van Manhattan is het behoorlijk rustig ’s nachts. Bijna dorps. Dat geldt natuurlijk niet voor het Theater District waar we in Hotel Stanford tegenaan schurken. En ook op andere plekken zijn voldoende uitgaansgelegenheden te vinden. Maar in de buurten rondom Central Park kun je bijna een kanon afschieten. Ik lees nog even in een van de dagboeken van Hans Warren. Vanwege het contrast. Ik had natuurlijk beter naar Tom Wolfe of Paul Auster kunnen grijpen.

December 14th, 2009

SLEEPLESS IN MANHATTAN 5

Posted in: Travels — admin @ 18:44

Doe mij maar Battery Park, Hollandse grond onder de voeten

 

On street corners, in alleys, avenues, squares and modest flats, screenland´s magic boxes are grinding out the color and life of New York for some dozen realistic films. Our townfolk are happy about it. From location to location the tumbling crowds follow, gaping and wondering and pimping…

Douglas Gilbert, New York World-Telegram

 

Het zuidelijkste puntje van Manhattan zou je bijna Nederlandse bodem kunnen noemen. Battery Park is door de Hollandse kolonisten genoemd naar de batterij kanonnen die vier eeuwen geleden daar werden opgesteld tegen invallers vanaf zee. Eerst de Indianen met een kluitje in het riet sturen, en daarna iedereen die onaangekondigd de kust nadert een lading kogels op zijn dak sturen. Van de kanonnen is overigens weinig meer terug te vinden. En het huidige park is van bescheiden omvang. Maar wel op een schitterende plek gelegen. Een maand geleden zagen we, thuis op tv, daar ter gelegenheid van 400 jaar Hudson Willem Alexander en Maxima opduiken. Toespraken voor een nieuw geopend, en door Ben van Berkel ontworpen paviljoen. Maar dat paviljoen is op dit ogenblik aan het zicht onttrokken door een schutting. Het hele terrein voor de ingang van de terminal van de Staten Island Ferry wordt op dit ogenblik op de schop genomen. Alleen voor het feestelijke beeld op tv werd het paviljoen even toonbaar gemaakt. Paviljoen is trouwens een te groot woord voor het onooglijke gebouwtje. In New York behoort alles groot te zijn. Dit is weer valse Hollandse bescheidenheid. Of gewoon krenterigheid. Voor een dubbeltje op de eerste rang zitten op het puntje van Manhattan, de toegangspoort tot New York City.

 

Een taxi aangehouden op Fifth Avenue. Gemma, John en Rianne nemen weer plaat op de achterbank. Ikzelf hou de conversatie met de taxi driver gaande. Die in dit geval afkomstig is uit Bali. Eigenlijk een landgenoot, dus, als je Nederland nog beschouwt als een koloniale wereldmacht. Openhartig praten we over ons gezamenlijk verleden. No hardfeelings. Integendeel, de driver spreekt bijna lyrisch over Nederland en de Nederlanders. Maar over New York is hij nog enthousiaster. Zijn greencard heeft hij al een hele tijd in zijn bezit. Hij staat nu voor zijn laatste examen dat hem uiteindelijk het verlangde citizenship gaat opleveren. Hij ziet er naar uit. En het gaat hem zeker lukken. Nee, uit New York laat hij zich niet meer verdrijven. Een fantastische stad!

 

Om de drukte van de Fifth Avenue en Downtown Mahattan te ontlopen duikt hij links de 28th Street in, en zoeft vervolgens gemakkelijk door richting Battery Park. Langs de East River en over de East River Drive, de Franklin D. Roosevelt Drive en South Street Viaduct. Onder de Williamsburg Bridge, de Manhattan Bridge en de Brooklyn Bridge door. Sightseeing die door de rode dubbeldekkers van de Grey Line niet verbeterd kan worden. Het Chinese schimmenspel van de skyscrapers aan het einde van het schiereiland tekent zich haarscherp af tegen de heldere hemel. We zijn er. Stappen uit. Ik reken 22 dollar af, inclusief fooi.

 

Ik sta voor het monument dat de herinnering aan het Nederlandse verleden van New York levend moet houden. Een sokkel waarop een indiaan en een Hollandse koopman spullen uitwisselen. En een tekst.

Nadat de Kamer Amsterdam de West Indische Compagnie op 22 april 1625 last had gegeven tot den aanleg van het Fort Amsterdam en tien bouwerken daarnevens heeft de koop van het Eiland Manhattan in 1626 dien aanleg bevestigd welke de grondslag werd van de Stad New York.

Het woord ´bouwwerken´ met één ´w´, constateer ik als oud-docent. Het rode potlood heb ik niet bij me. Even verder een andere sokkel waarop twee bevers en molenwieken zijn gebeiteld. De beverhuiden van Manhattan waren gewild, en er kon goud mee worden verdiend in Europa. En de Hollanders waren nooit te beroerd om er een stevige fooi voor over te hebben. Handelsgeest, heet dat. De Indianen werden gewoon belazerd, zeggen anderen.

 

Even verderop een goudkleurige bol, identiek aan die we eerder op de dag gezien hebben voor het hoofdgebouw van de Verenigde Naties. Alleen is deze behoorlijk toegetakeld, gebutst, verbrand. En er brandt een eternal flame bij. De boodschap is duidelijk. It was damaged during the tragic events of September 11, 2001, but endures as an icon of hope and the undestructible spirit of the country. The Sphere was placed here on March 11, 2002, as a temporary memorial to all who lost their lives in the terrorist attacks at the World Trade Center.  Niet ver hier vandaan torenen de bouwkranen hoog de lucht in. Amerikanen laten zich door niemand klein krijgen. En New Yorkers al helemaal niet.

 

Op een andere plek loop je langs het New York Korean War Veterans Memorial. Ter nagedachtenis aan de Koreaanse Oorlog (1950-1953). Amerika onder aanvoering van generaal Mc Arthur tegen de communisten van Noord Korea. Een houwdegen die juist om die reden door president Truman uit zijn functie gezet zou worden. Het monument zelf laat een hoge granieten stèle zien waarin het silhouet van een soldaat is uitgehakt. In het plaveisel de aantallen doden, gewonden en de missing in action soldaten van alle 22 landen die bij de oorlog betrokken waren. Een niet gewonnen oorlog, daar kunnen Amerikanen maar moeilijk mee leven. Korea, Vietnam: Zuid-Oost Azië is geen succesverhaal voor de U.S.Army. In het Midden-Oosten lijkt het op dit ogenblik ook die kant uit te gaan.

 

Castle Clinton aan de oever van de Hudson heeft helemaal niks te maken met Bill en Hillary. Het ronde, zandstenen fort dateert uit het begin van de 19e eeuw en was bedoeld om de oorlogszuchtige Engelsen uit New York te houden. In die tijd heette het fort nog West Battery. Van 1855 tot 1890 was het fort het eerste Emigrant Landing Depot van de Verenigde Staten, waar immigranten wanneer zij de V.S. wilden betreden, Ze werden er opgevangen om de immigrantenstroom te reguleren. En tegelijkertijd kon de Amerikaanse regering zo controleren wie toegelaten werd als potentieel Amerikaanse burger. Dus nog voordat Ellis Island hiervoor in 1892 in gebruik genomen werd. Meer dan 8 miljoen immigranten passeerden Castle Clinton. Voordat we er door de toegangspoort naar binnen lopen moeten we nog even slalommen tussen de turkooizen Vrijheidsbeelden door. Levende standbeelden, met de Stars en Stripes in de ene, en de fakkel in de andere hand. Uiteraard is het dat je – tegen betaling – met een van de ‘standbeelden’ op de foto gaat. Die foto maak ik wel. En John filmt alsof hij Steven Spielberg zelf is. Ook zonder betaling. Tussen de bomen door kijk je over de fel glimmende spiegel van de Hudson uit op het echte Vrijheidsbeeld. Zwart afgetekend tegen de vaalblauwe lucht.

Onder de ronde overkapping is veel te lezen over de historie van het ‘Castle’. De History of the Battery Wall. De Lives of Casle Clinton. Al met al ziet de plek er wat onderkomen uit. Een Joodse familie lijkt gehaast door de achteruitgang weg te vluchten. Jongetjes met zwarte keppeltjes. Vader een orthodoxe zwarte baard.

 

En alweer loop je tegen een ander monument op. Battery Park lijkt ervan vergeven. Een expressionistische bronzen beeldengroep die THE IMMIGRANTS heet. Dedicated to the people of all nations who entered America through Castle garden. Op het eerste gezicht heeft de groep wel wat weg van de Burgers van Calais van de Franse beeldhouwer Rodin. Tien meter verderop staat een groep jonge Aziaten, pardon New Yorkers, te hiphoppen. En daar is weer een andere orthodox Joodse met wel acht kinderen die zich laat fotograferen op de hoge betonnen rand van een bloemenperk. Maar dan ben ik al bijna doorgelopen tot weer een ander militair monument. Monumentale betonnen zuilen waarin de namen van alle gevallen Amerikaanse mariniers gebeiteld staan, gedenken de Tweede Wereldoorlog.

1941 * * * 1945 Erected by the United States of America in proud and grateful remembrance of her sons who gave their lives in her service in the America’s coastel waters of the Atlantic Ocean. Into Thy Hands, Oh Lord. Met een gigantische klauwende adelaar boven de tekst.

 

Battery Park is al lang niet meer van de Nederlanders. Het is een herinneringsplek geworden van een deel van de wereldgeschiedenis. De Verenigde Staten als sheriff van de wereldorde. Voor de New Yorkers een oase in de hectische stad. Met uitzicht op het water. Veel water. Een plek waar de East River en de Hudson al eeuwen onbeschaamd in elkaar verstrengeld raken. Nergens in de stad vind je meer horizon dan hier. In die zin lijkt het nog steeds op Nederland. Brooklyn, Staten Island en New Jersey in één blik gevangen. En altijd zicht op het icoon van de city: het Statue of Liberty. Het 46 meter hoge beeld (93 meter als de sokkel wordt meegerekend) was een geschenk van Frankrijk (en ontworpen door de Franse beeldhouwer Bartholdi) ter ere van het eeuwfeest van de onafhankelijkheidsverklaring op 4 juli 1776: Independance Day. Maar van Battery Park af gezien valt de grootte tegen.

Tijd om dat water even over te steken. En de stad van de overkant te bekijken. Voor de New Yorkers is Staten Island nu niet direct een plek die de zinnen prikkelt, maar wat van Manhattan niet gezegd kan worden dat is hier in overvloed aanwezig: ruimte. De oranje veerboot van de Staten Island Ferry is zojuist aangemeerd. John, hou je camera in de aanslag. Hollen!

December 7th, 2009

SLEEPLESS IN MANHATTAN 4

Posted in: Travels — admin @ 11:45

Het Empire of the Sun bestaat. Het ligt in Midtown Manhattan

 

Hey! I´m walking here!

            Dustin Hofman, as ´Ratso´ Rizzo, in Midnight Cowboy

 

Op het brede trottoir van Fifth Avenue word je onmiddellijk weer belaagd door de rode sportpakken. Roedels zwarte New Yorkers. Hey guys! Tickets voor Het Empire State Building. Jammer; net boven geweest. Tickets voor de New York City Tour. De Gray Line. Nog even niet. New York beleef je immers te voet. Hey guys! We slagen erin door de branding in rustiger vaarwater te belanden. Lopen richting Grand Central. En kijken ondertussen hoog op naar al het glimmend beton en glas. En daarboven de lichtblauwe ochtendlucht. Ergens moet de zon zijn.

 

Midtown Manhattan. Lopen over de brede trottoirs van de slagader van New York. De temperatuur is redelijk, zo’n 15 graden, maar het is nog vroeg. Misschien staat er iets teveel wind. Maar het belangrijkste is dat de stad binnen kan dringen in je poriën. Voorbij de Public Library steken we de avenue over. We lopen door 42nd Street richting Grand Central Terminal. 42nd Street, een van de meest legendarische straten van New York. Naar het westen kom je in het theaterdistrict, beland je op Times Square en kruis je Broadway. Naar het oosten passeer je het machtige Chrysler Building en helemaal doorlopend tot aan de East River beland je op het territorium van de Verenigde Naties.

De straat heeft zijn reputatie de laatste jaren aanzienlijk verbeterd. Waar het vroeger wemelde van de seksshops, de verslaafden en de hoeren, waan je je nu in een keurig aangeharkte omgeving met alleen maar nette mensen. Winkelend publiek. Toeristen. Bijna zomerse taferelen. Weliswaar geen Indian Summer dit jaar – vorig jaar hadden we bijna constant temperaturen van 25 graden – maar alleszins acceptabele weersomstandigheden.

 

Grand Central Terminal. Het hoofdtreinstation van de stad. Hoewel je er via 42nd Street naar toe wandelt ligt het eigenlijk ingeklemd tussen Madison Avenue en Lexington Avenue. En omdat het in de VS altijd big, bigger, biggest moet, is het tegelijkertijd het grootste station ter wereld: 44 perrons, 67 sporen. Het in 1913 in Amerikaanse Jugendstil gebouwde station verwerkt dagelijks zo’n 600.000 passagiers. De centrale hal is het absolute pronkstuk. Ook nu weer lijkt het meer een bijenkorf dan een station. Als de grote borden van de departures en de arrivals er niet hingen, zou je je niet in een station wanen. Geen trein te zien.

Onder de begane grond bevinden zich tientallen restaurants en pubs. En daaronder weer het grote subway-station van Grand Central-42nd Street. We komen niet voor de trein. We komen gewoon om op een barkruk of in een van de levensgrote lederen fauteuils, bij een van de vele bars, een ochtend-cappucino te drinken. Dat lukt. En daarna lopen we nog even de deftige Oyster Bar binnen. Net open, half elf. Shrimps, crabes & Scallops. En Alaskan Red King Crabmeat over Lola Rossa and Aragula with Lemon Poppy Vinaigrette, Mushrooms, Carrots and Sliced Hard Boiled Egg voor $ 27,95. Heineken drink je er voor $ 6,95, en Brooklyn Local 1’’ Ale is vier dollar duurder. Helaas: geen lunchtijd nu.

 

Terug in het Empire of the Sun, op 42nd Street. Een steenworp verder, en je loopt al het Chryler Building binnen, 319 meter hoog. Art-deco van letterlijk hoog niveau. Hoewel het oorspronkelijk werd gebouwd in opdracht van de Chrysler Corporation, de Amerikaanse automobielindustrie dus, is het tegenwoordig in handen van oliesjeiks uit Aboe-Dhabi. Het gebouw kenmerkt de race naar steeds hogere gebouwen eind jaren ‘20 en begin jaren ‘30. Toen de wolkenkrabber eenmaal klaar was, in 1930, was het een jaar lang het hoogste gebouw ter wereld tot het deze eer moest overlaten aan het Empire State Building. De glanzende metalen spits met driehoekige ramen wordt ’s nachts verlicht, en is zonder twijfel het meest bekende silhouet van New York City. Een moderne middeleeuwse kathedraal. Met gargouilles van glimmend metaal. Want het Chrysler Building was een van de eerste gebouwen die onbedekt metaal lieten zien als essentieel onderdeel van het ontwerp. Daar moet je dus naar binnen. Hoewel je niet verder komt dan de lobby. Art-deco in optima forma. Veel marmer, fraaie plafondschilderingen, en zelfs de liftdeuren zijn kunstwerken op zich.

 

Stevig doorlopen. Tot aan de East River. En ineens, aan je linkerhand, het fantasieloze hoofdkantoor (Secretariaat) van de Verenigde Naties, een monoliet van 39 verdiepingen op United Nations Plaza. Geopend in 1951. Hoe vaak zag je dat gebouw al niet op je tv? Het complex bestaat echter uit nog drie andere gebouwen: het gebouw van de Algemene Vergadering, het Conferentiecentrum, en de Bibliotheek van Dag Hammarskjöld, die er in 1961 aan werd toegevoegd. Zoals meestal wapperen er deze morgen de vlaggen van zowat alle landen ter wereld, 189 zijn het er, op volle kracht, ook al vanwege het feit dat het complex zo open en bloot aan de East River ligt. De grond werd destijds gratis geschonken door John D. Rockefeller Jr. Inderdaad: behorend tot de familie Amerikaanse superrijken. Elders in de city heeft de familie nog voldoende ruimte over gehouden om eigen skyscrapers te planten.

 

No Standing. Except Vehicles with CONSUL-C and DIPLOMAT_A&D Licence Plates. Het terrein op lopen kun je risicoloos doen. Ook al staan er op verschillende plekken zwaar bewapende veiligheidsmedewerkers. Het is er niet echt druk. En de plek doet niet echt denken aan een centrum van macht en invloed. Maar dat kan, eenmaal binnen, totaal anders zijn. Links de opengebarsten ‘gouden’ bal die glimt in de zon. Reflecteert als een lachspiegel mijzelf. Mijn Canon gaat digitaal tekeer. Rechts een bronzen megarevolver waarvan de loop in een knoop gedraaid is. Een gift van Luxemburg. Non-Violence, heet het door Karl Fredrik Reutersward ontworpen beeld. De Verenigde Naties hebben er hun handen vol aan, om overal op de wereld de kemphanen uit elkaar te houden. Een Sisyphus arbeid.

Naar binnen gaan betekent door detectiepoorten en je schoudertas door de scanner laten schuiven. Het lukt. Please HELP Keep our Lobby Floors Dry – Use our complimentary Wet-Umbrella Bags. En dan op zoek naar de Slinger van Foucault die in 1955 door onze eigen minister van Buitenlandse Zaken, Joseph Luns, werd aangeboden. Even naar rechts kijken. De slinger is opgehangen in de centrale hall (boven de centrale kolom van de trap) die toegang geeft tot de grote vergaderzaal van de Assemblée. John loopt te snel door om hem daar te zien hangen. Misschien het boek van Umberto Eco niet gelezen?

 

Niet dat alles er nu ongelooflijk gelikt uitziet op de begane grond. Ik ga er van uit dat het op andere plekken in het gebouw luxueuzer is. De VN is immers een machtige organisatie, ook al hebben de Verenigde Staten sinds het aantreden van Obama pas aan hun al jaren achterstallige betalingsverplichtingen voldaan.

Ik loop langs de wat obligate portrettengalerij van de achtereenvolgende Secretarissen-Generaal: Dag Hammarskjöld 1953-1961, U Thant 1961-1971, Kurt Waldheim 1972-1982. Wat was er ook al weer met Kurt? Duitse Wehrmacht? Oostfront? Ergens zingt wat rond in mijn kop. Dan liever zijn minder omstreden opvolger Javier Perez de Cuellar 1982-1991 of diens opvolgers.

Hoewel er geboekt kan worden voor verschillende rondleidingen, zie ik daar toch maar van af. Ook Gemma, Rianne en John hebben er weinig trek in. Buiten is het nog steeds zonnig, en hier te verdwalen in een Kafkaiaanse doolhof of bureaucratische siertuinen, dat kan altijd nog. Bijvoorbeeld op een onverwachte rainy day. Maar daar zit ik eigenlijk niet op te wachten. Dan liever weer de straat op. Waar het Empire of the Sun het nog steeds voor het zeggen heeft in New York City.

 

De uitgebreide dagschotel in het piepkleine Indische restaurant TADKA, 229 East 53rd Street, kost je nog geen tien dollar. A fistfull of dollars. De reviews (ik zoek ze pas na afloop op), te vinden op  http://www.tadkanyc.com/ zeggen niks teveel: Wow, this place is definitely like a hidden gem. I’m surprised more people don’t know about it. It definitely seems to be more of a delivery place than eat-in but my friend and I actually went and ate-in at the actual restaurant. The owner chatted with us and was incredibly friendly. We shared the $15 dinner special and STILL had food leftover we couldn’t finish and the quality of food was very good. Also, for a small-scale operation it didn’t have that hole-in-the-wall look and was actually very clean and sophisticated looking. Sabrina M. uit Gravevine, Texas. Zij wijst ons de weg. Naar binnen, dus. John als culinair specialist scherpt zijn haviksoog. Niks mag hem ontgaan. Want misschien zit er in Stein wel handel in Indisch voedsel. Kleine tafeltjes. Totaal 12 stoelen. Voor ons vieren is er nog net plek. Dan zit het vol. Degenen die vlak na ons naar binnen willen, wordt de deur gewezen. Geen plaats in de herberg. De oplossing is aangeplakt: FREE DELIVERY with in a 10 block radius. From from 1st Ave - 6th Ave. and from 42nd Street to 63rd Street.

 

Ik kies voor de Lamb Saag met pittige spinazie, basmati rijst en naan, een met tandori plat gebakken brood. Het is erg smakelijk. Drinken? Voorlopig geen alcohol hier. Gewoon een diet coke. De anderen gaan voor seafood of een spicy chettinad chicken. De bediening is erg vriendelijk, huiskamerachtig. Gemma en Rianne kunnen de keuken in kijken, John en ik niet, want we hebben ons in de hoek genesteld. Als de zon ergens door te eten zou kunnen gaan schijnen, dan is het hier wel. Het Empire of the Sun ligt voor ons op tafel. Enjoy your meal.

Weer buiten op het trottoir zie ik, wat me ook al eerder is opgevallen, dat dit deel van East 53rd Street is vergeven van kleine uitheemse restaurantjes. Als paddenstoelen uit de grond. Japanse, Chinese, Franse, Italiaanse. Afgewisseld met barber shops en Amerikaanse fast food restaurants. De sfeer is relaxt, ondanks de wat gehaaste orthodoxe Joodse families die op weg zijn hun sjabbat te vieren. Zwarte hoeden, witte hemden. Om hun aanwezigheid te onderstrepen.

 

We lopen in de zon, richting Fifth Avenue. Passeren een paar gigantische brandweerwagens van de NYFD. Met op de zijkant de namen van de omgekomen collega’s van Ladder 24. Of Ladder 56. Nine Eleven. Nooit zullen ze worden vergeten. New York Heroes. Lopen langs gigantische witte Nijntjes die eens ontworpen zijn door onze eigen Dick Bruna. En hier tot beeld gemaakt door de Amerikaan Tom Sachs. En ergens, in een binnentuin loop je tegen een stuk Berlijnse Muur op. New York is een universum. De lage zon werpt lange schaduwen door de ravijn van Fifth Avenue. Daar de Rolex Building. Liever zie ik Saint Patricks Cathedral in de zon.

 

De bladgouden Prometheus schittert in de gouden zon. De aarde en de hemel, in één beeld gevangen. Inderdaad, ik kijk nu op tegen de hoogste wolkenkrabber van het Rockefeller Center. Hoezo last van hybris? De Rockefellers zeker niet. Top of the Rock. Laat zien wat je met je geld kunt doen! Mijn blik daalt naar beneden. Voor me de ijsbaan in de zogenaamde Sunken Garden: al volledig winterklaar. Achter me de Chanel Gardens met hun trapsgewijs opgebouwde waterbassins. Niet alleen bij het hoofdkantoor van de Verenigde Naties wapperen de vlaggen van alle 149 aangesloten landen, hier laat meneer Rockefeller ze ook nog eens strak staan in de vlagerige wind. Wie was ook weer de baas in de wereld?

Vorige week nog pogingen ondernomen om een Stage Tour te boeken in de enorme art-deco Radio City Music Hall. Helaas: alles was al volgeboekt. We moeten het nu maar doen met wat beelden van buiten. Opzien naar de toppen van het G.E. Building en de NBC Studio’s daar achter. John D. Rockefeller Jr., de legendarische filantroop en multimiljonair (of moet het in omgekeerde volgorde?), zoon van een oliemagnaat Ohio, moest het geërfde geld toch ergens aan kwijt. En hij wilde gezien worden. Door zijn imposante gebouwen vooral. Want niet alleen het VN-gebouw kwam er dankzij hem, maar ook de Cloisters in Harlem en de Riverside Church werden door hem tot leven gewekt. John D. moet wel de plaatsvervanger van God zijn? Als die de aarde niet geschapen had, dan John D. wel. En God weet zijn plaats: tegenover in de nederige Saint Patrick’s Cathedral, de grootste katholieke kathedraal van de Verenigde Staten. De dwerg tegen Goliath.

December 3rd, 2009

SLEEPLESS IN MANHATTAN 3

Posted in: Travels — admin @ 9:23

Good Morning, America! Good Morning, New York!

 

It´s all there to see on the streets of New York

Tim Robbins

 

New York is een mythische stad. Een moderne variant op Babylon of de verdwenen stadstaat Atlantis. New York is een metropool, in de meest letterlijke zin van het woord. Een universum. Een hologram, waarin alle facetten van de mondiale stad zijn terug te vinden. Alsof de wereld van Manhattan na het verdrijven van de autochtone Indianen een nieuwe start heeft willen maken. New York als de eigentijdse Ark van Noach waarin alle vormen van de menselijke soort worden opgenomen.

In deze stad word ik wakker. Na een slaap die de naam niet mag hebben. Zeven uur is het. Het eerste ochtendlicht komt van het flatscreen. Een meter of vijf van me vandaan. Het ABC News brengt me binnen een paar minuten terug in de werkelijkheid: GOOD MORNING, AMERICA! Nog voordat ik het scheerschuim over mijn kin heb uitgesmeerd ben ik weer helemaal bijgepraat. Balkenende, Wilders en Dick Scheringa zijn al aliens die hun dagen slijten op een ver continent. In de delta van de Rijn en de Maas. Hier leef ik voorlopig in een andere delta. Die tussen de Hudson en de East River.

 

Het National Deficit wordt inmiddels berekend op 1.400.000.000.000 dollar. Vervolgens de schijnwerper op de Swine Flu. In de hele U.S. zijn al 48 duizend gevallen geregistreerd; 600 doden, waarvan 130 kinderen onder de tien jaar. Het vaccinations program van de CDC ziet er indrukwekkend uit. En dan is er Afghanistan. Heel veel Afghanistan. Over Irak niks te melden. Afgeschreven oorlog. De camera zoomt vervolgens in op New York City, het kloppend hart van de wereld. Beelden uit het Yankee Stadium die een pak slaag uitdelen aan de Boston Red Sox. Een schietpartij in Harlem afgelopen nacht. Op de hoek van Lennox Avenue en 144th Street. Eén dode. Good Mourning, America! Good mourning, New York! Het nieuws wordt met enige regelmaat onderbroken door verkiezingsspots van Mike Bloomberg. In november hoopt hij herkozen te worden als mayor van de stad. Hij doet er alles aan.

 

Bloomberg spendeert recordbedrag aan herverkiezing

De burgemeester van New York, Michael Bloomberg, tast fors in de buidel om de kans op herverkiezing groter te maken. In zijn campagne voor de burgemeestersverkiezingen in New York op 3 november heeft Bloomberg volgens The New York Times al een slordige 85 miljoen dollar (circa 56 miljoen euro) uitgegeven.

De New York Times meldde onlangs dat als Bloomberg in het huidige tempo geld blijft uitgeven voor onder meer televisie- en radiospotjes, de campagne hem in totaal 110 tot 140 miljoen dollar gaat kosten. Ook voor twee eerdere burgemeestersverkiezingen trok Bloomberg forse bedragen uit. Volgens de krant kostten de drie campagnes hem in totaal zeker 250 miljoen dollar. Zijn vermogen dat hij voornamelijk verdiende in de media, wordt inmiddels geschat op 16 miljard dollar. Die 250 miljoen: peanuts!

 

Als ik de gang op loop om John en Rianne uit te nodigen voor het ontbijt gaat het brandalarm af. Rode lampen flikkeren. EXIT. Het geluid van de misthoorn roept beelden op van de zinkende Titanic. EXIT. Ik zie geen in hun slaap verraste hotelgasten de gang opstormen. Geen half ontblote one night stands. Geen paniek. En dan klinkt door de intercom de oproep om je niet ongerust te maken. Het betreft uitsluitend een test. Een brandalarm oefening. Weliswaar is de lift niet te gebruiken, maar: stay calm. Dat wordt dus acht verdiepingen trappen lopen naar beneden. In het trappenhuis hangen op elke etage hangen de brandslangen nog lusteloos op hun vertrouwde plek. EXIT. Good morning!

Het ontbijt komt me bekend voor. Broodjes, croissants, verschillende soorten donuts en cream cheese. Heel veel cream cheese. Gelukkig is de koffie redelijk. En een beker jus d’orange maakt het nog eens een stuk draaglijker. Gemma heeft uit de polderdelta een doos met cups aardbeienjam meegesleurd. Ik hou het gewoon op cream cheese. Iets wat als bij Marcel Proust het mémoire involontaire in gang kan zetten.

 

Ik heb City of glass van Paul Auster er nog eens op nagelezen. Broze stad (zoals het in de Nederlandse vertaling heet; waarom is me een raadsel) uit 1985 beschrijft al op pagina twee de stad als een anonieme en overrompelde betonwoestijn. Het eerste deel van zijn geslaagde New York Trilogie laat je onmiddellijk kennis maken met Quinn, het zoveelste alter ego van Auster. En met de stad. De stad die ondanks de anonimiteit waarin zijn hoofdpersoon kan wegvluchten - oplossen wilde ik bijna zeggen - uiteindelijk toch blijkt te fascineren.

New York was een onmetelijke ruimte, een labyrint met talloze gangen, en hoe ver hij ook liep, hoe goed hij buurten en straten ook leerde kennen, de stad gaf hem altijd het gevoel dat hij was verdwaald.

Dat gevoel begin ik in tegenstelling tot wat Auster schrijft, steeds minder te krijgen. En zeker op deze stralende, zonnige donderdagmorgen kan ik de weg naar de eerste halte bijna blindelings vinden. De 32nd Street uitlopend, sta je anderhalf huizenblok verder al voor de hoofdingang van het Empire State Building. De klok wijst negen uur. De zon schijnt. Good morning, New York!

 

De kaartjes zijn eergisteren al via internet en thuis gekocht en uitgeprint. Ook al betalen Gemma en ik twee dollar meer dan vorig jaar, met de goedkope dollar is het omgerekend in klinkende euro’s toch nog minder dan vorig jaar. Ook nu zijn we al een paar minuten na de opening om negen uur present. En ook nu weer kunnen we na een kort oponthoud omdat de tassen door de scan moeten, meteen doorlopen naar de lift. Op de 80e even wisselen van lift, en hop! daar sta je al op het observation deck. Het is nauwelijks minder zonnig dan op 10 oktober 2008. New York City aan je voeten. Ik onderdruk de gedachte dat ik hier als Master of the Universe sta. Maar die tuimelde volgens Tom Wolfe al snel van zijn sokkel. Bonfire of the Vanities. Ik werp het vel van Sherman McCoy maar snel van me af. In de verte zie ik nog zijn dure appartement aan Park Avenue. Van voor de Val. En Wall Street waar hij zijn miljoenen verdiende. En helemaal aan de andere kant, uptown, de Bronx. In de verte, de plek des onheils. Voor Sherman McCoy. Niet voor mij. Laat ik genieten van het moment. Ik kan de zon in het water zien schijnen. Links dat van de East River. En rechts dat van de Hudson.

 

John en Rianne laten het moment op zich inwerken. Net als wij onder de indruk. Niet alleen de zon geeft energie. Ook het beeld. Het oerbos van monolieten op de landtong die Manhattan heet. Ogen te kort. Je draait je rondjes op het observation deck. En in je kop loop je over de Manhattan Bridge. En over de Brooklyn Bridge weer terug. Of je vaart voorbij het Statue of Liberty. Checkt in op Ellis Island. Net als destijds lange rijen wachtenden. Nu toeristen. Toen hongerige Ieren. Berooide Italianen. Verstekelingen, altijd Chinezen. En al die anderen die de halve wereld over reisden om hier aan land te gaan. Het Beloofde Land. Het land van de onbegrensde mogelijkheden. De Ieren zijn Mexicanen geworden. De Italianen komen uit Bagdad. En de Chinezen komen gewoon uit Vietnam.

 

In de langgerekte steenwoestijn vallen de groene longen des te meer op. De plaquette van Central Park. Achthonderd meter breed, vier kilometer lang. Aan de randen wat smallere stroken groen. Riverside Park aan de Hudson, uptown west. East River Park dat op zijn rug ligt onder de Williamsburg Bridge. En helemaal downtown Battery Park. Waar het destijds begon. Toen de gewiekste Hollanders de Indianen van Manhattan voor een grijpstuiver hun land afhandig maakten. Nog steeds wordt daar op amorele wijze geld verdiend. Beverhuiden zijn omgetoverd in het verdampende goud van waardeloze aandelen. De Wall Street Crash van 2008 maakt nog steeds zijn slachtoffers.

Verder kijken. Het kost geen moeite, deze ochtend. Brooklyn. Queens. De Bronx. Harlem. Vaag in de verte de uitgestrektheid van Staten Island. Of de ogenschijnlijke rust van New Jersey. En weer terug gaat je oog. Scant de Avenues. Fifth Avenue als de waterscheiding tussen Oost en West. De yellow cabs als verkleurde rode bloedlichaampjes in deze aorta. En Broadway dat bijna messcherp diagonaal van zuidoost naar noordwest loopt. Good morning, New York!

 

En ineens duik je de tijdmachine in. Ik word omsingeld door in orthodox zwart geklede families. Bleekgezichten. In Europa over de rand geduwd emigreren ze vanaf halverwege de 18e eeuw naar het Beloofde Land. Amerika. Waar ze zich terugtrekken in besloten gemeenschappen op het platteland. De meesten overleven tegenwoordig in Pennsylvania, nog niet eens zo heel ver van New York. In heel Amerika zullen het er een kwart miljoen zijn. Diepgelovig, een hecht gezinsleven, agrarisch en bewust buiten het jachtige leven van al die booming nations. De Bijbel als richtlijn. De leerplichtwet aan hun laars. En met een eigen taal, het Pennssylvania-Duits. En inteelt wordt er niet beschouwd als een afwijking. Met alle gevolgen van dien. Ook al vanwege de gemiddeld grote gezinnen. Zoals de katholieken in Nederland halverwege de vorige eeuw.

Hier lopen ze rond, de Amish. Boven op het Empire State Building. Aliens. Zo worden ze gezien door de tientallen andere vroege bezoekers van het eerste uur. Of ze met paard en wagen, zoals ze gewoon zijn, de trip naar New York City gemaakt hebben, zou me verbazen. Het zal de bus wel geweest zijn. Want ook bij de Amish staat de wereld blijkbaar niet stil. Net als wij staan ze met grote ogen het wereldwonder een paar honderd meter naar beneden te overzien. Manhattan. Good Morning, New York!

 

Vanaf een jaar of zestien mogen Amish een paar maanden tot een paar jaar leven als de gemiddelde Amerikaan. Zo kunnen ze beter kiezen tussen het leven in de Amish gemeenschap en het leven in de ‘wereldse’ Amerikaanse maatschappij. Dit wordt rumspringa (Nederlands: in het rond springen, ronddollen) genoemd. Ze mogen altijd terugkeren naar de Amish gemeenschap, onder de voorwaarde dat ze dan ook hun hele leven Amish blijven. Op deze wijze kunnen de jongeren ervaren wat er in de rest van de maatschappij zoal te koop is en kan de keuze voor een leven als Amish bewust worden gemaakt. Zo’n 85 tot 90 procent kiest ervoor om zich na de rumspringa weer bij de Amish aan te sluiten en bijna allemaal houden zich daarna de rest van hun leven ook aan die keuze. Bij dit definitieve aansluiten worden de jongvolwassenen ook gedoopt en nemen hun vaste plaats in de gemeenschap in.

De jongeren die ik zie zijn zeker geen zestien. Ze hebben de rumspringa nog voor de boeg. Ik zou het wel weten. En kiezen voor de wereld die New York heet. Forget Pennsylvania!

 
  • ON THE ROAD naar Santiago de Compostela

  • Sint Jacobus leidt me door braamstruiken en naar bierloze cafés

  • New York op doek: nieuwe schilderijen

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 20

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 19

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 18

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 17

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 16

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 15

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 14

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 13

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 12

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 11

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 9

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 8

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 7

  • Christo in Central Park New York

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 6

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 5

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 4

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 3

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 2

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 1

  • Sleepless in Manhattan - intro

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 17

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 16

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 15

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 14

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 13

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 12

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 11

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 9

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 8

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 7

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 6

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 5

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 4

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 3

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 1

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico García Lorca 1

  • BINNENKORT IN DIT THEATER: ANDALUSIË

  • Hermitage: het zomerpaleis van Nicolaas II aan de Amstel

  • Wajauw? Met Ahmed Marcouch en Hans Laroes naar Brooklyn aan de Maas

  • Luik: van nu en toen, van Calatrava en Les Olivettes

  • Geen Pim Pandoer, wel Beethoven in ’s Heerenberg

  • Spaanse La Notte in het Hollandse Slot Loevestein

  • Van Gogh en de kleuren van de nacht in Amsterdam

  • Opnieuw de ruimte in: A Space Odyssey 2

  • Schilderen: een lange winter met gebrande omber sienna

  • Paradise by the dashboard light

  • Shipbreaking op doek. Met dank aan Edward Burtynsky - Work in Progress

  • Ode Maritima aan Fernando Pessoa

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 16

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 15

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 14

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 13

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 12

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 11

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 10

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 9

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 8

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 7

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 6

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 5

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 4

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 3

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 2

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 1

  • MANHATTAN TRANSFER

  • Corrida aan het einde van de Indian Summer

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 14

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 13

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 12

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 11

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 10

  • Intermezzo: Lucien zingt Lee Towers

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 9

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 8

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 7

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 6

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 5

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 4

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 3

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 2

  • Valencia: tapas op de Feria van Calatrava 1

  • VALENCIA: tapas op de Feria van Calatrava

  • Feria Andaluza in Boom België, of all places

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 15 / slot

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 14

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 13

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 12

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 11

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 10

  • Powered by ME :) !! en MainCore
    Blog (c) WordPress 1.5 Theme created by McMike and Mr-Godd