October 29th, 2009

Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

Posted in: Travels — admin @ 15:42

Retour Málaga – Düsseldorf, ondanks het uitvallen van de airco

 

Om half tien rij ik Sanlúcar de Barrameda uit. Alle rekeningen keurig vereffend in de Posada de Palacio. Vanaf vandaag zullen we weer in een minder vorstelijke zaal slapen. En onder meters lagere plafonds. Aan alles komt een einde, zelfs aan een bijna drie weken durend verblijf in Andalusië. Het is de bedoeling via Jerez de la Frontera en Sevilla naar Antequera te rijden om daar ’s middags te lunchen en nog wat laatste inkopen te doen. Het zal echter allemaal anders gaan lopen.

 

Bij het binnenrijden van het van hitte zinderend stadje begint er op het dashboard een lampje te flikkeren. Ik ruik onraad. Op een gegeven ogenblik valt de airco weg en loopt de temperatuur op. Hoewel ik al bijna in het centrum zet maak ik rechtsomkeert naar het benzinestation dat ik bij het binnenrijden van het stadje heb zien liggen. Daar stop ik, in de hoop op professionele assistentie. Dat blijkt een misvatting. Er zit alleen een van toeten nog blazen wetende vrouw achter de kassa, en die kan niet helpen. Ze wil nog wel even komen kijken, maar ziet niet meer dan ik: er lekt een vloeistof op het beton. Geen olie, gelukkig. Dat moet de koeling van de airco zijn. Geen probleem, zegt de vrouw. U kunt gewoon doorrijden. Maar ik vertrouw het niet. Die airco valt toch niet zomaar weg. En besluit naar het verhuurbedrijf in Málaga te bellen.

 

Er wordt me toegezegd dat er binnen 40 minuten een takelwagen zal voorrijden. Dat schiet dus beter op. Tijd genoeg om even een warme lunch te gaan nemen in het tegenover gelegen winkelcentrum. Want veertig minuten in Spanje betekent volgens mij minstens een uur.

We nemen de tijd. En de warme hap smaakt me prima. Maar Gemma heeft haast, en wil terug naar de auto. Een goede beslissing, want de takelwagen van een garagebrijf in Antequera staat al voor. Ik zit ondertussen nog rustig mijn ternera weg te knagen. En kom rustig aanlopen, als de mecanicien al een paar liter koelvloeistof heeft bijgevuld. Die er overigens onmiddellijk weer onderuit is gelopen. Handen in het haar: zowel hij als ik.

 

Weer bellen naar Malagacar.com in Málaga. Geeft de telefoon aan mij over voor de finale beslissing. Het voorstel is te kiezen tussen de auto op te laten takelen en met de takelwagen mee te rijden naar Málaga. Of een allerlaatste poging om weer vloeistof te laten bijvullen. Ik kies voor het laatste, en mocht dat niet lukken de auto toch te laten optakelen.

 

De mecanicien heeft nog een ander soort vloeistof in de aanbieding. Die blijft erin. Hoop doet leven. Hij adviseert me bergopwaarts de airco uit te schakelen, en het maar te proberen. Ter geruststelling geeft hij me nog een paar liter koelvloeistof mee. We wagen het er op. Maar zal de airco tot Málaga niet gebruiken. Gewoon de natuurlijke airco gebruiken: de zijramen open. Maar het rijdt, en ik zie tot het inleveren van de auto geen lampjes meer opflikkeren. Oef. Met het zweet op mijn voorhoofd lever ik de sleutels in. Finish bereikt. Blijkbaar heeft het personeel zoveel vertrouwen in dat een van de medewerkers me in ‘onze’ auto aflevert op het vliegveld. En die zet gewoon de airco aan. En die blijkt gewoon te koelen.

 

Door al dat gedoe veel te vroeg in de vertrekhal. Gelukkig is er redelijk snel in te checken, zodat we de ballast snel kwijt zijn. In plaats van rustig een middag shoppen in Antequera wordt het slenteren langs de verschillende winkels van de luchthaven. Al geen Spanje meer. Laat staan Andalusië. De shopping centers op alle vliegvelden zijn allemaal van hetzelfde pot nat. Te gelikt, en te karakterloos om aantrekkelijk te zijn. Maar het is niet anders. Na de zoveelste cortado begin ik maar wat te lezen in mijn in Fuente Vaqueros aangeschafte dichtbundel van Federico Garcia Lorca: Poeta en Nueva York. New York, dat zal de volgende bestemming zijn. In oktober. Maar eerste staat de Airbus 300-300 klaar die ons in een paar uur naar Düssendorf zal brengen. En daar is geen manzanilla te krijgen. Daarvoor moet ik toch een keer terug naar Sanlúcar de Barrameda.

HASTA LA VISTA!

October 28th, 2009

Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

Posted in: Travels — admin @ 9:50

Voet aan wal in het Parque Nacional y Natural de Doñana

 

Opnieuw geen wolk aan de lucht vanmorgen. En heet: 35 graden. Pas aan het einde van de dag zal een lichte bries, de levante, voor nauwelijks verkoeling zorgen. Het is niet anders. We zijn er na een paar weken wel aan gewend geraakt.

Vroeg uit de veren. Al om kwart over acht zitten we aan het desayuno. We moeten nog naar de haven lopen om op tijd te zijn voor de geplande boottocht met de Real Fernando naar het Parque Nacional. Samen met het annex gelegen Parque Natural de Doñana, is het gebied goed voor 85.000 hectare beschermd natuurgebied. We zullen slechts dertien kilometer stroomopwaarts de Guadalquivir volgen en op twee plekken aan land gaan voor een korte wandeling en een blik op de natuur. Vertrek vanaf de aanlegsteiger aan de Bajo de Guia. Alles bij elkaar zal de tocht een uur of vier in beslag nemen.

 

Het Nationaal park Doñana (Parque nacional de Doñana) is een nationaal park gelegen aan de Atlantische Oceaan, aan de monding van de Guadalquivir in Andalusië. Het gebied ligt in twee provincies, Huelva en Sevilla, en vormt een soort natuurlijke barrière tussen deze provincies. Er lopen namelijk geen wegen door de Doñana. Menselijke bebouwing en bewoning is op enkele uitzonderingen na niet toegestaan. De schaarse bewoners die in het natuurgebied wonen, leven er op natuurlijke wijze, zonder moderne voorzieningen zoals elektriciteit. De oppervlakte van Doñana - alleen het Nationale Park, dus - bedraagt 50.720 hectare. Het gebied wordt gevoed door de rivieren Cano del Guadiamar, een zijtak van de Guadalquivir en de Arroya de la Rodna.

Het gebied is belangrijk vanwege de vele trekvogels die er een rustplaats vinden op hun tocht van zuid naar noord. De moerassen in de rivierdelta zijn voor deze vogels ideaal.

 

Aan de bovenstroom van de Guadalquivir ligt het mijnbouwbedrijf Boliden, dat mijnstoffen wint en chemisch zuivert. In april 1998 brak een reservoirdijk door, waardoor 5 miljoen m3 zwaar giftige metalen de Guadalquivir instroomden. Naar schatting 80 miljoen dollar aan oogst werd vernietigd, en 5300 hectare landbouwgrond is voor tientallen jaren onbruikbaar. De natuurramp in Doñana bleef beperkt, omdat het gif door de rivier langs het park naar zee werd afgevoerd.

 

Jaarlijks vindt er door La Doñana een bedevaart ter ere van de maagd van El Rocío plaats, met als bestemming het plaatsje El Rocío (gemeente Almonte), waar de stoet op Tweede  Pinksterdag ’s ochtends aankomt om het beeld van de Maagd te begroeten. De bedevaart start in Sanlúcar de Barrameda, waar de Guadalquivir wordt overgestoken, om vervolgens het park in te trekken. De tocht met klassieke huifkarren en een kleurrijk uitgedost gezelschap duurt drie dagen, met elke avond een feestelijk samenzijn.

 

Vanaf de boot hebben we een goed zicht op de oevers en op het landschap daarachter. Soms lijkt het op een duinlandschap, dan weer zijn het uitgestrekte wetlands. Ook passeren we pijnboombossen en steppeachtige vlaktes. Veel vogels, echte wilde dieren zullen we niet te zien krijgen. Wel flamingo’s, vooral bij de eerste stop. Na een korte wandeling houden we stil voor een gebied dat overbevolkt is door allerlei vogels, las Salinas geheten. Bij vloed lopen grote gedeeltes ervan onder water, zodat het voor al die vogels letterlijk smullen is, want allerlei vissoorten en kreeftensoorten blijven bij het terugtrekkende water achter. Een heel eind verder aan de oostkant glinsteren de witte zoutbergen. Zout is een van de producten die op grote schaal gewonnen mag worden aan de rand van het Parque Natural. In het Parque Nacional daarentegen is alle ‘productie’ verboden.

 

Op de terugweg over de Guadalquivir is er een tweede stop bij het Poblado de la Plancha. Her en der bevinden zich over het gebied verspreid lage houten huisjes met daken van riet. Sommige ervan zijn nog bewoond door zogenaamde guardians die ook zorg dragen voor de bewaking van het park. Omdat er geen gas, water en elektriciteit vanaf het vasteland mogen worden aangevoerd, wordt de energie geleverd door zonnepanelen op de rieten daken. Zelfs worden er kippen gehouden, want honger heeft de gemiddelde guardian natuurlijk ook regelmatig. In de huisjes mag vuur gemaakt worden.

Voordat we aan land gingen bij het poblado hebben we ons op aanraden van de gids helemaal bestoven met een antimuggen spray. Hoewel het er bloedheet is op het terrein, is het vergeven van de muggen. Ik hoor ze zoemen in mijn oorschelp. Maar het middel blijkt effectief. Geen enkele muggenbeet.

Een paar honderd meter van de huisjes verwijderd staan in slagorde bijenkorven opgesteld, en zijn er houtskoolbranderijen te zien. We zien echter niet één bewoner opduiken. En toch klinkt er uit een van de huisjes muziek. Het zal wel een transistor zijn die werkt op batterijen. De rust en de desolaatheid nemen het echter weer snel over als we verder lopen.

 

Om half twee retour op de kade van Sanlúcar. Etenstijd. En het is niet ver naar Chiringuito la Orilla. Het recept is te voorspellen: een aantal raciones met tapas, en een paar glazen bier. Voldoende energie om de twee kilometer lange wandeling naar de Posada de Palacio af te ronden, zij het met een korte tussenstop op een van de vele terrassen in het centrum. Daar heerst nog de rust van de siësta. Sommige horecagelegenheden gaan zelfs voor een aantal uren op slot. Pas tegen half zeven is alles weer vol in bedrijf. Tot ver na middernacht. Bij temperaturen die steeds aangenamer worden.

 

Op de laatste avond in Sanlúcar de Barremeda ben je bijna verplicht om nog eens de parade van de verschillende manzanilla’s af te nemen. Zo vanaf een uur of half acht lijkt het daarvoor de meest geschikte tijd te zijn. Aperitieftijd. Dus maken we de ronde langs verschillende terrassen en bars en proberen daar achtereenvolgens de merken van de verschillende sherrybodega’s uit: Gitana, Solear, Bobadillas. Het spul smaakt te lekker. Vooral als ze ijskoud zijn. Maar het maakt ook hongerig.

Om de cirkel rond te maken eten we de ultieme maaltijd bij La Truca. Zoals gebruikelijk zijn het vooral zeebeesten die we naar binnen werken. Na de ensalada mariscos volgt de espada (zwaardvis), in porties die meer dan groot zijn. Het spreekt voor zich dat we na afloop niet aan de verleiding kunnen weerstaan om de weg omhoog posada-waarts te onderbreken met verantwoord terrasbezoek. Heel Sanlúcar lijkt aan de wandel, want het is een niet aflatende stroom die aan ons voorbij trekt.

 

Het meest deprimerende is altijd het weer inpakken van de koffers. Maar het is niet anders. Morgen tegen het einde van de middag zullen we ons weer moeten melden bij de incheckbalies van Air Berlin in Málaga. Dat moment kan gelukkig gerust uitgesteld worden tot middernacht. Daarna nog een douche en figuurlijk onder de wol. Want van een Arctische zomer is hier geen sprake. Morgenvroeg na het ontbijt oostwaarts. Met die gedachte in mijn kop dommel ik in. Misschien ook wel nagenietend van de zoute smaak van de manzanilla in mijn mond. In het belendende restaurant is er vanavond geen gekletter van borden en bestek te horen. Een voordeel, als je met het raam open slaapt. Blijkbaar hebben ze het spul al eerder in de vaatwassers gedumpt.

October 27th, 2009

Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 17

Posted in: Travels — admin @ 10:05

Drie dagen lang paardenrennen op het strand van Sanlúcar

 

De temperatuur blijft onverminderd hoog: 35 graden. Maar het kan allemaal nog heter: in Sevilla, enkele tientallen kilometers landinwaarts, drijft de koperen ploert het kwik naar boven de 40 graden. Gelukkig is het ’s morgens vroeg nog goed uit te houden. Zoals bij het inmiddels gebruikelijke ontbijt op het caféterras om de hoek van de Posada, waar we ons weer een energie-injectie geven door middel van het naar binnen werken van enkele tostadas jamón met café con leche.

 

De Mercado Municipal is in tegenstelling tot andere overdekte stadsmarkten die we bezocht hebben, aan de kleine kant. Ook het assortiment valt wat tegen. Vandaag is er bijvoorbeeld nog geen vis te zien op deze morgen, terwijl we toch aan zee zitten. De vismarkt schijnt pas later op de dag open te gaan, horen we. Toch is het altijd verrassend wat je allemaal aan verse groeten en fruit op deze markten tegenkomt. De specialiteit hier is het carne de toro, stierenvlees. Want dat vlees van al die in de arena’s gedode stieren moet toch ergens heen. En wat is er dan beter om het maar in de maag te laten verdwijnen. Het vlees is overigens best lekker, ik heb het al vaker gegeten. Iets meer smaak dan gewoon rundvlees. Maar de voor de corrida gefokte dieren hebben een goed leven en worden goed gevoed. Dat proef je uiteindelijk terug in de smaak van het vlees. Jammer dat ze zo’n onheroïsche dood moeten sterven. Mocht er ooit een einde komen aan het stierenvechten in Spanje dan hoop ik dat het stierenvlees op de menukaart blijft staan.

De straten rondom de mercado zijn ook volgebouwd met kramen. Groenten, fruit, eieren, cactusvruchten en de gebruikelijke bric-à-brac van goedkope kleding en schoeisel. Echt druk wil het nog niet worden. Misschien nog te vroeg.

 

Voordat we op onze gehuurde hamacas (inclusief de sombrilla acht euri per dag) op het strand aan de Bajo de Guia neerploffen de dorst gelest op het op tien meter afstand gelegen terras van Chiringuito la Orilla. Daar zullen we ook de lunch naar binnen werken, later: tapa, tapas, en tapas (vooral de visspecialiteiten). En bier.

 

Op het brakke water (immers de samenvloeiing van de Guadalquivir en de Atlantische Oceaan) veel bedrijvigheid: zeil- en motorboten, kano’s, skifs en roeiboten. ’s Middags meert de ‘Belle de Cadix’, aan, een bescheiden cruisschip dat de verbinding met Cádiz onderhoudt. In de zee staat er een sterke gevaarlijke stroming die de zwemmers dicht bij de kustlijn houdt. Ogenschijnlijk is het water vrij rustig, maar schijn bedriegt. Een ontsnapte rubberboot is in no time een kilometer verder afgedreven.

 

Welopen wat af. Vanmorgen een paar kilometer om op de playa te komen. Vervolgens tegen een uur of vijf te voet weer terug naar de posada. En om een uur of zes ’s avonds zijn we opnieuw (te voet) terug op het brede strand, maar nu bij het centrum van Sanlúcar. Hier zullen over een uur de traditionele paardenraces plaatsvinden. Drie dagen lang, in de avonduren. Vandaag is de eerste dag van de tweede reeks; de eerste reeks van drie dagen speelde zich af in het begin van de maand. Las Carreras de Caballos, lees je in het hele stadje op de kleurrijke affiches. Een fenomeen waarvoor zelfs de Andalusische televisieploegen zijn uitgerukt.

 

Als we op het strand arriveren zit het al goed vol. Er is een oranje plastic net gespannen over een afstand van een kilometer of drie. Het publiek wordt geacht daarachter plaats te nemen. Maar de Spaanse nonchalance staat toe dat pas tien minuten voordat de race begint de politie het volk achter de omheining kan dwingen.

 

De jeugd van Sanlúcar de Barrameda heeft kartonnen wedkantoren geïnstalleerd op het strand. Bont versierd. De jeugdige brookers trachten het publiek te verlokken tot hoge inzetten. Voor een paar cent kun je er wedden op de paarden die verdeeld over vier races voor de hoofdprijs zullen rennen, tussen zeven en negen uur.

 

De avond vaalt. De zon staat laag en werpt inmiddels lange schaduwen. Ineens zie je het volk achter het oranje net plaatsnemen. Het is dringen, want druk. Duwen en trekken om de goede plaatsen. In de verte, een kilometer of wat verder, zie ik nog net de startplek. Met mijn camera kan ik het aardig dichterbij trekken. De race zelf gaat in een flits voorbij. Nauwelijks tijd om fatsoenlijke plaatjes te schieten. En wie er uiteindelijk wint, ontgaat me ook. Maar een spektakel is het, dat is zeker. Het volk neemt weer bezit van de strandrenbaan, loopt tot aan de branding. Tot het moment dat de politie te paard en in landrovers het signaal geeft voor de tweede race. Die opnieuw in een flits voorbij is.

 

De vierde race wachten we niet af. Het is immers ook nog eens tijd om de maag te vullen. In de Barrio Alto eten we op het Plaza San Roque op het terras van Bar Juanito. Kaas, tapas en serranoham vooraf en een hele grote moot spada )inkvis’ als pièce de résistance. Daarbij drie manzanilla´s elk. Om een uur of elf terug in de Posada de Palacio. Een douche, want daar waren we aan het einde van de middag nog niet aan toegekomen. En op tv kijken naar de uitzending van Las Carreras de Caballos, a la orilla del mar. Nu kunnen we tenminste de hele race volgen, van start tot finish. Dat was er vanavond ter plekke niet bij. Toen snelden de caballos met een sterke luchtverplaatsing voorbij. Morgen en overmorgen gaat het circus verder. Maar dan hebben we weer andere dingen te doen.

October 26th, 2009

Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 16

Posted in: Travels — admin @ 11:31

Relaxen aan het strand van de Guadalquivir: óók Sanlúcar

 

Gisteravond, maar het was al na middernacht, op de stads-tv van Sanlúcar opnieuw beelden gezien van de indrukwekkende processie voor de Virgen de la Caridad. Als je goed oplet zie je dat in veel gevallen de devotie van de deelnemers ver te zoeken is. Er wordt heel wat afgelachen en geginnegapt. Maar er zijn ook tableaus van gelovigen die bijna helemaal in een religieuze tracé verkeren. Naast de vele heren in stemmig en chique zwart lopen er ook flink blote stoeipoezen rond die door de processie de gelegenheid aangrijpen en rond paraderen als liepen ze op de catwalk. De devotie rondom het gigantische schrijn waarop de Virgen wordt rondgedragen is echter ongekend. In een walm van wierook wordt ze in schuifelgang door de Barrio Alto gedragen. Urenlang. En die jongens onder het ‘schavot’ maar zweten. Want zelfs om middernacht is het op straat nog 30 graden. Ik wil er niet aan denken tot welke hoogten de temperatuur onder de rokken van de Virgen oploopt.

 

Zondag vandaag. Uitgeslapen. Maar om half negen beginnen de klokken van de vele kerken in de buurt van onze Posada al weer met een opgewekte onstuimigheid te luiden. Het donkere brons van de Basilica de Nuestra Señora de la Caridad en de Nuestra Señora de la O zijn met elkaar in gevecht om de volle aandacht. Wie wat overstemt, ik zou het niet kunnen zeggen.

Het ontbijt om de hoek, op het terras van een café-restaurant kost een habbekrats: 5,80 euri voor twee personen. Tostadas jamón en tomate met café con leche. De gekleurde zoutweg die gisteravond nog grotendeels intact was, is nu als sneeuw voor de zon verdwenen. De temperatuur loopt snel op. En na een kort bezoek aan de Nuestra Señora de la O met zijn Arabische plafonds en andere mudéjar elementen zijn we al snel te voet op weg naar de benedenstad.

 

Het is een paar kilometer lopen naar de Bajo de Guia, de boulevard met zijn protserige châlets en landhuizen uit het begin van de 20e eeuw. De villa’s zijn tegenwoordig vooral in gebruik als zomerresidenties, en opgedeeld (en verhuurd) in verschillende compartimenten. De tuinen rondom zijn goed onderhouden, en groen. Aan het einde van de boulevard reserveer (koop) ik in de Fabrica de Hielo twee tickets voor een bezoek aan het nationale natuurpark Doñana Parque met de Real Fernando, een soort stoomboot die een eind de rivier op zal varen. Voor over twee dagen. En voor 16,20 euri per persoon.

 

Vlak naast de Fabrica de Hielo ligt, eveneens aan de Bajo de Guia, een klein pittoresk visserskerkje, wit spetterend in het zonlicht. Op deze zondagochtend puilt het tot op het trottoir of met biddende gelovigen. Niet allemaal zeelieden, zo te zien. Vooral vrouwen.

 

Lazy Sunday afternoon. Een paar uur relaxen op het drukke, maar aardige terras van een dichtbij gelegen strandpaviljoen, op de plek van de Gualdalquivir en de Atlantische Oceaan elkaar ontmoeten. Strand. Koude dranken, en zo nu en dan een portie tapas, voor 2 euri per bord. Het kon allemaal slechter. Ik suf wat voor me uit, want het is inmiddels bloedheet geworden buiten de schaduw van het terras. Allengs verdwijnen de Spanjaarden van het strand om in hun bungalow, appartement of hotel de lunch te nuttigen. Anderen schuiven nog aan op het terras, en nemen de laatste vrije stoelen en tafels in beslag.

 

Om 15.00 uur zijn we terug in de Posada voor een korte siësta. Nog niet uitgerust? De weg terug, met namen de klim naar de Barrio Alto, was in de middagzon geen pretje. Het zweet dreef tappelings mijn bilspleet in. Onderweg praat ik nog even met een schilder uit Sevilla die in een van de schaarse schaduwstroken van de Sanlúcar een stadsgezicht staat te schilderen. De verf droogt hem zowat in de kwast weg. Maar gelukkig werkt hij met olieverf dat wat minder bevattelijk is voor snel drogen dan de acrylverf die ik zelf meestal gebruik. Hij neemt deel aan een schilderwedstrijd die is uitgeschreven door het stadsbestuur. Alle deelnemers moeten op het einde van de dag hun creatieve product inleveren.

 

In de binnenpatio van het hotel raken we in gesprek met een Engels echtpaar dat al tientallen jaren de vakantie doorbrengt in de Posada de Palacio, en er compleet lyrisch over is. Zo te zien is de vrouw van de bejaarde Engelsman niet zijn eerste verovering. Geld maakt gelukkig, dat zie je maar weer.

 

Aan het einde van de middag toch maar weer de stad in. Een bezoek aan het Convent Regina Coeli, de Nuestra Señora del Carmen en de Nuestra Señora de la O. Het is immers de dag des Heren, en je verdient er punten mee voor het paradijs. Weliswaar geen 70 maagden die de profeet Mohammed heeft toegezegd, maar je kunt nooit weten. Ten slotte stappen we even binnen in het Auditorio La Merced, een imposant oud gebouw dat een honderdtal meter van ons hotel ligt, heuvelafwaarts. De grote hal is ingericht met een expositie van affiches die allemaal Toulouse-Lautrec als onderwerp hebben. De exposanten komen uit tientallen, vooral Europese landen. Er doen vijf Nederlanders aan mee. Met name de Afrikaanse kunstenaars hebben gekozen voor een totaal andere vormgeving. Verrassend. De entree is gratis. Omdat het vlak voor sluitingstijd is, hebben we niet genoeg tijd om alles goed te bekijken. Een dezer dagen nog eens terugkomen.

 

Net als gisteravond dineren we bij El Cura op het wederom overvolle Plaza San Roque, in het hart van de stad. Dit keer laten we ons verrassen door een schotel pulpo a la gallega (gegrilde inktvisjes in een bad van olijfolie), rape a la plancha (gegrilde zeeduivel) en marrajo plancha (ook een gegrilde vissoort, maar welke dat weet ik niet). Omdat we in Sanlúcar zitten drinken we er nog steeds de wat zoutige sherrywijn bij die hier manzanilla wordt genoemd. Na afloop gaan we elders op het plein zitten voor de verschillende digestiefs. Nog steeds draven obers af en aan, want hier begint men laat aan het avondmaal. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is schuiven hele families nog tegen middernacht aan tafel voor een volle maaltijd. De nacht is nog lang. Slapen lijkt een gewoonte uit een vorige eeuw. Niet iets waar iemand hier aan denkt als het donker is.

October 25th, 2009

Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 15

Posted in: Travels — admin @ 9:21

De Virgen gaat over wegen van zout in Sanlúcar de Barrameda

 

Zaterdag. Om een uur of negen rij ik El Borge uit. Nagestaard door de martiale lokken van Ernesto Che Guevara. Het is relaxt rijden over de goede wegen door het Andalusische binnenland: Málaga, dan noordwaarts, en vervolgens de A92 richting Sevilla. Maar ruim van te voren naar beneden over de ‘provinciale’ weg naar Jerez de la Frontera. Maar ook hiervan kan ik de sherrylucht weerstaan en zoek ik tegen een uur of een in de oude binnenstad van Sanlúcar naar ons hotel: La Posada del Palacio. Het kost even moeite om een parkeerplaats voor mijn auto te vinden, maar het lukt in de straat tegenover. Met permissie van het hotel.

 

La Posada del Palacio. Een antugua casa-palacio del XVIII siglo ubicada en el cojunto histórico-Aartistico de una ciudades más bellas del sur, ronkt de glossy folder die op de balie ligt. Het hotel met parador-aspiraties ligt echt in het hart van de oude sherrystad Sanlúcar de Barrameda. Veel fraai bewerkte hoge plafonds, antieke tegelvloeren en een inrichting die absoluut Andalusisch aandoet. Omdat het in de loop der eeuwen nogal eens verbouwd is lopen Renaissance en Arabische Mudéjar moeiteloos in elkaar over. Het is redelijk koel, zelfs op de beschaduwde patio’s. Buiten de muren is de dagtemperatuur inmiddels tot 35 graden opgeklommen. Drijfnat van het zweet sjouwen we de koffers naar binnen. Een douche zou welkom zijn. Maar eerst de formaliteiten. Snel geregeld. Want de boeking klopt als een bus.

 

De boeking mag dan kloppen. Maar een airco ontbreekt in de grote suite die pal aan de inpandige patio ligt. En dat is een tegenvaller. Ik laat me uitleggen dat een deel van de oudste suites nog niet is voorzien van airco, de nieuwste kamers (het hotel heeft uitgebreid met een aantal panden annex waardoor er zelfs een congreszaal voor 250 personen beschikbaar is) zijn van alle moderne faciliteiten voorzien. Helaas.

 

Toch maar even genieten van het hotel dat midden in de Barrio Alto gelegen is Tevens schuin tegenover de kathedraal van het stadje, de Nuestra Señora de la O, en ook nog eens op honderd meter afstand van die andere machtige kerk: Nuestra Señora de la Caridad, de patrones van Sanlúcar de Barrameda.

 

Onze suite levert een ruime slaapkamer met mega bed, een salon met lcd-tv en een badzaal. Op een verhoging staat een antiek bureau. De plafonds zijn hoog en doorsneden met dikke donkerhouten balken. Marmeren vloeren. Grote spiegels. En het overtollige geld kan worden opgeborgen in een kluis die is ingebouwd in een hoge kast in de want. Su estructura renacentista con influencias árabes, sus patios andaluces llenos de luz y sus 34 habitaciones cuidadosamente decoradas con muebles de época, elegantes telas y pinturas originals, crean una atmósfera distinguida, fresco, sensorial y placentera. Het enige adjectief dat niet klopt is fresca, maar het is draaglijk. En de ambiance vorstelijk.

 

Het is een stevige wandeling, zeker omdat het bloedheet is, naar het brede zandstrand aan de oceaan en de monding van de Gualdalquivir. Vooraf de schaduw opgezocht om bij een van de restaurants in het centrum een maaltijd naar binnen te werken: uitgebreide tapas. Het restaurant heeft vorig jaar de premio mejar tapa en la Feria de la Tapa 2008 in de wacht gesleept. We knagen dus niet zomaar wat naar binnen. Als starter de albóndigas de rape con salsa de langostinos, en in de tweede ronde milhojas de bacalao a la reducción de Gilbalbín. Zeebeesten doen het altijd goed in de maag. Geen blokken beton zoals stierenvlees bij deze tropische omstandigheden.

 

Sommige straten zijn afgesloten, omdat het hele wegdek is belegd met gekleurd zout. En dan ook nog eens met verschillende patronen. Een fantastisch gezicht waarbij het zout nog eens extra oplicht vanwege de felle zon. Het heeft alles te maken met het feest van Maria Hemelvaart, hier de Virgen de la Caridad, dat vandaag uitbundig zal worden gevierd. Want pas later op de dag zal ik te weten komen wat de bedoeling is van deze kaleidoscopische vormgeving. Toch maar even terug naar de posada, zowel om even gebruik te maken van het nog resterende deel van de siësta, als om een verkoelende douche te nemen. We zijn nog niet binnen of de telefoon gaat. De baliemedewerkster aan de lijn. Of ik me even wil melden, want ze heeft de politie zojuist op bezoek gehad. Ga ik de boeien in?

 

Ze verwijst me naar de politie die buiten op straat op me wacht. Twee agenten, streng ik het uniform. Ondanks de hitte. Ze verzoeken me vriendelijk doch dringend mijn auto weg te zetten. Want anders zal hij worden weggesleept. Ik verzet me, want de vriendelijke baliemedewerkster heeft me toch gezegd dat ik de auto gewoon kon parkeren in de straat? Inderdaad, normaal gesproken wel, zegt de meest toegankelijke van de twee. Maar vanaf nu niet meer. Hij wijst me op een hoog aan een lantaarnpaal bevestigd bord. Daarop staat te lezen dat het in het hele centrum verboden is te parkeren tussen 18.00 uur en middernacht vanwege de Mariaprocessie die door de straten zal trekken. Hoe nu, want het was al zo lastig om een parkeerplek te vinden.

 

Maar Gods zegen, of die van de Virgen, rust op me vanavond, want na twee keer links en een keer rechts te hebben afgeslagen rij ik tegen de parkeerplaats aan van sherryhuis Solear. Er is nog één plek vrij. Die is van mij. En tegelijkertijd besluit ik de auto daar vier dagen te laten staan, omdat het nauwelijks tweehonderd meter lopen is naar het hotel. Leve de sherry van Solear, leve de manzanilla, want zo heet de typische, wat zoutige sherry van Sanlúcar de Barrameda.

 

Om zeven uur lopen we de volle Basilica de Nuestra Señora de la Caridad . Vinden nog een plek, bijna achteraan. Hier zal eerst een plechtige mis worden opgedragen, voordat de vanuit hier processie zal starten. Het beeld van de Virgen staat prominent op het altaar op een met bloemen en veel bladgoud bouwwerk. Op dat bouwwerk zal ze later de kerk worden uitgedragen. Alleen al het verlaten van de kerk zal bijna drie kwartier kosten, zullen we veel later op de regionale tv zien. Want de ‘blinde’ dragers onder de ponton schuifelen millimeter voor millimeter de trappen af, daarbij geloodst door een soort dirigent die met harde tikken op het hout aangeeft of er beweging moet komen of niet. Soms worden de opzij afhangende doeken opgeslagen om de in het zweet badende dragers wat lucht te verschaffen.

 

We zullen de mis niet uitzitten. Als de preek een paar minuten aan de gang is, glippen we de kerk uit. Voor wat meer seculiere bezigheden. Zoals het op een terras wegspoelen van een koel glas bier. Aan de rand van de zoutweg waarover later de processie zal trekken. Langzaam stroomt het publiek toe.

 

Pas om 20.00 uur komt de stoet op gang. Tergend langzaam. We hebben onze strategische positie weer ingenomen. Vlak bij het terras (voor een koude cerveza) om de hoek bij het hotel. Het zal uren gaan duren, deze processie door de Barrio Alto. Pas na middernacht stoppen ze ermee. Maar in die tussentijd hebben we wel heel veel deftig uitgedoste heren gezien. En dames op hun paasbest. En kaarsen en wierook geroken. We spelen het zelfs klaar om tussendoor een volledige maaltijd te nuttigen op het Plaza San Roque, met polpo de gallego (lekkere gegrilde inkvisjes), spada (zwaardvis) en atun (tonijn). Weg te spoelen met een aantal glazen manzanilla. Wat absoluut geen straf genoemd kan worden.

 

Het hele plein zit vol eters. De processie laten ze voor wat die is. Misschien hebben ze er hun buik van vol. Want het hele jaar door zijn hier met de regelmaat van de klok processies. Niks nieuws onder de zon voor de gemiddelde inwoner van Sanlúcar.

We zien de processie vanuit verschillende kanten opduiken. Om middernacht gaan de klokken luiden, wel een half uur lang. En zodra de processie voorbij getrokken is duiken de jongste Sanlúcareños, of hoe ze ook mogen heten, met emmertjes op de gekleurde zoutlaag. Om het spul bij elkaar te scheppen en mee naar huis te nemen. Zo zijn de straten meteen voor het grootste deel schoon geveegd. Handig.

 

Ik laat me vertellen dat diezelfde zoutwegen de avond van tevoren zijn aangelegd door de schooljeugd van Sanlúcar de Barrameda. De patronen worden door de ouders op het wegdek getekend, waarna het jonge volk aan de slag gaat om de tekeningen te vullen met het gekleurde zout. Na afloop controleren de volwassenen nog het hele parcours en brengen zo nodig nog wat correcties aan. Kortom: deze processie is van de hele stad. Want niet alleen werken honderden mensen aan de aanleg van de zoutweg, aan de processie doen misschien wel meer dan duizend mensen mee. Folklore? Religie? Wie zal het zeggen. Ik denk een goede mix. In ieder geval een traditie die zich niet weg laat krijgen, ondanks de secularisatie die ook in Spanje flink heeft doorgezet. En feesten, daar zijn ze gek op in Spanje. Lees het boek van Steven Adolf, Spanje achter de schermen – de feestelijke herrijzenis van een democratie er maar eens op na. Spanje verklaard aan de hand van de feesten die in het hele land door het jaar heen gevierd worden.

October 24th, 2009

Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 14

Posted in: Travels — admin @ 9:53

Vélez Málaga: voor al uw flamencojurken

 

Saai weer hier in Andalusië. Ook vandaag weer onbewolkt en een temperatuur die in de schaduw nog altijd 33 graden op de teller zet. Het is onze laatste volle dag in het Casa Garcia Lorca. Morgenvroeg zullen we verkassen naar Sanlúcar de Barrameda aan de Atlantische kust van het snikhete Andalusië. Na een verblijf in Cádiz en vervolgens Tarifa wordt het nu Sanlúcar. Maar vandaag nog niet. Eerst naar Vélez Málaga. Waar we overigens ook al een keer eerder waren.Om een uur of tien parkeer ik de Seat Ibiza op een wat rommelige parkeerplaats bij de Mercado Municipal, aan de rand van het centrum. Kleine vrachtwagens en bestelauto’s laden verse groenten en fruit in.

 

De wandeling naar het centrum duurt een minuut of tien. De plaatselijke paseo is vrij rommelig in vergelijking met de andere plaatsen die we bezocht hebben. Maar standaard worden ook hier de houten zitbanken in beslag genomen door het bejaarde (mannelijke) deel van de bevolking. Moeder de vrouw staat aan het fornuis om de lunch voor te bereiden.

In het centrum lopen we tegen een nogal sjieke winkel met flamencojurken aan. Het is nog gesloten. Maar later op de ochtend is hij geopend. Dan zullen we er naar binnenlopen. Ook alle andere parafernalia die bij het dragen van zo’n fantastische ruisjurk horen, zijn er te koop. Onverrichter zake (dus: geen aankoop) zullen we de zaak helaas verlaten.

 

Maar eerst een stevige café cortado in een Grand Café op een van de vele pleinen van het langzaam uit de kluiten wassende stadje. Het is er druk. Oud en jong Spanje door elkaar. Winkelende huisvrouwen naast Spaanse verts galants. Jonge verliefde stellen naast haastig gescoorde pitspoezen. La Colmena.

Helaas zijn alle kerken, zoals de schitterde San Juan, op deze ochtend gesloten. Een fenomeen dat helaas hand over hand toeneemt in Spanje. Ook hier worden voorzieningen getroffen die diefstal van kerkelijke attributen moeten tegengaan. Het is niet anders. En zeker met de huidige kredietcrisis (Andalusië zucht onder een werkloosheidspercentage van meer dan 20%) een noodzaak. Kredietcrisis of niet, ik moet ook nog even pinnen. Gelukkig wil de automaat van de Banco Santander nog wat Spaanse euri voor me uitspugen. Voorlopig is mijn eigen kredietcrisis weer afgewend.

 

Omdat het onze laatste dag in El Borge is, toch maar naar de playa van Torre del Mar. Het gebruikelijke recept van hamacas y sombrilla. Daarnaast reserveer ik maar meteen een mesa bij Chiringuito Colonia voor het middagdiner. Na een uurtje horizontaal veer ik om 13.45 uur op voor een verticale zit aan het menu del día. Vandaag staan er gazpacho, espeto (een stok met grote gegrilde sardines) en piña (ananas) voor Wolf op het menu. Ik doe een bord stevige macaroni vooraf, gevolgd door een gegrilde rosado (vis) en een café solo na. En bier. Want de dorst is hevig. Als elke middag zijn ook nu weer alle tafels bezet van dit strandrestaurant. Een goed teken. Spanjaarden gaan er uitgebreid voor zitten. In tegenstelling tot sommige Nederlanders hier op de playa die het een eer vinden om een koelbox vol met eigenhandig gesmeerde boterhammen mee te sleuren.

 

Om kwart over vijf al retour in El Borge. Eerst even een paar biertjes bij Paco. Bijpraten en de twee weken hier afsluiten. En dan de koffers inpakken. Fluitje van een cent. We vreten vervolgens de koelkast leeg. De laatste lamskoteletten gaan op het vuur. De laatste fles Albali. Ik kijk op tv naar de voorbereidingen van het feest ter ere van de Virgen, de heilige maagd Maria. In Spanje wordt dit feest nog altijd uitbundig gevierd. Anders dan andere jaren wordt aangeraden om in verband met de heersende Mexicaanse griep (hier Gripe A genoemd) morgen de medailles en beelden van de moeder van God niet te kussen. De grieppreventie heeft Maria Hemelvaart in een ijzeren greep dit jaar.

 

’s Avonds de laatste geluiden en beelden van het dorp op me in laten werken. Onder in de kom hoor ik het geluid van klepperende paardenhoeven op de keitjes. Lucky Luke? Ik voel me als de poor lonesome cowboy. Morgenvroeg spoorslags naar Sanlúcar de Barrameda. Bijna driehonderd kilometer verder.

October 22nd, 2009

Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 13

Posted in: Travels — admin @ 14:49

Laatste dagen in El Borge en Torre del Mar

 

Het gaat snel nu. De twee weken in El Borge zijn bijna voorbij. Zaterdag in alle vroegte zullen we doorreizen naar Sanlúcar de Barrameda aan de Atlantische kust. Maar nog steeds Andalusië. De twee weken zijn voorbij gevlogen. De eerste week in een zinderende hitte met vaak temperaturen van boven de 40 graden. En de laatste dagen een stuk koeler, maar nog altijd 35 à 36 graden. Een trui heb je niet nodig ’s avonds. Eigenlijk zijn dat de meest relaxte momenten. Ook de bevolking van El Borge kruipt dan letterlijk uit zijn schulp. De ramen gaan open. Men zit nog even op het terras, vaak op de eerste etage van het huis. Op de achtergrond het geluid van eeuwig bewegende televisiebeelden. De honden blaffen weer. En er is gesis van zwerfkatten. En de maan klimt onverstoorbaar hoger.

 

Zelden zoveel dagen tijdens een vakantie op het strand gelegen. Weliswaar op een relaxmatras en onder een grote wuivende parasol, maar toch. Een boek mee, en een gekoeld blikje fris. En de lunch op het beschaduwde terras van een zeer nabije chiringuito. Het leven kan allemaal veel beroerder. Het geluid van de branding verdooft, en versterkt nog eens de versuffing die de temperatuur op zijn geweten heeft. Voor me wordt het steeds voller met strandvolk dat zo goed als met zijn reet in zee wil zitten. De rondsjokkende negers met hun zonnebrillen en goedkope katoenen strandjurken geven de moed niet op en strijken zo toch nog een goed dagloon op aan het einde van de dag.

 

‘De Mooiste Spaanse Verhalen’ heb ik uit. Grotendeels ruggelings gelezen. Met tussendoor een hap of een koel glas. Je snapt het al: we liggen weer op de playa van Torre del Mar. De hap doen we vandaag op het beschaduwde terras van de Taberna del Faro. Voor de afwisseling. Omdat we tot tweemaal toe al bezweken zijn voor een koel glas op dat andere terras, dat van de Chiringuito Colonia. Aan het einde van de middag suf de auto in. Want het is, zoals gebruikelijk, nog bloedheet. De autoradio staat afgesteld op RCL (Radio Costa Latina) of Ondazul. Lekker in het gehoor liggende zomermuziek. De tattoos op mijn bovenarmen ontbreken er nog maar aan. Anders had ik door kunnen gaan voor een broer van de Tokkies in Andalusië. De auto ziet er bovendien na twee weken uit alsof hij meegedaan heeft aan de woestijnrace Paris-Dakar. Krijgt de hele dag het fijne stof over zich heen, en die schutkleur bevalt hem prima.

 

Om half zeven retour in El Borge. Eerst een Rioja Crianza Añares 2006, terwijl Wolf de kippenpoten bruin bakt in de keuken. Gelukkig koelt het ’s avonds iets meer af dan een week eerder, zodat het eten ook smakelijker lijkt. Een dikke honderd kilometer noordelijker krijgt de stad Jaen de volle laag. Woeste moessons zorgen voor modderoverlast en aardverschuivingen. Zover zal het in El Borge niet komen, want daar is geen regenwolk te bekennen. Daarom kan ik nog tot lat buiten zitten. En lezen met een glas binnen handbereik. Lees nu ‘Onteerd’, het persoonlijke horrorverhaal van de Pakistaanse Mukthar Mai die werd veroordeeld tot groepsverkrachting. Heeft Geert Wilders dan toch gelijk met zijn uitspraak dat de Islam een achterlijke cultuur is? Als je dit boek gelezen hebt dan kun je niet anders dan het beamen.

 

De nacht wordt zoals bijna elke nacht gekenmerkt door het aanhoudende geblaf van honden. Overdag doen ze hun bek niet open, maar ’s avonds en ’s nachts nemen ze gemaskeerd door het duister hun kans. Het andere huisvee, de katten, vechten en janken dat het een aard heeft. Maar in tegenstelling tot de andere keren dat we hier verbleven, blijft het gebalk van de ezel achterwege. Toch een stukje achteruitgang.

October 21st, 2009

Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 12

Posted in: Travels — admin @ 9:04

Een wereldreis naar Federico Garcia Lorca in Fuente Vaqueros

 

Het is een flink eind rijden naar Fuente Vaqueros, de geboorteplaats van Federico García Lorca, een kilometer of vijftien ten westen van Granada. Maar in de auto is het koel, en het golvende landschap baadt in de zon. Een verdord landschap op de uitgestrekte hoogvlakte. Ik neem deze keer – om de snelheid er in te houden – eerst de autoweg naar Málaga, en dan de autoweg, de A92, naar Granada. Halverwege beginnen de uitgestrekte olijfgaarden. Dat zal tot na Jaen zo doorgaan. De motor waarop Andalusië draait. Vloeibaar goud. We naderen Granada. De bewegwijzering naar Fuente Vaqueros is goed.

 

Fuente Vaqueros zelf heeft alles van een cowboydorp uit een spaghettiwestern. Als je goed luistert hoor je de muziek van Ennio Moricone. The good, the bad and the ugly. Lorca, Franco en het weggemoffelde lijk. Of is die ugly de opvallend aanwezige zigeunerbevolking met zijn donkerbruine, gegroefde gezichten en zijnsluike zwarte haar?

 

Fuente Vaqueros. Op 5 juni 1898 werd in deze plaats misschien wel de meest omstreden dichter van Spanje geboren: links (en om die reden in 1936 door de soldaten van Franco doodgeschoten), en ook nog eens homoseksueel (in het begin van de 19e eeuw niet iets waar je mee te koop liep). Sinds 1986 (op de 50e ‘verjaardag’ van zijn dood) pas durft Andalusië zijn beroemde zoon aan het volk te tonen. In dat jaar opent het Museo Casa Natal Federico García Lorca zijn deuren in Lorca’s geboorteplaats. Het bescheiden huis laat nog het oude, weliswaar gerestaureerde meubilair zien uit zijn eerste levensjaren. De slaapkamer van zijn ouders en het kleine kamertje waarin zijn ijzeren spijlenbedje staat. Daarnaast de woonkamer (met piano), de keuken, de patio, en de grote graanzolder die is ingericht als een permanente expositieruimte. In een tegenover liggende schuur is er een fotoexpositie van de internationaal bekende dichter. Onder andere foto’s van zijn verblijf in Argentinië en van zijn studietijd aan de Columbia Universiteit in New York.

Het museum opent om 11.00 uur. We hebben dus nog even tijd om op het kleine terras van een café tegenover een glas cola te drinken. De entree is slechts drie euri. Eerst ben ik nog aan het verkeerde adres. Daar is een studiecentrum gevestigd dat de werken van Lorca bestudeerd. Op dit ogenblik is er ook een foto- en kostuumexpositie (jurken gemaakt van kleurrijk zijdepapier) die beide geïnspireerd zijn door de gedichten van Federico: “8 Mujeres de Federico García Lorca”. De tentoonstelling zullen we na afloop van de rondleiding door de casa natal alsnog bezoeken. Maar eerst meld ik me in een nabij gelegen zijstraat waar dezelfde man die ons eerst opving in het studiecentrum ook de toegangskaartjes verkoopt. Hij zal ook nog eens de rondleiding verzorgen. Het geboortehuis van de dichter doet me denken aan de boerderij van mijn opa: kleine, lage plafonds met balken en mooie tegelvloeren met allerlei patronen.

 

 

Aan het einde van de rondleiding krijgen we vanaf een dvd bewegende beelden te zien van Lorca en zijn rondreizend Madrileense theatergezelschap Teatro Barraca dat destijds overal op het Iberisch schiereiland klassieke Spaanse toneelstukken speelde. Cervantes, Calderón en andere toneelschrijvers. Indrukwekkende zwart-wit beelden. Je ziet Lorca de vrachtwagen met decorstukken afladen en ‘zijn‘ troepen toespreken.

 

Het gastenboek, het Libro de Visitas, vermeldt niet de minsten: Don Juan Carlos, Rey de España (16 januari 1998), Salman Rushdie (10 april 1988), Leonard Cohen (3 oktober 1986). De Canadese zanger was dus al snel na de opening in Fuente Vaqueros. En dat Lorca indruk op hem maakte, dat was al eerder duidelijk.

Na afloop lopen we nog even over de brede paseo van het dorp. Aan het einde daarvan een standbeeld van de vermoorde dichter. Op de banken de plaatselijke oudjes. Grijze mannen. Want moeder de vrouw is bezig de warme hap van het middagmaal te bereiden. In een van de weinige winkels van het dorp koop ik een van Lorca’s gedichtenbundels, Poeta en Nueva York. Een fraai uitgegeven boekje in de ‘Collección Huerta de San Vincente’ (no. 18), dirigada por Laura García Lorca de los Rios. Een uitgeverij die direct verbonden is aan het Casa Museo. Waarvan acte!

 

 

Na nog een consumptie op (weer een ander) terras rij ik weg. Aan de rand van het dorp tref je tabaksplantages aan. Ik stop even om wat plaatjes te schieten. En rij daarna door, over een deel van de Ruta de Washington Irving, tot aan Loja, een uit de kluiten gewassen woestijnstad met veel uitgeleefde woonblokken. Geen topattractie voor de toerist. Maar het is etenstijd. Maar het zoeken van een fatsoenlijk restaurant valt behoorlijk tegen. Ondertussen zien we al lopend wel de hele binnenstad. Het is heet, en de bevolking is al aan de siësta begonnen. Dus is het onwerkelijk rustig op straat. Tenslotte duiken we maar een café-bar in. Airco en redelijk vol met eters. Meest werklieden en ambtenaren die hier hun middagmaal naar binnen werken. Met een stevig glas bier. We passen ons maar aan deze culinair weinig uitdagende omstandigheden aan: friet, hamburgers en bier. Daarna is het nog een hele (hete) tippel naar de parkeerplaats van de plaatselijke sportschool. Maar de maag is in ieder geval gevuld.

 

Via Málaga (waar ik nog even het spoor bijster raak in de wirwar van omleidingen) retour naar El Borge. Maar eerst nog even naar winkelcentrum El Ingenio. In de afdeling muziek van Eroski tref ik (kan het toeval zijn? Nee!) eigenlijk zonder te zoeken, ik zie hem gewoon staan, de cd I’m your man van Leonard Cohen staan. Afgeprijst voor € 3,99. En dat is nog niet alles. Een van de nummers is een vertaling van Lorca’s Pequeño Vals vienés, door Cohen gebracht als Take this waltz. Schitterende tekst, schitterende muziek. Toevallig (?) had ik het nummer al vlak voordat we uit Nederland vertrokken op YouTube gezien beluisterd. En toevallig (?) blijkt de tekst ook nog eens te staan in de Lorca’s bundel Poeta en Nueva York, vanmorgen aangeschaft in Fuente Vaqueros. Toeval bestaat dus niet. Ik trek er maar een verse fles Albali Reserva 2004 bij open. Dat lijkt me nog het minste. En draai op de cd-speler de wals van Federico gezongen door Leonard.

PEQUEÑO VALS VIENÉS

(Federico García Lorca)

En Viena hay diez muchachas,
un hombro donde solloza la muerte
y un bosque de palomas disecadas.
Hay un fragmento de la mañana
en el museo de la escarcha.
Hay un salón con mil ventanas.
¡Ay, ay, ay, ay!

Toma este vals con la boca cerrada.

Este vals, este vals, este vals, este vals,
de sí, de muerte y de coñac
que moja su cola en el mar.

Te quiero, te quiero, te quiero,
con la butaca y el libro muerto,
por el melancólico pasillo,
en el oscuro desván del lirio,
en nuestra cama de la luna
y en la danza que sueña la tortuga.

¡Ay, ay, ay, ay!
Toma este vals de quebrada cintura.

En Viena hay cuatro espejos
donde juegan tu boca y los ecos.

Hay una muerte para piano
que pinta de azul a los muchachos.
Hay mendigos por los tejados,
hay frescas guirnaldas de llanto.
¡Ay, ay, ay, ay!
Toma este vals que se muere en mis brazos.

Porque te quiero, te quiero, amor mío,
en el desván donde juegan los niños,
soñando viejas luces de Hungría
por los rumores de la tarde tibia,
viendo ovejas y lirios de nieve
por el silencio oscuro de tu frente.
¡Ay, ay, ay, ay!
Toma este vals, este vals del «Te quiero siempre».

En Viena bailaré contigo
con un disfraz que tenga cabeza de río.
¡Mira qué orillas tengo de jacintos!
Dejaré mi boca entre tus piernas,
mi alma en fotografías y azucenas,
y en las ondas oscuras de tu andar
quiero, amor mío, amor mío, dejar,
violín y sepulcro, las cintas del vals.

 

October 20th, 2009

Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 11

Posted in: Travels — admin @ 16:36

Toe maar: nog maar een dag naar de playa

 

Als ik naar buiten kijk zie ik in het oosten, boven de Sierra Nevada, behoorlijk wat wolken hangen. Zou er hier dan toch een keer regen vallen in augustus? Het zou zo maar kunnen, want op het Spaanse tv-nieuwsprogramma Noticias, heb ik vanmorgen al beelden gezien van de gevolgen van hevige stortregens boven Granada. Donder en bliksem, uren achtereen. De Spaanse hogesnelheidstrein AVE moest gisteren zijn rit staken op het traject Madrid-Sevilla. En uit Jaen komen beelden van buurtbewoners die een dikke laag gelige modder uit hun huis schuiven. Na een kort, maar hevig buitje.

Ook voor vandaag meldt de Spaanse Erwin Krol weer stortregens en onweersbuien. Vooral in het zuidoosten van het laten. En daar zitten wij. Maar we laten ons toch niet afschrikken door wat bewolking? Gewoon naar de playa rijden, en dan zien we wel. Een uurtje later rij ik al richting Torre del Mar. De vaalblauwe bewolking begint hier en daar al te breken. En de buitentemperatuur is inmiddels al opgeklommen tot 28 graden, meldt onze Seat computer.

 

Om half elf parkeer ik mijn auto aan het strand. Als we het strand op lopen zien we hoge golven te pletter slaan op het strand. Wind staat er nauwelijks, en dat lijkt vreemd. Ook zijn er nog bijna geen badgasten, maar eigenlijk is dat wel normaal. Want de ervaring heeft me geleerd dat de gemiddelde Spaanse zonaanbidder zich pas vrij laat in de ochtend naar het strand sleept. We nemen onze vaste hamacas y sombrilla weer in, halverwege het water en het terras van Chiringuito Colonia. Mocht het gaan regenen, dan zijn we in minder dan twee tellen onder zeil bij de uitbater van deze strandtent. Een rustgevende gedachte.

 

Tot het middaguur zal het bewolkt blijven. De temperatuur is aangenaam warm. Juist op het moment dat we aan het vertrouwde menu del día zitten, vallen er een paar dikke druppels. Op éen hand te tellen. Maar toch. Ik besluit daarom maar om meteen even te gaan pinnen in het stadje. En die klus afgerond hebbende, breekt de zon door. Onverbiddellijk. De bewolking wordt met Spaanse furie verjaagd. En daar lig je dan weer alsof er niks nieuws onder de zon is. Beetje suffen, beetje lezen in ‘De mooiste Spaanse verhalen’. Allengs de middag verstrijkt worden de hoge golven minder van omvang. Het spektakulaire gesis neemt navenant af. Er wordt weer meer gezwommen. En de zeepolitie patrouiilleert minder frequent in zijn rubberboot die ‘s morgens nog af en aan voer, parallel aan het langgerekte strand. Ook de wolken boven de Sierra Nevada in de verte zijn bijna volledig in rook opgegaan.

 

Het is natuurlijk geen Puerto Banús, hier in Torre del Mar. De lijven zullen daar ongetwijfeld gestroomlijnder zijn. Gladder en gebruinder. Langer en blonder van haar. Hier is het allemaal wat gevulder. De vette Spaanse keuken bewijst op dit strand haar effectiviteit.

In de ochtenduren kijk ik een tijd tegen de golvende, te snel gebruinde memmen aan van een nog jonge, maar desalniettemin over de top heen zijnde Spaanse chica. Het vel dat ruwweg het gebied van navel tot schaamstreek en venusheuvel beslaat is volledig van wellustige tattoos voorzien. Het vetertje dat wat onmachtig de functie van bikinibroekje uitoefent laat alles in volle glorie en prominent nar voren springen.

‘s Middags is de plaats van de chica ingenomen door een volvette Spanjaard. Maar er zijn overeenkomsten. Zijn tattoos beslaan zijn hele bovenlijf, en ook nog eens zijn opgepompte armen. Het kobaltblauwe etswerk heeft zijn gebronsde vel veranderd in een ragfijn geweven kantwerk. Na een kwartier duikt hij onder een soort tafelkleed dat door zijn vriendin nog een goed over zijn hele lijf getrokken wordt. Ik zal hem de hele middag niet meer zien. Alleen het bovenste gedeelte van zijn kale schedel kan ik nog met enige moeite zien.

 

‘s Avonds heeft Gemma weer een Spaanse maaltijd klaar staan. Eenvoudig maar smakelijk. Daar hoef je geen uren voor in de keuken te staan. En met de geopende fles Rioja Crianza Añares 2006 binnen handbereik is het allemaal ook nog eens goed te verteren. Daarna, tot bijna middernacht, komt er weinig meer uit mijn handen. Want daar zit een boek in. Ik lees verder in ‘Met angst en beven’ van Amélie Notomb. En lees later op de avond ook nog eens het dunne boekje ‘Verlies’ van Nicci French uit.

Als ik in slaap val wandel ik nog even over de brede en zonovergoten Paseo Maritimo van Torre del Mar. Met de wat wazige toppen van de Sierra Nevada op de achtergrond. De geur van de boven een vuur van olijfhoutknoesten gegrilde sardines dringt mijn neusgaten binnen. Kan dat, dromen en ruiken tegelijk? Dat speelde Marcel Proust volgens mij nog niet eens klaar. Cabourg is wel geen Torre del Mar, maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit.

October 19th, 2009

Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 10

Posted in: Travels — admin @ 19:33

Van het arbeidersparadijs naar de jetset van Marbella

 

Om half tien zijn we al onderweg naar Marbella. Eerst nog even de tank vol Repsol geladen, zodat ik onderweg niet strand met een lege benzineleiding. Het loodvrije spul is hier 35 eurocent goedkoper dan in Nederland. Dat rijdt toch een stuk opgewekter. Op de A7 is het ook nog eens lekker rustig. En rondom Málaga zelfs geen files, zoals bijna gebruikelijk. De buitentemperatuur zal vandaag gematigd blijven: 31 graden. De autoradio staat afgestemd op RCL, Radio Costa Latina. Vrolijke mediterrane en Zuidamerikaanse muziek. En als het even niet bevalt schakel ik door naar Radio Azul.

 

Puerto Banús, daar zijn we nog niet geweest. Wel een paar keer in het hart van het oude Marbella gelogeerd, maar niet in het Eldorado van de jetset aan de voet van de Sierra Blanca. Ik vind vrij snel een parkeerplaats in de grote onderaardse parkeergarage, in het centrum van dit stadsdeel, een kilometer of tien westwaarts van het oude Marbella. Het is niet druk, rond een uur of half elf. De jetset moet de voorbije, ongetwijfeld onrustige nacht nog verwerken. Alleen wat matineuze toeristen zwerven er rond. Zoals wij.

 

Puerto Banús is een schuilplaats voor de zelfbenoemde Masters of the Universe, om het maar eens met Brett Easton Ellis te zeggen. Gevallen koningen, verjaagde staatshoofden, Bolly- en Hollywoodsterren, voortvluchtige bankpresidenten, en natuurlijke de gewone oplichters: auto- en vastgoedhandelaren, topsporters en witte boorden criminelen. En natuurlijk niet te vergeten: de oliesjeiks. Prins Fahd van Saoedie-Arabië (de latere koning) heeft er zelfs een kopie van het Witte Huis laten bouwen. De Aga Khan, prins Rainier van Monaco en Gracia waren er destijds kind aan huis. Alles kon. Mits je een bak geld meebracht. De grootstje patser van Spanje, de toenmalige corrupte burgemeester van Marbella Jesús Gil y Gil, maakte het allemaal mogelijk. En die hield er natuurlijk zelf ook nog wat ruime fooien aan over.

 

In dit, in 1970 geopende ressort buiten het oude Marbella lopen we nu. De zon begint al aardig door te breken en doet de witte huizen aan de haven fel oplichten. Eerst lopen we een tijd door het karakterloze centrum, of wat daar voor door moet gaan. Opvallend veel luxe lingeriezaken en exclusieve sexshops naast de wereldmerken in de mode, Gucci, Prada, Vuitton en ga maar door. Met een ruim assortiment aan stimulantia voor de jonge pitspoezen van de te rijke seniorenmaffia. De deuren van de Private Men’s Club zijn op dit uur nog gesloten. Ik ben dus te vroeg of te laat.

 

Dee haven ligt vol met dommelende yachten waarvan de ene nog glimmender is dan dan de andere. Naarmate je verder wandelt over de pier, de Muelle Ribera en de Muelle de Levante, rondom de haven worden de yachten groter. Het ingevlogen yachtpersoneel staat alles af te stoffen en af te wassen voor de nieuwe dag. Soms zijn het bijna complete zeeschepen die een poetsnbeurt moeten krijgen. Sisyphusarbeid. Op het voor- en achterdek van de honderden yachten is verder nauwelijks activiteit. Geen inkijk op Sharon Stone. En ook geen Arabische oliebaron met zijn burkaharem. In dat opzicht valt het allemaal wat tegen. Met het hele tableau overziend, moet ik toegeven dat het indrukwekkend is. Het aards paradijs opgebouwd met gestolen geld van Jan met de Pet. Lang leve het lompenproletariaat! Mocht Federico García Lorca er nog eens een gedicht aan wijden. Maar hij is van de aardbodem verdwenen. Zelfs zijn lijk werd bij Viznar niet teruggevonden. Was Jesús Gil y Gil niet erg bevriend met generalissimo Franco destijds? Ook in Marbella zal Lorca niet worden teruggevonden. Dat is wel zeker.

 

Na een veel te dure consumptie (een glas cola voor € 3,50) aan de haven heb ik het wel gezien. Het middaguur is inmiddels gepasseerd en heel voorzichtig kruipen een paar blonde pitspoezen de voorplecht op van het yacht van de baas. Ook komt er wat gerimpeld bejaard vrouwvolk aanwandelen in te jeugdige sportjasjes. Vergane glorie. Wegzezen, dus.

In het centrum van het oude Marbella, de casco antiguo, is het altijd een crime een parkeerplaats te vinden. Ook nu weer. Maar per ongeluk zit ik ineens midden in het centrum met een verwijzing naar de ondergrondse parkeergarage onder de Avenida del Mar. Tussen het oude centrum en de Playa de Venus, en onder de bronzen beelden van Salvador Dalí. Die staan ons dus al op te wachten als we weer bovenaards komen. Even een blik op de playa. De drukte valt alleszins mee.

 

Omdat het onderhand toch wel lunchtijd geworden is en de maag knaagt, op zoek naar een geschikt restaurant. Het wordt het Baskische Casa Vasca in de Calle Padre Enrique Cantos. Daar wordt het menu del día aangeprezen voor € 11,90. En dan ga je voor de auténtica cocina vasca. Het lange wachten wordt uiteindelijk meer dan beloond. Wolf doet piquillos de bacalao (ovenschoteltje met kabeljauwmoten) vooraf, waarna rosada a la plancha con ensalada en een stevig stuk chocoladetaart met kersen na. Bij dat laatste sluit ik me aan, eet zelfs nog een deel van Wolfs portie weg. Maar daarvoor heb ik me geworpen op andere Baskische specialiteiten: een pastel de Kabratxo ( een ‘baksteen’ van krabsalade waarbij diverse sauzen aan worden toegevoegd) en als hoofdgerecht jibía a la marinera con patates fritas (inkvisjes, mosselen in olie met ‘Vlaamse’ friet). Zo, dat was dat. Voorlopig is de maag gevuld. Meer dan. Als digestief maar een stevige wandeling door het stadje, in de bloedhitte. Het is een feest der herkenning: de Plaza de Naranjos, de Plaza de la Iglesia en al die andere fraaie plekken en straatjes. Alles uitbundig uitgedost met rijk versierde bloempotten of bloeiende bougainville.

 

Teruglopend naar de parkeergarage toch nog even rustig gezeten op de beschaduwde, met azulejos betegelde banken in de botanische tuin van de Paseo de la Alameda. Onder de palmen en de bananenbomen staat een roedel bejaarde rolstoelers en gerollatorde weduwen met elkaar overleg te voeren. Ik zie het spektakel van een afstandje aan, aan de rand van de fraaie Fuente Virgen del Rocío, de grote fontein met zijn azujelostaferelen die de zigeunerbedevaart naar El Rocío verbeelden. Taferelen van zigeuners uit verschillende delen van Spanje. Daar moet je eigenlijk met Pinksteren zijn als tienduizenden zigeuners met hun fraai versierde en door ossen getrokken huifkarren na dagenlang te voet en te paard trekken hun Romería del Rocío afronden. Met veel muziek, uiteraard. En feesten. Want feesten, daar zijn ze goed in in Spanje. De bedevaart trek in die Pinksterdagen wel een miljoen belangstellenden, uit heel Spanje. Maar of die rolstoelbejaarden El Rocío nog halen, dat waag ik toch te betwijfelen.

 

Marbella zelf ben ik in no time uit, en even later zij ik al richting Málaga. Voordat ik bij Vélez Málaga afsla in de richting van El Borge, laden we eerst de achterbak nog vol met voedingsstoffen bij Eroski. Om half zeven retour in de casa, na een dag tussen het grootkapitaal van Marbella. In het arbeidersparadijs van El Borge heb je geen last van de omhooggevallen jetset, laat staan dat er luxe lingeriewinkels zijn. Ja, een snoepwinkel. En een kleine bakkerszaak. En Bar Paco natuurlijk.

October 18th, 2009

SLEEPLESS IN MANHATTAN

Posted in: Travels — admin @ 13:07

Dit is een vooraankonding van de nieuwe serie reis-posts. Hoewel er nog een aantal posts uit Andalusië geplaatst gaan worden, heb ik inmiddels ook weer een trip naar New York achter de rug. Na de afleveringen van MANHATTAN TRANSFER in 2008 zullen binnen kort een reeks verslagen geplaatst worden onder de titel:

SLEEPLESS IN MANHATTAN

Back in New York City, the city that never sleeps!

October 6th, 2009

Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 9

Posted in: Travels — admin @ 8:25

El Borge: een eeuwenlang links verleden

 

De parochiekerk van Nuestra Señora del Rosario opent al op 25 mei 1505 haar deuren in El Borge. Ik al die weken dat wij er de afgelopen jaren waren, heb ik die deuren niet één keer open gezien. Het fraaie, in principe gothisch-renaissancistische gebouw, later nog eens met Arabische mudéjar elementen verfraaid, heb ik dus nog nooit van binnen gezien. Helaas. Ook in deze augustusweken gaat dat weer niet lukken, dat is me wel duidelijk. Van de pastoor geen spoor. Voorlopig houd ik het op een stevig relict van de Reyes Católicos, waarvan el artesonado es del más puro estilo mudéjar, lo mismo que un arrabá o recuadro de la puerta principal y dos torres octogonales adosadas al edificio.

 

Al vanaf het einde van de 19e eeuw is de macht niet aan de kerk, maar aan de arbeider, hier in El Borge. Niks mis mee. Hoewel het hier en daar aardig op gecultiveerde romantiek begint te lijken. Vooral als er gesproken wordt over El Bandolero ofwel el Bizco de El Borge. De Robin Hood van de streek. Op de gemeentelijke website van het dorp (www.elborge.es) kom je vanzelf bij zijn verhaal terecht: bandido que en 1880 traía en jaque a la Guardia Civil de la comarca. El coronel Osuna Pineda lo definió como un desalmado, capaz de las mayores crueldades, uno de los bandoleros más feroces que haya podido haber. Fue el bandido que más bajas ocasionó en la Guardia Civil, sin embargo, la costumbre popular lo considera un bandido generoso. Gevreesd dus, maar goed voor de arme burger van El Borge. Zijn heldendaden zijn terug te vinden in Restaurante El Bandolero. Helaas wegens zomerreces gesloten, hadden we al vastgesteld. Maar het bord naast de entree laat geen misverstand: en esta casa nació el 2 septiembre de 1837 el famoso bandolero Luis Muñoz Garcia, el Bizco de El Borge.

 

Nu zijn er de nieuwere helden. In de benamingen van de straten worden ze levend gehouden. Van de Avenida Che Guevara, de toegangsweg tot het dorp tot aan met de Calle Republica, via het Plaza La Passionaria en onze Calle García Lorca. Het linkse verleden wordt hier niet verloochend. Integendeel. De alcalde van El Borge, José Antonio Ponce Fernández, heeft de liberdad, la solidaridad y la participación social hoog in het vaandel staan. De enige twee partijen in zijn gemeenteraad zijn de linkse, zelfs communistische Izquierda Unida en de al even linkse PSOE. Op zijn eigen website http://www.ponceborge.blogspot.com laat de alcalde er geen misverstand over bestaan. Hij blijkt een fervent aanhanger van de Venezuelaanse president Hugo Chávez en wijdt een uitvoerig blog aan het communistische verleden van Pablo Picasso.

 

 

Op feestdagen, zoals op de Día de la Pasa, jaarlijks op de derde zondag in september, klinkt hier de himno, zeg maar het volkslied van het dorp; het refrein:

El Borge, el blanco de tus casas bajo el sol

El Borge, tus campos de viñedo y olivar

El Borge, tu cielo claro y limpio siempre azul

El Borge, mi orgullo es tu bandera de esperanza, cilelo y paz

 

De verschillende strofen staan bol van de linkse strijd voor het recht op vrijheid, gelijkheid en broederschap. De Franse Revolutie revisited, zou je kunnen zeggen. Defendamos nuestro pueblo con pasión / Y busquemos la justicia y la igualdad / La dureza del trabajo agotador / En la lucha de tus hijos por el pan. Misschien dat met de huidige economische crisis in Spanje binnenkort de Internationale Brigades zich weer presenteren aan de grenzen van het land. Maar de caudillo, generalissimo Franco is zelfs in Spanje niet meer te bestrijden. Nu zijn het de anonieme bankdirecteuren en vastgoedboeven die de zakken van de burger en de belegger hebben leeggeplunderd. Het wordt hoog tijd voor een nieuwe bandolero in El Borge.

 

Terug naar het Borge van nu. Omdat de temperatuur ook vandag weer ruim boven de 30 graden uitklimt, ontvluchten we het dorp. Torre del Mar, maar weer. Het Playa de Poniente. Met om half een break met café cortado op het terras van Chiringuito Colonia. Omdat alle tafels al op dat tijdstip reservada zijn, moeten wat anderhalf uur later uitwijken naar La Taberna del Faro. Maar ook daar smaakt de gazpacho, de merluza en al die andere voedingswaren even lekker. Op mijn hamaca slaag ik erin mijn Scheepsberichten nog die middag uit te lezen. In zee waag ik mij nauwelijks, ook al omdat – de badmeesters geven het aan, de vlag staat op oranje – er een gevaarlijke stroming staat, die je snel meesleuren. Een losgeslagen rubberboot is binnen tien minuten een paar kilometer verder oostwaarts uit zicht verdwenen. Alleen als je een erg lelijke, dikke, sikkeneurige en/of slonzige echtgenote zou hebben, mocht je jezelf toewensen dat ze de reis in die rubberboot zou hebben meegemaakt.

‘s Avonds trekt de fles Rioja Crianza Viña Combrero 2005 alles weer recht. We hebben dan al gegeten aan de nu koele ‘kerkhofzijde’, op het achterterras. Een gazpacho als start, daarna een voortreffelijke ternera, gegrilde paprika’s, een salada mixta, macaroni en flan na. Links of rechts El Borge, het zal me wordt wezen. Ik ben inmiddels verdiept in Het lichtende kwaad (Estrella distante) van de Chileense schrijver Roberto Bolaño. Thuis wacht op mij zijn nieuwste roman (in vertaling): het meesterwerk 2666. Zo’n 1070 pagina’s dik.

October 1st, 2009

Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 8

Posted in: Travels — admin @ 10:49

Jong Málaga in actie tegen het stierenvechten, ondanks Pablo Picasso

 

Zaterdag alweer. De eerste week Andalusië zit er op. Na een drie kwartier rijden langs de kust parkeer ik mijn auto in het centrum van Málaga. Kosten € 1,20 voor de hele dag. Kom daar in Nederlands eens om in een middelgrote stad. Een plek aan de Paseo de los Curas, tussen de haven en de fantastische Paseo del Parque met zijn botanische tuin. Lopen naar het hart van de stad, het Plaza del Obispo, in vijf minuten.

 

Ook vandaag op deze nog rustige zaterdag (het is amper half elf) zal het een zonovergoten dag worden, met een gematigde zomertemperatuur: 32 graden. Het terras van de Taberna del Obispo op het gelijknamige plein wordt nog in gereedheid gebracht om het toeristenvolk met veel corazón te ontvangen. Ik moet dus een paar minuten wachten voordat de café con leche kan worden ingevlogen. Heb het er gaar voor over. Want rondkijken vanuit je rieten fauteuil is hier geen straf.  Recht voor je de voluptueuze kathedraal, la Manquita, de eenarmige, omdat vanwege geldgebrek slechts één van de torens is afgebouwd. En aan de linkerkant het Palacio Episcopal dat nu voor een deel in ingericht met expositieruimtes. Vorig jaar hebben we beide monumentale gebouwen bezocht. Dat kunnen we dus vandaag overslaan.

 

Tijdens de Spaanse burgeroorlog van 1936 tot 1939 werd de stad in februari 1937 in opdracht van Franco gebombardeerd door de Italiaanse (!) luchtmacht. Mussolini, die een paar jaar later zijn Duitse vriend Adolf zou steunen in zijn Arische strijd kon hier alvast warm draaien. De bevolking van Málaga vluchtte en massa naar Almería dat als relatief veilig werd beschouwd. Nog altijd heeft de bevolking, net als die van heel Andalusië overigens, een schurfthekel aan alles wat naar rechts neigt. Na de val van Franco in 1975 heeft de stad zich weten op te werken tot een van de belangrijkst economische centra van het land.

 

Maar politieke beschouwingen op deze vroege ochtend, ik moet toegeven, daar stop ik al snel mee. Daarvoor is de sfeer te relaxt. De eerste buitenlandse toeristen, de eerste locale shoppers, nog wat ambtenaren van de gemeentelijke reinigingsdienst, dan heb je het wel zo´n beetje gehad. De echte Malagueño´s zitten rustig met hun vertrouwde El País, La Vanguardia of ABC te ontbijten op een van de terrassen van het Plaza del Obispo. De huidige economische crisis die Spanje meer treft dan andere Europese landen, houdt hen nu meer bezig dan de schandvlekken uit het verleden.

 

Terwijl Wolf de modewinkels van Málaga afstruint begeef ik me verder het centrum in. Een uur later blijkt ze voor weinig geld een zomerjurk gescoord te hebben. Later op de dag zal daar nog een Spaanse flamencoschort bij komen, voor in de keuken uiteraard. Zodat het nog een beetje Andalusië blijft in onze keuken.

 

Zelf ben ik aan het einde van de brede winkelboulevard Marqués de Larrios aanbeland. De chique boulevard is, zoals altijd in de zomermaanden, overdekt met witte zeilen die het winkelende publiek moeten afschermen tegen de felle zon. In het gefilterde licht onder het zeil zijn gemeentearbeiders druk bezig om extra versieringen onder de witte doeken aan te brengen. Paarse en groene bollen over de hele lengte van de straat. Op de hoek van de Marqués de Larrios en het Plaza de la Constitución is grote commotie, omdat een grote groep jonge Spanjaarden druk bezig is alles op te bouwen voor een manifestatie tegen het stierenvechten. Televisiecamera’s schuiven heen en weer en ook het publiek krijgt, indien akkoord, een protestbord in de hand gestopt. Zo wordt het publiek onderdeel van de manifestatie. De regie is in handen van het Collectivo Andaluz contra el Maltrato Animal. De laatste jaren komen we vaker terecht in demonstraties tegen het stierenvechten. Een nieuw fenomeen dat vooral door jonge Spanjaarden wordt ondersteund.

 

Een stuk of tien meiden in zwarte bikini’s krijgen kleurige papieren banderilla’s op hun rug geplakt. En vervolgens worden ze met een fles namaakbloed overgoten. Met dit soort stieren zou je moeiteloos de arena vol krijgen. Maar we zijn hier voor een serieuze zaak: het dierenleed dat bestreden moet worden. Uit een limonadefles wordt kwistig met bloed gemorst.  Ze laten zich allemaal aanleunen. Met een glimlach. Maar de boodschap op de borden is duidelijk: Ponte en su lugar! Denk je zelf eens in zijn plaats. Die van de stier dus. Anderen houden zwarte stierenmaskers voor hun gezicht.

 

Zelfs de twee jonge flamencodanseressen die we al op het Plaza del Obispo tegenkwamen houden hier halt. Onderbreken hun levende reclame voor kledingzaak El Rocío in de stad. Want het spektakel is er naar. Nadat de stierenmeiden met nepbloed zijn overgoten. Komt de stoet in beweging. Muziek! Het hele zootje paradeert voor de nepkoning en de nepkoningin. De Reyes Católicos. En de tv maar filmen. Muziek! De corrida is begonnen. Uit het publiek klinken ook protesten tegen deze zogenaamde blasfemie: Wat denk je dat er met onze Spaanse kippen gebeurd!? Het zijn vooral de wat oudere Spanjaarden die hun misnoegen uiten tegen deze aantasting van het Spaanse cultuurgoed. Eten jullie geen kip dan!? En met een misprijzend gebaar wendt een heuse Francokop zich af van de jeugdige onbezonnenheid.

 

Inmiddels is het etenstijd geworden. In de middaguren gaat de gemiddelde Spanjaard er eens goed voor zitten. Belegde broodjes, jij moet er niet aan denken. De bocadillos reserveert hij voor andere momenten.

Omdat we na het eten het flamencomuseum of het Picassomuseum (op het moment dat we er voorbij lopen staat er nog een lange rij wachtenden) willen bezoeken lopen we naar de Plaza de la Merced. Aan het plein ligt het geboortehuis van Picasso, de meest beroemde zoon van Málaga. Pablo zou het niet eens geweest zijn met de antistierenvechten manifestatie elders in de stad. Niet allen bezocht hij regelmatig de corrida, maar hij het wist dodelijke spektakel ook op doek aansprekend vorm te geven. Net zoals Dalí, Hemingway kon hij de fascinatie voor het gevecht niet weerstaan. Muerte en la tarde. Inderdaad, ik sterf van de honger.

 

Het wordt de patio van een typisch Andalusisch restaurant, El Palacete, Calle Álamos 28, vlakbij het Plaza de la Merced, en pleno centro histórico de Málaga. Zie de website van het restaurant: www.elpalacetemalaga.com. En, volgens het visitekaartje (maar ik kan het zien) gehuisvest in een  edificio de incomparable belleza, merecedor de la distinción como Patrimonio Histórico. Een schitterend en rustig gelegen restaurant, dat groter blijkt te zijn dan het op het eerste gezicht leek.  We krijgen een tafel toegewezen op de patio típico andaluz naast de fuente del siglo XVII, que ha sido perfectamente conservada, del mismo modo que su capilla con arcos romanos y sacristía. Kortom, hier valt historisch verantwoord te eten.

 

Ook hier wordt een menu del día aangeprezen, door chef Óscar Rodríguez Jordan. Voor slechts 12, 95 euri. Inclusief drank zal de cuenta uiteindelijk oplopen tot € 27,40 (dertig met fooi), maar daar eten we dan ook voortreffelijk voor. Wolf een sopa fría de melon con sal de jamón, waarna een suprema de gallo con salsa de gambas om het af te maken met een copa de yogur con piña. Ikzelf houd het bij een ensalada de manzana con vinegreta de bacon (een salade van gestapelde appelschijfjes met sla, spekjes en pruimen), waarna – hoe het mag heten in het Spaans ben ik vergeten – grote moten vis met kreeftensaus en eveneens een yoghurt met ananas en een of andere gecarameliseerde suiker na. We hebben wel eens beroerder gegeten.

 

Omdat het flamencomuseum wegens renovatiewerkzaamheden nog de hele maand gesloten blijkt, is de keuze gemakkelijk. Het Museo Picasso dus, gevestigd in het statige oude Palacio de Buenavista aan de Calle Augustín. Naast de gewone collectie van zo’n 200 werken is er op dit ogenblik ook nog een speciale expositie onder de titel: La escultura tardía de Picasso: MUJER. Schilderijen, tekeningen, etsen, beeldhouwwerken, keramiek, het is er allemaal. Ook al heb ik al heel veel Picasso gezien, het is toch altijd weer verrassend nieuwe indrukwekkende doeken te ontdekken. Zoals vandaag met zijn Hombre, mujer y niño (1932) of het wat hilarische Susana y los ancianos uit 1955. Maar het kleine intieme beeldhouwwerk, een object eigenlijk, onder de titel Los Enamorados (1933) maakt misschien nog wel de meeste indruk op me.

 

Er zijn veel zelfportretten of detailschetsen daarvan. En nog veel meer vrouwenportretten. En toros. En caballos. En picadores. Zoals bijvoorbeeld verenigd in zijn Picador y torero en el ruedo uit 1947. Ondanks het vertrouwde karakter dat zijn kunst na zoveel jaren gekregen heeft raak je nooit uitgekeken op zijn ongekende creativiteit en dynamiek. Die allebei tot op hoge leeftijd – toen hij volgens mij alleen nog maar erotische tekeningen maakte als ik mij goed de expositie in het Centre Pompidou in Parijs herinner – op eenzaam topniveau bleven. Ongekend.

 

Het is genoeg. Het wordt tijd om langzaam terug te lopen in de richting van de auto. Toch lukt dat pas na een uur of wat, want een alleszins verantwoorde tussenstop op weer een terras, een ander dan in de ochtend, op het Plaza del Obispo, en een rustige promenade op de Paseo del Parque en in de Jardín Botánico kan de zaak aardig ophouden. Om half zeven parkeer ik mijn auto voor de dorpspoort van El Borge. En nu snel naar Bar Paco. Waar ook op deze zaterdag weer de corrida in de arena van Algeciras in volle gang is. Op zijn breedbeeld LG tv. De vaste gasten zitten er klaar voor.

 

Na twee bier en twee stevige tapas hebben we na een half uur voldoende kracht verzameld om ook de laatste 150 meter hoger te klimmen. Naar de rust van het Casa García Lorca. Het dorp ligt nog na te hijgen van de hitte van de dag. Je hoort vanuit de diepte het geknerp van de krimpende hitte. Een enkele zwaluw zwiept al over het huis. En de katten liggen languit in de schaduw op de trappen van de Calle García Lorca. Misschien dat Picasso er wel iets mee gekund had. Ik denk nog even terug aan zijn Desnudo acostado con gato. Vanmiddag in Málaga. Maar zijn desnudo was toch duidelijk een vrouw? Moet het dan niet desnuda zijn? Maar misschien heb ik gewoon een zonnesteek. Daar kan ik nu van genezen. Want langzaam schuift de nacht de pueblo binnen. De tien bronzen slagen van Nuestra Señora del Rosario geven het aan.

 
  • ON THE ROAD naar Santiago de Compostela

  • Sint Jacobus leidt me door braamstruiken en naar bierloze cafés

  • New York op doek: nieuwe schilderijen

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 20

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 19

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 18

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 17

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 16

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 15

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 14

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 13

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 12

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 11

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 9

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 8

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 7

  • Christo in Central Park New York

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 6

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 5

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 4

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 3

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 2

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 1

  • Sleepless in Manhattan - intro

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 17

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 16

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 15

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 14

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 13

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 12

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 11

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 9

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 8

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 7

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 6

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 5

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 4

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 3

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 1

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico García Lorca 1

  • BINNENKORT IN DIT THEATER: ANDALUSIË

  • Hermitage: het zomerpaleis van Nicolaas II aan de Amstel

  • Wajauw? Met Ahmed Marcouch en Hans Laroes naar Brooklyn aan de Maas

  • Luik: van nu en toen, van Calatrava en Les Olivettes

  • Geen Pim Pandoer, wel Beethoven in ’s Heerenberg

  • Spaanse La Notte in het Hollandse Slot Loevestein

  • Van Gogh en de kleuren van de nacht in Amsterdam

  • Opnieuw de ruimte in: A Space Odyssey 2

  • Schilderen: een lange winter met gebrande omber sienna

  • Paradise by the dashboard light

  • Shipbreaking op doek. Met dank aan Edward Burtynsky - Work in Progress

  • Ode Maritima aan Fernando Pessoa

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 16

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 15

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 14

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 13

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 12

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 11

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 10

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 9

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 8

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 7

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 6

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 5

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 4

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 3

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 2

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 1

  • MANHATTAN TRANSFER

  • Corrida aan het einde van de Indian Summer

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 14

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 13

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 12

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 11

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 10

  • Intermezzo: Lucien zingt Lee Towers

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 9

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 8

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 7

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 6

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 5

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 4

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 3

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 2

  • Valencia: tapas op de Feria van Calatrava 1

  • VALENCIA: tapas op de Feria van Calatrava

  • Feria Andaluza in Boom België, of all places

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 15 / slot

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 14

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 13

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 12

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 11

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 10

  • Powered by ME :) !! en MainCore
    Blog (c) WordPress 1.5 Theme created by McMike and Mr-Godd