September 29th, 2009

Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 7

Posted in: Travels — admin @ 17:57

De wereld houdt op bij Chiringuito Colonia in Torre del Mar

 

Ik kan wel naar het strand willen, maar dan moet ik me eerst een zwembroek aanschaffen om niet op het naaktstrand te eindigen. Dus eerst even langs winkelcentrum El Ingenio. Het wordt een kanariegele bermuda van 19,95 euri. Ik pas de broek in het midden van Eroski, de Spanjaarden om me heen worden er niet koud of warm van. Om half elf hijs ik me in de nieuwe aanwinst op het playa de poniente van Torre del Mar. In de huur van lig- en schaduwmateriaal is dan al voorzien. Voor 6 euri weer de hele dag onder de pannen. Liggen en hoppa! Dolce far niente. Maar dat is dan weer Italiaans.

Het strandgedeelte dat wordt beheerd door Chiringuito Colonia ligt er nog rustig bij. We zijn zowat de eersten die vandaag aanleggen. Alle ruimte. Na een uur wordt het wat drukker. Dikke behaarde Spanjaarden ploffen neer naast ruim hun gevulde echtgenotes. Ik slaag er niet in om voor het middaguur een aantal slanke gestroomlijnde en/of fatale jonge vrouwen te spotten. Daarvoor moeten we toch echt naar Marbella. Maar dat komt er nog wel van, deze vakantie. Marbella, dan. Maar eerst een cortado op het terras van Chiringuito Colonia. Een stevige kop, strakke koffie. In een glas geserveerd.

 

De hele morgen is het wat heiig. Het gebergte op de achtergrond verdwijnt licht in de nevel. Als ’s middags de wind wat aantrekt is de grauwsluier snel verdwenen. Maar dat heeft dan weer tot gevolg dat de branding rustelozer wordt, en het water vanwege het wervelende zand troebeler.

Tot aan het uur van het middageten lukt het me zo’n honderd pagina’s te lezen in Annie Proulx’ Scheepsberichten. Van het barre Newfoundland naar het zonovergoten strand van Torre del Mar. Bien étonnés de se trouver ensemble. We nemen al vast plaats aan een van de vrije tafels. De meeste zijn al gereserveerd. Elke middag zit het hier stampvol etende Spanjaarden. De bediening is er vlot en hartelijk. Zo’n tien man (en vrouw) personeel loopt er rond, waarvan er een stuk of zes het draafwerk naar de verschillende tafels voor hun rekening nemen. De organisatie is zonder meer perfect. Even buiten het terras, op het strand, houden twee wat verweerde oudere mannen zich bezig met het roosteren van de sardines en de andere vissen. Het olijfhout is in de loop van de ochtend al op de juiste hitte gebracht. Het loopt gesmeerd. De afzet van de spiesen met sardines (espeto) neemt met de dag toe, lijkt het wel. Voor ons dit keer echter geen sardines, maar andere vis.

 

Het menu del día dat we voorgezet krijgen bestaat uit twee formidabele gazpachos, twee robadas (ik weet nog steeds niet wat voor soort vis het is) met friet, en ananas (Wolf) en café solo (ik) na. Als cement worden brood, glazen bier en water ingezet. Het opvragen van de cuenta is geen zaak waar je tegenop hoeft te zien: 19,30 euri voor twee personen.

Retour naar de hamaca. Gestrekt onder de parasol die gemaakt is van een of andere stugge grassoort. De wereld is heel ver weg. Ik hoor alleen het geruis van de branding.

 

En ver weg, lijkt het, de spaarzame gesprekken van de andere strandgasten. Zo nu en dan meldt zich een pikzwarte neger met een karton vol zonnebrillen. Merkartikelen waarop de namaak zo vanaf spat. Of met een zak vol luchtige damesjurken, ook nog eens een stapel op de linkerschouder. Voor een euro of tien heb je de meest opzichtige exemplaren. Na afdingen, natuurlijk. Even later hoor je weer het wat zachte geluid van een Koreaanse die masage in de aanbieding heeft. Ze heeft het vooral gemunt op de wat oudere heren. Ik houd me stokdoof en slapend. Ook deze van ver geïmporteerde Sirene gaat weer zonder het kunnen verrichten van licht erotische of lichaamsontspannende diensten voorbij.

 

Al om half tien – ik heb de avondmaaltijd net achter de kiezen – klimt de volle maan het kobaltblauw van de nacht in. Vanavond is ze wat roodachtig getint. Maar hoe hoger ze komt, hoe meer ze van kleur verschiet. Totdat ze weer als vanouds geelwit boven El Borge staat. Diep beneden klinkt uit Disco Piña rockmuziek. Het begin van het weekend. De plaatselijke band zal later op de avond, tot ver na middernacht, voor vertier zorgen. Het is immers veel te warm (hoewel iets draaglijker dan gisteravond) om te gaan slapen, en wat is er dan beter dan een optreden van de plaatselijks Cuby and the Blizzards. Want zo’n soort retromuziek is het.

Ik laat de huiswijn, Albali Reserva 2004, nog maar eens aanrukken. Daar hebben we het laatste flesje nog niet van gezien, deze vakantie. Tijd om mijn jeugdzonden te overdenken neem ik me niet. Ik duik weer in de Scheepsberichten van Annie Proulx. En om half een houd ik ook dat voor gezien. Cuby and the Blizzards gaan nog steeds ouderwets tekeer als ik de trap op loop naar de slaapzaal van ons Casa García Lorca. De rockband zal het nog tot kwart over een volhouden. Later in de nacht, zo tegen een uur of vijf, keert het jonge volk van El Borge terug van de uitgaanscentra in Málaga. Begeleid door de muziek van autoradio’s en alle honden van het dorp die spontaan aan het keffen slaan. Maar na een minuut of tien is er weer afscheid van elkaar genomen, en kan de , zij het voor even, nog echt bezit nemen van de pueblo blanco. De zon zal het pas na half acht wagen over de bergen tegenover te klimmen. Nog even wat nachtrust, voordat de hete hel weer bezit neemt van El Borge.

September 28th, 2009

Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 6

Posted in: Travels — admin @ 9:44

Zonder broek naar de prehistorie van El Torcal

 

Om 8 uur wake up. Koffie met pan hogaza. En even een blik op het dagelijkse Spaanse tv-nieuws, Noticias. Of op de beide presentatrices, Angeles Bravo en Rosa Correa. Daar ben ik voor mezelf niet uit. Maar de echte consternatie deze morgen komt van buiten. Als ik mijn flitsende zwembroek van de lijn wil halen, blijkt het een paar jaar geleden in Estoril (Portugal) gekochte blauwwitte exemplaar verdwenen. Zoeken helpt niet: de broek blijft onvindbaar. Misschien een achteraffe wraak van de beide vrouwelijke getuigen van Jehova? En als die het niet zijn geweest, dan moet ik wel ik een onbekende jonge vrouwelijke fetichiste uit El Borge ervan verdenken in het holst van de nacht mijn lendenstuk ontvreemd te hebben. Om mijn ongebreidelde fantasie niet verder op hol te laten slaan, besluiten we het hekwerk van het achterterras voortaan toch maar op slot te doen ’s nachts.

 

We zijn al vroeg op weg naar Antequera, 47 km ten noorden van de stad Málaga, aan de voet van de bergketen El Torcal en El Arco Calizo Chimenea. De stad kijkt uit over een vruchtbare vallei, aan de zuidzijde grenzend aan de Sierra de los Torcales en aan de noordzijde aan de rivier de Guadalhorce. De ligging van de stad is indrukwekkend: met vele overblijfselen van oude stadsmuren en een Moors kasteel dat op een overhangende rots boven de stad uittorent. De vorige keer dat we er waren kregen we fikse stortbuien over ons heen. Dat risico zit er, als ik naar de strakblauwe lucht kijk, vandaag niet in.

Maar we komen niet voor de stad, we komen voor het imposante rotslandschap van El Torcal.

 

Officieel heet het natuurgebied El Torcal de Antequera. Het ligt vlakbij de gelijknamige stad met 30.000 inwoners, is op 18 juli 1989 uitgeroepen tot natuurpark. Daardoor geniet het speciale bescherming. De merkwaardige rotsformaties van het gebergte waren ooit zeebodem en zijn ontstaan door de opwaartse druk van vulkanische activiteit in combinatie met winderosie. Het gebied van zo’n 12 vierkante kilometer is een van de meest indrukwekkende kalklandschappen in heel Europa.

 

Voordat we Antequera uit zijn, is het even zoeken (immers zonder tom-tom), want veel straten zijn opgebroken, en de omleidingen zijn niet aangegeven. Maar uiteindelijk vinden we de weg omhoog, richting Villanueva de Concepción, c.q. El Torcal.

 

Een wijds, dor en kaal landschap strekt zich voor je uit. Golvend, geel en grijs. Bij de nadering van El Torcal floepen steeds meer geërodeerde zilvergrijze rotsmassa’s uit de desolate rotsbodem. De weg klimt snel via verschillende haarspeldbochten fors de hoogte in. Verder dan de parkeerplaats bij het bezoekerscentrum kom je niet. Daar kun je kiezen tussen de korte ruta verde (1 uur) of de lange ruta amarillo (2 uur) wandelroute. Het wordt bij deze temperatuur (om elf uur is de 30 graden grens al lang gepasseerd) de ruta verde. Maar groen is er nauwelijks te zien. Verdorde distels en stroachtig gras. De route is soms bochtig en smal, dan weer moet er geklauterd worden. Het gaat omhoog en vervolgens weer scherp omlaag. Maar op zich is het wel te doen. Behalve op het moment dat ik achterover met mijn kont in een distelstruik plof. De schade blijkt beperkt.

 

Het landschap is spectaculair. Grote doorkliefde rotspartijen wisselen af met open stukken, maar het zijn vooral de rotsige gevolgen van de wind- en watererosie die het landschap tekenen tegen de strakblauwe lucht. Gelukkig valt er zo nu en dan in de schaduw te lopen, want de zon brandt hels op je vel. Geen hoed meegenomen. Stom, natuurlijk. Soms vormen de rotspartijen bijna een Grieks amfitheater, dan weer lijken het gesublimeerde vormen van Stonehenge.of Bretonse Carnac. Vanwege de door de wind uitgeslepen horizontale voren in de kalkrotsen lijken het wel stapelingen van platte schijven. Op de hoogste punten zou je in de verte de Middellandse Zee moeten zien, maar dat is op deze morgen een fata morgana.

 

Terug in het bezoekerscentrum laten we eerst een fles koud mineraalwater uit de automaat rollen. De fles gaat bijna in één keer leeg. Omdat er verder in het wat lege gebouw weinig spectaculairs te zien is, besluiten we maar de terugtocht te aanvaarden. Niet via de weg waarlangs we gekomen zijn, maar binnendoor via Almogía. Een desolate weg met onderweg dorpen van niks. Bijna levenloos sudderend in de zon. Alleen kuddes bruine geiten zorgen hier en daar voor wat afleiding. Maar blijven wel stug doorknagen aan het dorre, stekelige gras op de rotsige hellingen.

 

Omdat ik de goeie afslag gemist heb, beland ik ook nog eens in het centrum van Málaga. Met allerlei omleidingen waarvan op het cruciale moment de juiste pijlen ontbreken. Een doolhof, dus. Maar uiteindelijk lukt het de stad achter ons te laten. Doorrijden naar Torre del Mar, want het is etenstijd, en een uur of drie als ik mijn auto parkeer tegenover La Taberna del Faro. Daar staat een menu del día voor slechts 7 euri op je te wachten. Maar eerst een paar cañas, dorstlessend bier. Als ik aan het tweede glas begonnen ben staat er al een bord dampende paella klaar (als voorgerecht), daarna een chuleta (kotelet) met friet, en een café solo na.

 

Om de huisvoorraad wijn aan te vullen maar gelijk door naar hypermercado Eroski. De Albali Reserva 2004 is nog steeds in de aanbieding.

Tot middernacht blijft het ongemeen warm. In huis is het tegen middernacht nog 29 graden. De wind heeft het voor gezien gehouden. Geen zucht. Tot na middernacht lees ik, gestimuleerd door het regelmatig vullen van de glazen, in Terugkeer naar Compostella, een aantal reisverslagen van de verschillende fietstochten die Guus en Nel Schipper maakten op hun weg naar Santiago de Compostella.

 

Maar met zulke temperaturen fietsen, dat hebben die twee ook niet gedaan. Tijdens hun eerste tocht hadden ze zelfs wekenlang elke dag regen. Ik moet er niet aan denken als ik volgend jaar met Peter diezelfde route wil fietsen. Geen moessons, en geen hittegolven. Het moet wel fietsweer uit het boekje worden. Hier in El Borge is dat een wereld te ver. Hier rijdt niemand op een fiets. Ja een gestoorde gek misschien, maar die heb ik tot nu toe niet kunnen ontdekken.

September 23rd, 2009

Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 5

Posted in: Travels — admin @ 8:24

Getuigen van Jehova in het linkse El Borge

 

Na de inspannende dag van gisteren een relaxdag. We zullen zelfs helemaal niet uit het dorp weg gaan vandaag. Het komt ook omdat ik niet echt uitgeslapen aan de dag begin. Een deel van de nanacht werd ik uit mijn slaap gehouden door een hondenconcert. Een niet eindigende geluidswaterval van gekef, gejank en meerstemmig geblaf. Zodra het weer even dreigde in te zakken werd er ineens weer een riedel scherpe blafgeluiden het donkere luchtruim in gestuurd. Waarna de hondse collega’s collegiaal en masse de oproep tot intensivering van het geluid beantwoordden.

Relatief laat opgestaan (het loopt al tegen kwart voor negen) en nog even met de gedachte gespeeld om toch maar gestrekt te gaan in Torre del Mar. Enige noodzaak daartoe is er niet. Het overlevingspakket in de koelkast is meer dan voldoende om de komende dagen door te brengen. En ook de wijnvoorraad is nog niet hopeloos.

 

De halve ochtend lees ik Annie Proulx, Scheepsberichten. Over de kolos Quoyle, met een lichaam als een groot en vochtig brood, een hoofd als een kanteel, geen nek, rossig achterover gekamd haar. Bolle gelaatstrekken, als vingertoppen waarop gezogen is. Ogen de kleur van plastic. Monstrueuze kin, een bizarre richel, die uit de onderkant van het gezicht stak. Plastischer kan het bijna niet. En een groter contrast met de omgeving waar het zich afspeelt (Newfoundland) met het zinderende Andalusische land voor me, is nauwelijks denkbaar. Vooraf had ik thuis al een recensie in de NRC geraadpleegd:

Quoyle, de in krantenkoppen denkende hoofdpersoon van Scheepsberichten is niet de enige die gekastijd wordt door de pen van de auteur. Zijn dochters hebben ‘rossig haar, sproeten als gemaaid gras op een natte hond’. Een van zijn collega’s moet het doen met een ‘gezicht als kwark waar een vork doorheen was gehaald’. En over zijn nymfomane vrouw wordt opgemerkt: ‘Als ze in een andere tijd geleefd had, van de andere sekse was geweest, zou ze een Djengiz Khan geweest zijn.’

 

Met de dood van deze meedogenloze mannenverslindster begint het verhaal van Scheepsberichten. Proulx’ roman beschrijft de verhuizing van de gedesillusioneerde Quoyle en zijn dochters naar de streek waar hun voorouders vandaan komen. Daar, in een klein vissersdorpje waar de elementen vrij spel hebben, vindt de wat sullige Quoyle binnen een jaar wat hem sinds zijn vroege jeugd is onthouden: respect en liefde. Hij wordt hoofdredacteur van de plaatselijke krant waar hij als compilator van de scheepsberichten is begonnen, en krijgt een relatie met een jongbestorven weduwe die, als een van de eersten in Quoyle’s leven, niet afgeschrikt wordt door zijn ‘onvermogen om er normaal uit te zien’.

 

Terug naar El Borge. Daar begint de temperatuur het hoogtepunt van de dag te naderen: 35 graden. Het dorp is dood in de middag, net zoals overal elders in dit zinderende land de bevolking zich gedeisd houdt. Teruggetrokken achter dikke witte muren. In afwachting van de verkoeling brengende avond. Ook hier komt er pas tegen een uur of half zeven leven in de brouwerij. Uiteraard de knetterende brommer, een sissende kat of een hoog over de heuvels optrekkende vrachtauto. En er klinkt, uit een open staand raam, flamencomuziek. Even later zie je weer bejaarde mannen met hun stok de trapstraatjes afdalen. Richting Paco. Voor een koel glas bier. Of gewoon om wat aanspraak te hebben. Aan de overzijde is een graafmachine bezig puin te ruimen. Het zand en de stenen worden in de bak van een bulldozer gestort die ze vervolgens afvoert naar een voor mij onzichtbare plek beneden in het dorp.

 

Terwijl Wolf in de keuken voorbereidende handelingen verricht om het avondeten te gaan maken, klimmen ineens twee keurig geklede dames van middelbare leeftijd mijn terras op. Ik leg mijn Scheepsberichten terzijde. En ja hoor, daar herken ik al de stereotype handelingen. De Spaanse Wachttoren komt uit de schoudertas. En of ik in de Spaanse Here geloof? Mijn Spaans is ineens een stuk slechter dan ik van mezelf gedacht had. En ik brei met een mengsel van Babylonisch Spaans en Engels een einde aan het gesprek. Nog een minuut of wat gaan ze door met hun pogingen om De Spaanse Wachttoren achter te laten in het Casa García Lorca, maar het zal ze tenslotte niet lukken. Hoe zou het ze ook, in het linkse Andalusië? Met een even vriendelijke hemelse glimlach vervolgens ze hun kruistocht hogerop. Even later passeert een roedel mannelijke Spaanse Getuigen van Jehova mijn terras. In mijn blote bast groet ik ze vriendelijk. Ze maken geen aanstalten een hernieuwde poging tot kerstening te wagen. Ze hadden immers de vrouwelijke divisie al vooruit gestuurd. En zelfs die waren niet in hun opzet geslaagd.

 

De vredesduiven maken nog voordat de avond valt een ererondje vanaf de kerktoren over het dorp. Maar al snel zijn ze terug op de basis. Hun portie lichaamsbeweging hebben ze voor vandaag weer gehad. Wolf heeft inmiddels een zoet aperitief voor me klaar gezet. En een aantal plakken droge fuet van het merk El Pozo, een lekkere droge worst. Waarvan ik er een aantal heb ingekocht bij mensenvriend Eroski, de Spaanse Albert Heyn. Voorlopig ben ik er nog niet doorheen.

 

Nog voordat het echt donker is zit het avondeten achter de kiezen: een uitgebreide salade, geroosterde kip, macaroni, en vanille-chocolade vla. Wijn: Albali Reserva 2004. Daarna nog heel lang buiten gezeten, met uitzicht op het nachtelijk El Borge. Het is alsof je in het Griekse theater van Epidauros zit. De akoestiek is hier werkelijk fenomenaal. De minste geluiden zijn uit de diepte hoorbaar. Bij Paco wordt hartelijk gelachen. Op een groot terras tegenover wordt tv gekeken, het geluid van de flikkerende beeldbuis dringt zachtjes door tot hier. Soms worden de donkere gevels verlicht door de koplampen van een auto die zich slalommend door de nauwe ravijnen van het dorp bewegen. Van het verderop gelegen dorp Almachar zie ik alleen een lint straatverlichting. De donkere lucht gaat naadloos over in het donker van de bergen rondom.

September 21st, 2009

Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 4

Posted in: Travels — admin @ 18:48

Alleen gekken doen Granada bij 42 graden in de schaduw

 

Bewolkt! Het moet niet gekker worden in Andalusië. De zomer woedt in volle hevigheid, en dan krijg je ook nog een pak bewolking op je dak. En dat nog wel op onze trouwdag. Bijna was ik het weer vergeten, maar Wolf heeft me er gisteren bij voorbaat al aan herinnerd.

 

Daarom heb ik maar een uitgebreid ontbijt klaar gezet op het achterterras. Met uitzicht op het plaatselijke kerkhof. De gestapelde witgekalkte tombes staren je vanaf de op de tegenover liggende heuvel stompzinnig aan. In alle rust slijten ze daar hun dagen. Misschien zijn ze zelfs een beetje blij met wat lagere temperaturen. Maar na een uur of wat zal die hoop al de bodem zijn in geslagen. Op dat ogenblik zijn we echter al onderweg naar Granada. Aan de rechterhand doemen de kolossen van de Sierra Nevada op. Even is er twijfel of ik toch niet het hoge bergland in zal rijden. Uiteindelijk toch maar niet. Vanwege de onlangs geopende nieuwe autoweg van Salobreña naar Granada schiet het ook nog eens beter op dan voorafgaande jaren.

 

Ik parkeer mijn auto bij het Alhambra. Niet om daar naar binnen te gaan. We kennen het al van vorige bezoeken. En bovendien kun je beter van te voren via internet reserveren om niet uren in de rij te staan. Die rij staat er ook nu weer. En je loopt ook nog eens het risico dat halverwege de middag het maximum toe te laten bezoekers bereikt is, en dat je alsnog af kunt nokken.

Met een van de kleine Alhambra stadsbusjes rij je voor 1,20 euro per persoon naar het centrum. Dat wordt het dus. Even later sta je in het felle zonlicht van het Plaza Isabel la Católica. Want van de wolken van vanochtend is weinig meer over. De temperatuur is nog draaglijk (29 graden), maar die zal in de loop van de middag een hoogte van 42 graden bereiken.

 

De wijk Albaicin hebben we vorig jaar uitvoerig beklommen, maar wandelen langs de oevers van de Darro is geen straf. Boven ons waken de strenge muren van het Alhambra. Via het centrale Plaza Nueva en het kleinere Plaza Santa Ana lopen we tegen het oude Arabische badhuis El Bañuelo aan. Helaas is de gelijknamige kerk van Santa Ana gesloten, anders hadden we de kerk wel even bezocht. Want deze baksteenkerk in mudejarstijl dateert uit halfweg de 16de eeuw. Opvallend aan de kerk zijn het fraaie portaal en de minarettoren waarin later een klokkentoren werd geplaatst.

 

El Bañuelo is gelegen aan de Paseo de los Tristes. Vorig jaar was het nog gesloten vanwege restauratiewerkzaamheden, nu open. En gratis toegang. Doen, dus. We duiken de donkere hammam in. Het is een Moors badhuis uit de 11e eeuw toen de Ziriden nog over Granada regeerden. Het fraaist zijn de stervormige openingen die het felle licht van buiten laten binnenstromen. Het is alsof je in een schijnwerper staat. Zeker op zo’n dag als deze.

 

We lopen verder over de Paseo de los Tristes, tot waar de lange, smalle met veel bladgroen overdekte terrassen beginnen. Eerst een consumptie aan het ene eind, en daarna (voor het echte werk) neerploffen aan het andere eind. Op het terras van het moderne Restaurante del Azafran. Om de heuglijke dag enig cachet te geven tast ik (naar Spaanse begrippen) maar eens diep in de buidel. Voor 35 euri een exquis diner. Haute cuisine. Eten? Genieten! Het menu, afgezien van de olijven vooraf, het brood, het water en het bier:.

 

Wolf weet achtereenvolgens de volgende granizado de tomate con crema picante y pepinos agridulces, als hoofdgerecht pollo assado, cebollas cramelizadas y salsa verde, en te eindigen met een stevige  copa de chocolate havanna naar binnen te werken. Zelf houd ik het bij macarones, calabacines grillados y salsa de queso, gevolgd door een pescado glaseado con pure de hinojos, en tenslotte een bord helado con ganache de chocolate.

Daarna weer terug naar het Plaza Nueva. Opnieuw voorbij de imposante Koninklijke Kanselarij. Dit renaissance gebouw werd gebouwd in 1530 door Filips II. Verschillende rechtbanken in Andalusië en Zuid-Spanje werden vanuit hier bestuurd. Ook het hooggerechtshof was er gevestigd. Opvallend aan het gebouw is het Spaanse wapenschild op de tweede verdieping met ernaast standbeelden van de twee hoofddeugden: rechtvaardigheid en sterkte. Het is echter te heet om er lang voor te blijven staan. En binnen kom je niet, want strenge militaire wachtposten versperren je de weg.

 

Verder dus. Via de Calle de Reyes Católicos naar de kathedraal. Columbus staat nog steeds als versteend in brons, boven op zijn sokkel, zijn diensten aan te bieden aan koningin Isabel. Mooi stelletje overigens, dat katholieke koningskoppel Isabel en Ferdinand.

Het echtpaar en de benaming ‘Reyes Católicos’ heeft direct verband met de verovering van het Islamitische Koninkrijk Granada in 1492. Ook al vanwege andere redenen een cruciaal jaar in de Spaanse historie overigens. Hoewel Ferdinand en Isabel bij de overgave van de stad beloofden dat in hun Koninkrijk iedereen zijn eigen geloof mocht behouden, liet het echtpaar, overtuigd van de absolute waarheid van het katholieke geloof, al na vier maanden na het vertrek van Boabdil (de laatste Moorse koning van de Nasriden dynastie van het Koninkrijk Granada) beginnen met het vervolgen van joden. Niet veel later werden ook de moslims gedwongen zich te bekeren. De islam mocht niet meer beleden worden. Joden en moslims voortaan moesten katholieke namen nemen, hun identiteit verbergen en onder dwang, het in beide geloven verboden en ‘onreine’ varkensvlees gaan eten. Dat is nog een andere koek dan Geert Wilders ons wil serveren.

 

Via de Alcaicería met zijn ‘soeks’ belanden we weer op het centrale plein van de Bib Rambla. Strijken daar neer onder de airco van Gran Café Bib Rambla voor een dorstlessende consumptie. Kopen even later een zestal kleurrijke, met allerlei stiksels voorziene Marokkaanse kussenovertrekken en belanden uiteindelijk in de Capilla Real om het eigen ogen nog eens het mausoleum, de marmeren tombe, te zien van Ferdinand en Isabel. Napoleontisch liggen ze daar gestrekt naast elkaar in wit marmer de eeuwigheid te trotseren.

 

Het is niet de eerste keer dat we er bij staan te kijken. En het is alsof je nogmaals wilt constateren dat ze nog steeds niet uit hun dood zijn opgestaan. Ook duiken we nog even de crypte in om te zien of ook de rest van de familie nog op de eeuwige jachtvelden verblijft. Dat is zo. Hun waanzinnige dochter (la loca) en hun mooie zoon (el guapo) zijn er niet in geslaagd hun hermetisch gesloten kisten open te breken.

Annex aan de Capilla Real ligt het museo met veel kerkelijke kunst, en met name Vlaamse, Hollandse en Italiaanse schilders. Het Memling-gehalte is hoog, maar zijn innemende portretten zijn alleszins de moeite waard. Nog steeds. Eigenlijk ben ik natuurlijk een beetje trots dat de Nederlandse hier zo prominent aanwezig is.

 

We zwerven daarna nog een tijd door het hete Granada. Midden in de zomer kan het de hel op aarde zijn. De thermometer staat inmiddels, het loopt tegen vijf uur, op 42 graden. Bij zulke temperaturen ben je gauw geneigd te snel voorbij te lopen aan al het fraais dat de stad te bieden heeft. En dan doel ik niet op al die onbetrouwbaar uitziende zigeunerwijven die je onbestemde bloemtakjes in handen willen stoppen. Tegen betaling uiteraard. Of erger: tegen beroving, want meestal sluit zich al snel een cordon om je van andere takkewijven. Nee, ik heb het over de kleine kruidenmarktjes waar kruiden in alle kleuren van de regenboog uit hun jute zakken puilen. Van indigoblauw tot karmijnrood. Van zwavelgeel tot smaragdgroen. Een wereld van geuren en kleuren. Soms moet je een stap opzij doen, omdat zwervers hun siësta nog niet beëindigd hebben. Of houd je even stil in de schaduw om weer even op adem te komen en het zweet uit je gezicht te wrijven. Tegen zes uur stappen we weer in de Alhambra bus om de auto op te halen op de parkeerplaats bij het oude Moorse paleis. Tien euri is de parkeerschade voor de dag.

 

Om een uur of half acht retour in Casa García Lorca. Eerst een fles koud bier. Corona. Daarna een al even koude gazpacho. En tegen negen uur serveert Wolf het diner uit. Buiten op het terras, terwijl het leven in El Borge is teruggekeerd aan het einde van weer een hete dag. Lamskoteletten en een stevige salade. Met het toenemen van het nachtelijk donker daalt het niveau in de fles Rioja Arnalte 2003. Niet erg, want ik kan het niveau weer op volle sterkte terugbrengen door een nieuwe fles te ontkurken. Maar toegegeven, uiteindelijk daalt het niveau. En is het donker. Pikdonker. En stil. Heel stil. Totdat die rotbrommer beneden door het dorp scheurt. En die hond weer begint te blaffen.

September 17th, 2009

Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 3

Posted in: Travels — admin @ 10:47

Zonder Cioconat is Nerja het oude Nerja niet meer

 

Eigenlijk heb ik maar één reden om deze morgen naar Nerja te rijden: die kop Cioconat met hazelnoot die ik daar vorig jaar in de lente op een van de terrassen op het Balcón de Europa gedronken heb. Het is als met Proustiaanse lindebloesemthee van tante Léonie. De gedachte aan de geur en de smaak doet heel Nerja opstijgen uit mijn verborgen geheugen. Die grote kop stroperige en geurige Italiaanse Cioconat, die wil ik weer tot de bodem leeg lepelen. On the road dus, want het begint al aardig warm te worden. Na een paar dagen Andalusië ga je al snakken naar de koele airco van de Seat Ibiza.

 

In het voorseizoen is het al een probleem, en dat probleem is in het hoogseizoen alleen nog maar groter: parkeren. Na zowat het halve stadje doorkruist te hebben lukt het uiteindelijk toch. Dicht bij de parador, aan de rand van het centrum. Een minuut of tien lopen naar het Balcón de Europa. Waar het nog opmerkelijk rustig is op deze maandagochtend. De moderne toerist slaapt alle dagen uit. Althans de costatoerist. Ik loop rechtstreeks naar het terras van het restaurant waar ze die Cioconat verstrekken. Koude douche! De hemelse chocoladedrank wordt er niet meer verkocht! Van de menukaart verwijderd. Ausradiert! Wat doe je dan in godsnaam nog in Nerja? Verkennende bewegingen bij de andere horecagelegenheden annex levert niks op. Cioconat is niet meer. In ieder geval niet meer in Nerja. De dag is kapot, natuurlijk. Maar als pleister op de diepe wonde maken we de ronde op het Balcón. De vergezichten zijn fraai. Ontegenzeglijk. Maar in plaats van wat lichte bewolking zie ik toch alles door een grauwsluier. Geen Cioconat, wat voor vreselijks moet er gebeurt zijn dat de leverancier zijn bezorging gestaakt heeft?

 

Ik keer me, na een ordinair glas cola op het terras, af van Nerja. Het begint inmiddels ook aardig voller te raken. Wegwezen. Even twijfel om neer te strijken op een van de strandjes, maar die twijfel wordt snel de kop in gedrukt. Doorrijden langs de kustweg levert altijd mooie vergezichten op. In dit geval zucht zowel de zee als het bergland onder de brandende zon. Maar van enige drukte op de weg is geen sprake. Nauwelijks vrachtverkeer, en caravans al helemaal niet. De Spanjaard heeft een hekel aan kamperen. Laat dat graag aan Nederlanders en Duitsers over.

 

Ik rij door tot La Herradura. Daar doet zich hetzelfde probleem voor als in Nerja. Als je dicht aan de zeekant wilt eindigen, dan is er nauwelijks een parkeerplaats te vinden. Daarom rij ik het hele stuk boulevard (die er niet echt op lijkt) van west naar oost, en van oost naar west, tot aan de rand van het stadje. Het levert me na tien minuten een vrije plek op, nog geen tien meter verwijderd van het kiezelstrand. Voordat we aan de lunch gaan huur ik alvast twee ligbedden en een parasol bij chiringuito (zeg maar: strandtent) El Bambú. Tien euri voor de siësta op het strand. Maar eerst aan tafel voor een grote schotel paella mixta. En vooraf een uitgebreide salada mixta. Het geheel weg te werken met enkele glazen koud bier. Cruzcampo deze keer.

 

Voor straf – ik heb voor de tweede maal vergeten een boek mee te nemen naar de playa – koop ik een Telegraaf. De krant van wakker Nederland. Terwijl ik er bij wil dutten. Op mijn blauwe hamaca aan het strand. Nederland bestaat nog, lees ik. Zelfs zonder berichten over Geert Wilders. De blondgekuifde epigoon van wijlen Pim Fortuyn.

Alvorens vanaf Vélez Málaga de weg omhoog te gaan naar El Borge leggen we nog even aan bij hypermercado Eroski om te catering op een hoger peil te brengen. De rolkoffer laden we helemaal vol en sleuren die naar de casa. Die maaltijd met gazpacho, macaroni, salade, lamskoteletten en wijn komt er. En als digestief trek ik nog een fles Rioja Bustinza Reserva 2004 open. Om de dag te overdenken. Zonder Cioconat. De straffe Gods is over mij neergedaald. Die wist natuurlijk al dat ik in de loop van de dag een Telegraaf zou kopen.

 

Maar de rioja weet die schuldgevoelens in de loop van de avond aardig weg te werken.

De stilte heeft weer bezit genomen van het dorp. Achter mijn terrasfauteuil klinkt het oorverdovende geluid van zwarte reuzenmieren die trachten dorre blaadjes van de bougainville te verslepen. Ik probeer mijn gedachten te houden bij Tommy Wieringa’s Ik was nooit in Isfahan. Ergens springt een kat weg. En even later begint een hond te keffen. Tegen de volle maan? Maar de grote afwezige is de dorpsezel. Al vanaf de eerste dag hier mis ik zijn hijgende gebalk. Er zal hem toch niks ergs overkomen zijn?

September 16th, 2009

Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 2

Posted in: Travels — admin @ 8:21

De siësta doen we maar in Torre del Mar

 

Al om kwart over acht mijn nest uit. Nog wel op zondag. Maar de zon brandt al onverbiddelijk door het kleine raam van de slaapkamer. Waar de temperatuur dus snel oploopt. Een snel ontbijt op het achterterras met geroosterde pan cateto belegd met serranoham. Niet echt uitgeslapen. Ook al omdat ik tegen half vijf wakker werd door het geluid van autoradio’s en dichtklappende portieren. De jeugd van El Borge keerde terug van een avond stappen in Málaga. Daarna nog vijf minuten gejoel en gekir. Waarna het weer stil wordt. Nog een geluk dat de zon pas vrij laat over de bergen tegenover klimt. Zodat het pas tegen half acht redelijk licht wordt. En het ochtendrood oplost in het azuurblauw van de dag.

 

Omdat ik gisteravond geconstateerd heb dat het autoverhuurbedrijf vergeten heeft een all risks verzekering bij te voegen op het huurcontract (hoewel ik dat wel aangaf aan de balie; maar ik had natuurlijk zelf het contract beter moeten bekijken voordat ik tekende voor akkoord), moet ik nog even terug naar het luchthaventerrein van Málaga. Drie kwartier rijden. Gelukkig is het niet druk op deze zondagmorgen. Zodat we om kwart over tien weer op de terugweg zijn. Maar het rijdt wel een stuk relaxter met de nieuwe grijze metallic Seat Ibiza, kenteken 3767 GNX. Bijna op het zelfde uur reden we gisteren ook de kustautoweg. Alleen zijn er op deze zondagochtend geen uit zee opstijgende nevels. Strakblauw is de lucht. En zo zal het de hele dag blijven. En de temperatuur? Die blijft vandaag gelukkig onder de veertig graden steken, op slechts 38. Je zou het bijna als een verademing gaan zien.

 

Om nog wat bij te slapen besluiten we siësta te houden op het strand van Torre del Mar. Ik parkeer mijn auto aan het strand, op een vertrouwde plek: vlakbij de vuurtoren. Het parkeren kost hier niks, als je uit de handen blijft van de slome parkeerwachten die op ongeregelde tijden besluiten wat bij te verdienen. Ik tref het niet: voor de rest van de dag hier parkeren kost me 1 euro. Het zal de laatste keer zijn dat ik hier betaal, zal na twee weken blijken. Hoewel we verschillende keren hier terug komen.

Als Wolf haar badkleding uit de New York bag tevoorschijn  tovert, wordt het even hilarisch. Twee verschillende schoongewassen bikinibovenstukken. De ermee corresponderende benedenstukken kunnen echter niet uit de diepte van de tas naar boven getoverd worden. En een naaktstrand is even niet voorradig. Het wat opvallende gemis wordt echter snel, tegen een vergoeding van 23 euri, opgelost in een tegenover gelegen strandwinkel aan de overzijde van de boulevard. Het paswerk vereist nog wel even want acrobatische bewegingen (een pashok ontbreekt in de winkelsauna), maar binnen een kwartier ligt ze gehuld in beide lichtblauwe bikinionderdelen op een van de twee gehuurde hamacas onder de parasol. Ook daar schok ik totaal, inclusief de parasol, nog eens 6 euri voor. Zodat je de hele dag gestrekt en in de schaduw met je suffe kop de Mediterraneo over kunt turen. Zo’n siësta is al met al een hele investering. Gelukkig is het nog niet druk rond het middaguur. Ook Spanje slaapt uit op zondagmorgen. Dat zal in de loop van de middag wel veranderen.

 

Om half drie is het tijd om overeind te komen. Gelukkig is Chiringuito Colonia op nog geen twintig meter binnen handbereik. Het zit er al behoorlijk vol met eters. Hele families zijn aangeschoven. De strandtent, met uitgebreid terras, is populair. De meeste tafels zijn vooraf gereserveerd. Maar voor twee hongerige Bataven is er nog wel een plek vrij te maken. De keuze valt op het menu del día, waar inmiddels zich ook al een honderd Spanjaarden te goed aan doen. De keuze is weliswaar beperkt, maar wat wil je ook voor 9 euri. Daar krijg je dan wel een stevige salade met brood vooraf, gegrilde sardines (espeto) met friet, een stuk ananas en een glas bier voor. De grote sardines (zes per persoon) worden voor onze neus op een vuur van gecarboniseerd olijfhout aan een spies gegrild. Omdat dat ene glas bier dat bij het menu hoort toch te weinig blijkt, loopt de rekening nog aardig op: voor die twee menu’s reken ik aan het einde 19,40 euri af. In Nederland serveren ze je daar een dagschotel voor. Zonder drank. Ik vind Spanje een aangenaam land.

Vervolgens weer gestrekt. Omdat ik vergeten ben een boek in mijn tas te stoppen verneder ik me tot het lenen en lezen van de Linda die Wolf in haar New York bag heeft zitten. Mijn vermoeden dat het heel erg zou zijn wat ik daarin aan zou treffen wordt niet veel later meer dan bewaarheid.

 

Om vijf uur zit de strandsiësta erop. De doorsnee Spanjaard keert dan terug naar het strand. Maar we houden het voor gezien. Drinken nog een caña bij de nabij gelegen Taberna del Faro. En ik pin na enige ongeldige pogingen (omdat de automaat het laat afweten) voldoende om de eerste dagen in de kosten van levensonderhoud te voorzien. Na ook nog de tank volgegooid te hebben met Repsol, verplaatst je je voorlopig zorgeloos door het hete Spaanse land.

 

Terug in de casa eerst onder de douche. Daarna gaat de fles open. Nog voor het avondeten is de bodem van de Albali Reserva 2006 bereikt. Vanuit de eetkamer klinkt vanuit de cd-speler de betoverende stem van de Portugese fadozangers Naria Ana Bobone: Fado de Cada Um. Vanuit de kom van het dorp ricocheren de geluiden van Paco´s zomerterras naar boven. De colmena van El Borge. Pas als de lucht van een dampende schotel gebakken lamskoteletten mijn neusgaten bereikt kom ik overeind van mijn ligstoel en van mijn boek. Dit keer een kleine roman van Amélie Notomb, Met angst en beven. Over de belevenissen en de omgekeerde carrière van een jonge Belgische meid in de hiërarchische, stijve Japanse zakenwereld. Een groter contrast met het witte pueblo van El Borge is haast niet denkbaar.

Ondertussen is het kobaltblauw van de nacht stiekem, als een zwarte kat, de nauwe straatjes in geslopen. De geluiden beneden me worden allengs gedempter. Sowieso zijn ze al minder uitgelaten dan gisteravond. Want morgen moet er dan ook weer gewerkt worden. En je kunt maar beter vroeg opstaan bij deze Andalusische dagtemperaturen. De volle maan klimt tot boven de in oranje floodlight badende kerktoren rechts van me. Die trouw zijn slagen doet. Maar een mis op zondag in deze kerk, dat is er ook hier niet meer bij. Maar El Borge is dan ook van oudsher een links bolwerk. Daar kan de te jong vermoorde dichter nog wel een boek over open doen. Federico García Lorca was de naam. In de naar hem genoemde straat wonen we, Calle García Lorca 15. En slapen we. De bronzen slagen van de kerkklok helpen je op weg naar de te warme slaapkamer. Middernacht is dan al lang gepasseerd.

September 3rd, 2009

Intermezzo: de Vuelta in Venlo 2

Posted in: Journaal — admin @ 8:32

Tapas en serranoham bij de Vuelta in Venlo

 

The Day After. Even over half elf ben ik weer terug bij de VUELTA. Nu op het Venlose Nolensplein waar even na half twaalf de etappe naar Luik van start zal gaan. Het is nog droog, en redelijk warm. Maar dat zal in de loop van de dag wel anders worden. Regen, regen en regen. De renners zullen aan het einde van de dag blij zijn deze Arctische omstandigheden in te kunnen ruilen voor de subtropische omgeving van het Iberisch schiereiland.

 

Ik loop onmiddellijk Peter tegen het lijf. Hij heeft de veren weer losgeschud en wil, net als ik, het spektakel tot de laatste druppel naar binnen werken. De sfeer is anders dan gistermiddag. Het publiek ook. Dat is nu een stuk grijzer. Werkschuw seniorenvolk. Het Duitse kooppubliek dat uit de onderaardse parkeergarage naar de open lucht van het Nolensplein klimt om vervolgens direct richting ‘Zwei Gebrüder’ in te slaan, staat verbaast met de ogen te knipperen: “Was sist hier los? “ Nou, gewoon de Ronde van Spanje in Venlo. Een spektakel dat de Germaanse Kaffeerunners niet echt aanspreekt, zo te zien.

 

Voordat ik vanmorgen vertrok heb ik thuis nog even gekeken op de officiële website van de VUELTA (www.lavuelta.com). Wil wel eens weten wat de Spaanse organisatie over Venlo te vertellen heeft. En lees onder andere: El centro histórico de la ciudad es un lugar donde se reúnen los habitantes del municipio, reina un ambiente acogedor y cordial y los numerosos restaurantes, terrazas y bares reciben muchos visitantes. Voor de burger vertaald: De historische binnenstad is een plek waar de mensen uit de gemeente bij elkaar komen. Er hangt een gezellige, gemoedelijke sfeer en het centrum wordt druk bezocht. Er zijn veel gezellige terrasjes, restaurants en café’s. Het kon slechter. En bovendien, het is nog waar ook. In ieder geval voor wat gisteravond betrof. Terug naar de actualiteit van de dag.

 

 De Nederlandse en de Spaanse speaker ontvangen op een breed podium de uitgeslapen coureurs. Langzaam druppelen ze op hun fiets de omheining van de Vuelta-kraal binnen. Even verderop staan de VIP’s aan de verschillende buffetten hun hunkerende magen al te vullen met serranoham, tapas en manchego kaas. De glazen wijn gaan ook op dit matineuze uur al routineus naar binnen. Om je heen een bonte mengeling van stevig aangezet Spaans en nerveus Nederlands.

 

Nadat de renners op het podium de presentielijst getekend hebben worden de vedetten, voordat ze het podium weer afstappen, opgevangen door de speaker. Een kort interview. Terugkijken op de afgelopen dagen. De prognose voor de dag die komen gaat. Heldendaden uit het verleden. Applaus van de tegen de dranghekken aandringende toeschouwers voor Andy Schleck. Of de Nederlandse bergkoning Lars Boom. En natuurlijk voor de leider van het klassement, de Zwitser Fabian Cancellara. Op dat ogenblik weet hij nog niet dat ook hij aan het einde van de dag, vlak voor de finish, slachtoffer zal zijn van de grootste valpartij ook. Want een paar kilometer voor de eindstreep zal het complete peloton onderuit gaan door de ijzersterke combinatie van glad wegdek, snelheid van het peloton, Belgische rotonde vol regenwater, en hoge betonnen trottoirranden.

 

Om vijf over half twaalf knippen burgemeester Bruls van Venlo en de wedstrijdleider het Spaanse en Nederlandse lint door. De etappe kan beginnen. De bonte meute gaat er gelijk op volle snelheid van door. De groene jongens van Liquigaz nog even als groep bij elkaar, de Astana’s verspreid over het langgerekte peloton evenals de blauwe boys van Quick Step. De Astana’s uit Kazachstan houden zich gedeinst: immers, onzekere tijden voor de ploeg. De nationale trots van de Rabobank heb ik niet zo snel in het vizier. Ik kijk alleen maar tegen ruggen aan. Nog even een rondje Venlo en dan is het zootje de stad uit. In de richting van het Nederlandse hooggebergte. De Cauberg als scherprechter? Ik denk van niet. En dan door de al even zompige Voerstreek om te eindigen in het centrum van Luik, dicht bij het nieuwe wereldwonder van de Spaanse architect Santiago Calatrava, het nieuwe supersonische TGV-station in een sjofele wijk aan de rand van het centrum. De geur van Valencia die de walm van dikke vette friet moet verdrijven.

 

Als het peloton eenmaal op weg is kennen anderen gelijk hun taak. De dranghekken moeten verwijderd. De promotionele tenten moeten worden afgebroken. En alle VIP’s moeten hun loge verplaatsen naar de rand van de Ardennen. En vanavond weer het vliegtuig in naar Reus, bij Barcelona. Een dag rust. En dan gaat het pas echt beginnen. Van Tarragona naar Madrid. Via de Sierra Nevada, Granada en Cordoba. Een paar weken geleden reden we daar zelf nog rond.

 

De openstelling van de Vuelta-kraal heeft als voordeel dat je er nu zo naar binnen kunt wandelen. En het heeft nog meer voordelen. Want de restanten van de culinaire ontbijtshow staan te grabbel. Op die manier pik ik toch nog mijn graantje mee. De roodkleurige tapas (mengsels van tomaat, vlees, olijven en andere ingrediënten) zijn veil. De laatste plakken serranoham worden van het bot gesneden. De driehoekjes manchego kaas liggen te uitdagend te glimmen om ze te laten liggen. Alleen aan de wijn waag ik me nog even niet op dit uur. Calvinistisch gedrag.  Maar die achterstand haal ik vandaag nog wel in.

 

Intermezzo: de Vuelta in Venlo 1

Posted in: Journaal — admin @ 8:24

Even uit de rails bij de Vuelta, de Ronde van Spanje in Venlo

 

Ben jezelf niet in Spanje, dan komt Spanje wel naar je toe. De VUELTA in Nederland, hoe bizar kan het zijn? Nog bizarder: de VUELTA komt naar Venlo! Er is een groots onthaal aangekondigd. De stad is er klaar voor. De jaarlijkse Parkfeesten woeden al sinds een paar dagen, en dan kan de VUELTA er ook nog wel bij.

 

Met Wolf dus naar Venlo op deze stralende zomerdag. Om half vier met Peter en Alcidie afgesproken op de Markt waar de hele middag de Bandera Latina voor het Iberisch gevoel moet zorgen. Mediterrane en Zuid-Amerikaanse muziek. Als je je ogen dicht doet is het  of je de rumba flamenca van de Gipsy Kinks hoort. Aan de rand van het met terrassen gevulde plein heeft zich het Spaanse Verkeersbureau genesteld. Daar is paella te krijgen. Maar ik wil geen kater oplopen. Net in Spanje geweest, en daar voldoende uitstekende paella naar binnen gewerkt. Die nasmaak wil ik even koesteren.

Voor het overige valt het met de Spaanse invloed in het centrum van de stad wel mee. Nauwelijks een Spaanse vlag te bekennen. De handel gaat gewoon door. De Duitsers laten zich niet gek maken. En bij de Zwei Gebrüder worden de winkelkarren misschien nog wel voller geladen met Kafee. Of Kartoffeln. Daar heeft de VUELTA geen enkele invloed op.

Toch loopt er nog wel eens een verdwaalde flamencojurk rond. Wolf en Alcidie wapperen met hun Spaanse abanicos (waaiers) om het Iberisch klimaat - het is 26 graden - op hun manier te versymboliseren. We vinden een vrije tafel op het terras van Café Central. Geen wijn , maar bier bij deze temperatuur.

 

Om kwart over vijf wandelen we richting finish aan de Deken van Oppensingel. Daar staat het inmiddels rijen dik. Bij de meet komen is er niet meer bij. Dan maar honderd meter daarvoor. Wachten op het peloton. Ondertussen zoeft de bescheiden reclamekaravaan voorbij. Of kolonnes motoragenten. De coureurs liggen wat achter op het wedstrijdschema, maar tegen kwart voor zes zoeft het peloton aan je voorbij. Wie er gewonnen heeft dat hoor je een paar minuten later via de speakers: de Nieuwzeelander Henderson. Ken ik niet, maar ik ben ook geen doorgewinterde wielerfanaat. Als de hele meute voorbij is volgen de auto’s van de ploegleiders. Op het dak van de wagens de reservefietsen in slagorde. Stalen geweien blinkend in het zonlicht. Quick Step. Astana. Euskaltel. Lampre. Saxo Bank. En ga nog maar even door. Natuurlijk ook de nationale trots Rabobank. Die na de afgelopen Tour de France misschien iets minder trots geworden is. En: Xacobeo Galicia. Speciaal voor mij in deze ronde. Als opwarmer voor mijn fietstocht met Peter naar Santiago de Compostella, in de lente van 2010. De renners maken onmiddellijk na de eindstreep rechtsomkeert waardoor je er een aantal toch nog redelijk kunt fotograferen. Iets wat bij zo’n massasprint natuurlijk niet echt mogelijk is.

 

Uit de verte ziet mijn camera dat Cancellara in de gouden leiderstrui gehesen wordt. Nadat de huldigingen achter de rug zijn kun je wat dichter bij het hele spektakel komen. De tv-camera’s zwiepen nog even wat op en meer. Bij de medische controlepost wordt nerveus heen en weer gelopen. Op het gigantische scherm worden de rondemissen nog fraaier in beeld gebracht dan ze al zijn. De uitslagen van de verschillende klassementen scrollen voorbij. De laatste officiële promotionele Vueltapakketten worden aan de man gebracht. De blauwe Spaanse motorbrigade puft uit na de rit Zutphen-Venlo. Bobo’s met onduidelijke opdrachten doen zich te goed aan het beeld van de pitspoezen. En om me heen een duizendvoudige wielergekke menigte. In de verte hoor ik de onvervalste keiharde muziek van de Venlose joekskapel ‘Sokkerpaek’ (o.a. met oud-collega’s André en Karel). Erop af!

 

Het zootje ongeregeld blaast naast keiharde muziek ook stukjes long naar buiten. Of gemarineerde nier, dat ben ik even kwijt. Want naast heel hard blazen kunnen ze ook heel snel drinken. Tussen de verschillende nummers door (‘Viva Espana’) gaan de volle dienbladen van muzikale hand tot muzikale mond. ‘Het kleine café aan de haven’ blijkt Hotel Americain, want op die plek wordt er oorverdovend gemusiceerd. En gedanst. Zelfs de buitenlandse bestuurders van de volgwagens weten niet wat ze horen. Dit heeft niks meer met flamenco te maken. Dit is gewoon onvervalste kroegmuziek. Op straat. Maar wel bij Spaanse temperaturen. Want ook al gaat het nu naar de avond toe, het blijft Iberisch warm. Een zwoele zomeravond in Venlo. Van de coureurs geen spoor meer, maar ging het eigenlijk niet meer om de randverschijnselen? Het wordt tijd voor een glas.

 

Op de parade is nog plek. Het worden glazen witte wijn. Aan de smaak te proeven van inferieure Duitse herkomst. Te duur voor de vermeende kwaliteit. Helaas was er geen Spaanse Cava te koop, anders zou die optie meer voor de hand gelegen hebben. We doen het er dus mee. Na een uur of zo een stevige wandeling: vier meter naar rechts. Daar is het terras van het Italiaanse restaurant Portofino. Er komt net een tafel vrij. Nu wordt het Italiaanse witte wijn. Beter maar ook te duur (3 euri per glas) voor de kwaliteit die geboden wordt. Gemma en Peter storten zich op een pizza met zeedieren. Alcidie en ik houden het op lasagna met zalm en kreeftjes (die kreeftjes heb ik niet gezien). De lasagna is redelijk, maar te papperig. De pizza’s veel te zout. De baas is er niet blij mee als dat wordt opgemerkt. En riposteert met “je hebt hem toch opgegeten?”. Nederlandse horeca-horkerigheid met een Maffiose rand.

 

De avond is nog niet afgelopen, hoewel het al een tijd donker is. De temperatuur blijft mediterraan. En daar beginnen de jongens van ‘Sokkerpaek’ al weer te tetteren. Hebben even een drinkpauze ingelast en gaan nog met herwonnen levenskracht door. Oorverdovend, dus. André is al bezweken onder de druk en is naar huis. Karel lijkt tot het einde door te kunnen gaan. De bar is nog open. Dus wordt er opnieuw een overlevingspakket besteld. Inmiddels is de polonaise al in volle gang. Oma in haar scootmobiel heeft een duopassagier op haar schoot genomen, en draait wat pirouettes op de Parade. Mevrouw Wijdbeens swingt alles wat ze in huis heeft uit haar te wijde broekpak. En de Grote Trom moet soms even uithijgen op een inderhaast aangesleepte barkruk, of opzij springen voor een passerende taxi. Kortom: de VUELTA in Venlo gaat gewoon door. Met of zonder Tom Boonen, Fabian Cancellara of Oscar Freire.

Gemma en ik hebben nog een fikse wandeling tegoed naar Blerick, want daar hebben we ’s middags, de Vuelta-drukte vrezend, de auto geparkeerd. Maar ook op deze zomeravond houden de donkere Wachters van Shinkichi Tajiri op de Maasbrug de wacht over je. Een rustgevende gedachte.

 

 

 
  • ON THE ROAD naar Santiago de Compostela

  • Sint Jacobus leidt me door braamstruiken en naar bierloze cafés

  • New York op doek: nieuwe schilderijen

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 20

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 19

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 18

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 17

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 16

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 15

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 14

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 13

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 12

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 11

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 9

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 8

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 7

  • Christo in Central Park New York

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 6

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 5

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 4

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 3

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 2

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 1

  • Sleepless in Manhattan - intro

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 17

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 16

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 15

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 14

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 13

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 12

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 11

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 9

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 8

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 7

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 6

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 5

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 4

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 3

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 1

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico García Lorca 1

  • BINNENKORT IN DIT THEATER: ANDALUSIË

  • Hermitage: het zomerpaleis van Nicolaas II aan de Amstel

  • Wajauw? Met Ahmed Marcouch en Hans Laroes naar Brooklyn aan de Maas

  • Luik: van nu en toen, van Calatrava en Les Olivettes

  • Geen Pim Pandoer, wel Beethoven in ’s Heerenberg

  • Spaanse La Notte in het Hollandse Slot Loevestein

  • Van Gogh en de kleuren van de nacht in Amsterdam

  • Opnieuw de ruimte in: A Space Odyssey 2

  • Schilderen: een lange winter met gebrande omber sienna

  • Paradise by the dashboard light

  • Shipbreaking op doek. Met dank aan Edward Burtynsky - Work in Progress

  • Ode Maritima aan Fernando Pessoa

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 16

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 15

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 14

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 13

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 12

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 11

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 10

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 9

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 8

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 7

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 6

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 5

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 4

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 3

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 2

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 1

  • MANHATTAN TRANSFER

  • Corrida aan het einde van de Indian Summer

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 14

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 13

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 12

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 11

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 10

  • Intermezzo: Lucien zingt Lee Towers

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 9

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 8

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 7

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 6

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 5

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 4

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 3

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 2

  • Valencia: tapas op de Feria van Calatrava 1

  • VALENCIA: tapas op de Feria van Calatrava

  • Feria Andaluza in Boom België, of all places

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 15 / slot

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 14

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 13

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 12

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 11

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 10

  • Powered by ME :) !! en MainCore
    Blog (c) WordPress 1.5 Theme created by McMike and Mr-Godd