June 19th, 2009

Hermitage: het zomerpaleis van Nicolaas II aan de Amstel

Posted in: Artist Impressions, Travels — admin @ 11:50

Het ziet er niet erg zomers uit als Gemma en ik vanuit het Centraal Station naar buiten stappen. Uit de zware lucht valt een Hollandse moessonregen naar beneden. Maar na het ophalen van een stadsplattegrondje (2 euri; in het buitenland zijn die dingen gewoon gratis) in het Tourist Information Office annex Noord-Zuid-Hollands Koffiehuis wordt het al droog. En dat zal de rest van de dag zo blijven. Sterker nog: ’s middags gaat de zon tekeer en is er een run op de Amsterdamse terrassen.

 

Alle reden dus om, in plaats van het openbaar vervoer te nemen (ik speur nog even naar de Stop and Go bus), via de financieel bodemloze Metrobouwputten gewoon het Damrak op te lopen. De verrommeling is er niet minder op geworden. Integendeel. De friet van Manneken Pis concurreert er minstens zo hevig met het opwekken van primaire lusten als het vlakbij gelegen Sex Museum. En bij de bliepende speelhalautomatenhallen zijn de koersverliezen minstens zo scherp als bij overbuurman Berlage. Welcome to the Netherlands! Voor me uit loopt de plaatsvervanger van Jezus op aarde. Zijn rode hesje schreeuwt het uit: Bidden helpt! Het heeft nog niet veel geholpen, als ik zo om me heen kijk.

 

Op de Dam krioelt het van de Japanners (hoezo kredietcrisis) en moddervette duiven. Voor de ingang van Madame Tussaud staat een sliert jongeren die een schoolreis maken. Even een slok cultuur, en daarna snel naar de Wallen. Het Rokin is al een even grote bouwput als het plein voor het Centraal Station. Nepjuweliers en belwinkels staan met de rug tegen hun door zichzelf ontsierde gevels. Dan buigt onze wandeling naar links. Het water van het Rokin bassin. De smalle boog van de doorgang naar de huisnummers 88 tot en met 98 heeft er geen goed woord voor over. Beatus qui intelligit, super egenum & pauperem. In die mala liberabit eum, Dominus. Psalm XLV:j. Maar de gouden kalveren worden hier al aanbeden vanaf de 17e eeuw. En het ossenbloedrood van de deuren riekt nog naar de vleespotten van Jan Steen.

 

Inmiddels lopen we langs de Binnen Amstel. Schuin naar links het gedrocht van de Stopera. In de loodkleurige knipschaar van de Amstel en de Zwanenburgwal weerkaatsen de witte marmeren gevelcarrés De zon schijnt zoals op de 17e eeuwse stadsgezichten. Wolkenpartijen doen nog denken aan hun zojuist verjaagde waterzware broers. Trap- en klokgevels spiegelen zich in de plassen water op straat. De Blauwbrug doet zijn naam geen eer aan. Maar het blijft een van de meest imposante bruggen van de stad. Weliswaar geen Parijse Pont Alexandre III, maar de vergulde keizerskroon van de Romanovs en de hoog opklimmende lantaarns nodigen uit tot een bezoek aan het Russische hof. Pas om 14.00 uur zal het bal worden geopend. De bakstenen gevels van de Hermitage aan de Amstel ogen nog gesloten als een oester. Dorpse rust. Alsof er nooit tot op het scherp van de snede gevochten is. Geen woning, geen kroning. De Slag om de Blauwbrug heeft alleen maar winnaars opgeleverd. Lees maar na, in de annalen van de Geldropse Adri. Nu rijden ze op dure bakfietsen. Krakersnageslacht voorin. De Metro in de binnenzak. Tandeloze Tijd.

 

Het Waterlooplein biedt deze ochtend nauwelijks kooplustigen. De helft van de kramen is zelfs niet bemand. Iedereen heeft alle tijd. Maar voor de echte liefhebber is er altijd wel iets te vinden. Van gasmasker tot modern kunst. Dat de ideeën van Geert Wilders hier nog geen voet aan de grond gekregen hebben, blijkt uit het veelkleurige palet van neringdoenden en kooplustigen. De keurige zilverkleurige hooggehakte lady naast de blingbling uit ons koloniale verleden. Mar toch: geen hoofddoek te zien deze ochtend.

Een kop slechte cappuccino op de brug bij de Antoniebreestraat met uitzicht op de Montelbaantoren in de felle zon. De Raamgracht over. En dan door de dodenpoort naar het plein rondom de Zuiderkerk. Van februari tot augustus 1945 was deze kerk de Gemeentelijke Doodenbewaarplaats, meldt de plaquette. Door ontbering, honger en duits geweld stierven te Amsterdam in het laatste oorlogsjaar meer mensen dan begraven konden worden. Hier was hun tijdelijke rustplaats. Ook nu ademt het intieme plein een serene rust.

 

In een van de zijstraten haal ik een broodje ciabatta met mozzarella, tomaat en pesto. Eet het op aan de Staalkade. Op een bankje met zicht op de Blauwbrug en de Binnen Amstel. Een enkele meeuw klapwiekt over het glad getrokken water. Woonboten worden er overwoekerd door uitbundige plantengroei. Achter me, op huisnummer 5, kan ik me aanmelden voor een cursus Salsa Caliente Salsa Cubana y mas. Ik aarzel, want over een half uur moet ik me melden aan de poort van de Hermitage. Voor een bal aan het Russische hof. En daar wil ik  niet te laat komen. Want ik haalde de Afrikaanse zangeres Oumou Sangare op 20 mei in Paradiso ook al niet, laat me het achtergebleven affiche op de kade weten.

 

De controle is streng. Stalinistisch bijna. Via een nauwe doorgang in het geblindeerde hekwerk rondom de Hermitage beland je binnen het tsaristische rijk aan de Amstel. Die wordt op dit ogenblik voor een groot deel overschaduwd door een megapodium in aanbouw. Over drie dagen zullen hier koningin Beatrix en de president Medvedev van de Russische federatie hand in had luisteren naar muziek en verblind worden door een spetterend vuurwerk. Dat alles bij gelegenheid van de officiële opening van de dependance van het winterpaleis in Sint Petersburg. Mijn uitnodiging wordt ingenomen. Maar even later stappen Gemma en ik de binnentuin in. Niet fotograferen. Ze schiet op me af, de geüniformeerde museumakela. We willen niet dat er al foto´s in de pers verschijnen voor de officiële opening. Ik begrijp het.

Even later zitten we in het al bijna volgestroomde auditorium. Het aantal stoelen matcht perfect met het aantal genodigden. En dat blijken vooral mensen uit de bovenlaag van de Amsterdamse hotelwereld te zijn. En uit de toeristische sector. En uit kunstminnaars. Zoals wij. De ruimte is stemmig. Het publiek heeft weliswaar een hoog high heels gehalte, maar zover ik het kan overzien zijn omhooggevallen makelaars en de rest van de onroerend goed maffia vandaag niet van de partij.

 

De burgemeester van Amsterdam, Job Cohen himself, doet de aftrap. Gevolgd door een toespraak van Ernst Veen, de directeur van de Hermitage. Na nog enkele huishoudelijke mededelingen van een andere medewerker kunnen we ons melden aan het Russische Hof. De expositie is voor het grootste gedeelte ingericht in de twee grote vleugels van het paleis, waartoe ik ook alle zijvertrekken reken. Het museum biedt na de ingrijpende verbouwing enorme ruimtes nu de bodem letterlijk is weggeslagen tussen de vroegere eerste en tweede verdieping van het voormalige 17e eeuwse verzorgingshuis. Andere ruimtes heten nu  regentessekamer, kerkzaal of vriendenlounge. Die laatste wordt nog stevig onder handen genomen, maar zal op 20 juni zeker klaar zijn. Helaas is deze middag het luxe café/restaurant Neva vanmiddag nog niet geopend. Ik had er graag al even een Russische bloody mary achterover gekieperd.

 

Aan het Russische hof, Paleis en protocol in de 19e eeuw, is de titel van de tot 31 januari 2010 durende expositie. Beide vleugels zijn er voor ingericht. Na een paar seconden waan je je al volledig opgenomen in de familie van de Russische tsaren. Zelfs de baljurken maken walsbewegingen binnen het beperkte kader van hun glazen kooi. En anders kijk je wel door de ramen naar de toenmalige jetset bij weer een familiefeestje van de Romanovs. Ingelijst hangen ze aan de wanden. Maria Fjodorovna. Olga Nikolajevna. Anastasia Nikolajeva. De tsrevitsj Aleksej. En natuurlijk het oppertsarenkoppel Alexandra Fjodorovna en Nicolaas II. Het overlijdensjaar is voor het keizerlijke stel, inclusief hun vijf kinderen, gelijk: 1918. Wat een timing. Het vervolg is bekend. Nieuwe burgertsaren met namen als Lenin of Stalin dienen zich aan. Over drie dagen zal de voorlopig laatste telg van deze burgerdynastie, Dmitri Anatoljevitsj Medvedev, zich melden aan de poort van de Hermitage aan de Amstel.

 

Er is veel moois te zien op deze tentoonstelling. Met dank aan het Russische volk. Die hun eigen Icesave hadden in het Winterpaleis aan de Neva. Ik loop langs de magistrale schilderijen van Winterhalter en Repin. Langs de gepolitoerde jachtwapens en de met goudstiksel geborduurde weitassen. Langs een hele vitrine met keizerlijke damespumps. Imelda Marcos heette vroeger tsarina. Vergulde meubels. Zelfs de keizerlijke troonzetel is ingevlogen voor deze expositie. En verder gaat het weer: tientallen kilo’s juwelen, snuifdozen, serviezen, waaiers, vazen. Er lijkt geen einde aan te komen. Bijna zou je de schitterende vormgeving van het museum over het hoofd zien. De met een wit-gouden kleur bestreken wanden van de grote zalen zorgen voor een warme uitstraling en zorgen voor een perfecte balans tegenover het koele glas en staal van de trappenhuizen.

 

Om vijf uur worden we terug verwacht in het auditorium. Daar gaan de gevulde glazen al rond als we binnen stappen. Na een paar uur gewalst te hebben aan het Russische hof is het tijd om even te relaxen met een glas helder fonkelende witte wijn. Even later gaat ook nog de bittergarnituur rond, maar dat oogt wat ordinair in deze ambiance. Maar niet dus. Of was net steeds het plateau leeg als de serveerster in de buurt was? De hoffotograaf schiet zijn plaatjes. Een kunstminnend vrouwtje vraagt me of ik weet waar in Amsterdam garnalenkroketten te koop zijn. Ik moet het antwoord schuldig blijven. Doe maar asperges, zeg ik, het witte goud. Ze komt niet van het platte land, zoveel is wel duidelijk, als ze beweert dat het seizoen toch al voorbij is. Ik help haar uit de droom. Want pas op 24 juni, met Sint Jan, is het zover. Zouden ze aan het Russische hof ook regelmatig asperges gegeten hebben? En zou Peter de Grote ze hoogstpersoonlijk hebben gekocht bij de boer in Grubbenvorst. Ongetwijfeld niet. Hij zou ze hebben gevorderd.

 

Terug de stad in. Het einde van de middag is warm en zonnig. Dat wordt dus een terras aan de Nieuwmarkt, met zicht op de Waag. De Amsterdamse Leffe blonde smaakt alsof je gewoon in de Belgische Ardennen zit. Alleen met al die voorbij schietende, met jong grut gevulde bakfietsen weet je dat het niet zo is. Even daarvoor liepen we Theofiel Jetten tegen het lijf. Achter een bord Thais voedsel op een klein terrasje aan de Kloveniersburgwal. De wereld is een dorp. Na de dood van zijn vader Maurice, vijf jaar geleden, niet meer gezien. Woont nog steeds in Amsterdam, bij het Vondelpark. We wisselen mailadressen uit, ook vanwege het boek dat ik aan het schrijven ben over vijftig jaar Blariacumcollege, waar zijn vader de eerste rector van was. Hij kan het restaurant Raan Phad Thai en het voedsel aanbevelen. Om een uur of kwart over zes zullen we er neerstrijken. Op zijn advies. En dat klopte.

 

We schampen de hoerenbuurt en lopen via de Zeedijk richting station. De trein van zeven over zeven. Voor Breukelen staan we een half uur stil, midden in de zompige graslanden. In de trein voor ons is brand uitgebroken. De melding komt na een kwartier. Ja, wel truttige verjaardagswensen door de intercom over de passagiers uitbraken. Maar snel correcte informatie doorgeven, ho maar. Service, heet dat. En als er mededelingen gedaan worden zijn die ook nog eens onverstaanbaar. De reis zal uiteindelijk een uur of drie duren. Nederland is groter dan je denkt. Maar in diezelfde tijd vlieg je naar Sint Petersburg. Naar het winterpaleis in de zomer. Maar het zomerpaleis ligt hier. Niet aan de Neva, maar aan de Amstel. Beatrix en president Medvedev zijn er geweest. En die spreken altijd de waarheid. Net als de Romanovs. Destijds. Tot 1918. Nu zijn er alleen nog de stille getuigen. In de Amsterdamse Hermitage. Niet te geloven.

June 15th, 2009

Wajauw? Met Ahmed Marcouch en Hans Laroes naar Brooklyn aan de Maas

Posted in: Journaal — admin @ 10:19

Sinds gisteravond ben ik in het bezit van het 06-nummer van de hoofd- en eindredacteur van het NOS-Journaal. Ik mag hem op elk willekeurig moment voor een belangrijk nieuwsfeit bellen, zegt ie. Maar niet alleen ík heb zijn mobiele nummer, ook een heleboel anderen van de aanwezigen gisteravond in het atrium van het Blariacumcollege (Venlo-Blerick) zullen zijn royaal prijsgegeven nummer genoteerd hebben. Hij maakt het openbaar bekend. De relatie met de kijker, de klant moet immers goed blijven. Nu nog het nummer van Jan-Peter en dat van Beatrix en ik kan me voortaan zorgeloos door het leven slaan.

 

 

 

Van 19.00 uur tot bijna half elf vindt er een symposium over de problematiek van de Marokkaanse jongeren plaats onder de titel ’Wajauw – wat is er aan de hand?’. Uitgenodigd hiervoor zijn niet de eerste de besten. Naast Hans Laroes verschijnt  ook (met vertraging, want autopech) de Marokkaanse deelraad voorzitter van Slotervaart (Amsterdam), de Rotterdams - Marokkaanse socioloog Illias Elhadioui en de Venlose wethouder Jan Lamers (Welzijn en zorg). Uiteraard mag ook John Bierman, de campusdirecteur, achter de forumtafel kruipen.

 

 

 

In de pauze is er Marokkaans cabaret. Relativeren over de vooroordelen van Marokkanen en Nederlanders. Soms is het hilarisch. Humor, dat is wat we nodig hebben om de spanningen tussen allochtoon en autochtoon weg te nemen. Lachen om elkaars gewoontes. Als dat kan ben je ver genoeg.

Daarnaast moet de onderliggende partij niet al bij voorbaat de zielige rol aannemen, dat thema komt bij verschillende sprekers (Marcouch, Elhadioui, Lamers) wel terug. Praktijkvoorbeelden wisselen af met theoretische onderbouwingen. De theorie komt overigens voor het grootste gedeelte van de socioloog Elhadioui die indruk maakt met zijn scherpe analyse over de discrepantie tussen de thuis-, school- en straatcultuur  waarin de Marokkaanse jeugd zijn weg moet zien te vinden. Dat het daarbij niet gemakkelijk is de gemakkelijk geld verdienende, en in te dure auto’s rijdende macho’s als helden aan de kant te zetten, dat lijkt me geen makkie voor de gemiddelde Marokkaanse jongere (vooral jongens, overigens).

 

 

 

Buiten het zich van de ouders worden nieuwe normen en waarden gecreëerd, zoals weerbaarheid, onkwetsbaarheid, waakzaamheid en succes. Geweld, brutaliteit, materialisme, uiterlijk vertoon, anti-intellectualisme, een rebels karakter, straattaal, minachting van de vrouw (als object) en een voorliefde voor de gangstercultuur, het behoort allemaal tot de instant blingbling waarmee veel Marokkaanse jongeren de rest van de wereld de ogen uit wil steken. Het gedrag begint zelfs terrein te winnen bij andere etnische groepen, zelfs de autochtone. Een stevige mismatch tussen schoolcultuur en straatcultuur is daardoor bij voorbaat gecreëerd.

Waarbij de straatcultuur staat voor: snel geld verdienen, weinig structuur, anti-formele regels, dynamiek, doen, agressie en geweld, machogedrag, straattaal, en ‘bijdehand’ zijn met de mond. En de school, ‘ocharm’, zich moet tevreden stellen met: discipline, structuur, orde en regels, denken, geduld, zelfbeheersing, argumenteren, ABN , en ‘bijdehand’ zijn met de pen. Werelden van verschil.

 

 

 

Wat me opvalt is dat het woord islam de hele avond niet valt. En ook dat er nauwelijks gesproken wordt over de zwakke sociale (zowel cultureel els financieel) positie van de Marokkaanse jeugd die de problemen overal veroorzaakt. Vreemd.

 

 

 

De discussie graaft overigens niet erg diep, maar duidelijk is wel dat de huidige crisis en de aankomende massawerkloosheid geen gunstig substraat is waarop integratie en assimilatie welig gedijen. Een handicap daarbij is dat Nederland, Rotterdam en Blerick geen New York zijn. Chinatown, Little Italy, Koreatown en binnenkort de Barrio Mexicano vormen daar geen bedreigingen meer. Harlem, Brooklyn en de Bronx zijn er gedomesticeerd, en iedereen draagt zijn allochtone karakter met verve uit. In de subway staan alle aanwijzingen zowel in het Engels als in het Spaans. In de melting pot is voor iedereen plek. Voor elke cultuur, voor elke taal. Daar steekt de Nederlandse, calvinistische, altijd bezorgde maatschappij wat wereldvreemd bij af. Rotterdam is nog lang geen global village, zolang elke jonge Rif-Marokkaan gezien wordt als een geadopteerde zoon van Bin Laden. En Oud West beschouwd wordt als een dependance van Tora Bora. De verweesde samenleving van blonde Geert.

 

June 1st, 2009

Luik: van nu en toen, van Calatrava en Les Olivettes

Posted in: Journaal, Travels — admin @ 19:25

Om elf uur rijdt opnieuw de taxi voor. Nu de Audi van Peter. Hij zal ons naar Luik vervoeren. Uiteraard zijn de dames ook mee. De auto raken we kwijt op de laatste vrije plek bij de Saint Pholien, want het is er vanwege de grote wekelijkse rommelmarkt (brocante) gigantisch druk. Het weer is uitstekend: zon, wat bewolking zo nu en dan, en 21 graden.

 

Na een bak stevige koffie op een van de terrassen aan de Place de la Cathédrale is het tijd voor een stevige wandeling via de Boulevard d’Arvroy naar het nieuwe treinstation van Guillemins. Weer een kunstwerk van Santiago Calatrava. Het zal een dikke 20 minuten lopen zijn. En dan klapwiekt plotseling uit de negorij van de stoffige stationsbuurt de zoveelste witte vogel van glas, beton en staal op. Wit uiteraard. Zoals de meester uit Valencia gewoon is.

 

Hoewel uit verschillende publicaties zou kunnen blijken dat het TGV-station zo goed als af is (‘de laatste hand”), de werkelijkheid is anders. Rondom het gebouw is het nog een enorme bouwput. En ook het station zelf is nog lang niet af. Immense steigers laten werklieden zien die bezig zijn met het plaatsen van het glas. Op andere plekken zijn de glazenwassers al bezig, lopen over de glazen platen in het hemelplafond. De rest van het station zit ook behoorlijk onder het stof, dat vanuit de bouwput en door het af en aan rijden van vrachtwagens alle kanten uit neerslaat. Naar mijn mening zal het nog wel en jaar duren voordta de zaak af en onder controle is. Toch functioneert het gebouw al als treinstation. Het is er echter niet druk.

 

We lopen over een paar perrons. Je voelt je als een lilliputter onder het majestueuze gewelf. Indrukwekkend. Alsof je in Valencia rondloopt. Jammer is dat het gebouw niet de ruimte gekregen heeft die het verdient. Aan de ene kant wordt het ingesloten door een met veel groen begroeide helling. Aan de andere kant ligt de verloederde wijk, Sjofele arbeidershuizen. En aan open, zanderig busstation. Als Luik weer geld heeft (maar met de huidige kredietcrisis en het imploderen van de staalindustrie hier) zal de voorziene renovatie van de wijk nog wel een aantal jaren op zich laten wachten.

 

Omdat het inmiddels een uur of twee is, wordt het tijd voor de lunch. Het wordt een van de tegenover het station liggende restaurants. Eenvoudige kost: een grote zanderige salade met dikke Waalse frieten. Met een glas bier. Daarna terug naar het centrum. Lopend. En het is inmiddels behoorlijk warm geworden.

 

Een terras in de buurt van het Palais des Princes Evêques voor de volgende verfrissing van de dag. Snerpende politiesirenes doorklieven het soezelen. Hier gaat een auto- en motorrally  van start. Vervolgens klimmen we naar de bovenstad, een wandeling die over de hoge flanken van de stad naar de Citadelle voert. Uitzichten en dode straatjes zonder leven, hoewel het in de nauwe straatjes een aaneenschakeling van straatjes in. En dan sta je ineens boven op de hoge klif van de Montagne de Bueren die je via 373 treden terugvoert naar het centrum van Luik. Zelf stappen, natuurlijk, en je zo nu en dan vastgrijpen aan de stalen middenleuningen. Als je beneden staat, vindt je dat je terecht een kelk Leffe Brune verdiend hebt. En op de Place du Marché is dat geen probleem. Ook daar zitten de terrassen vol, maar we vinden een plek in de zon. De Leffe gaat erin als wijwater in een dominee.

 

De poten beginnen aardig te branden, maar als gids moet ik Peter zien af te matten (het zal me niet lukken): alvast een straffe training voordat we volgend jaar naar Compostela fietsen. Door maar weer, naar het gerenoveerde quartier met al die fraaie impasses, in de buurt van de fraaie Saint Barthelémy (helaas is het al na vijf uur, en is de schitterende doopvont niet meer te bewonderen),

 

Terug naar het centrum is het even overleggen over de rest van het programma. Maar eerst weer aandacht voor de inwendige mens. Op het Place de la Cathédrale eten we een aantal gargantueske schotels weg: steaks grillé, met dikke Waalse frieten en salade. Zelf hou ik het op een typisch Belgisch gerecht: tête de veau. Het smaakt voortreffelijk. Om een uur of negen valt de rekening op tafel: bijna 86 euri. Buiten is het nog redelijk licht, en nog aangenaam van temperatuur. Voor het dessert stel ik een bezoek aan Les Olivettes voor. ‘s Morgens hen ik er in het voorbijgaan al op gewezen. Een café-chantant zoals je er bijna geen meer vindt.

Het is er nog leeg als we binnen stappen. Madame Pipi (de mollige toiletjuffrouw) zit wat voor zich uit te suffen, en luistert naar de pianomuziek van de jonge Gaston (ik noem hem voor het gemak maar even zo. Achter de bar worden glazen gespoeld.

 

Om ons in de juiste stemming te brengen begint Gaston onmiddellijk zijn zangrepertoire ten gehore te brengen. Zolang we er zitten zal hij van geen ophouden meer weten. Het wordt geleidelijk ook drukker, want het publiek komt op de muziek af als vliegen op het licht. Franse chansons. Bécaud zingt Nathalie - La Place Rouge était vide. Maxime le Forestier of de Waals-Italiaanse mijnwerkerszoon Adamo. Tombe la neige. Zo nu en dan kan hij het niet laten er een Amerikaans nummer tussendoor te gooien. Madame Pipi verdwijnt naar de toiletten in de kelder. Daar moet het geld verdiend worden.

 

Ik ben al aan mijn tweede Leffe Brune, als er een groep Fransen binnen stapt. Een van de heren wil ook wel eens achter de microfoon. Had ie beter niet kunnen doen. Het is niet allemaal vals wat ie zingt, maar ik hoor toch liever Gaston. Die neemt het roer (de micro) daarna weer snel over en gaat er met nog meer volume tegenaan. Hij ramt de toetsen als een Amerikaanse GI die een Vietcongstrijder uit de bosjes gesleurd heeft. Maar het moet gezegd: hij heeft een fantastische stem. Elvis Presley, dan maar. Om weer snel terug te keren naar het vertrouwde repertoire van Yves Montand, Juliette Gréco en Edith Piaff. Want hij doet alles.

 

De tent zit bijna vol, als we tegen elf uur opkrassen. Er staat nog een wandeling naar de Saint Pholien op het programma. Aaneengeregen weerspiegelen zich de lichten van de straatlantaarns in het gladde, zwarte water van de Maas. En daarna een rit van bijna anderhalf uur. Langer zelfs, want even voorbij Maastricht staat alle verkeer meer dan een kwartier compleet stil op de autoweg. Als alles zich weer in beweging gezet heeft, is ook duidelijk waarom. De autoweg was even volledig geblokkeerd vanwege een uitgebrande auto, midden op de rijbaan. Veel brandweer en politie. Het wrak lijkt uitgeblust. Als we er voorbij rijden staat de sleepdienst al klaar. Inpakken en wegwezen. Om half een terug op de basis. Van Calatrava naar Les Olivettes: het lijkt op het eerste gezicht een anomalie, maar het kon. In Luik. Op een zonnige zaterdag in mei.

 
  • ON THE ROAD naar Santiago de Compostela

  • Sint Jacobus leidt me door braamstruiken en naar bierloze cafés

  • New York op doek: nieuwe schilderijen

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 20

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 19

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 18

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 17

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 16

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 15

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 14

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 13

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 12

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 11

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 9

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 8

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 7

  • Christo in Central Park New York

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 6

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 5

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 4

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 3

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 2

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 1

  • Sleepless in Manhattan - intro

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 17

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 16

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 15

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 14

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 13

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 12

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 11

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 9

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 8

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 7

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 6

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 5

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 4

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 3

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 1

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico García Lorca 1

  • BINNENKORT IN DIT THEATER: ANDALUSIË

  • Hermitage: het zomerpaleis van Nicolaas II aan de Amstel

  • Wajauw? Met Ahmed Marcouch en Hans Laroes naar Brooklyn aan de Maas

  • Luik: van nu en toen, van Calatrava en Les Olivettes

  • Geen Pim Pandoer, wel Beethoven in ’s Heerenberg

  • Spaanse La Notte in het Hollandse Slot Loevestein

  • Van Gogh en de kleuren van de nacht in Amsterdam

  • Opnieuw de ruimte in: A Space Odyssey 2

  • Schilderen: een lange winter met gebrande omber sienna

  • Paradise by the dashboard light

  • Shipbreaking op doek. Met dank aan Edward Burtynsky - Work in Progress

  • Ode Maritima aan Fernando Pessoa

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 16

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 15

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 14

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 13

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 12

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 11

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 10

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 9

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 8

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 7

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 6

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 5

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 4

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 3

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 2

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 1

  • MANHATTAN TRANSFER

  • Corrida aan het einde van de Indian Summer

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 14

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 13

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 12

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 11

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 10

  • Intermezzo: Lucien zingt Lee Towers

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 9

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 8

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 7

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 6

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 5

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 4

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 3

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 2

  • Valencia: tapas op de Feria van Calatrava 1

  • VALENCIA: tapas op de Feria van Calatrava

  • Feria Andaluza in Boom België, of all places

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 15 / slot

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 14

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 13

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 12

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 11

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 10

  • Powered by ME :) !! en MainCore
    Blog (c) WordPress 1.5 Theme created by McMike and Mr-Godd