Spaanse La Notte in het Hollandse Slot Loevestein
Om half drie vertrekken we richting Hollandse Waterlinie. Hoewel we ’s avonds pas om acht uur in Slot Loevestein moeten zijn voor een concert in de reeks ‘Kastelenserie’. Het weer wordt er gaandeweg steeds beter op. Voorlopig nog zon en wolken, maar tegen het einde van de middag zal het onbewolkt en warm zijn. Op dat ogenblik lopen we door het oude stadje Heusden, een parel in het rivierengebied. Vooraf even langs Slot Loevestein gereden, waar op dat ogenblik nog weinig te doen is. Bonte schapen grazen in de weilanden aan de slotgracht. Ganzen en andere watervogels schrikken op en klapwieken de lucht in. Hier, bij de samenkomst van de Waal en de oude Maas, zijn de uitzichten wijds. Soms wreed verstoord door een plompverloren neergedaalde bedrijfshal. Fraaie dijkhuisjes in het dorpje Poederoijen waar Slot Loevestein toe behoort.
De vestingstad Heusden ligt nog zo’n 15 kilometer van Loevestein, maar dat is, over de goede wegen, snel te doen. Ik plant mijn auto neer aan de rand van het dorp. Daarna wandelen we rustig naar het centrum. Lommerrijke entree boven een met eendenkroos bedekte grachtjes. De meeste oude gevels zijn gerestaureerd. Het doet allemaal wat aan Grave denken, hoewel het hier nog iets authentieker aandoet. Tot aan de haven lopen we door. Fraaie molens en een ophaalbruggetje markeren het oer Hollandse karakter van het oude vestigstadje. In de directe nabijheid van het binnenhaventje liggen een aantal terrassen in de zon. Op een daarvan strijken we neer. Het is er al aardig druk met eters en drinkers.
Bij De Klepperman smaken de grote glazen witte Spaanse wijn ongelooflijk goed. Dat nodigt uit tot eten, want De Klepperman is tevens een gerenommeerd visrestaurant. Ondanks de aantrekkelijke menu’s op de kaart overtuigt de baas ons van de dagaanbieding: een grote moot zal met verse asperges. Hij trekt ons moeiteloos over de streep. Een half uur later blijkt hij meer dan gelijk te hebben: het is een voortreffelijk menu. Zelden zo lekker (zelfs niet in het Noord Limburgse) asperges gegeten. En dat op een zonovergoten terras aan de Bergsche Maas, in het oude vestingstadje Heusden. Tegen 19.00 uur krassen we op. De laatste afspraak, en ook het doel van de dag, wacht immers: Slot Loevestein. Binnen een half uurtje, inclusief de wandeling terug door het dorp, zijn we er.
WIKIPEDIA: Heusden is een gerestaureerde vestingstad in de Nederlandse gemeente Heusden, gelegen aan de Bergsche Maas. Het telt momenteel 1500 inwoners (2007). In 1968 is begonnen met het in oude stijl restaureren van de vestingstad Heusden. Dit grootscheepse restauratieproject loopt al veertig jaar. In deze tijd is veel bereikt, maar de restauratie gaat nog altijd door.
De stad kreeg in 1318 stadsrechten, maar verschillende bronnen vermelden ook andere jaren. Al in het jaar 1210 wordt van een kerk te Heusden melding gemaakt. Heusden was een van de eerste Nederlandse steden met een stadsmuur en werd gebouwd op de strategische grens tussen Brabant, Holland en Gelre. Jacob Kemp ontwierp aan het einde van de 16e eeuw een moderne omwalling volgens Oud Nederlands vestingstelsel. Later werd deze uitgebreid tot de huidige vorm. De vesting heeft vele oorlogen meegemaakt, en lange tijd wist men niet hoe de vestingwerken gerestaureerd moesten worden. Later besloot men dat er een restauratie volgens de kaart van Blaeu uit 1649 moest uitgevoerd worden, inclusief de soms onhandige indelingen.
Heusden heeft - na de restauratie van 1978 - negen bastions, zes ravelijnen, een beschermend eilandje en een natte gracht. Op enkele bastions staan molens en torens. Verder was Heusden ook de geboorteplaats van Gisbertus Voetius (1589-1676).
Hoewel Heusden nooit door de Spaanse troepen belegerd is, vielen toch vele rampen Heusden ten deel. Meerdere keren werd de stad getroffen door de pest. Tijdens de grote brand in 1572 werd bijna de hele stad in de as gelegd. Van het prachtige stadhuis was niets meer van over. In 1680 vond de verwoesting van het kasteel door blikseminslag plaats. De laatste tragische gebeurtenis vond plaats tijdens de laatste gevechtshandelingen in Nederland van de Tweede Wereldoorlog. Terwijl de geallieerden oprukten, zochten de Duitsers hun heil achter een nieuwe linie (de Bergsche Maas). Zij lieten de hoogste punten in de vesting, het stadhuis en twee kerktorens, opblazen. Dit deden de Duitsers ook elders, teneinde de oprukkende geallieerden te beletten hoge gebouwen als uitkijkposten te gebruiken.
De avond daalt langzaam neer over het eeuwenoude slot. Bij binnenkomst word je middels een bronzen plaquette al gelijk herinnerd aan de miraculeuze ontsnapping van Hugo de Groot in de befaamde boekenkist.
Antichambreren in een van de zaaltjes. De grote kandelaars worden al aangestoken. In de hoek grijst een opzichtig opgemaakt bed met baldakijn. Het zaaltje is vanavond omgebouwd tot foyer. De glazen wachten op drinkers. Maar die moeten tot de pauze geduld hebben.
Om kwart over acht start het muzikale deel van de avond, onder de titel: La Notte / La Musique de la Chambre du Roi. Met onder andere muziek van Lully, Clerambault, Monteclair, Delalande, Marais. Muziek uit de tijd van (onder andere) de Franse Zonnekoning Louis XIV. Maar hij zal naar die muziek geluisterd hebben in heel andere entourages. Geen onttakelde Loevesteins. De uitvoerenden hebben allen (3) Spaans (linguïstisch) bloed in de aderen: Nuria Rial (sopraan) en Sergio Alvares (viola da gamba) zijn van 100% Spaanse origine; en Juan Sebastian Lima (luit) is helemaal uit Argentinië ingevlogen.
De entourage doet het helemaal. Grote kandelaars met batterijen kaarsen werpen hun flakkerend licht de donkere ridderzaal in. Het publiek is bijna zonder uitzondering minstens grijs en 55-plus. En blank. La Notte blijkt niet zomaar als motto aan het concert te zijn meegegeven. De ijle klanken (samen met de steeds donker wordende lucht die door het glas in lood nog net te zien is) zouden je zomaar in slaap kunnen wiegen. De inmiddels gerenommeerde Spaanse sopraan zal tijdens het hele concert (ze zingt niet bij alle nummers) blijven zitten. Fantastische stem. Maar de Argentijnse luitspeler doet in muzikaliteit absoluut niet voor haar onder. Virtuoos, en soms heel verstilt, snarenspel. Kortom, een niet alledaagse muziekuitvoering. In de pauze toch nog maar een glas (maar nu rode) wijn naar binnen gewerkt. Het komt het gehoor alleen maar ten goede.
En dan moet je nog door het nachtelijk duister naar huis. Anderhalf uur voor de boeg, want onderweg krijgen we ook nog met file te maken. De A2 is één grote bouwput. Zelfs ’s nachts wordt er doorgewerkt. ‘s Middags had ik kilometers lange files zien staan tussen Zaltbommel en Den Bosch. Die zijn weliswaar niet meer kilometers lang, maar die ene rijstrook waarop het nachtverkeer wordt gedwongen te rijden, zorgt toch nog voor een behoorlijk oponthoud. Over Eindhoven (daar ook sluipdoor routes op de A2, maar geen echt oponthoud) en dan richting Venlo. Even na middernacht zijn we thuis. Wel een glas wijn verdiend voor het slapen gaan. La Notte in Limburg.
WIKIPEDIA: Loevestein is tussen 1358 en 1375 gebouwd door Dirk Loef van Horne, heer van Altena. Tot 1397 zijn enkele delen nog wat verhoogd dan wel gewijzigd. Het verrees op een strategisch gelegen landtong, op de plaats waar de rivieren de Maas en de Waal zich verenigen tot de Boven-Merwede. Het werd gebruikt om tol te heffen. Omdat de omringende grond, het Munnikenland, nogal eens onder water wilde staan, was het echter nooit een aantrekkelijk woonhuis voor edellieden. Zo heeft zich een merkwaardige geschiedenis op Loevestein kunnen voltrekken. Tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten was Loevestein een gevangenis voor tegenstanders van Jacoba van Beieren. Ook tijdens de Republiek was Loevestein een staatsgevangenis:
Hugo de Groot zat hier vanaf 1619 een levenslange gevangenisstraf uit, tot hij in 1621 ontsnapte in een boekenkist. In 1631 ontsnapten zeven remonstrantse dominees in een leeg bierfust.
In 1650 liet stadhouder Willem II een zestal statenleden opsluiten op Loevestein, onder wie Jacob de Witt, burgemeester van Dordrecht. De internering was aanleiding voor het ontstaan van de benaming Loevesteinse factie voor de staatsgezinde, antistadhouderlijke groepering in de Republiek. Vanaf de 17e eeuw maakte Loevestein deel uit van de Hollandse Waterlinie.

