November 27th, 2008

Manhattan Transfer - New York City Blues - 10

Posted in: Travels — admin @ 11:31

Harlem Blues: Let us pray for Barack and Michelle 

De kralen van de subway rosary rijgen zich aaneen. Lijn 3 schokt zich door het donker naar het noorden van Manhattan. Ingestapt bij Penn Station. Niet druk. Zondagmorgen. Halverwege Central Park, 96th Street, stapt een neger in. New York Yankees cap  boven zijn vlezige zwarte kop. Die zich zelfs een klein beetje moet bukken om niet tegen het dak van de subway te stoten. Opzichtig jack vol kleuren en afbeeldingen. Een baggy jeans waar met gemak wel twee volwassenen in kunnen. Zonnebril. Glimmende kettingen. En een aluminium wandelstok. Want hij loopt een beetje mank. Moet blijkbaar in beweging blijven, want hij swingt wat op en neer door het treinstel. Tot het moment dat hij het wel welletjes vindt. Zijn aluminium wandelstok in elkaar schuift. En onder zijn oksel een plastic zak vandaan frommelt. Met de weinige anderen ben ik benieuwd wat hij voor me in petto heeft. Tegenover zie ik een wat oudere dame wat verder weg schuiven. Ze kan een paar seconden later een zucht van verlichting slaken. Want op de kaft van het dikke boek dat hij eruit omhoog haalt staat met dikke zwarte letters: THE BIBLE.  

Je wordt gewoon gek gemaakt. Harlem als  spirituele attractie. De folders had ik al zien liggen in het hotel. Harlem on Sunday! A highlight of our morning will be a local church  service to share with the congretion the inspirational sounds of Gospel music known throughout the world. Voor 49 dollar verzorgt Tour America een vijf uur durende trip door Harlem. En het is nog een van de goedkopere organisaties. Want wil je er een Church Service bij nemen, dan ben je 55 dollar kwijt. Ook nog een brunch toe? Het kan, voor 40 dollar extra. Het spreekt voor zich dat op holidays de tarieven naar boven worden aangepast.

Ook zelf ontkom je er niet aan. Bij New York hoort een bezoek aan Harlem. En een bezoek aan Harlem impliceert het bezoek aan een gospeldienst. Toeristische bric-à-brac. Maar het werkt. Want met de swingende Glide Church - die ik in San Francisco had meegemaakt - in gedachten , had ik al een mail gestuurd naar de meest bekende kerk van Harlem, de Abyssinian Baptist Church. In alle reisboeken te vinden.

            Dear sir, madam,

 

My wife and I are visiting New York next week. Sunday morning we’ve the intention   to assist at one of the services in your sanctuary at 138th Street. Please can you tell me how to act; and what time is the most convenient (9 or 11)? Thanks.

Op zondagmorgen swingen in Harlem, daar wil je vroeg voor uit je bed. Half acht, bijvoorbeeld. De oude zondagsplicht. En een volle aflaat toe. Voor zover het begrip bij de Nederlandse katholieken nog bekend is. Maar de kansen zijn klein, dat laat de mail die ik nog voor vertrek ontvang, wel blijken. Maar hoop doet leven. Immers, de basis van elke gospel.

Dear sir,

It is our annual Men’s Day and service will be full. If there is space the users will accommodate you but you may want to try another church. Or you can come to our Wednesday evening service at 7pm.

Ms. Dinean Davis
Communications/PR Manager
The Abyssinian Baptist Church

Het ontvangstcomité dat zich voor de Abyssinian staat zich te warmen in de ochtendzon. Maar is onverbiddelijk. Hun donkere kostuums stralen gezag uit. Discussie is mogelijk, maar levert niets op. Wel bieden ze alternatieven aan. Aan de overkant van de Malcolm X Boulevard staan wel drie kerken. En in alle drie zullen er diensten zijn, deze morgen. Erop af, dan maar. We zijn immers niet zonder doel naar Harlem afgereisd vanmorgen.

Central Park North. 116th Street. 125th Street. 135th Street. Uitstappen. Mijn ogen moeten nog even wennen aan het felle licht. De asfaltvlakte van de Malcolm X Avenue strekt zich voor me uit. Nauwelijks verkeer. Ook in de zijstraten is het nog ongewoon rustig. Wel is er enige activiteit in de winkels van de verschillende huizenblokken. Lenox Gourmet Specials. Pharmacy. Deli Corp. Soms staat er een rollator te twijfelen of de straat overgestoken kan worden. De matineuze bewoners van de wijk zijn bijna zonder uitzondering op zijn zondags gekleed. Ouderwets deftig.

Het stadsdeel doet er alles aan om de buurt te promoten. En, het moet gezegd worden, Harlem is er op vooruit gegaan, de laatste jaren. Ik kan het met eigen ogen zien. Om tien uur, op zondagmorgen. In alle zondagsrust. Harlem slaapt nog uit. Terwijl er eigenlijk geen redden voor is op deze zomerse herfstdag.

Harlem! This upper Manhattan neighborhood has undergone a renaissance. Starting at 116th Street and extending north to the Harlem River, Harlem has many new developments, commercial and retail space. As such, it’s becoming a popular destination for all types of people. Even Bill Clinton has moved in! With its new construction, Harlem hasn’t lost its old historic flavor. There are still many prewar buildings and enchanting 19th century townhouses equipped with fireplaces and molding and lovely backyards. Harlem is home to Columbia University and the world renowned Apollo Theater where such greats as Duke Ellington, Count Basie, and Aretha Franklin performed.

Het wordt, na wat wikken en wegen, de Union Congregational Church, 60 W 138th Street. Vlak achter het Harlem Hospital Center. Ruim voor het begin van de dienst heb ik al een plek, op de nog bijna lege banken. Die crèmekleurig zijn beschilderd, en bordeauxrood afgebiesd. Door de gotische ramen speelt het zonlicht over de banken, het altaar en het orgel. De leden van het gospelkoor zijn bijna allemaal oud. En vrouw. Goed gevuld. Diepzwarte big mamas. De organist houdt het vandaag bij een elektronisch orgel. Wordt door alle vrouwen nadat ze de kerk zijn in geschommeld, gekust. Een populaire parochiaan, die organist.

Terwijl de kerk bij lange na nog niet gevuld is, doet het wat armzalige gospelkoor er alles aan om de geestelijke stemming op peil te krijgen. Het helpt, want het aantal gelovigen neemt toe. Neemt plaats op de banken. Kinderen. Maar vooral ouderen. Vrouwen ook hier in de meerderheid. Exotische kapsels. Fraaie hoedjes. Het lijk hier wel Alabama. Licht swingend wordt er meegezongen. Geestelijke ochtendgymnastiek.

Precious Lord, take my hand.

Lead me on, let me stand.

I am tired, I am weak, and worn.

Through the storm, through the night,

Lead me on to the light.

Take my hand, precious Lord,

Lead me home.

Minstens een kwartier gaat het zo door. Ondertussen kijken de voorgangers de kerk in. Knikken, als ze getrouwe kerkgangers op hun plek zien neerzijgen. Want soms gaat het moeizaam. Zeker als het gewicht of de soepelheid van de oude botten hun beste tijd gehad hebben. Maar zingen maakt andere lichaamsdelen los. De organist begint er steeds meer zin in te krijgen. Kinderen worden hem aangereikt. Dikke kussen. En een aai over hun zondagse kostuumpje. Of jurkje. Strikken in het haar.

 

Om het de gelovigen niet al te lastig te maken mee te zingen wordt er stevig teruggegrepen op het oerrepertoire: Amen, amen, amen, amen, amen. Om voorlopig te eindeigen met The Battle Hymn of the Republic:

Mine eyes have seen the glory of the coming of the Lord

 

He is trampling out the vintage where the grapes of wrath are stored  

 

Voordat de dienst van het Woord begint krijg ik nog een microfoon in mijn hand gedrukt. Of ik me even voor willen stellen. En waar we vandaan komen. Ik krijg alle vertrouwen terug. De voorganger maakt zich op voor een lange preek. Nadat we eerst met zijn allen nog een lied uit de African Heritage Hymnal hebben gezongen.

De voorganger is al binnen een minuut volledig op stoom. Om de paar zinnen striemt het woord CHANGE door de gewijde ruimte. De boodschap die hij zojuist in het evangelie heeft aangetroffen wordt volledig ingebed in de boodschap die hijzelf heeft door te geven aan de gelovigen. Aan hun knikken kan ik zien dat ze het er helemaal mee eens zijn. CHANGE. Wil je als zwarte gelovige je heil compleet willen afdwingen, dan is er maar een mogelijkheid: CHANGE. Was Christus ook niet iemand die zich niet uit het veld liet slaan? En alles ten dienste stelde van de mensheid? CHANGE. De oude Alabama-dames kijken eens rond. Hun hoedjes wiebelen op hun grijze of zwarte haardossen.

Ik stoot Gemma aan. Zeg: dadelijk zal hij kleur bekennen. Let maar op. Maar tijdens de preek laat hij het konijn nog niet uit de hoed springen. Cliffhanger.

Ondertussen heb ik me verdiept in een van de dikke boeken die de gelovigen tijdens de dienst ter beschikking staan. Naast de African Heritage Hymnal ligt er ook nog een soort gebedenboek. Voor de momenten dat je specifieke wensen of gebeden naar de Allerhoogste wilt zenden. Het kan geen kwaad er enkele van te lezen. Je weet maar nooit waar het goed voor is. En terwijl de voorganger nog even doorgaat CHANGE lees ik:

Thank you for black women, Lord. Their descendents have blessed the earth.

Strengthen black women, Lord. Their genius has enriched the earth. 

Empower black women, Lord. Their bravery ennobled the earth.

De oude Alabama-dames hebben weer een nieuwe gospel ingezet. De apotheose nadert. En de voorganger nodigt ons uit om met zijn allen naar voren te komen. Samen bij het altaar hand in hand te gaan staan. Samen te bidden en te zingen. En zo sta je dan, nog geen minuut later, mee te deinen op een rustige gospel. Aan beide zijden een zwarte hand. Een beetje bezweet. Als de voorganger weer het woord neemt. Let us pray for Barack and Michelle. Het hoge woord is er uit. Halleluya! Halleluya!

In een van de vele fastfood restaurants aan de Malmcolm X Boulevard even een snelle lunch. Eigenlijk zou ik voor MANNA’S SOUL FOOD moeten kiezen. Toch maar niet. Kies voor de snelle hap van Tacos. Buiten is het inmiddels wat drukker geworden. Ik zie jonge, gesluierde muslims tussen de nette zondagse pakken van de oudere Harlemers kuieren.

Het wordt een eenvoudige Mexicaan. Cow Boy Omelette lijkt me wel wat. Voor een paar dollar wordt je eten snel en smakelijk opgediend. Heb ik ook wel verdiend. Na de zondagse kerkdienst. Hele families schuiven ondertussen naar binnen. Op zondag ga je niet in de keuken staan te ploeteren, Gewoon een vette hap. En je kunt er tot diep in de avond weer tegen. Enjoy your meal, hoor ik Pablo zeggen. Terwijl hij mijn Cowboy Omelette met zichtbaar genoegen in mijn richting schuift. Bidden voor het eten? Let us pray for Barack and Michelle. Want die moet het Witte Huis in. Straks in januari. Op de tv boven de deur zie ik se staccato bewegingen van McCain. De eters hebben er geen oog voor. En ik concentreer me op mijn warme Cowboy Omelette. Met gekruide gebakken aardappelschijven. Halleluya!

November 24th, 2008

Manhattan Transfer - New York City Blues - 9

Posted in: Travels — admin @ 12:35

Musical in het Eugene O’Neill Theatre Broadway: SPRING AWAKENING

Zaterdagavond. Ook Manhattan heeft zich er nog beter op gekleed dan op de andere avonden. Meer glitter. Meer bloot ook. Want de kuisheid staat hier normaal hoger in de ranking dan in Europa. Dat is opgevallen. We lopen richting kloppend hart van de city. Passeren een luid schreeuwende menigte voor het eetpaleis van Kentucky Fried Chicken. Er schijnt iets met het vlees te zijn, scanderen de beschilderde gezichten. I’d Rather be DEAD than eat KFC. Op tientallen borden staat het te lezen. An Inconvenient Thruth, als je de demonstranten mag geloven. Het verkeer blijft gewoon doorschuiven. Yellow Cabs naast plaatselijke riksja’s. Onverstoorbaar. Politie te paard. Camera’s die alle bewegingen registreren. Juist op deze plekken heerst de War on Terror. Van the Great Depression 2008 is hier niks te merken. Integendeel.  

 

Dan  loop je weer over Time Square. Om zeven uur ’s avonds is het in deze tijd van het jaar al nacht. Maar daar doen ze op Times Square niet aan. Er valt ook nu weer nauwelijks een onderscheid te maken tussen het wegdek, de oversteekplaatsen en de trottoirs. Alles krioelt door elkaar alsof je in Cairo rondloopt. NASDAQ spat uit de lichtreclames. THE LION KING brult in alle kleuren geel vanaf de gevels. En THE NATIONAL DEBT CLOCK is weer tienduizenden dollars verder als gisteren. Broadway. Het theaterdistrict. Op zoek naar tickets. Want ook al hou ik niet van musical, hier ontkom je er niet aan. Het ticketkantoortje waar restplaatsen voor vanavond te bemachtigen zijn is gesloten. Dan maar rechtstreeks. Op 1515 Broadway The Lion King is sold out. En voor CHICAGO 215 W 49th Street zijn alleen nog maar de allerduurste plaatsen beschikbaar. Niet dus.

 

Een paar meter verder op 230 W 49th Street lopen we het Eugene O’Neill Theatre bijna voorbij. SPRING AWAKENING  staat er op de affiches aan de wat donkere straat. Zegt me niks. Toch maar even vragen aan de kassa. ‘Oh, some rock and roll’, zegt de wat slaperige kaartjesverkoper, als ik hem vraag wat het thema is van de musical. Of het ook voor mij en Gemma interessant genoeg is? ‘Sure. Oh yes’. Gelukkig zijn de allerduurste plekken van 265 dollar in het orchestra volledig uitverkocht. We moeten ons behelpen in de mezzanine met kaartjes van slechts 87 dollar. Met de creditcard is het zo gefikst. De Amerikaanse economie is blij met elke euro.

 

Omdat de voorstelling pas om 20.00 uur begint is er nog even tijd om een snelle hap te nemen in een van de fastfood restaurants in de buurt. Gezeten op een barkruk voor het raam werk ik mijn dikbelegde spicy broodjes weg met een blik diet coke. Buiten zie ik andere theaterliefhebbers op zoek naar de laatste tickets. BILLY ELLIOT LES MISERABLES MAMMA MIA MONTHY PYTHON’S SPAMALOT YOUNG FRANKENSTEIN The show must go on. Op Broadway is dat 365 dagen per jaar. Onze plaatsen van 87 dollar blijken een uitstekend zicht te geven op het toneel.

 

Voor INFO en VIDEO’S, zie: Website Musical ‘Spring Awakening’ (KLIK OP DE LINK):  http://www.springawakening.com/home.php http://www.springawakening.com/spring_awakening_music_and_video.php

Voor Info Theater, zie: Website Eugene O’Neill Theatre:

http://www.eugene-oneill-theater.com/

Straight shot of eroticism steamed open last night at the Eugene O’Neill Theater under the innocuous name of ‘Spring Awakening,’ and Broadway, with its often puerile sophistication ad its sterile romanticism, may never be the same., schrijft criticus Charles Isherwood in de New York Times. Als ik het programmaboekje open sla zie constateer ik onmiddellijk dat ik het theaterstuk ken. Frank Wedekind. Frühlings Erwachen. Een Duits toneelstuk uit 1891. Jarenlang heb ik in het schoolblad van het Blariacumcollege een maandelijkse column geschreven waarin ik de namen van de docenten uit Wedekinds toneelstuk heb gehaald. Sonnenstich. Knüppeldick. Fliegentod. Kahlbauch. En ook een van de hoofdpersonen, Hänschen Lämmermeier, deed er prominent in mee. Het stuk ging immers over pubers en hun problemen met ouders en leraren. Seksualiteit, verkrachting, abortus, zelfmoord. Het jonge leven als lijden. Volgens Wedekind, althans. Daar hebben de Amerikanen een musical van gemaakt. En dat ga ik zien Frühlings Erwachen als rockmusical.

Voor Amerika een controversiële musical. Vandaar ook de waarschuwing van de directie van het Eugene O’Neill Theatre: Spring Awakening is appropriate for patrons aged 18 and over. Duidelijke taal. Maar voor iedereen die de grens van achttien is gepasseerd is de beloning er dan ook naar. Fresh, ENERGETIC, moving, incredibly talented vocalists. While the content gets a little heavy, there is enough subtle humor to lighten it up. Young cast members do an incredible job and actors playing the "adults" are fantastic in switching personalities as they have to portray several different adults in the lives of these teenagers. A great way to show younger people that Broadway is very relevant as an art form to their generation. Go see it! Sinds december 2006 wordt het hier zes keer per week opgevoerd. Een droevige musical. En ik maar denken dat het altijd om luchtig divertissement ging. Huppelkutjes en kinderliedjes. Inhoudsloze intriges en plat vermaak. Gelukkig wordt er wel stevig gerockt. En is er de waardering van de professionele jury’s.  

WINNER OF 8 TONY AWARDS 2007 !!
Best Musical
Best Book of a Musical
Best Original Score
Best Featured Actor (John Gallagher Jr)
Best Director
Best Choreography
Best Orchestrations
Best Lighting Design

 

 

Duitsland in het laatste decennium van de 19e eeuw. Kerk, onderwijs en ouders als machtig triumviraat regeren. Zoals overal destijds. De mooie, jonge Wendla ontdekt haar lichaam. En brengt de mogelijkheden ervan in de praktijk. Samen met Melchior. Ouders en leraren in paniek. En uiteindelijk moet de bloedschande worden uitgewist. Met fatale gevolgen, want de jonge moeder zal de abortus niet overleven. Moritz kan de druk van zijn coming out niet aan en pleegt ten slotte zelfmoord. De maatschappij als zware last. En ondertussen gaat de rock and roll door. En wordt Melchior sadder and wiser.

 

 

Duidelijk is te zien dat Spring Awakening van oorsprong een toneelstuk is. Wat mij bertreft is dat een voordeel. De muziek is niet opzienbarend, maar de beloofde rock and roll is er. En bovendien is er het theater. Een ouderwetse zaal. Met veel tierelantijnen. Fin-de-siècle met fraaie plafonddecoraties. En ook het decor ademt oubolligheid, maar dat is natuurlijk vanwege de inhoud van het stuk. Je waant je hier niet in New York, vanavond. Eerder Beieren. Of erger nog: Oostenrijk.

November 23rd, 2008

Manhattan Transfer - New York City Blues - 8

Posted in: Travels — admin @ 13:23

Ground Zero Now, terwijl George Washington sombert op Wallstreet

De subway werpt me uit bij Chambers Street. Opnieuw word ik verblind door het zonlicht. Kijk onwillekeurig naar boven. De lucht is nog altijd even staalblauw. Op deze plek ben ik niet ver van de Onheilsplek vandaan. Daar waar de wereld zich opnieuw moet ontwikkelen na de Big Bang. Ground Zero. Als een van de gebroeders Naudet scan ik de open sky boven Manhattan. Het sein staat op veilig vanmiddag. Geen verrassingen te verwachten.

 

 

De Saint Pauls Chapel is op nine-eleven als door een wonder ontsnapt aan volledige verwoesting door de ineenstortende WTC-torens. Het kerkje dateert uit 1766 en is de oudste kerk van Mahattan. George Washington heeft er nog kerkdiensten bijgewoond. Ze is sinds de koloniale tijd altijd in gebruik geweest. Dat had in één klap voorbij kunnen zijn. Maar er was de BOOM. The Tree that saved St. Paul’s. De boom van God. Een Amerikaans wonder. Stond op de goede plek. Maar liet zelf het leven. Op dit ogenblik is de kunstenaar Steve Tobin bezig to turn the stump and root structure of the sycamore tree that shielded the chapel and churchyard on 9/11 into a bronze memorial sculpture, zo lees ik op de informatiebordjes. Het kerkhof achter de kerk, en nog dichter bij Ground Zero liggend. Ligt ook vanmiddag nog ineengedoken onder de bomen die de hel wel overleefd hebben. Een kerkhof dat ontworpen zou kunnen zijn door Marten Toonder. Scheef gezakte oude zerken in een wat rommelig grasveldje. Elk ogenblik verwacht je de Oude Schicht van heer Bommel die onder de bomen door het knekelveld komt oprijden.

 

 

Located directly across from the World Trade Center site, St. Paul’s Chapel, an Episcopal church, was home to an extraordinary eight-month volunteer relief effort after the terrorist attacks of September 11th, 2001. Ik lees in stilte. Om me heen zijn herdenkingsplekken ingeruimd. Terwijl de kerk zich opmaakt voor de inzegening van een huwelijk. Het leven gaat door. Foto’s. Brieven. Kattebelletjes. Een laatste groet. Prullaria. Het golft over je heen. Ma jaren toch nog een schok. Een paar meter verder is een plek ingeruimd voor de omgekomen brandweerlieden van het NYCFD. Hun leven teruggebracht tot een tsunami aan badges. Tekens. Symbolen.

En er is de Amerikaanse vlag waarop in miniatuur letters de namen zijn aangebracht van de bijna 3000 slachtoffers. Of een van de bedden waarop uitgeputte brandweerlieden na uren graven en teleurstelling even de ogen konden sluiten. In deze kerk.

Lees ook het Guestbook. Een paar dagen geleden schreef Dixie Peterson uit Hardwood, Michigan. On our recent visit to NYC we came across St. Paul’s - I have never felt such reverence upon entering a building. What a true memorial to all that lost their lives and to those special people that worked so hard to find any survivors - those that provided for these workers will always be remembered. It truly is a "must see" - just to feel the reverence. God Bless You All. Of de woorden van iemand die terugkeerde op de plek. En ook die dag weer opnieuw herbeleeft. Omdat hij erbij was. Imari Nuyen uit Desert Shores, Californië.
I helped out on 9
/11, I couldn’t make it back this year. I miss my family, my friends, and I morn those that died along with them. I have my urn of ashes, When I can I want to come back and spread them on hollowed ground, but I know I won’t be able to. NYC, NYCFD, I love you!

 

 

De bouwput is afgeschermd door een streng bewaakt hekwerk. Dat is behangen met een groen kunststof doek. Hier en daar kun je door de gaten een blik werpen op de wederopstanding. De Freedom Tower in wording. De ondergrondse infrastructuur is aangebracht. De eerste meters staal wijzen brutaal de lucht in. Van nu af aan zal het opklimmen naar de hemel boven New York opnieuw beginnen. Om alle terroristen te tarten. We zijn niet alleen in de city that never sleeps, maar ook in de city that never surrenders.

 

 

Ground Zero. WARNING Es Prhibido Fumar En Este Sitio. Amerikaanse bouwvakkers komen tegenwoordig uit Mexico. En opstaan met een kracht als nooit tevoren. Ik loop om het infernale vierkant heen. Geen spoor meer van terreur. Gigantische bouwkranen tillen van alles omhoog. Leggen het op hun plek. NEW YORK CRANE. Materiaalwagens rijden af en aan. Inchecken bij de Gates. Identificatie door de oranjegele hesjes van de Security. En overal wappert de Amerikaanse vlag. Alsof de overwinning nu al gevierd moet worden. Alle sporen uitgewist. Snel. Op zijn Amerikaans. Het verleden vergeten. Hier wordt gebouwd aan de Freedom Tower. net de complimenten van Daniel Libeskind. Nadat er jarenlang gesteggel was over ontwerp en de eigendomsrechten van de plek. Maar nu wordt er volop beton gestort. En gaat hem omhoog, tot wel 541 meter. Maar 1776 voet spreekt meer tot de verbeelding: het jaar waarin het Amerikaanse Congres de onafhankelijkheidsverklaring aanneemt. In 2013 moet het karwei geklaard zijn. WARNING This Jobsite Will Work Incident and Injury Free.

 

 

Voortdurend staat de bouw in het nieuws. Ook in de Nederlandse media. Want eigenlijk waren het ook een beetje onze Twin Towers. En moet de Freedom Tower ook weer iets van ons worden.

Bouwvakkers die aan het graven waren op de plek waar tot 2001 het World Trade Center in New York heeft gestaan, hebben een hol van twaalf meter blootgelegd, dat twintigduizend jaar geleden door gletsjers is uitgesleten. Dat heeft de New York Times gemeld.

Chris Bajema (VPRO) wandelt rond Ground Zero en luistert naar de soundwalk, een door de schrijver Paul Auster gepresenteerde CD met geluidsfragmenten en verhalen over de Twin Towers

Zeker 15.000 familieleden bezoeken het massagraf, heilige grond in hun ogen, waar van ruim duizend slachtoffers niets meer is teruggevonden. Kinderen gebruiken steentjes om de naam van een omgekomen familielid neer te leggen.  

 

 

De plekken voor het herdenkingsmonument van de Twin Towers zijn al gemarkeerd. Maar ik kan ze vanwege de bouwactiviteiten niet zien vanuit de wintertuin van het World Financial Center. Waar je van achter de grote glaswand een goed oog hebt op de bouwput. Reflecting Absence zal het gaan heten. Een soort vijvers in de ondergrondse verdiepingen op exact dezelfde locaties als waar eens de Twin Towers stonden. Om 9/11 niet te vergeten. Alsof daar kans op zou zijn. Als ik even op een van de bankjes zit onder de palmen van de wintertuin probeer ik me even in te beelden hoe het TOEN er aan toe gegaan moet zijn. Het onvoorstelbare kun je niet denken. Daarvoor schiet het menselijk brein tekort. Gelukkig maar.

 

 

Pas ’s avonds in het hotel zal ik de folder lezen die me door demonstranten voor Saint Paul’s Chapel werden uitgereikt. Foto’s waaruit zou moeten blijken dat het niet de hele waarheid is die wordt verteld. Nog erger zelfs. What do we know about the 9/11 hijackers? 7 Of them are still alive and nothing about them makes sense. And What happened to our Air Defense System on 9/11? Prangende vragen.WHY YOU SHOULD SUPPORT A NEW 9/11 INVESTIGATION! COINCIDENCES, CONTRADICTIONS & LIES. In de folder worden tien websites vermeld waar meer verteld en getoond wordt over de mysteries over nine-eleven. Met Google Video ondersteund. Tags? Terrorstorm. Clinton Chronicles. Endgame.

 

 

Ramptoerisme. Het is een geautoriseerde vorm van toerisme geworden. De Normandische invasiestranden. De Duitse concentratiekampen. Het Atocha treinstation in Madrid. Menselijk leed levert geld op. En dat is in deze tijden nooit weg.

Vlak achter het World Financial Center ligt een breed terras aan het water. Een paar dure jachten in de kleine haven. De mensen rondom me eten aan tafels. Drinken hun bak plastic koffie. Lepelen hun ijs op. En ik? Ik lees de New York Post van vandaag. Het voorblad schreeuwt over de hele breedte. BURNED! Boven een al bijna half verbrand dollarbiljet. Your $$ toast after Dow´s worst week! In dit New York loop ik al een paar dagen rond. Nieuwe rampen voor de wereld. De Wall Street Crash revisited. Elke dag valt er wel een nieuw kapitalistisch slachtoffer te betreuren. Banken. Hedgefondsen. Aandelenfondsen. Hypotheekverstrekkers. Wereldleiders in paniek. De CEO´s hebben hun schapen zoals gewoonlijk op het droge. Jan-met-de-pet als altijd de schlemiel. Op het terras aan de Hudson is van dit alles niks te merken. De zon schijnt. De dollar rolt als vanouds. Hoezo burned? Het wordt tijd om naar Wallstreet te lopen. Om de nieuwe plek des onheils met eigen ogen te zien. Het ramptoerisme zit in de genen. Ook die van mij.

 

 

De canyons of New York liggen zoals altijd in de slagschaduwen van de hoge gebouwen er omheen. Realistische nederigheid. Zeker in deze dagen. Nu het Gouden Kalf niet meer aanbeden wordt. En zelfs de presidentskandidaten gedwongen worden om mee te denken over oplossingen voor het in rook opgaan van al die miljarden. Obama als brandmeester van het NYCFD? Van Fire Department  naar Financial Department. Die Mc Cain moet toch voor hetere vuren gestaan hebben. Vietnam. Napalm. Het Guantanamo Bay van de Vietcong. Wallstreet, dus.

Op deze zaterdagmiddag is het er relatief rustig. Alleen wat plukken ramptoeristen. Koreanen. Japanners. Europeanen. Ook zonder zelfmoordmoslims is het gebouw gesloopt. Al zie ik zijn fata morgana nog voor me. Bespannen met de grootste Amerikaanse vlag die ik ooit zag. Ik loop verder door de canyon. Naar het tegenover gelegen gebouw. Klim de trappen op. Om met het oog van George Washington te zien hoe het er aan toe gaat. Donker staat hij daar. Massief. Met een treurige blik in zijn ogen. Ingrijpen is hem niet meer toegestaan op zijn leeftijd. De verstening heeft hem in zijn greep. Als de vrouw van Lot veranderd in een zoutpilaar. Vluchten uit het Sodom en Gomorra van de dollar kan niet meer. Bidden nog wel. Dus loop ik even Trinity Church binnen. Je weet maar nooit waar het goed voor is. Net als de vlakbij gelegen Effectenbeurs is de kerk uit het zicht geraakt tussen de hoge wolkenkrabbers rondom de NYSE, de New York Stock Exchange. Holle Gouden Kalveren. Bij het verlaten van de kerk steek ik de bedelende Vietnam veteraan die buiten het hek staat, dollar toe. ONE DOLLAR Een nog nieuw exemplaar. De geldpersen staan niet stil in deze dagen. Vanaf zijn eigen biljet kijkt George Washington me stoïcijns aan. Hoe moet het nu verder? In God we trust.

het ontwerp van de nieuwe Freedom Tower (van Daniel Libeskind)

November 21st, 2008

Manhattan Transfer - New York City Blues - 7

Posted in: Travels — admin @ 13:07

Brooklyn zonder Truman Capote, Arthur Miller, Paul Auster en Norman Mailer

Maak ze niks wijs, daar in Brooklyn. Want ze beschouwen zich vaak ver verheven boven de gewichtigdoenerij van Manhattan. Trots op hun borough, de enige echte van New York. En de grootste van de vijf. Trots op hun leefwereld, rondom de Brooklyn Heights. Dichters, schrijvers, kunstenaars, cineasten. Van Woody Allen tot Paul Auster. Brooklyn Heights boasts the greatest views of lower Manhattan and brownstone mansions that rival anything on Fifth Avenue. Considered to be the first suburb in America, the Brooklyn Heights of today is much more than a suburb. It has become one of the most desirable neighborhoods for Manhattanites ready to raise a family. It is a Manhattan neighborhood, located on the better side of the river. Europa in New York. Bomen, parken, huizen in de menselijke maat.

Graag had ik ze ontmoet, daar in Brooklyn. Arthur Miller, Truman Capote of Norman Mailer. Maar hun plekken zijn ingenomen door andere schrijvers. Andere kunstenaars. Die Brooklyn prefereren boven  de megalomanie van Manhattan. Waar de vleesgeworden Dagobert Ducks het glitterdecor bepalen: Rockefeller, Trump en de gevallen goden van Wallstreet.

Ze zijn er niet meer. Gelukkig kan ik ze nog lezen. Death of a salesman. In Cold Blood. En The armies of the night. In ieder geval moet ik iets van de sfeer van Brooklyn geproefd hebben. Een alibi om het niet te doen heb ik niet. De Bridge ligt uitnodigend klaar. Strak getrokken kabels in het blauw. En de zon stuitert over de East River.

Je loopt in de buurt van het Civic Center de brug op. Samen met honderden anderen. Want het is fantastisch weer. Joggers, fietsers, rolstoelers, kinderwagens, alles moet de brug over. Jong, oud, grijs, kaal, toerist en gehaaste stock-exchanger, allemaal hebben ze vandaag een geldige reden om de bridge over te steken. Een etage lager spoedt het autoverkeer zich de East River over, naar Manhattan of Brooklyn.

Sinds 1883 hangt de brug in volle glorie boven het water. Bijna twee kilometer lang. Het is het meesterwerk van John Roebling. Die later overigens ook de Golden Gate brug in San Francisco zou ontwerpen. Helaas voor New York: de Golden Gate Bridge is zeven meter langer. Het zal de New Yorkers een zorg zijn: Frisco? Dat ligt toch helemaal aan de andere kant van de Staes. Duizenden kilometers ver.

Onderweg loop je steeds in alle richtingen om je heen te kijken om het panorama van New York op je netvlies te branden. Een paar maanden geleden werd het 125e verjaardag van de brug groots gevierd. Het enige frictiepunt voor de Brooklyners is gelegen in het feit dat ‘hun’ stad volledig is geannexeerd door New York.

Je kunt natuurlijk een volledig technisch verhaal ophangen over deze brug. Maar je kunt de brug ook anders bekijken. Als een symfonie van gespannen kabels. Of alleen maar de bijna gotische pijlers zien. Of, als hypochonder, vrezen voor de instorting ervan. Want de brug is absoluut aan groots onderhoud toe. Het roest laat de verfschilfers met grote plakken van het ijzer springen. Met de nog voortwoekerende kredietcrisis zal het er misschien minder snel van komen. Of burgemeester Mike Bloomberg moet eens in zijn eigen zakken tasten. Bovendien nadert zijn herverkiezing. En een totaal gerenoveerde Brooklyn Bridge zou zijn kansen – die overigens toch al aanzienlijk zijn – behoorlijk vergroten.

 

Langs het Cadman Park, rechts af Clark Street in. Tot aan de Columbia Heights waar Norman Mailer, Truman Capote en Tennesse Williams hun chronische writers block met succes wisten te overmeesteren. Op bijna alle plekken heerst een bijna ongewone rust. Niet New York. Zelfs het verkeer dat voortdurend over de Bridge raast is hier niet te horen. Terwijl ik de contouren van Manhattan steeds in het vizier heb. East River blues.

Geen genummerde straten. Barcodestraten. Geen schaakbord waar je niet kunt verdwalen zolang je de coördinaten kent. Gewoon straatnamen zoals je ze zou verwachten in willekeurig welke Europese stad. Old Fulton Street. Middagh Street. Orange Street. Willow Street. Het lijkt wel of je door Londen loopt. Brownstones in klassieke stijl. Huizen in Queen Anne stijl. En veel doet denken aan de Uncle Tom van Brooklyn: Henry Ward Beecher. Met het schuim op de barricaden om de slavernij uit de Amerikaanse maatschappij te verjagen. Negers uit Alabama klopten niet vergeefs bij hem aan. Op de vlucht voor de Burgeroorlog. Zijn ultieme triomf zal hij op 4 november vieren. Als de eerste zwarte president gekozen zal worden. Barack Obama. Die het verleden weg zal poetsen. Geen herinneringen aan heroïsche daden in Vietnam. Geen reminiscenties aan de War on Terror. Geen We got ‘m! McCain en Bush zullen in het stof bijten. Brooklyn is er klaar voor. Nee, zelfs heel New York is er klaar voor.

Ik moet The Brooklyn Follies van Paul Auster toch eens lezen. Op zijn website staat het zwart op wit: He lives in Brooklyn, New York with his wife, the author Siri Hustvedt. Maar Auster is op dit ogenblik in Europa. En zomaar aan de deur kloppen? Wat moet zo’n gek uit Europa? Thuis heb ik nog de Nederlandse vertaling van The New York Trilogy liggen. Voor het grootste deel nog ongelezen. Om af te kicken als ik terug ben. Ik doe het voorlopig maar met de in The Times op 20 december 2005 verschenen recensie van City of Glass, zijn eerste roman. En tevens het eerste deel van zijn New York Trilogie

A tall, concave man with hollowed-out eyes, the real Paul Auster lives in a leafy street in Brooklyn, recognisable not only from his novels, including the eponymous Follies, but his movies Smoke and Blue in the Face. Inside his brownstone, however, reality gives way to invention. That this is a house of words is announced by the painting on the sitting room wall, a representation neither of a person nor a landscape but of his old Olympus typewriter. Upstairs his Nordic-handsome wife, Siri Hustvedt, the author of the much-liked novel, What I Loved, taps away on a keyboard of her own.

Het zou een strenge winteravond kunnen zijn. En alles om me heen wijst op het tegendeel. Zomer in de herfst. Indian Summer. Het wordt tijd om de subway naar Manhattan te nemen. Het is niet ver naar het station in Clark Street.

 

November 19th, 2008

Manhattan Transfer - New York City Blues - 6

Posted in: Travels — admin @ 11:38

Global Village Tour: van Little Italy naar Chinatown  

Da Nico. Enjoy traditional Northern and Southern Italian cuisine at Da Nico. The beautiful indoor dining room is a favorite among movie stars, New York Yankees and former Mayor Giuliani. La Bella Ferrara. Caffé Napoli met zijn blauw-wit geblokte tafelkleden. Pellegrino’s. In Mulberry Street volgen de Italiaanse restaurants elkaar op. Als de kralen aan een rozenkrans.

In twee golven kwamen ze naar het nieuwe Beloofde Land. Eerst die uit het noorden, op de vlucht voor de revolutie in de jaren 1830-1850. Vijfentwintig jaar later raakt het zuiden van Italië op drift. En dit keer was het de armoede die hen dreef. Weg uit Catania, Palermo en Corleone. Anderhalve eeuw in de Big Apple. Dan heb je alle reden om te beweren dat je wortel geschoten hebt. Alleen: de nostalgie is gebleven. En inmiddels is het territorium in Little Italy behoorlijk ineengeschrompeld.

Jaren geleden strekte het zich uit van Bayard Street in het zuiden tot  Bleecker in het noorden, en van Lafayette in het westen en tot de Bowery in het oosten. Maar in het midden van de twintigste eeuw verruilden veel Italiaanse Amerikanen Manhattan voor andere plekken in de stad. Grote delen van de buurt werden in bezit genomen door immigranten uit China en andere Oost Aziatische landen. De agglomeratie dijde uit tot het huidige Chinatown.  Vandaag  doen alleen Mulberry Street, en de huizenblokken tussen Broome Street en Canal Street terugdenken aan het vroegere Little Italy. In dat gedeelte speelde zich een paar weken geleden (september) het feest van San Gennaro af. Een elf dagen durende straatkermis. Ik was er niet bij, helaas. Ik had er graag Tony Soprano tegen het lijf gelopen.

Maar het gebied rondom Mulberry Street voldoet aan alle clichés. Het is een verademing eens echte terrassen te zien. Bloemen. Burgerlijke tafelkleedjes. Plastic wijnranken. Umbertos Clam House. Of de Finest Gelato & Sorbetto van Caffé Palermo. Zin in bier? Er is Peroni. Birra Superiore d´Italia. Maar het meest lokt Ristorante Da Gennaro uit met zijn uitdagende, strak geordende couverts. Kortom, we zijn niet in New York. Maar gewoon in la bella Italia. Met een Italiaanse zon.

Opeens was ik er. Rustig wandelend vanaf Grand Street. Waar ik uit de subway bovengronds kwam. Om eerst al die gietijzeren trappen langs de steile huizenwanden te zien hangen. Trapezewerk van het hoogste niveau. Ze worden schaars in het hart van de city, de bungelende diagonale trappen. Maar tussen Canal Street en Grand Street kun je je kunsten nog vertonen. Circus Greene Street. Het publiek is er nog niet. Een niet New Yorkse rust heerst er, hier tussen de laat 19e-eeuwse huizen. Pseudo-renaissance van voormalige pakhuizen. Nu omgetoverd in dure antiquariaten. Nog gesloten op dit vroege uur. Maar ik moet me ook niet laten afleiden. Was immers onderweg naar het kleine Italië. Gelegen tussen de Hudson en de East River.

Van de rust van la bella Italia naar de drukte van Chinatown. Mulberry Street maakt het je makkelijk Je loopt gewoon door. In het niemandsland tussen deze twee werelden bots ik bijna tegen een huisdier met aangelijnde bejaarde. Die staande wordt gehouden door een nog minstens zo bejaarde buurtbewoonster. Ze blokkeren het trottoir. “Hello, white angel”, hoor ik haar zeggen. Ze buigt zich voorover naar de witte poedel om die over de schaapachtige kop te aaien. De eigenaresse kijkt goedkeurend toe. Met een blik naar mij. Om me gerust te stellen. En te bevestigen dat het inderdaad geen Argentijnse vechthond is die ze aan de lijn heeft. “Hello, white angel.” Het beestje geeft geen krimp.

Bijna 300.000 inwoners worden er tegenwoordig in Chinatown geteld. De meeste van Chinese afkomst. Aan het einde van de 19e eeuw begon de stroom op gang te komen. En aan die groei is nog steeds geen einde gekomen. De invloed van de vroegere clandestiene clans en misdaadsyndicaten is op deze ochtend niet zichtbaar. De gevreesde Tong lijdt een diffuus bestaan tegenwoordig. Maar nog steeds wordt er massaal onder het minimumloon gewerkt en zijn de meeste transacties cash en zwart tegelijk. En toch is Chinatown erop vooruit gegaan.

De beruchte Five Points buurt is al jaren geleden gedomesticeerd tot Columbus Park. De diepe armoede teruggedrongen. The Gangs of New York hebben andere playgrounds gevonden. En nieuwe Martin Scorseses zullen er verslag van doen. Nieuwe veldslagen tussen nieuwe Bowery Boys en nieuwe Dead Rabbits liggen op de loer. De kledingindustrie is gebleven. Werken voor Derde Wereld lonen. Tegen Derde Wereld arbeidsvoorwaarden. Het is er nog. Maar minder op het eerste gezicht.

Dat zijn wel de restaurants. De groentehandels. De kruidenzaken. De vishallen. Kleine kruideniers. Het decor van Chinatown.

Zong Yuan Meat Inc. Yue Fung Enterprises USA Inc. Het scharrelende koopvolk is klein van stuk. Gebogen. Gerimpeld. Goedkoop gekleed. Gepokt en gemazeld. De Wall Street Crash lijkt hier zijn uitwerking niet gemist te hebben. Gebukt onder de zoveelste Grote Depressie. Het is niet anders. Behalve misschien bij het goud en zilver tussen Mott Street en de Bowery. Het neokapitalisme van de Chinese Volksrepubliek lijkt van een andere planeet te zijn. Maar gelukkig schijnt de zon vandaag. En krijgt zelfs zichtbare armoede iets vertederends.

En zo wordt er massaal gescharreld. Betast. Geroken. Afgedongen. Gewikt en gewogen. De dried mushrooms in plastic zakken gekieperd. Daarna de bossen uien. Ginseng. Gember. Of de soft Shell crabs. De gedroogde stokvisplankjes. Nog nooit heb ik zulke mooie blauwe krabscharen gezien. Hergé ook niet, volgens mij. Anders had hij zijn strip wel Kuifje en de krab met de blauwe scharen genoemd. Dan weer zijn er bakken met grillig gedroogde visjes. Of wit lllend zeevlees. Of surrealistische schelpdieren. Salvador Dali in Chinatown.

Amy May Hair & Nail Salon. Yong Diang Fashions & Merchandise. Het zijn bijna de enige opschriften die ik kan lezen. Want je verdwaalt hier in een woud van onleesbare Chinese hiëroglyfen. En een gesprek met de uitnodigende winkeliers valt ook al niet mee. Een mengeling van Chinees en Amerikaans dat ik niet kan volgen. Voor het winkelende publiek zijn die problemen er niet. Want die blijven hun diepe trekwagentjes van ijzerdraad tot over de rand bijvullen.  

Al die etenswaren maken hongerig. Bovendien is het bijna lunchtijd. Geen betere plek dan op Confucius Plaza een eettent te zoeken. Keuze genoeg. Onder het toeziend oog van de Chinese wijsgeer die midden op het kleine plein staat, kan de gok niet verkeerd uitvallen. Zelfs zonder een fortune cookie geopend te hebben.

Ik start met een kippensoep met noedels. Pittig spul. Vervolgens een home made meat loaf, wat het ook moge zijn. Het doet me nog het meest denken aan plat geslagen en vervolgens verkleurd gehakt, met veel knoflook, soja en peper. Het blijkt een uitstekend middel om het New Yorkse ongedierte van me weg te houden de rest van de dag. De meat loaf wordt vervolgens gegarneerd met een schep puree, maïs en flauwe boontjes. De bediening is meer dan vriendelijk. En spreekt Engels bovendien. En zo wordt de globe toch weer een village. Want Lei Lian blijkt zelfs een tijd lang bij familie in Eindhoven gewoond te hebben. Nice town. Nice people. Vanuit de keuken kijkt pa over het fornuis heen goedkeurend toe.

Als ik afreken is de opgelopen eetschade nauwelijks 22 dollar. Fooi niet meegerekend, natuurlijk.

Confucius Plaza ligt aan de ‘oprit’ naar de Manhattan Bridge. Heel aanlokkelijk om – bij deze Indian Summer – hier al de East River over te steken. Toch nog maar even doorstappen. De Bowery. Dan rechts aanhouden. Park Row aflopen, richting het Civic Center.

November 17th, 2008

Manhattan Transfer - New York City Blues - 5

Posted in: Travels — admin @ 18:46

Scheepsberichten vanaf de Staten Island Ferries eindigen op Korea Way 

Kapot. Mijn voeten branden zowat onder me weg. Blij dat ik me tot elf hoog kan laten optillen in het Stanford. Korea Way, 43 W 32th Street. Het was een korte avondwandeling na de Koreaanse maaltijd in restaurant Kun Jip. Een paar blokken. Via Fifth Avenue rechtsaf de 30th Straat in. En dan de Broadway diagonaal op. Geen zin meer om door te lopen naar Times Square. Daarom weer rechtsaf. Ik zet de tv maar aan. Kijken of er nog nieuws is over de Grote Depressie van 2008. In de badkamer staan mijn schoenen uit te dampen voor de nacht. Middernacht. Aan de andere kant van de oceaan maakt Nederland zich op voor de nieuwe dag.

 

Vooraf had ik al wat reviews op internet gelezen. Hotel in Korea Way. Dan ook maar Koreaans eten. Nog nooit gedaan. De 32e Straat barst van de Koreaanse restaurants. De meeste ervan afficheren BBQ. Maar dan op de Korean Way. Restaurant Kun Jip ligt nog geen vijftig meter van Stanford. Dat overigens ook door weinig praatzieke Koreanen wordt gerund. Bij de reviews laat ik me leiden door de New Yorkers die er gegeten hebben. Where do you go to find non-greasy, yet comforting, grub at 3 in the morning, after a long night of drinking at a lounge in Midtown or Chelsea?  K-town, of course.  However, choosing from all the brightly lit restaurants that line the short span of K-town’s W 32nd Street can be a tough decision.  But Yelpers led me to the right place: Kun Jip. Buiten sta ik al in de rij. De tent zit afgeladen vol. En onmiddellijk blijkt dat de Koreaanse efficiëncy nauw aansluit bij die van New York. Om de tijd te verdrijven krijg ik al een menukaart in mijn handen gestopt. Het definitieve menu bestel ik aan het einde van de rij. Na een klein half uur. Hier en daar heb ik dan al wat eters geraadpleegd om uit te leggen wat ze aan het eten zijn. Want de Koreaanse menukaart is geen open boek. Ondanks de Engelse vertaling van een aantal gerechten. Op de tafels wordt gewokt en gedompeld dat het een aard heeft. Mijn honger neemt grenzenloze dimensies aan.

 

De Koreaanse keuken is eenvoudig. Geen Franse nouvelle cuisine. Het menu is gebaseerd op rijst, groenten, vis, zeewier en dubu (een soort Koreaanse tofu). Koreaanse maaltijden staan bekend om het grote aantal bijgerechten (banchan) die de rijst, soep en kimchi (gefermenteerde groenten) vergezellen. Soms worden er wel twaalf bijgerechten geserveerd. Die twaalf bijgerechten halen we niet. Maar binnen no time staat de houten tafel vol met kleine bakjes. Groenten, vlees, vis en andere etenswaren in neonkleuren. Felrood. Felgroen. Geel. Zodra het varkensvlees (bulgogi) op onze tafel op een soort platgeslagen motorbenzinetank in wat troebel water is gewokt, komt een van de serveersters aanlopen om de vlam er in te steken. Daarna leert ze ons nog een kunstje met grote stevige koolladen, kimchi geheten. Die worden door midden gescheurd. Met de eetstokjes worden er allerlei mopjes van de bijgerechten in gelegd. Sausje erover. Vervolgens wordt het dichtgevouwen. En met de hand in de mond gestoken. Het vereist wat oefening, maar het lukt.

 

Het wegwerken van de gegrilde vis is wat lastiger met die eetstokjes. Gelukkig was er voor de wat onbestemde vissoep een lepel beschikbaar. En gelukkig eten de Koreanen eten ook de rijst niet met stokjes, maar met een lepel. De rijst- en soepkom blijven constant op tafel staan en mogen officieel niet worden opgetild. Ook die gewoontes worden ons vriendelijk, doch onverstaanbaar uitgelegd. Maar wat de rijst betreft bega ik desalniettemin een Koreaanse doodzonde. En het assortiment banchan, dat krijgen we niet volledig verwerkt. Misschien een andere keer. Kun Jip is altijd binnen handbereik.

Kun Jip was my late night meal haven while I was in NYC.  No matter what time I came here, whether it was 1am or 4am, this place was always scattered with tables of people here and there.  The late night staff were friendly and accommodating — banchan were served before we even ordered.  The banchan changed each time I came and the variety was delicious.  I especially loved the egg banchan they give you in the beginning. Ook de New Yorkse clientele blijft tevreden. Maar om, na een zware dag, een avond rustig te eten, daarvoor is Kun Jip wat minder geschikt.

 

Voor de zoveelste keer kijk ik op NY1 naar de gevolgen van de brand in een woonblok in Brooklyn. Twee dodelijke slachtoffers worden naar buiten gedragen. Een zwarte jongen van acht en zijn oom van vierendertig. Interviews met bewoners uit hetzelfde blok. Ontsteld. Want ze hadden geen kans. Vluchtwegen? Ach, laat maar.

Maar ik kijk er naar zoals een vis vanuit een aquarium de woonkamer in kijkt. De beelden die overheersen zijn die van de late namiddag. Van Midtown Manhattan met de subway naar de diepste punt van Manhattan. Battery Park. Waar de gratis ferry je naar Staten Island kan brengen. Met honderden sta je in de glazen vertrekhal te wachten. Tot de schuifdeuren open gaan. En iedereen zich haast naar de vaal oranje veerboot. Bijna 1500 passagiers kunnen er in geladen worden. Vanmiddag zijn er nauwelijks 500.

Langzaam zie je de stad van je wegglijden in het staalblauwe water van de Upper New York Bay. Een spiegel waarin de lage zon zich naar hartenlust uit kan leven. Massieve gebouwen bepalen de skyline. De Bank of New York. De Bank of Manhattan. Het World Financial Center. De Morgan Bank. De Chase Manhattan Bank Tower. Terwijl er in de diepe ravijnen beneden helse pijnen worden geleden op de NYSE, de New York Stock Exchange. De Wall Street Crash: dagelijks in dit theater! Op zulke momenten mis je de onverschrokken totempalen van het WTC.

 

Het Statue of Liberty vaart aan je voorbij. Ellis Island heb ik helemaal over het hoofd gezien. Voor het overige zijn het allemaal de bekende beelden. Zoals in elk havengebied. Sleepboten die dampend door het water ploegen. Het geluid van scheepshoorns. De hijskranen en werven op het vasteland van New Yersey. De bruggen over de East River. De Brooklyn Bridge. De Mahattan Bridge. Zo nu en dan een flarderige meeuw.

Na 25 minuten vaart de boot de fuik van houten palen van Staten Island binnen. Een gebied dat hevig gepromoot wordt de laatste tijd. Om je verblijf wat te rekken. Terwijl iedereen weet dat het eiland jarenlang als de vuilnisbelt van New York werd gebruikt. Ook ik heb geen reden mijn reis hier voor een uur of wat te onderbreken. De luidsprekers mogen dan wel onverbiddelijk eisen dat je de boot verlaat, maar de dienstregeling is uitstekend. De aansluiting op de veerboot terug idem dito. Die ligt keurig te wachten in het andere bassin. En wacht met vertrekken totdat ik weer ben ingescheept.

Nu staat de zon nog lager. Zware schaduwen vallen over de skyline van New York en van de boot. Was Mondriaan nog maar hier. Dan kon hij de lijnen van het azuren blauw van de lucht en het felle oranje van de boot zonder nadenken op het doek penselen. De donkere zwarte lijnen zijn al getrokken. Een kind kan de was doen.

November 16th, 2008

Manhattan Transfer - New York City Blues - 4

Posted in: Travels — admin @ 21:36

Nieuw Babylon: een Spaanse Saint Patrick preekt op het Rockefeller Plaza 

De grootste rooms-katholieke kathedraal van de Verenigde Staten staat – hoe kan het ook anders – in New York. En de oorsprong is wel degelijk oerkatholiek, dus Iers. Op 17 maart wordt er jaarlijks stevig uitgepakt: de St. Patricks Day Parade. Fifth Avenue bezwijkt onder het geweld van de trotse Ierse groen. Anderhalve eeuw geleden hadden ze geen cent te makken. Berooid en hongerig sleten ze hun dagen in de sloppenwijken van Five Points en Hell’s Kitchen. Het straatarme Ierland ontvlucht. Van de regen in de drup. Maar de tijden zijn gekeerd. En Ieren voelen zich bijna de founding fathers van de Big Appple. Alsof Peter Stuyvesant nooit bestaan heeft. Ondanks de drank plichtsgetrouw. New York bouwde er op. Politie en brandweer ook.

Saint Patrick’s Cathedral is een gigantische kerk. Maar schrompelt bijna ineen vanwege het betonnen geweld eromheen. Trotse gotiek tussen de nieuw torens van Babylon. Op het ogenblik dat we er binnen stappen (half twee ’s middags!) is er plechtige mis aan de gang. De priester rondt zojuist zijn preek af. Kardinaal Egan kan tevreden zijn over zo’n gewetensvolle kerkdienaar.

De aartsbisschoppelijke kerk biedt een breed assortiment aan diensten. Het mass schedule laat dagelijks een vijftal missen zien. Op zondags zelfs nog een extra. Misas en español todos los domingos a las 5.30 p.m. Want de Spaanstalige katholieken zijn, evenals elders in de Verenigde Staten, in opmars. En eisen hun missen in eigen taal op. Ook de zondaars hebben dagelijks gelegenheid schoon schip te maken: Confessions after morning mass. Kijk, dat is nou eens een geloof dat voor opluchting zorgt. En alsof dat nog niet genoeg is zijn er nog meer hoogtepunten. Per dag verschillend. Op maandag is er ’s avonds een Miraculous Medal. Geen idee waar dat op slaat. Op dinsdag- en donderavond kun je er terecht voor het traditionele rozenhoedje, de Rosary. En voor de doorgewinterde gelovige is er op woensdagavond een Evening Prayer. Op vrijdag af te sluiten met een Litany of the Sacred Heart. Dat het katholieke geloof kwijnend zou zijn wordt hier gelogenstraft. Op dit middaguur zit de kerk behoorlijk vol. In tegenstelling tot het oude Europa zijn er ook heel wat jongere katholieken te bespeuren. En die laten zich niet afleiden door de horden toeristen die achter in de kerk of in de zijgangen door de kathedraal banjeren. Gelijk hebben ze, Want er is al ellende genoeg daarbuiten. Hier even geen Wall Street Crash. Maar gewoon aandacht voor het eeuwige. Volle aflaten heten hier aandelen. En dat soort aandelen kelderen nooit. No Bail-Out! Op het moment dat de geur van wierook mijn neusgaten bereikt, stap ik door de zware hoofddeuren naar buiten. Mijn ogen worden verblind door de zon.

Nationale historische monumenten, ze zijn er wel, maar New York puilt er niet van uit. Zoals oude steden als Parijs of Londen. Dat het Rockefeller Center, symbool van het Manhattan kapitalisme, er een is verbaast me. In het jaar van de grote beurskrach, 1929, maakte John D. Rockefeller zich meester van deze plek. Een lap grond ter grootte van drie stratenblokken. Nu ligt het daar, voor de eeuwigheid. Aan Fifth Avenue, tussen de 48th en de 51th Street. En ik krijg een stijve nek als ik naar de top van het betonnen GE Building kijk. De monoliet uit Stanley Kubricks 2001, A Space Odyssey. 2001? Dat was toch het jaar dat die andere twee monolieten werden gesloopt? Door invaders vanuit de ruimte van een stralende ochtend op 11 september.

De Top of the Rock is te bezoeken. Maar ik pas even. Nog geen twee uur geleden heeft het Empire State Building me genoeg beelden verschaft. Dus even geen breathtaking views and so much more vanaf het observation deck op de 69e en 70e verdieping. Meer nog dan de Radio City Music Hall, de NBS-studio’s en al die glimmende stores word ik aangetrokken door de menselijke maat van het Rockefeller Plaza. Een aaneenschakeling van bijna intieme waterbassins en fonteinen. Bloemen. Planten. Rust En de grote, in de zon uiteenspattende Prometheus als de pot met goud aan het einde van de regenboog. Alsof de Olympische goden nooit het vuur werd ontstolen.

De hybris wordt hier ogenschijnlijk dus volledig onbestraft gelaten. Zeus-Allah heeft zijn toorn nog niet uitgesproken over deze tempel van afgoderij. Deze bladgouden Prometheus vertrekt vooralsnog geen spier. En mocht zijn lever door islamitische adelaars worden weggepikt, dan groeit hij ’s nachts weer smetteloos aan. Zij glanzende gouden huid vertoont geen littekens.

De ijsbaan wordt door grote glimmende machines gedweild. De eerste schaatsers maken zich op om het opalen spiegelvlak te bekrassen. Het is relatief rustig binnen de omheining van de flag-lined Rink. Europese rust, bijna. En er zijn nog lege plekken op de witte bankjes De zon schijnt. Waarom niet? Met mijn rug naar de gevel van de Bank of America. Wisdom and Knowledge shall be the Stability of thy Time. Dat hadden die grootgraaiers in bonussen op Wallstreet nog niet gelezen, natuurlijk.

We halen eerst een stuk of tien in plastic verpakte sushi’s in een tegenover gelegen delicatessenzaak. Enjoy your meal, voegt de caissière me toe met een vriendelijke glimlach. Terwijl ik haar ook nog een flesje diet coke laat afrekenen. En dan terug Rockefeller Plaza op. Daar zit je dan. Op je gemak voor de strenge gevel van de Bank of America. Het moet straks een adembenemend zijn bij avond. Als die gigantische kerstboom hier tienduizend keer oplichtend het vuur van Prometheus de New Yorkse duisternis in fakkelt. Prometheus als Santa Claus. Hoe heeft het zover kunnen komen? Bonfire of the Vanities. Ik hoor Tom Wolfe zachtjes in mijn oor fluisteren. De tijd van ongebreidelde hebzucht en consumptiedrift, van groeiende inkomensverschillen is nooit weggeweest. Ik zit midden in het bewijs daarvan. Opgesloten door een woud van grote en kleine monolieten. De Master of the Universe heet hier gewoon Rockefeller. En niet Wolfe’s alter ego Sherman McCoy. Ik beleef mijn eigen Space Odyssey op Rockefeller Plaza.

 

 

 

November 8th, 2008

Manhattan Transfer - New York City Blues - 3

Posted in: Travels — admin @ 14:14

Van de Public Library naar het Grand Central Terminal  

Weer met beide benen op de grond. Op de brede trottoirs van Fifth Avenue. Linksaf richting Public Library. Op de hoek met de 36th Street staat een eskadron brandweerauto’s van het NYFD. Schots en scheef de straat blokkerend. Twee brandweerlieden dragen zojuist een dode onder zeil op een brancard naar buiten. Geen rook. De alarmlichten staan op de standby stand. Routineklus. Het materiaal wordt al weer opgeborgen.

Het is nog geen tien uur. En de bezoekers wachten op Parijse parkstoeltjes het moment af dat de zware deuren openzwaaien. Lezen rustig hun New York Times. Of de nieuwe editie van The New Yorker. Draaien hun gezicht naar de zon. Relaxte lezers. Ook wij maken het ons gemakkelijk en kiezen een nog vrije stoel. Even bellen naar Europa. Lucien aan de lijn. Daar loopt de dag langzaam naar zijn einde. Ze zijn daar inmiddels zes uur verder in de tijd.

In deze bibliotheek uit 1900 daterende bibliotheek worden onder andere de Gutenbergbijbel en de Philosophiae Naturalis Principia Mathematica van Isaac Newton bewaard. Maar de Gutenbergbijbel zal ik niet te zien krijgen. De zaal waarin hij is opgeborgen blijft hermetisch gesloten. En bovendien laat het bord dat voor de zware houten deur staat geen twijfel: Winni-the-Pooh and his pals have gone on vacation and taken the Gutenberg Bible to read at the beach. They will return in the fall. Dan maar zonder Gutenberg New York door.

Ik zie het in onze nationale Koninklijke Bibliotheek in Den Haag nog niet zo snel gebeuren. Een expositie wijden aan het Ajax of Feijenoord. Maar de NYPL deinst er niet voor terug. Uitgebreid wordt de heroïsche geschiedenis van de New York Yankees in beeld gebracht. The Stadium, Daily News Photographs of the Hous That Ruth Built. Een uitgebreide tentoonstelling in een van de zijgangen op de tweede verdieping. De heilige Joe DiMaggio staat zeker op de helft van het ruim voorradige fotomateriaal. Ondanks zijn huwelijk in 1954 met Marilyn Monroe. En ondanks zijn excommunicatie uit RK kerk van Rome wegens polygamie. De Yankee Clipper had er schijt aan. En anders Joltin’ Joe wel. Gouden kalveren worden immers overal en ondanks alles aanbeden. Paul Simon en Art Garfunkel komen er aan. The Stadium in de Public Library:

Where have you gone, Joe DiMaggio
A nation turns its lonely eyes to you (Woo, woo, woo)
What’s that you say, Mrs. Robinson
Joltin’ Joe has left and gone away (Hey, hey, hey)

De Rose Main Reading Room ademt deze morgen een niet New Yorkse rust. Het hout en de hemel van het fabelachtige plafond dempen alle geluiden. Zoals in alle grote leeszalen lijt de tijd er trager te gaan. Ik kan het niet nalaten om even, bij het licht van een van de vele koperen leeslampen, de krant te lezen. Het is nog de krant van gisteren. Maar het nieuws is de laatste maanden voorspelbaar. U.S. calls global meeting on crisis. En anders zijn het de naderende presidentsverkiezingen wel. Nog drie weken. Obama is analytical. McCain more impulsive. Different styles, same goal. Ik heb de rust niet om verder te lezen. Ben daar ook niet voor gekomen. Halverwege de imposante zaal helpen bejaarde baliemedewerkers bejaarde invaliden met het zoeken naar de juiste titel. Aan de andere kant staat een jonge neger met witte baseballpet een keurige, in donker pak gestoken heer te woord.  Different style, same goal. Even denk ik er nog over om een eerste editie van John Dos Passos´ Manhattan Transfer uit de kerkers naar boven te laten halen. Toch maar niet. Want voor lezen is er deze week niet veel tijd beschikbaar. Leven als een New Yorker. Altijd tijd te kort. Wel gris ik nog even het gratis NOW mee, het gratis NYPL-magazine. Een stevig programma. Paul Auster blijk ik op 24 september gemist te hebben. En voor de fototentoonstelling Afghanistan, or the Perils of Freedom ben ik nog veel te vroeg. Want daar kan ik pas op 7 november terecht.

Het grootste station ter wereld. Het zou eens níet in New York liggen. Van buiten zie je het er niet aan af. Maar deze Railway Metropolis ligt voor het grootste gedeelte onder de grond. Er is keuze uit zo’n 44 perrons en 67 sporen onder het in Jugendstil opgetrokken plafond uit 1913. Als we aan komen lopen vanaf 42th Street ligt het wat achteloos ingeklemd tussen Madison Avenue en Lexington Avenue. Park Avenue raakt er even het spoor bijster.

Dat reizen hongerig maakt, daar is hier ruimschoots in voorzien. Grand Central has become a midtown destination for five exquisite restaurants and cocktail lounges, 20 casual international eateries in the lower level Dining Concourse, gourmet foods from the Grand Central Market and the 50 unique specialty shops throughout the concourses, all in to addition to transportation.

Marmer, graniet. Alles glimt nog zoals in zijn begindagen. De Grote Depressie na 1929 is dan nog ver weg. De dubbele marmeren trap kan wedijveren met die van de Parijse Opera. En de Grand Central Oyster Bar & Restaurant met zijn gele Guastavino-tegels kan met de meest chique bars elders in de stad moeiteloos wedijveren. Terwijl we het station eigenlijk terloops, door een van de zijingangen, het station binnenliepen. Nog net een bedelende Vietnam-veteraan ontwijkend. Of anders die schoenpoetser. Die zich pontificaal, en met groot geweld, een deel van het trottoir heeft toegeëigend.  En zich zodanig heeft opgesteld dat hij absoluut niet ongemerkt gepasseerd kan worden. “Below sea level in Grand Central”. In een volgende fase zul je er kunnen diepzeeduiken om je eigen kreeften en oesters naar boven te halen.

HARLEM LINE DEPARTURES De grote centrale hal is exact datgene wat je je voorstelt van een stationshal uit de glorietijd van het treinvervoer. Hoog, imposant en fraai vormgegeven. Een museale uitstraling. Vooral vanwege het gewelfde plafond misschien. Maar ook door de decoraties die op dat gewelf zijn aangebracht. MTA METRO-NORTH TICKETS

Van alle kanten bewegen zich de massa’s op en neer. Op weg naar de subway of gewoon naar een van de vertrekkende treinen. Ondanks de aanwezigheid van ticketautomaten staan er nog grote drommen voor de slagorde ticketkassa’s. Ik schaf me ook maar een Metrocard aan. Goed voor tien ritten. Voorlopig ben ik van vervoer verzekerd. 12.48 TRK29 SOUTHEAST WHITE PLAINS 1ST STOP Eens stond Paul Auster hier. En liet zich inspireren voor De broze stad (City of glass), het eerste deel van zijn New York Trilogy. Hij keek omhoog naar het gewelfde plafond van de grote hal en bestudeerde de fresco van de sterrenbeelden. Er waren gloeilampen als sterren en lijntekeningen van de hemelse constellaties. Grand Central als universum.

Het Grand Central moet dus meer zijn dan een treinstation. Op deze dag zijn er maar liefst twee exposities ingericht in enkele belendende hallen. De eerste is gewijd aan de aardbeving en tsunami van 28 december 1908 bij Messina (Sicilië), nu 100 jaar geleden dus. Ronkend verhalen de foto’s en de toelichtende teksten van het heroïsche optreden van de Amerikaanse vloot. With all possible haste U.S. Navy comes to the rescue of Messina Reggio Earthquake victims. Wel 150.000 slachtoffers waren er te betreuren toen. De uitvergrote kranten uit die tijd schreeuwen het in forse koppen uit op het vergeelde krantenpapier. Nog een geluk dat de Amerikaanse vloot in de buurt was.

Want daarover gaat tegelijkertijd de tweede expositie in het Grand Central Terminal. Die gewijd is aan de wereldtournee van de Amerikaanse vloot. Meer dan 14.000 mariniers kregen in 1907 van hun president Theodore Roosevelt de opdracht zich over heel de wereld te laten zien. Powerplay. Ook toen al. EXPERIENCE THE NAVY OF YESTERDAY: CELEBRATE THE 100TH ANNIVERSARY OF THE GREAT WHITE FLEET. Nog tot 19 oktober te zien in de Vanderbilt Hall van het Grand Central. The pride we feel today is just as strong as it was then. Breed wordt er uitgepakt, hier. Je zou bijna zin krijgen om je zonder nadenken aan te melden. En slag te leveren met alles wat het leven hier bedreigt. Irak, Afghanistan, Pakistan: je hebt het voor het uitzoeken. We smoke them out of their holes. De nieuwe generatie Saddams staat al weer klaar. En is het niet om de strijd, dan wel voor de goodwill aan de andere kant van de oceaan. Elke oceaan.

Tijd om wat te eten. Je zou de tijd vergeten. Volgens mij raak ik maar niet gewend aan de Amerikaanse manier van eten. Een restaurant met terras heb ik nog niet gezien. Speld in een hooiberg. Zeker hier, in Midtown Manhattan. Wel struikel je over de fastfoodketens. Pizza. KFC. Vaak gerund door Mexicaans personeel. Basissmaken krijg je amper meer te proeven. Alles is gemixt, aangekleed, gezoet, gegrild of gesaust. De verpakking is bijna standaard wegwerp. Een porseleinen bord of kop, laat staan normaal bestek: het zijn dingen uit een andere wereld hier. De consumpties zijn allemaal verpakt in een soort containers die wat inhoud betreft minstens het dubbele zijn wat we in Europa gewend zijn. De meeste Starbucks serveren hier ondefinieerbare slobber. Tall, grande of extra large.

De harde muziek golft van voor naar achter door de wat slordige eetpijp. Carlos wenst me smakelijk eten. Terwijl ik wat aarzelend de met pesto, bladgroente en ondefinieerbaar vlees gevulde wrap op mijn dienblad schuif. Dit culinair spektakel zal ik vervolgens wegspoelen met een kleine emmer ice-tea.

 

November 5th, 2008

Manhattan Transfer - New York City Blues - 2

Posted in: Travels — admin @ 14:55

Dare to dream: the Empire State Building is yours!

NY1, het  tv-network van de stad, komt nog een keer terug op de zoveelste meltdown van Wallstreet, gisteren. Vlak voor onze aankomst op JFK. De Dow kelderde in de middaguren met 12 procent, een record. Een toespraak van de vleugellamme leider van het land, George W. Bush, wordt voorzien voor de late namiddag. Ik hoor het aan. Routinematig. Ongeschokt. Gewend aan de desastreuze koersdalingen van de laatste maanden. Gevolgd door staatovernames van grote hypotheekbanken en miljardeninjecties in het Amerikaanse banksysteem. Reus op lemen voeten, blijkt nu. De Grote Recessie van 2008 woedt in volle hevigheid. Verwoestender dan welke orkaan ook.

 

Het ontbijt is sober. Weliswaar zijn er bagels, donuts, croissants en kleine bruine en witte broodjes in de aanbieding, maar als beleg wordt er uitsluitend cream cheese aangeboden. Weg te spoelen met koffie, thee of orange juice. De Koreaanse directie heeft bepaald dat oktober is uitgeroepen tot cream cheese maand. Geen andere, op beleg lijkende etenswaren liggen er voor het grijpen.

Meestal is het er een drukke bende in de lange, smalle ontbijtzaal. De kleine, vierkante tafeltjes worden bij het vrijkomen onmiddellijk besprongen als waren het dure erfstukken. De muziek staat te hard. Nog geluk dat het geen Koreaanse is. In ieder geval draagt alles er toe bij om het ontbijt snel achter de kiezen te werken. Hetgeen overigens niet verschilt van de gemiddelde Amerikaan. Want die loopt ondertussen gehaast met zijn grote kartonnen beker over het trottoir te slalommen. Ook een vorm van ontbijten. En joggen tegelijk.

Het kan op verschillende manieren. Zoals de MANHATTAN HELICOPTER TOURS NYC’S MOST EXCLUSIVE AND BREATHBREAKING TOUR Misschien liever de 90 Minutes Cruises Featering NYC’s Most Famous Landmarks? Of toch maar het bruine amfibievoertuig van The NEWEST SENSATION to hit NEW YORK CITY: NYC DUCKS? Doe maar de City Sights NY All RoundTour Voor nog geen 50 dollar.

Waarom niet gewoon lopen? De stad langzaam in je binnen laten dringen? Zeker op dit uur. Half tien is het. Hier in de Korea Way, de 32th Street. Een en al bedrijvigheid als we Stanford uitlopen. De winkels en restaurants worden bevoorraad. De stalen kleppen van de kelders gapen wijd open. Links en rechts om je heen schieten hoog beladen steekwagens om je heen. De videotheken, levensmiddelenzaken, haarsalons, restaurants en karaokebars snakken naar verse Koreaanse waar. De meeste lichtreclames laten slechts het Koreaanse hiëroglyfenschrift zien. Met hier en daar een Amerikaanse uitleg.

De ingang van het Empire State Building ligt om de hoek. Aan Fifth Avenue, tussen de 33e en 34e straat. De lucht staat strakblauw gespannen. De temperatuur is al bijna zomers. En zal in de loop van de dag opklimmen tot 22 graden. Nauwelijks wind.

De dag voor vertrek heb ik al online tickets besteld voor het nu weer hoogste gebouw van de stad. Totaal 40 dollar voor twee personen. Inclusief mijn seniorenkorting. Zelf uitprinten en uitknippen. Price includes applicable sales tax. No refunds due to weather conditions or length of Lines or waiting times at the building. En met de slappe tickets stappen we de art deco entree binnen. Omzeilen de lange rij wachtenden voor de ticketkassa. Meteen doorlopen naar de lift. Binnen één minuut naar de 80e verdieping. Daar een snelle overstap. En zoef naar de huidige top, op de 86e. En op alle plekken staan pelotons ESB-personeel klaar om je niet te laten dolen. Of op rare gedachten te brengen. De bejaarde skyscraper ondergaat een hoognodige facelift en de kabels hangen voor het grijpen uit de onttakelde plafonds. Ook de wanden en vloeren lijken me aan een flinke botox behandeling toe.

Plots sta je dan op het outdoor observation deck. De wind rukt zachtjes aan je. Zonder overtuiging. Licht. Een getraliede kooi tegen een azuurblauwe lucht. Als je de rand nadert, richt zich onder je het stenen oerbos van Manhattan op. Als een veelmastig schip op de glimmende ontmoeting van de East River en de Hudson. Varen op 320 meter hoogte. Sinds het verkruimelen van de Twin Towers op nine eleven 2001 is de King Kong Toren weer het hoogste gebouw van de city. Zo’n 443 meter tot het hoogste punt. Maar dan heb ik alle antennes en sprieten meegeteld.

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, in 1945, vloog er een B-25 bommenwerper van de U.S. Air Force naar binnen. Precies tussen de 78e en 79e verdieping boorde hij zich verwoestend naar binnen. Maar het gebouw hield stand. De ruggengraat werd niet verbrijzeld. Dat kunnen we achteraf van de hoogmoedige tweelingen van 1970, elders op Manhattan, niet zeggen. Die zijn momenteel van de aardbodem verdwenen. Ground Zero. Maar klimmen langzaam weer uit hun graf naar boven. Beginnen weer van nul af.

Hoogmoed komt voor de val. Ik kom nog even terug op het verdwijnen van de Twin Towers. En op het hernemen van de positie als hoogste gebouw van de stad. Veel langer dan de WTC-torens was het Empire State Building het toppunt van Manhattan. Hét symbool van New York. De bouw ervan begon in 1929, vlak voor de Wall Street Crash. En het begin van de Grote Depressie. Die weer aanstaande is? Als we de huidige paniek op Wall Street voor authentiek ervaren, dan zou het kunnen.

Blijkbaar is het ook de toren van de reuzenaap King Kong. Al in 1933 klauwde hij voor het eerst vanaf de top de op hem aanstormende vliegtuigjes uit de lucht. Jaren later deed zijn remake-nazaat het nog eens minstens even spectaculair over. En topatleten doen er in de jaarlijkse Empire State Run-Up een minuut of elf over om via de trappen de 102e verdieping te bereiken. De verovering van het Empire State Building heeft alles weg van het veroveren van de stad. Al vanaf 1931.

Maar op deze stralende herfstochtend geen spoor van hijgende lopers, of een op drift geraakte bommenwerper. Laat staan van een schuimbekkende King Kong.

De stad ligt aan mijn voeten, voor de volle 360 graden. Twee keer maak ik de ommegang over het outdoor observation deck. De grote drukte van de dag moet nog komen. Dus alle tijd om de stad digitaal vast te leggen. Zware slagschaduwen klieven de ravijnen van wolkenkrabbers. Het licht van de Indian Summer snijdt de beelden scherp. Helder. De laatste nachtnevels zijn aan het oplossen boven de East River en de Hudson. Verblindend licht spat uit de gladde spiegel van de Oostrivier. Een paar miniatuurschepen lijken roerloos op het stalen water te liggen. In de verte de schim van het Vrijheidsbeeld. Maar mijn Canon sleurt het groene beeld dichterbij. Op Ellis Island is alles nog een diepe rust. Alsof er geen immigratie meer plaats vindt. En het IJzeren Gordijn aan de Mexicaanse grens is neergehaald. No country for old man. Of toch? Want ook Amerika vergrijst. Net als ik. Maar New York is geen afspiegeling van het land. Daarvoor moet je naar met midden en het zuiden. Oklahoma. Wyoming. Nebraska, Arkansas. En ga zo maar door.

De bedrijvigheid op Ground Zero wordt zedig afgeschermd door al die financiële reuzen rondom. Betonnen lijfwachten. Maar dichterbij lacht de geschubde art deco van het Chrysler Building me als the Joker toe. Glimmende metalen gargoyles spieden de brede avenues af. Het grootkapitaal dringt zich op. Rockefeller Center. The Trump Tower. De nerveuze afgoden van de lichtreclames op Times Square leggen het af tegen de zonnegod boven me. En daar liggen, op een flinke steenworp van elkaar, de Manhattan Bridge en de Brooklyn Bridge. De oerbruggen van de stad. Een nieuwe ronde. Nog verder de horizon afgrazen. Central Park, Harlem, The Bronx. Of Staten Island en New Yersey. Je voelt je al een astronaut die langzaam neerdaalt op een andere planeet. Een landschap van rechthoekige blokken, keurig verdeeld over een langgerekt schaakbord. A Space Odyssey. Het wordt tijd dit ruimteschip te verlaten. En voet op de nieuwe aarde te zetten.

 

November 3rd, 2008

Manhattan Transfer - New York City Blues - 1

Posted in: Travels — admin @ 12:08

Op de een of andere manier heb ik een voorgevoel. Want, hoewel het vliegtuig pas om half twee de lucht zal ingaan, vertrekken we al om negen uur richting Düsseldorf. Na een half uur rijden worden wegwerkzaamheden aangekondigd op de A44. De gevolgen daarvan zullen tot bijna aan het vliegveld merkbaar blijven de ene file volgt de andere op. Soms staat het verkeer een tijdlang volledig stil. Ondertussen tikt de klok door. Normaal rijd je er ruim binnen een uur naartoe, maar nu duurt het meer dan anderhalf uur.

Daarmee is de ellende nog niet compleet. Want dan dient zich het parkeerverhaal aan. Gisteravond heb ik nog nagekeken of er voldoende parkeergelegenheid was in een van de vele Parkhäuser. Die plek was er nog meer dan voldoende (hoewel alle parkings bij de terminals al volgeboekt waren). Vanmorgen zijn er die plekken niet meer. Alles bezetst. Ik heb al gezien dat alle vrije plekken langs de wegen in de omgeving vol staan met geparkeerde auto’s. Blijven rondrijden – wat ik een tijd doe – heeft nauwelijks zin. Ten einde raad rijd ik een weggetje in waarvan opzij wel honderd taxi’s met draaiende motor op hun klanten staan te wachten. Ongetwijfeld allemaal radeloze parkeerplaatszoekers. Maar: ik zie, ver na P24, een vrije plek en weet niet hoe snel ik mijn auto daar neer moet zetten.

Een taxi brengt ons vervolgens snel en voor 7 euri naar de vertrekterminal. Ook de Turkse chauffeur huilt hete krokodillentranen om de belabberde parkeeromstandigheden. Er wordt weliswaar hard gewerkt aan de bouw van nieuwe parkeergages (ik zie ze inderdaad om me heen uit de grond schieten), maar daar hebben al die nietsvermoedende vliegende toeristen wat aan. De situatie is natuurlijk een tijdelijke goudmijn voor de taxibranche van Düsseldorf. Maar dat hoor ik hem niet zeggen.

De rij voor de incheckbalie is al behoorlijk lang, maar gelukkig schiet het goed op. De twee koffers blijven ruim onder het toegestane gewicht. En om een uur of kwart over twaalf zijn we alle checkpoints gepasseerd. Even de tijd voor een kop zware Duitse koffie, voorlopig de laatste fatsoenlijk kop zal later blijken.

De yellowcab glijdt over de Van Wijck Expressway richting Manhattan. Pas na de afslag naar de Grand Central Parkway is er zicht op de stad. En zullen de contouren van Manhattan in zicht komen. Het ging snel. Nadat de schuifdeuren van JFK Airport achter me dicht schoven. Geen risico nemen. Want parasietchauffeurs vliegen als sprinkhanen op je af. van. Die sla je weg. Steekt de straat over. Daar lost de sliert zojuist gelande passagiers die staan te wachten voor  de officiële yellowcab snel op. Geen gehaast. En voor 45 dollar word je naar Manhattan gereden. Exclusief tip en tol.

Het lage gelig oranje licht van de zakkende zon tekent de contouren van de stad. Scherp snijden ze in de wolkenloze hemel. Zes uur is het inmiddels geworden. En aan weerszijden schuiven de kleine, bijna verfloze houten huizen van Queens aan me voorbij. Een relaxmoment. Was wel nodig na de hectiek van de binnenkomst. Het moderne Ellis Island van JFK. Sloebers uit Europa. Italië, Ierland. Gouddelvers en avonturiers. Met honderden staan we tussen de strak gespannen belijningen. De temperatuur is hoog. Te hoog. En de airco is blijkbaar toe aan een rustmoment. Nog trager gaat het als ook alle computersystemen down gaan. En er geen fingerprints van de linker- en rechterwijsvinger meer genomen kunnen worden. En ook geen foto van je smoel. Het binnenkomen van het voormalige Oostblok was makkelijker. Keep smiling.

Huilende baby’s worden uit de menselijke slang getrokken. Slecht ter been zijnde bejaarden dreigen neer te vallen. Pas dan maakt zich enige paniek van de martiale grensbewakers meester. Dan maar zonder vingerafdrukken en irisscan de States in. Het zij zo. De 325 terroristen van vlucht AB3550 van Air Berlin stromen de Staes binnen. Natuurlijk na de gebruikelijke controle van paspoort en ingevulde I-94W Visa Waiver. En het witte formulier voor de Customs Declaration. De paranoia is voor dit moment bezworen. En Bush is over een maand nog meer vleugellam dan hij nu al is. Want neen, ik ben nooit arrested or convicted for an offense or crime. Of involved in espionage or sabotage. En neen, ik voer ook geen fruit, planten of dieren in. En HIV heb ik ook al niet onder de leden. Ik moet de U.S. Customs and Border Protection wel erg teleurstellen. Het Department of Homeland Security kan rustig gaan slapen vannacht. 

In de verte zie ik door de kleine, vierkante vrije doorkijk van de yellowcab de scherpe pen van het Empire State Building opdoemen. Ik maak mijn eerste beelden met mijn Canon. Op dat moment begint de zwarte neger aan het stuur te swingen. Hij heeft er zin in, Chad. En New York is meer dan O.K. Ondertussen zit ik in Trinidad. En vervolgens in Ghana. Want daar kwamen zijn grootouders vandaan. Eén keer gezien. Hello! Dan pakte zijn pa het handiger aan. Van Trinidad naar de States. Daar in de U.S Army gegaan. Waardoor zijn citizenship binnen twee jaar was veiliggesteld. Hij wordt er nog zichtbaar vrolijk van. Want de States zijn O.K. En Holland? Dat heeft hij één keer bezocht. Den Haag, Rotterdam, Amsterdam. Het gebruikelijke trio. Holland is ook O.K. Dan waarschuwt hij me mijn camera te laten zakken. Want we naderen de tolbrug, Triborough Bridge. En daar krioelt het van de cops. En die willen niet op de foto. Het zijn geen moviestars. Met dansbewegingen achter het stuur neemt hij de laatste obstructie voor Manhattan. De glimmende East River over.

Manhattan is omgetoverd in een Chinees schimmenspel. Met het draaien aan het stuur schuiven de zwarte gebouwen langs de oranjegrijze lucht. De zon is inmiddels bijna verdwenen. Hier omzeilt Chad wat fileleed. Daar snijdt hij een andere yellowcab. Claxon. De duim gaat omhoog. No problem. En verder gaat het weer De tolcipiers van de Triborough Bridge hebben het nakijken. We rijden het schaakbord op. Eastside. First Avenue. En dan rechts een van de streets in. One Way straten. Waar de zware slagschaduwen dreigend waarschuwen voor de vallende nacht. Nighthawks. Ver van Times Square heerst de leegte van Dennis Hopper. Chad hopt verder over het wegdek. Dat vaak slecht onderhouden blijkt. We steken Fifth Avenue over. Links van me ontrolt zich een langgerekte vlakte. Het verkeer valt mee. Zicht op Downtown Manhattan. Hij wijst me op het blok van het Empire State Building waar we onderdoor rijden. Hoe ik mijn hoofd ook draai, het zicht erop blijft beperkt. Een scherpe draai naar links. De Avenue of the Americas op. Even maar. Want hier moeten we zijn. De 32th Street. Korea Way. Hotel Stanford. Mijn Manhattan Transfer eindigt hier. Chad staat al aan de achterklep van zijn gele cab. Koffers eruit. Zestig dollar. Thanks. Have a nice stay! En we stappen het glimmende koper onder de lichtende kroonluchters van de smalle hotellounge binnen. De Koreanen achter de balie buigen als knipmessen. Check in. Snel en routineus. Kamer 1111. Makkelijker kan het niet. En daar laat ik mijn keycard zijn werk doen. We stappen naar binnen. Voor 286 dollar per nacht. Taxes included. Ontbijt ook.

Hotel Stanford. Located on 43 West 32nd Street between Fifth Avenue and Broadway, lees je de website van het hotel. Nauwelijks een meter of twintig naar rechts, en je staat op Broadway. De straat uitlopen naar links, en Fifth Avenue rolt zich als een brede asfaltloper voor je uit. We are a block away from the many desirable sites in the city that never sleeps. A few minutes of a walk to the Empire State Building, the Broadway theater district, Macy’s, and Times Square. Waar voel je je Newyorkser als op deze plek?

De kamer is redelijk. Twee stevige houten bedden. Met goede, dikke matrassen. De badkamer is eenvoudig, maar kon wel een opknapbeurt gebruiken. De airco laat zich wat lastig bedienen. En dat is vervelend, want het is te warm voor de nacht. Het televisiestation NY1 geeft de weersverwachting voor de komende dagen. Het ziet er spectaculair goed uit. Een Indian Summer, met temperaturen tussen 21 en 25 graden. Het kan al bijna niet meer fout. Snel de koffers leeg. De city wacht.

Broadway. Uptown lopen. Richting Times Square. Na vijftig meter kan Gemma zich al niet meer bedwingen. Macy’s lokt. Toch maar even naar binnen. The World Largest Store. Meteen de etherische luchten van Cacharel, Giorgio Armani, Jean Paul Gaulthier en Kalvin Klein in. Rechts glimt het lakleer en de blingbling van de meest exotische tassen je tegemoet. De zwarte Nine West ´On the Edge´, of toch maar de kleurige Tokidoki ´Sorriso´ Hobo Bag. Liever een echte Kathy Van Zeeland? Kan ook. More colours available! Tot tien uur open vanavond. Hidden persuaders. 

JVC iPod hits the big screen Virgin Hard Rock Paramount The Lion King NASDAQ In the Heights 2008 Tony Award Best Musical Budweiser NBC News Today Blue Man Group ‘The Show Rocks!’ Yahoo! BANK OF AMERICA THE NATIONAL DEBT CLOCK tikt verder door tot 10.149.644.933.872 $. En per seconde komt er tienduizend dollar bij.

Times Square flikkert, rolt over screens, sist, golf op en neer. Van torenhoog tot ravijndiep. De yellowcabs schuiven de massa’s uiteen. Rode Zee. Musicalkaarten gaan grif van de hand. Creditcards schuiven door handpinautomaten. Enjoy your Young Frankenstein, sir! De martiale cops trachten de maalstroom nog te controleren. Vergeefs. Alle dijken doorgebroken. Ik struikel bijna over een stapel zwarte vuilniszakken. In de donkere lucht klapwiekt een onzichtbare helikopter. Kleuren lichten op en gaan op zwart. Knetteren opnieuw uit de te grote elektronische borden. Torens van bewegend licht. Rood. Geel. Groen. Blauw. Torens van Babel. In the city that never sleeps! Heel erg boven prikt de wit verlichte, 441 meter hoge wijsvinger van het Empire State Building door het kobaltblauwe firmament. The Sheltering Sky van New York. 

 

Daar loop je dan. Kleine mensen. Krioelend als mieren over het slecht onderhouden asfalt. Oversteekplaatsen. De helverlichte gapende monden van lokkende superstores. Het kapitalisme leeft zich hier ongebreideld uit. Alle remmen los. Alsof de Grote Depressie van 2008 niet bestaat. En Wall Street de wereld nog regeert als een jaar tevoren. NO BAIL-OUT! Etend, drinkend, lachend, gesticulerend. Dag en nacht zonder inzakkende dynamiek. Opgewonden raderwerk. Consumptieve tredmolen. Het Gouden Kalf. 

 

We laten ons meevoeren op de maalstroom. Het heeft geen zin om zwemmend de kant proberen te bereiken. Kom, spring op het vlot van bewegende lijven. Wildwatervaren op de mensenzee. Het water is niet koud. Integendeel. Want de temperatuur is tegen middernacht nog een graad of twintig. We zuigen de longen vol. NY-air. Perslucht. Hier en daar dampt het wegdek. Witte nevelflarden die in een oogwenk oplossen in het donker. Welcome to NYC! 

 

Toch wordt het niet laat, deze eerste avond. Deze dag duurde 30 uur. Zoals altijd wanneer je van oost naar west vliegt. Zo slaag je erin je ouder worden te vertragen. Natuurlijk is het boerenbedrog, maar toch. De afstraffing volgt aan het einde van de rit. Wanneer je in omgekeerde richting terug zult vliegen. Hotel Stanford neemt ons welwillend op, tegen middernacht. Maar morgen tikt de tijd weer normaal. Gewoon 24 uur in een dag. Maar wel in het ritme, dat ik vanavond al heb ervaren.

 
  • ON THE ROAD naar Santiago de Compostela

  • Sint Jacobus leidt me door braamstruiken en naar bierloze cafés

  • New York op doek: nieuwe schilderijen

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 20

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 19

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 18

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 17

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 16

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 15

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 14

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 13

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 12

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 11

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 9

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 8

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 7

  • Christo in Central Park New York

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 6

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 5

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 4

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 3

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 2

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 1

  • Sleepless in Manhattan - intro

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 17

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 16

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 15

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 14

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 13

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 12

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 11

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 9

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 8

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 7

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 6

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 5

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 4

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 3

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 1

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico García Lorca 1

  • BINNENKORT IN DIT THEATER: ANDALUSIË

  • Hermitage: het zomerpaleis van Nicolaas II aan de Amstel

  • Wajauw? Met Ahmed Marcouch en Hans Laroes naar Brooklyn aan de Maas

  • Luik: van nu en toen, van Calatrava en Les Olivettes

  • Geen Pim Pandoer, wel Beethoven in ’s Heerenberg

  • Spaanse La Notte in het Hollandse Slot Loevestein

  • Van Gogh en de kleuren van de nacht in Amsterdam

  • Opnieuw de ruimte in: A Space Odyssey 2

  • Schilderen: een lange winter met gebrande omber sienna

  • Paradise by the dashboard light

  • Shipbreaking op doek. Met dank aan Edward Burtynsky - Work in Progress

  • Ode Maritima aan Fernando Pessoa

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 16

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 15

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 14

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 13

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 12

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 11

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 10

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 9

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 8

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 7

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 6

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 5

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 4

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 3

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 2

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 1

  • MANHATTAN TRANSFER

  • Corrida aan het einde van de Indian Summer

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 14

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 13

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 12

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 11

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 10

  • Intermezzo: Lucien zingt Lee Towers

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 9

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 8

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 7

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 6

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 5

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 4

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 3

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 2

  • Valencia: tapas op de Feria van Calatrava 1

  • VALENCIA: tapas op de Feria van Calatrava

  • Feria Andaluza in Boom België, of all places

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 15 / slot

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 14

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 13

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 12

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 11

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 10

  • Powered by ME :) !! en MainCore
    Blog (c) WordPress 1.5 Theme created by McMike and Mr-Godd