
Via Malvarrosa naar Casa Isabel, Bar Pilar en El Kiosko
Weekend. Althans zaterdag vandaag. Na dagenlang de stad doorkruisen lijkt het moment aangebroken om een relaxdag te nemen. De temperatuur geeft (maar dat is al dagen zo) alle aanleiding toe. Ook vandaag zal het weer zo’n 32 graden worden.
Sowieso wordt het ritme van de laatste dagen doorbroken, want als we ons om een uur of half tien bij de Taberna de la Reina melden voor het ontbijt blijkt het terras nog niet open. Het rolluik voor de deur is pas half open. Binnen wordt nog afgestoft en verder alles in gereedheid gebracht om de ontbijters welkom te heten. Echter, pas na tien uur. Want ook het personeel van de taberna heeft blijkbaar uit mogen slapen.
We wijken daarom noodgedwongen uit naar de overzijde van het plein, naar Bar Bertal. Een wat meer bijdetijdse en luxueuzere cafetaria., c.q. juice-bar. Het spreekt voor zich dat we niet de gebruikelijke tostadas jamón kunnen bestellen, maar ons moeten behelpen met café cortado en croissants. En uiteraard een emmer jus d’orange. Vers geperst. Maar een ontbijt voor 2,40 euri krijg je hier niet.

Buslijn 26 vervoert je in rap tempo naar het strand van Malvarrosa. De opstap is bij het hotel. Makkelijker kan het niet. Dus sta je na een minuut of twintig op de brede boulevard bij het Playa de Malvarrosa. De omgeving oogt wat desolaat. Aan de parkeerplaatsen van de strandgasten is geen aandacht besteed. Zo te zien is de oude bewoning aan de kust nog steeds zoals die dertig jaar geleden was. In ieder geval ontbreekt de hoogbouw, en dat is een verademing. Geen sporen van Benidorm of Torremolinos. Zelfs op het strand zijn er nauwelijks strandbars of strandrestaurants te ontdekken.
Het strand zelf is ongelooflijk breed, en het is er niet druk. Voor 10,80 euri huren we voor de hele dag twee ligbedden (met uitstekende matrassen) en een grote parasol van gedroogd pampagras. De oude baas schudt het ligmateriaal nog een keer goed op, en we zijn voor de hele dag onder de pannen.

De zee zelf biedt amper verkoeling. Ideaal is wel dat je een heel eind de zee in kunt lopen voordat het echt diep gaat worden. Het nadeel is dan tegelijk dat het een lauw bad is waar je absoluut geen verkoeling vindt. De baai van Valencia ligt echt in een kom, en vanwege het ontbreken van wind en stroming staat de zoute plomp van de vroege morgen tot de late avond op te warmen. Maar in de schaduw van de parasol is het allemaal wel vol te houden. Een koel drankje en een dik boek of tijdschrift onder handbereik, en het lijkt alsof er geen tijd meer bestaat. Alleen HP-De Tijd brengt je weer even terug met artikelen over Geert Wilders in Venlo en de koran van Kader Abdolah. Moslims? Hoofddoekjes? In Valencia heb ik ze nog niet gezien.

Om twee uur vinden we de tijd gekomen om te gaan lunchen. Even terugwandelen naar de boulevard en daar een van de weinige restaurants opzoeken. Het wordt Casa Isabel. Het zit er al aardig vol. Vooral Spaanse families. Een goed teken. Casa Isabel is geen fast food restaurant. De tafels zijn met helderwit linnen bedekt en ook de servetten zijn van hetzelfde smetteloze materiaal. We eten na de ensalada completa een echte paella valenciana met grote bonen. Met een paar cervezas en een liter agua mineral natural moet het lukken de rest van de middag in ledigheid om mijn ligbed door te komen. En inderdaad, geen probleem. Om half zes nemen we de bus terug naar het hotel.

De avondmaaltijd zal weer volledig uit tapas bestaan. Maar we spreiden het innemen over een paar etablissementen. We starten bij Bar Pilar (Calle Moro Zeit 13). Het kleine restaurantje dateert al uit 1917. Al veertig jaar lang staat José hier achter de bar. De bar is befaamd om zijn mosselen, en dan een speciaal klein soort: de clochinas. Boven de buitendeur staat dan ook niet zonder reden: La casa de las clochinas. De grotere (mejillones) zijn in een ander seizoen pas verkrijgbaar. Het curieuze van de bar is te zien aan de toog. Hier staan tussen de koperen voetreling en de toog in slagorde kleine grijze plastic bakjes. Daar worden na consumptie de lege zwarte mosselschelpen in gedeponeerd. Gesodemieterd zelfs, want als wij onze porties binnen hebben graait José de bordjes met de geleegde schelpen en werpt die met het routineuze gebaar van een discuswerper in de bakken onderaan de toog.
Ook hier aan de met azulejos betegelde muren veel personalia: herinneringsbordjes, foto’s, krantenartikelen.

Het vervolg op het voorgerecht nemen we, als gebruikelijk inmiddels, bij Bar El Kiosko. Enrique, de gitzwarte neger, is als elke avond present. Maar het is druk en zweet parelt op zijn ebbenhouten voorhoofd. De assistentie die hij krijgt van zijn bebrilde compagnon levert nauwelijks soelaas. Zij collega slaagt erin door het wild heen en weer schuiven van stoelen de prettige chaos alleen nog maar te vergroten. Maar de raciones de tapas smaken er niet minder om. Weer wat nieuwe varianten geprobeerd: chipiron plancha (kleine gegrilde intvisjes), sardinas frescas (vier 15 centimeter grote gegrilde sardines) en calamarcitos enteros (weer een ander soort inktvis, maar eveneens gegrild). Met een paar copas de tinto erbij krijgen de zeedieren een vrolijke aftocht naar beneden.

Het digestief verdelen we eveneens over een paar plekken. De gewoonte om dat in ieder geval op het terras van Café Lisboa te doen trekken we om te beginnen maar door. De tinto smaakt er goed, en is bovendien spotgoedkoop. De ober zet er nog een bakje groene olijven met knoflookstukjes bij. Een kwestie van synergie. De in het wit geklede huistravestiet ijsbeert ook weer voor het terras op en neer. Op zoek naar ongeschonden jongensvlees. Maar beet heeft hij nog niet gehad op het moment dat we weer opkrassen.

Vlak bij het hotel is de luxe Bar Madrid. Een chique donkerbruine bar met verschillende bars en verdiepingen. Uitgeklede Jugendstil. Maar er is zelfs een dansvloer. Al vanaf het begin van de 20e eeuw in bedrijf. Tot 1932 heette het hier Bar Berlin, maar om voor de hand liggende redenen werd toen de naam veranderd in Bar Madrid. De eigenaars zullen geen nationalisten zijn geweest. En Spanje zou een paar jaar later, al voor heel Europa aan de beurt kwam, in brand staan.
De glazen rioja in Bar Madrid zijn groot en niet echt goedkoop, maar het strak gespannen getaande, en door enkele wat schaars uitgevallen kledingstukken in bedwang gehouden vleeswaren van de jonge, gekroesde Afrikaanse barpoes maakt de prijs absoluut draaglijk. Even na een uur stappen we weer naar buiten. Donkere nacht. Het hotel is op nauwelijks een steenworp afstand, om daar nog even op de mobiel kijkend te lezen dat Lucien tegen de avond met de bus uit Salou is vertrokken, richting huiswaarts. Voor hem is het Spaanse avontuur al voorbij. Wij gaan nog een paar dagen door. Viva Valencia!