August 31st, 2008

Intermezzo: Lucien zingt Lee Towers

Posted in: Artist Impressions — admin @ 21:03

Op 30 augustus deed mijn jongste zoon twee imitaties van Lee Towers. Met ondersteuning van een rockorkest. Het nummer ‘I can see clearly now’ kun je op You Tube bekijken. Klik hieronder op ‘Lucien’  Een zomerintermezzo, een korte onderbreking van de Valencia-Story.

Lucien zingt Lee Towers

August 30th, 2008

Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 9

Posted in: Travels — admin @ 11:29

Feria de Julio Valencia in de tuin van Santiago Calatrava 

De hele maand juli bruist Valencia, toch al een feeststad bij uitstek, van de festiviteiten. Onderdeel daarvan is het Festival Ciudad de las Artes y las Ciencias, onder de alles omvattende benaming ‘Eclèctic’. Deze avond heeft een speciaal uitgebreid programma, dat Eclèctic Nit heet. Waarbij nit staat voor nacht. Een nacht- en avondfeest in Calatrava’s ruimtestation op aarde. Vanaf 19.00 uur tot een uur of twee in de nacht. Want om half een zal nog een popconcert starten op een speciaal daartoe ingericht podium op het brede waterbassin voor het Museu de les Ciències. Dat concert zullen we niet meer meemaken, maar wat de rest van het programma betreft komen we ten volle aan onze trekken.

De rode draad in het avondprogramma bestaat uit straattheater van de beste soort. Het terrein leent zich er vanwege zijn uitgestrektheid en de futuristische ambiance dan ook uitstekend voor. Na een snelle koude lunch (bocadillos jamón) duiken we de menigte in.

En lopen bijna onmiddellijk in Nederlandse armen. Twee vrouwen van Het Mobiele Naai Atelier ‘Green Label’ hebben hun brommers gestart waarmee ze hun naaimachines in beweging zetten. Ladekasten met naaigerei worden open getrokken. Muziek. Het publiek wordt uitgenodigd kleren die ze aan hebben te laten verfraaien, vernaaien wat mij betreft, tot iets leukers. En dat lukt. Het publiek is enthousiast. En de dames naaien dat het een aard heeft. En even later zijn er een paar kinderen blij gemaakt met een kunstzinnig vernaaid T-shirt of een ander kledingstuk. 

Het internationale karakter van deze Eclèctic Nit is terug te vinden in de verschillende acts. Als het Mobiele Naai Atelier laten voor wat het is, gaan aan de overzijde, op het waterbassin tussen de Hemisfèric en de Umbracle de Japanse trommelaars van de Japan Association of Spain al tekeer. Het ritme van hun stokslagen op de met grote vellen bespannen trommen caramboleert over het water. Inmiddels sluipt de nacht over de Ciudad en weerkaatst de verlichting van de verschillende gestolde dromen van Calatrava over het turquoise water van de bassins. Bezweet geven ze na een half uur de pijp aan Maarten. Na middernacht zullen ze nog en keer acte de présence geven met hun percussie in de geest van de música tradicional japonesa.

Een van de topacts is de Franse troep van de Joyeuse Pagaille Urbaine. In een soort Oude Schicht hobbelen ze over het plaveisel tussen de ruimtestations. Het publiek als de rattenvanger van Hamelen achter zich aan slepend. Op verschillende plekken wordt halt gehouden om hun acts, met behulp van het publiek, op te voeren. Slapstick wordt afgewisseld met een westernshow, waarbij revolvers knallen en hun mobiel uit al zijn voegen knalt. Letterlijk, want rook, vuur en water spuiten uit het vehikel alsof het zijn laatste adem uitblaast. Maar verder gaat het weer.

 

Al uit de verte hebben we het stalen ros van de Paka Horse gezien. Vuurpugend. Dampend. Rokend. Kermend. Als een rodeorijder houdt de gelegenheidsjockey (die zich in een soort oud vliegenierskostuum gehesen heeft) zich in het stalen zadel. Van dunne ijzeren staven en fietskettingen is een stalen ros in elkaar geflanst. Maar het beweegt, maakt pirouettes. Maar spuugt vooral vuur en zwavel. Een hels paard dat zich door de ruimte van dit Valenciaans galactische heelal voortbeweegt.

 

Niet alles hebben we kunnen zien, maar de Feria de Julio is wat mij betreft al geslaagd. Het is ondertussen helemaal donker geworden. De lucht is zwart. De verschillende ruimstations liggen als interstellaire bakens op te lichten. Signalen voor iedereen die zichzelf een oriëntatiepunt zoekt. Nog enkele uren zal het hier doorgaan. Maar we breken onze aanwezigheid. Een bus is niet meer te nemen, want de gewone rode EMT/lijnen houden het na half elf ´s avonds massaal voor gezien. Enkele blauwe nachtlijnen houden het openbaar vervoer op een laag pitje gaande. Dan maar de andere oplossing. 

Zelfs als we op de taxi staan te wachten die ons weer terug brengt naar het Plaza de la Reina zit in mijn neusgaten nog zwavel en rook. Voor vijf euri zijn we snel terug in het centrum. Nog voor middernacht vinden we een plek op een van de terrassen. Finnegan´s of Dublin maakt een uitnodigend gebaar. En dat slaan we niet af.

En zo wordt het ongemerkt toch nog een uur of een. Maar het hotel is op een tweetal minuten loopafstand. Dus is het geen probleem om nog een extra stevig glas tinto à raison van vier euri naar binnen te werken. Geen straf. Dat zou overigens een stevig glas diepzwart Guinness ook niet geweest zijn. Maar Leopold Bloom was ook een stevige wijndrinker. Het geweten gesust.

 

 

 

August 25th, 2008

Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 8

Posted in: Travels — admin @ 20:22

Voor culinair genieten naar het Museo de Bellas Artes

Dan maar weer de bus in. Uitstappen bij het Museo de Bellas Artes, tussen de  Puente de Trinidad en de Puente del Real. Het een aantal jaren met een nieuwe vleugel uitgebreide vleugel is gevestigd in een oud seminarie, Pio V. Een schitterende koepel met van het glazuur glanzende donkerblauwe dakpannen torent hoog uit boven het centrale deel.

Na een glimp geworpen te hebben op een van de ongelooflijke mooie binnenhoven vinden we dat het lunchtijd is. In het nieuwe gedeelte is een compleet restaurant ingericht. Het is er nog niet druk. Dat zal even later nogal veranderen. Maar dan hebben wij onze warme lunch, een door de gérant aangeprezen menu del día, al achter de kiezen. Voor 9 euri serveert hij een zeer overdadige  ensalada cesar, gevolgd door een twee vierkante decimeter grote plak gegrilde calamar a la plancha, en flan (het nationale dessert) na. En zelfs drank (in dit geval een flink glas bier) is inbegrepen. Onvoorstelbaar, eigenlijk.

 

 

 

Maar we kwamen voor de kunst. En die is eveneens overweldigend. En dan te bedenken dat de toegang tot dit museum gewoon gratis is. Gratis! Je leest het goed. De eerste grote zaal is tot de nok gevuld met grote, vergulde retabels en triptieken uit de 15e en 16e eeuw, vooral van Italiaanse herkomst. Daarnaast een uitgebreide collectie gotische Valenciaanse primitieven uit de Renaissance. Misschien iets minder in kwaliteit dan de Vlaamse of Italiaanse uit dezelfde periode, maar zeker de moeite waard.

De tweede verdieping is gereserveerd voor de Valenciaanse kunstenaars. Ribalta, Espinosa , Pinazo (die we al uitgebreid gezien hebben in het IVAM). Andere zalen laten werken zien van illuministen van eind 19e en begin 20e eeuw. Wat wereldberoemdheden betreft zij er ook werken te zien van El Greco, Goya, Velasquez, Murillo en Jeroen Bosch. Om er maar een paar te noemen. Helaas zijn er nogal wat in uitgeleend voor exposities in Italië.

 

 

 

Een speciale vermelding behoort toe aan de patio’s van dit museum. Er is een bordeauxrode en een kobaltblauwe, die el patio del palacio del Embajador Vich genoemd mag worden. Oases van koelte. En rust. Naar boven kijkend naar de blauwe lucht voel je de hitte van de stad, maar eenmaal door de kloostergangen wandelend komt er een serene rust en een weldadige koelte over je heen. Bovendien zijn er ook op de twee patio’s nogal wat kunstwerken te zien, vooral Romeinse overblijfselen (in de bordeauxrode) en bronzen beeldhouwwerken (in de kobaltblauwe).

Ook in de annex gelegen, schaduwrijke tuin zijn nogal wat Romeinse overblijfselen te vinden. Maar hier moet de echte ordening nog plaatsvinden. De stukken pilaar, sarcofaag en andere onbestemde stukken lijken nogal chaotisch gedumpt. Hier ligt letterlijk nog voor jaren werk.

Nog onder de indruk stappen in kleine, rode bus 5B die in een cirkel om het oude centrum, de Ciutat Vella, heen rijdt. We stappen uit bij het begin van de Calle de la Paz om even terug te gaan naar het hotel. Even een adempauze. En bovendien hebben we nog een stevig avondprogramma voor de boeg. De Feria de Julio loopt langzaam naar zijn hoogtepunt en daar willen we bij zijn.

 

August 22nd, 2008

Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 7

Posted in: Travels — admin @ 13:41

De Mercado Colón is geen Palau de la Música

Het lijkt wel of het elke dag later wordt dat we het bed uitkomen. Vandaag is het half tien als ik weer terug op aarde ben. En altijd excuses, natuurlijk. Dubbelglas en ook nog eens stevig geblindeerd: geen geluid en geen licht dat binnen kan dringen. Een onze kamer op de eerste etage ligt ook nog eens aan een smalle straat waar nauwelijks volk doorheen loopt.

Maar even later lopen we toch weer door de zonovergoten Calle de la Paz. Op een tweehonderd meter recht voor ons steekt de smalle barokke toren van de Iglesia de Santa Catalina als een opgeheven vinger de lucht in. We zullen vroeger moeten opstaan. Voor het personeel van de Taberna de la Reina is het geen probleem. Ook om half elf krijgen we zonder morren ons gebruikelijke desayuno.

Om elf uur is het al dertig graden. Maar ondanks de warmte is de wandeling naar de Mercado Colón geen straf. Je struint door de wat betere buurten van Valencia, en de winkels laten de grote luxe merken van de mode zien. De Mercado Colón ligt dan ook in een van de meest authentieke wijken van Valencia, de Eixample. De wijk is tussen 1887 en 1911 gebouwd en heeft een geometrisch stratenpatroon, net als zijn gelijknamige broer in Barcelona, en doorsneden door rechte boulevards die er recht of diagonaal doorheen snijden. Vierkante huizenblokken met af en toe wat afgeronde hoeken. Een voordeel is dat je er veel minder toeristen tegen komt dan in het centrum van de Ciutat Vella.

De modernistische Mercado Colón ligt tussen de Calle Jorge Juan en de in Jugendstil opgetrokken Conde Salvatierra de Alava. Suikergoedarchitectuur en neogotiek van architect Francesco de Mora y Berenguer. Je ziet het terug in de art-nouveau (hier ‘modernisme’ genoemd)  van de Mercado die eigenlijk zijn naam als markt niet meer verdient. Van enig marktgevoel is immers geen sprake. Op de begane grond zijn er bloemenstallen en luxe koffiebars te vinden. En in de sous-sol tref je onder andere de luxe traiteur en slager Manglano aan, desde 1955.

Het openbaar vervoer in Valencia is goed geregeld, hoewel we van de baliepoes van het Tourist Information geen overzicht hebben meegekregen waarop alle lijnen te zien zijn. Maar we slagen er desalniettemin in een lijn te vinden die ons uitwerpt in de buurt van het Palau de la Música, evenals de Ciudad de las Artes y Ciencias gelegen in de oude bedding van de Turia. Vrij nieuw (uit 1988) ligt het tussen twee waterloze bruggen, de Puente Aragón en de Puente Angel Custodio. Een muziekpaleis van glas, beton en marmer. Van buitenaf lijkt het op een gigantische serre voor exotische planten. Maar we hebben pech. Want hoewel onze vriend Trotter trots vermeldt dat het gebouw dagelijks vanaf tien uur tot half twee is geopend, is dat vandaag niet het geval. Er wordt druk gerepeteerd door een orkest dat er vanavond een uitvoering zal geven. Jammer, maar het is niet anders.

 

Een van de bijgebouwen, waarin exposities worden gehouden , biedt nog enige compensatie. De baliepoes trommelt speciaal voor ons een suppoost uit de hoed, waardoor we na een minuut of vijf wachten kunnen afdalen naar de bamboezaal. Eigenlijk is de tentoonstelling gisteren al beëindigd in het Atrio de los Bambús, maar geïnteresseerden die speciaal uit Nederland zijn gekomen voor de schilderijen van Blanca Camuñas. Daar kun je geen nee tegen zeggen. Helaas kunnen haar acrylbloemen me niet echt overtuigen, ondanks de professionele zwier waarmee ze op het doek zijn gezet.

 

August 20th, 2008

Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 6

Posted in: Travels — admin @ 8:32

Van IVAM naar El Kiosko, en van toros naar tapas

Ondanks de hitte zien we er niet van af een fikse wandeling te maken naar het IVAM, het Institut Valencia d’Art Modern, het in 1989 gebouwde museum voor moderne kunst aan de Calle de Guillem de Castro. Eerst het centrum door tot aan de Torres de Serranos, een van de overgebleven stadspoorten. En vervolgens in de schaduw van de hoge gebouwen van de Calle Blanquerias die langs de oevers van de voormalige Turia loopt, doorlopen tot aan de Puente de las Artes. Om de hoek ligt dan het grote nieuwe museum. Voor de prijs van 1 euro zijn we binnen, want de Valencia Card verschaft ons ook nog eens een subsidie van een euro.

 

Er zijn een paar tijdelijke tentoonstellingen. Zoals die van de bronzen sculpturen van de in Polen geboren Magdalena Abakanowicz. Een soort terracottaleger van brons, maar dan onthoofd, bevolkt de grote zaal. Wel indrukwekkend. Op een andere verdieping is de conceptuele kunst (schilderijen en beeldhouwwerken) te zien van de Madrileen Alberto Corazón. Niet alles vind ik mooi, maar zijn grote doeken die iets met vuur te maken hebben zijn op Europees topniveau. Zoals Aire, fuego, tierra, aire. Daarnaast val ik op zijn kleur blauw: indigo. Diepblauw als het heelal.

Het museum dankt zijn faam vooral aan de grote collectie van de Catalaanse beeldhouwer Julio González. IJzeren, door het kubisme beïnvloede werken waarvan ik er ook al een aantal in het Reina Sofía in Madrid had gezien. De voor hem gereserveerde ruimtes in het IVAM zijn echter deels ontvolkt, want veel blijkt uitgeleend.

Een andere min of meer vaste bewoner van het IVAM is de Valenciaan Ignacio Pinazo Camarlench (1849-1916), hier gewoon Pinazo genoemd. Impressionistische schilderijen die me in de verte aan Breitner doen denken. Vooral zijn strand- en zeegezichten doen me heel veel. Typische, doffe kleuren. Het meeste indruk op me maakt zijn kleine Pareja en la escollera uit 1907, een familie die zich heeft verzameld op het strand. De aan hem gewijde overzichtstentoonstelling zal nog tot 7 september duren.

Alle bussen in Valencia zijn voorzien van airco. Het is dus aantrekkelijk om er in te reizen. De bus vertrekt zowat voor het museum. Bij Xativa stappen we uit. Het is er stervensdruk. Om twee redenen. Naast elkaar liggen daar het Estación del Norte, het grote centrale treinstation van de stad. En ligt er aan de Plaza de Toros de grote arena, waar deze week vanwege de Feria de Julio elke dag aan het einde van de middag stierengevechten plaatsvinden. Grote drommen staan er al voor de ingang te wachten; om half zeven zal de corrida beginnen.

Eerst maar naar het Estación del Norte, een schitterend voorbeeld van Valenciaans modernisme uit het begin van de 20e eeuw. Van buiten lijkt het op een fantasiekasteel. Een brede witgele gevel met kantelen en andere ornamenten. Binnen bekleden fraaie tegelplateaus met realistische taferelen de hoge muren van de centrale hal. Houten gepolitoerde lambriseringen bij de loketten. En fraaie bolle Jugenstil-achtige lampen aan de met stukjes keramiek ingelegde ronde pilaren die het gewelf stutten.

Op de Plaza de Toros krioelt het van het volk. Vanaf de verschillende omlopen van de arena ziet het publiek dat al binnen is, toe. Meest mannen, en wat ouder. De Feria de Julio biedt brood en spelen. En hier nog eens bloed en spelen. Vijf avonden achtereen zullen er zes machtige en zwarte stieren hun leven offeren voor de spelende mensheid. Bloedend en stuiptrekkend neerstorten in het droge en gele Valenciaanse zand.

Verhit worden de laatste overgebleven tickets aan de kassa gekocht. Die zullen in de zon zijn, ongetwijfeld. Maar mocht ik een plek in de sombra, de schaduw, willen dan zijn er nog voldoende mogelijkheden. Verkopers van zwarte kaarten spreken me aan, maar ik wijs het af.

Aan de rand van de steeds meer opgewonden rakende menigte staan groepjes actievoerders. Vrijheid van meningsuiting die wordt gerespecteerd. Spandoeken en foto’s moeten duidelijk maken hoe gruwelijk het stierenvechten wel niet is. Por qué, por qué estos actos crueles?, staat er op de flyer die ik in mijn hand gedrukt krijg. Aan de ommezijde een foto van een hevig bloedende en snuivende stier waaronder de uitroepen: Mírame! Por favor, no permitas esto! De vooral uit oudere dames bestaande actievoerders ziet de meute met lede ogen aan. Het hol van de leeuw. 

Op de valreep maak ik nog wat foto’s van een paar in fraai uitgedoste kostuums picadores en toreadores die met een taxi worden aangevoerd. Klaar voor de strijd op leven en dood. De dood zal gereserveerd blijven voor de toro, het leven voor de goed betaalde helden die vandaag Julio Salguero of Adrian de Torres heten. Zij hebben schijt aan de exclamaties van het antistierenvechten comité: Basta! Tauromaquia Abolición!

Het loopt tegen achten als we terug zijn in het hotel. Het Museo de Cerámica staat op het punt zijn deuren voor vandaag te sluiten. Ook wij maken ons na een verfrissende douche op om de dag met een maaltijd te besluiten. Zonder in een dilemma te raken lopen we weer de tapasbar van El Kiosko binnen. De bedrijvige gitzwarte leptosome ober grijnst ons al tegemoet, als blik van herkenning. Met een snelle zwaai veegt hij de tafel schoon. En niet veel later slaagt hij erin mijn dorst te lessen met een caña. Gemma houdt zich bij haar glas tinto. Om wat variatie in het tapasmenu te brengen gaan we nu voor de bacalao mijas (flink gezouten stukken stokvis met gesnipperde rode pepers) naast een wat uitgebreidere ensalada. Ook de patatas bravas zijn weer van de partij, evenals wat sardinas a la plancha.

 

Voordat ik na middernacht nog even in American Psycho van Bret Easton Ellis duik, zitten we eerst nog een klein uurtje op het nachtelijke terras van Café Lisboa. Inderdaad, wat zou je ver lopen. En tradities moet je opbouwen. Ook in Valencia. Het nauwelijks hoorbare geluid van de zachtjes op en neer wiegende takken van de olijfboom lijkt het geroezemoes van de andere, druk pratende gasten iets anoniems te geven. Een zoemende bijenkorf. La Colmena, denk ik opeens. Van de Spaanse Nobelprijswinnaar Camilo José Cela. Moet ik ook weer eens herlezen. Alleen was dat in Madrid. En Valencia is de kleine uitvoering van de Spaanse hoofdstad. Dus eigenlijk kan de vergelijking wel. Maar daar heeft die voor Café Lisboa op en neer paraderende, in strak wit geklede travestiet geen weet van. Gebruind en met stevige nepborsten. Of zijn ze echt? Wat maakt het uit. In een bijenkorf doet iedereen zijn werk. Instinctief.

August 18th, 2008

Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 5

Posted in: Travels — admin @ 18:26

Het Tribunal de las Aguas gaat zonder conflict uiteen

Om half tien melden we ons weer op het terras van de Taberna de la Reina. Ontbijt. Aan de pleinkant is de politie bezig een buschauffeur te bekeuren omdat hij er niet mag parkeren. Wild gebarend staat hij met zijn armen te zwaaien. Tot mislukken gedoemde pogingen om zijn levende, maar bejaarde have weer in de bus te krijgen. Maar die is inmiddels uitgezwermd over het plein. Of de kathedraal in gelopen op zoek naar een volle aflaat. Dat gaat dus niet lukken. Ik zie de agent twijfelen. En de chauffeur een laatste kans geven. Om aan een forse boete te ontkomen mag hij ten slotte de bus starten en weg rijden. Tot ver na het middaguur zullen dolende bejaarden in het centrum van Valencia op zoek zijn naar hun bus.

 

De start is vandaag bij de Lonja de la Seda, de oude beurs voor zijdehandelaren die tegenover de Mercado Central ligt. Door de Unesco is het uit de 15e eeuw daterende gebouw op de werelderfgoedlijst geplaatst. Flamboyante gotische gotiek, waarbij met name de hoge, bijna dunne ineengestrengelde zuilen van de centrale hal indruk maken. Bijna naadloos lopen ze over in de prachtige bogen van het plafond. Op de eerste verdieping raak je vooral onder de indruk van de schitterende beschilderde caissonzolderingen. Op de rustige binnenplaats staan sinaasappelbomen. Echter zonder vrucht.

Als je weer door de hoge toegangspoort naar buiten stapt kijk je rechts van je onmiddellijk tegen de Italiaans barokke gevel van de Església des Santos Juanes op. En links daarvan de Mercado Central. Maar daar waren we al. Gisteren.

 

Om half twaalf nestelen we ons al op de trappen voor een van de zijingangen van de kathedraal, de Puerta de los Apóstoles, aan het Plaza de la Virgen. Elke donderdag, exact om twaalf uur ’s middags komt hier het zogenaamde Tribunal de las Aguas, de Waterrechtbank, bijeen. Een traditie die al sinds de Middeleeuwen bestaat. Op dit tijdstip komen steevast de vertegenwoordigers van de acht kanalen van de Valenciaanse huerta (de sinaasappelgaarden van de streek) bij elkaar om te praten over geschillen met betrekking tot de distributie van het irrigatiewater. En, uiteraard, om die geschillen op te lossen.

 

In de schaduw van het kerkportaal staan acht met bruin leer beklede stoelen in een cirkel. Om exact één minuut voor twaalf wijkt de toegestroomde menigte uiteen om de in een zwarte boerenkiel gestoken ‘rechters’ door te laten. Als de oude grijsharige boerenrechters (voor een periode van twee jaar gekozen) hebben plaatsgenomen, treedt de president van het gezelschap naar voren om achtereenvolgens alle gemeenten in de regio hardop te noemen. Om van de aanwezigen te horen of er conflicten te melden zijn. De rechtspraak verloopt volledig mondeling. Niets wordt op papier gezet. Alles gebeurt dus zonder assistentie van een griffier of een vergelijkbare ambtenaar. En zelfs onze eigen prins Willem-Alexander hoeft zijn kwaliteiten niet te gebruiken.

Want deze ochtend zijn er geen geschillen te melden. Er zijn geen verdachten opgeroepen, zodat de zitting al na een minuut of vijf wordt opgeheven. De toegestroomde menigte wijkt weer uiteen om het gezelschap bejaarde heren, voorafgegaan door hun president, door te laten. Alsof Mozes door de Rode Zee waadt, met het uitverkoren volk achter zich aan. De hele tijd heb ik vooraan achter het dikke touw dat om de cirkel heen staat gespannen, gezeten. Eerste rang op de publieke tribune. De foto’s zijn dus prima gelukt.

 

Van de Puerta de los Apóstoles sta je met een flinke hink-stap-sprong in de Basílica de los Desamparados (de basiliek van Onzie-Lieve-Vrouw van de behoeftigen). Het is een voor Spaanse begrippen redelijk ingetogen kerk (ondanks de imponerende beschilderde koepel), hoewel er de schutspatrones van de stad wordt vereerd. In Nederland uitgestorven rituelen als de biecht zijn hier in de volle openbaarheid te zien. Het meegaan met de technische ontwikkelingen is slechts zichtbaar op de plek van de priester. In zijn eikenhouten cabine is een ventilator aangebracht om enige verkoeling te brengen. Misschien niet alleen vanwege het klimaat buiten, maar ook vanwege de heftigheid van het opgebiechte zondenarsenaal waarbij je het zweet makkelijk kan uitbreken. Waarom zou de Valenciaanse katholiek een haar beter zijn dan zijn collega in de rest van de wereld?

 

Lunchtijd. In de Trotter-gids heb ik een restaurantje aangetroffen dat om de hoek ligt bij ons hotel, achter het barokke keramiekmuseum: je eet in een kleine, vrij alledaagse maar met airconditioning uitgeruste zaal, onder het aangrijpende portret van de stichters van het restaurant. De gids prijst het bovendien nog eens de hemel in dat het een lekkere keuken te bieden heeft. En nog goedkoop is ook. Mijn Bataafse karaktereigenschappen krijgen daardoor al snel de overhand.

 

 

Restaurante Utulielana is volledig met azulejos betegeld en wordt gerund door uitsluitend vrouwelijk personeel. Tegen de wanden veel personalia in de vorm van vergeelde brieven en foto’s. En er is een doorkijk naar de keuken toe. Veel buurtbewoners, vooral oudjes, schuiven dagelijks aan. In de praktijk betekent het dat de gisteren niet leeg gedronken fles wijn weer op tafel verschijnt. En dat er niet echt besteld hoeft te worden. In principe wordt hier het menu del día gegeten. Voor tien euri. Gewone pot: een salade, een met saffraan bereide schotel macaroni en een gegrild stuk varkensvlees. Een dagmenu dat zelfs voor de tandeloze oudjes om ons heen goed te veteren is.

August 16th, 2008

Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 4

Posted in: Travels — admin @ 12:20

Reizen door het heelal van de Ciudad de las Artes y las Ciencias

We wandelen rustig over de boulevard richting haven. Gelukkig geen hoogbouw. Hier in de verste verte geen toeristische geesten uit de fles zoals in Benidorm of Torremolinos. Er is zelfs zicht op de wat verwaarloosde huisjes van een van de vroegere kustdorpen. Wat in een enkel geval zelfs wat knullig aandoet. De stoffige parkeerplaatsen voor de badgasten mogen die naam eigenlijk nog niet eens hebben. Het massatoerisme lijkt hier nog in de kinderschoenen te staan. Terwijl er strand in overvloed is. In de verte heb ik zicht op wat parasols en niet bezette ligstoelen daaronder. Een enkele familie, de warmte van de flat in de binnenstad zat, spoedt zicht zeewaarts.

Uiteindelijk kom je in een wat meer bewoonde wereld, begint het weer op Valencia te lijken,  en rijgen zich tientallen paellarestaurants aaneen. Het strand van Las Arenas. Nog immenser dan het strand van la Malva-Rosa. Toch maar doorlopen. Tot je voor de haven staat, althans een gedeelte daarvan. Er worden op dit ogenblik tribunes gebouwd voor de Formule-1 die hier op 24 augustus verreden zal gaan worden. Valencia houdt van spektakel en ook autoraces horen daarbij. De stad is rijk en kan zich veel permitteren.

Daar steekt het wat sjofele terras van La Aduana, binnen de omheining van het haventerrein gelegen eigenlijk schril bij af. Het glas koele bier smaakt er niet minder om. Eigenlijk nog wel beter. Je kunt er ook eten, in La Aduana. Het ziet er goed uit, maar het is nog wat vroeg.

 

 

In de buurt van metrostation Neptú nemen we weer de bus. Stappen uit bij de kruising van de Avenide de Francia en de Puente Monteolivete, een van de vele bruggen die al jaren ligt droogt te zwemmen over de met veel groen aangeplante bedding van de Turia. Tussen de bomen door krijg je al snel zicht op de gelande interstellaire dromen van glas, beton en staal van de über-Valenciaan, de architect Santiago Calatrava. Inderdaad, we lopen in de richting van het galactische stadsdeel binnen Valencia, de Ciudad de las Artes y las Ciencias, in het Valenciaans consequent gespeld als Ciutat de les Arts i de les Ciènces. De bouw van deze Stad van de Kunst en de Wetenschappen begon in 1996 en werd pas in 2005 afgerond. Pas als je helemaal het park bent doorgelopen en zicht krijgt op het geheel, zie je pas hoe Calatrava uit zijn bol is gegaan. Architecturale fantasie die volledig geïnspireerd lijkt op de werelden van de science fiction. De imaginaire werelden van Isaac Asimov, Robert A. Heinlein en Arthur C. Clarke. Ik ben klaar voor een Space Odyssey 

 

Door een kale opsomming te geven van al dat spectaculairs waar je tegenaan kijkt doe je het geheel te kort. Maar goed, even in vogelvlucht dan, zoals ik van links naar rechts deze nieuwe planeet overzie.

 

Helemaal links zie ik het Oceanogràfic, het grootste oceanografische park van Europa. Bovengronds zijn er imponerende gebouwen, ondergronds gigantische aquaria, waarin de belangrijkste zee-ecosystemen van de wereld zijn te bewonderen. Door glazen tunnels wandelend baan je je er een weg door tropische en polaire zeeën. Wel 42 miljoen liter water en 45.000 zeebeesten liggen ter exploratie voor je

.

Vervolgens is er het hoge, ´getande´ Museu de les Ciènces Principe Felipe, een van de grootste wetenschappelijk musea ter wereld, hoewel volgens sommigen de collectie blijkt tegen te vallen. De buitenkant van het lange, smalle gebouw doet het allemaal denken aan het reusachtige skelet van een dinosaurus.

Helemaal achteraan, en doorlopend van het Museu de les Ciènces tot aan de volgende architectonische hoogstand loopt het Umbracle, een grote overkapte wandeltuin, waarvan de witte stalen bogen zich van onderop aan laten vreten door de opklimmende vegetatie.

Inmiddels is aan mijn rechterhand de Hemisfèric verschenen, een planetarium dat oogt als een gigantisch oog. De ‘wimpers’ (een halve cirkel van glas) kunnen open en dicht. Het ‘oog’ ligt midden in het water. Wat een hel speciaal effect geeft. In het binnenste zie je een grote bol waarin een grote IMAX-bioscoop is ingericht. De bol zelf is helemaal bekleed met kleine stukjes wit glanzend keramiek, à la Gaudi.

De apotheose van deze interstellaire stad zie ik helemaal aan mijn rechterhand. Het is het Palau de les Arts. De vorm is nauwelijks te beschrijven: een glanzend wit ovaal, met diverse aerodynamische uitsparingen, een gelande vliegende schotel lijkt het wel. De golvende geometrische vormen doen zowel denken aan op het water neerstrijkende vogel, als op de zilverwitte ruimtehelm van een astronaut. Jammer genoeg is het palau dat in zich een aantal grote zalen voor theater en opera herbergt, vandaag voor bezoek gesloten. Ik heb er nog over gemaild, maar helaas.

Een wezenlijk bestanddeel van deze science fiction stad zijn de grote waterpartijen. De zinderend witte gebouwen vragen om reflectie in het turquoise water dat in de vorm van waterlopen, vijvers, kanaaltjes en bassins over het gehele terrein is verdeeld. Zo krijgt de drooggelegde Turia er toch nog wat van zijn oorspronkelijkheid terug. En zo knipper je met je ogen onder het kleurengeweld: het azuurblauw van de lucht, het wit van de ciudad van Calatrava en het turquoise van het water. Een beeld dat zich voor altijd op je netvlies brandt.  

 

Alvorens aan onze ruimtewandeling te beginnen moet er eerst wat gegeten worden. Aan de voet van het Museu de les Ciènces is er sprake van enige catering. Alles, meubilair en nering, zijn in stijl gehouden. Wit dus. Geen afval op tafels of grond. Het wordt een eenvoudige maaltijd met een café con leche en wat bocadillos jamón. Pas daarna gaan we eerst ondergronds in de Hemisfèric. Er is net een voorstelling afgelopen. Maar daar komen we eigenlijk niet voor. Dus staan we even later weer in felle zonlicht. Om naar de buurman over te lopen. Na de tassen door de scan te hebben laten glijden mogen we het Museu de les Ciènces in. Hooggewelfd, dat zeker. En een en al bedrijvigheid binnen. Door het glas in het dak kijk je zo de ruimte in. Eerst de lucht boven Valencia. En dan beyond.

 

Dan naar de overzijde, naar de beschaduwde, bijna gotisch aandoende, witte  overkapping van de Umbracle. Veel gebroken Gaudi-keramiek. Ook aan de buitenzijde, waar over een lengte van wel 150 meter paarse trechters van gebroken keramiek het geheel ook nog eens een nautisch aspect geven.

 

Met korting vanwege onze Valencia Card, maar nog altijd voor bijna 20 euri per persoon, melden we ons aan de poort van het Oceanogràfic. Het loopt tegen half vijf en de dolfijnenshow staat op het punt te beginnen. De suppoosten leiden je gehaast naar de tribunes, die al nagenoeg vol zit met uitgelaten belevenisvee. Wat ik altijd heb proberen te vermijden zal ik nu meemaken. Buitelende dolfijnen, in slagorde uit het water springende dolfijnen, dolfijnen die in volle vaart door het bassin scheuren, hun dompteurs op hun  rug, snaterende dolfijnen, hoelahoepende dolfijnen, kortom: het lijken net synchroonzwemsters op de Olympische Spelen. Wat typisch des dolfijns is, ontgaat me even. Maar velen in het publiek zullen het me uit kunnen leggen.

 

Interessanter zijn de verschillende gigantische aquaria die zich onder aardniveau bevinden. Een vaste route brengt je over alle wereldzeeën, tropisch, subtropisch of Atlantisch. Mediterraan of polair. Interoceanisch, of bestaat dat woord niet eens? De onderwaterwereld blijft boeiend, al is het maar vanwege de duizenden vormen, afmetingen, kleuren en andere in het oog springende eigenschappen van de natte flora en fauna. Natuurlijk imponeren de scherp getande haaien (zo weggezwommen uit Jaws) en de schuddebuikende zeeleeuwen. Maar misschien vind ik de kleine doorzichtige, zich peristaltisch voortbewegende witte kwallen in het fluorblauw water nog wel het meest fascinerend. Een eenvoudig waterbestaan en van een pure buitenaardse schoonheid.

 

 

Vanaf het Oceanogràfic is goed te zien hoe er aan de expansie van het heelal van Santiago Calatrava wordt gewerkt. Een nieuwe brug, sterk lijkend op de Puente Alamillo in Sevilla, is bijna klaar. De kabels staan al strakgetrokken tegen de schuin naar voren hellende pyloon. En ook een groot nieuw galactisch gebouw heeft zich al meer dan tien meter hoog uit het oppervlak van de ciudad van deze planeet omhoog gewerkt. 

 

Het is genoeg geweest. Ook van ruimtewandelingen word je moe. De bus dan maar. Lijn 35 van de EMT brengt je binnen een kwartier terug in het hart van de stad. De realiteit van het Plaza de Ayuntamiento. Snel een terras zoeken en een caña bestellen. Want de benen beginnen dienst te weigeren. Voor de gewone Valenciaan nadert het einde van de werkdag, en dat is te zien. De bussen zitten vol. Met mensen en zwaarbeladen tassen. Zara en La Corte Inglés. Of gewoon met een zwarte aktetas onder de arm. Maar anderen spoelen net als wij de hitte van de dag van zich af met een consumptie op een van de vele kleine terrassen in de zijstraten van het Plaza de Ayuntamiento.

 

Om half tien vinden we nog net een vrije tafel in tapasbar El Kiosko, op de hoek van de Calle Derechos en het Plaza Doctor  Collado. Naast de vaste stamgasten en eters uit de buurt zijn verschillende tafeltjes bezet door toeristen. Het is nagenoeg vol. Het vrij kleine etablissement is geheel betegeld met azulejos en spiegels. Vanwege de warmte buiten zijn de schuiframen naar boven open geschoven. De kaart laat je de keuze uit een behoorlijk assortiment tapas. En daar kwamen we voor.

 

Na de ensalada valenciana starten we pas echt met gloeiend hete, in olijfolie pruttelende gambas ajillo. Knoflook werkt immers heilzaam op de bloeddruk. Even later is de kleine, vierkante tafel gevuld met patates pobre (in olijfolie gebakken aardappeltjes met saffraan en aïoli) en huevas de sepia (witte moten van de inktvis die onder de grill gelegen hebben). Om het in te laten dalen bestellen we tot twee keer toe een copa de tinto. Zo die zit.

 

Voor het digestief lopen we naar buiten en besluiten niet meer dan tien meter verder te lopen. Op het Plaza Doctor Collado is op het terras onder de eeuwenoude olijfboom nog net één tafeltje vrij bij Café Lisboa. Ook hier weer een mix van buurtbewoners en toeristen, vooral jongeren. Het wordt meer van hetzelfde. Tinto, dus maar. De nacht is in middels als een warme deken over de stad gevallen. In het gelige licht van het wat ontredderde pleintje spelen nog wat kinderen. Opgeschoten pubers staan wat stoer te doen als er een roedel blonde meiden voorbij trekt. Verder heerst er het rustgevende gezoem van een bijenkorf. Morgen komt er weer een dag. En de nacht is een glijbaan. In de verte klink de doffe  gebronsde klank van de klok in de Micalet. Mañana is al vandaag.

August 14th, 2008

Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 3

Posted in: Travels — admin @ 19:00

De buik van Valencia: de Mercado Central

Half negen is het. Uitgeslapen aan de dag beginnen. Buiten klimt de temperatuur al snel naar de voorspelde dertig graden. Binnen heerst voorlopig nog de aangename koelte van mister airco. Geruisloos heeft hij ons door de nacht geloodst.

Ontbijten in Spanje doe je buiten de deur. Het ontbijtbuffet in het hotel laten we daarom schieten. Een goed alternatief vind je op het terras van de Taberna de la Reina op, inderdaad, het Plaza de la Reina. Lekker in de nog lange ochtendschaduw. De grote hitte moet nog komen. Voor 2,40 euri eet je hier een dubbele tostada con tomate. Tomatenpulp met olijfolie uitgesmeerd over een tweetal geroosterde stukken stokbrood. Om je heen zie je de stad in beweging komen. Wat verlate ambtenaren snellen keurig in het pak met een stapel papieren onder de arm naar kantoor. Kromgebogen oudjes scharrelen wat rond in de ochtendzon. De stadsreiniging is in vol bedrijf. En de rode bussen van EMT rijden af en aan het plein op. De al volop in de zon badende toren van de Micalet ziet dat het goed is.

 

Na wat omtrekkende bewegingen via het hotel (ik moet mijn tanden nog poetsen) en de in de nabijheid gelegen Iglesia Abadi zijn we terug bij de Mercado Central. Van zeven uur ’s morgens tot drie uur ’s middags geopend. Juichende gietijzeren overkappingen, muren vol keramiek en ramen met veel glas-in-lood geven ruimte aan zo’n 8000 vierkante meter handel. Het is een van de grootste markthallen van Europa, en wat mij betreft ook misschien wel de mooiste. Een gebouw in Spaans modernistische stijl opgetrokken, met op de trotse koepel de wel erg opvallende groen-gouden windwijzer die hier la cotorra del Mercat genoemd wordt. Een verwijzing naar de drukte en de geuren in het binnenste van de markt.

 

Wat de vroegere Hallen voor de Parijzenaar waren (door Emile Zola voor eeuwig en treffend vastgelegd in zijn roman l’Assommoir), dat is de Mercado Central voor de hongerige Valenciaan. Alles wat de ingewanden kan strelen is er te koop. Vers, en van hoge kwaliteit. Hier kan geen hypermercado aan de rand van de stad tegen op.

De drukte valt alleszins mee, maar gezien de oppervlakte kan dat eigenlijk ook niet anders. Een compleet dorp dat uit uitsluitend kleine winkels bestaat. De ene groenten- en fruitwinkel na de andere. Er is plek voor tientallen slagers en traiteurs. En natuurlijk is er het walhalla van de visafdeling. Het armzalig assortiment dat in Nederland te krijgen is lijkt iets van een andere, visloze planeet. Gelukkig is de Spanjaard een viseter.

Dus wurmen we ons met veel plezier door de hoge muren van opgetast fruit, de zakken met noten en kruiden in de minimarkets van de verduras y frutas. Of de diepvriesbakken naast de stapels eieren en melkproducten van de lacteos y congelatos. Maar het gaat pas echt lekken uit de mond bij het naderen van de Iberische hammen. Jamón Serrano naast Jamón Aragon. Doodzonde om ze niet je mond te laten smelten. Maar verder gat het weer, De hallen met de zeedieren. Velen nog levend. En zo worden ze ook aangeprezen: anguiles vives (levende paling) in grote bakken, cigalas de playa, todas vivas (levende, roze kreeften) of de kleine schelpdieren die cañillas de cullera blijken te heten, ook nog vivas. Maar ze zijn niet te zien, want ze hebben zich teruggetrokken in hun grillige kalkstenen huis.

 

Met een kilo dikke zwarte kersen in een bruine papieren zak en een aantal paraguayos, een platte ovalen vrucht die een kruising lijkt tussen een perzik en een appel, stappen we na een tijd weer de hitte van de dag in.

 

Op het Plaza de Ayuntamiento nemen we de rode stadsbus van EMT (lijn19) naar de kust, de stranden van Valencia. De zee is voor de Valencianen niet iets wat vanzelfsprekend bij de stad hoort. Het strandleven is ook voor de burgers van de stad een uitje, veel meer dan in bijvoorbeeld Barcelona, Málaga of Cádiz. We stappen op een van de eerste haltes in de lange Calle dr. Lluch, vlakbij het strand van La Malva-Rosa. En plotseling sta je dan over een immense gele zandvlakte naar het stralend blauwe water van de zee te staren. Met de ogen half dicht geknepen, want de zon is inmiddels gemeen fel geworden. Het is immers rond het middaguur.

August 12th, 2008

Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 2

Posted in: Travels — admin @ 20:41

Van Plaza Redonda naar Plaza de Ayuntamiento

Het vlakbij gelegen Plaza Redonda is een aparte bezienswaardigheid. Ondanks het feit dat alles eromheen in de steigers staat en gerestaureerd wordt heeft het hart van het pleintje zijn volle charme behouden. En dat al sinds 1839! Een intiem rond pleintje met een waterput in het midden. Het geheel lijkt op een mini uitvoering van een stierenarena. In de Valenciaanse volksmond wordt het el clot genoemd (‘het gat’), en zo ziet het er ook uit. Alsof je midden in het Panorama Mesdag staat. Gietijzeren pilaren steunen de houten overkapping waaronder een vijftiental garen- en bandwinkeltjes schuilgaan. En er is een klein restaurant gevestigd bij een van de ingangen. Maar er is ook keramiek te koop. En kleine huishoudelijke artikelen. Op dit uur van de dag zijn de minishops niet allemaal geopend, maar het oogt allemaal zeer pittoresk. Je zou er zo in willen graaien, in die met zorg gemaakte spullen van Bordados Pili y Amparín, de Hilaturas Alegre, of de kanten tafelkleedjes van Mari Capella Brodats of anders wel de minibazaar van Mercería A Morante.

De Mercado Central, niet ver van de Plaza Redonda vandaan, is helaas gesloten. Dagelijks tot drie uur ’s middags in vol bedrijf, maar nu dus niet, het is immers al een uur of vijf in de middag. Dan maar een glas bier op een terras in een van de smalle zijstraten. De eerste caña van deze week in Valencia. Een Estrella Damm. Het zal niet de laatste zijn. Wat opvalt is dat de Spanjaarden ook steeds meer aan het bier zijn, wat de consumptie van wijn aanzienlijk doet afnemen. Maar met deze temperaturen zet een gekoeld glas bier meer zoden aan de dijk. Lest de dorst voor even beter. Over mijn glas heen kijk ik naar het fantastische bouwwerk van deze overkapte markt. Het bezoek aan de Mercado moet nog een dag of wat wachten. Verder dus maar. 

 

Het Plaza del Ayuntamiento is het echte bruisende hart van de stad. Een bijenkorf van mensen en verkeer. Een driehoekig plein met een uitspatting aan 19e- en vroeg 20e-eeuwse, triomfalistische gebouwen. Het stadhuis (uit het begin van de 20e eeuw) dringt zich al van verre op, in een Valenciaanse versie van het modernisme dat ‘vervuild’ wordt door obscene sporen van barok en gotiek. Maar wat maakt het allemaal uit?

 

Het meest in het oog springende gebouw is het verblindend witte classicistische, uit 1923 daterende Edificio de Correos dat veel weg heeft van zijn al even megalomane collega in Madrid. Terwijl in Nederland de postkantoren een reutelende doodsstrijd uitvechten, lijkt het alsof het hier nooit genoeg kan zijn. Alle reden om er naar binnen te stappen.

Het meest imponeert de ovalen gietijzeren koepel met glas-in-lood die de hoge hal iets koninklijks geeft. Ondertussen gaat het bedrijf op de vloer gewoon door. Je trekt een nummer bij de ingang en wacht totdat je aan de beurt bent. Voor een spaartransactie, het versturen van een groot pakket naar familie in Galicië, of gewoon om een setje sellos te kopen. Ondanks de namiddagdrukte gaat alles heel relaxt in zijn werk. Het kan natuurlijk ook dat je hier voor een moment naar binnen vlucht om de verzengde hitte van buiten even van je af te schudden.

 

 

Een korte pitstop in het hotel. Al is het maar voor enige verkoeling. De airco staat op 19 graden, dus dat is wel even cold turkey. Hoewel het nog aan de vroege kant is (een uur of half negen), toch maar de stad in om wat te eten. Alleen voor de landing tegen het middaguur nog wat gegeten, en een knorrende maag is dan geen verrassing. Het is even zoeken om de juiste selectie te maken, maar ten slotte strijken we neer op een klein terras met uitzicht op de kathedraal, in een van de zijstraten van het Plaza de la Reina. De Valenciaanse families werken hun late paseo af, en kinderen liggen wat te rommelen op straat. De meeste mensen lijken voor hun avondronde hun zondagse kleren uit de kast gehaald te hebben. Het wordt nu snel donker, en gelig licht strijkt over de nog warme muren van de catedral.

Het wordt een eenvoudige, doch voedzame maaltijd: na de verkoelende gazpacho andaluz komen de sardinas en de bacalao, beiden  a la plancha op tafel. Met een eenvoudige ensalada en een dieprode fles tinto de la casa wordt het compleet. De schade valt aan het einde alleszins mee: 40,30 euri. Kom daar in Nederland eens om.

 

 

Het wordt geen latertje vanavond, want vanmorgen kraaide de haan al bijtijds. Vijf uur was het, en dat laat zich voelen tegen middernacht. Maar het is geen straf om je na een korte avondwandeling door het centrum van de stad over te geven aan de bedwelmende armen van Morpheus. Die rustig op je staat te wachten in kamer 109 van Meliá Inglés.

 

August 11th, 2008

Valencia: tapas op de Feria van Calatrava 1

Posted in: Travels — admin @ 19:38

Hotel Meliá Inglés *** in Valencia: in het hart van de stad

 

Vanmorgen vertrekken we om 9.20 uur vanaf Maastricht-Aachen Airport naar Valencia. Vroeg opstaan dus, want Ryanair verwacht dat iedereen minstens 40 minuten voor vertrek ingecheckt heeft. Daarna gaan onverbiddelijk de balies dicht. De auto parkeer ik voor acht dagen en tegen betaling van 43 euri (achteraf) op het vliegveld. De Boeing 737-800 vertrekt nagenoeg op tijd. Om 11.45 uur trek ik in Valencia de meegevoerde bagage van de belt. De metro is snel gevonden. Voor 1,80 euri sta je na een kwartier bovengronds bij station Xativa. En is er een taxi die je even na het middaguur afzet bij het hotel: Hotel Meliá Inglés, in het oude centrum, naast het beroemde Palau van de Marqués de Dos Aguas. Achter de uitzinnige rococo van de gevels gaat tegenwoordig het Museu Nacional de Cerámica schuil.

De zon. Die hebben we lange tijd in Nederland niet gezien. Dat was dan ook de reden dat ik vier dagen geleden pas de vlucht naar Valencia geboekt heb. De herfstachtige temperaturen en de regen van de eerste juliweken hebben het op hun geweten. Maar het doet weldadig aan, ook al is ons in Nederland ook enige zomer toegezegd, de komende dagen. We hebben het maar niet afgewacht. 

Hotel Meliá Inglés is gevestigd in een oud 18e-eeuws paleis dat destijds toebehoorde aan de adellijke familie van de hertogen van Cardona. In 1920 is het bijna opnieuw opgetrokken en daarna in 1998 nog eens volledig gerenoveerd.

Hotel Meliá Inglés is een oase van rust, maar misschien is het schijn, want we arriveren in siëstatijd. Bij de reservering heb ik gevraagd om een room at the quiet streetside. En dat blijkt ook zo te zijn. Kamer 109 is ruim en koel. Gelukkig geen ratelende aircobak, maar een exemplaar dat op kousenvoeten de lucht koelt. Na een minuut of tien wachten in het bargedeelte (de kamer is nog niet helemaal schoon gemaakt) trekken we naar binnen. Spullen ophangen in de grote spiegelkast. Even opfrissen in de ruime badkamer. En we zijn er klaar voor. De stad in, dus, ondanks de hitte, die misschien voor zomerse Spaanse begrippen alleszins redelijk te noemen is: 28 graden.

 

 

Om de hoek ligt de lange, brede Calle de la Paz, die voor mij na een minuut uitkomt op het Plaza de la Reina, een van de centrale pleinen van de stad. Je hebt er meteen een paar grote bezienswaardigheden te pakken, zoals het kathedraal complet (Catedral y Basilica), en de Miguelete toren, in het Valenciaans Micalet genoemd. Niet naar binnen, daar hebben we nog tijd genoeg voor. Eerst de atmosfeer van de stad opsnuiven. Via het annex gelegen Plaze de la Virgen met de Basilica de la Virgen de los Desemparadores (de heilige Maagd van de behoeftigen, de patrones van de stad) gaat het richting Turia. Nog niet zolang geleden een brede rivier, die de stad vaak op verwoestende wijze op zijn kop zette als het water weer eens te veel en te woest was voor de toch aanzienlijke bedding. Maar nu een groene slingerende long van wel elf kilometer door de stad, tot aan de zee. Het water van de Turia zoekt zijn weg naar het zoute water van de Middellandse zee nu door een prozaïsch kanaal dat aan de zuidzijde van de stad zijn overtolligheid kwijt kan. 

 

In het kantoor van de Valenciaanse Tourist Information op het Plaza de la Reina schaffen we ons ondertussen een driedaagse Valencia Card aan. Voor gratis openbaar vervoer, en ook nog kortingen op entrees bij musea. En zelfs bij bepaalde restaurants. Voor 18 euri per persoon ben je onder de pannen. Vandaag zullen we er nog geen gebruik van maken, want daarvoor zijn we te laat gestart. Uiteraard stop ik ook nog wat andere folders en plattegronden in mijn schoudertas.

 

Tot aan de Puente del Real, een brug met schitterende oude beeldhouwwerken, lopen we over de schaduwrijke promenade. Bij het Plaza Tetuan vervolgens schuin rechtsaf, weer richting centrum van de stad. Uiteindelijk bereiken we weer de Calle de la Paz en het Plaza de la Reina. Tijd voor een verfrissende consumptie. Dat wordt een zogenaamde horchata bij horchataría El Siglo die hier, opzij van het Plaza de la Reina, al sinds 1836 gevestigd is op het kleine Plaza Santa Catalina. De melkachtige drank met een achteraffe amandelsmaak wordt bereid door chufas te pletten (kleine knollen van aardamandel), en dit goedje aan te lengen met water en suiker.

VALENCIA: tapas op de Feria van Calatrava

Posted in: Travels — admin @ 11:24

Pas geleden naar Valencia geweest. Een van de weinige steden in Spanje die ik nog niet ken. En ik moet zeggen dat het een feest is geweest. Zowel cultureel als culinair. Een stad die je gelijk weet in te pakken.

Uiteraard speelde ook het klimaat een allesoverheersende rol. De FERIA DE JULIO zal ik proberen ook een volgende keer niet te missen. De komende tijd zal ik er in verschillende afleveringen verslag over doen. Met veel beeldmateriaal.

 foto: De Hemisfèric van Santiago Calatrava in de Ciudad de las Artes y de las Ciencias

 
  • ON THE ROAD naar Santiago de Compostela

  • Sint Jacobus leidt me door braamstruiken en naar bierloze cafés

  • New York op doek: nieuwe schilderijen

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 20

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 19

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 18

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 17

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 16

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 15

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 14

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 13

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 12

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 11

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 9

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 8

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 7

  • Christo in Central Park New York

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 6

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 5

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 4

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 3

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 2

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 1

  • Sleepless in Manhattan - intro

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 17

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 16

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 15

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 14

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 13

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 12

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 11

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 9

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 8

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 7

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 6

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 5

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 4

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 3

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 1

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico García Lorca 1

  • BINNENKORT IN DIT THEATER: ANDALUSIË

  • Hermitage: het zomerpaleis van Nicolaas II aan de Amstel

  • Wajauw? Met Ahmed Marcouch en Hans Laroes naar Brooklyn aan de Maas

  • Luik: van nu en toen, van Calatrava en Les Olivettes

  • Geen Pim Pandoer, wel Beethoven in ’s Heerenberg

  • Spaanse La Notte in het Hollandse Slot Loevestein

  • Van Gogh en de kleuren van de nacht in Amsterdam

  • Opnieuw de ruimte in: A Space Odyssey 2

  • Schilderen: een lange winter met gebrande omber sienna

  • Paradise by the dashboard light

  • Shipbreaking op doek. Met dank aan Edward Burtynsky - Work in Progress

  • Ode Maritima aan Fernando Pessoa

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 16

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 15

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 14

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 13

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 12

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 11

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 10

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 9

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 8

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 7

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 6

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 5

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 4

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 3

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 2

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 1

  • MANHATTAN TRANSFER

  • Corrida aan het einde van de Indian Summer

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 14

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 13

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 12

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 11

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 10

  • Intermezzo: Lucien zingt Lee Towers

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 9

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 8

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 7

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 6

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 5

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 4

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 3

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 2

  • Valencia: tapas op de Feria van Calatrava 1

  • VALENCIA: tapas op de Feria van Calatrava

  • Feria Andaluza in Boom België, of all places

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 15 / slot

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 14

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 13

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 12

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 11

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 10

  • Powered by ME :) !! en MainCore
    Blog (c) WordPress 1.5 Theme created by McMike and Mr-Godd