
Reizen door het heelal van de Ciudad de las Artes y las Ciencias
We wandelen rustig over de boulevard richting haven. Gelukkig geen hoogbouw. Hier in de verste verte geen toeristische geesten uit de fles zoals in Benidorm of Torremolinos. Er is zelfs zicht op de wat verwaarloosde huisjes van een van de vroegere kustdorpen. Wat in een enkel geval zelfs wat knullig aandoet. De stoffige parkeerplaatsen voor de badgasten mogen die naam eigenlijk nog niet eens hebben. Het massatoerisme lijkt hier nog in de kinderschoenen te staan. Terwijl er strand in overvloed is. In de verte heb ik zicht op wat parasols en niet bezette ligstoelen daaronder. Een enkele familie, de warmte van de flat in de binnenstad zat, spoedt zicht zeewaarts.

Uiteindelijk kom je in een wat meer bewoonde wereld, begint het weer op Valencia te lijken, en rijgen zich tientallen paellarestaurants aaneen. Het strand van Las Arenas. Nog immenser dan het strand van la Malva-Rosa. Toch maar doorlopen. Tot je voor de haven staat, althans een gedeelte daarvan. Er worden op dit ogenblik tribunes gebouwd voor de Formule-1 die hier op 24 augustus verreden zal gaan worden. Valencia houdt van spektakel en ook autoraces horen daarbij. De stad is rijk en kan zich veel permitteren.
Daar steekt het wat sjofele terras van La Aduana, binnen de omheining van het haventerrein gelegen eigenlijk schril bij af. Het glas koele bier smaakt er niet minder om. Eigenlijk nog wel beter. Je kunt er ook eten, in La Aduana. Het ziet er goed uit, maar het is nog wat vroeg.

In de buurt van metrostation Neptú nemen we weer de bus. Stappen uit bij de kruising van de Avenide de Francia en de Puente Monteolivete, een van de vele bruggen die al jaren ligt droogt te zwemmen over de met veel groen aangeplante bedding van de Turia. Tussen de bomen door krijg je al snel zicht op de gelande interstellaire dromen van glas, beton en staal van de über-Valenciaan, de architect Santiago Calatrava. Inderdaad, we lopen in de richting van het galactische stadsdeel binnen Valencia, de Ciudad de las Artes y las Ciencias, in het Valenciaans consequent gespeld als Ciutat de les Arts i de les Ciènces. De bouw van deze Stad van de Kunst en de Wetenschappen begon in 1996 en werd pas in 2005 afgerond. Pas als je helemaal het park bent doorgelopen en zicht krijgt op het geheel, zie je pas hoe Calatrava uit zijn bol is gegaan. Architecturale fantasie die volledig geïnspireerd lijkt op de werelden van de science fiction. De imaginaire werelden van Isaac Asimov, Robert A. Heinlein en Arthur C. Clarke. Ik ben klaar voor een Space Odyssey.

Door een kale opsomming te geven van al dat spectaculairs waar je tegenaan kijkt doe je het geheel te kort. Maar goed, even in vogelvlucht dan, zoals ik van links naar rechts deze nieuwe planeet overzie.
Helemaal links zie ik het Oceanogràfic, het grootste oceanografische park van Europa. Bovengronds zijn er imponerende gebouwen, ondergronds gigantische aquaria, waarin de belangrijkste zee-ecosystemen van de wereld zijn te bewonderen. Door glazen tunnels wandelend baan je je er een weg door tropische en polaire zeeën. Wel 42 miljoen liter water en 45.000 zeebeesten liggen ter exploratie voor je
.

Vervolgens is er het hoge, ´getande´ Museu de les Ciènces Principe Felipe, een van de grootste wetenschappelijk musea ter wereld, hoewel volgens sommigen de collectie blijkt tegen te vallen. De buitenkant van het lange, smalle gebouw doet het allemaal denken aan het reusachtige skelet van een dinosaurus.
Helemaal achteraan, en doorlopend van het Museu de les Ciènces tot aan de volgende architectonische hoogstand loopt het Umbracle, een grote overkapte wandeltuin, waarvan de witte stalen bogen zich van onderop aan laten vreten door de opklimmende vegetatie.
Inmiddels is aan mijn rechterhand de Hemisfèric verschenen, een planetarium dat oogt als een gigantisch oog. De ‘wimpers’ (een halve cirkel van glas) kunnen open en dicht. Het ‘oog’ ligt midden in het water. Wat een hel speciaal effect geeft. In het binnenste zie je een grote bol waarin een grote IMAX-bioscoop is ingericht. De bol zelf is helemaal bekleed met kleine stukjes wit glanzend keramiek, à la Gaudi.

De apotheose van deze interstellaire stad zie ik helemaal aan mijn rechterhand. Het is het Palau de les Arts. De vorm is nauwelijks te beschrijven: een glanzend wit ovaal, met diverse aerodynamische uitsparingen, een gelande vliegende schotel lijkt het wel. De golvende geometrische vormen doen zowel denken aan op het water neerstrijkende vogel, als op de zilverwitte ruimtehelm van een astronaut. Jammer genoeg is het palau dat in zich een aantal grote zalen voor theater en opera herbergt, vandaag voor bezoek gesloten. Ik heb er nog over gemaild, maar helaas.
Een wezenlijk bestanddeel van deze science fiction stad zijn de grote waterpartijen. De zinderend witte gebouwen vragen om reflectie in het turquoise water dat in de vorm van waterlopen, vijvers, kanaaltjes en bassins over het gehele terrein is verdeeld. Zo krijgt de drooggelegde Turia er toch nog wat van zijn oorspronkelijkheid terug. En zo knipper je met je ogen onder het kleurengeweld: het azuurblauw van de lucht, het wit van de ciudad van Calatrava en het turquoise van het water. Een beeld dat zich voor altijd op je netvlies brandt.

Alvorens aan onze ruimtewandeling te beginnen moet er eerst wat gegeten worden. Aan de voet van het Museu de les Ciènces is er sprake van enige catering. Alles, meubilair en nering, zijn in stijl gehouden. Wit dus. Geen afval op tafels of grond. Het wordt een eenvoudige maaltijd met een café con leche en wat bocadillos jamón. Pas daarna gaan we eerst ondergronds in de Hemisfèric. Er is net een voorstelling afgelopen. Maar daar komen we eigenlijk niet voor. Dus staan we even later weer in felle zonlicht. Om naar de buurman over te lopen. Na de tassen door de scan te hebben laten glijden mogen we het Museu de les Ciènces in. Hooggewelfd, dat zeker. En een en al bedrijvigheid binnen. Door het glas in het dak kijk je zo de ruimte in. Eerst de lucht boven Valencia. En dan beyond.
Dan naar de overzijde, naar de beschaduwde, bijna gotisch aandoende, witte overkapping van de Umbracle. Veel gebroken Gaudi-keramiek. Ook aan de buitenzijde, waar over een lengte van wel 150 meter paarse trechters van gebroken keramiek het geheel ook nog eens een nautisch aspect geven.

Met korting vanwege onze Valencia Card, maar nog altijd voor bijna 20 euri per persoon, melden we ons aan de poort van het Oceanogràfic. Het loopt tegen half vijf en de dolfijnenshow staat op het punt te beginnen. De suppoosten leiden je gehaast naar de tribunes, die al nagenoeg vol zit met uitgelaten belevenisvee. Wat ik altijd heb proberen te vermijden zal ik nu meemaken. Buitelende dolfijnen, in slagorde uit het water springende dolfijnen, dolfijnen die in volle vaart door het bassin scheuren, hun dompteurs op hun rug, snaterende dolfijnen, hoelahoepende dolfijnen, kortom: het lijken net synchroonzwemsters op de Olympische Spelen. Wat typisch des dolfijns is, ontgaat me even. Maar velen in het publiek zullen het me uit kunnen leggen.
Interessanter zijn de verschillende gigantische aquaria die zich onder aardniveau bevinden. Een vaste route brengt je over alle wereldzeeën, tropisch, subtropisch of Atlantisch. Mediterraan of polair. Interoceanisch, of bestaat dat woord niet eens? De onderwaterwereld blijft boeiend, al is het maar vanwege de duizenden vormen, afmetingen, kleuren en andere in het oog springende eigenschappen van de natte flora en fauna. Natuurlijk imponeren de scherp getande haaien (zo weggezwommen uit Jaws) en de schuddebuikende zeeleeuwen. Maar misschien vind ik de kleine doorzichtige, zich peristaltisch voortbewegende witte kwallen in het fluorblauw water nog wel het meest fascinerend. Een eenvoudig waterbestaan en van een pure buitenaardse schoonheid.

Vanaf het Oceanogràfic is goed te zien hoe er aan de expansie van het heelal van Santiago Calatrava wordt gewerkt. Een nieuwe brug, sterk lijkend op de Puente Alamillo in Sevilla, is bijna klaar. De kabels staan al strakgetrokken tegen de schuin naar voren hellende pyloon. En ook een groot nieuw galactisch gebouw heeft zich al meer dan tien meter hoog uit het oppervlak van de ciudad van deze planeet omhoog gewerkt.

Het is genoeg geweest. Ook van ruimtewandelingen word je moe. De bus dan maar. Lijn 35 van de EMT brengt je binnen een kwartier terug in het hart van de stad. De realiteit van het Plaza de Ayuntamiento. Snel een terras zoeken en een caña bestellen. Want de benen beginnen dienst te weigeren. Voor de gewone Valenciaan nadert het einde van de werkdag, en dat is te zien. De bussen zitten vol. Met mensen en zwaarbeladen tassen. Zara en La Corte Inglés. Of gewoon met een zwarte aktetas onder de arm. Maar anderen spoelen net als wij de hitte van de dag van zich af met een consumptie op een van de vele kleine terrassen in de zijstraten van het Plaza de Ayuntamiento.

Om half tien vinden we nog net een vrije tafel in tapasbar El Kiosko, op de hoek van de Calle Derechos en het Plaza Doctor Collado. Naast de vaste stamgasten en eters uit de buurt zijn verschillende tafeltjes bezet door toeristen. Het is nagenoeg vol. Het vrij kleine etablissement is geheel betegeld met azulejos en spiegels. Vanwege de warmte buiten zijn de schuiframen naar boven open geschoven. De kaart laat je de keuze uit een behoorlijk assortiment tapas. En daar kwamen we voor.
Na de ensalada valenciana starten we pas echt met gloeiend hete, in olijfolie pruttelende gambas ajillo. Knoflook werkt immers heilzaam op de bloeddruk. Even later is de kleine, vierkante tafel gevuld met patates pobre (in olijfolie gebakken aardappeltjes met saffraan en aïoli) en huevas de sepia (witte moten van de inktvis die onder de grill gelegen hebben). Om het in te laten dalen bestellen we tot twee keer toe een copa de tinto. Zo die zit.

Voor het digestief lopen we naar buiten en besluiten niet meer dan tien meter verder te lopen. Op het Plaza Doctor Collado is op het terras onder de eeuwenoude olijfboom nog net één tafeltje vrij bij Café Lisboa. Ook hier weer een mix van buurtbewoners en toeristen, vooral jongeren. Het wordt meer van hetzelfde. Tinto, dus maar. De nacht is in middels als een warme deken over de stad gevallen. In het gelige licht van het wat ontredderde pleintje spelen nog wat kinderen. Opgeschoten pubers staan wat stoer te doen als er een roedel blonde meiden voorbij trekt. Verder heerst er het rustgevende gezoem van een bijenkorf. Morgen komt er weer een dag. En de nacht is een glijbaan. In de verte klink de doffe gebronsde klank van de klok in de Micalet. Mañana is al vandaag.