May 30th, 2008

Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 11

Posted in: Travels — admin @ 16:17

Tarifa: Les Paradis Artificiels van Dos Mares

Inchecken in Dos Mares. En dan de bungalow in. Een ruime slaapkamer, die uitzicht biedt op een breed wit zandstrand en kalme azuurblauwe zee. Aan de overzijde de vage contouren van het vasteland van Marokko. Palmen en andere subtropische vegetatie voor de deur. Je waant je op Tahiti. Naast de slaap- en zitkamer met één grote spiegelwand (waarachter kastruimte) is er een zeer ruime, marmeren badkamer. En buiten een terras met ligbedden. De auto kan voor de deur worden geparkeerd. Ik denk aan de Franse dichter Baudelaire en aan zijn dichtbundel Les Paradis Artificiels, kunstmatige paradijzen, dus. Dat lijkt het hier bijna. Maar Dos Mares is absoluut niet artificiel. Het is de fantastische werkelijkheid.

 

 

Omdat we geen bandhanddoeken hebben meegenomen, en toch even naar het strand willen, halen we die maar – gratis – af bij de balie van het hotel. En dan het brede, bijna lege witte zandstrand op. Een paar kitesurfers zijn druk bezig hun ‘vlieger’ op te laten zodat ze te water kunnen. En als dat lukt gaat het met een sneltreinvaart de zee op. Schuimend water spat op, en binnen no time zijn ze uit het zicht verdwenen. Dankzij de krachtige wind.

 

Die is inderdaad zo krachtig dat we na een paar minuten maar besluiten in een beschutte duinpan te gaan liggen. Gezandstraald worden kan altijd nog. Een uur of wat houden we het vol. Boven ons een strakblauwe azuren lucht. Voor ons een reep wit fijn zand, en daarachter de Estrecho van Gibraltar met kleine schuimkoppen. Een enkele strandwandelaar. En verder een weldadige rust. En warmte.

 

 

Terug bij de bungalow ga ik opnieuw een uur gestrekt. Die ligbedden staan hier immers niet voor niks. Bovendien heb ik last van een grote blaar onder mijn linker grote teen. Die prik ik door, maar het euvel is daarmee nog niet verholpen. Ik denk er minder aan, als ik verder lees in The Sheltering Sky van Paul Bowles. Hij zat destijds – zestig jaar geleden – aan de overkant van het water, veertig kilometer hemelsbreed, er zwoegend aan te schrijven. Tanger. Onder zijn Dak van de Hemel. In zijn eigen paradis artificiel van hasjisch en kif.

 

 

 

Hij werd wakker en opende zijn ogen. De kamer zei hem weinig; hij was nog te diep verzonken in het onbewuste waar hij zoëven nog vertoefde. Hij miste de kracht om zijn plaats in tijd en ruimte te bepalen, en had daar ook geen zin in. Hij bevond zich ergens, door uitgestrekte gebieden was hij van nergens teruggekeerd.   

 

 

Maar ik ben geen Port Moresby. De enige overeenkomst is dat ook ik na enige tijd als verdoofd opschrik uit mijn siësta. Het geluid van de branding en de wind hebben resultaat gehad met hun sirenenzang. Ik neem mijn boek weer ter hand. En lees meer dan een half uur door.

 

Hotel Dos Mares heeft veel meer te bieden dan we in deze paar dagen aan kunnen. Morgen zijn we bijvoorbeeld de hele dag in Tanger. En de dag daarna gaan we al weer weg, om ’s middags vanuit Málaga het vliegtuig naar huis te nemen. We kunnen dus niet of nauwelijks gebruik maken van het redelijke grote, en tegen de wind beschutte zwembad, de massage- en fitnessvoorzieningen, en de verschillende bars. Ook rij ik geen paard of ga ik me te buiten aan kitesurfen. Maar dan is er altijd nog het restaurant. En eten moet je toch. 

 

 

We hebben nauwelijks van het voorgerecht en de in een koeler gereed staande witte Tierra Blanca (uit Medina Sidonia) geproeft, of de verlichting valt uit. En niet alleen in het restaurant, maar in het hele ressort. Maar obers en keukenpersoneel zijn er blijkbaar op voorbereid, want in no time worden overal kaarsen aangestoken. Toch nog een dinner by candle light, dus. De maaltijd (veel gegrilde zeedieren) smaakt er niet minder om.

 

Omdat ook in onze bungalow de elektriciteit is uitgevallen, geeft de oberkelner ons nog een paar kaarsen en lucifers mee. En toch blijft er een probleem. Paspoorten en creditcards heb ik in de elektrische bediende kluis opgeborgen. En die is dus met geen mogelijkheid open te krijgen. En morgenvroeg is het om acht uur inchecken geblazen voor de oversteek naar Tanger. Wat nu?

 

 

Gelukkig floept om twee uur ’s nachts de verlichting aan in onze kamer. Snel toets ik de code in van de kluis, en haal alles er maar uit. Je weet maar nooit, of de elektriciteit het nog een keer gaat uitvallen vannacht. Even later zak ik weer weg in de handen van Morpheus. Zelfs het geluid van de zacht aanrollende branding aan het strand dringt al niet meer tot me door. Ik bevind me al in mijn paradis artificiels. En boven mij is er de Sheltering Sky van Al Andalus. Geruststellende gedachten…

 

 

 

 

 

May 28th, 2008

Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 10

Posted in: Travels — admin @ 13:10

Cádiz: peepshow vanaf de Torre Tavira

De Torre Tavira, op de hoek van de calle Sacramento en de Calle Marqués del Real Tesoro, is een 18e-eeuwse wachttoren die hoog boven de stad uitkijkt  over stad, land en zee. In het verleden (18e eeuw) waren er meer dan 125 van deze torens (miradores genoemd) in de stad. Meestal waren ze gebouwd op de huizen en paleizen van de rijke reders van Cádiz.. Ze hadden vooral de functie om de eigen schepen in de gaten te houden, maar ook om vroeg alarm te slaan wanneer er piraterij vanuit zee dreigde. Er zijn er momenteel nog een tiental over. De 45 meter hoge Torre Tavira is er daar één van; en is te bezoeken. Voor 4 euri per persoon. Dat doen we dus.

 

 

De grote attractie van deze toren is een camera obscura (cámara oscura), verbonden is aan een periscoop, met een panorama van 360 graden over de stad en de zee. Via een spiegel en een lens in de periscoop wordt het beeld van buiten geprojecteerd op een grote holle, witte ‘wokschotel’ binnen in het gebouw. Doordat de periscoop kan draaien kun je de stad helemaal bekijken. Je kunt zelfs inzoomen op details. Dat wordt voor de vijftien belangstellenden van deze middag allemaal letterlijk in beeld gebracht door een jonge, vrouwelijke toeristische gids.

We staan in het pikkedonker te luisteren naar haar standaard afgedraaide toelichting, terwijl ze met de periscoop jongleert om ons de hele stad, tot in detail, te laten zien. Een kuise peepshow vanaf de Torre Tavira, want de geobserveerde vrouwen van Cádiz hangen keurig de waste drogen op hun grote terrassen op de huizen, of geven de planten water. Verder is het siësta, weinig activiteit dus. Zelfs niet in de slaapkamers. 

 

 

In de toren zelf is er op de verschillende verdiepingen nog een expositie ingericht waarbij ook aandacht wordt geschonken aan de andere vroegere miradores van de stad. Zelfs is er een tekening van Hergé waarin Kuifje staat afgebeeld op een van de uitkijktorens. Op de bovenste verdieping is een buitenterras. Vandaar heb je een schitterend uitzicht over de stad. Vanaf hierboven kun je goed zien hoezeer de oude mercado central onder handen genomen wordt.

 

 

Weer terug op de begane grond, is het alleen nog maar warmer geworden in de stad. In de schaduw slenteren we via het Plaza San Juan de Dios naar de kathedraal. Vorig jaar bezochten we daar in de crypte het graf van de Spaanse componist Manuel de Falla (1876-1948). En belanden we ten slotte weer op het Plaza las Flores voor een cerveza. En besluiten vervolgens de parken van het oude centrum te doen.

 

Allereerst het Parque del Genovèse. In het weekend (dus vandaag) is het een van de plekken waar de inwoners van de stad graag flaneren. Vlak bij het park ligt – met uitzicht op zee – Hotel Atlantico, een van de schitterende paradores van Spanje. De bomen (veel coniferen) in het park zijn in allerlei vormen gesnoeid en lijken op surrealistische vormen uit de schilderijen van De Chirico.

Het stadspark aan de Alameda Apodaca  is eigenlijk nog fraaiere, althans gevarieerder van inrichting. Gigantische ficusbomen, waarvan de omtrek van de stam zo’n tien meter bedraagt staan verspreid tussen de waterbassins, de fonteinen en de met azulejos betegelde banken. Tussen het groen door is er zich op de zee. En het licht van de zon speelt zijn spel van clair en obscur. Een oase van rust, op deze zaterdagmiddag. Of achter die façade van al die kleuren groen toch de zindering van Bunuel?

 

 

Dan slaan we weer het oude centrum in. Via het Plaza San Antonio beland je natuur toch weer op een plek op een of ander terras. Dit keer is dat op het Plaza de Mina, een plein dat verborgen ligt onder in de weldadige schaduw van oude bomen. Aan het ene einde van het plein ligt het Museo de Cádiz met veel archeologische vondsten uit de tijd van de Feniciërs. Maar de topattracties zijn de schilderijen van Francisco de Zurbarán. En toch gaan we er niet naar binnen. Meer dan een uur lang genieten we achter een glas tinto van dit volkse plein. Op deze zaterdagmiddag zijn hele families – oud en jong, dik en dun, mooi en lelijk – op hun zondags uitgedost en relaxen met wat spelletjes, het voeren van de uit de lucht vallende vogels, of gewoon door op en neer te kuieren. De meisjes hebben nog strikken in het lange haar. En de jongetjes bedelen om een ballon of een kauwgum. Aan die verlokkingen kan door de ouders tegemoet worden gekomen als om half zes de kiosk open gaat. Onmiddellijk wordt die bestormd en wordt het lange wachten beloond met een pakje vogelzaad. Of een plastic neppistool. Of gewoon een zak snoep. Want met zoetigheid wordt de jeugd hier vetgemest. Dat is – helaas – maar al te goed te zien. In heel Spanje woedt deze vorm van suikerziekte, overigens.

 

 

 

Als we – de volgende statie dient zich aan – even later het Plaza San Francisco op wandelen, lopen we (alweer!) een bruiloftsgezelschap in de armen. Het is net of we daar een abonnement op hebben. De heren streng in donker pak met stropdas. De dames uitbundig kleurrijk in het lang. En het zijn niet de lelijkste meiden die voor deze bruiloft zijn uitgenodigd. De receptie vindt midden op straat plaats, voor de hoofdingang van de San Francisco. Van de pastoor geen spoor. Die heeft zijn werk gedaan. En om van het tafereel te genieten, zoeken we maar weer een terrasfauteuil op voor het volgende aperitief. Tot San Francisco met bronzen slagen aangeeft dat het negen uur is. Het sein om op te krassen, en in de richting van het vlakbij gelegen Hostellería Las Cortes de Cádiz te lopen. Even verfrissen voordat we aan tafel schuiven. 

 

 

Eten doen we in El Madrileño op het Plaza da Mina. Buiten op het plein spelen nog onvermoeibaar de kinderen van het oude Cádiz, van een afstand gade geslagen door een van de ouders of grootouders. Inmiddels hebben zich ook de vrijende paartjes bij het pleinpubliek gevoegd en wordt er gevlooid en gelikt dat het een aard heeft. Ook lopen er nogal wat passagiers, afkomstig van de verschillende cruiseschepen rond te dolen, op zoek naar een authentieke eetgelegenheid. Je bent immers niet zomaar in Cádiz. De menu kaart van El Madrileño belooft veel, maar het uiteindelijke resultaat staat niet in verhouding tot de prijs. Het is smakelijk, maar we hadden meer verwacht. Volgende keer beter. Dan maar een laatste glas, om middernacht op het Plaza Juan de Dios.

May 25th, 2008

Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 9

Posted in: Travels — admin @ 9:09

Buenas Noches in Hostellería Las Cortes de Cádiz

Om 9.00 uur rijden we weg uit El Borge. De gelokte kop van Che Guevara op het bord van de naar hem genoemde avenida kijkt ons na. Even daarvoor heb ik bij de dochter van Celina de sleutel van Casa Garcia Lorca ingeleverd. Alweer een week vakantie voorbij. Tempus fugit. De zon schijnt, en er is nog 300 kilometer te gaan. Cádiz, is de bestemming van vandaag, helemaal aan de westkust van Spanje, en aan de rand van Andalusië. Cádiz is een van de oudste steden van Europa. Ooit was het berucht: een gore havenstad vol bars en bordelen. Sinds een aantal jaren is het behoorlijk op de schop genomen en zijn de sporen van de talloze liederlijke levens aan de haven zo goed als onzichtbaar gemaakt. Tegenwoordig meren er gigantische cruisschepen aan, en die vervoeren nette, maar vooral kapitaalkrachtige passagiers.

 

 

Het is ons tweede bezoek aan de stad binnen een jaar. Afgelopen zomer was het zo goed bevallen dat we er nog een nacht terug willen. En met Radio Granada Fiesta uit de speakers van de autoradio rijdt het ook nog lekker door op deze zaterdag. Geen files, zelfs niet bij Málaga.  

 

 

De route is bekend. Ik neem tegen betaling van een paar euri aan tolgelden de autopista. En dus zie je niks van Marbella, en andere uit de kluiten gewoekerde steden aan de Costa del Sol. Misschien maar beter ook. Na zo’’ n 150 kilometer doemt Gibraltar als een gigantische puntige tiet op uit zee. De makaken op de rots zullen ons echter niet te zien krijgen vandaag. Ze zijn bovendien Brits. Na Gibraltar wordt het land golvend en groen, en uiteindelijk zullen de duizend windmolens van Tarifa in het vizier komen. Het zal ongetwijfeld voordelig zijn voor het Spaanse elektriciteitsnet, deze stroomopwekking via windenergie, maar het is een gruwelijke verkrachting van het schitterende landschap. Streng in het gelid klapwieken de puntige, witte wieken door de lucht. Wind is hier altijd wel voorradig. In geen velden of wegen is er een Don Quichote te zien.

 

 

En groen blijft het, zeker in het gebied tussen Tarifa en Cádiz. Roestbruine, dik bevachte koeien grazen in dat groen dat het een aard heeft. En zo nu en dan heb je een snelle doorkijk naar de brede zandstranden van Barbate en andere Atlantische paradijzen. Aan de overzijde van de Estrecho doemen de vage contouren op van een volgend continent. Afrika. De kust van Marokko. En de Spaanse wachtpost daar ter plekke. Ceuta.

 

 

Cádiz is een overzichtelijke stad van zo’n 160.000 inwoners, en ligt aan het uiteinde van een smalle landtong die een kilometer of tien uitsteekt in de Atlantische Oceaan. Via de brede Avenida de Andalucía passeer je aan weerszijden het opgepoetste nieuwe Cádiz. Helder en transparant. Maar wat wil je ook met aan alle kanten lucht, licht en water.

 

Pas na de monumentale oude stadpoorten van de Puertas de Tierra maakt Cádiz zich weer breed, en rijd je de oude stad in. Uiteraard wordt ook de oude stad volledig omringd door water. In de verte hoor je de zware hoorns van scheepstoeters.

 

 

 

Hoewel ik een parkeergarage heb geboekt bij het hotel, blijkt dat niet nodig te zijn. Ik parkeer mijn Peugeot bij het kantoor van de Maritieme Douane, aan de haven. Omdat het weekend is hoeft er ook nog niet eens voor betaald te worden. Omdat de Calle San Francisco waaraan het hotel ligt een voetgangersstraat is, kan ik er niet met de auto voor rijden. Maar een taxi brengt ons tot op zo’n twintig meter afstand en zet ons af in een wel erg smalle zijstraat ervan.

 

 

Hostellería Las Cortes de Cádiz ligt, zoals gewild, midden in het oude centrum van de stad. Vijf hoge verdiepingen en prachtige geel-witte patio’s in het centrale open deel. Fraai vormgegeven balustrades en elke grote kamer heeft niet alleen een geheel eigen inrichting, maar ook een eigen naam. Wij zullen deze nacht logeren in Agustín de Argüelles. De man blijkt een vooraanstaand politicus geweest te zijn en een van de co-auteurs van de Spaanse Grondwet van 1812. De eerste in Spanje. En geredigeerd in Cádiz. Aan de wanden van de kamer leggen teksten nog eens uit hoe belangrijk hij wel niet geweest is voor Spanje. Zelfs de afschaffing van de slavernij heeft hij op zijn geweten. Van verdere studie zien we af. Maar vanavond, als we in het brede bed kruipen, zullen we zijn buenas noches wel horen. 

 

 

Ondertussen een uur of een geworden, als we de koffers hebben uitgepakt. Het begint zo langzamerhand op lunchtijd te lijken. De stad is er klaar voor. En wij ook. Bovendien is het buiten zonnig en warm, en lokken de terrassen.

 

Omdat het vinden van een goede plek onderhevig is aan een embarras du choix, lunchen we gewoon – na wat omtrekkende bewegingen – op twee plekken. De eerste keer op een terras een kleine tostada met kaas en ham. En de voortzetting op de Plaza de las Flores, waar de zaterdagse bloemenmarkt nog in volle gang is. Het is er gezellig druk. Geen, of nauwelijks toeristen. Bijna alleen de autochtonen die ook hun maag willen vullen. We hebben vanaf ons terras zicht op het merkwaardige postkantoor aan de linkerkant. Even verderop waren we al langs de uit 1836 stammende Mercado Central gelopen, een van de weinige oude markten van Spanje die niet overdekt zijn. Overigens: we kunnen er niet naar binnen, omdat de oude markt volledig wordt gerestaureerd. Ad hoc is er vlak bij een kleinere markt van plastic en multiplex opgetrokken. Wel druk, maar haalt het niet bij de bijna twee eeuwen oude mercado. 

 

 

Na de lunch ijs na als dessert. Gewoon twee mega-bollen in een hoorn. Een oude zigeunerin die naast mij aan de ijstoonbank staat met een lekkend ijsje geeft aan dat het hier het lekkerste ijs van de wereld betreft. Weet zij veel? In ieder geval kent zij IJssalon Clevers in Grubbenvorst niet. Die heeft al twee of drie keer de nationale award van ‘beste ijssalon’ in ontvangst mogen nemen. Maar niet chagrijnig doen: ik geef aan dat ik deze hoorn met ijs erg lekker vind. Vrouwtje tevreden.

 

En dan nu verder Cádiz in, want daar kwamen we voor. Maar Cádiz voelt vanmiddag klef aan vanwege de hoge luchtvochtigheid die blijft hangen in de smalle straatjes.

 

 

May 21st, 2008

Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 8

Posted in: Travels — admin @ 8:13

Competa: maar de dag eindigt in

La Posada del Bandolero

Op de autoradio surfen we afwisselend tussen Radio Sun/FM (for residents, tourists and business), die zelfs delen uitzendt in het Nederlands, en Radio Granada Fiesta. De laatste wint het ten slotte, als we op weg zijn naar Compéta (hoogte 640 m). Compéta is een van de vele pueblos blancos van Andalusië. Het ligt aan het einde van een lanherekt dal, ver weg van het massatoerisme. En het heeft de natuur lettelijk als achtertuin met een enorm natuurpark van 42.000 hectare en de indrukwekke Maroma van 2067 meter hoogte. In de nabijheid liggen de bergketens van de Tejeda en de Almijara. 

 De weg er naar toe zigzagt behoorlijk; na Torrox aan de kust klimt de weg snel omhoog. Al bij de eerste serieuze haarspeldbocht is het raak. Een donkerblauwe Renault Laguna ligt ondersteboven op het talud, een paar meter naar beneden. Op de weg staat een man te bellen. De eigenaar of de ontdekker van de vier in de lucht stekende wielen? Omdat achter ons een auto rijdt, zijn we verplicht door te rijden.

Het is verder rustig op de weg naar Cómpeta. Soms is het oppassen voor een afdalend vrachtwagen. Maar vaker hebben we een fraai zicht op de azuurblauwe zee die steeds dieper naar beneden zakt. Een exuberant landschap aan beide zijden. Veel bloemen. Andalusië in de lente.

 

Ik parkeer mijn auto aan de rand van het dorp. In het kleine gebouwtje van de Tourist Information dat vlakbij ligt, worden we ontvangen door een jonge, vriendelijke Andalusische die ons van het nodige materiaal voorziet. Onder andere over de aanstaande Día del Níspero op 4 mei in Sayalonga, het centrum van de níspero-cultuur, op een paar kilometer van Cómpeta. Helaas zijn we op die datum al weer terug in Nederland. Als troost krijg ik nog wel een affiche mee. En een paar nísperos, om de dorst te lessen. 

 

De wandeling niet het centrum duurt maar een minuut of vijf en is redelijk steil. Cómpeta zelf is aardig verpest door Engelse makelaars. Kortom, het is een te toeristisch oord geworden. Wat niet wegneemt dat het een gezellig pueblo blanco is. Het centrale pleintje, de Plaza Almijara, is bijna volledig gevuld met Engelse toeristen als we nog net een plek vinden aan een van de tafeltjes, onder een ferme parasol. Geen koffie dit keer, maar een ordinair glas cola. De klok van het kleine kerkje, op datzelfde plein, slaat elf. De Iglesia de

la Ascunción wordt stevig onder handen genomen door twee struise Andalusische vrouwen. Met lange rollers zijn ze de buitenmuren van de voorkant van de kerk aan het witten. Dat moet snel drogen hier, want de temperatuur is inmiddels al opgelopen tot 26 graden. Aan de dorpspomp vult een groep bejaarde Engelsen de plastic flessen met water: klaar voor een wandeling door het bergland in de omgeving.

 

Niet dat er veel loos is in dit dorp. Alleen ligt het halve centrum van het dorp open vanwege bouwactiviteiten. Een enorm gat gaapt: de plek waar een nieuw en groot hotel gebouwd zal worden. Om nog meer Europeanen uit het kille noorden van het continent met warmte te ontvangen Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië.

Toch maar even de Iglesia de

la Ascunción in. Klein, intiem en sfeervol. Schitterende beelden van Jezus en Maria. Volledig aangekleed, zoals in de meeste kerken in het zuiden van Spanje. Het heeft wel wat, die met fraaie kleding omhangen gipsen beelden.

Om een uur of half twee zijn we terug aan de kust, in Torre del Mar om precies te zijn. De donkerblauwe Renault Laguna ligt nog steeds op zijn rug te spartelen bij Torrox. Nu staat er een andere kerel, druk gesticulerend, midden op de weg te bellen, met politie of een of andere hulpverleningsinstantie. Erg snel zijn die blijkbaar niet. Hebben hun siësta. 

Een snelle lunch met een paar tostadas in El Ingenio. En even bij Eroski de nieuwe Spaanse editie (inclusiede banda sonora compuesta por el autor) van

La Sombra del Viento van Carlos Ruiz Zafón gekocht. Een exemplaar voor mezelf, en een ander exemplaar voor vrienden thuis. Inmiddels zijn er wereldwijd tien miljoen van verkocht. Ondanks het succes blijf ik het een 19e eeuwse roman vinden. Veel geromantiseerde passages. Niet echt van deze tijd. Ik schaf de editie vooral aan om mijn Spaans te verbeteren. Leg er thuis de Nederlandstalige editie naast.

 

Hoewel vandaag in El Borge officieel het feest van San Marcos gevierd wordt, is er in het dorp niks van te merken. Alleen Celen heeft een paar dagen geleden aangegeven op die dag het er eens van te nemen: eten en drinken, dus. We bouwen dan maar ons eigens feestje.

We eten in

La Posada del Bandolero, in El Borge. In het restaurant barst het van de parafernalia (jachtgeweren, pistolen, hoeden) die het leven van de roemruchte bandiet in ere moeten houden. In verschillende muurkranten achter glas wordt er uitgebreid aandacht besteed aan de strooptochten van El Bizco Arborge, las aventuras de un bandolero que ya es leyenda. Maar wij kwamen er om te eten.

Voor nog geen 35 euri eten we met zijn tweeën het volgende weg. Berenjenas (aubergines) con miel vooraf. Daaena een Sopa de Picadillo (bouillonsoep met baco en ei), en als hoofdgerecht een Rosada Plancha (gegrilde vis). Rioja tijdens, café solo na. Het is smakelijk bereid, en het is dorp is volledig aan het weekend begonnen, als we naar buiten stappen. Het geluid dat normaal door de openstaande ramen van Bar Paco naar buiten golft, wordt nu overstemd door de treurmarsen van de plaatselijke fanfare. Ik had het kunnen weten: vrijdagavond is de wekelijkse repetitieavond.

In juli zat de minsten 125 kilo wegende drummer-dirigent nog badend in het zweet, in zijn blote dikke pens, achter zijn drumstel de maat te slaan. Vanavond houdt hij de kleren aan, maar gaat niet minder enthousiast te keer. Als we naar binnen stappen, herkent hij me. Stopt de muziek om me de hand te reiken. Daarna spoort hij de in bus-opstelling zittende fanfareleden weer aan om verder te gaan met het vals spelen van hun Siciliaans klinkende dodenmarsen. Ik maak foto’s en zelfs een filmpje. Zodat we weer thuis er ook nog een keer van kunnen genieten. 

 

San Marcos heeft vanavond gezorgd voor subtropische nachttemperaturen. En opeens zijn er ook cafés, bars en eethuizen open die normaal gesloten blijven. Ondertussen golft het geluid van de fanfare door de nauwe trapstraatjes van El Borge, omhoog en omlaag. Zelfs de honden die het dan meestal op een keffen zetten, houden zich gedeisd. De kerkklok slaat middernacht. En we drinken onze laatste fles rioja leeg. Morgenvroeg vertrekken we naar Cádiz. Driehonderd kilometer westwaarts.

May 18th, 2008

Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 7

Posted in: Travels — admin @ 14:07

Málaga: Nostalgias en blanco y negro in Meson Caudiles

Met Granada nog in de benen houden we het vandaag dichter bij huis: Málaga. Het weer ziet er voortreffelijk uit, en in de loop van de dag zal de temperatuur oplopen tot 26 graden. Zeebriesje erbij. Ideale omstandigheden voor een city-trip.

 

Om half elf uit El Borge vertrokken, nagestaard door een paar oudjes, die zich onder een strohoed in de schaduw van een boom neer geplant hebben bij de dorpspoort. Voor de rest van de dag. En die duurt nog wel even. 

De Peugeot 307 Azul Oscuro parkeer ik op de laatst overgebleven plek bij het Malagueta strand, dicht bij de vuurtoren, aan de rand van het centrum. Ook bij vorige bezoeken aan Málaga lukt het steeds mijn auto hier kwijt te raken. En vandaag voor nul euri zelfs. Vanaf deze plek is het hoogstens een minuut of tien slenteren naar de kathedraal.

 

Maar eerst wordt het de arena aan de Plaza de Toros. Steeds voorbij gelopen, maar nu komt het er toch van. Het is zeker niet de mooiste arena van Spanje (die van Ronda vind ik nog steeds het mooist), maar helemaal te verwaarlozen is hij zeker niet. De toegangsdeuren staan wijd open. En je kunt zonder iemand te treffen naar binnen lopen. Dat doe ik dus ook. Eerst snuffel ik wat rond bij de hokken waarin normaal gesproken de zwarte stieren hun hoeven scherpen en hun neusgaten schoon blazen. Nu is er geen spoor van opgehitst toro-vlees te zien. Dan maar door de hoofdingang naar binnen. Ook daar kun je vrijelijk naar binnen. In de passages die naar de tribunes leiden is het koel en stil. In de arena zelf is een torero net klaar met wat droog-oefenen. De felle zon spat uiteen in het gele zand van de ronde arena, verblindt me. Geen waas van stierenbloed. De tribunes zijn oorverdovend leeg. Geen golven van gejoel of schetterende muziek die de entree van de matadores aankondigt.

Hoewel er ook nog een museo taurino in de arena gevestigd is, zie ik af van verdere inspectie. Misschien vanmiddag terugkomen voor de muerte en la tarde? Maar Hemingway kan ik het niet meer vragen. Hem doodde geen stier, maar een kogel uit zijn eigen geweer, a shotgun bast to his head. Idaho, 2 juli 1961. Dan is het toch nog altijd beter als weldoorvoede stier te sterven in een arena in Andalusië. Zelfs die van Málaga leent zich er voor. 

 

Via de botanische tuinen van de Jardines de Pedro Luís Alonso (bloemen, waterbassins, sinasappelbomen, cypressen, kruiden etc.) lopen we naar het centrum. Daarnaast staan er een paar gebouwen van allure in het groen: het stadhuis (Ayuntamiento de Málaga), de Banco de España en het Rectorado de

la Universidad de Málaga, met erg fraaie gevelpartijen.

 

 

Drie maal is scheepsrecht: deze keer is de Iglesia del Sagrario open voor publiek. De kerk is kleiner en intiemer dan het zich van buitenaf liet aanzien, maar wel sfeervol. Meer een grote kapel. Met een van kurkbast gemaakte Lourdesgrot op een centrale plek in het midden. Net als veel kerken is ook deze door de reyes católicos gebouwd. Uiteraard op de plek waar eerst een moskee stond: wéér een overwinningstrofee op de Moren!

Op het Plaza de

la Contitución vinden we het tijd voor een café solo. Het centrum oogt redelijk uitgestorven op deze zonnige dag, ondanks het tijdstip (half twaalf ’s morgens). In de brede winkelstraat Marqués de Larrios is over de hele lengte een foto-expositie te zien. Terwijl Gemma wat kledingzaken af struint (en natuurlijk weer iets van haar gading vindt), verdiep ik me in de oude Spaanse films. Nostalgias en blanco y negro (1915-1975), is de titel van de expositie: 60 años de cine español. Es una exposición formada por 80 fotografías seleccionadas a partir de más de 2000 archivos fotográficos. Vooral de wat oudere Spanjaarden blijken – niet verwonderlijk – geïnteresseerd. Vooral het zwart- wit op de panelen heft impact, hier in het felle zonlicht, in de brede, luxe winkelstraat. 

Tijd voor de lunch! Lastig selecteren: een tapas-bar of toch maar een normaal restaurant? Het wordt een restaurant in de Calle Fresca, Meson Caudiles. Het zit is vol. Een goed teken. Dat nog eens onderstreept wordt door een wat ouder Spaans echtpaar dat net naar buiten stapt en ons over de streep trekt door ook nog eens aan te geven dat niet alleen erg lekker is, maar ook nog muy barato. Goedkoop, dus. Onze Hollandse zuinigheid wordt geprikkeld. Ze blijken niks teveel te hebben beloofd. Kwaliteit voor relatief weinig geld. Want voor 37,50 euri spoelen we met een fles tinto en een fles agua een heerlijke salada mixta en dikke moten gegrilde tonijn gegarneerd met nog wat lossige groenten weg.

Zelfs aan de bar staat het vol met ambtenaren en andere werklui die in hun middagpauze snel wat raciones tapas naar binnen slaan. Met wijn, uiteraard. Want na tienen drinkt de Spanjaard geen sloten koffie meer.

 

Vlak bij de ingang zit een wat ouder stel, waarvan de vrouwelijke helft doet denken aan Sofia Loren en hij Marcello Mastroïanni speelt. Beiden natuurlijk met een oversized zonnebril. En uitbundig gekleed. Even weg van de set. Una Gionata Particolare in Málaga.  Of toch Nostalgias en blanco y negro? Maar in dit geval dan in dit geval niet als posterpresentatie in de Marqués de Larrios, maar gewoon in het wild, etend en drinkend aan een kleine houten tafel op drie meter afstand.

Het digestief bestaat uit een stadwandeling. Er zijn er verschillende voorgeprogrammeerd door de Tourist Information van Málaga: van Málaga Picassiana en Málaga Sacra tot Málaga Romántica. Het wordt uiteindelijk Málaga Tradicional. Een verkeerde keuze, blijkt drie kwartier later. De wandeling voert weliswaar door oude gedeelten van het centrum, maar op vele plekken wordt druk gerestaureerd (zoals de prachtige Mercado de Atarazanas waar je dus niet binnen kunt), slecht verbouwd en heerst er een pokkenherrie. Bovendien krijgen we een breed scala aan graffiti te zien. Ook kunst, toegegeven, maar daar kwamen we toch niet voor. Is er dan helemaal niks interessants te melden? Natuurlijk wel. Maar een aantal hotspots van de wandeling hebben we ’s morgens (de vuurtoren, de arena) of bij andere bezoeken (Plaza de

la Merced , Plaza de

la Marina ) aan Málaga al gezien. Aan het einde wijken we van het voorgeschreven pad af en steken de rivier over, en lopen langs het water (dat meer gesuggereerd wordt dan er daadwerkelijk door de betonnen bedding loopt). Maar de promenade die er langs loopt, is relatief nieuw en fraai, hoewel ook hier al veel sporen van vernielingen te zien zijn. Over de Puente de

la Esperanza
(hoop op betere tijden en meer ontzag voor de architectuur, hoop ik maar) lopen we terug het centrum in, naar de Alameda Principal. 
 

Weer behoefte aan groen, en minder aan steen. Terug dus naar het begin van de dag: de Jardin Mediterránneo, hét park van Málaga, aan de zeezijde van de stad. Botanische exuberantie, schitterend aangelegd, met brede wandelpaden. Zeg maar gerust: een boulevard in de botanische tuinen van Málaga. Hibiscus, mimosa, verschillende cactussen en agaves, een waaier van verschillende boomsoorten, bloemen. Lente, dus. Ondanks het even verderop voorbij razende verkeer aan de ene kant, en de havenactiviteiten aan de andere, lijkt de bewoonde wereld ver weg, als je door de uitbundige tropische vegetatie wandelt.

 

Even relaxen op een bank, of gewoon wat bloemen en bomen fotograferen. En dan doorlopen tot aan het einde van de Paseo de España. De vuurtoren laten we rechts liggen, lopen door tot het Malagueta-strand. Het is er niet druk, ondanks de uitbundige zon en het felgele warme zand. Op een van de strandterrassen laat in een gekoelde fles San Miguel aanrukken. En dan terug naar El Borge, via de kustweg en El Palo. Voordat we het bergland in zwenken nog even bij hypermercado Eroski in Velez Málaga langs. Fourageren.

Het aperitief nemen we op ons voorterras, met uitzicht op El Borge, dat zich opmaakt voor een rustige avond en nacht. Alleen de zwaluwen weten van geen ophouden.

May 14th, 2008

Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 6

Posted in: Travels — admin @ 18:30

Granada met de morsdode Reyes Católicos in de Cappilla Real

Terug naar het centrum. Vanaf het Plaza Nueva is het slechts een paar minuten lopen. Eerst een eind over de brede Calle de los Reyes Católicos. Vervolgens steek je het Plaza Isabel

la Católica over en sla je rechtsaf de Gran Via de Colón in. Bij ons vorig bezoek aan Granada logeerden we er in Hostal Atenas. In een paar minuten sta je voor de Capilla Real en de Catedral. Bekende plekken. Omdat ze beide de vorige keer vanwege het late uur gesloten waren, moet het deze keer dan maar gebeuren. Om vier uur is de Andalusische siësta voorbij en zullen de deuren wijd open slaan.

 

In de straten is het zeker niet overvol, laat staan dat het lijkt op een koopzondag op een willekeurige Nederlandse meubelboulevard. En bovendien gaat alles in een tempo dat een paar versnellingen lager ligt dan bij ons. Geen nerveus gejaag om maar om zes uur voor de warme prak te zitten. Een weldadige rust eigenlijk.

Nog even dit over het Plaza Isabel

la Católica : dat wordt ostentatief in bezit genomen door een niet te missen standbeeld van Columbus die neerknielt op de veel te lange sleepjurk van koningin Isabella. Hij ontvouwt er zijn plannen voor zijn wereldreis en bedelt om geld. Sponsoring avant la lettre.

 

De kathedraal van Granada laat een ratjetoe aan bouwstijlen zien. Gotische elementen uit de 16e eeuw worden in de hoek geduwd door het geweld van de Renaissance en de Barok. Alles in deze kerk is dik aangezet en straalt macht uit. Kerkelijke macht. Maar ook in Spanje is die behoorlijk tanende. Ondanks het vasthouden aan rituelen, feestdagen, processies en andere uiterlijke verschijnselen van de katholieke religie.

 

Eigenlijk valt de protserige kerk wat tegen. Maar dat komt waarschijnlijk ook, omdat je al te zeer verwend bent geraakt door het vele spectaculairs dat je intussen al gezien hebt in al die van goud kolkende kerken in Spanje. Dan maar naar de Capilla Real.

Deze koninklijke, laatgotische ‘kapel’ (entree 3,50 euri), gebouwd in het begin van de 16e eeuw, is bedoeld als grafmonument voor de Spaanse Katholieke Koningen. In gigantische marmeren tombes, fraai gebeeldhouwd en omheind door een eveneens fraai vormgegeven ijzeren hekwerk, overwinteren ze daar voor de eeuwigheid. Niet allen Isabel

la Católica en Ferdinand, maar in een tombe annex houden Johanna de Waanzinnige (‘la loca’) en haar vent Filips de Schone (‘el guapo’) zich al eeuwen muisstil. Zwijgen als het graf. Want ook aan de waanzin en aan de schoonheid komt ooit een eind.

 

In een de ruimtes opzij van het mausoleum is het eigenlijk nog meer genieten. Een kerkelijk museum met kerkelijke topkunst. Vlaamse primitieven uit de 15e eeuw strijden hier als idols om de ereprijs met vertegenwoordigers van de Brusselse en Hollandse School. Om met hun hybride kunstbroeders van de Nederlands-Spaanse School, of de Spaanse en Italiaanse renaissance- en barokkunstenaars. En daar presenteren ze zich dan: Rogier van der Weyden, Dirk Bouts, Hans Memling en vele andere, soms minder bekende kunstenaars. Of De Geboorte van van der Weyden nu virtuoser geschilderd is dan De Kruisafname van Memlink, is me om het even. Wat mij betreft eindigen ze beide ex aequo bovenaan. Integere en ingetogen kunst. What you see is what you get. Voor de huidige toeschouwer verdient het de nodige toelichting om alles te begrijpen en naar waarde te kunnen schatten. Ondanks mijn katholieke opvoeding, kost het me moeite. Maar ik kom er uit, uit deze artistieke à la recherche du temps perdu. Maar verloren tijd is het zeker niet, in deze Capilla Real. 

 

 

Het artistieke geweten gesust, kunnen we gerust gelijk doorlopen naar het centrale plein van de Bib Rambla, in de schaduw van al die kerkelijke hoogstandjes. Vooraf dwaal je dan nog even door de soeks van Granada. Kleine bric-à-brac winkeltjes die helaas teveel toeristische rotzooi proberen te verkopen. En ook hier word je weer lastig gevallen door bont geklede zigeunervrouwen die je een of andere onbestemd bosje gras of takjes proberen aan te smeren. Het zal ongetwijfeld helpen tegen reuma of je onmetelijk geluk brengen, maar ik vaar toch liever op eigen kompas. Slalommend ontwijk ik de donker spiedende dames. En op de foto willen ze ook al niet Het boze oog van mijn camera obscura boezemt ze blijkbaar angst in. Een taxi brengt ons terug naar het Alhambra. Het is bijna half zes. Maar ook nu blijft het loket gesloten. De tuinen van de Generalife in de lente blijven voorlopig een fata morgana. 

 

 

Even na zeven uur blijken we toch nog te vroeg om een restaurant te vinden in Torre del Mar. En omdat we geen zin hebben om door het nogal verlaten centrum te dwalen – het hoogseizoen is immers nog niet begonnen – kopen we maar wat voedingswaren in bij een plaatselijke buurtwinkel. Een stevig stuk ternera en een fles Albali Reserva 2001 zullen wonderen doen. Om 21.00 uur is het nog 21 graden op het buitenterras van Casa Garcia Lorca in El Borge. De zwaluwen draaien nog een extra rondje in de paarse lucht. Een zwartwitte kat springt op het muurtje tegenover ons huis. Likt zich de snorharen, in de hoop dat er nog een klein stukje ternera over zal blijven. Maar ook voor Andalusische katten blijkt de hoop wel eens ijdel.

 

 

May 12th, 2008

Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 5

Posted in: Travels — admin @ 20:49

Granada zonder Generalife, maar met veel Albaicín

Vandaag zal de temperatuur oplopen tot 27 graden. Voor Andalusische begrippen een normale temperatuur, maar voor ons een zomerse dag. Veel zon, weinig wind. Om kwart voor tien rij ik El Borge uit, richting Granada. Eerst langs de kust, en vlak voor Motril naar het noorden, richting Alpujarras en Sierra Nevada. Op de machtige bergketen glinstert verblindend vanwege de grote vracht sneeuw die worden getorst door de Mulhacén (3482 meter), de Pico Veleta (3396 meter) en al die andere, onbekende toppen. Doorrijden tot het skistation is vandaag niet mogelijk, De weg is halverwege afgesloten. Een half jaar geleden konden we moeiteloos doorrijden tot Pradolano. En was er geen vlok sneeuw te zien.

 

 

Het wordt Granada. Wat we toch al van plan waren. Volgen de rondweg oostwaarts en komen zonder probleem aan op de parkeerplaats van het Alhambra. Het is de bedoeling de tuinen van de Generalife te gaan bekijken. Op dat idee zijn meer mensen gekomen, want er staat een rij van wel honderd meter voor het loket. En wat erger is: er zit totaal geen beweging in de tuin-slang. Even later wordt omgeroepen dat het quotum kaarten voor het Alhambra bereikt is en dat er geen nieuwe entreekaarten meer verkocht worden deze dag. Wat de tuinen betreft, daar zijn nog entradas voor beschikbaar. Maar hoeveel wordt er niet bij verteld. Maar om nou als een debiel tot na het middaguur staan te wachten… 

 

We laten de auto achter op de parkeerplaats en zoeken een taxi. Alhambra en Generalife hebben we immers in de herfst van 2006 al bezocht, en er is niet een directe noodzaak voor een nieuw bezoek. Toen had ik via internet vooraf kaarten besteld en betaald. Kon je praktisch onmiddellijk doorlopen naar binnen. Maar dit keer hadden we de tuinen in lentetooi willen bewonderen. Een ander keer maar weer,

 

 

Ik houd een taxi staande en geef aan dat we naar het Plaza Nueva willen, aan de rand van de oude Moorse wijk, de Albacín. De rit verloopt redelijk snel, maar eerst moeten we afdalen naar de benedenstad (het dal van de Darro), waarna het weer omhoog gaat. Albaicín ligt op een even hoge heuvel als het Alhambra, en het Plaza Nueva ligt aan de voet daarvan.

Het Albaicín is een wijk met steile en smalle straatjes, witgekalkte huisjes met tuinen vol geurige bloemen in potten. Veel herinnert hier aan de Islamitische oorsprong van Granada. Het Albaicín dateert uit het begin van de tiende eeuw. De Nazridische Koning Zawi (de Nazriden bouwden ook het Alhambra) was op zoek naar een veilige woonplek voor het volk. In de vlakte was dat lastig. Maar vanaf de heuvel van het Albaicin had je een goed uitzicht op de omgeving en eventuele aanvallers, een ideale plek dus. Hij bouwde er verdedigingsmuren, en binnen de stad werden talrijke moskeeën en paleizen opgetrokken. In de eeuwen daarna veranderde het karakter van de wijk meermaals.

Na de inname van Granada door de Reyes Católicos Isabella en Ferdinand (15e eeuw) veranderde het Albaicín grondig. De moskeeën werden afgebroken en tot kerken omgebouwd. De bevolking moest zich bovendien bekeren tot het Christendom. De moren werden zo moriscos. Maar hun bekering was grotendeels schijn, want ze bleven hun tradities behouden. 

 

Tijdens de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) werden door de troepen van Franco massale vernielingen aangebracht aan vele kerken en kloosters in Andalusië (het linkse bolwerk van Spanje), en dus ook in het Albaicín.. Maar de unieke sfeer van dit oude stadsdeel heeft er gelukkig niet echt onder geleden.

 

 

De taxichauffeur zet ons voor vijf euri af op het Plaza Nueva. Het is er gezellig druk in dit volkse hart van de stad. Zonovergoten terrassen met studenten die onder begeleiding van een gitaar met hun zang wat bij trachten te verdienen, mannelijke nichten bronstig op zoek naar een verse prooi, zigeunervrouwen die je een of andere verdorde gelukstak proberen te slijten en lentetoeristen die de sfeer van de stad naar binnen proberen te snuiven. Met volle teugen.

 

Dan maar de lunch. Een snelle dit keer. Op een van de vele terrassen. Een döner kebab, om de oriëntaalse sfeer er in te houden. Maar ook omdat het een snel geserveerde hap wordt. Met een glas cerveza. En even relaxen. Met in de rug het schitterende gebouw van de Real Canillería, de Koninklijke kanselarij van de reyes católicos Isdabel en Ferdinand. Het is momenteel gerechtgebouw en de strenge bewaking wil ons niet toelaten tot de prachtige patio.

 

Dan echt het Albaicín in. Eerst lang de Darro slenteren. Vanaf de stenen boogbruggen van onder af opkijken tegen het machtige Alhambra. En de Generalife die we vandaag niet te zien krijgen. Het Moorse badhuis El Bañuelo is wegens restauratiewerkzaamheden gesloten. Helaas. Dan maar niet in bad vandaag.

 

Dan maar de nauwe trapstraatjes in. Om helemaal boven op de bult te komen ben je wel even bezig, maar het blijft een sfeervolle, en tegelijkertijd pittige klim. Vlak voor je naar de hogere gedeeltes van het Albaicín gaat, kom je op de Paseo de los Tristes. Daar tref je een gezellig plein met een fonteintje en aangename terrasjes. Van hieruit heb je al een prachtig uitzicht op het Alhambra. Ideaal voor een rustpauze voor je aan de klim naar de apotheose, de Mirador de San Nicolás begint. Het is een van de mooiste miradores van Spanje en biedt een weergaloos zicht op het Alhambra en de stad. En vandaag ook nog eens op de besneeuwde toppen van de Sierra Nevada.

 

Op deze Plaza de San Nicolás stoot je uiteraard tegen de gelijknamige Iglesia de San Nicolás, een kerk uit het begin van de 16de eeuw. Gebouwd op de plaats van de vroegere moskee. Op zijn beurt werd de kerk weer verwoest tijdens de Spaanse burgeroorlog. En vervolgens weer opgebouwd. L’histoire se répète. Ofwel: niks nieuws onder de zon.

 

 

Op het plein voor de kerk zitten de gelegenheidsalpinisten rustig te genieten van het uitzicht. Er wordt op een gitaar getokkeld door een donkere rastazanger. Er worden sieraden van eigen goedkoop fabricaat verhandeld. Er wordt lichtjes gevreeën of gewoonweg wat wezenloos rondgelummeld. Kortom: de taferelen die je op dit soort plekken kunt verwachten.

 

Naar beneden dan maar weer. Dan kom je uiteindelijk gewoon weer bij het Plaza Nueva uit. Het kan niet missen. De nauwe trapstraatjes af. Een Hollander met een rode huurauto rijdt zich klem. Slechts door het inklappen van de buitenspiegels en flink wat gemanoeuvreer onder begeleiding van een paar autochtonen en getoeter achter hem, kan de bestuurder (inmiddels rood aangelopen, het zweet parelend op zijn kop, de vrouwen muisstil op de achterbank) de smalle, 1 meter 25 brede steeg passeren.

 

 

Wij lopen door. Voorbij de Iglesia de San Juan de los Reyes. En even verderop een moskee. De ingang voor de vrouwen flink gescheiden van die van de mannen. Bij het afdalen heb je in ieder geval alle tijd voor al het moois en intiems van de wijk: de groene binnentuinen, de geglazuurde borden aan de witgekalkte muren, maar ook de graffiti die hier en daar van de witte muren spatten. Rabia Mierda! Blijkbaar is de strijd met de Moren nog steeds gaande. Evenals elders in Europa.

We schampen de oude zigeunerbuurt Sacromonte, maar veel zigeuners wonen er niet meer. Wel zie je ze – met name bedelende vrouwen – op andere plekken in de stad. Vooral op plekken waar veel toeristen rondslenteren. In hun voormalige grotwoningen hebben zich te obligate flamencobars gevestigd.

We vallen neer op een terras, gelegen aan de overzijde van de Darro. Moeten dus eerst een van de vele boogbruggen over, de Puente de Cabreza. De tweede cerveza van de heilige Miguel van de dag smaakt minstens zo goed als de eerste, een paar uur eerder. Het bakje gekneusde olijven met knoflook dat tegelijkertijd op het tafeltje geschoven wordt, doet de smaak van het bier geen geweld aan. Integendeel.

May 10th, 2008

Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 4

Posted in: Travels — admin @ 10:36

Torre del Mar: genieten van de Spaanse zon

De vermoeiende trip naar de Woestijn van Tabernas nog in de botten, vandaag. Als ik door het kleine raam van onze slaapkamer in het Casa Garcia Lorca naar buiten kijk, zie ik dat El Borge al ligt te spinnen in de ochtendzon. Het is weliswaar later licht dan in Nederland (ook omdat de zon eerst over de bergen moet klimmem), maar daar staat tegenover dat het ’s avonds pas na half tien echt donker begint te worden. Voor vandaag geen echte plannen. Vakantie. 

Ik ben al een paar dagen in Andalusië en heb nog nauwelijks wat gelezen. Daar komt na het ontbijt – eerst afdalen naar de bakker om wat brood in te slaan – in de zon, op het terras met uitzicht op het dorp, verandering in. Wat ik bij me heb?Afwisselend lees ik in:

 

  • Het dak van de hemel (The Sheltering Sky) van Paul Bowles
  • De lange zondag van de verloving (Un long dimanche de fiançailles) van Sébastien Japrisot

 

De vertaling van het boek van Bowles heb ik nog geen week geleden tweedehands gekocht bij de Slegte in Maastricht. Een deel van het verhaal speelt zich af in Tanger. Omdat we volgende week over zullen steken naar Tanger. En daar onder andere van plan zijn de Paul Bowles Room in het gebouw van de Amerikaanse Legatie te bezoeken. Ook de gelijknamige film van Bertolucci heb ik al een paar keer gezien. Dat geldt ook voor de film Un long dimanche de fiançailles, en daarvan had ik het boek ook nog niet gelezen. De omgedraaide wereld eigenlijk. Maar terug naar Andalusië.

Na een uur of wat slenter ik wat trapstraatjes op en af om wat foto’s te maken met de digitale camera. In zo’n pueblo blanco is altijd wel wat verrassends vast te leggen. Dat is ook op deze rustige, zonnige ochtend weer het geval. Het leven lijkt hier zonder versnellingsbak te verlopen. Zo nu en dan schiet een kat aan je voorbij, of kwispelt een hond die lamlendig ligt te zijn op de drempel van een voordeur, je in het voorbijgaan ongeïnteresseerd tegemoet. De jongeren zijn naar school of aan het werk. De oudjes scharrelen wat rond in de schaduw voor of achter hun huis. Doen een paar nutteloze boodschappen, of hangen wat wasgoed aan de lijn. Zwaluwen schieten gevaarlijk zwenkend op je af, en katapulteren vervolgens de blauwe lucht in. Ik mis het balken van de ezel. Afgelopen zomer wist hij van geen ophouden, en nu houdt hij zich al een paar dagen muisstil.

 De lunch wordt naar binnen gewerkt in Torre del Mar, in een van de visrestaurants tussen boulevard en strand. Een groot bord boquerones fritos (sardines) met een salade en een glas tinto. Daarna staan voor de siësta een parasol en twee blauwe ligbedden klaar: 7 euri voor de hele middag, voor twee personen. Er zijn nog nauwelijks badgasten die het gewaagd hebben om zich aan de vloedlijn te leggen. Een volledig uitgedijde Française denkt nog even dat haar lobberende memmen meedoen in de ‘competitie voor het volle pond’, maar wat mij betreft had ze er gewoon twee jute puntzakken over heen moeten trekken. Als natuurliefhebber lijkt me haar vleespresentatie niet overeen te komen met het toppunt van strandesthetiek. Ik kan mijn ogen beter laten vallen op The Sheltering Sky van Paul Bowles. Hij zag zichzelf niet als een toerist: hij was een reiziger. Het verschil zit hem voor een deel in de tijd, legde hij dan uit. Terwijl een toerist zich in het algemeen na een paar weken of maanden terughaast naar huis, trekt de reiziger, die niet meer op de ene plaats dan op de andere thuishoort, langzaam, over een periode van jaren van het ene gebied op aarde naar het andere. De monologue intérieur van Paul Moresby, dwangmatig reiziger op zoek naar verlossing. Diep in de woestijn van Afrika. Noodlot. Fatum. 

 

 

Torre del Mar is een relatief rustige badplaats ten oosten van Malaga. De stad is de laatste jaren behoorlijk gegroeid. Ook hier zijn de gruwelijke sporen zichtbaar van megalomane projectontwikkelaars, maar het blijft nog redelijk kleinschalig. Zelfs afgelopen zomer kon ik mijn auto altijd – gratis – parkeren aan de boulevard. Het strand is van prima kwaliteit en de restaurants zijn binnen handbereik. 

 

 

 

Na afloop van de strandsessie even bij hypermercado Eroski langs voor wat eetbaars: wijn, fruit, vis (de dorados zijn in de aanbieding: 3 stuks voor vijf euri) en andere catering gerelateerde artikelen. Wat het fruit betreft ontdek ik een vrucht die ik tot nu toe niet opgemerkt heb: de níspero, een oranjegele, gladde en ovale vrucht met een zoetzurige smaak, tussen pruim en abrikoos. Binnenin twee tot drie bijna kogelronde, gladde pitten van knikkergrootte. Smaakt voortreffelijk en is ook nog goed tegen de dorst.

 

 Als muilezels sjouwen we de spullen weer de trapstraatjes op. In de verte waakt onverstoorbaar de nog besneeuwde Manoma (2065 meter), onderdeel van de Sierra de Tejeda, aan de rand van de Axarquía.

Ik laat de nog warme avond rustig als een deken over me heen vallen. Met een glas tinto, olijven en een droge Pozo-worst is dat geen vervelende tijdspassering. Integendeel. In de diepte van het dorp blaft een hond. En uit het café van Paco klinken de opgewonden stemmen van de gasten aan de bar. Die hebben na een lange dag werken, in Malaga of elders, ook een onbeschrijflijke dorst opgelopen.

 

 

May 8th, 2008

Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 3

Posted in: Travels — admin @ 10:59

De woestijn van Tabernas revisited: no country for old men

In het westen van Andalusië wordt ook voor vandaag nog een bui voorzien. Het wordt dus een trip oostwaarts. Zon verzekerd. Boven de Desierto de Tabernas, de Woestijn van Tabernas, ten noorden van de kustplaats Almería. Maar voordat je er bent – toch nog altijd een rit van bijna 200 kilometer vanuit El Borge – is het afzien. Niet vanwege de afstand en het ontbreken van delen autoweg ernaartoe, maar vooral vanwege het golvende plastic land dat zich uitstrekt over de hele regio tussen Motril en Almería. Hier bevindt zich het Westland van Spanje. Groenten en fruit wat de klok slaat. En alles onder een laag dik, ondoorzichtig plastic bedekt. Zo nu en dan zie je opzij van de loopgraven tussen de kassen sjofele bidonvilles waarin de seizoenarbeiders hun korte nachten slijten. Huidskleur: bruin en zwart. Want half Afrika, legaal of illegaal, tracht hier een kruimel mee te pikken van het paradijs van de Europese Unie. En dit zijn dan nog de bofkonten, want minder gelukkige immigranten zijn daarvoor al levenloos aangespoeld op de stranden in de buurt van Gibraltar. Of uit hun gammele sloepen gevist door de Spaanse kustwacht. Maar terug naar de zon boven Tabernas. 

Aan de rechterkant heb je een kijk op de nog besneeuwde toppen van de Sierra Nevada. Recht vooruit begint de woestijn uit het wegdek te kruipen. Steeds droger wordt het landschap. Het spaarzame lentegroen zal binnen een maand zijn weg geschroeid door de helse zon boven de Woestijn van Tabernas. Want zo heet het gebied dat we binnen rijden. Tafelbergen in alle kleuren oker, geel, rood, paars en grijs. Driftig gekerfde canyons klieven de harde rotsgrond die zich verder gedeisd houdt onder de staalblauwe lucht. De sheltering sky waarin loom wat verdwaalde bloemkoolwolken drijven. In de verte klinkt de jankerig de muziek van Ennio Moricone. Ik ben er op bedacht dat elk ogenblik een ongeschoren Clint Eastwood voor me het bijna smeltende asfalt op springt. No country for old men. Van Javier Bardem echter geen spoor. Spaanse desperado. Vast verdwaald in een of andere desolate woestijnhel van Mexico. Terwijl het landschap van Tabernas zijn thuis had kunnen zijn. 

Vandaag is het 26 graden. En er schuurt een stijve bries over het desolate Nieuw Mexico van Spanje. Omdat het vorig jaar – we waren er in juli – ons te heet onder de voeten werd, zijn we toen niet verder doorgereden naar het plaatsje Tabernas. Dat maken we dit keer goed. Niet dat Tabernas een spetterende plek is die je ooit in je leven gezien moet hebben, maar gewoon om de plek te zien die symbool is voor alles wat met de Spaanse woestijn te maken heeft.

 

 

Tabernas is een wat rommelig woestijndorp. Een lange straat waar het stof doorheen waait. Afgebladderde huizen. Ongeschikt om de lunch te gebruiken. We slenteren dus even doelloos rond. Om alvast een buffer te hebben kopen we bij een van de plaatselijke kruideniers wast fruit, mineraalwater, een droge Pozo-worst en nog wat knabbelspul. Een overlevingspakket. En de Pozo-worst blijkt ook nog een weekaanbieding en levert als extra’s een aardewerken kommetje en een fles mierzoete limonade op. Het vrouwtje achter de toonbank overhandigt me de prijzen alsof ik de lotto gewonnen heb.

 

Maar dan hebben we nog steeds geen restaurant. Ik schiet een autochtone desperado aan met de vraag of hier ergens een fatsoenlijke warme maaltijd te krijgen is. Hij verwijst me naar een restaurant, een kilometer of wat buiten het dorp. ‘Vlak bij een benzinestation’, voegt hij er nog aan toe. ‘Je kunt het niet missen’. Hij heeft gelijk, en meer dan dat.

 

 

Restaurante des Areas is drukbeklant. Een bonte mengeling van passanten en arbeiders die in de buurt in de bouw bezig zijn. Niks pakje brood mee van thuis. Hollandse tuttigheid. Hier eet je gewoon een volledige, warme maaltijd. Voor 10 euri (geen rekening, het bedrag wordt gewoon op het papieren tafellaken geschreven) krijg je er een voortreffelijk menu del día. Snel geserveerd. Een voortreffelijke gazpacho, een grote kom salade, een geroosterde merluza (vis) met friet, uiteraard flan en café solo na. Inclusief een consumptie. Dat wordt een glas koud bier, een San Miguel, want zo’n woestijntocht maakt dorstig.

 

Dan opnieuw de woestijn in. Fotoshoot, want dat is er voor de lunch niet echt van gekomen. Dus de auto uit en over droge stukken akker, droge sloten en al verdorde ‘akkers’ het barre landschap in. De grote partijen cactussen ogen nog lenteachtig. En hier en daar bloeit zelfs een schichtige bloem boven het stoffige geel. Afgestorven bomen staan als zielloze, grijze decorstukken klaar voor de volgende take. Het cowboydorp van Mini Hollywood haal ik met de lens van de Canon aardig dichtbij. Maar ook dit is verlaten. Geen coyote te zien in de stoffige straten. Imponerend is de enorme uitgestrektheid van het landschap. Alsof het er al millennia ongenaakbaar ligt te zijn. Spaanse hoogmoed. Maar ik blijf erbij: No country for old men. Geschikt voor de gebroeders Coen. Of de spaghettiwesterns van Sergio Leone. Of de nazaten van Indiana Jones.

 

Dan naar Almería. Een stad zonder de flair van Sevilla, Granada of Cadiz. Almería is de hoofdstad van het droogste deel van Spanje, en ook misschien wel de hoofdstad met het hoogste werkloosheidspercentage van het land. Ondanks de intensieve tuinbouw.

Net als vorig jaar is het lastig een parkeerplaats in het centrum te krijgen, als ik via de brede Rambla de Belén, aan beide zijden geëscorteerd door de Avenida Federico Garcia Lorca, arriveer. Maar uiteindelijk lukt het, bij het Parque Nicolas Salmerón en de Paseo de Coches, aan de havenzijde. Centraal. Nog gratis ook.

Het in principe fraaie Plaza Vieja is een rommeltje. Verschillende gebouwen – o.a. het stadhuis – worden gerestaureerd: terug komen in betere tijden dus. Maar ook op plekken waar niet gerestaureerd wordt, is het smoezelig. Veel vuil en graffiti. Oude gebouwen worden afgewisseld met oerlelijke nieuw- en betonbouw. Hoe heeft iemand hier toestemming voor kunnen verlenen?

Dan maar naar de 16e-17e-eeuwse kathedraal. Ook daar is men weliswaar bezig (vooral aan de buitenzijde, en op het binnenhof) met restauratiewerkzaamheden. Dit ten gevolge van een grote brand in 1996. Maar binnen is het imponerend. Leek de kerk aan de buitenzijde meer op een onneembaar fort (om de piraten van zee buiten de poort te houden), in de serene rust van het hooggewelfde interieur is daar helemaal niets van terug te zien. Het koor staat midden in de gigantische ruimte en bestaat uit fraai houtsnijwerk (notenhout). Twee struise Spaansen zijn bezig het geheel weer te laten glimmen. Ad majorem dei gloriam.

 

Op de Paseo de Almería vinden we een uitnodigend terras bij Molly Malone. Dublin in het brandende zand van Almería. De Ierse pub is gevestigd in en gigantisch oud theater (Cervantes). Binnenin is de donkerbruine Ierse sfeer enigszins verstoord doordat de muren bekleed zijn met bonte Spaanse azulejos. Maar de combinatie werkt.

 

 

Het wordt echter geen stevig glas donker Guinness, maar een ordinaire Spaanse copa de tinto. Smaakt bij een in kracht afnemende zon minstens zo goed. Met hernieuwde kracht de auto in en naar El Borge. Nog bijna twee uur rijden. Maar gelukkig heeft Paco bij aankomst de tafel snel gedekt. Een voortreffelijke salade (met ei, vis en avocado) gevolgd door gegrilde moten vis en vlees (waarbij friet) en een fles donkerrode Arrios ranselen de vermoeidheid van de lange rit snel uit het lijf.

 

May 7th, 2008

Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 2

Posted in: Travels — admin @ 12:47

Nerja: flamenco met de Academia de Baile van Elena

In het holst van de nacht heeft de wind zijn verwoestende werk gedaan: de lucht is schoongeveegd. De Andalusische zon priemt door het kleine slaapkamerraam van het Casa Garcia Lorca. Niet al te vroeg klimt hij uit boven de groene berg tegenover. De dauw op de ranken van de moscateldruif lost langzaam op. Maar in de loop van de dag zal de koperen ploert het nog hard te verduren krijgen. Dat is wel zeker. Want na een week van zware regens over Andalusië laten de waterzware wolken zich niet zonder enig geweld verdrijven. De kongsi van stevige wind en zon zal de klus moeten klaren. Zoveel is wel zeker.

 

 

Op deze nog zonnige zondagmorgen sta ik met Gemma al om half elf op het Balcón de Europa van Nerja. Dit balcón is een ovale, over zee uitstekende promenade in het hart van het stadje. De ontspannen zondagse drukte wordt veroorzaakt door een prettige mengeling van autochtone, katholieke klanten van de El Salvador kerk en nog dromerige, matineuze toeristen. Opzij van het kerkplein speelt een orkest van Zuid-Amerikaanse indianen op meer dan dubbelloopse panfluiten. De terrassen die gerangschikt zijn aan de rechterzijde van het balcon beginnen zich te vullen. De deprimerende beelden van Rik Zaal (‘Engelse toeristen in korte broek die over de boulevard van het balcón slenteren’; zie zijn ‘Spanje, een reisgids’) blijven op deze zondagochtend gelukkig buiten mijn gezichtsveld.

Strategisch nestel ik me in een rieten stoel op het terras van Hostal Marissol, tussen de musicerende Indianen en de calèches met suffige paarden, die klaar staan om je zonder pek en veren door de stad te vervoeren. Ik bestel een kop Cioconat, een stroperige chocolademassa met stukjes kastanje: chocolate con avellanas. Het is ook in combinatie met andere vruchten te bestellen. De kaart maakt de gesuggereerde goddelijke smaak helemaal waar: avellanas picadas y cremoso cacao, una combinación tradicional de la pastellería. Een Italiaanse verrassing in Spanje. In Nederland helaas nog niet verkrijgbaar.

 

De lunch gebruiken we in Almuñecar. Een fraaie kustweg heeft ons er moeiteloos heen geleid. Almuñecar heeft zelf weinig fraais te bieden. Maar de zon schijnt inmiddels uitbundig. En vanwege de nogal forse wind wordt het een plek achter glas van een van de strandrestaurants, direct aan het water. Het is even geduld oefenen, voordat de dampende pan op tafel staat, maar de paella marisco smaakt voortreffelijk. De gele rijst is weldadig gevuld met grote stekken kreeft, krabscharen, langoustines, mosselen en andere mij onbekende schelpdieren. De witte tierra blanca smaakt er voortreffelijk bij.

Als digestief vervolgens een flinke wandeling tussen de op het keienstrand uithijgende vissersboten en de lange brede boulevard en het Playa de San Cristobal, voordat we verder rijden langs de kust naar Motril. Motril is niet alleen op zondag een rommelige stad. Ook hier heeft de bouwdrift van megalomane projectontwikkelaars, evenals in Almuñecar, zijn verwoestende werk gedaan. Ik krijg spontaan nostalgische gedachten over de tijd toen Spanje nog niet in de vaart der volkeren was meegenomen. Rechtsomkeert dan maar. Voor straf klettert binnen tien minuten een forse hoosbui over de voorruit van de Peugeot azul oscuro. Maar als we opnieuw in Nerja arriveren is alle leed weer geleden. Het natte wegdek droogt snel op door de warme stralen van de zon. Een herkansing op het Balcón de Europa, maar zonder cioconat. Gewoon een glas tinto.

 

 

’s Middags al heb ik gezien dat er ’s avonds in het Centro Cultural de

la Villa de Nerja een avondvullend optreden is van de Academia de Baile de Elena. Een ter zake doende binnenkomer voor deze nieuwe trip door Andalusië. Na een snelle hap op het terras van weer een ander restaurant heb ik om kwart voor acht de kaartjes in mijn hand: vijf euri per stuk! Vooroorlogse prijzen. En ondertussen stroomt het publiek, hele families soms, massaal naar binnen.

Zonder pauze draaft het programma op flamencoritme tot kwart over tien door. Uitbundig en kleurrijk. Optredens van nog wat stuntelige bijna kleuters tot wat strammige, maar nog steeds enthousiaste abuelas. Maar gelukkig meer dan in voldoende mate gelardeerd met volbloed meiden die de flamenco hebben binnengelaten, van hun tenen tot hun vingertoppen. Het driftige geroffel van hun hakken op de planken van het theaterpodium overstemmen met gemak de mechanisch de zaal in gespoten flamencomuziek. De kleding is zoals die moet zijn: dynamisch van kleur en vorm. Het golft en beweegt caleidoscopisch op en neer. Soms neemt het tempo wat af, maar al snel gaat het ritme crescendo. Andalusische volbloedmeiden. Als apotheose eindigt de avond in een confettiregen over de dansende meiden. Want ook hier is de mannelijke bijdrage spaarzaam.

De nachtelijke rit over de kronkelige wegen het bergland van de Axarquia in is minder. Niet vanwege het pikkedonker, maar vooral vanwege de niet aflatende stortbui die uit de donkere hemel omlaag klettert. Niks sheltering sky. Nee, onweer en bliksem en striemende regen. Geen hand voor ogen te zien. El Borge bereiken kost een uur. En daar aangekomen rij ik al bijna voorbij. In deze omstandigheden zou keren op de slalomweg die om het dorp loopt, pure zelfmoord betekenen. Het water klots in gorgelingen als een woeste waterval over het wegdek omlaag. Ik laat de auto staan bij de toegangspoort van het dorp. Te voet verder dan maar. Eerst omlaag, en dan de volgende trapstraatjes omhoog. En ondertussen blijft de douche vanuit het zwarte gat boven ons doorsproeien. Kletsnat bereiken we ten slotte Casa Garcia Lorca. De natte kleren uit. En snel een glas rioja om de thuiskomst te vieren. Middernacht is al ruim gepasseerd. Buiten gaat de nachtelijke moesson nog een tijd door. Het einde er van maak ik niet meer mee. Want dan lig ik al in een Andalusisch coma. Elena met haar Academia de Baile doet het zonder geluid nog een keer dunnetjes over.

May 6th, 2008

Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 1

Posted in: Travels — admin @ 12:28

Zware luchten boven El Borge

De Duitse vliegmaatschappij heeft de bordjes verhangen. Als ik ruim op tijd op Airport Düsseldorf  arriveer blijkt LTU ineens Air Berlin te heten. Ik had het al vermoed, omdat een volgende trip die ik bij LTU wilde boeken (New York), in één klik werd doorgelinkt naar Air Berlin. Ook het vluchtnummer is dus veranderd. LT0138 is getransformeerd in AB8062. Het maakt niet uit. De vlucht wordt pünktlich Duits uitgevoerd. Om vijf over half een ’s middags zien we Rheinland-Westfalen langzaam onder ons wegzakken, oplossen in de grijze nevels die boven het dichtbebouwde landschap hangen. De Boeking 737-800 klimt snel naar een hoogte van ruim elfduizend meter. Het kleine schermpje dat onder de bagagelockers hangt wijst dan op een temperatuur van -53º C. Daaronder verschijnt met enige regelmaat de snelheid van de roodwitte Duitse vogel: 925 kilometer per uur.

In Malaga is de bewolking al even grauw. Start- en landingsbanen glimmen nog kletsnat na een recente hoosbui. Het is kwart voor vier als ik aan de belt op mijn koffers sta te wachten. En een minuut of wat later vangt meneer Malagacar mij op. Stopt me in een shuttlebusje. Dat amper twee minuten later de hal van het autoverhuurbedrijf binnen rijdt. Het wordt een Peugeot 307 Diesel, kleur azul oscuro. Voor nog geen zestien euro per dag. En all risk verzekerd. Vooroorlogse prijzen. En daar komt de benzine (diesel) nog eens bij. En die is ook nog eens veertig cent goedkoper dan in dat zompige land aan de Noordzee.

 

 

Om half zes rij ik de bakstenen toegangspoort van El Borge voorbij. Van de in maart door een infernale hagelbui aangerichte schade is niks meer te zien. Ik rij verder naar boven de Avenida Che Guevara af. Mijn vertrouwde parkeerplaats, een honderd meter voor het kerkhof, is nog vrij. Celina heeft ons al opgemerkt, en schommelt met haar vijfennegentig kilo het nog natte trapstraatje af. Corazón onder een dreigende, zware lucht. Maar we bereiken droog ‘ons’ Casa Garcia Lorca. Het aperitief staat al klaar op de lage tafel in de woonkamer: Vino Dulce Natural. Om in de stemming te komen.

 

 

De koffers zijn snel geleegd. En ook mijn maag heeft ruimte. Vanuit de diepte van het pueblo blanco hoor ik de vertrouwde geluiden van Bar Paco. Zaterdagavond. Ook in het dorp is het weekend begonnen.

Het is nog niet druk aan de bar. Een drietal bekende plakkers. Nog niet in bad geweest, schat ik in. Maar binnenin heeft koning alcohol zijn reinigende werk al gedaan. Bar zit schrijlings over een stoel, met de rug naar me toe, als we binnenstappen. De tv vergt zijn volle aandacht. Maar hij veert op, als ik hem op de schouder tik. Een Spaanse big hug. Ook zijn oude vader komt al op ons af. De eerste familienieuwtjes worden al uitgewisseld. Zuslief (in september bevallen van een zoon) is opnieuw in verwachting. Nu van een tweeling. El Borge blijkt een vruchtbaar dorp. Veel pasas (rozijnen) eten. Schijnt goed te zijn voor de voortplanting.

Inmiddels heeft Paco zijn orders aan de keuken doorgegeven. En nog geen kwartier later verschijnen de eerste gegrilde raciones op onze tafel. Borden met kleine vis: bacalao en rosado. Smakelijk en warm. Maar ook bordjes met kruidig draadjesvlees, friet, salades met avocado en andere vruchten verschijnen op de krappe houten tafel. Gelukkig is er nog plek voor een fles Rioja Arrios. Niet slecht. Meteen een tweede fles besteld om mee te nemen. Voor dadelijk in het casa. Als aperitief komt Paco ten slotte aanlopen met twee glazen ponche caballero, een geslaagd mengsel van witte wijn, sherry en ijs. De totale averij bedraagt iets meer dan 37 euri.

 

Thuis komen is nat worden in dit geval. Want inmiddels is het fors gaan regenen in El Borge. Het water stroomt als een waterval over de trapstraatjes naar beneden. Het gelige licht van het floodlight dat op de kerk geprojecteerd wordt, glimt als in een hologram over alle gladde keitjes, boven en onder ons. Benen op tafel. En muziek. Vreemd, maar de keuze valt op de cd O Fado. Nostalgie à la carte. Madalena Iglesias zingt Tudo Isto è Fado. Of is het Maria Ana Bobone met Fado de Cada Um? Wat maakt het uit? Voor dit tijdstip is aan het Fernweh een einde gekomen. De Sheltering Sky van deze nacht is zwaar en regenachtig. En morgen is er zon. Corazón. Ik heb niet voor niks 2400 kilometer gevlogen.

 

 

May 3rd, 2008

Corazon onder de sheltering sky van Andalusië

Posted in: Travels — admin @ 16:26

De elfdaagse trip naar Andalusië zit er weer op. Binnenkort zal ik in afleveringen het verslag publiceren. Opnieuw veel gezien, en nieuwe ervaringen opgedaan. In El Borge, Malaga, Almeria, Granada, de Woestijn van Tabernas, Nerja, Cadiz, Tarifa en nog veel meer andere plekken. Zelfs een oversteek naar Tanger (Marokko). Ook daar is het nog een beetje Al-Andalus. Maar de azuurblauwe sheltering sky is er van dezelfde kwaliteit. Ik heb het geverifieerd bij Paul Bowles, in zijn cabinet van de Amerikaanse Legatie aan de rand van de Medina. Kortom, veel te vertellen opnieuw.

 
  • ON THE ROAD naar Santiago de Compostela

  • Sint Jacobus leidt me door braamstruiken en naar bierloze cafés

  • New York op doek: nieuwe schilderijen

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 20

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 19

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 18

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 17

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 16

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 15

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 14

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 13

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 12

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 11

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 9

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 8

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 7

  • Christo in Central Park New York

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 6

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 5

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 4

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 3

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 2

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 1

  • Sleepless in Manhattan - intro

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 17

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 16

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 15

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 14

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 13

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 12

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 11

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 9

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 8

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 7

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 6

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 5

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 4

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 3

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 1

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico García Lorca 1

  • BINNENKORT IN DIT THEATER: ANDALUSIË

  • Hermitage: het zomerpaleis van Nicolaas II aan de Amstel

  • Wajauw? Met Ahmed Marcouch en Hans Laroes naar Brooklyn aan de Maas

  • Luik: van nu en toen, van Calatrava en Les Olivettes

  • Geen Pim Pandoer, wel Beethoven in ’s Heerenberg

  • Spaanse La Notte in het Hollandse Slot Loevestein

  • Van Gogh en de kleuren van de nacht in Amsterdam

  • Opnieuw de ruimte in: A Space Odyssey 2

  • Schilderen: een lange winter met gebrande omber sienna

  • Paradise by the dashboard light

  • Shipbreaking op doek. Met dank aan Edward Burtynsky - Work in Progress

  • Ode Maritima aan Fernando Pessoa

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 16

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 15

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 14

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 13

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 12

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 11

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 10

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 9

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 8

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 7

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 6

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 5

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 4

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 3

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 2

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 1

  • MANHATTAN TRANSFER

  • Corrida aan het einde van de Indian Summer

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 14

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 13

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 12

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 11

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 10

  • Intermezzo: Lucien zingt Lee Towers

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 9

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 8

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 7

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 6

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 5

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 4

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 3

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 2

  • Valencia: tapas op de Feria van Calatrava 1

  • VALENCIA: tapas op de Feria van Calatrava

  • Feria Andaluza in Boom België, of all places

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 15 / slot

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 14

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 13

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 12

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 11

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 10

  • Powered by ME :) !! en MainCore
    Blog (c) WordPress 1.5 Theme created by McMike and Mr-Godd