Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 11
Tarifa: Les Paradis Artificiels van Dos Mares
Inchecken in Dos Mares. En dan de bungalow in. Een ruime slaapkamer, die uitzicht biedt op een breed wit zandstrand en kalme azuurblauwe zee. Aan de overzijde de vage contouren van het vasteland van Marokko. Palmen en andere subtropische vegetatie voor de deur. Je waant je op Tahiti. Naast de slaap- en zitkamer met één grote spiegelwand (waarachter kastruimte) is er een zeer ruime, marmeren badkamer. En buiten een terras met ligbedden. De auto kan voor de deur worden geparkeerd. Ik denk aan de Franse dichter Baudelaire en aan zijn dichtbundel Les Paradis Artificiels, kunstmatige paradijzen, dus. Dat lijkt het hier bijna. Maar Dos Mares is absoluut niet artificiel. Het is de fantastische werkelijkheid.
Omdat we geen bandhanddoeken hebben meegenomen, en toch even naar het strand willen, halen we die maar – gratis – af bij de balie van het hotel. En dan het brede, bijna lege witte zandstrand op. Een paar kitesurfers zijn druk bezig hun ‘vlieger’ op te laten zodat ze te water kunnen. En als dat lukt gaat het met een sneltreinvaart de zee op. Schuimend water spat op, en binnen no time zijn ze uit het zicht verdwenen. Dankzij de krachtige wind.
Die is inderdaad zo krachtig dat we na een paar minuten maar besluiten in een beschutte duinpan te gaan liggen. Gezandstraald worden kan altijd nog. Een uur of wat houden we het vol. Boven ons een strakblauwe azuren lucht. Voor ons een reep wit fijn zand, en daarachter de Estrecho van Gibraltar met kleine schuimkoppen. Een enkele strandwandelaar. En verder een weldadige rust. En warmte.
Terug bij de bungalow ga ik opnieuw een uur gestrekt. Die ligbedden staan hier immers niet voor niks. Bovendien heb ik last van een grote blaar onder mijn linker grote teen. Die prik ik door, maar het euvel is daarmee nog niet verholpen. Ik denk er minder aan, als ik verder lees in The Sheltering Sky van Paul Bowles. Hij zat destijds – zestig jaar geleden – aan de overkant van het water, veertig kilometer hemelsbreed, er zwoegend aan te schrijven. Tanger. Onder zijn Dak van de Hemel. In zijn eigen paradis artificiel van hasjisch en kif.
Hij werd wakker en opende zijn ogen. De kamer zei hem weinig; hij was nog te diep verzonken in het onbewuste waar hij zoëven nog vertoefde. Hij miste de kracht om zijn plaats in tijd en ruimte te bepalen, en had daar ook geen zin in. Hij bevond zich ergens, door uitgestrekte gebieden was hij van nergens teruggekeerd.
Maar ik ben geen Port Moresby. De enige overeenkomst is dat ook ik na enige tijd als verdoofd opschrik uit mijn siësta. Het geluid van de branding en de wind hebben resultaat gehad met hun sirenenzang. Ik neem mijn boek weer ter hand. En lees meer dan een half uur door.
Hotel Dos Mares heeft veel meer te bieden dan we in deze paar dagen aan kunnen. Morgen zijn we bijvoorbeeld de hele dag in Tanger. En de dag daarna gaan we al weer weg, om ’s middags vanuit Málaga het vliegtuig naar huis te nemen. We kunnen dus niet of nauwelijks gebruik maken van het redelijke grote, en tegen de wind beschutte zwembad, de massage- en fitnessvoorzieningen, en de verschillende bars. Ook rij ik geen paard of ga ik me te buiten aan kitesurfen. Maar dan is er altijd nog het restaurant. En eten moet je toch.
We hebben nauwelijks van het voorgerecht en de in een koeler gereed staande witte Tierra Blanca (uit Medina Sidonia) geproeft, of de verlichting valt uit. En niet alleen in het restaurant, maar in het hele ressort. Maar obers en keukenpersoneel zijn er blijkbaar op voorbereid, want in no time worden overal kaarsen aangestoken. Toch nog een dinner by candle light, dus. De maaltijd (veel gegrilde zeedieren) smaakt er niet minder om.
Omdat ook in onze bungalow de elektriciteit is uitgevallen, geeft de oberkelner ons nog een paar kaarsen en lucifers mee. En toch blijft er een probleem. Paspoorten en creditcards heb ik in de elektrische bediende kluis opgeborgen. En die is dus met geen mogelijkheid open te krijgen. En morgenvroeg is het om acht uur inchecken geblazen voor de oversteek naar Tanger. Wat nu?
Gelukkig floept om twee uur ’s nachts de verlichting aan in onze kamer. Snel toets ik de code in van de kluis, en haal alles er maar uit. Je weet maar nooit, of de elektriciteit het nog een keer gaat uitvallen vannacht. Even later zak ik weer weg in de handen van Morpheus. Zelfs het geluid van de zacht aanrollende branding aan het strand dringt al niet meer tot me door. Ik bevind me al in mijn paradis artificiels. En boven mij is er de Sheltering Sky van Al Andalus. Geruststellende gedachten…