Babar zingt Le Tango du Congo in Les Olivettes
Om acht uur ’s morgens (zondag!) zijn we al op pad. En om half tien lopen we over de Pont des Arches in Luik. Het eerste doel is de markt aan
Daarna het centrum in voor een terras, bij de kathedraal. De eerste Leffe Brune wordt naar binnen geschoven: het is amper elf uur in de ochtend. Voor de noodzakelijk volle aflaat lopen we ook nog even door de kathedraal. De ijle walm van wierook hangt nog na te hijgen van de hoogmis, die net is afgelopen. En dan weer na het andere gedeelte van het centrum: via de Place du Marché naar de buurt rondom de gerestaureerde Saint Barthelémy. Lopen door de verstilde impasses, een dorp in de stad. Met veel bloemen in pittoreske binnentuintjes. Om weer terug te keren op een terras op de Place du Marché voor een maaltijd met kip en friet. Buiten op het terras, want de temperatuur is fantastisch. Zo’n 23 graden.
En dan wordt je ineens binnengezogen in het meest bekende café-chantant van Wallonië, Au Jardin des Olivettes in de Rue Pied du Pont des Arches. Het bruine etablissement heeft de deuren wijd open staan vanwege het zomerweer, en een oude bebrilde, en in een roze bloemetjesjurk gestoken dame zingt op een half meter hoog podiumpje oude Franse chansons. Ik schat de leeftijd van de zangeres op minstens vijfenzeventig. Het café zit stampvol met – toegegeven – wat ouder publiek. De derde leeftijd zit te nippen aan grote kelken Leffe, Ciney of Duvel. Er wordt met enthousiasme geapplaudisseerd na afloop van elk chanson.
We vinden een plek aan een smalle houten tafel, met goed zicht op de bejaarde artiesten. Die zingen om beurt twee oude Franstalige chansons. Piaff , Montand, Bécaud en Brel zijn daarbij favoriet. De gemiddelde leeftijd van de zangers en zangeressen ligt, naar mijn inschatting, boven de zeventig. Ver in de vorige eeuw was er de eeuwige roem, soms regionaal, soms alleen in Luik tot en met de Vrijstaat Outremeuse. Maar hun inzet blijft er niet bij achter. Integendeel. En dat ondanks de soms fysieke hindernissen die genomen moeten worden.
Stéphanie (la petite maman des Olivettes), een hoogbejaarde chansonnière wordt met vereende krachten op de te krappe bühne getild. En daar op een houten stoel gepositioneerd. Dat zingt een stuk steviger. Geeft zelfvertrouwen. En je kunt je concentreren op tekst en melodie. Soms wordt bijna het oude niveau bereikt, soms blijft de chansonnier of chansonnière daar ver van verwijderd. Het volume staat op vol, ondanks de uitstekende geluidsinstallatie.
En van de zangeressen pompt Janine haar populariteit op door aan haar tafelgenoten haar zojuist op de marché aangeschafte strakke strings te showen. Zo sta je - geestelijk - in ieder geval niet in je blote kont te zingen. De heren die optreden hebben ter compensatie hun pantalon tot vlak onder de oksels opgetrokken, ook al wordt het afzakken sowieso al verhinderd door brede bretels. Vlak voor ons is Babar al een kwartier lang bezig om - met behulp van zijn bejaarde vriendin (eveneens ooit eens een bekende zangeres) - een meezinger van minstens een halve eeuw oud uit te zoeken. Babar (inderdaad, van het olifantje!), is een kleine, dikke en beweeglijke Liégeois, en nog even enthousiast als vijftig jaar geleden. Even later klimt hij verhit het podium op. Het wordt Le tango du Congo, een levenslied dat zijn weerga niet kent. Vroeger vertolkt door de beroemde Grand JoJo. Nu meegezongen door de hele tent. Tot op de Cour, de toiletten in de kelder, waar Madame Pipi zorgt voor bijpassende ondergrondse galm. Bovengronds maakt de vertolker van dit levenslied ondertussen alles uit zijn nog ferme klankkast. Maakt er zelfs ondersteunende, theatrale gebaren bij. En illustreert het nog eens met een veelzeggende mimiek. Het publiek kan er niet genoeg van krijgen. Les Olivettes gaat bijna uit zijn houten dak.
Aan de elektrische piano blijft de toetsenman maar onverstoorbaar doorspelen. Soms zijn hoofd in de richting van de artiest wendend om het tempo op elkaar af te stemmen. Ne tirez pas sur le pianiste. Nooit moe. Zijn wapperende haardos en dito snor bewegen nerveus boven de brede bretels die over zijn rug en buik gespannen staan. Zijn dikke vingers blijven onvermoeibaar roffelen over het toetsenbord. Zelfs een plaspauze zit er niet in in al die uren dat we in het café zitten. Soms zingt hij een versregel mee.
Au Jardin des Olivettes is imiddels een internationaal bekend café-chantant. Er werd zelfs een filmdocumentaire, La vie en chantant, over gemaakt die op het Prix Europa Filmfestival
De film is een documentaire over het café Les Olivettes in Luik, waar onder pianobegeleiding door de gasten chansons worden gezongen. ‘Met een gevoelige manier van filmen leidt de regisseur het publiek naar een Belgische wereld vol leven, liefde, ontroering en veel beroerde zangkunsten,’ aldus de jury.
La Vie en chantant: documentaire van Patrick Bisschops De regionale TV van L1 zond de documentaire al een keer uit, in april van dit jaar:
In Les Olivettes treden geen professionele artiesten op, maar de vaste gasten. Zij zijn er voor even ster en vinden er de broodnodige erkenning die zij zoeken. En zingen kunnen ze. Het hele repertoire van Brel, Bécaud, Montand en Piaf komt voorbij. Enkelen hebben inmiddels illustere bijnamen verworven als Het meisje van Parijs, De smalle taille met het grote talent, de Luikse Rudolph Valentino en La petite maman des Olivettes (de 83-jarige Stefanie)…
Les Olivettes heeft een eigen website. Met foto’s en andere wetenswaardigheden. Zelfs de prijzen van de verschillende consumpties zijn er te raadplegen. Ga naar www.lesolivettes.eu