Last post uit Andalusië 3: El Borge en het leven als God in Spanje
Leven als een God in Frankrijk is uit. Nu de nieuwe president Nicolas Sarkozy daar de zweep laat knallen, en veel van de in het verleden verworven privileges voor de Franse burger lijkt te gaan afschaffen, is het beter naar Spanje te verkassen. Zeker ‘s zomers staat het leven in Andalusië in het teken van mañana. De zon dwingt je in ieder geval gedurende de lange middagen (van een tot zeven) tot een inertie die weldadig aandoet. De siësta als levenselixer. Om als een God te leven. In Spanje.
Om half negen opgestaan en ontbeten in Bar Paco. Twee tostadas jamon, besmeerd met olijfolie, knoflook en tomatenpulp. Zet er een hoog glas cafe con leche naast en de dag kan niet beter beginnen. Paco loopt ondertussen bedrijvig de diverse koelkasten te vullen en de houten tafeltjes af te vegen. Ook zijn bejaarde vader helpt in eigen tempo mee de familietent op orde te krijgen. Zijn zwangere zus, de coccinera, laat zich nog even niet zien. Ondertussen lopen verschillende dorpsbewoners binnen om aan de bar hun eerste alcoholische versnapering van de dag tot zich te nemen. Ik pas nog even.
Het Parco Comercial El Ingenio in Velez Malaga herbergt onder andere de hypermercado Eroski. Geen seksstore, maar een gigantische supermarkt waar de gemiddelde Nederlandse supermarkt ver bij in het niet valt. We hebben de rolkoffers meegenomen en die zullen helemaal gevuld worden. Twaalf liter water en zes flessen wijn om te beginnen. De Viña Albali Reserva 2001 is in de aanbieding, en die beviel goed gisteravond. En fruit, veel fruit: nectarinas, ciruelas (pruimen), albaricoques. En natuurlijk vlees (ternera) en vis. Met name van dat laatste is er een gigantisch assortiment waaruit gekozen kan worden. We slepen het allemaal mee naar ‘ons’ Casa Garcia Lorca. De ‘gaatjes’ in de rolkoffers worden opgevuld met ham, olijven, brood, droge worsten en andere levensondersteunende voedingswaren. Terug in El Borge zeulen we ons met die volle koffers in het zweet over de smalle trapstraatjes. Maar we krijgen het naar binnen.
Het is inmiddels twee uur in de middag. De thermometer in de schaduw geeft een buitentemperatuur van 41 graden aan. Het lijkt me bevorderlijk voor een snelle mummificatie van verse lijken op het cementerio tegenover, maar voor een normaal levend wezen is er geen reden om rond te blijven hangen in de zon. Ik laat de siësta over me heen komen, op het beschaduwde terras aan de voorzijde van het huis. Het dorp geeft geen geluid. Zelfs de zwaluwen zijn opgehouden rond te vliegen. Een oorverdovende, hete stilte. Die een enkele keer wordt verscheurd door het dorre geluid van een draaiende betonmolen, twee vechtende katten, en de kerkklok van Señora Rosario die vijf sobere tikken uitdeelt. Op de heuvel tegenover waait een stofwolkje omhoog.
Ik lees ondertussen in Het Boek van de Lach en de Vergetelheid van Milan Kundera. Naast me staat een fles Mexicaans bier, Coronita. Pas om half zeven is de grote middagbrand voorbij en wagen zich weer een paar klapwiekende zwaluwen in het blauw. Het wordt stilaan tapas-tijd. Ook voor ons. Dus komen naast het stevige glas tinto ook de schapenkaas (queso artesanal puro de orvejo) en de droge worst van El Pozo op tafel.
Om negen uur ’s avonds, veel te vroeg voor Spaanse begrippen, staat de warme hap op tafel: rijst met vis, linzen, paddestoelen. En om het allemaal sneller af te voeren: bier (San Miguel) en wijn. Tegelijkertijd worden op het dorpsplein door wat jongeren sevillanas gezongen. De lantarens zijn inmiddels ontstoken en de koele nachtbries is gaan waaien. El Borge bereidt zich voor op de zoveelste warme nacht. Voordat we het bed induiken zien we op tv nog beelden van de Encierro tijdens de San Fermin feesten in Pamplona. Stieren op drift door de smalle straten van de Noord Spaanse stad, achterna gezeten of voorafgegaan door een uitzinnige meute waaghalzen, gekleed in rood en wit. Zo nu en dan wordt er een op de horens genomen en gewoon onder de hoeven gelopen. Nog de hele week zal dit festijn duren. De Spaanse tv zal er ruim aandacht aan besteden.
Nog voordat ik in slaap val, hoor ik van verschillende kanten uit het dorp honden blaffen. Vanmiddag, tijdens de grote hitte, hadden ze zo’n grote bek niet. Nu durven ze. Als je in bed ligt. Schijthonden.