May 26th, 2007

Gent: van het Lam Gods tot de Prondelmarkt aan de Leie

Posted in: Travels — admin @ 8:29

De dag begint grijs, hoewel ons door de Belgische Erwin Krol enige zon beloofd is. De rit per bus van Brugge naar Gent is snel gemaakt. Het groene landschap glijdt geruisloos aan ons voorbij. Dat heb je met die dubbele beglazing in die ultramoderne touringcars. Je beweegt als een alien door het platte Vlaamse land. Mijn Vlakke land, Mijn Vlaanderenland. Het is alsof ik de rauwe stem van Jacques Brel nog hoor, maar het zal mijn mémoire involontaire wel zijn dat me parten speelt.

Een wandeling van een kleine kilometer, vanaf het Sint Michielsplein tot aan de indrukwekkende Sint-Baafs eindigt met een voorzichtige zon en flarden blauwe lucht. Dat zal zo een paar uur duren, voordat de grauwe lucht al zijn grauwe gordijnen weer dicht trek boven de stad. De ochtendwandeling om deze zondagmorgen is niettemin een prima start van de dag. Tijdens de promenade neem je ondertussen uitzichten op de binnenhaven van de Gras- en Korenlei, de Sint-Niklaaskerk en het imposante Stadhuis mee. En uiteraard de Sint-Baafskathedraal, die op dit ogenblik nog voor publiek gesloten is, omdat de locale gelovigen alle rust wordt gegund om de zondagsmis te volgen.

 

Na de koffie op een van de vele terrassen van het Sint-Baafsplein maar eens echt de pas erin. Ook op zondag is de stad in vol bedrijf, hoewel de meeste winkels gesloten zijn. Want er zijn allerlei markten. En starten op een unieke marktplaats in de schaduw van oude platanen en een nog veel oudere Sint-Jacobskerk: de prondelmarkt, zoals het hier genoemd wordt. De handelaren hebben er zelfs een site voor opgericht, waarop onder andere het volgende te lezen valt:

De marktkramers en handelaars van "Brocante bij Sint-Jacobs" zijn fier u de oudste prondelmarkt van België te leren kennen waar je antiek, brocant, curiosa en allerlei tweedehandse spullen op de kop kan tikken. In het hartje van Gent, in de schaduw van de eeuwenoude Sint-Jacobskerk houden wij er winter en zomer iedere week markt op vrijdag-, zaterdag- en zondagmorgen van 08 u 00 tot 13 u 00.

 

En zo slenter je dus over het bedrijvige plein. De terrassen lopen vol en de eerste pinten zijn al meer dan een uur geleden gedronken. De marktmeester in zijn blauwe politiehemd en met zijn zwarte képi op zijn hoofd loopt met een schoolbel luid klingelend over de markt. Met zijn standwerkersstem drukt het met gemak het geroezemoes van het naar koopjes snuffelende publiek weg. Later op de morgen zullen we hem nog een keer tegen komen op de vogeltjesmarkt, zo’n honderd meter verder.

Gehoofddoekte Marokkaanse vrouwen wroeten door de stapels tweedehand schoenen, daarin nagevolgd door hun al eveneens gehoofddoekte dochtertjes. Even verder sjouwt een oude Gentenaar met een namaak-antieke tafel het plein af. Zelf speur ik naar zogenaamde cartes d’amour, van zo’n honderd jaar geleden. Jaren achtereen trof ik er op de Parijse marché aux puces bij de Porte de Clignancourt. Maar ook hier kan ik er weer enkelen aan mijn collectie toevoegen. Een paar kramen verder graai ik een eveneens bijna honderd jaar oud boekwerk van Hendrik Conscience uit een doos. Vijf euri voor Eene Gekkenwereld. Geen geld voor deze Leeuw van Vlaanderen.

 

We lunchen op een terras op de Vogeltjesmarkt. De zon schijnt er wat flauwtjes bij, maar op de tegenover gelegen kiosk speelt een jeugdorkest ondertussen vrolijke marsen. En daar duikt onze schoolbel luidende marktmeester weer op. Met luide stem brengt hij de geverfde parkieten en kanaries in hun kooien tot zwijgen.

Om 13.00 uur zijn we weer terug bij de Sint-Baafskathedraal. Daar zal het koor een zogenaamd inloopconcert geven. Het klinkt uitstekend in deze fraaie ambiance, ook al zijn ze er zelf niet helemaal tevreden over. Ik maak van de gelegenheid gebruik om even – tegen betaling van drie euri, want de tollenaars regeren nog steeds – het Lam Gods van de gebroeders van Eyck te gaan bewonderen. Het retabel wordt uit het zicht gehouden in een kapel achter in de kathedraal.

De aanbidding van het Lam Gods (1432) is het bekendste werk van de gebroeders Hubert en Jan van Eyck. Het is genoemd naar het onderste middenpaneel, waar een lam vereerd lijkt te worden door groepen engelen, martelaren, profeten en apostelen. Het werk was een van de eerste zo niet het eerste geschilderde altaarstuk in Noord- en West-Europa; tot dan toe waren dat vooral houtsneden. Vermoedelijk is Hubert van Eyck (1370-1426) aan het werk begonnen, en heeft zijn jongere broer Jan van Eyck (1390-1441) het afgemaakt. Het is echter onduidelijk wie wat heeft geschilderd. Voor de volledige afbeelding van de voorzijde, klik je op:

Fotograferen mag niet; zie hier mijn resultaat.

Voor meer info is de volgende link aan te klikken: http://www.statenvertaling.net/kunst/grootbeeld/317.html

De kathedraal zelf is bijna een museum te noemen. Het barst er van de kunst; sommige werken zijn al meer dan 600 jaar oud. Zo hangt er onder andere een levensgroot schilderij van Rubens (De intrede van Bavo in het klooster te Gent) uit de 17e eeuw en zijn er de fraaie gebrandschilderde ramen van Jan-Baptiste de Bethune uit de 19e eeuw te zien. Maar ook hedendaagse kunst is er te bewonderen. Tussen de hoge gotische pilaren en achter het hoofdaltaar zijn beschilderde doeken gespannen, die gemaakt zijn door de Zuid Koreaanse , in Parijs wonende dominicaanse priester-kunstenaar Kim En Joon te zien. Weer eens heel want anders dan de realistische werken waar de kathedraal mee overwoekerd lijkt.

 

Tegen kwart voor twee gaan we met zijn allen het schip in. Met 65 volwassenen zinkt de boot nog net, niet, maar het is kantje boord. Dan wordt het ruime sop gekozen, al is dat misschien wat zwaar aangezet voor het kalme water van de Leie en de daarop uitmondende Lieve, die ook bevaren wordt. Als er onder de bruggen door gevaren wordt zet het zingende deel van het gezelschap een volle keel op en begint het geramd zittende repertoire te zingen. De akoestiek is fantastisch en het levert het koor regelmatig een open doekje van de luisteraars op de wal, langs de kaden. Ook een manier om je publiek hoogstpersoonlijk op te zoeken.

Dat Gent een totaal andere stad is als Brugge is vanaf de boot goed te zien. Terwijl Brugge net als Venetië gewoon een openluchtmuseum is, kun je hier constateren dat Gent in volle hevigheid de industriële revolutie over zich heen heeft laten komen. Schitterende middeleeuwse panden worden afgewisseld met naargeestige, vervuilde gevels van oude fabriekspanden. Ondanks het wolkendek dat steeds grauwer wordt, overheerst toch de schoonheid van het geheel, ook al is het een ratjetoe van stijlen. Maar misschien is dat juist wel de charme van Gent, Toch heb ik in de stad absolute blunders gezien van zogenaamd verantwoorde renovatie en restauratie. Om nog maar niet te spreken over de verschrikkelijke reclameborden die tegen prachtige gotische gevels zijn geschroefd. Doodzonde. Dit kan het gemeentebestuur zich aanrekenen.

 

 

 

We sluiten het bezoek aan Gent af in stijl. Op de eerste verdieping van een café-restaurant aan de Graslei, met uitzicht op de smalle haven, nuttigen we onze, voorlopig laatste Vlaamse ‘volle aflaat’. Het wordt een Hoegaarden Grand Cru, geëscorteerd door een stevige wafel, waarop niet alleen de aardbeien hoog liggen opgetast, maar er ook een stevige dot slagroom gestapeld wordt. Buiten is het inmiddels zachtjes gaan regenen, maar op terugweg naar de bus is het weer nagenoeg droog.

Voordat we op het thuishonk arriveren wordt er nog een copieus warm en koud buffet aangericht in restaurant Merlijn in Veldhoven. Dat is niet compleet zonder een stevige kelk Leffe Brune. Het afkicken wil nog maar niet lukken. Gelukkig maar.

May 25th, 2007

Brussel: geen Manneken Pis, wel een Vrouwken Pis

Posted in: Travels — admin @ 7:59

Om half negen zet chauffeur Jo koers richting molochstad Brussel. Zijn rauwe, doorrookte stem gromt door de busmicro dat hij er vandaag weer zin in heeft. Anders wij wel. Het weer laat zich schitterend aanzien. Het geluk is met de godlozen. En daarvan zitten er vandaag zestig is deze ultramoderne touringcar. Na drie weken ben ik weer terug in Brussel. Toen was het ook een stralende lentedag, en eveneens zaterdag. Maar toen kwam ik voor de literaire marathon van Louis Paul Boons Mijn kleine oorlog, in de Etterbeekse Géruzetkazerne.

Brussel dijt ondertussen alleen maar verder uit. In de chaos van het stratenpatroon schieten de glazen toren als glimmende, gepolijste fallussen uit de bouwputten omhoog. De bevolking, die vanwege de eeuwige taalstrijd tussen Vlamingen en Walen al iets Babylonisch had, is nu exponentieel toegenomen, nu honderdduizenden migranten en duizenden Europese ambtenaren in deze polyglotte melting pot het nieuwe Brusselse Babylon pas echt goed op smaak brengen. Boons kleine oorlog is een grote oorlog geworden.

 

 

 

Op zaterdagmorgen kun je in de steenwoestijn van Brusel op je gemak de brede boulevards oversteken. Dan doe ik dan ook. Voor een kleine fotoshoot bij het Koninklijk Paleis, voordat we verder wandeling in de richting van het MIM, het Muziek-Instrumenten Museum. Het MIM beheert een wereldberoemde collectie van muziekinstrumenten en is gehuisvest in twee kolossale panden die destijds eigendom waren van Old England. Het betrof twee gebouwen in heel verschillende stijlen. Het neoklassieke gebouw aan het Koningsplein maakte deel uit van een globaal ontwerp voor het hele plein. De architect had zich geïnspireerd op de place Stanislas in Nancy. Het gebouw aan de Hofberg is een van de mooiste panden in art nouveau van Brussel. Het dateert 1899. Het gerenoveerde MIM-gebouw is sinds 2000 voor bezoekers toegankelijk.

De rondleiding voert langs heel veel klavier- en snaarinstrumenten, van de Oudheid tot het heden. Maar ook de blaasinstrumenten, sommigen eveneens al eeuwen oud, ontbreken niet in de indrukwekkende collectie van het museum. Misschien wel het meest beroemd is de grote collectie saxofoons, allen ontworpen door de Belgische naamgever van het instrument: Adophe Sax (1814-1894). Het uur is uiteraard veel te kort om alles te bekijken. Jammer dat onze gids niks laat horen, want volgens mij is muziek daarvoor juist bedoeld.

 

 

 

De Grote Markt van Brussel oogt als een Openluchtmuseum. En is het ook. De oude gildenhuizen worden, na stevige restauraties, goed onderhouden. De zon doet de vergulde beelden op de gevels blinken alsof je in een juwelierswinkel bent aanbeland. De markt zelf herbergt vandaag een bloemenmarkt, maar vooral honderden toeristen. Digitaal geharnaste Japanners worden ondersteboven gelopen door aan ijs of mayonaise likkende Duitsers, de opwaaiende zomerjurken van de Indische vrouwen blijven haken in nerveus gesticulerende Italiaanse loverboys. Kortom, een internationale mierenhoop. We hadden het toch over het Nieuwe Babylon?

 

 

Lunchtijd. In Brussel is geen gebrek aan eten, dus keuze genoeg. We laten ons weer verleiden tot een oude bekende: café-restaurant Falstaff tegenover de beurs. Omdat het zaterdag is, en de beursjongens niet actief zijn, is er plek genoeg in het prachtige Art Nouveau interieur. Eigenlijk ga je alleen daarvoor er naar toe. Want de bediening was in het verleden kloten-van-de-bok. Na de (zoveelste) sluiting in oktober 2006 heeft het beroemde café-restaurant de deuren weer geopend in januari 2007. Ditmaal blijkt een ervaren Egyptische Nederlander de touwtjes in handen te hebben. Hij hoopt de Falstaff de klok rond open te kunnen houden.

Van het eten valt ook dit keer niks te zeggen, dat is wel in orde. Maar de bediening is opnieuw naadje pet. Na enig aandringen (latere binnenkomers zitten al te schrokken) verontschuldigt de Vlaams sprekende serveerpoes zich alleen met: ja, ik heb ze in de keuken al twee keer gemaand. Dat heeft dan weinig geholpen. Of ze heeft hier weinig invloed. Enigszins geërgerd werken we de karbonades en de salades naar binnen

De klap op de vuurpijl komt als we even later de trap afdalen om het toilet te gebruiken. Dat kost dan 30 cent, onderstreept Vrouwken Pis. Slechte en te late bediening, maar aan de  pisserette wel gelijk afrekenen. Ze kunnen me de pot op! En loop stevig door naar boven. Vrouwken Pis laat het er niet bij zitten en schreeuwt ons na: C’est payant, monsieur! C’est payant. Ik zet me weer aan tafel, maar hoor ondertussen Vrouwken Pis de trap opkomen. Ze posteert zich aan onze tafel, waar we met zijn vieren zitten te eten. Daar fulmineert ze nog een minuut verder, totdat ze haar vordering in handen geeft van een ober. Die blijkt alleen maar Frans te spreken. En ook nog Engels. Maar wij ontdekken ineens geen taalwonderen te zijn, en beperken ons tot het ABN. En dat blijken Vrouwken Pis en de ober niet machtig te zijn. Zei ik al niet dat Brussel een Babylon was? Uiteindelijk geven ze het op. Pissig. Net als wij.

 

 

 

Dan maar weer de stad in. Nog ruim een uur de tijd. Na enige omzwervingen komen we weer terecht in de brasserie des Brasseurs, de oudste brasserie van Brussel aan de Grote Markt. Ambachtelijk gebrouwen bier tappen ze er. De koperen bierketels staan pontificaal en vertrouwenwekkend opgesteld in het eenvoudig ingerichte etablissement. Drie eenvoudige houten tafels en dito stoelen op het smalle terras in de uiterste hoek van de Markt. Maar het is er goed toeven achter een bière artisanale ambrée. De hele wereld trekt hier gratis aan je voorbij. Straattheater zoals je het zelden ziet. Helaas vertrek de bus weer om half vier naar Brugge.

 

 

 

’s Avonds geeft het koor nog een concert in de Joseph Ryelandtzaal in Brugge. De Joseph Ryelandtzaal aan de Ezelstraat maakte vroeger als kerk deel uit van het kloostercomplex van de Theresianen, De kerk belandde uiteindelijk in handen van de Anglicaanse kerk. Een aantal jaren geleden werd de kerk gerestaureerd. De bestemming als kerk voor de Anglicaanse eredienst werd opgeheven en men maakte er een concert- en orgelzaal van, onder de naam van de Brugse componist baron Jozef Ryelandt.

Als het koorgezelschap aan de massieve houten toegangsdeur klopt blijkt die nog gesloten. Enig rondbellen levert een gehaaste mevrouw op met sleutel in de ene en hond aan de andere hand. Gehaast maakt ze deur open en zich uit de voeten. Inmiddels is het inzingen begonnen.

Uiteindelijk blijkt er geen hond op het concert af te komen. De Bruggenaren vertoeven blijkbaar liever op de kermis of achter een stevige pint op het terras. Een enkeling die zich aan de ingang meldt maakt zich schichtig uit de voeten als de voorzitter hem uitnodigend naar binnen wenkt. De voorzitter blijkt geen Jezus, want ook de lammen, blinden, en kreupelen laten het afweten. Dan gewoon maar gezongen. En gedanst, want dat wordt er ook.

Toch had het gekozen repertoire voor deze avond de clubleiding aan het denken moeten zetten. Nomen est omen. Want op het gekozen programma prijken gezangen als The long day closes, In stiller Nacht en Silence. Een gewaarschuwd koor telt voor twee.

May 24th, 2007

Oostende: van de Japanse Shin Kai Tei tuin tot het Ensor Huis

Posted in: Travels — admin @ 8:04

Om kwart over negen wordt het signaal gegeven om ten aanval te trekken naar Fort Napoléon in Oostende. Het fort is gelegen op een steenworp van de stad.

Aan het eind van de 18de eeuw annexeert keizer Napoléon de Vlaamse en Nederlandse provincies. De keizer vreest een aanval vanuit Engeland op de haven van Oostende en laat daarom in 1811 een imposant fort in de duinen optrekken. Tot een Britse aanval komt het echter nooit: het fort doet enkel dienst als wapenopslagplaats en als verblijfplaats van het Franse leger. Na de val van Napoleon in 1814 (Waterloo) valt het ten prooi aan diefstal en vandalisme. In de beide wereldoorlogen krijgt het fort opnieuw een bestemming als artilleriekwartier van het Duitse leger. Op dit ogenblik doet het dienst als etablissement voor bruiloften en partijen en wordt het beheerd door de stichting Erfgoed Vlaanderen.

De rondleiding duurt een uur en er is geen kanon te zien. Aan het einde van de rustig verlopen veldtocht wacht aan de bar de lang verwachte koffie met slagroom en een glaasje advocaat. De ober raakt het spoor tijdens het uitserveren nogal eens bijster, zodat er ineens een compagnie advocaatglaasjes in slagorde staat opgesteld. Die wordt in no time een kopje kleiner gemaakt.

 

 

 

Op het Wapenplein midden in de badplaats wordt door de koorleden een pleinconcert gegeven. De Duitse straatmuzikant wordt vriendelijk, doch dringend verzocht zijn saxofoon even niet te laten snerpen. Op de plaats rust! Het publiek kan het openluchtconcert wel waarderen, en onderstreept dat met een regelmatig applaus. Maar aan alles komt een einde. En bovendien knort de maag.

Een snelle hap (broodje krabsalade in Taverne Le Touquet) en dan de boulevard op. De zon heeft zich inmiddels achter de wolken vandaan gewurmd en het is strandweer geworden. Het is een flinke tippel via het Casino naar de Venetiaanse Gaanderijen. Daar zal vanaf 9 juni (tot 30 september) de tentoonstelling Kuifje aan Zee te zien zijn. Vanachter de ramen kijken Tintin (Kuifje), Kapitein Haddock en Professor Zonnebloem je al uitnodigend aan.

 

Maar we zijn onderweg naar de vlak bij, in het Koningspark gelegen Japanse Tuin, Shin Kai Tei. Twee jaar geleden stonden we voor een gesloten poort. En ook nu verspert een kaartjesverkoper ons de weg. Alleen voor groepen vandaag, bromt hij. Mijn teleurstelling maakt hem niet week. Ook mijn voorstel om dan maar aan te sluiten bij een groep (die nog moet komen) haalt het niet. Ik kijk nog droeviger, maar haal ondertussen wel mijn beurs uit mijn binnenzak. Kom, zeg ik, voor vandaag een uitzondering. Voor de tweede keer onverrichter zake helemaal naar Nederland terug reizen, dat is niet menselijk. En ik steek hem mijn briefje van vijf toe. In zijn ogen zie ik de twijfel toeslaan. Ik heb geen wisselgeld terug, zegt hij, schichtig om zich heen kijkend. Och, laat maar zitten, doe ik royaal. En hij steekt me de toegangskaartjes toe, Doe wel de toegangsdeur achter jullie dicht, roept hij ons nog na. Omdat de officiële toegangsprijs slechts 1 euro per persoon is, rest er een fooi van 3 euri. Daar is op zijn minst een straffe trappist van te drinken seffens.

De Shin Kai Tei tuin is een wandeltuin in Kaiyushiki-stijl: je wandelt op je gemak door de tuin en ontdekt gaandeweg de verschillende landschappen die zich voor je ontvouwen. Een mini-landschap van waterpartijen, stapstenen, rotsen, bomen, planten, bonzai en bamboe. De centrale vijver heeft de vorm van een schildpad (symbool voor oudheid en duurzaamheid). Het water stelt het leven voor en stroomt van het oosten naar het westen, omdat de zon, de bron van alle leven, in het oosten opgaat. In het water steken rotsblokken uit die staan voor obstakels  (moeilijkheden) die je op je levenspad ontmoet.

We rusten even in de azumaya, het zomerhuis en vervolgen daarna weer onze wandeling (kaiyu). Jammer dat de rust verstoord wordt door het verkeer dat hier op nauwelijks vijftig meter vandaan blijft doorrazen. En dan is er ook nog het bruidspaar dat – nadat we een kwartier binnen zijn – hier een fotoreportage komt maken. Pas na een half uur komt er een groep Fransen door de toegangspoort naar binnen. Maar dan zijn wij er klaar mee. Als we de tuin verlaten, wandelen we nog helemaal om de stenen omheining, een muur die beschilderd is in de traditionele stijl van de Japanse Zentempels. Door het hek heen zien we groepen medereizigers aan komen wandelen die ook een bezoek willen brengen aan de tuin. Dit keer blijft onze Belgische cipier stoïcijns, en laat zich niet omkopen voor een paar euro-zilverlingen.

 

 

 

Tijd om neer te strijken op een van de zonovergoten strandterrassen. Er staat een stevige bries die soms het zand in je snuit blaast. Enige beschutting achter een glaswand is aan te bevelen. De Leffe Blonde zakt koel en verkwikkend naar beneden. Geeft weer voldoende energie om het laatste programma-onderdeel van deze middag af te werken: het James Ensorhuis aan de Vlaanderenstraat. De entree blijkt gratis, vanwege Museumdag in Oostende.

 

De in Oostende geboren James Ensor (1860 - 1949) verhuist in 1917 naar dit pand dat hij had geërfd van zijn oom die er een schelpen- en souvenirwinkel hield. Ensor is dan al 57 jaar. Na zijn dood ijveren vrienden voor het behoud van het huis als museum. In 1956 wordt het Ensorhuis overgedragen aan de stad Oostende. Vanwege de hoge onderhoudskosten raakt het huis in verval, en wordt het voor publiek gesloten. Het tij keert omstreeks 1973, wanneer een groep Ensorbewonderaars zich inzet zet om het huis te restaureren en vervolgens te heropenen als museum. Een jaar later is het zover.
Voor de originele schilderijen ben je in het Ensorhuis aan het verkeerde adres, die hangen vooral in het Museum voor Schone Kunsten, elders in de stad. Maar het unieke museum roept wel op suggestieve wijze de leefwereld van die vreemde sinjeur James Ensor op.

Je komt het huis binnen via de souvenirwinkel. Ensors oom hield hier een bazaar, vol kitscherige souvenirs, speelgoed, schelpen, prentkaarten, sierborden, koperwerk en maskers. Ensor sloot het winkeltje, maar bewaarde de spullen als herinnering en inspiratiebron. En nu is die hele bric-à-brac weer te zien. In de wandkasten vallen de maskers op die Ensor als schilder inspireerden. En aan een kleerhanger hangen zijn mantel en hoed. Maar er is natuurlijk veel meer.

Op de eerste verdieping, met eetkamer en salon-atelier, is de meubilering authentiek. De Blauwe Salon aan de straatkant was zijn ontvangst- en werkruimte; tegelijk leefkamer en atelier. Het is een schitterende, sfeervolle ruimte. Ik zou er onmiddellijk willen gaan schilderen. Jammer dat de zee van hieruit niet meer te zien is. De kustlijn van Oostende is immers, net als op zo veel plekken aan de Belgische kust, volgebouwd – en dus verpest – met fantasieloos toeristenbeton. Een modern soort Atlantikwall.

 

Voordat we de bus ingaan die het hele gezelschap weer af zal leveren bij Oostblokhotel-Novotel, loop ik nog snel even naar het groen uitgeslagen beeld van Dikke Mathille. Ze ligt al jaren op haar malse zij, met haar dikke, vlezige kont omhoog in een waterbassin, vlak bij het Casino. Op een draairol langs het trottoir staat het gedicht dat Hugo Claus jaren geleden voor haar maakte. Het beeld heeft een lange historie achter zich, maar ik citeer alleen even uit dagblad Het Volk van 7 juni 2002:

 

Brouwerij Strubbe uit Ichtegem werd door het hof van beroep in Gent veroordeeld voor het gebruik van een karikatuur van Dikke Mathille op haar gelijknamig Oostends streekbier. Volgens het hof mag de brouwerij wel de naam gebruiken, maar niet de afbeelding.

Het bewuste standbeeld De Zee , of in de volksmond Dikke Mathille , staat in het zicht van het Casino-Kursaal van Oostende en is de wellicht meest gefotografeerde of geschilderde site van de stad. Het gelijknamige bier droeg een karikatuur van het standbeeld van Georges Grard en ook op de etiketten, de bierviltjes en de glazen kwam dezelfde tekening voor. Dat gebeurde zonder de toestemming van de erfgenamen van de beeldhouwer. Eens de brief bij Strubbe in de bus viel, werd het embleem niet meer gebruikt.

Brouwerij Strubbe werd veroordeeld tot het betalen van een boete van 9000 euro. Een paar advertenties in de krant kosten meer centen, zal de brouwerij gedacht hebben. Hier dan het beloofde gedicht van Hugo Claus: 

 

 

 

 

Gereed met haar goddelijke reet.

Jeugdgroeperingen gooiden stenen naar haar ogen
of verfden haar buik in de menie.

Heren der gemeente interpelleerden want zij beefden
omdat haar - en hun - schaamte zichtbaar was.
"Want is dit, heren, tegenover de vele vreemden
die in onze stad roulette komen spelen
het beeld van onze vrouwen,
dit krolse vlees, deze kronkelende wilde?"

Mondgemeen noemt men haar de dikke Mathilde.
Zij ligt nu lager, in een plantsoen,
en wordt niet meer aangeraakt.
Alsof de verblufte weerzin door haar nabijheid stokt,
alsof de glans van haar flanken verschrikt.

Zij ligt schotvrij voor de gapers,
zij wekt de kei in hun kruis
en in hun blik het gebed : "O, gebenedijde, o mocht ik u
ongestraft berijden."

  

’s Avonds nog een paar uur in Brasserie Cambrinus gezeten, om nog wat meer tot nu toe mij onbekende Belgische bieren te savoureren. Of gewoon wat te ouwehoeren. De keuze van het bier valt, na raadpleging van het dikke Bierboek op Dulle Teve en Cambrinus Bruin, het bier van het huis, zou je kunnen zeggen. De tent zit afgeladen vol, zeker als er plotseling zo’n twintig dorstlustige annex zanglustige Venlonaren naar binnen stormen. Helaas is het Bierboek niet uit te lezen vanavond: het wordt eerder een feuilleton. Jammer, dat je straks weer een paar honderd kilometer ervan verwijderd bent.

Morgen: BRUSSEL: geen Manneken Pis, wel Vrouwken Pis

May 23rd, 2007

Brugge: van Heilig Bloedprocessie tot het Lam Gods

Posted in: Travels — admin @ 8:42

Hemelvaartsdag 2007 begint grauw en grijs. Een zware lucht hangt boven Brugge. Maar in de loop van de dag zal de bewolking steeds meer oplossen, totdat de zon ’s middags de Heilig Bloedprocessie weldadig zal verwarmen. Bij slecht weer zou de traditionele rondgang door de stad niet door kunnen gaan. De Heilig Bloedprocessie bestaat al sinds 1291.

Om 10.00 uur zal het koor de Heilige Mis opluisteren in de Sint-Gilliskerk, de kerk waar sinds 14 augustus 1494 de Vlaamse schilder Hans Memling begraven ligt. Omdat het koor nog een klein uurtje wil inzingen, heb ik als gast de gelegenheid om nog even Brugge in te gaan. De stad ligt er verlaten bij, bijna doods. Een enkele matineuze Japanner loopt als een verdwaalde schim over de kaden. Op de Markt zijn de tribunes met rode plastic kuipstoelen, ingericht voor de Heilig Bloedprocessie, nog leeg. Langzaam zie je de stad wakker worden, maar de rust overheerst. De kleurige middeleeuwse en bruggen weerspiegelen al eeuwen in het gladde, grijze water. Zo is de stad op zijn mooist: een middeleeuwse rust. Uren voordat de hordes met digitale camera´s bewapende toeristen zich meester maken van de stad. Zeker op een dag als vandaag.  

Ook in Brugge wordt de kerk bevolkt door de grijze golf van – in dit geval – gelovige Vlamingen. Zelfs op een christelijke feestdag als vandaag. Het koor zingt er desalniettemin niet minder om. Stemmige misgezangen wervelen tegen het hoge gewelf en zakken dan weer plechtig nar beneden. De pastoor glimt, evenals zijn gewijde collega’s. Dat hij het in zijn met kracht uitgesproken preek regelmatig heeft over de Geilige Geer, zij hem vergeven. En na de mis dankt hij zijn zingende, Nederlandse vrienden.

Het omkleden van de koorleden geschiedt in de sacristie. De pastoor zelf houdt toezicht op de zich uit panty- en korsetten wurmende sopranen en alten. Zo’n buitenkans krijgt hij maar één keer in het jaar.

Omdat we om 13.00 uur verwacht worden bij de Choco Story, het chocolademuseum, lopen we de stad in om een klein hapje te eten. Het wordt een echte Italiaan: Trattoria Trium aan het Jan van Eyckplein. En de keuze valt op een pizza siciliana: veel mediterrane kruiden, gemengd met stukje inktvis en schapengehakt op een dikke, luchtige bodem. De zon gaat er al bijna van schijnen.

 

De Choco Story is gevestigd in Huis De Croon, dat dateert van rond 1480. Aanvankelijk was het een wijntaveerne (en dat in Vlaanderen!), later een pasteibakkerij en in de 20e eeuw onder andere arbeidsbureau en politieschool. Het is nog steeds een fraai pand.

Het wordt een historisch verhaal. Want friet en chocola mogen dan wel geassocieerd worden met België, de aardappel en de chocoladeboon zijn beide van Zuid en Centraal Amerikaanse origine. De Maya’s en de Azteken lustten er indertijd wel pap van. En de Spaanse veroveraars deden hen na. Uiteindelijk werd het, na toevoeging van enige zoetigheden, de hofdrank van de Europese adel. En België spint er garen bij tegenwoordig.

In het vier verdiepingen tellende museum is er dan ook veel aandacht voor de Maya- en Aztekencultuur: beelden en gebruiksvoorwerpen van eeuwen terug. Maar ook de Franse adel is met allerlei porseleinen serviezen goed vertegenwoordigd. Daar steken de antieke Belgische en Nederlandse - blikken - chocoladetrommels van enige decennia terug wel erg goedkoop tegen af. Het bezoek eindigt uiteraard met een demo over het maken van pralines. En er moet natuurlijk geproefd en gekocht worden.

 

Hoog tijd voor een stevig glas Vlaams Bier. Het wordt Brasserie Cambrinus. Het dikke boekwerk dat de kelnerin je toeschuift geeft je de keuze uit 400 soorten bier. Op deze hoogtijdag van Christus wijst mijn vinger naar het Lam Gods uit de brouwerij van Wetteren, alcoholpercentage 7,5%. Zo, de eerste volle aflaat is binnen vandaag.

Een groot aantal van de medereizigers heeft een 10-euri stoel op de Markt voor de Heilig Bloedprocessie. Die heb ik niet. Langs het parcours hebben neringdoenden en particulieren hun hele stoelenvoorraad aan de straatkant gezet: 5 euri per stoel. Geen geld. Het centrum van de stad begint inmiddels aardig vol te lopen. Maar omdat er nog tijd genoeg rest, eerst maar eens een stevige wandeling naar het Begijnhof. Een oase van rust in de toeristische heksenketel rondom. De meeste, witte huisjes dateren uit de 17e en 18e eeuw. Echte begijnen wonen er niet meer. Het zijn de zusters benedictinessen die al bijna honderd jaar lang het begijnhof beheren. We wandelen met zijn vieren het hele hof rond. De witte, romantische huisjes schitteren in de zo nu en dan in de felle zon. Nog even de Begijnhofkerk (13e eeuw!) in en dan terug richting centrum. Maar voor het zover is bezwijken we voor een lokkend terras op het Walplein. Het wordt een fonkelende bokaal van Straffe Hendrik. De tweede volle aflaat van deze middag.

  

De Heilig Bloedprocessie vindt elk jaar op Hemelvaartdag plaats. De processie herdenkt al bijna 800 jaar de aankomst in de stad van een vaas met enkele druppels van het bloed van Jezus. De druppels werden meegebracht door Diederik van de Elzas, graaf van Vlaanderen, toen hij in 1150 terugkeerde van de tweede kruistocht. De processie is plechtige, typisch Vlaamse en godsdienstige optocht die bestaat uit een lange stoet van langzaam voortbewegende grote wagens, waarop inwoners van Brugge scènes uit het Oude en het Nieuwe Testament verbeelden. Daarna volgen in lange rijen en in schitterende kledij alle personages die in 1150 bij de aankomst van het heilige bloed aanwezig waren: burgers van Brugge met hun familie, leden van de gilden, kruisvaarders die graaf  begeleidden. De stoet wordt afgesloten door een groep geestelijken die het schrijn, waarin de ampul met het bloed wordt bewaard, begeleiden.

 

foto : Henk Mariën

Tienduizenden toeschouwers hebben zich rijen dik langs het parcours genesteld. Of stoelen van 5 euri of gewoon staand. En de rijken betalen 10 euri voor de eretribune op de Markt. Komend vanaf het Walplein-terras lopen we prompt in de armen van de stoet die al een tijd aan het voortschrijden is. Guido Gezelle ziet op zijn eigen plein toe dat het goed is zo. Later zullen we de processie voor de tweede maal kruisen, en hebben dan nog beter zicht op het kleurrijke spektakel dat aan ons voorbij trekt. Vlaanderen op zijn best. Zelfs gitzwarte, tot het ware geloof bekeerde Congolezen dragen baldakijnen of relikwieën. Jong en oud is opgetrommeld en in fantasievolle kledij gestoken. Kerkelijke gezangen drijven als ijle wolken over de menigte. Kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders, aangevuld met het locale leger aan priesters, laat zich gelden op zo’n dag als vandaag.

 

Om half zes is er nog tijd om op ’t Zandt, dat deze week is volgebouwd met een gigantische kermis, om een snelle kelk Tongerloo naar binnen te werken. Tegenover gaat het hoog de lucht in of is er het gegil vanuit het spookhuis. De zon schijnt dat het een aard heeft. Hoon is dan ook ons deel als we een aantal minuten te laat bij de bus arriveren. Maar om nou zo’n haast te maken om aan te schuiven voor de tomatensoep-met ballen, vis-met-aardappelpuree en tompouce als dessert (!) toe dat meneer Novotel vanavond uitserveert, dat lijkt me ook weer wat overdreven.

 

 

 

 

foto: Henk Mariën

May 22nd, 2007

Antwerpen: van Vlaeykensgang tot het Elfde Gebod

Posted in: Travels — admin @ 11:08

Het regent dat het zeikt als we om kwart voor negen vertrekken vanaf de parkeerplaats bij stadion De Koel in Venlo. Maurice levert ons af voor de bus. Zestig zanglustige VGK-ers met fans zetten koers richting Vlaanderen. Antwerpen is de eerste stop. Om half elf kiepert de bus ons naar buiten bij de Plantinkaai, aan de Scheldeoever. Een korte wandeling naar de Suikerrei en vandaar het centrum in. De paraplus blijven dicht.

Na enige omtrekkende bewegingen ligt daar de smalle steeg waar we moeten zijn: de Vlaeykensgang aan de Oude Koornmarkt. Het oude etablissement, ’t Hofke geheten, ontvangt ons met stevige Belgische koffie en een overdadig gevuld bord ijs-en-fruit-met-gebak, Zoete Zonde heet het spul. En dat is niks teveel gezegd. Waar kom je anders voor naar België? Ja, een stevige pint. Maar dat is voor na het middaguur.

Toch nog even terug naar ’t Hofke: “Diep verscholen in de Vlaeykensgang, Antwerpens bekendste steegje, doemt restaurant ‘t Hofke op als een ware oase van schoonheid en rust. De chefkok kokkerelt in dit dromerige Hofke lekkernijen als lauwe salade met gegratineerde geitenkaas en acaciahoning, Nieuw- Zeelands lamszadel met overheerlijke persillade van basilicum, look, olijfolie en broodkruim”, ronkt de website. En dat noemen ze Belgische keuken! Maar ik moet toegeven: ook al wordt dit alles op dit uur niet geserveerd, het ijs-en-fruit-met-gebak is een weldaad voor het gehemelte.

 

 

 

 

Om half een meldt zich de gids die ons rond zal leiden door het centrum van de stad. Ruim een uur zal de promenade duren. Ruim aandacht voor de rijke historie van de stad en zijn illustere inwoners uit het verleden. Peter Paul Rubens, Hendrik Conscience en Willem Ellschot strijden om de eer. Maar het is appels met peren vergelijken. Het zware wolkendek wordt inmiddels bij tijd en wijle doorkliefd door een felle streep zonlicht die de vergulde beelden boven op de schitterende 17e eeuwse handelshuizen op het plein voor de Sint-Romboutskathedraal fel doet oplichten. Het tegenover gelegen stadhuis is bedolven onder een golvende zee veelkleurige vlaggen. Vlaanderen heeft iets met vlagvertoon, dat is vandaag weer eens duidelijk. En er is de story van Nello en Patrasche, het romantische verhaal van de arme Nello en zijn hond Patrasche uit A Dog of Flanders. Vooral bedoeld om busladingen Japanners naar de Antwerpse markt te trekken. Het verhaal van de arme jongen die dagelijks naar Antwerpen trok om zijn koopwaar aan de man te brengen en om een blik te werpen op het interieur van de kathedraal. Het verhaal van eeuwige vriendschap, trouw en toewijding, zoals het grote blok zwarte marmer het omschrijft dat hier midden op het plein in de kasseien is verankerd. Ingewijd op 9 mei 2003 door Zijne Excellentie de Heer Sato, Ambassadeur van Japan, en het College van Burgemeester en Schepenen. Gift van TOYOTA, staat er op de ernaast in het plaveisel ingemetselde marmeren driehoek te lezen. Zo, nu weten we ten minste ook wie er het meeste profijt trekt van de Nello en Patrasche Story.

 

 

Tijd om de brasserie in te duiken, want het is inmiddels twee uur geworden. We waren er al langs gelopen tijdens de wandeling. De veelkleurige gipsen heiligenbeelden hadden de rug naar ons toegekeerd, maar waren van buiten af goed te zien. Een toeristische hot-spot, ik heb het natuurlijk over Het Elfde Gebod. Het café is goed gevuld met eters en drinkers. De muren en ramen worden gemaskeerd door een bont leger van heiligen, die doen alsof hun neus bloedt en onverstoorbaar neerkijken op het liederlijk zuipen en vreten van de gasten. Maar commercie en religie gaan vaker hand in hand. Veel kathedralen en kerken zijn immers gebouwd met de winsten van bierbrouwers. En ook kloosters verdienden honderden jaren hun bestaan met de productie van bieren. Het katholicisme is een aantrekkelijk geloof, dat blijkt maar weer eens. En België is een degelijk katholiek land. Leve de brouwers!

Het wordt een stevige kelk Poperings Hommelbier, wat aan de zoetige kant maar stevig. Een uitstekende injectie om de rest van de middag op vleugels  door Antwerpen te klapwieken. Het glas wordt op tafel gezet door een diep uitgesneden décolleté. Ook een soort Zoete Zonde, zou je kunnen zeggen. Maar we kwamen hier niet om te eten.

 

Daarna is het nog een stevige wandeling naar het MuKHA, het Museum voor Hedendaagse Kunst Antwerpen, in 1987 geopend in een compleet gerestyled pakhuis aan de Leuvenstraat, dicht bij de kaaien aan de haven. Jammer genoeg wordt het museum op dit ogenblik gerenoveerd en zijn er maar een paar verdiepingen gevuld met kunst. Hoewel, gevuld? Op de bovenste etage loopt nog de expositie Lonely at the top, met onder andere drie videowerken van de Belgische kunstenaar Herman Asselberghs. Het is inderdaad ‘lonely at the top’: er is niemand te zien, en de ‘kunst’ is ook nog eens zo leeg als wat. Dan maar weer terug naar beneden. Daar heerst het Mousem Festival. Een groep in België wonende Marokkaanse kunstenaars pakt daar uit met installaties, maquettes, foto’s, schilderijen en andere naar kunst neigende toestanden. Veel lijn zit er, voor zover ik het kan beoordelen niet in, maar dat is ook niet de bedoeling volgens de toelichtende teksten. In de tentoonstelling ligt de focus op kunstenaars die op een eigentijdse en bewuste manier, soms inhoudelijk, soms vormelijk en soms op beide manieren verwijzen naar Marokko.  De vraag hoe hun kunst een rol kan spelen in sociale en politieke veranderingen heeft de keuze bepaald. Het zal allemaal wel maatschappelijk verantwoord zijn, maar dat was indertijd de Nazi-kunst ook, om het nog maar niet te hebben over de Sovjet-kunst. Volgens mij kan kunst de vrijheid van zichzelf wel aan, die hoeft daar niet bij geholpen te worden.

 

Om vier uur staat de bus weer te wachten op de Plantinkaai. Om een uur of half zes wordt er ingecheckt in Novotel Brugge Zuid, een sober mainstream-hotel in een bosrijke omgeving. Maar ook op vijftig meter afstand van de autoweg Brussel- Oostende. Het diner – mocht je er deze naam aan willen geven – is er vooroorlogs: koolsoep gevolgd door draadjesvlees met aardappelen en warme appelmoes. Gelukkig twee bollen vanille ijs als apotheose. Maar de bollen blijken in de loop van de middag, na ontdooiing, weer her-bevroren, wat duidelijk af te lezen is aan de gladde ijsbaan beneden in het glazen kommetje. Gelukkig is er nog een Leffe Brune te drinken bij het eten. Wel zelf halen aan de bar, want serveren is er niet bij deze avond. De refter weerspiegelt naadloos de kwaliteit van het verstrekte voedsel, want ook de eetzaal is gestript van alle franje. Het voormalige Oostblok in Vlaanderen. Sinds vanavond staat Novotel Brugge Zuid op mijn lijstje van te mijden hotels.

 

MORGEN: BRUGGE, van Heilig Bloedprocessie tot het Lam Gods

 

May 13th, 2007

Shinkichi Tajiri en zijn 47 Ronins in Museum van Bommel van Dam

Posted in: Artist Impressions — admin @ 16:45

Er was aangekondigd dat Shinkichi Tajiri vandaag het boek, uitgegeven ter gelegenheid van de onthulling van de vier grote Ronin-beelden op de Venlose Maasbrug, zou signeren bij zijn parallelle tentoonstelling in het museum van Bommel van Dam. Echter, de 83-jarige Japans-Amerikaanse kunstenaar is ziek. Hij moet het dus laten afweten.

Maar dat betekent niet dat ik mijn bezoek aan de kleine expositie afblaas. Het is inderdaad een beperkte tentoonstelling. Heel wat anders dan de grote tentoonstelling in 2000 toen er tientallen grote Ronins te zien waren van karton, met een kern van centa foam. Ze blijken nu als opmaat gediend te hebben voor de vier grote ijzeren Ronins die op de uiteinden van de Venlose maasbrug tot negen meter hoog opklimmen boven het brugdek. Jarenlang is er aan gewerkt door de inmiddels Baarlose kunstenaar. In 2003 werd de opdracht tot het maken van de beelden gegeven. Op 2 mei 2007 zijn ze onthuld door koningin Beatrix. Een universeel statement tegen strijd en oorlog. En dan ook nog op een plek die in ieder geval voor Venlo de Tweede Wereldoorlog symboliseert.

Op 10 mei 1940 laat het Nederlandse leger de Maasbrug de lucht in vliegen, een poging om het oprukkende leger tegen te houden. Nadat de brug door de Duitsers medio 1941 weer hersteld was, bombardeert de Royal Air Force in de maanden oktober en november van het jaar 1944 de brug verschillende malen. Pas in 1957 komt er een nieuwe Maasbrug voor de stad.

Shinkichi Tajiri als mijns inziens als geen ander gerechtigd om de Ronins (Wachters) op de brug te plaatsen. In 1923 te Los Angeles geboren uit Japanse ouders, wordt op 7 december 1941 – de dag waarop hij 18 wordt – de Amerikaanse vloot in Pearl Harbour door de Japanse luchtmacht vernietigd. Voor de in Amerika wonende Japanners zal het een nare dag blijken, want ze zullen op bevel van president Rooseveld geïnterneerd worden in heuse concentratiekampen. Tajiri zelf belandt in concentratiekamp Poston 3 in de woestijn van Arizona.

Ronselaars voor het leger struinen een tijd later de kampen af, op zoek naar vrijwilligers voor het Amerikaanse leger. Ook Tajiri meldt zich aan. Met zijn compagnie Yankee Samoerai herovert hij Zuid Italië op de fascistische Duitse en Italiaanse legers. Op 9 juli 1944 wordt hij door sluipschutters onder vuur genomen en raakt ernstig gewond aan zijn linkerbeen. De hoop op een triomfantelijk onthaal in Amerika loopt uit op een desillusie. Shinkichi Tajiri vestigt zich in Parijs en ontwikkelt zich onder leiding van Ossip Zadkine en Fernad Léger. Vele jaren later komt hij, mede onder invloed van zijn Nederlandse vriendin, bij de Cobra-groep terecht en vestigt hij zich in Nederland. Eerst in Amsterdam, later in Baarlo bij Venlo, waar hij nu zijn apotheose beleeft met de opdracht vier ijzeren Ronins (Wachters) te plaatsen op de door de oorlog zo getergde Maasbrug.

Het verhaal van de 47 Ronin

Het belangrijkste verhaal over de trouw van de samurai is het verhaal van de 47 Ronin. Deze waren volgelingen van de heer van Ako, ( Asano Naganori ). Deze moest op zeker ogenblik verschijnen in het paleis van de Shogun. Omdat hij echter geen geschenk voor de hofmeester had meegebracht, werd hij door deze laatste constant uitgedaagd en beschimpt. In woede trok Asano daardoor zijn zwaard en verwondde de hofmeester. Omdat het trekken van het zwaard in bijzijn van de Shogun een misdrijf was, werd hij veroordeeld tot Seppuku ( rituele zelfmoord = harakiri).

Al zijn bezit werd in beslag genomen en de 300 krijgers die dienst deden in het Ako kasteel waren vanaf dat  moment , ronin ( samurai zonder meester). Zij gingen uiteen, maar Oishi Kuranosuke kon niet accepteren wat er was gebeurd. Hij bracht 47 samurai bijeen en samen werd besloten de meester te wreken. Maar dat bleek niet eenvoudig, want Kira had een mogelijke wraakoefening verwacht en was erg op zijn hoede . Zijn spionnen hielden alles nauwlettend in de gaten.

Oishi en zijn vrienden volgden daarom een misleidingtactiek. Zij leefden verkwistend en in dronkenschap en leken de herinnering aan hun meester totaal vergeten. Oishi verliet zijn echtgenote en kinderen en ging met een prostituee samenwonen. Uiteindelijk werd geen aandacht meer aan hen geschonken en op een winterse decembernacht in 1702 voerden zij een aanval uit op Kira’s huis. Hij vluchtte en verborg zich terwijl zijn krijgers moedig streden. Hij werd gevonden en onthoofd en zijn hoofd werd gewikkeld in een witte doek door de samurai naar het graf van hun meester gebracht in de Sengakuji tempel. Daar werd het hoofd van Kira neergelegd en een brief waarin de samurai de verantwoordelijkheid opeisten. Toen zij zichzelf overgaven, haalde het volk van Edo hen als helden in en zelfs de shogun bewonderde hun moed en doorzettingsvermogen. Maar moest ze volgens de wet toch tot de dood veroordelen. Als bijzondere gunst mochten zij seppuku plegen, hetgeen hun eer redde. Op 4 februari 1703 stierven zij en kregen hun graf naast hun meester Asano.

 

May 3rd, 2007

Paaldanseressen zetten de Shinkichi Tajiri Brug in vuur en vlam

Posted in: Artist Impressions, Journaal — admin @ 16:00

Zo’n stadsfeest waar zelfs koningin Beatrix voor naar Venlo afreist, kun je natuurlijk niet aan je voorbij laten gaan. Dus ben ik, samen met mijn vrouw en een van haar vriendinnen, om tien voor negen ’s avonds weer present op de Tajiri Brug. Onverstoorbaar, massief en zwart steken de al bijna vertrouwde Ronins af tegen de strakke lucht die langzaam oranje kleurt. Over ruim een uur wordt hier spektakel voorzien. Ondertussen stroomt de brug al aardig vol. In de overkoepelde feesttent aan de Blerickside maken de muziekgezelschappen zich op. De tap is open.

 

Na een uur zijn de Ronins nog zwarter geworden, maar ook de lucht is ontdaan van het oranje,  en neemt het nachtelijke kobalt het langzaam over. Het wachten loopt op zijn einde. Want daar is de maestro zelf, mister Shinkichi Tajiri, die over de rode loper komt schrijden naar het midden van de brug. Hij wordt in de arm genomen door twee escortdames, in de gunstige zin der betekenis. De in Los Angeles geboren beeldhouwer heeft zo zijn eigen engelen. Maar in de komende uren zal hij er meer treffen op zijn ‘eigen’ brug. De vlerk.

  

Het kon natuurlijk niet uitblijven, dat Venlose compromis. Een Blericks en een Venloos muziekkorps marcheren naar het midden van de brug. Het treffen had wel een beetje spetterender gemogen, afgemeten naar het vuurwerk dat even later van de brug spat. Maar kom, niet chagrijnig worden, want daar zijn duivelse roodzwarte heksen al die alles in een hels verterend vuur zetten. Als een lopend vuurtje haasten ze zich over de brug. Hun vlammen klauwen de donkere nacht in. Maar hun hitte lost op in de nacht. Gevallen engelen die zich weer eens moeten laten gelden. En de mensen angst willen inboezemen. Maar de bevolking heeft inmiddels een kwartet Ronins achter zich staan, dus hun intimidatiepogingen zullen tot mislukken gedoemd zijn. 

Gelukkig is er meester Shinkichi Tajiri zelf die de macht over neemt en de plotseling uit het nachtelijke donker opdoemende witgevleugelde danseressen naar zich toe lokt. Op hoge palen (kenners noemen het stelten) bewegen ze zich naar het midden van de brug om daar uit handen van meester Tajiri het geruststellende vuur te ontvangen dat zit opgesloten in kleine lampions. De boze, vlammenwerpende toverkollen verjaagd. De onbevlekte feeën met hun brede, klapwiekende vleugels nemen de heerschappij van de nacht over. Gracieus, en geenszins houterig, bewegen ze zich over de brug van hun Japans-Amerikaanse meester. Even deinzen we met zijn allen terug, als ze zich te ver voorover buigen. En tussen het gewone volk dreigen te raken. Maar met gevallen engelen zullen we niet meer van doen hebben vanavond. Licht in de duisternis, en dan niet het doemlicht van die losgeslagen bende Eucalypta’s van een paar minuten eerder.

De witte gevleugelde paaldanseressen bewegen zich in de richting naar hun zwarte, ijzeren wachters, want ook zij zullen van het nieuwe licht profiteren. Ze posteren zich heupwiegend voor hun sokkels. Zich zo nu en dan vastklemmend – zonder hun bewegingen te onderbreken – aan de donkerrode lantaarnpalen. Het blijven paaldanseressen. Die niet alleen de Tajiri Brug in vuur en vlam zetten, maar ook het massaal toegestroomde feestpubliek van doen ontvlammen, of op temperatuur brengen voor het muzikale geweld dat meteen daarna vanonder het golvende tentdoek de Maas over dendert.

  

Good old Ben Verdellen bijt de spits af. Of mister Tajiri dit nog allemaal over zich heen laat komen, betwijfel ik. De meester zal zich ongetwijfeld door zijn twee escortdames, zijn persoonlijke nachtwacht, terug richting Baarlo hebben laten voeren. Als dan tenslotte de band Neet oet Lottum op het podium verschijnt gaan alle remmen los. Het bier is schraal en vloeit onvertraagd uit de tap. Er is geen doorkomen meer aan. Frans Pollux zingt op deze avond de sterren van de hemel. Wie had dat gedacht van een leerling die ik bijna vijftien jaar geleden in de klas had? De Ronins vertrekken echter geen spier.

May 2nd, 2007

Parijs zijn Pont Alexandre III, Venlo zijn Shinkichi Tajiri Brug

Posted in: Artist Impressions, Journaal — admin @ 18:12

Eindelijk heeft Venlo zijn visitekaartje. Met de Maaskade wil het nog niet echt lukken (als het al wat wordt), OCE wordt steeds minder een Venloos bedrijf, en op de Floriade moeten we nog een jaar of vijf wachten.

Een strakblauwe lucht boven een driftige golvende Maas, waar politieboten nerveus op en neer varen. Het is half twee, woensdag 2 mei. En ik sta met mijn vrouw op de ge-upgrade Venlose Maasbrug. In afwachting van de komst van koningin Beatrix die rond kwart over twee officieel de vier Ronins van ‘onze’ Shinkichi Tajiri zal onthullen.

Even daarvoor het ik mijn auto praktisch voor de ingang van de Frederik Hendrik Kazerne in Blerick geparkeerd. Het blijkt de plek waar de koningin om 14.00 uur als luchtvracht uit de hemel zal komen vallen. Maar dat wist ik op dat ogenblik nog niet.

De speaker meldt de komst van de koninklijke helikopter. En inderdaad, daar klapwiekt en ronkt de ijzeren vogel in het azuurblauw boven de Blerickse uiterwaarden. Binnen tien minuten wordt ze, in gezelschap van de locale, provinciale, politieke en industriële jetset per auto aangevoerd tot aan het begin van de ‘nieuwe’ Maasbrug. Orkest ‘Temple Tajiri’ staat haar al op te wachten, voordat ze haar koninklijke voeten op de paar honderd meter lange rode loper zet richting middenstip van de brug. Want daar staat het officiële paviljoen, en wordt ze opgewacht door martiale Venlose huzaren. Een zachte zetel zal haar daar worden aangeboden.

In de verte zie ik haar aan komen lopen. Gekleed in een roze mantelpak en een brede bijpassende hoed, die vanwege de nogal straffe oostenwind die over het water blaast, ongetwijfeld stevig zal zijn verankerd. Hier en daar onderbreekt ze haar pontificale voettocht om de plaatselijke bevolking de hand te drukken. Overigens hoor ik om mij heen niet alleen onvervalst Venloos, maar eveneens Pools (de grenzen zijn immers sinds gisteren echt open), Turks en Marokkaans van plaatselijke allochtonen.

De officiële opening gaat relatief snel voorbij. De koningin wordt uitgenodigd op een grote gong te slaan die door moet gaan voor een echte Japanse, maar er staat toch echt met grote letters ‘Adams’ op. Tegelijkertijd tillen vier grote kranen de verhullende gemeentejurken van de vier wachters omhoog. De wachters (ronins) staan in duo’s opgesteld, aan weerszijden op de beginpunten van de brug: twee aan de Blerickse kant, twee aan de Venlose kant. De openbare striptease gaat redelijk snel in zijn werk. Al snel wapperen de gemeentejurken wapperen de roestbruine, ijzeren ronins. Opwaaiende Zomerjurken, zou Oek de Jong zeggen. En dan zijn ze in volle glorie te bewonderen: vier stoere, onverzettelijke ijzervreters. Op het eerste gezicht komen ze nogal agressief over, maar naarmate je ze beter bekijkt zie je dat ze geenszins van plan zijn dood en verderf te zaaien. De ene ronin torst een levensgrote vlinder als schild, de andere heft een ijzeren tulp naar voren als symbool voor zijn vredelievende bedoelingen. Het roestbruin tegen de azuurblauwe lucht maakt het geheel tot een fantastische compositie van scherpe kleuren en lijnen.

Dat Shinkichi Tajiri de juiste persoon was om deze wachters vorm te geven, lijkt mij een goede beslissing. Met zijn beeldhouwkunst geeft hij al meer dan zestig jaar vorm aan de psychologische littekens die de indringende ervaringen van de Tweede Wereldoorlog op hem en ons hebben achtergelaten. Daar kan Venlo over meepraten. Tot twee maal toe werden in de Tweede Wereldoorlog de Maasbruggen in puin gegooid. De brug die in 1957 vervolgens werd herbouwd is nu, in 2007, af. Tajiri heeft met zijn vier Ronins een duidelijk statement afgegeven tegen welke oorlog dan ook. En Venlo een fantastisch visitekaartje bezorgd. Wat mij betreft mag de brug vanaf vandaag worden herdoopt: van ‘stadsbrug’ tot ‘Tajiri-brug’.

Venlo kan trots zijn op zijn brug, de Pont Alexandre III in Parijs waardig. Een binnenkomer van de eerste orde.

 

 

 

Als ik met mijn vrouw terugloop in de richting van mijn geparkeerde auto wordt ik nog geïnterviewd door de Westdeutsche Rundfunk. Omdat de vrouwelijke reporter (van origine blijkt ze Vlaamse) nog iets wil weten over de oorsprong van de brug en de betekenis voor de stad, kan ik er niet omheen om terug te keren naar de tijd dat Venlo frontstad was. En dat de brug vernield werd door het oorlogsgeweld. Maar tegelijkertijd wijs ik haar op de symboliek van de vlinder en de tulp. Europa is in die vijftig jaar wel wat veranderd. En Venlo ook sinds vandaag.

 

 

 

 

 

 

 

 

 
  • ON THE ROAD naar Santiago de Compostela

  • Sint Jacobus leidt me door braamstruiken en naar bierloze cafés

  • New York op doek: nieuwe schilderijen

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 20

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 19

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 18

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 17

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 16

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 15

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 14

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 13

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 12

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 11

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 9

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 8

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 7

  • Christo in Central Park New York

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 6

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 5

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 4

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 3

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 2

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 1

  • Sleepless in Manhattan - intro

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 17

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 16

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 15

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 14

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 13

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 12

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 11

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 9

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 8

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 7

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 6

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 5

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 4

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 3

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 1

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico García Lorca 1

  • BINNENKORT IN DIT THEATER: ANDALUSIË

  • Hermitage: het zomerpaleis van Nicolaas II aan de Amstel

  • Wajauw? Met Ahmed Marcouch en Hans Laroes naar Brooklyn aan de Maas

  • Luik: van nu en toen, van Calatrava en Les Olivettes

  • Geen Pim Pandoer, wel Beethoven in ’s Heerenberg

  • Spaanse La Notte in het Hollandse Slot Loevestein

  • Van Gogh en de kleuren van de nacht in Amsterdam

  • Opnieuw de ruimte in: A Space Odyssey 2

  • Schilderen: een lange winter met gebrande omber sienna

  • Paradise by the dashboard light

  • Shipbreaking op doek. Met dank aan Edward Burtynsky - Work in Progress

  • Ode Maritima aan Fernando Pessoa

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 16

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 15

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 14

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 13

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 12

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 11

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 10

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 9

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 8

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 7

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 6

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 5

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 4

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 3

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 2

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 1

  • MANHATTAN TRANSFER

  • Corrida aan het einde van de Indian Summer

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 14

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 13

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 12

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 11

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 10

  • Intermezzo: Lucien zingt Lee Towers

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 9

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 8

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 7

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 6

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 5

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 4

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 3

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 2

  • Valencia: tapas op de Feria van Calatrava 1

  • VALENCIA: tapas op de Feria van Calatrava

  • Feria Andaluza in Boom België, of all places

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 15 / slot

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 14

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 13

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 12

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 11

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 10

  • Powered by ME :) !! en MainCore
    Blog (c) WordPress 1.5 Theme created by McMike and Mr-Godd