Gent: van het Lam Gods tot de Prondelmarkt aan de Leie
De dag begint grijs, hoewel ons door de Belgische Erwin Krol enige zon beloofd is. De rit per bus van Brugge naar Gent is snel gemaakt. Het groene landschap glijdt geruisloos aan ons voorbij. Dat heb je met die dubbele beglazing in die ultramoderne touringcars. Je beweegt als een alien door het platte Vlaamse land. Mijn Vlakke land, Mijn Vlaanderenland. Het is alsof ik de rauwe stem van Jacques Brel nog hoor, maar het zal mijn mémoire involontaire wel zijn dat me parten speelt.
Een wandeling van een kleine kilometer, vanaf het Sint Michielsplein tot aan de indrukwekkende Sint-Baafs eindigt met een voorzichtige zon en flarden blauwe lucht. Dat zal zo een paar uur duren, voordat de grauwe lucht al zijn grauwe gordijnen weer dicht trek boven de stad. De ochtendwandeling om deze zondagmorgen is niettemin een prima start van de dag. Tijdens de promenade neem je ondertussen uitzichten op de binnenhaven van de Gras- en Korenlei, de Sint-Niklaaskerk en het imposante Stadhuis mee. En uiteraard de Sint-Baafskathedraal, die op dit ogenblik nog voor publiek gesloten is, omdat de locale gelovigen alle rust wordt gegund om de zondagsmis te volgen.
Na de koffie op een van de vele terrassen van het Sint-Baafsplein maar eens echt de pas erin. Ook op zondag is de stad in vol bedrijf, hoewel de meeste winkels gesloten zijn. Want er zijn allerlei markten. En starten op een unieke marktplaats in de schaduw van oude platanen en een nog veel oudere Sint-Jacobskerk: de prondelmarkt, zoals het hier genoemd wordt. De handelaren hebben er zelfs een site voor opgericht, waarop onder andere het volgende te lezen valt:
De marktkramers en handelaars van "Brocante bij Sint-Jacobs" zijn fier u de oudste prondelmarkt van België te leren kennen waar je antiek, brocant, curiosa en allerlei tweedehandse spullen op de kop kan tikken. In het hartje van Gent, in de schaduw van de eeuwenoude Sint-Jacobskerk houden wij er winter en zomer iedere week markt op vrijdag-, zaterdag- en zondagmorgen van 08 u 00 tot 13 u 00.
En zo slenter je dus over het bedrijvige plein. De terrassen lopen vol en de eerste pinten zijn al meer dan een uur geleden gedronken. De marktmeester in zijn blauwe politiehemd en met zijn zwarte képi op zijn hoofd loopt met een schoolbel luid klingelend over de markt. Met zijn standwerkersstem drukt het met gemak het geroezemoes van het naar koopjes snuffelende publiek weg. Later op de morgen zullen we hem nog een keer tegen komen op de vogeltjesmarkt, zo’n honderd meter verder.
Gehoofddoekte Marokkaanse vrouwen wroeten door de stapels tweedehand schoenen, daarin nagevolgd door hun al eveneens gehoofddoekte dochtertjes. Even verder sjouwt een oude Gentenaar met een namaak-antieke tafel het plein af. Zelf speur ik naar zogenaamde cartes d’amour, van zo’n honderd jaar geleden. Jaren achtereen trof ik er op de Parijse marché aux puces bij de Porte de Clignancourt. Maar ook hier kan ik er weer enkelen aan mijn collectie toevoegen. Een paar kramen verder graai ik een eveneens bijna honderd jaar oud boekwerk van Hendrik Conscience uit een doos. Vijf euri voor Eene Gekkenwereld. Geen geld voor deze Leeuw van Vlaanderen.
We lunchen op een terras op de Vogeltjesmarkt. De zon schijnt er wat flauwtjes bij, maar op de tegenover gelegen kiosk speelt een jeugdorkest ondertussen vrolijke marsen. En daar duikt onze schoolbel luidende marktmeester weer op. Met luide stem brengt hij de geverfde parkieten en kanaries in hun kooien tot zwijgen.
Om 13.00 uur zijn we weer terug bij de Sint-Baafskathedraal. Daar zal het koor een zogenaamd inloopconcert geven. Het klinkt uitstekend in deze fraaie ambiance, ook al zijn ze er zelf niet helemaal tevreden over. Ik maak van de gelegenheid gebruik om even – tegen betaling van drie euri, want de tollenaars regeren nog steeds – het Lam Gods van de gebroeders van Eyck te gaan bewonderen. Het retabel wordt uit het zicht gehouden in een kapel achter in de kathedraal.
De aanbidding van het Lam Gods (1432) is het bekendste werk van de gebroeders Hubert en Jan van Eyck. Het is genoemd naar het onderste middenpaneel, waar een lam vereerd lijkt te worden door groepen engelen, martelaren, profeten en apostelen. Het werk was een van de eerste zo niet het eerste geschilderde altaarstuk in Noord- en West-Europa; tot dan toe waren dat vooral houtsneden. Vermoedelijk is Hubert van Eyck (1370-1426) aan het werk begonnen, en heeft zijn jongere broer Jan van Eyck (1390-1441) het afgemaakt. Het is echter onduidelijk wie wat heeft geschilderd. Voor de volledige afbeelding van de voorzijde, klik je op:
Fotograferen mag niet; zie hier mijn resultaat.
Voor meer info is de volgende link aan te klikken: http://www.statenvertaling.net/kunst/grootbeeld/317.html
De kathedraal zelf is bijna een museum te noemen. Het barst er van de kunst; sommige werken zijn al meer dan 600 jaar oud. Zo hangt er onder andere een levensgroot schilderij van Rubens (De intrede van Bavo in het klooster te Gent) uit de 17e eeuw en zijn er de fraaie gebrandschilderde ramen van Jan-Baptiste de Bethune uit de 19e eeuw te zien. Maar ook hedendaagse kunst is er te bewonderen. Tussen de hoge gotische pilaren en achter het hoofdaltaar zijn beschilderde doeken gespannen, die gemaakt zijn door de Zuid Koreaanse , in Parijs wonende dominicaanse priester-kunstenaar Kim En Joon te zien. Weer eens heel want anders dan de realistische werken waar de kathedraal mee overwoekerd lijkt.
Tegen kwart voor twee gaan we met zijn allen het schip in. Met 65 volwassenen zinkt de boot nog net, niet, maar het is kantje boord. Dan wordt het ruime sop gekozen, al is dat misschien wat zwaar aangezet voor het kalme water van de Leie en de daarop uitmondende Lieve, die ook bevaren wordt. Als er onder de bruggen door gevaren wordt zet het zingende deel van het gezelschap een volle keel op en begint het geramd zittende repertoire te zingen. De akoestiek is fantastisch en het levert het koor regelmatig een open doekje van de luisteraars op de wal, langs de kaden. Ook een manier om je publiek hoogstpersoonlijk op te zoeken.
Dat Gent een totaal andere stad is als Brugge is vanaf de boot goed te zien. Terwijl Brugge net als Venetië gewoon een openluchtmuseum is, kun je hier constateren dat Gent in volle hevigheid de industriële revolutie over zich heen heeft laten komen. Schitterende middeleeuwse panden worden afgewisseld met naargeestige, vervuilde gevels van oude fabriekspanden. Ondanks het wolkendek dat steeds grauwer wordt, overheerst toch de schoonheid van het geheel, ook al is het een ratjetoe van stijlen. Maar misschien is dat juist wel de charme van Gent, Toch heb ik in de stad absolute blunders gezien van zogenaamd verantwoorde renovatie en restauratie. Om nog maar niet te spreken over de verschrikkelijke reclameborden die tegen prachtige gotische gevels zijn geschroefd. Doodzonde. Dit kan het gemeentebestuur zich aanrekenen.
We sluiten het bezoek aan Gent af in stijl. Op de eerste verdieping van een café-restaurant aan de Graslei, met uitzicht op de smalle haven, nuttigen we onze, voorlopig laatste Vlaamse ‘volle aflaat’. Het wordt een Hoegaarden Grand Cru, geëscorteerd door een stevige wafel, waarop niet alleen de aardbeien hoog liggen opgetast, maar er ook een stevige dot slagroom gestapeld wordt. Buiten is het inmiddels zachtjes gaan regenen, maar op terugweg naar de bus is het weer nagenoeg droog.
Voordat we op het thuishonk arriveren wordt er nog een copieus warm en koud buffet aangericht in restaurant Merlijn in Veldhoven. Dat is niet compleet zonder een stevige kelk Leffe Brune. Het afkicken wil nog maar niet lukken. Gelukkig maar.