April 30th, 2007

In st(r)aat van oorlog in de maneges van de Géruzetkazerne, deel 2

Posted in: Journaal, Literair — admin @ 15:44

Voor het luttele bedrag van tien euro ben je de hele avond te gast bij de literaire marathon (18.30 - 23.00 uur). De tweede manege van de Géruzet kazerne in Etterbeek/Brussel is omgebouwd tot slagveld in de paardenmodder. Verspreid over de hele hal zinken de scheefgezakte houten kruisen weg in de gelige bodem, die iets weg heeft van gepoft zand. IJzeren barricades, veldtelefoons en communicatiebekabeling voeren je naar het dodelijke oorlogfront. Kwistig over het slagveld liggen de levenloze lichamen van de gesneuvelde militairen. Hun vaalgrauwe koppen steken uit hun vaalblauwe uniformen. De rigor mortis is al uren geleden ingetreden. En ik vroeg mij tevens af hoe lang hoe lang die oorlog nog ging duren, en of ik op de wereld gekomen was om altijd maar oorlog te zien…Hier in de manège gaat de oorlog zoals die gaat.

Niks Star Wars, niks slimme bommen, niks geleide projectielen op dit Géruzetfront. Geen beeldschermen waarop geluidloos de boel wordt opgeblazen. Op dit slagveld voeren we nog steeds een 20e-eeuwse oorlog. Zoals die moet zijn. Met niets ontziend geweld, de stank van lijken in ontbinding, oorverdovend lawaai, zinloos gekerm, en zand dat dof bloed absorbeert. Zo kennen we de oorlog weer.

Aan de zijkanten staan in strak gelid geperste pakken stro opgesteld. In lange rijen. Ze zijn bedoeld als de zitbanken voor de toeschouwers, deze avond. Al urenlang staren doffe ogen uit vaalgrauwe koppen boven vaalblauwe uniformen naar hun minder gelukkige medestrijders. Want ook soldaten houden wel van een verzetje. En wat is er aantrekkelijker dan te kijken naar je maten die daar liggen te creperen. Want jij bent voor even met verlof. En er is bier. En er zijn willige vrouwen. Oorlog als vertier. Moet kunnen, toch?

  

 

De manège loopt na half acht redelijk vol. De toeschouwers nestelen zich op hun baal stro of schurken zich tegen de soldaten-met-verlof. Dat moet een beschermd gevoel geven. Het spektakel is dan al begonnen. Boon aan het woord. Ge schrijft uw ‘kleine oorlog’. Ge zoudt liever een ander boek schrijven – groot schoon woelig juist – ge zoudt het dan noemen ‘dit zijn de vloeken en gebeden van den kleinen man tegenover den grooten oorlog, dit zijn de zangen, dit is DE BIJBEL VAN DE OORLOG’ – op een anderen dag wenscht ge echterniets liever dan uw pen stuk te stampen op het vlak van uw schrijftafel – het is zeer plezierig zooiets maar ge zijt verplicht u den dag daarna een nieuwe pen te kopen – want schrijven doet ge toch, het is een natuurlijke behoefte – de eene mensch vloekt zich dood, de andere loopt zijn kop op de muren stuk. Ge schrijft uw ‘kleine oorlog’.

De muziekmaatschappij van de federale politie marcheert naar binnen. Het boek over de oorlog wordt opengeslagen. Voorgelezen. Na het Nederlands volgt in vertaling het sonore Frans van de pikzwarte neger Kabongo. Djembé’s aan het front. En daar heb je The Sugar Riots al. Ze geven hem van katoen, denderen met John Cale over het slagveld en schreeuwen Ready for war te zijn.

 

Dan is het woord aan Jo Boon. De zoon van, inderdaad. Hij veegt zich het sluike haar voor zijn ogen weg. Gezeten bij zijn veldtelefoon voert hij zijn ‘kleine oorlog’. Zijn ruime grijze broek is geneden op loopgraafformaat. Er soepel in kunnen bewegen is belangrijk om te overleven. De goudvissen van zijn vader worden op het droge gelegd. Spartelen nog wat na. Happen naar lucht. Maar de oorlog is adembenemend. Ook een kleine oorlog. De Sugar Riots reiken hem het mes aan. Ballad of the soldier’s wife. Macky Messer? Nee, het duo Bertold Brecht en Kurt Weil op is het strijdtoneel verschenen. Ook oorlogsveteranen.

 

Alle oorlogen lijken op alle oorlogen. En rijgen zich als woorden aaneen. De Oorlogsboontjes worden afgewisseld door scènes van de Iberische grootmeester Fernando Arrabal. Even rust aan het front, want er wordt gepicknickt op het slagveld. De gekte verbeeld. Op een even cynische als lachwekkende manier. Maar het eindigt op een manier zoals uiteindelijk alle oorlogen eindigen: met de dood. Dan is al die uitgelatenheid van even daarvoor toch niet voor niets geweest.

En er zijn de getuigenissen van al die gewone, argeloze burgers. Op drift geraakt, moe gezworven, en als wrakhout aangespoeld in een onbekend land. Ver van huis en haard, en gericocheerd tussen de elkaar naar het leven staande partijen. ‘No pasarán’ is het Esperanto van de ontheemde, maar even zo vaak wordt er over hem heen gewalst. Met ingehouden adem luister je naar de persoonlijke verhalen van Manuel Mugica-Gonzalez, van Maria Dermitzaki. Of kijk je naar videoboodschappen van weer andere op drift geraakten. Irak, Rwanda, Darfur: aan deze rozenkrans komt nooit een einde. Elk jaar worden er weer nieuwe kralen aan het snoer toegevoegd. Bidden tot je een ons weegt.

 

 Het spektakel wordt afgewisseld met interventies en tussenteksten. Peter Lombaert komt met zijn vriend van den Borre binnenstrompelen. En Mathilde Demarez neemt de kleine kolendieven op sleeptouw. En er zijn de oorlogsblinden. Twee slechts, op deze avond. Het is maar het topje van de ijsberg. Er zijn de fantassins uit de Grote Oorlog, een eeuw geleden al bijna weer. Waar blijft de tijd?

Maar zijn ook de profiteurs van de oorlog. De vol gevretenen voor wie de oorlog niet lang genoeg kan duren Meneer de Swaem en Meneer Boone. Meneer de president, welterusten - Slaap maar lekker in je mooie witte huis - Denk maar niet te veel aan al die verre kusten - Waar uw jongens zitten, eenzaam, ver van thuis.

Maar Boudewijn de Groot is vanavond niet van de partij. En toch moet ik even aan hem denken. Of het nou Vietnam is of Irak. De soldaat is altijd op herhaling. Of in dekking voor de bom. Gimme Shelter zingen de Sugar Riots de Rolling Stones na. War, children, its just a shot away, Its just a shot away. Maar het had ook Boudewijn de Groot weer mogen zijn.

 

 

 

 

 

 

 

Ondertussen woedt de Kleine Oorlog van Louis-Paul Boon gewoon verder in dit No man’s land van de G’s land van de Géruzetmanège. De vaalblauwe slachtoffers hebben zich de hele avond muisstil gehouden. Liggen voor dood over hun veldtelefoon. Of gewoon, als een oud vod over een baal stro gedrapeerd.

En anders zijn er wel die woorden van de man uit Aalst. Met alles erop en eraan. Zoals het hoort. De uitgemergelde uit Buchenwald hand in hand met Leen Persijn. Maar er zijn er ook met eenvoudiger verhalen. En als het geen live-verslag is, dan is wel een brief van mijn vriend de schilder. Tweetalig, want we zijn in Etterbeek, Brussel. Hoewel de taal van Boon de taal van alleman is. Zelfs ik twijfelde er aan of het aan dat arme simpele volk lag of aan den geldmuur of omdat er te veel geproduceerd werd, of dat het allemaal een ziekte een deliriumtremens was, ik twijfelde aan alles…

Het is te veel vanavond. De kleine oorlog walst over me heen. Het leger van al die medewerkende acteurs, zangers, schrijvers, kunstenaars, muzikanten, theatermakers, vertellers, videasten, vertalers, vluchtelingen. Met dat leger wil ik wel ten strijde. Om al die generaals en politici, volgepropt met megalomanie en machtshonger, te verslaan. Laten ze zich melden, die grootmuilen. In de manèges van de Géruzetkazerne in Etterbeek. Dan schoppen we ze een geweten. En laten Louis-Paul weten dat we gewonnen hebben, die kleine oorlog. Zijn zoon Jo zal de boodschap overbrengen. Want die was erbij, deze avond. 

 

 

 

 

 

 Kortom, het was een fantastisch evenement, daar in Etterbeek. Geen schot gelost, die avond. Of het moest tijdens de Shotdance door Lisa Da Boit zijn. Jammer dat ik het niet tot het einde heb uitgezeten. Maar er was nog een terugreis naar het noorden voor de boeg. Maar gelukkig hebben die grensoverschrijdingen tegenwoordig geen militaire consequenties meer.

April 29th, 2007

In st(r)aat van oorlog in de maneges van de Géruzetkazerne, deel 1

Posted in: Journaal, Literair — admin @ 17:10

Zaterdag 28 april. Het is half vier in de middag. Voor me staat een mansgroot glas bière artisanale ambrée. En ik zit aan een ruwhouten tafel, met voor me uitzicht op de overvolle Grote Markt in Brussel. Mijn plek is het smalle straatterras van het Café des Brasseurs. Binnen heerst er koelte en glimmen de koperen bierketels. Het hart van Brussel voor me is zonovergoten en de temperatuur haalt de 28 graden, ook op deze zaterdagmiddag in april. Kuddes Japanse toeristen sjokken wezenloos voorbij. De Indiërs rukken inmiddels ook op naar Brussel. En Nederland heeft vakantie. Dat is te zien en te horen. De korte broek voor mannen moest van rijkswege verboden worden, die conclusie mag je wel trekken na het zien van zoveel lelijks onder kniehoogte. Hetzelfde mag straffeloos beweerd worden over opzichtige naveltruitjes, strak getrokken rondom veertigjarige vrouwen met nog niet geliposucteerd drilvlees. Maar het bederft de smaak van mijn bier geenszins. Zelden zo’n lekker glas bier gedronken.

 

De reden waarom ik in Brussel ben? Een paar weken gelden ontving ik als lid van het Louis-Paul Boongenootschap een uitnodiging en een folder van de Louis-Paul Boonkring in Etterbeek, een van de vele deelgemeenten van mologstad Brussel. Op 28 april staat daar in de Manèges van de Géruzetkazerne van de Federale Politie een expositie en een ‘multimediaal evenement rond oorlogen in Brussel en overal’ op het programma. ’s Middags om twee uur opent de expositie. En vanaf half zeven tot elf uur ’s avonds staat het pièce de résistance op het programma: een literaire marathon met als uitgangspunt de integrale tekst van Louis-Paul Boons ‘Mijn kleine oorlog’:  “In st[r]aat van oorlog” is een samenwerking tussen de Louis Paul Boonkring en de Dienst Nederlandse Cultuur van de gemeente Etterbeek met medewerking van onder meer de Nederlandstalige Bibliotheek”, lokt de folder. Daar heb je graag twee uur rijden vanuit Nederland voor over. 

 

“Mijn kleine oorlog” schreef Louis Paul Boon kort na de tweede wereldoorlog. In de hem kenmerkende, wrange stijl, haalt hij in het boek, bijna Céliniaans, zijn persoonlijke oorlogsherinneringen en oorlogsanekdoten op. Het boek is geschreven in een stijl die vaak doet denken aan de écriture automatique. En aan de beruchte Louis-Ferdinand Céline natuurlijk. Ontreddering, verontwaardiging, colère en onmacht van kleine mensen tegenover het onbegrijpelijke gegeven ‘oorlog’: het is het perpetuum mobile in de geschiedenis. De constante in alle oorlogen is dat de gewone man steeds de lul is. Uit de waanzin die oorlog heet, keert hij per definitie terug met verminkingen, trauma’s of gewoon dood. En dat laatste is vaak nog het beste dat hem kan overkomen. Generaals en politici houden meestal straatnamen of namen van pleinen aan die waanzin over. De Brusselse deelgemeente Etterbeek is er van vergeven.

Het jaarprogramma van de Louis-Paul Boonkring in Etterbeek moet de Boonliefhebber over de streep trekken. “Mijn kleine oorlog” wordt het handvat voor een evenement rond het boek zelf, maar ook rond het fenomeen oorlog en de sporen die het militaire bedrijf naliet in het stedelijk weefsel. Bekende en minder bekende mensen lezen ‘Mijn kleine oorlog’ integraal op een locatie die ons krijgshaftig verleden beklemmend dichterbij brengt”.  Op die locatie ben ik al rond half drie aanwezig, deze zaterdagmiddag. De grote paardenstallen slaan hun deuren wagenwijd voor mij open. De geur van stro, paardenmest en nat zand slaat me tegemoet. Door het glas in het lange, schuine zadeldak word ik geattaqueerd door de aprilzomer van dit jaar. An unconvienient truth. Tevergeefs. Want binnen is het weldadig koel op deze snikhete middag. De grote manège, is opgedeeld in twee delen, door een groen uitgeslagen witte muur van elkaar gescheiden. Je komt binnen in de ruimte die voor deze dag is gereserveerd voor een expositie gewijd aan de oorlog, en de ‘brandstof’ van elke oorlog: de soldaat.

“Militaire voorzieningen en krijgshaftige gebeurtenissen hebben ontegensprekelijk een stempel gedrukt op de gemeente Etterbeek. De ‘grote kazernes’  zijn daarvan de belangrijkste getuigen. Maar ook een opmerkelijk aantal straatnamen verwijst naar het Belgisch oorlogsverleden en naar ‘helden van weleer’ Ons militair optreden in de kolonie, de Groote Oorlog (14-18), Wereldoorlog II: ze lieten alle hun sporen na in de gemeentelijke geografie, in de namen van straten en pleinen, in het geheugen van mensen”. De tentoonstelling is vormgegeven in een soort snel ingerichte, zanderige stallen, van elkaar gescheiden door groene, kronkelige hekwerken. De naar het leger riekende straatnamen van Etterbeek, in alfabetische slagorde. En uit die straatnamen stijgen de geuren en de geluiden van de oorlog. En als het niet uit de straatnamen opwelt, dan komt het wel tevoorschijn uit de oude foto’s, de plattegronden of de spullen uit het dagelijks leven van soldaat of rijkswachter. Want ook van rijkswachters was Etterbeek vergeven. Destijds. Een bijna Proustiaanse ervaring.

Na een uurtje houd ik het even voor gezien. Brussel lokt. Dus stap ik de metro in en kom weer bovengronds bij het Centraal Station. Daar vandaan is het nauwelijks een paar honderd meter lopen naar de Grote Markt. Een korte break, want om kwart voor vijf word ik weer verwacht voor een afspraak aan het Gemeentehuis van Etterbeek, Oudergemlaan 113. De uitnodiging is me toegestuurd door een vriendelijke juffrouw aan de andere kant van de 185 kilometer lange telefoonlijn. Op mijn vraag of dat ik een plaats moest reserveren voor de literaire marathon, liet ze mij weten dat er voor iedereen plek was. Reserveren was dus niet nodig. Maar als ik er prijs op stelde, kon ik wel een officiële uitnodiging ontvangen voor de vernissage en receptie van de tentoonstelling in de manege van de kazerne Majoor Géruzet. De uitnodiging valt twee dagen geleden op mijn deurmat.

Om exact kwart voor vijf zet een taxi mij af voor het Etterbeekse gemeentehuis. Daar staan al een paar martiale gemotoriseerde agenten klaar om het Boongezelschap in het gareel te houden. En daarna te begeleiden naar de manege van de oude Majoor Géruzet. Tegelijkertijd arriveert aan de overkant van de straat een in woestijnkaki gestoken muziekkapel onder leiding van kolonel Guido Denis. Als de stoffige kobaltblauwe bus de militante muzikanten heeft gedumpt, wordt de Belgische driekleur ontvouwd. En de oversteek gemaakt naar het gemeentehuis. Vertegenwoordiger Carlos, van de gemeente Etterbeek, beschaduwd door een strooien panama, verwelkomt het gezelschap. Dan wordt het tijd om zich in de juiste formatie op te stellen. De orders daartoe worden uitgevaardigd door de kolonel.

Dan gaat de pas er in. De genodigden volgen, jonge en oude Boonliefhebbers. Hoewel sommigen mij toevertrouwen nog nooit een boek van de viezentist uit Aalst gelezen te hebben. Een oude francofone heer, waarmee ik deftig door de straten paradeer gaat nog verder: die hele Louis-Paul Boon kent hij niet eens. Maar er wordt weer eens wat georganiseerd in Etterbeek. En daar wil hij wel bij zijn. Of hij ook nog in de loopgraven aan de Somme gelegen heeft, durf ik hem maar niet te vragen. Zo kent elke oorlog zijn meelopers.

 

 

 

 

We paraderen door de straten van Etterbeek. Het verkeer wordt een halt toegeroepen. Vanaf de trottoirs en vanuit de woningen worden we gadegeslagen door de niet aan het défilé deelnemende deel van de bevolking. Een multiculturele samenleving, hoe zou je in Brussel anders verwachten. Het koloniale verleden in innige omarming met de import van de laatste decennia. Etterbeek als werelddeel. Kongo en de Maghreb onder één Etterbeeks dak. Het blijkt te kunnen in deze smeltkroes van oudsher, waar het Waals en het Vlaams er geen Toren van Babel van gemaakt hebben.

Dan is er een muzikaal intermezzo in de manège, uitgevoerd door de muziekkapel en het zangkoor Pandore, beiden onder strenge leiding van kolonel Guido Denis. Een gezamenlijk gelegenheidsoptreden, naar het zich laat aanhoren. En er zijn korte toespraken. En er is de onthulling van een nieuwe straatnaam om het militaire cordon van staatnamen wat te breken in Etterbeek. Want het wordt de Rue 4 coins du monde / de 4 windstreken Straat. Ik zei het al: Etterbeek is een werelddeel. Maar dan is er champagne. En andere dranken. Buiten. En er zijn kleine hapjes: saucisson en chips. Dat gaat er wel bij deze zomerse temperaturen in april. De vernissage en de receptie van de expositie hebben met goed gevolg plaatsgevonden. Op de plaats rust!

 

April 22nd, 2007

Dreaming a world: Imagination no. 8

Posted in: Artist Impressions — admin @ 15:53

Vanmorgen (zondag 22 april) weer een tweeluik voltooid (140 x 100; twee maal 70 x 100; acryl op doek, gemengde techniek, 3D). Het is het achtste schilderij in de serie ‘Imagination’. Ik noem het voorlopig ‘Dreamworld’. Ik heb er langer dan normaal over gedaan om de juiste compositie te krijgen. Voor een deel kwam dat door de golfkartonnen elementen die ik vooraf op het doek had aangebracht. Dat bleek al schilderend lange tijd een handicap, maar ik heb het naar mijn gevoel aardig opgelost.

 

 

Dreamworld

(Imagination 8; 140×100; gemengde techniek - acryl)

 

Droomwerelden bestaan, als je er maar op zoek gaat. Dit schilderij in de reeks ‘Imagination’ wijst de richting aan. En geeft de kleuren aan waarin je rond gaat lopen. Warme tinten overheersen. Voor mij heeft het ook een relatie met de oerknal en het uitdijende heelal. De rode tinten wijzen op de hitte die hiermee gepaard gaat.

Het zoeken en vinden van die droomwereld moet je zelf doen. Het is een soort aperitief, zou je kunnen zeggen. Of een kaart zonder legenda. Uiteindelijk maak je die nieuwe wereld zelf in je hoofd.

Hoewel het een tweeluik is, kunnen de beide delen ook los van elkaar functioneren. Het is ook mogelijk de beide delen op verschillende manieren naast elkaar te plaatsen. En zelfs boven elkaar. Ook dan brengt het de compositie niet in gevaar. Het aantal varianten is echter niet eindeloos, maar dat zie je vanzelf als je ermee ’speelt’. Imagination, dus.

April 16th, 2007

Grubbenvorst: het Lourdes voor motoren, met asperges en bier

Posted in: Journaal — admin @ 7:17

Zondag 15 april, en 29 graden. Vandaag vindt op het Pastoor Vullingsplein in Grubbenvorst de traditionele, jaarlijkse motorzegening plaats. Van heinde en verre ronken een paar duizend motorrijders in de loop van de ochtend Grubbenvorst binnen. En met dit mooie weer komen de tattoos boven billen, onder navels en op borsten uiteraard beter tot hun recht. Want de zwarte leren jacks liggen slap als vaatdoeken op de benzinetanks uit te dampen. In de zware, brede zonnebrillen wordt duizendvoudig het motorspektakel vermenigvuldigd.

Vanaf de kiosk dreunt uit metershoge geluidsboxen Born to be wild. Steppenwolf in Noord Limburg. Easy Rider zelfs. Ik spring op de motor bij Dennis Hopper en Peter Fonda. Ik ben de Jack Nicholson van deze zondag. En neurie mee met Steppenwolf:

Get your motor running
Head out on the highway
Looking for adventure
And whatever comes our way
Yeah darling go make it happen
Take the world in a love embrace
Fire all of your guns at once
And explode into space

Born to be wild
Born to be wild

En inderdaad, daar lopen ze, de lange, grijze wapperende haardossen en de golvende grijze baarden. Als figuranten in de bierreclame van Bavaria. Door het oerbos vol glimmende motoren op het Pastoor Vullingsplein. Woodstock revisited. De zwarte t-shirts staan strak gespannen om de golvende bierbuiken. Het vel getaand en verweerd. Diepe kloven in de nek. En bij de dames beginnen de borsten al aardig te lubberen. Sproeten bevechten de tattoos. Maar er is gelukkig veel maskerend glitter. Kunstzilver, kunstgoud en kunstbrons aan arm, om nek en in mond. Op de terrassen en in de gelegenheidsbars onder opzichtige parasols wordt al volop bier gedronken. Het is heet op deze tweede zomerse dag van het jaar. En er is veel dorst. Laat nou net op deze ochtend de waterleiding in heel het dorp het laten afweten. In de vroege ochtend gesprongen. Het water sijpelt in dunne straaltjes uit de kraan. Dan maar bier. In ongespoelde glazen. Of gewoon uit de fles. Nog beter, eigenlijk.

Om kwart over twaalf begint de dorpspastoor, geëscorteerd door twee serviele misdienaars, aan het opdragen van de mis op de kiosk. De duizenden would be Hell’s Angels schuiven naar voren. Alsof de verschijning van de Heilige Maagd aanstaande is. Maar het mag ook Madonna zijn. Honderden zullen op het einde ook nog de communie ontvangen. Niet dat de devotie hoog genoemd mag worden, want er wordt gewoon doorgeouwehoerd. En ook de piratendoeken gaan niet af. Uit de boxen klinkt snoeihard Knock, knock, knockin’, on heaven’s door. Speciale motorliturgie van Bob Dylan met nihil obstat. De dorpspastoor vertrekt geen krimp. Dan is de dienst ten einde en wordt hem een fors koperen wijwatervat in handen geduwd. En grijpt hij met zijn andere hand de zwarte ragebol beet. Daar zal mee gewijd worden. De vertegenwoordiger van de organiserende Motorclub ’t Murke meldt nog even dat er, gezien de weersomstandigheden, eerst nog gedacht werd aan het monteren van een douchekop waaruit het wijwater omlaag zou sproeien. En waar de motorrijders dan onderdoor konden rijden. Maar dat de pastoor er op gestaan had zelf via liturgisch handwerk de wijding te verrichten.

 

 

Zo gezegd, zo gedaan. Opmerkelijk gedisciplineerd rijden vervolgens de motorrijders onder de zwiepende kwast van de dorpspastoor door. Lourdes aan de Maas. Alleen de lichtprocessie ontbreekt. Maar de zon die zich te pletter spettert op de glimmende motorblocks en uitlaten maakt veel goed. Als ik terug loop naar mijn fiets tref ik oud-collega Ad l’Herminez die met zijn zilvergrijze BMW keurig staat te wachten op de virtuele onderdompeling. Vanochtend vroeg is hij al uit Sittard vertrokken. We praten een tijdje om wat ruimte te scheppen in de honderden grommende en dampende machines die ons stapvoets passeren. Of het aan die dampen ligt weet ik niet, maar ineens krijg ik hevig zin in asperges. Die worden op dityzelfde ogenblik op grote schaal gestoken. Door energieke, met busladingen aangevoerde Polen of gebukt staande Anatolische vrouwen die ruimschoots met bonte kleding zijn behangen. Asperges. Met ei en ham. En bier uiteraard. Subtropische temperaturen in Lourdes aan de Maas. We boffen maar, want in de Pyreneeën steken ze geen asperges. Dat wonder is daar nog niet geschied.

 

April 14th, 2007

De wereld door de bril van Bril

Posted in: Literair — admin @ 8:43

Wat voor de Friese boer het eerste kievitsei is, is voor Martin Bril Rokjesdag: het teken dat de lente begonnen is. Ergens midden april is het zover. Voor Martin Bril was dat afgelopen donderdag, 12 april. Althans volgens zijn column in De Volkskrant.

Vrijdag de dertiende begint hij met het voorlezen van deze column in de met 120 lezers gevulde Wibro boekwinkel in Tegelen. De literaire warmte heerst hier wel degelijk. En dat nog wel in een van de meest deprimerende winkelstraten van Nederland. En er is toch heel wat lelijks te vinden in dit verrommelde land. Gauw terug naar binnen.

Rokjesdag heeft, ondanks het optimisme van Bril, nog niet toegeslagen in Tegelen. Terwijl de klimatologische omstandigheden er toch naar zijn. De regionale literaire jetset ligt nog na te hijgen van een dag waarop de temperaturen opliepen tot wel 25 graden. Maar Rokjesdag, nee, daar moeten we hier nog op wachten. Het feminiene deel van de aanwezige literaire jetset gaat risicoloos gekleed in kerkelijk goedgekeurde, degelijke pantalons van meest donkere stoffen. En het kon allemaal zo mooi zijn, volgens Martin Bril. ‘Wie ’s ochtends een rok aantrekt met blote benen eronder, zit er voor de hele dag aan vast. Zo hoort het’. Zo niet de Noord Limburgse lezeressen. Die zagen blijkbaar deze vrijdag de bui nog hangen. En ook de gemiddelde – hoge – leeftijd mag geen excuus zijn. Geen Al Gore adepten in Wilbro’s boekenwalhalla. An unconvenient thruth: geen Rokjesdag in Tegelen. De enige vrouw die de hoop levend houdt is de jonge, blonde zangeres die met haar opzwepende Tegelse Bossa Nova een vleugje lente de verhitte boekenzaak in blaast.

 

Terug naar Martin Bril, want daar kwam ik voor. De performer – een geslaagde mix van Bart Chabot, Jan Mulder en Martin Ros – leest zowel voor als na de pauze een aantal columns voor. Uit een van zijn boekjes (een bundeling van De Volkskrant columns) of van losse vellen papier. Die hij na lezing na lezing van de trap af laat dwarrelen, als afgevallen bladeren. Niks lente dus in Tegelen. Eerder een vroege herfst. Een column van Bril lezen is iets anders dan een column van Bril horen voorlezen door de verwekker zelf. En dat is positief bedoeld. En zo ga je met hem mee in zijn wereld. De kleine dingen van de dag uitvergroot tot soms hilarische proporties. Voor wie het even wil zien: het valt niet mee in deze wereld. En voor de wat ouder wordende man met opgroeiende dochters al helemaal niet. Het speelt zich allemaal af in je meest nabije omgeving. En je ziet het maar niet. Of te laat. Die hipster om de heupen van je vrouw. Die clitoris-piercing van die meiden naast je op de bank. Of dat te dure truitje dat je wordt afgetroggeld door je dochter. Ja, dan zoek je troost bij je hond. Maar ook voor dat beest valt het allemaal niet mee. Die moet toch ook maar spitsroeden lopen tussen de elkaar met voorbedachten rade bespiedende gezinsleden door. En die maar geen kuil kan graven in het ziekbed van zijn baas. Wat dat laatste betreft heb ik een tip: neem die hond mee naar een Franse hotelkamer. Bril schrijft er zelf over. En leest er vanavond over voor.

Die Franse hotelkamers met bedden met kuilen. Je Duitse herder voelt er zich onmiddellijk thuis. Graven is nauwelijks nodig. Zo’n beest rolt samen met je naar het midden van dat vlokkerige, van bedluizen vergeven matras. En klaar ben je. Een warm bed. Letterlijk. En die opzwepende, erotische geluiden uit de belendende hotelkamer die door dat wrakkige gipswandje van nauwelijks drie centimeter je kamer binnen gulpen? Ach, die worden gedempt in je bedkuil. Of in de dikke vacht van je trouwe Duitse viervoeter.

Maar dan is het afgelopen. Tien uur inmiddels. En de tap gaat open. Zo’n voorleessessie maakt dorstig. En zeker op zo’n zomeravond als deze. De Argentijnse rode wijn gaat er stevig in. Het mag dan wel geen Rokjesavond geworden zijn, maar de dorst is van alle seizoenen. De wereld door de bril van Bril wordt geëvalueerd. En de conclusie? Het deed het met brille!

 

April 7th, 2007

Het Fernweh naar Madrid heeft me nu al te pakken

Posted in: Travels — admin @ 14:33

Vandaag de afsluiting van de serie DE INGEWANDEN VAN MADRID EN AVILA. Het bleken tenslotte zeventien afleveringen te worden. En het waren enerverende dagen, daar in Madrid en Avila. Zeker uit culinair oogpunt beschouwd. Maar tegelijkertijd dook je diep Spanje in: van het hart en de hoofdstad Madrid tot in de verre regio rond Avila, de stad waar het verstrijken van de tijd minstens zichtbaar gebleven is in de weergaloze ommuring van de stad.



een zonovergoten novemberterras op de Paseo de Recoletos



Natuurlijk zijn er zaken blijven liggen, maar dat heeft alles te maken met het gekozen thema. Zo had ik zeker wat meer aandacht kunnen geven aan de flamenco, want Madrid is toch de stad die als geen ander de stad van de flamenco is. Of de Spaanse kunst, want afgezien van het Reina Sofia heb ik geen museum van binnen gezien. Het zal ook wel te maken hebben gehad met het, zeker voor de tijd van het jaar, fantastische weer. Want naar Spanje ga je toch ook voor de zon. Steeds waren er weer die strakblauwe luchten. En temperaturen die uiteenliepen van 27 graden (het eerste weekend in Madrid) tot een paar graden onder het vriespunt (de nachten in en rondom Avila). Kom, ik maak er een eind aan. Morgen weer wat anders, maar vandaag de laatste aflevering van:



gezicht op de Plaza de Colon



DE INGEWANDEN VAN MADRID EN AVILA, deel 17

Zondag. Het is voorlopig mijn laatste ochtend in Madrid. Vroeg uit de veren, als altijd. En even later zit ik weer aan mijn zondagochtendontbijt in Café y Thé aan de Gran Via. De zon is nog niet van de partij, heeft zelfs moeite om door de mist heen te breken. Het wordt dus tijd om Madrid achter me te laten, want misschien valt vanaf vandaag ook hier de herfst wel in. Het is waterkoud in de nog holle Gran Via, waar alleen de matineuze straatvegers de trottoirs schoonvegen en de lege flessen oprapen en in een open bak deponeren. De onder dozen nog slapende zwervers worden nog een half uurtje ongemoeid gelaten. Ondanks het waterkoude weer, is Café y Thé dan weer hartverwarmend. De kachel brandt en de koffie is sterk en heet. Deze ochtend weinig travestieten en andere nachtbrakers. Misschien vonden die het ook wel te koud om met hun half ontblote schouders over straat te lopen. Af en toe zoeft er een loeiende sirene door de straat. Als ik weer buiten sta kijk ik tegen de ijzige kerstversiering van El Corte Inglès aan. Bij Cibeles worden de hekken geplaatst voor een plaatselijke wielerronde: de Ronde van Madrid, ongetwijfeld.



Ik heb niet echt veel tijd meer tot mijn beschikking om de stad de hele dag nog intensief te doorkruisen. Geen boekenkraampjes aan de Cuesta de Moyano, dus, aan de rand van het Retiropark. En geen Prado, dat pas om 10.00 uur de deuren opengooit voor het zondagse publiek. Wel nog even tijd om naar het volkse hart van de stad te lopen, de Puerta del Sol. Maar ook hier moet het echte kloppen van het hart nog op gang komen. Vanaf de gevels schreeuwt de gigantische reclame ‘Amor! Amor! Liefde voor de stad, bedoelen ze natuurlijk en niet de parfum van Cacharel. Maar de minnaars van de stad liggen nog op een oor. Ik moet dus nog even wachten op het moment dat de woorden van Edmondo de Amicis weer werkelijkheid worden. Men komt bij de Puerta del Sol, wat een heerlijk gezicht! Een uitgestrekt, halfrond plein, omgeven door hoge gebouwen, waar tien brede wegen op uitkomen. Op elk van die wegen verdringen zich volk en wagens in luide golven. Alles wat het oog ziet, strookt met de afmetingen van het plein: de trottoirs, breed als straten, de cafés, groot als pleinen, het fonteinbassin als een meer. En overal een dichte, onrustige menigte. Nog even wachten, Edmondo. Maar de dag is nog jong.



Dan maar naar El Rastro, de vlooienmarkt waar elke zondagochtend de matineuze snuffelaar van de stad te vinden zijn. Met een taxi ben je er snel, door de nog lege straten. In een van de barrios bajos van de stad ligt de ‘marché aux puces’ van Madrid. Het Plaza del Cascorro ligt centraal in een wirwar van straatjes en steegjes waar kleine straathandelaren hun spullen aan de man trachten te brengen. In de brede Ribera de Curtidores staan de kramen van de antiekhandelaren en andere uitdragers schouder aan schouder. Het is er al behoorlijk druk. Veel oud spul, maar of het allemaal antiek is, dat betwijfel ik. Lederwaren, gietijzeren beelden, Spaanse keramiek, houtsnijwerk, het is er allemaal. José Guttiérrez Solana had gelijk: De Rastro is de nijverste plaats van Madrid, waar het meeste werk wordt verzet. In kleine, dicht op elkaar gepakte kraampjes, die door een paar doeken van elkaar gescheiden zijn, zien we alles wat we nodig hebben: gereedschap, bedden, commodes, gammele stoelen…, overblijfselen van dingen die ooit iets waren, dekens, schilderijen en albums met verbleekte foto’s van mensen uit de jaren dertig, de romantische tijd… Maar inmiddels zijn we al weer driekwart eeuw verder. En er is veel veranderd, ook in Madrid. Uiterlijk zeker. Maar niet het diepe inwendige. Inmiddels breekt de zon al weer een beetje door. Madrid krijgt toch nog zijn laatste zonnige herfstzondag. Meer dan verdiend.



de grote verkeersaders van Madrid, met o.a. de Gran Via



Snel terug naar het Hostal Hispano-Argentino om de koffers op te halen. De taxichauffeur wacht om me onmiddellijk daarna naar Barajas te vervoeren. De cahuffeur spreekt een perfect Frans, want opgegroeid in het desolate Charleville, vlak bij de Belgische grens. Voor geen goud zou hij terug willen naar het grijze noorden van Frankrijk. Ik begrijp hem volkomen. Het inchecken verloopt, zoals altijd tegenwoordig, gestroomlijnd. Het wachten dood ik met het drinken van een stevige kop koffie. Eet een kleine lunch. Zeker geen aanslag op de ingewanden, zoals in de afgelopen week meermalen het geval was. Het is zoals op de meeste luchthavens roestvrij, glanzend eten. Met weinig smaak, of misschien: afgestemd op de gemiddelde smaak. En dan wordt het inderdaad weer: weinig smaak. Maar in het achterste van mijn gehemelte roteren nog de geuren en smaken van al die expansieve diners in Madrid en Avila.



herfst (?) in het Parque del Buen Retiro in-de-zon



De vlucht verloopt exact volgens planning. Maurice staat me op te wachten op Schiphol en zal me naar huis rijden. Het is al uren donker, als ik om half acht ’s avonds thuis arriveer. En dat niet alleen: een paar uur lang heb ik me , weliswaar in de auto, de druilerigheid van het zompige Nederland weer moeten laten welgevallen. En het beviel niet, dat wil ik wel zeggen. Een zwaar Fernweh overvalt me. Madrid, ik kom terug!

Madrid is Spanje is geen ontbijt

Posted in: Travels — admin @ 14:29

Het ontbijt is de meest veronachtzaamde maaltijd van de Spaanse keuken. De meeste Spanjaarden houden zich ’s morgens absoluut niet bezig met iets dat op een maaltijd lijkt. Misschien dat de late maaltijd van de avond tevoren hen nog in de benen zit, of liever in de maag. Zelf heb ik de weekenden in Madrid ’s ochtends snel even in een bar-cafetaria wat gegeten. In de meeste van deze ontbijtcafés is er weinig keuze, zoiets de reputatie van het vroegere Franse ontbijt. Het zijn in Spanje meestal kleffe cakejes die maandenlang houdbaar bliiven. Of geglazuurde koeken die klef aan je tanden blijven plakken. Of voorverpakte bollos uit de broodfabriek. Alles lijkt toegestaan, zolang het de suikerspiegel maar verhoogt en de het de energiehuishouding tot een uur of twee, als de siësta begint, draaiende houdt. In die zin sluit het aan op de Noord-Afrikaanse keuken, waar de zoetigheden ook voor het grijpen liggen. Maar voordat de siësta begint, eet de Spanjaard zich nog ongans aan een stevige warme maaltijd.



een van de vele tapas-bars in Madrid



DE INGEWANDEN VAN MADRID EN AVILA, deel 16

Hostal Hispano-Argentino weet me wat op te frissen alvorens opnieuw het centrum in te lopen. Want voordat ik een van de vele restaurants in het centrum in duik, is even een opfrisser wel op zijn plaats. Want ik ben al vanaf de vroege ochtend in touw. Het tapas-uur sla ik vanavond maar over. Mijn ingewanden zullen ook wel met de hoofdmaaltijd tevreden zijn, schat ik zo. Het wordt de Taberna de Antonio Sánchez, gelegen aan de Mesón de Paredes in de wijk Lavapiés, halverwege de Gran Via en Station Atocha. Het blijkt een van de meest bekende tavernas van Madrid, niet een echt restaurant eigenlijk. Het is een van de tavernas die zijn opgezet door de legendarische stierenvechter Antonio Sánchez. Het spreekt dus voor zich dat ook in deze taverna portrertten aan de wanden hangen van beroemde torero’s, met name uit de tijd van Sánchez zelf. Ook hangt er een gigantische, zwarte stierenkop tegen een van de wanden van de taverna. Maar ook de zoon van de oude Antonio heeft zich niet onbetuigd gelaten. In navolging van zijn vader: stierenvechter. Maar hij slaagde er tevens in schilders en schrijvers naar de taverna te krijgen. Zo te zien hebben er een aantal van de schilders hun rekening in natura vereffend. De keuken van de Taverna de Antonio Sánchez heeft niet onmiddellijk iets exclusiefs, maar is een meer dan modale burgerpot. Het wordt als hoofdgerecht een Bacalao a la madrileña, kabeljauw op zijn Madrileens. De flinke, in olie gebakken moten kabeljauw worden opgediend met eveneens in olie gebakken stukjes aardappel. En dat alles bedekt met een laagje, uiteraard ook weer in olie gebakken uien, knoflook, peterselie en de gepelde tomaten. Vooraf een eenvoudige gazpacho andaluz, en een coupe ijs na. Eigenlijk is het gewoon afkicken, aan het einde van zo´n culinair explosieve week. Maar al met al smaakt het voortreffelijk. Het is een uur of tien als ik buiten sta. De normale Madrileen begint nu aan zijn avondmaaltijd. Overal zitten de restaurants vol. Ondanks de nu wel flink gedaalde temperatuur doet het overal nog bijna lenteachtig aan. Niks dikke jassen, laat staan paraplus op deze zaterdagavond in november. Het weekend duurt nog minstens een dag in Madrid.



een Ierse Guinness-taberna (zelfs daar!) in Madrid



In het Nuevo Café de Barbieri, niet ver van de Taberna van Antonio Sánchez en eveneens gelegen in de wijk Lavapiés, is sfeervol en tegelijkertijd enigszins klassiek gedateerd vanwege de marmeren tafeltjes, de gietijzeren zuilen en de nadrukkelijk aanwezige piano. Hoge plafonds, en zware gordijnen. Een grote zwarte kat ligt op het dichtgeklapte deksel dat de toetsen beschermt. Kranten en tijdschriften in overvloed, die op dit uur van de avond echter weinig aftrek vinden. Je schijnt hier zelfs, tegen een geringe vergoeding op een groot scherm gepresenteerde videofilms te kunnen zien, tegen een kleine vergoeding (die overeenkomt met de prijs van een kop koffie), en in de originele versie. Maar ook daar kom ik niet voor. Het is er behoorlijk druk, jong en oud gemixt, en net zo veel vrouwen als mannen. Het café dient nog wel eens als decor voor films, waarin de Belle Epoque van Madrid moet worden opgeroepen. Maar vanavond heerst er een relaxte weekendsfeer.



honderden oogooglijke, kleine restaurantjes, zoals dit ‘meson’



Aan een van de tafeltjes raak ik aan de praat met de Amerikaan Paul Gray, een literair recensent in de rubriek Book Review van de New York Times. Hij verblijft al sinds een dag of vijf in Madrid. Heeft eergisteren een interview gehad met Carlos Ruiz Zafón, de schrijver van IN DE SCHADUW VAN DE WIND (La Sombra del Viento). In Amerika wil de populariteit maar niet echt op gang komen. En zelf hij verwondert zich ook over het succes van een boek dat nogal traditioneel aandoet, ondanks de suspense die er verschillende malen stevig in zit. We laten nog maar een nieuw glas reserva aanrukken om het daar eens wat uitvoeriger over te hebben. Het succes in Nederland moet ook nog komen, zeg ik hem. En dat is inmiddels dan ook gebeurd. Maar op dat ogenblik had ik slechts kennis over Zafón en het boek genomen door de discussies met Luiz Manuel in Avila. Maar wel een ‘nice town, Madrid’ met ‘very nice people and good food’ onderstreept hij ook mijn gevoel. ‘Of ik al gegeten heb?’ Helaas wel, moet ik tot mijn spijt bekennen. Hij heeft met een landgenoot, geen journalist, afgesproken in de Taberna del Alabardero, in de buurt van het Retiropark. Hij wil wel een Baskisch eten, want dat is toch ook Spaans, of niet? Ik laat hem maar in die wijsheid. Maar van de ETA moet hij toch ook wel eens gehoord hebben, denk ik. Het afscheid is hartelijk. Ik moet zeker zijn recensie maar eens lezen. Op de website van de New York Times is alles te lezen. Het is al na middernacht als ik terug ben in mijn hostal aan de Gran Via, waar het nog bijna net zo druk is als overdag. Het weekend lijkt hier net één lange dag, of nacht, het is maar hoe je het bekijkt.



maar er is ook de Spaanse haute cuisine…

April 1st, 2007

Madrid: stad met twee harten

Posted in: Travels — admin @ 20:44

Zo’n laatste dag in Madrid. Wat doe je dan? Meestal zoek ik in steden dan de oude herkenningspunten weer op. Alsof je ze de impressies wilt updaten op je eigen harde schijf. Het bijstellen van de beelden, zullen we maar zeggen. Om het beeld scherp te houden, voor als je weer thuis bent. Want impressies hebben een grotere impact dan alleen de foto’s. Het zijn ook de geluiden, de geuren, de temperatuur en alles wat een foto nog niet kan. Die kan natuurlijk wel het ‘mémoire involontaire’ (Marcel Proust!) in gang zetten. En dat is ook en verdienste.



de schitterende gevels van het Plaza Mayor



Zo’n laatste dag in Madrid. Wat doe je dan? Meestal zoek ik in steden dan de oude herkenningspunten weer op. Alsof je ze de impressies wilt updaten op je eigen harde schijf. Het bijstellen van de beelden, zullen we maar zeggen. Om het beeld scherp te houden, voor als je weer thuis bent. Want impressies hebben een grotere impact dan alleen de foto’s. Het zijn ook de geluiden, de geuren, de temperatuur en alles wat een foto nog niet kan. Die kan natuurlijk wel het ‘mémoire involontaire’ (Marcel Proust!) in gang zetten. En dat is ook en verdienste.



nogmaals het Plaza Mayor, maar in breder perspectief



DE INGEWANDEN VAN MADRID EN AVILA, deel 15

Het hart van de stad heb ik nog niet gezien. Maar eigenlijk heeft Madrid twee harten, en kan het ene het overnemen als het andere zuurstof tekort komt. Is Puerta de Sol het hart van het volk, dan is de Plaza Mayor het formele hart van de stad. Maar beiden staan in nauw contact met elkaar. Zodat er nooit hart tekort is in deze stad. Toch makkelijk om in leven te blijven. Stokt het ene, dan neemt het andere het ritme naadloos over. En de hartslag is rustig, op deze zaterdagmiddag. Laat zich niet gek maken door de warmende zon. Hoewel dat ’s zomers wel eens anders kan zijn. En de verzengende hitte ook deze Madrileense harten naar zuurstof kan doen snakken.



een oude boekenzaak: wie zei dat de Madrilenen niet lezen?



Deze middag is het een en al leven dat bruist op het rechthoekige plein van bijna tienduizend vierkante meter. Ook hier is de strenge hand van Filips II terug te zien. Of in ieder geval van zijn huisarchitect, Juan de la Herrera, die ook tekende voor het Escorial. Wat heeft er hier allemaal niet plaatsgevonden in de voorbije honderden jaren? Proclamaties van Spaanse koningen, heiligverklaringen, executies en ketterverbrandingen, stierengevechten, theateruitvoeringen en riddertoernooien, kortom: het Plaza Mayor is de geschiedenis zelf. Dan is het tegenwoordig maar een saaie bedoening, want hoe zou je echt opgewonden moeten raken van de jaarlijkse kerstmarkt, of de postzegelmarkt op zondagmorgen. Geen wonder dat er een tweede hart nodig was.



een van de twee harten van Madrid: het Plaza Mayor



Maar gelukkig zijn daar nog de terrassen met cafés en de restaurants onder de gaanderijen die de bijenkorf van Madrid blijven laten zoemen. De ingewanden die om het hart gedrapeerd liggen. Vol leven. Toeristen, dagjesmensen, provincialen, maar vooral Madrilenen, ze zijn er ook vanmiddag weer, met honderden tegelijk. En kijken vanuit de verte of van dichtbij naar de jongleurs, de cascadeurs en de muzikanten die aan het oefenen zijn voor het Parque del Buen Retiro waar ze morgenvroeg verwacht worden. Net als ik. Ik sta er vanmiddag met mijn neus bovenop.



altijd wat te beleven op het Plaza Mayor



Maar ondertussen wordt ik de richting van dat andere hart uitgezogen. Ook al probeer ik er aan te ontkomen door wat zaken voor thuis in te kopen. Fraaie t-shirts voor de boys, en een soepele lederen tas voor Gemma. Voor wat het laatste betreft: niet zonder slag of stoot, want de keuze is groot en de prijzen lopen nogal uiteen. De beer onder de aardbeiboom verwelkomt me vriendelijk als hij mij na een week weer op ziet duiken op zijn plein. Ook deze zaterdagmiddag is het weer een gekrioel van winkelende Madrilenen. Bussen stromen leeg of lopen weer vol. Taxis rijden af en aan. En oversteken kan op alle plekken, ook waar het wat moeilijk lijkt. Dit is de echte colmena, zoals Camilo José Cela hem voor ogen moet hebben gestaan. Gonzend uit alle kieren en spleten. Maar langzaam zie je de zon afleggen tegen het getij van de nacht. Worden de schaduwen nog langer en daalt de temperatuur met enkele graden per half uur. De bijen laten zich echter niet verjagen uit deze colmena. Want alle winkels blijven tot acht uur vanavond open. En El Corte Inglès heeft zich al als kerstman vermomd. En ook al zullen de warenhuizen gesloten worden, dan nog zal het gegons niet wegkwijnen. Het is immers tapas-tijd. En met het leegstromen van de warenhuizen zullen de bars vol lopen. Communicerende vaten.



het andere hart van Madrid, het volkshart: Puerta del Sol

Het Palacio Real in Madrid: centrum van de macht

Posted in: Travels — admin @ 20:42

Het einde van de reis nadert nu met rasse schreden. Weer terug in Madrid betekent gewoon, dat ik over een dag weer op weg terug ben naar Nederland. Terug de echte herfst in, maar herfst is het hier in Madrid nog niet echt. Eerder voorjaar, als je om je heen kijkt. Niet alleen vanwege de zon en de temperatuur, maar ook hoe de mensen gekleed zijn en bijna op straat ‘wonen’. Alsof er nooit een herfst en een winter zullen komen. En toch kan het op de Spaanse hoogvlakte, en dus ook in Madrid, soms venijnig koud zijn. Maar dat is voor na mijn tijd hier. Voorlopig is er de zon. En is er nog veel te genieten in Madrid.



het Palacio Real in de herfstzon



DE INGEWANDEN VAN MADRID EN AVILA, deel 14

Het is niet ver lopen naar het Palacio Real. Het ligt op dit uur van de dag witgrijs te schitteren in de zon. Heel Madrid flaneert inmiddels op de brede trottoirs en op het onafzienbare plein voor het paleis. Op verschillende plekken staan kleine muziekbandjes of solitaire straatmuzikanten deze zaterdag tot een feest te maken. Of de lente is losgebarsten, aan de vooravond van de winter. Voor acht euro verschaf je je toegang tot het Palacio. Tijdens mijn vorige verblijf in Madrid is het er niet van gekomen, dus nu wel. Oorspronkelijk stond er op de heuvel tussen de kathedraal van de huidige Nuestra Señora de la Almudena en het koninklijk paleis een Arabische vesting, die vanaf de 11e eeuw al regelmatig door de Spaanse koningen werd bewoond. Filips II verbouwde het Alcazar tot zetel van de regering. In de 18e eeuw brandde dit oude Alcazar af, en liet de toenmalige koning Filips V door Italiaanse architecten het huidige paleis bouwen, geïnspireerd door de gevels van het Parijse Louvre van Lorenzo Bernini. Het geheel is een machtig vierkant gebouw, met een even vierkanten binnenplaats in het midden.



de lange slagschaduw kruipt al dichterbij



Italiaanse barok en classicisme strijden om de eer, maar wat maakt het uit als je in het machtige binnenste van dit paleis kunt genieten van schitterende plafondschilderingen in de Salón del Trono van de Venetiaan Gian Battista Tiepolo, op het toppunt van zijn roem toen hij naar Madrid geroepen werd. Of van de kwistig rondgestrooide schilderijen van El Greco, Caravaggio, Watteau en Goya himself aan de wanden. Of van al die andere, even majestueus ingerichte en beschilderde zalen van al die elkaar opvolgende koningen die hier in de loop der eeuwen over de vloer gekomen zijn. Veel zalen zijn vandaag helaas aan de donkere kant, zodat fotograferen ("no flash!") lastig is. Maar al die watervallen van oude pracht en praal overdonderen je zelfs in het halfdonker. Maar het goud en glitter zijn minder dominant dan in de Franse evenbeelden in Versailles en Fontainebleau. Een verademing, eigenlijk.



een van de fraaie koepels in het Palacio Real



Ondanks aanvechtingen is er geen gelegenheid om plaats te nemen, al was het maar voor één seconde, op de Spaanse troon, leeg en naakt opgesteld in de kapel (wat hier meer een halve kathedraal is). Of aan te zitten aan het banket in de grote gala-eetzaal, met zijn gigantische ovalen tafel. Als ergens de ingewanden van Madrid gestreeld konden worden, dan was het hier wel. Het zij zo.



de Italiaanse meesters hangen hier aan het plafond



Na afloop van mijn audiëntie bij de afwezige Spaanse koning loop ik ook nog even de op het terrein van het Palacio Real gelegen kathedraal Nuestra Señora de la Almudena binnen, een van de oudste kerken van Madrid. De voorbije eeuwen gaven al veel verbouwingen te zien, en nog steeds wordt er gesloopt, vertimmerd en gemetseld. De façade kijkt onveranderlijk uit op het Plaza de la Armeria en het koninklijk paleis. Voor de tuinen heb ik geen tijd meer. Terwijl ik zou moeten doen als al die Madrilenen die om mij heen flaneren. De tijd in de breedte rekken. De zon op je hoofd laten schijnen. Op een bank gaan zitten en blijven luisteren naar een van vele straatmuzikanten, die bijna net zo talrijk zijn op deze middag als die prachtige lantaarnpalen die in slagorde staan opgesteld voor het Palacio.



des konings troon in het Palacio Real: voor een stevige zit

laatste buitenopname van het Palacio Real in de zon

 
  • ON THE ROAD naar Santiago de Compostela

  • Sint Jacobus leidt me door braamstruiken en naar bierloze cafés

  • New York op doek: nieuwe schilderijen

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 20

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 19

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 18

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 17

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 16

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 15

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 14

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 13

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 12

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 11

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 9

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 8

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 7

  • Christo in Central Park New York

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 6

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 5

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 4

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 3

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 2

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 1

  • Sleepless in Manhattan - intro

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 17

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 16

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 15

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 14

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 13

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 12

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 11

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 9

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 8

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 7

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 6

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 5

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 4

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 3

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 1

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico García Lorca 1

  • BINNENKORT IN DIT THEATER: ANDALUSIË

  • Hermitage: het zomerpaleis van Nicolaas II aan de Amstel

  • Wajauw? Met Ahmed Marcouch en Hans Laroes naar Brooklyn aan de Maas

  • Luik: van nu en toen, van Calatrava en Les Olivettes

  • Geen Pim Pandoer, wel Beethoven in ’s Heerenberg

  • Spaanse La Notte in het Hollandse Slot Loevestein

  • Van Gogh en de kleuren van de nacht in Amsterdam

  • Opnieuw de ruimte in: A Space Odyssey 2

  • Schilderen: een lange winter met gebrande omber sienna

  • Paradise by the dashboard light

  • Shipbreaking op doek. Met dank aan Edward Burtynsky - Work in Progress

  • Ode Maritima aan Fernando Pessoa

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 16

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 15

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 14

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 13

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 12

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 11

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 10

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 9

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 8

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 7

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 6

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 5

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 4

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 3

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 2

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 1

  • MANHATTAN TRANSFER

  • Corrida aan het einde van de Indian Summer

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 14

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 13

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 12

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 11

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 10

  • Intermezzo: Lucien zingt Lee Towers

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 9

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 8

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 7

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 6

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 5

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 4

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 3

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 2

  • Valencia: tapas op de Feria van Calatrava 1

  • VALENCIA: tapas op de Feria van Calatrava

  • Feria Andaluza in Boom België, of all places

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 15 / slot

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 14

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 13

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 12

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 11

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 10

  • Powered by ME :) !! en MainCore
    Blog (c) WordPress 1.5 Theme created by McMike and Mr-Godd