Halal eten in Madrid met Don Quichote
Vierhonderd jaar geleden (1605) verscheen het eerste deel van Don Quichote, het magnum opus van Miguel de Cervantes. Samen met zijn gezette metgezel Sancho Panza maakt ‘ridder’ Don Quichote heel wat mee op hun trektocht door het toenmalige Spanje.
Don Quichote en Sancho Panza in vol - bronzen - ornaat
Wat nieuw is in de geschreven teksten van die tijd is het feit dat er in ‘De Quichote’ over eten geschreven wordt. Cervantes beschrijft de eetgewoontes van zijn helden. Dat was nog nooit gebeurd. "Una olla de algo màs vaca que carnero, salpicón las más noches, duelos y quebrantos los sábados, lentejas los viernes, algun palomino de añadidura los domingos…" In de oude Nederlandse vertaling van Werumeus Buning wordt dit: "Het middagmaal, met vaker rund- dan schapenvlees, ’s avonds meest een koud kliekje, op zaterdag eieren met spek, vrijdags linzen en zondags een lekker duifje…" ‘Salpicón‘ is eigenlijk een gerecht van Arabische origine, een koude schotel die bestaat uit stukjes vlees bereid met piment, zout, azijn en ui. Ook de rest van het dieet duidt op Arabische invloed: de voorkeur voor schapenvlees boven het minderwaardige rundvlees; de linzen en het duifje, in de Arabische keuken twee edele ingrediënten, en dan zijn er de fameuze ‘duelos y quebrantos‘. De meeste Engelse vertalers hebben het gewoon over ‘scraps‘, kliekjes. Letterlijk staat er ‘kommer en kwel‘. Zo noemden de morisco’s (Spaanse islamieten) spek met eieren. De morisco’s waren onder dwang officieel katholiek geworden, maar bleven in het geheim gewoon moslims. Daarom was het eten van spek (met eieren) voor hen een ware bron van ‘kommer en kwel‘, want tegen de regels van de islam. Toen in 1605 de ‘Don Quichote’ verscheen, leefden er nog honderdduizenden ’slapende’ moslims in Spanje.
het wat rommelige Plaza de España in het centrum van Madrid
DE INGEWANDEN VAN MADRID EN AVILA, deel 13
Met een van de reisgenoten, de Engelse Mark Robinson, stap ik om half negen in de taxi die ons naar het RENFE-station brengt. Het is steenkoud, maar de zon kondigt zich al weer aan, weet van geen wijken deze week. De vrieslucht zal met straffe hand nu snel weer verdreven worden. Vertrek om 9.55 uur. Geen vertraging. Zonder tussenstop is de afstand tussen Avila en Madrid Chamartin in no time afgelegd. Aankomst om 11.30 uur. De zon brandt al hevig, maar je zou ook bijna niet anders verwachten in Madrid. Ik neem hartelijk afscheid van Mark, die snel vervoer zoekt naar aeropuerto Barajas. Zelf stap ik op de eerste in de lange rij wachtende taxi’s af, en laat me weer naar het centrum van de stad rijden. Om exact 12 uur meld ik mij weer bij het Hostal Hispano-Argentino aan de Gran Via. De kamer is al beschikbaar, zodat ik mijn bagage snel kwijt ben. Nog de hele dag voor me. Opnieuw leven in de breedte. Voor één dag, maar toch. Madrid. Hier was alles altijd een maat te groot, ook toen de hoofdstad nog een dromerig dorp was. Haar architectuur is monumentaal en smakeloos; het is te merken dat macht en onderdrukking zich hier altijd thuis voelden. Ik kan het niet met Hans Magnus Enzenberger een zijn. En bovendien is Spanje inmiddels al weer jaren een volkomen democratisch land. Zelfs de schaduw van de generalissimo is nergens meer te bekennen.
het Cervantes-monument in zijn geheel
Daar sta je dan weer, midden in het gegons van de Madrileense bijenkorf. Zaterdagmiddag. Ook de duizenden werkbijen hebben hun door de weekse vleugels afgeworpen voor een wat nonchalantere outfit. De zon schijnt, hoewel iets minder uitbundig dan een week geleden. Een lichte sluiernevel hangt als een strakgespannen gaasgordijn boven de stad. Toch zal het nog zo’n achttien graden worden vandaag. Eind november. Als ik mijn hostal verlaat en meteen links af sla kom ik, de brede Gran Via aflopend, vanzelf bij het Plaza de España. Vanuit honderden denkbeeldige miradores houdt Cervantes zijn twee in brons gegoten schavuiten in de gaten. Maar die geven geen krimp. En laten zich de duizenden klauterpartijen tot op hun sokkel flegmatiek welgevallen. De eeuwig glimlachende Japanners nemen zelfs, keurig op hun beurt, plaats op de rug van het paard van de held Quichote of op de al bijna gesloopte bronzen ezel van knecht Sancho. Ze hebben het niet voor het zeggen, die twee. In ieder geval gaan ze weer duizendvoudig digitaal de wereld over. Maar misschien is de reden dat we allemaal zo dicht bij die twee willen zijn wel gelegen in het feit dat we allemaal iets hebben van die Don Quichote, en ook van die Sancho Panza. Schreef Cees Nooteboom niet, bij gelegenheid van 400 jaar Don Quichote, dat het maar goed is dat deze, bijna archetypische figuren, in elke tijd, met nieuwe ogen bekeken kunnen worden? Niet zonder reden hebben grote schrijvers als Nabokov, Kafka en Jorge Luis Borges en anderen zich zo intensief hebben bemoeid met de Don Quichote, het boek. En soms laten herschrijven, zoals Borges schrijft in zijn essay over "Pierre Mesnard, schrijver van de Don Quichote". Nooteboom: Er is nog een schrijver die we bij al dit gewoel vergeten hebben. Borges heeft ooit gezegd dat sommige vertalingen beter zijn dan het origineel. Pierre Mesnard herschrijft de Quichote van Cervantes letter voor letter. Lees het maar in ‘Fantastische Verhalen: De tuin met zich splitsende paden’, opgenomen in ‘De Aleph’.
ik verhef mezelf: op de foto met de heren Quichote en Panza
Maar ik dwaal nu wel erg af, sta zowat weg te dromen voor het monument van die twee, bijna archetypische vertegenwoordigers van de Spaanse literatuur. De Japanners zijn inmiddels ook weer afgestegen. Aan een van hen vraag ik dan ook maar om me digitaal te vereeuwigen op de sokkel. Glimlachend gaat de aangesprokene op mijn vraag in. Tegenprestatie. Want zelf heb ik er ook al een half dozijn onder schot gehouden.
Met het gezelschap dat deze nacht nog blijft bivakkeren in het hostal, dat zijn er negen, dringen we ons een van de plaatselijke culturele tempels binnen. Het is de hele week al jazz-week in Avila. En vanavond staat een zinderend Braziliaans jazzconcert op het programma. Om acht uur zit de zaal stampvol, want de toegang is gratis. Een bonte mengeling van jong en oud. Meer dan anderhalf uur brengt de Braziliaanse band Flavia-N opzwepende Brazilaanse jazz, handig gemixt met bossa nova, salsa, tango en lambada. In het Spaans en Portugees. In ieder geval om hun nieuwe CD, AZUERA, te promoten. Flavia, de leadzangeres, mag er zijn: halfnaakt trilt haar ebbenhouten vlees op het opzwepend ritme van de verschillende muziekinstrumenten. Waaronder zelfs een accordeon. Haar bos zwarte lange krullen zweept de zaal op, die haar begint te ondersteunen met handgeklap. De zaal begint zelfs mee te zingen. La ciudad donde me tienes / Tiene, luces, casa, plazas / Tiene flores, vendedores / Verde, sal, cement / Y tú en el centro / Y tú en el centro. Haar strakke vel wordt inmiddels bepareld door duizenden kristallen zweetdruppeltjes. Is dat het afscheid van Avila? Ook hier raken je ingewanden door van streek. Saudade vem do mar / Saudade quer chegar / Saudade é um trem tão devagar / Que viaje no ar de respirar. 
Zo zie je maar weer dat kunst (waar ook cartoons toe gerekend kunnen worden) aanleiding kunnen geven tot hevige protestacties. Bij de huidige rellen in de Islamitische landen vanwege de Deense spotprenten is dus niet nieuws onder de zon. Kunst heeft in alle tijden aanleiding gegeven tot actie en reactie. En ook de politiek heeft zich altijd bemoeid met kunst: zo niet verboden dan wel gebruikt voor eigen propagandistische doeleinden. Nu zijn het dan de Islamitische regeringen die hier stampij over maken; daarvoor waren het de nazi’s, de communisten, de katholieke kerk en ga zo maar door. Ik maak me geen illusie: dat zal in de toekomst wel zo blijven. 


Het volgende Pirandello Festival vindt wederom plaats in Helmond, in juni 2007. Het Pirandello Festival in Nederland krijgt dus een vervolg. Uitstekend. Besloten is van het festival een biënnale te maken. Pirandello’s werk zal daarin centraal blijven staan, want er is nog van veel onbekends van de Siciliaanse meester te genieten. Opnieuw zullen niet eerder vertaalde werken van hem gepubliceerd worden. En ook zullen een aantal toneelstukken en verhalen van hem op verschillende plekken in de stad te zien en te horen zijn. Dat wil niet zeggen, volgens de organisatie, dat 2007 een kopie wordt van 2005. Andere Italiaanse en Siciliaanse schrijvers zullen ook aandacht krijgen. Zo zal o.a. de schrijver Andrea Camilleri op de planken en op het doek prominent aanwezig zijn. De aanwezigheid van de Italiaanse cultuur zal in 2007 groter en breder (muziek, fotografie, gastronomie) zijn dan vorig jaar. Gaat dat zien! Voor meer informatie: 
Als ik weer uit het doodstille infernum ben opgestegen naar de wereld der levenden, bezoek ik nog het annex gelegen kerkhof. Op deze zonnige zondagochtend is het een komen en gaan van families die karrenvrachten bloemen aanvoeren om op de uit de kluiten gewassen granieten graven te plaatsen. Hele families worden door middel van hun ovalen portretten op de grafzerken in de etalage gezet. Daarna bel ik, gezeten op een bankje in de zon, tegen de kerkhofmuur, naar het thuisfront om met genoegen te vernemen dat het daar guur en koud is. Reden te meer om nog een dag te blijven. Voor mijn ogen ontwikkelt zich het eerste claxonconcert van deze dag vanwege het alweer volledig vastgelopen verkeer. Vandaag is het de dag waarop Sicilië zijn nieuwe gemeenteraadsleden en burgemeesters kiest. Iedereen is op zijn zondags uitgedost, al was het maar om naar een van de vele kerken te gaan, waarvan het zware geluid van de klokken bijna dreigend als klerikale donder over de stad golft. Tijd voor een lichte lunch. 
De BANDA IONICA is een van de bekendste Siciliaanse fanfares geworden, en treedt zelfs regelmatig in het buitenland op; zo bekend, en misschien ook wel zo commercieel is hun begrafenismuziek inmiddels geworden. De Banda Ionica is opgericht door Fabio Barovero (tevens oprichter en componist van Mau Mau) en Roy Paci (trompettist bij Mau en Manu Chao) en telt zo’n 25 tot 30 muzikanten. Ze scoorden in Italië een cult-hit met het album ‘Passione’. Een van hun bekendst begrafenisnummers is: UNA LACRIMA SULLA TOMBA DI MIA MADRE ("Een traan op het graf van mijn moeder"). Als je dit nummer volledig wilt beluisteren ga dan naar: www.uitvaartkompas.nl. Prachtige, stemmige en emotionele muziek. Op deze site tref je muzikale gebruiken tijdens begrafenissen, overal in de wereld, met ruime aandacht voor de Banda Ionica. De Banda Ionica trad ook al eens op in Nederland. Tijdens het Crossing Border Festival 2003 bleek het Siciliaanse fanfareorkest Banda Ionica een van de onbetwiste hoogtepunten. Dit orkest, een podium vol jonge blazers onder leiding van trompettist Roy Paci, bracht met veel bravoure en een ironische knipoog traditionele Zuid-Italiaanse begrafenismarsen. 



