March 30th, 2007

Halal eten in Madrid met Don Quichote

Posted in: Travels — admin @ 7:26

Vierhonderd jaar geleden (1605) verscheen het eerste deel van Don Quichote, het magnum opus van Miguel de Cervantes. Samen met zijn gezette metgezel Sancho Panza maakt ‘ridder’ Don Quichote heel wat mee op hun trektocht door het toenmalige Spanje.



Don Quichote en Sancho Panza in vol - bronzen - ornaat



Wat nieuw is in de geschreven teksten van die tijd is het feit dat er in ‘De Quichote’ over eten geschreven wordt. Cervantes beschrijft de eetgewoontes van zijn helden. Dat was nog nooit gebeurd. "Una olla de algo màs vaca que carnero, salpicón las más noches, duelos y quebrantos los sábados, lentejas los viernes, algun palomino de añadidura los domingos…" In de oude Nederlandse vertaling van Werumeus Buning wordt dit: "Het middagmaal, met vaker rund- dan schapenvlees, ’s avonds meest een koud kliekje, op zaterdag eieren met spek, vrijdags linzen en zondags een lekker duifje…" ‘Salpicón‘ is eigenlijk een gerecht van Arabische origine, een koude schotel die bestaat uit stukjes vlees bereid met piment, zout, azijn en ui. Ook de rest van het dieet duidt op Arabische invloed: de voorkeur voor schapenvlees boven het minderwaardige rundvlees; de linzen en het duifje, in de Arabische keuken twee edele ingrediënten, en dan zijn er de fameuze ‘duelos y quebrantos‘. De meeste Engelse vertalers hebben het gewoon over ‘scraps‘, kliekjes. Letterlijk staat er ‘kommer en kwel‘. Zo noemden de morisco’s (Spaanse islamieten) spek met eieren. De morisco’s waren onder dwang officieel katholiek geworden, maar bleven in het geheim gewoon moslims. Daarom was het eten van spek (met eieren) voor hen een ware bron van ‘kommer en kwel‘, want tegen de regels van de islam. Toen in 1605 de ‘Don Quichote’ verscheen, leefden er nog honderdduizenden ’slapende’ moslims in Spanje.



het wat rommelige Plaza de España in het centrum van Madrid



DE INGEWANDEN VAN MADRID EN AVILA, deel 13

Met een van de reisgenoten, de Engelse Mark Robinson, stap ik om half negen in de taxi die ons naar het RENFE-station brengt. Het is steenkoud, maar de zon kondigt zich al weer aan, weet van geen wijken deze week. De vrieslucht zal met straffe hand nu snel weer verdreven worden. Vertrek om 9.55 uur. Geen vertraging. Zonder tussenstop is de afstand tussen Avila en Madrid Chamartin in no time afgelegd. Aankomst om 11.30 uur. De zon brandt al hevig, maar je zou ook bijna niet anders verwachten in Madrid. Ik neem hartelijk afscheid van Mark, die snel vervoer zoekt naar aeropuerto Barajas. Zelf stap ik op de eerste in de lange rij wachtende taxi’s af, en laat me weer naar het centrum van de stad rijden. Om exact 12 uur meld ik mij weer bij het Hostal Hispano-Argentino aan de Gran Via. De kamer is al beschikbaar, zodat ik mijn bagage snel kwijt ben. Nog de hele dag voor me. Opnieuw leven in de breedte. Voor één dag, maar toch. Madrid. Hier was alles altijd een maat te groot, ook toen de hoofdstad nog een dromerig dorp was. Haar architectuur is monumentaal en smakeloos; het is te merken dat macht en onderdrukking zich hier altijd thuis voelden. Ik kan het niet met Hans Magnus Enzenberger een zijn. En bovendien is Spanje inmiddels al weer jaren een volkomen democratisch land. Zelfs de schaduw van de generalissimo is nergens meer te bekennen.



het Cervantes-monument in zijn geheel



Daar sta je dan weer, midden in het gegons van de Madrileense bijenkorf. Zaterdagmiddag. Ook de duizenden werkbijen hebben hun door de weekse vleugels afgeworpen voor een wat nonchalantere outfit. De zon schijnt, hoewel iets minder uitbundig dan een week geleden. Een lichte sluiernevel hangt als een strakgespannen gaasgordijn boven de stad. Toch zal het nog zo’n achttien graden worden vandaag. Eind november. Als ik mijn hostal verlaat en meteen links af sla kom ik, de brede Gran Via aflopend, vanzelf bij het Plaza de España. Vanuit honderden denkbeeldige miradores houdt Cervantes zijn twee in brons gegoten schavuiten in de gaten. Maar die geven geen krimp. En laten zich de duizenden klauterpartijen tot op hun sokkel flegmatiek welgevallen. De eeuwig glimlachende Japanners nemen zelfs, keurig op hun beurt, plaats op de rug van het paard van de held Quichote of op de al bijna gesloopte bronzen ezel van knecht Sancho. Ze hebben het niet voor het zeggen, die twee. In ieder geval gaan ze weer duizendvoudig digitaal de wereld over. Maar misschien is de reden dat we allemaal zo dicht bij die twee willen zijn wel gelegen in het feit dat we allemaal iets hebben van die Don Quichote, en ook van die Sancho Panza. Schreef Cees Nooteboom niet, bij gelegenheid van 400 jaar Don Quichote, dat het maar goed is dat deze, bijna archetypische figuren, in elke tijd, met nieuwe ogen bekeken kunnen worden? Niet zonder reden hebben grote schrijvers als Nabokov, Kafka en Jorge Luis Borges en anderen zich zo intensief hebben bemoeid met de Don Quichote, het boek. En soms laten herschrijven, zoals Borges schrijft in zijn essay over "Pierre Mesnard, schrijver van de Don Quichote". Nooteboom: Er is nog een schrijver die we bij al dit gewoel vergeten hebben. Borges heeft ooit gezegd dat sommige vertalingen beter zijn dan het origineel. Pierre Mesnard herschrijft de Quichote van Cervantes letter voor letter. Lees het maar in ‘Fantastische Verhalen: De tuin met zich splitsende paden’, opgenomen in ‘De Aleph’.



ik verhef mezelf: op de foto met de heren Quichote en Panza



Maar ik dwaal nu wel erg af, sta zowat weg te dromen voor het monument van die twee, bijna archetypische vertegenwoordigers van de Spaanse literatuur. De Japanners zijn inmiddels ook weer afgestegen. Aan een van hen vraag ik dan ook maar om me digitaal te vereeuwigen op de sokkel. Glimlachend gaat de aangesprokene op mijn vraag in. Tegenprestatie. Want zelf heb ik er ook al een half dozijn onder schot gehouden.

Braziliaans afscheid van Avila

Posted in: Travels — admin @ 7:23

Zo’n week gaat snel voorbij. Vandaag de laatste (verplichte) activiteiten. Avila ‘zit er op’. Morgenvroeg weer terug naar Madrid. Voor opnieuw een kort weekend. De weersomstandigheden zullen weliswaar niet zo zomers zijn als het afgelopen weekend (toen werd het 27 graden), maar de zon zal er zijn. En de temperatuur zal zeker de 18 graden halen. Toch een behoorlijk verschil met het koude Holland, waar de regen onverminderd neerklettert en het mos al bezit neemt van de bodem.



een van de vele (oude) kerken in Avila



DE INGEWANDEN VAN MADRID EN AVILA, deel 12

De laatste dag in Avila. De zandloper met het programma loopt langzaam leeg. Het officiële ARION-rapport wordt opgesteld. Engelsen zijn altijd de pineut bij dit soort zaken. Dus wijden de beide Marken zich aan het stylen van de tekst. Vanmiddag al zullen sommige deelnemers trein of vliegtuig nemen. ’s Middags nog ruim de tijd om langs de Muralla te lopen, en wat laatste blikken te werpen op de binnenstad. De klimatologische omstandigheden blijven weerzinwekkend goed voor deze tijd van het jaar. Tegen zes uur ’s avonds loopt heel Avila weer uit voor de gebruikelijke ‘paseo’. Het is de avond voor het weekend, dus er kan ongegeneerd gerelaxt worden. Op straat. In de avondlucht. Zelfs al wordt het na zonsondergang snel kouder. In Nederland zit de bevolking ondertussen rond de kachel en laat de natgeregende jassen drogen. Een opbeurende gedachte.



een ochtend in de zon, met uitzicht op de Sierra de Gredos



Met het gezelschap dat deze nacht nog blijft bivakkeren in het hostal, dat zijn er negen, dringen we ons een van de plaatselijke culturele tempels binnen. Het is de hele week al jazz-week in Avila. En vanavond staat een zinderend Braziliaans jazzconcert op het programma. Om acht uur zit de zaal stampvol, want de toegang is gratis. Een bonte mengeling van jong en oud. Meer dan anderhalf uur brengt de Braziliaanse band Flavia-N opzwepende Brazilaanse jazz, handig gemixt met bossa nova, salsa, tango en lambada. In het Spaans en Portugees. In ieder geval om hun nieuwe CD, AZUERA, te promoten. Flavia, de leadzangeres, mag er zijn: halfnaakt trilt haar ebbenhouten vlees op het opzwepend ritme van de verschillende muziekinstrumenten. Waaronder zelfs een accordeon. Haar bos zwarte lange krullen zweept de zaal op, die haar begint te ondersteunen met handgeklap. De zaal begint zelfs mee te zingen. La ciudad donde me tienes / Tiene, luces, casa, plazas / Tiene flores, vendedores / Verde, sal, cement / Y tú en el centro / Y tú en el centro. Haar strakke vel wordt inmiddels bepareld door duizenden kristallen zweetdruppeltjes. Is dat het afscheid van Avila? Ook hier raken je ingewanden door van streek. Saudade vem do mar / Saudade quer chegar / Saudade é um trem tão devagar / Que viaje no ar de respirar.



zangeres Flavia N



het avondrood valt weer over Avila



Na afloop in haar kleedkamer laat ik de inmiddels gekochte CD, de laatste die er voorradig was, door Flavia zelf signeren: Para Gemma, un beso. Een kus voor Gemma, die tweeduizend kilometer noordelijker zit. En geen weet heeft van Braziliaanse jazzconcerten. Laat staan van de ‘beso’ die op haar af komt. De avond is nog lang. En de bars zijn nog lang niet gesloten. En er moet ook nog gegeten en gedronken worden. Wijn en tapas, het gebruikelijke recept. Veel wijn, en veel tapas. Want de muziek heeft hongerig gemaakt. En was het niet de muziek, dan was het wel Flavia-N. Poolse Barbara gaat voor de laatste maal door het lint, de Engelse Marken blijven hun droge Engelse humor in de arena van de avond gooien. Laura en Karen drinken geamuseerd en onvertraagd hun riojas weg. En Luiz Manuel bewaart zijn stoïcijnse, Portugese rust. Iemand moet het hoofd koel houden. Een, de Estse, dommelt ondertussen al bijna weg. Zo’n week gaat je niet in de koude kleren zitten. Zeker wel in de ingewanden. Het is een aanslag op je lijf. Maar de aanvallen waren steeds aangenaam en vol overgave.



de Muralla, zwart afgetekend tegen het avondrood



En dan sta je ineens weer op straat. Nog een halve kilometer lopen door de vrieslucht die inmiddels de stad heeft veroverd en een in zachte omklemming houdt. Geen wind. Zeker niet binnen de donkere omheining van de muren. Boven waakt de maan. Hay tanta soledad en ese oro. La luna de las noches no es la luna que vio el primer Adán. Los largos siglos de la vigilia humana la han colmado de antiguo llanto. Mírala. Es tu espejo.



detail van marmeren graftombe in de San Vincente



Jorge Luis Borges, de blinde ziener uit Buenos Aires dichtte dit ooit voor zijn late liefde, Maria Kodama: Er is zoveel eenzaamheid in dat goud /De maan van de nachten is niet de maan / die de eerste Adam zag. De lange eeuwen / van het menselijk waken hebben haar beladen / met onheuglijke tranen. Kijk maar. Ze is je spiegel. Lopen door de ‘buenos aires’ van de deze oude stad, met boven je die wakende gouden schijf, het geeft iets eeuwigs. Maar misschien is het ook wel de rioja die zijn bedwelmende werk doet. En je virtueel doet opstijgen naar grote hoogten. Zelfs de sky is geen limit meer. Dus ver weg van het prozaïsche tafelen als een Castilliaanse Don Quichote. Maar misschien was het eerder Sancho Panza. Die immers een wat breder embonpoint liet zien dan zijn rijzige heer Quichote. En in ieder geval met beide benen op de grond probeerde te blijven. Hoewel dat moeite kost, vanavond. Maar gelukkig doemt daar al, door de boog van de gelijknamige Puerta, de warme omarming van het hostal Puerta del Alcazar op. Binnen een half uur heeft Morpheus je weerloos in zijn greep.



March 29th, 2007

Spanje: de geschiedenis van de tapas

Posted in: Travels — admin @ 7:29

Tapas kunnen eigenlijk worden beschouwd als voedsel dat dient om de tijd te overbruggen tussen lunch en avondeten. Sommigen denken dat het eten van tapas is ontstaan toen de Spaanse koning Alfonso X tijdens zijn ziekte kleine hapjes van zijn voedsel nam in combinatie met een glas wijn. Zelf denk ik dat de oorsprong een stuk trivialer was. Het eten van de eerste tapas onstond door de behoefte van boeren en werklui in de bouw om tussendoor wat kleins te eten zodat ze het wat beter volhielden tot aan de hoofdmaaltijd. Deze maaltijd, een zeer vette, zette hun lichaam zo aan de gang dat ze een ’siësta’ nodig hadden om het voedsel goed te kunnen verteren. Deze ’siesta’ duurde al snel een paar uur. Het vetgehalte van de snack vroeg om wat wijn, de alcohol bevorderde de spijsvertering en warmde het lichaam op in de winter. In de zomer wordt in het zuiden de ‘gazpacho’ (koude tomatensoep), gedronken in plaats van wijn wat het lichaam onnodig warm laat worden in plaats van de gewenste verfrissing.



de ochtendzon boven Avila



De lange tijd die er over heen gaat tussen ontbijt, vroeg in de morgen, en het middagmaal in de late uurtjes van de dag, dwong de Spanjaarden dus ertoe om zich te vergrijpen aan een ‘tentempié’ (snack), aperitief of de ‘tapita’, met als bijkomstigheid dat de mensen tijdens het nuttigen de tijd hadden om van gedachten te wisselen over hun werk en dergelijke. Dit maakte het eten van de tapas tot een gezellige aangelegenheid. Bij het nuttigen van de tapas wordt wijn gedronken: een ‘peleón’ (jong en goedkoop) of een ‘reserva’ (lange tijd gerijpt op eikenhouten vaten) of wijn uit de regio: jong ‘txakolí’ in Baskenland, Penedés of Cava (een soort champagne) in Cataluña, ‘ribeiro’ in het Noordwesten, jonge Valdepeñas of Rioja in Castilla y Leon en in centraal Spanje, of sherry in het zuiden van het land.



de volgende eenvoudige, doch voedzame maaltijd



De tapas variëren door de afwijkende smaken en de traditionele gastronomische gewoontes van de verschillende streken. Maar gewoonlijk worden er wel altijd olijven en droge noten geserveerd. Samen met de olijven, stukjes knoflook of gerookte ham of worstjes, plakjes kaas of ham werden de hapjes wereldberoemd. Inmiddels worden er wereldwijd steeds nieuwe tapas ‘uitgevonden’. Ze worden bereid uit verschillende soorten voedsel. Of het nu gaat over vlees, vis, groenten of eieren; al deze ingrediënten kunnen worden gebruikt voor de bereiding van tapas. Tapas kennen ook hun gefrituurde variaties. De bekende calamares, kaaskroketten, pikante aardappeltjes, worstjes maar ook ‘albondiga’s’ (gehaktballetjes) zijn in de meeste zaken waar ze tapas verkopen wel te krijgen. Maar ook minder bekende, zoals aubergines, of smakelijke sperziebonen. Vul je dit dan nog aan met een tortilla (aardappelomelet), sardines en gamba’s dan heb je een totale en complete lunch binnen. Dit laatste heeft er dan tot geleid dat je eigenlijk geen hapje tussendoor meer nuttigt, maar een complete maaltijd.



gecarameliseerd ijsdessert



DE INGEWANDEN VAN MADRID EN AVILA, deel 11

Een bescheiden gat in de dag geslapen. En, omdat het officiële werkprogramma pas na het middaguur begint, nog alle tijd om wat plekken van Avila wat nader te leren kennen. Bovendien is het gunstig voor de buik, want de maaltijd van gisteren is nog niet helemaal uit het darmkanaal verdwenen. Aan de zwellingen die her en der voelbaar zijn is af te meten dat daar nog wel enkele uren van fermentatie voor nodig zullen zijn. Je loopt dan als snel weer de Paseo del Rastro op. Het biedt je in de verte een fraaie blik op de Sierra de Gredos. Weer binnen de warme baarmoeder van de ommuring struikel je weer over al die Santa Teresas. Maar gelukkig niet over de toeristen die hier met name ’s zomers zorgen voor een ware Teresa-constipatie.



marmeren tombe in de San Vincente / Avila



De Basilica San Vincente, in roze zandsteen gebouwd tussen de 12e en 14e eeuw, is een fraai gerestaureerde romaans-gothische kerk op een paar passen van het hotel. De kerk is gebouwd op de plek waar de lijken van enkele christelijke martelaren (o.a. San Vincente, natuurlijk) zouden zijn neergelegd als prooi voor de honden en de gieren. De heldere, hoge binnenkerk biedt een overdaad aan gebeeldhouwde kapitelen. Veel goud en glitter, natuurlijk ook, want anders zou het geen Spaanse kerk zijn. Maar de apotheose is een waanzinnig versierd marmeren grafmonument voor al die, in ieder geval mij onbekende, martelaren. De zon wordt inmiddels wat flauwer en de hemel begint al licht oranje te kleuren. De meest fantastische zonsondergangen, daar schijnt dit Avila een patent op te hebben. Gemengd met de flarden en strepen koud-blauw geeft het al snel een caleidoscopische impressie. Lucy in the sky with diamonds. Maar de sterren zijn pas voor over enkele uren voorzien. En dan zal het oranje bijna volledig zijn weggeveegd uit de rillerige kobaltblauwe lucht. Voor mij het signaal weer aan tafel te schuiven, want het diner start om 21,15 uur. Tel daar nog maar drie kwartier bij, want de omtrekkende bewegingen van de Spaanse culinaire brigade kennende heeft men ruim de tijd nodig om de eetstellingen te betrekken. Maar uiteindelijk zal het gastronomische gevecht uitbarsten. Hoorngeschal!



de avond valt en kleurt weer rood in Avila



We zijn te gast in I.E.S. Jorge Santayana Departamento de Hostelería voor het afscheidsdiner, hoewel we nog een dag te gaan hebben in Avila. Het is een regionale hotelschool waar we te gast zijn, dus die heeft zien faam hoog te houden. Om het Europese gezelschap te ondersteunen bij het laten verdwijnen van al die aanstormende gerechten schuiven ook een aantal regionale bonzen aan. Zoals de 0director provincial de Castilla y Leon. En de Avilese wethouder van cultuur en onderwijszaken, José Luis Rivas Hernandez. En nog een aantal plaatselijke meeëters die medeverantwoordelijk gehouden moeten worden voor deze week, en dus ook voor de Spaanse culinaire expansie. Het menu? Kijk zelf maar: *Judiones del Barco de Avila de beroemde regionale bonensoep met spekjes) *Ensalada Templada de Langostinos con Crujiente de Verduras y Aceite de Remollacha een uitgebreide gegrilde salade met langoustines) *Rodaballo al Horno con Tomate Confitado (een licht gegrilde tarbot) *Pierna de Cordero con Foie y Boletus (gestoofd lamsvlees met een leverpuree en paddestoelen) *Postre "Santayana" (gebak met chocolademousse, met ijs en overspannen door een gecarameliseerd netwerk) * Vinos: - Pedro Romero. Manzailla de San Lucar - Creu de Lavit. 03. D.O. Penedés - Valduero Reserva 98. "Magnum" D.O. Ribero del Duero - Sol de Alicante. D.O. Alicante



en dan elke avond zo’n lucht: hoe spelen ze het klaar in Avila!



Het begint zo langzaamaan te lijken op de Romeinse ‘Cena Trimalchionis‘, zoals opgeschreven door de oude Petronius Arbiter. Buitensporige schranspartijen die niet bedoeld waren om de honger te stillen, maar slechts om het verhemelte en de maag te strelen. Dat het uiteindelijk allemaal ontaardde in een ordinaire orgie, mocht de pret allemaal niet drukken. Jorge Santayana blijkt vanavond een eigentijdse vermomming te zijn voor deze ‘Cena’. Het zou de oude Petronius wakker kunnen maken, en doen opstaan uit zijn stof. Het is al ruim na middernacht als de patron wat nadrukkelijk de tafels begint af te ruimen. Ook het niet bij bijvullen van de glazen in een veeg teken. Nomen est omen. Misschien maar beter ook. Gelukkig nog een frisse wandeling door de vrieslucht van Avila voor de boeg. Kan de alcohol misschien wat verdampen en opstijgen naar de sterren.

Het leven in het café van Camilo José Cela

Posted in: Travels — admin @ 7:26

Gisteren gaf ik in mijn inleiding op het negende deel van DE INGEWANDEN VAN MADRID EN AVILA wat informatie over de rol van de bar-cafetaria voor de Spanjaarden. Een van de meest pregnante voorbeelden van de rol die een café in het dagelijks leven van mensen kan spelen, is terug te vinden, en dus te lezen, in het boek LA COLMENA (DE BIJENKORF, 1951) van Camilo José Cela. In 1989 kende de Zweedse Academie de Nobelprijs voor literatuur toe aan deze Spaanse auteur. In het juryrapport prees ze ‘zijn rijke en intense proza, dat met een onderkoelde hartstocht een uitdagende visie op de menselijke kwetsbaarheid biedt’. Vijf jaar eerder had Cela in zijn land de Staatsprijs voor literatuur gewonnen voor ‘Mazurka voor twee doden’, een roman over een plattelandsgemeenschap in het Galicië van de jaren dertig waar wraak, moord en seksualiteit het levensritme dicteren.



versnaperingen voor de koffiebreak



In LA COLMENA krioelt het van de personages. In talloze korte fragmenten geeft Cela een beeld van het uitzichtloze leven in de stad Madrid, gedurende een aantal winterse dagen in 1942. Dat er een wereldoorlog gaande is, dringt slechts vaag door bij de mensen. De ruim 160 personen in het boek proberen te overleven en maken zich slechts druk om bevrediging van primaire behoeften. In de portretten van de vele figuren in het boek schetst Cela niet alleen een beeld van hun huidige illusieloze, zeer armoedige bestaan: in kort bestek weet hij ook hun verleden op te roepen. De talrijke personages die Cela ten tonele voert in DE BIJENKORF blijken toch vaak weer in een bepaalde verhouding te staan tot elkaar. Het café van Dona Rosa is daarbij het centrale ontmoetingspunt.



alvast enige presentjes om mee te nemen: judías verdes



Net als eten vervult drank een belangrijke rol in het inwendige. Het vergemakkelijkt soms de spijsvertering. Aperitief en digestief zijn minstens een alibi om drank (alcohol) te nuttigen. Daar zal het vandaag niet aan ontbreken. Lees maar in:

DE INGEWANDEN VAN MADRID EN AVILA, deel 10

Het is inmiddels 24 november geworden. De tijd vervliegt als sneeuw voor de zon. Of is dat beeldspraak van niks? Voor mijn part. Opeens lijkt het leven in de breedte weer ineen te schrompelen. Hier, in de provincie, herken je niks van de Madrileense hartslag. En al zeker niet in dit donkere seizoen. De bevolking gaat er met de kippen op stok. De bewoners volgen gewoon de biologische klok. En de etenstijden lijken verrassend veel op die bij ons. Opnieuw de bus in vandaag. Maar nu zal de reis naar het noorden gaan. Naar Arévalo, om precies te zijn, op zo’n vijftig kilometer van Avila. Het landschap is nauwelijks bergachtig te noemen; alles maakt deel uit van één hoog plateau. Een sprankelende ontvangst ter plekke, met veel muziek. De directeur van de school is een flamboyant persoon en gaat hoogstpersoonlijk voor in een opzwepende flamenco. En als het dat al niet is dan gilt het voltallige publiek wel in karaoke-drive het populaire nummer van ruim bekrulde David Bisbal mee: Bulería! Bulería! Tan dentro del alma mía. Es la sangre de la tierra que nací. Bulería! Bulería! Más te quiero cada día. De ti vivo enamorado, desde que te vi. Como loco por la vida con el corazón latiendo, porque sabe que tu estás. Ay, vida. Que palpita de alegría que me embriaga el sentimiento, con tus besos más y más. Bulería! Bulería! Blut und Boden liefde. Met veel hart, kussen en gevoel. Je hart en ziel die pas leven op de grond waar je geboren bent. En al die harten en zielen leven hier, dat is wel zeker.



Santé! Even het glas heffen met Mark Robinson



En als het niet het hart en de ziel zijn voor de liefde, dan worden hart en ziel wel gelegd in het eten. Er staat een lunch gepland van twee uur tot half zes. Het is onvoorstelbaar wat hier op tafel gezet wordt. Na de welkomstcocktail en de sorbets volgt tot twee maal toe een visgerecht. Vervolgens een streekgerecht met bonen en serranoham ("es el sangre de la tierra", nietwaar?). Het hoofdgerecht bestaat uit een gerecht van schapenvlees met een ruïne sortering aan paddestoelen. En het verschijn niet zomaar op tafel: alle gerechten worden gepresenteerd als waren het kunstwerken. De apotheose is een fascinerend ijsdessert. Als er museum zou bestaan voor Eten als Kunst, dan zou het hier in Arévalo zo opgericht kunnen worden. En in het Spaans klinkt het allemaal nog een stuk fraaier. Kom, we eten nog een keer. Het menu van deze lunch in het Centro de Educación de Adultos i Arévalo:



klaar voor apotheose: ijs, dus!



* Cóctel de bienvenido * Cúpula de tomate rellena de ventresca de atún con vinegreta de menta * Canelón de salmón marinado con empedrado de bacalao * Judías verdes salteadas con jamón y espaguetis de calamar * Popietta de lenguado rellena de marisco con almendras * Sorbete de hierbabuena * Carré de cordero relleno de setas de la zona y mollejas * Peineta de sorbetes Vinos: - Verdejo - Ribera de Duero Agua Pan casero Alsof het nog niet genoeg is worden we bij het afscheid door de directeur nog overladen met cadeaus. Cadeaus om op te eten. Streekproducten, dus. Zoals de judías verdes, een soort witte bonen, keurig verpakt in een wit mini juten zakje. Of doosjes bonbons. Je weet maar nooit of de bus met panne komt te staan op de terugweg. En dan kun je maar beter iets te knabbelen bij je hebben.



het dorp Arevalo: het Spaanse platteland



Hoewel het al schemerig begint te worden, en de temperatuur weer stapvoets afdaalt naar het vriespunt, wordt er nog een korte wandeling door het kleine dorp gemaakt. Op verschillende plekken is men druk bezig (hoewel, ik zie geen bedrijvigheid) om de wat vervallen huizen van weer tot enige aantrekkelijke bewoonbaarheid op te krikken. Met name het dorpsplein lijkt zwaar onder handen genomen te worden. Na een kort bezoek aan de dorpskerk is het nagenoeg donker als we weer buiten staan. Inmiddels heeft ook de mist zich present gemeld. Het oranje van de schaarse straatverlichting wordt als een vaporiserende nevel verspreid door de koude lucht.



de avond valt in met de mist in Arevalo



Om zeven uur terug in Avila. De avondmaaltijd slaan we maar over. De reservevoorraad, sinds vanmiddag opgehoopt in mijn darmstelsel, is nog niet aangesproken. In El Grande nemen we nog wat glazen donkerrode reserva. Zelfs de gratis aangeboden tapas smelten vanavond niet als sneeuw voor de zon. Poolse Barbara is de rust zelve. Maar de Italiaanse Laura en de Engelse Karen daarentegen lijken nu pas wakker te worden. Luiz Manuel, de Portugees, blijkt zelfs onze eigen Cees Nooteboom tot zijn favorieten te rekenen. Blijkt dus niet eenkennig zich te concentreren op Pessoa en Saramago. Mijn landgenoten uit de Achterhoek zetten het glas stevig aan de lippen. Doen wat omzet zeker niet onder voor Mark en Mark uit het Verenigd Koninkrijk. De Europese Unie leeft op basis van de spijsvertering. Of drankvertering, liever gezegd, vanavond.



Avila by night: met de Yemas de Santa Teresa

Avila by night: vanonder de arcaden naar het stadsplein

Spanje: de hoogste bardichtheid van Europa

Posted in: Travels — admin @ 7:22

In 1999 werden er in Spanje totaal 138.000 bars geteld. Iets minder dan in de hele rest van de toenmalige EU-landen bij elkaar. Maar ik moet wel bekennen dat de Spaanse bars wel een ander karakter hebben dan in de meeste andere landen van Europa, zeker die in Noord Europa. De meeste bars in Spanje zijn een combinatie van een bar en een cafetaria. Men eet vaak aan de bar en drinkt er uiteraard koffie. Veel Spanjaarden, zeker in de grote steden, ontbijten dan ook in de bar om de hoek. Vanzelfsprekend is de bar er ook om alcohol te nuttigen. Maar, in tegenstelling tot bij ons, is dat meestal niet in grote hoeveelheden, iets wat geldt voor heel Zuid Europa. Dronken mensen zie je zelden in Spanje. Als je dronken mensen ziet, dan zijn het meestal buitenlanders. Ik heb het dan nog niet eens over jongeren aan de Costa Brava.



op weg naar de Sierra de Gredos



Daarentegen is de Spaanse bevolking heel tolerant met betrekking tot het drinken van alcohol. Meer dan de helft vindt het drinken van zes glazen per dag (maar wel verspreid over de dag) geen probleem. Wat de wijnconsumptie per hoofd van de bevolking bezet Spanje de zevende plaats, met 34,4 liter per jaar. De Fransen staan op nummer één. Behalve bars, cafetaria’s en terrasjes zijn er in Spanje veel cafés, sommige erg groot, die bijna alleen zijn bedoeld voor de conversatie. Vroeger waren het verzamelplaatsen van tertulias, groepen personen die elke avond op een vast tijdstip met elkaar aan het delibereren sloegen over een van te voren vastgesteld thema. Er zijn heel beroemde tertulias geweest waar bepaalde schrijvers elkaar bijna dagelijks ontmoeten. Voorbeelden hiervan waren Café Pombo en Café Gijón in Madrid. Er zijn er nog steeds in, met name, Madrid en Barcelona. Net als er in ons land cafés zijn waar schrijvers, journalisten en kunstenaars elkaar ontmoeten. Die tertulias vind je minder of zelfs helemaal niet op het platteland. En al zeker niet op het platteland waar we vandaag naar toe gaan op mijn Spanje-reis.



de hoogvlakte in de ochtendzon



DE INGEWANDEN VAN MADRID EN AVILA, deel 9

De Sierra de Gredos is een bergachtig gebied op zo’n zestig kilometer ten zuiden van Avila. De bergketen kent hoogten van meer dan 2500 meter. Maandenlang zullen de toppen, gedurende de winter, besneeuwd blijven. Zeker de Pico Almanzor (2592 meter). Vandaag is het nog niet zover. De bestemming van vandaag is Arénas de San Pedro, gelegen aan de zuidzijde van de Sierra, aan de andere zijde dus van de bergketen. Het vertrek staat al gepland om kwart voor negen. Het landschap is licht aangevroren, maar de zon doet al pogingen om door de fijne herfstnevels heen te breken. Een schitterend herfstlandschap glijdt aan je voorbij. De bomen nog helemaal in geel, bruin en rood, en de weiden en graslandschappen vertonen alle kleuren groen die het bergpalet voor handen heeft. Vooral de gedeelten die nog in de schaduw liggen, en nog niet worden verwarmd door de ochtendzon, lichten miljoenen ijskristallen bijna fluorescerend op. Schatkamer van de natuur. Diamanthandelaren hebben hier hun slijpsel met kwistige hand gestrooid. Donkere schaduwpartijen worden afgewisseld met heldere kleurvlakken. Maar de bomen trekken zich langzaam terug uit het landschap. De steeneiken houden het voor gezien. Maar het landschap blijft golven. En wordt desolater. Hier en daar nuttigt een partij nog slaperige koeien een luchtig grasontbijt. Soms staat er een midden op de weg. Een langharige dissidente koe. Kijkt je lodderig aan, en is pas na een paar keer toeteren bereid een stap opzij te doen. Maar niet dan nadat ze een warme, dampende strontvla voor je op het wegdek heeft gedeponeerd. Ze hebben overal schijt aan, die koeien in de Sierra de Gredos.



de laatste ijskristallen (links) ontdooien



Op zo’n 25 kilometer voor Arénas de San Pedro wordt even gestopt voor een kennismaking met een oude Romeinse weg die zich hier over de bergen meandert. Als een stenen ratelslang slingert de Calzada Romana zich door het gebied. Dikke knoestige stenen. De Hel van het Noorden midden in Spanje. Maar ik denk dat geen Heras of andere Spaanse wielervedette zich hieraan waagt. Wel steekt hier en daar een desolate steenbok zijn kop om de hoek, de cabra montés pirenaica, een wilde geitensoort die alleen in Spanje voorkomt en met uitsterven bedreigd was. Maar blijkbaar heeft de fertiliteit het gewonnen van de lethargie van de geiten-Oblomov, want tegenwoordig komt dit beest weer veelvuldig voor in deze streken. Niet kapot te krijgen, dus. Een aantal kilometer verder passeren we het imposante Castillo de Monbeltrán, een streng vierkant fort dat de hele streek bewaakt. Hiervandaan valt elke beweging in de verre omgeving te registreren. Zeg maar: een middeleeuwse stenen Awacs. Met adelaarsogen.



gezicht op de Sierra de Gredos



Na de ontvangst in Arénas volgt het zakelijke gedeelte. Maar om 13.00 uur dampt vanuit de keuken de paëlla je al tegemoet. Blijkbaar moet de organisatie ook van zijn wijnvoorraad af, want men blijft maar flessen rioja aanslepen, ontkurken en vervolgens wegwerken. De pikante paëlla dient als digestieve katalysator. Daarna, op het einde van de middag, volgt nog een bezoek aan een van de nabijgelegen dorpen, want ook daar heeft men handig gebruik weten te maken van ICT-toepassingen. Waar een ver afgelegen gebied al niet goed voor is. Van de nood een deugd maken. Zoiets. Dat bewijst het dorpsschooltje ‘Camilo José Cela’ (jazeker: die van ‘La Colmena’).



het landschap: nog niet helemaal ontdooid



Het is al donker als we aan de terugtocht beginnen. De maan staat prominent in de diepdonkere lucht. De bergen zijn helemaal zwart geworden en steken af tegen de lucht die nog licht oranje gekleurd is. De temperatuur nadert inmiddels weer het vriespunt. Ik knoop mijn jas weer dicht. Zuig mijn longen nog vol met frisse berglucht, alvorens in de bus te stappen. Avila is nog vijf en zeventig kilometer naar het noorden. Dat kost nog wel een paar uur, want echt opschieten is er niet bij in dit gebied.



Op de terugweg heb ik in de bus een uitgebreide literaire conversatie met Luiz Manuel uit Portugal over de mij op dat ogenblik nog onbekende Spaanse auteur Carlos Ruiz Zafon. Ik moet toch echt zijn ‘Sombra del Vienta‘ (In de Schaduw van de Wind) lezen. Een belevenis, volgens Luis. Maar op dat ogenblik heb ik het liever met hem over Fernando Pessoa, het Boek der Rusteloosheid. Een nieuwe editie staat op stapel, beweert hij. Of José Saramago met zijn prachtboeken. De dood van Ricardo Reis. Of De Stad der Blinden. Of Het Stenen Vlot. Nog verfilmd door de Nederlandse George Sluizer. Stevige kost, die boeken van Saramago, dat zeker. Maar een portie van deze Portugese schrijvers kunnen ze me op elke uur van de dag voorschotelen. Of zelfs in de nacht. Maar daar zal deze week nauwelijks tijd voor zijn. Het programma. En de eettafel. Of de combinatie van beiden. Horen het hoofd en de geest ook tot de ingewanden? In Avila heeft het er alle schijn van.



de oude Romeinse weg: Calzada Romana

March 27th, 2007

Geen corrida voor het rund uit Avila

Posted in: Travels — admin @ 7:40

Er is een beroemd en zeer oud runderras in de regio Castilla y Leon dat Avileña Negra Ibérica heet. Dit zwarte Avila-rund, dat meestal al als kalf wordt geslacht, is te goed voor de befaamde Castillaanse stoofpotten en komt over het algemeen als chuletón (ribstuk, t-bone) op tafel. Dit dikke ribstuk is het lekkerst a la brasa (op houtskoolvuur), maar ook a la plancha (op een steengrill of op een gloeiend hete plaat) is het smakelijk. Het vlees, dat opvallend licht van kleur is, blijft rood van binnen.



ooievaarsnesten in Avila



Het spreekt voor zich dat de runderen, en dus ook de stieren, van Avila niet worden opgeofferd aan de meedogenloze corrida. In Avila is zelfs geen arena te vinden, ondanks het feit dat je in de wijde omgeving overal die machtige, zwarte Spaanse runderen ziet grazen. Honderden kilo’s smakelijk vlees dat zijn weg zal vinden naar de tafels, thuis of in het restaurant. Geen heroïsche dood voor dit rund in een schuimbekkende arena. Geen oren of staart die afgesneden worden om het uitzinnige publiek te vermaken. Het rund van Avila offert zich op een andere manier op voor de mensheid. Het is voorbestemd om de ingewanden te strelen, en gestoofd, gebakken of gegrild af te dalen door die smalle peristaltische gangen om uiteindelijk te sneven in een samengeperste vorm. Geheel ontdaan van zijn kracht. Een smadelijke afgang.



ontvangst bij de Delegación Territorial de la Junta de Castilla y Leon



DE INGEWANDEN VAN MADRID EN AVILA, deel 8

De volgende dag geen spoor van een rioja-kater. Na een stevig, bijna Engels ontbijt volgt een korte wandeling. Het wegdek is aangevroren, maar de dag belooft weer stralend te worden. Om half tien is de officiële ontvangst voorzien bij de Delegación Territorial de la Junta de Castilla y Leon, zeg maar een van de provinciale hoofdkwartieren die de streek rijk is. Een prachtig gerenoveerd gebouw, modern met behoud van antieke elementen. De ontvangst is in de bibliotheek-vergaderzaal, de Sala de Refectorio, gevestigd in een voormalig klooster, waarvan de oude hoektorens allemaal zijn bezet met grote ooievaarsnesten. De deftige ambiance in een omgeving waar alles is gemaakt van bruinrood kersenhout ademt de sfeer van gouvernementele arrogantie. Of gewoon Spaanse trots. Pas daarna volgt de ontvangst op het stadhuis van Avila. Toch een trapje lager van statuur, en dat is ook terug te zien in de inrichting. Niet dat de gewichtige sfeer minder is, maar toch. Na de gebruikelijke toespraken van burgemeester, Francisco José Sanchez, en wethouders volgt het uitwisselen van de meegebrachte cadeaus. Waarna de burgemeester voorop gaat om ons in een naburig café een stevige caffé con leche met dikke churros, hier porras genoemd. De Spanjaarden soppen hun dikke porras ongegeneerd in hun bak koffie. Waardoor de porras snel hun erectie verliezen en druipend en slap in de mond verdwijnen.



machtig ooievaarsnest op de spits



Vanzelfsprekend staat de burgervader er op dat het selecte Europese gezelschap wat dieper kennis maakt met het werelderfgoed waar Avila om bekend staat: de twee en een halve kilometer stadmuur, de Muralla genoemd. De ringmuur om de stad kent vervolgens ook nog eens 87 stevige vestingtorens, zodat het in de Middeleeuwen welhaast een onneembaar fort geleken moet hebben. En misschien ook wel was, want tegelijkertijd lag deze stadstaat boven op een plateau met uitzicht over de hele omgeving. Slechts zevenhonderd meter van de stadsmuur is bewandelbaar. En dat traject leggen we dan ook af onder begeleiding door een stads- of staatsgids, hoe het ook wilt noemen. Staan stil bij de verschillende muurtekeningen en bewonderen vanaf de omloop de ooievaarsnesten die her en der opduiken op kerktorens van de stad. Op dit ogenblik zijn ze verlaten, maar ongetwijfeld zullen ze in het voorjaar weer druk bevolkt zijn. De zon is inmiddels behoorlijk in kracht toegenomen, zodat de vanochtend nog noodzakelijke dikke kleding nu als een last beschouwd wordt. Het lijkt wel zomers. De stemming zit er goed in. Bijna uitgelaten.



doorkijk vanaf de Muralla van Avila



Halverwege de middag wordt in het complex Naturávila, een soort agrarisch opleidingscentrum op een aantal kilometers uit het centrum van de stad verwijderd, een zeer smakelijke ‘Madrileense’ maaltijd aangeboden. Gegrilde inktvisjes vooraf, daarna een stevige gekruide zarzuela (kabeljauw, schelvis , mosselen, in olijfolie en wijn gekookt) en als nagerecht Spaanse vijgen gevuld met walnoten en honing. Uiteraard blijven de rode en witte wijnen gedurende de hele maaltijd over de tafels heen circuleren. Het is al snel duidelijk: van het geplande programma zal niet veel meer terecht komen. Ook al staat er geen officiële siësta gepland. Die overigens in het kader van de Europese eenwording toch al onder druk staat in Spanje. Daar maar een stevige wandeling over het terrein in de directe omgeving van Naturávila: tennisvelden, visvijvers, een zwembad en uitgestrekte golfterreinen. Maar er loopt geen hond rond. Zelfs geen sportieve Spanjaard.



onze Spaanse gids bij de wandeling over de Muralla



Om 20.00 uur taxi ik even met een van de Engelse Marken, de Poolse Barbara en de Estse Ene naar het station om alvast een plek in de trein van zaterdag te reserveren. Ik heb weliswaar een retourbiljet, maar de plek moet nog gereserveerd worden. Pas daarna kunnen we aanschuiven voor het gezamenlijke aperitief dat genuttigd wordt in de kroeg direct tegenover het hotel. Het zal behoorlijk uit de hand lopen. De glazen rode reserva worden je aangereikt voor drie euri per stuk. Daarbij zijn de gul toegeschoven tapas gratis. Blonde Barbara gaat helemaal los. Moeten verhinderen dat ze op een van de lage tafels klimt voor een energieke paso doble. Pas tegen tienen zoeken we binnen de ommuring een warm restaurant. Een nieuwe aanslag op het spijsverteringssysteem. En voor dat je het goed en wel in de gaten hebt staan de schoteltjes Serranoham met kaas (jamon serrano y queso), de aceitunas (olijven) en de gambas pil pil (grote garnalen met knoflook en pepers) al weer voor je. Voor het hoofdgerecht kiezen uit empanadillas de atun (deegpakketjes met tonijn) of albondigas con salsa de tomate (gehaktballetjes met tomatensaus), geserveerd met gebakken aardappelschijfjes en rijst, ook naar keuze. IJs toe. Hoewel het tempo wat lager ligt dan in het aperitief-café sneuvelen ook hier weer een aantal flessen onvervalste rioja. Het zal allemaal wel niet de juiste combinatie zijn, maar welke kniesoor let hier nog op. Vanavond werk ik niet meer. Alleen mijn ingewanden hebben nachtdienst.



Alle avonden kleurt de lucht oranje

Voorbij de cocido madrileño van Madrid

Posted in: Travels — admin @ 7:37

De cocido is een gerecht zonder recept. Iedere streek in Spanje heeft zijn eigen variant van de cocido, en uiteraard ook zijn eigen benaming van de cocido. Die benaming verwijst vaak naar de bereidingswijze of naar de pan waarin de cocido wordt klaargemaakt. De samenstelling van de cocido is zeer sterk afhankelijk van de producten van de streek. In het boek ONGENAAKBAAR MADRID, uitgegeven door Bas Lubberhuizen, heeft H.M. van den Brink er een aardig hoofdstuk aan gewijd. De Cocido Madrileño is een oud streekgerecht met bonen en verschillende vleessoorten. Eeuwenlang de hoofdmaaltijd van de Spanjaarden in Madrid en in de regio. Oorspronkelijk was het een arbeidersgerecht dat klaar gemaakt werd op zolderkamertjes maar tegenwoordig staat het zelfs eenmaal per week op het menu van een van de duurste eetgelegenheden ter wereld in Madrid. Bij veel gerechten wordt het vlees geroosterd. Als voorgerecht eet men vaak een ensalada. Dat is een verse salade en natuurlijk sopa. Tot zover de details.



de beroemde Muralla van Avila: werelderfgoed



Van den Brink schrijft er als volgt over: De ober nam de soep af en zette een schaal met kikkererwten en kool op tafel. De erwten, garbanzos, vormen de basis van de cocido madrileño, de plaatselijke versie, die zichzelf, omdat Madrid nu eenmaal de hoofdstad is, de beste cocido van Spanje noemt. Hier zijn het erwten, elders bonen. Eenvoudig voedsel waar een hele cultus omheen bestaat. Ik ben daar gevoelig voor en ik houd bovendien van garbanzos. Rauw zien ze er uit als gerimpelde oudevrouwenhoofdjes, maar na een nacht in het water - volgens de Madrilenen kan dat natuurlijk alleen maar het unieke water zijn uit de bronnen rond hun stad - zijn ze rond en gaaf geworden, met stevig vlees onder een strakke huid, die zelfs na uren koken nog geen krimp geeft. [...] Mijn ober ging nu over tot het serveren van het vlees. Op het bed van kool en garbanzos legde hij achtereenvolgens lip, gehakt, morcilla en butifarra. Precies dezelfde spijzen die in de volgepakte etalage van El Brillante lonkten, op dezelfde manier bereid. Misschien iets droger. Mijn vriend de ober adviseerde het gebruik van enkele druppels azijn.[...] De cocido madrlileño past in ieder budget en is naar believen uit te breiden en eenvoudiger te maken. Ze weerspiegelde altijd de welvaart van de consument, beter dan verandering van spijs zou kunnen doen, maar binnen grenzen. De basis blijft een bord met grote, witte of gele erwten, nauwelijks gekruid en op de allersimpelste manier bereid.



van een door de zon beschenen Muralla kun je nooit genoeg krijgen



DE INGEWANDEN VAN MADRID EN AVILA, deel 7

De taxi brengt je in een paar minuten naar Hostal Puerta del Alcazar, vlak buiten de imposante ommuring van de stad en recht tegenover de gelijknamige hoofdpoort. Omdat ik geen zin heb op deze stralende middag lang in het hotel rond te blijven hangen, dump ik snel mijn bagage en loop weer naar buiten. Honderden Avilezen, of hoe de inwoners van deze oude stad ook mogen heten, flaneren over de boulevardachtige bestrating rondom de imposante muren. Het uitzicht over de lager gelegen vlakte is van een bijna buitenwereldse schoonheid. De uren die nog resten op deze middag worden dan ook ten volle benut. Een kort bezoek aan de Conventskerk gewijd aan de heilige Theresia, Santa Teresa, de meest vereerde en aanbeden oud-inwoonster van de stad. Niet alleen de souvenirwinkels bieden haar met tientallen aan. Als eetbord, als wijwatervat, als asbak, als kurkentrekker, je noemt het maar: het is altijd in voorraad. Zelfs in eetbare vorm, de Yemas de Santa Teresa, een soort gebakje dat overal te verkrijgen is. Dat drijft de honger op. Tijd voor een paar tapas met een flink glas wijn. In een schitterend ingericht oud, grand-caféachtig pand neem ik even pauze. Rieten tuinstoelen onder een vierkanten glazen dak dat een soort binnenplaats overkapt. De loomheid van de late zondagmiddag strijkt langs je af als een aanhankelijke hond. Het wordt een dieprode reserva. En de in keurige voorschoot gestoken ober voert ook nog wat tapas aan: Patatas revolconas, callos guisados, picadillo, torrezillos, paella, oreja, mollejas en hoe ze ook allemaal niet mogen heten. Typische tapas uit de streek. En altijd goed voor het onderhoud van de ingewanden.



nergens smaakt een glas reserva beter



Voordat ik de weg terug neem naar het hotel laat ik me nog even verlokken tot het bezoeken van de tentoonstelling ‘Testigos’ in de grote kathedraal van de stad. Religieuze topstukken. Gelukkig kan ik snel naar binnen, want de toestroom wordt streng gereguleerd. Door de vallende duisternis buiten en de sfeervolle verlichting binnen begint er een wat mysterieuze sfeer binnen te dringen onder de eeuwenoude gewelven van de kerk.



de kathedraal van Avila



Als ik weer buiten sta is de hemel flamboyant oranje. Aan de uiteinden blijft het kobalt blauw. Het lijkt wel of de stad in lichter laaie staat. De vele torens van de stad steken zwart en dreigend af tegen de lucht. Langzaam maar zeker gaat de temperatuur richting het vriespunt. Ik ril. Krijg weer zin in een stevig glas wijn. Maar dat vanavond rijkelijk worden aangeboden, de Spaanse gastvrijheid kennende.



Om half negen ’s avonds staat de eerste formaliteit van deze week gepland. In ieder geval een ontmoeting met de andere deelnemers aan de studiereis. De bijeenkomst vindt plaats in het restaurant van het hostal waar ik logeer. En alle anderen ook onderdak hebben gevonden. De formaliteit verandert al snel in een informaliteit, want de rioja vloeit alsof er geen einde aan komt en de tafels puilen uit van de wat uitgebreidere broers en zussen van de normale tapas. Al met al wordt een smakelijke avond. Zowat alle Europese talen fladderen over en rondom de tafels als Esperanto-vleermuizen. Het klapwieken wordt luider, maar dat zal wel aan de inmiddels verwerkte hoeveelheid Spaanse wijn liggen. Zodat het toch nog enigszins Babylonisch wordt. Zodra het Frans terrein verliest, neemt het Duits het verlaten territorium in. En Poolse Barbara verlegt met gemak de Oder-Neisse grens. Bescheiden afwachtend is daar de Portugese Luis die zich laat overheersen door de oververtegenwoordiging aan Spanjaarden. Bij dreigende conflicten grijpen de Engelsen in, de beide Marks ondersteund door hun vrouwelijke brigade. Het smaldeel Nederlanders bestaat uit drie personen en fungeren als simultaan vertalers. Een derde wereldoorlog breekt niet uit, want de strijd is vanavond te veel gericht op het inwendige van de burgers. Brood en Spelen. Naarmate de strijd vordert lopen de linies langzaam leeg. Moegestreden in deze polyglotte strijd verlaten de ARION-huursoldaten het strijdperk. Morgen is het vroeg dag en staat de burgemeester van de stad op ons te wachten.



de avond valt over Avila; in de verte de Sierra de Gredos

Het Ingewanden-Restaurant in Madrid

Posted in: Travels — admin @ 7:35

De serie blogs is gewijd aan mijn reis naar Madrid en Avila en heet "De ingewanden van Madrid en Avila". Uiteraard gaat het vaak over het eten op deze reis. Maar in Madrid bestaat er ook nog een echt Ingewanden-Restaurant. Op 6 januari 2004 stond er in ‘Vrij Nederland’ een artikel over geschreven door H.M van den Brink. Hier volgt een gedeelte van de tekst:



station Atocha: loodzware bronzen koffers…



Zo kwam het dat ik vorige maand in Madrid een bezoek bracht aan het ingewandenrestaurant. [...] Er bestaat, niet ver van het station Atocha, een klein restaurant met groezelige muren dat uitsluitend slachtafval serveert. Maag en darmen, klieren en uiers, niet in olijfolie gefrituurd maar in het eigen vet. Het is het laatste in zijn soort. Vijftig jaar geleden waren er nog tientallen van zulke penserijen, waar mensen die wisten wat honger was voor een kwartje hun buik konden vullen. Nu is er allang geen honger meer en ook in Spanje doen ze aan de lijn. Toch bleek het restaurant nog te bestaan. Achter de voordeur was een open keuken waar in twee enorme pannen het blanke vet pruttelde en over de tegelwanden in de eetzaal lag inderdaad een waas. De andere bezoekers waren oude mensen met bontmantels en permanenten of in pakken met wilde dassen, die achter grote schalen met een berg bruin spul hadden plaatsgenomen. De bediening was nors. Een enkel echtpaar at zelfs ronduit grimmig. De wijn kostte drie euro per liter. Gevarieerde ingewanden met sla: vijf. Soms zie je aan een stuk vlees nog wel dat het een stuk geweest is van een dier, bijvoorbeeld wanneer er een bot aan zit. Maar wat op mijn schaal was neergemikt, dat bleken geen onderdelen, dat waren functies, dingen met zachte raderranden, tubes en slangen, geen carrosserie maar mechaniek. Gesloopt levend wezen dat zich soms moeizaam liet vermalen. Maar ik eet altijd mijn bordje leeg.



station Atocha: subtropische liefdestempel…



Ik heb het Ingewanden-Restaurant bij station Atocha niet bezocht, er dus ook niet gegeten. Pas na afloop van de reis hoorde ik van het bestaan ervan, anders zou ik er zeker even zijn binnengelopen. In de buurt van Atocha zijn veel aantrekkelijker restaurants. Daar heb ik me maar toe beperkt.

DE INGEWANDEN VAN MADRID EN AVILA, deel 6

Een taxi brengt me daarna in enkele minuten naar Station Atocha. Daar ligt mijn via internet gekochte ticket voor de Talgo naar Avila keurig klaar. Ik overhandig mijn customer code: W1122478. Voor 14,50 euri brengt deze luxe trein je heen, en de volgende week ook week terug. Meer dan 225 kilometer (heen en terug) sporen. Ik mag plaats nemen in carriage 0011, department No Fumador, seat 04A, class: Turista. From Atocha Cer to Avila. Departure at 13.18, Arrival time 15.20. Goed geregeld hier. Geen graffiti, geen rommel op de perrons, Ik lunch nog snel in een van de vele kleine restaurantjes aan de rand van het tropisch ‘woud’ onder het glazen dak. De bronzen reiskoffers staan er nog steeds. Als symbool voor de mens als eeuwige reiziger? Wie zal het zeggen? Fijne nevels waaieren uit over de palmen en de bananenbomen. Op de bankjes wordt het laatste nieuws uitgewisseld. Of vindt er een stevige vrijpartij plaats. De temperatuur is er zeker naar.



station Atocha: oase voor eters, planten en treinen…



De Talgo van de RENFE vertrekt stipt op tijd, om 13.18 uur. Geen Nederlandse toestanden, dus. Maar voordat je het vertrekperron hebt bereikt, ben je al een aantal malen stevig gecontroleerd. En zijn je koffers door de scan gehaald. De moslimterreur heeft ook de Spanjaarden alert gemaakt. Dat waren ze natuurlijk al, maar dan meer gericht op hun Baskische broeders. Die al even nietsontziend verderf kunnen zaaien. Maar vandaag is het rustig, alsof er nooit doden zijn gevallen op dit station. De Talgo kreunt zich onder de overkapping uit, komt in de vrije lucht. Haalt adem Zomerlucht op deze zondag 21 november. Alle stoelen zijn bezet, en iedereen gaat er eens goed voor zitten, want na het Madridrileense station Chamartin wordt er in één ruk, en schokvrij, westwaarts doorgereden naar Avila.



landshap tussen Madrid en Avila



Comfortabel gezeten glijdt het hooggelegen dorre land aan je voorbij. Zo nu en dan wordt het onderbroken door wat desolaat grazende koeien of een weggeworpen dorp. Het meest spectaculair is misschien nog het strenge paleis van het Escoriaal dat zich na zo’n minuut of twintig buiten Madrid ineens verheft uit de bodem. Dan duik ik in mijn in Madrid aangeschafte boek, Memoria de mis putas tristes. Het laatst verschenen boek van de Colombiaan Gabriel García Marquez. Nauwelijks een roman te noemen vanwege zijn 109 pagina’s. El año de mis noventa años quise regalarme una noche de amor loco con una adolescente virgen. Me acordé de Rosa Cabarcas, la dueña de una casa clandestina que solía avisar a sus Buenos clients cuando tenía una novedad disponible. Leven om het te vertellen.. De lucht blijft ondertussen strakblauw, het landschap in alle tinten tussen grijs en rood. Nauwelijks bomen. En als het dan bomen zijn, dan zijn het meestal parasolbomen die hier op de meseta het handigst zijn in overleven. Om 15.20 uur rolt de Talgo, exact op tijd, Avila binnen. Avila buiten de muren wel te verstaan, want de binnenstad is tot cultureel werelderfgoed verklaart en daar horen geen nieuwerwetsigheden inaar binnen te rijden, zoals snelle treinen. Ondanks het middaguur en de zon begint het al wat frisser te worden, maar we zitten hier dan ook op zo’n 1200 meter hoogte. En het blijft eind november.



welkom in Avila

March 26th, 2007

Een zondagochtend in het Parque del Buen Retiro

Posted in: Travels — admin @ 8:36

Ten oosten van het Prado ligt het uitgestrekte Parque del Buen Retiro. Het park hoorde oorspronkelijk bij de Buen Retiro, het orgiastische feestpaleis dat Olivares in 1632 aanbood aan koning Filips IV en dat in 1812 en 1813 voor het grootste deel is verwoest door de troepen van de Franse keizer Napoleon. In de 18e en 19e eeuw werd het door de toenmalige Spaanse koningen opengesteld en dus toegankelijk voor het publiek. De Madrilenen maken er nog steeds massaal gebruik van Vooral op zondag. Er is geen enkel park in Spanje te vinden, waar het op zondag zo druk is. Spanjaarden houden ervan om met zijn allen naar plekken te gaan waar iedereen naar toe gaat. Dat vinden ze gezellig.



een van de vele waterpartijen in het Retiro-park



Honden, kinderen en schoonmoeders worden massaal uitgelaten. Aangelijnd of mobiel vooruit geduwd. En soms mogen ze ook los. Je hebt de joggers en andere sportievelingen die je bezweet voorbij hijgen. Maar je hebt ook de lome roeiers op de grote vijvers. En je hebt de artiesten, de jongleurs, de goochelaars, de clowns. En je hebt de bankzitters. En je hebt de literair geïnteresseerden die zich storten op de boekenstallen. En je hebt de gluurders. En je hebt de velen die gewoon bekeken willen worden. Kortom, heel Madrid is hier op zondag te treffen.



bar voor het zondagochtendontbijt



Hoe zei de schrijver Benito Pérez Galdós dat ook al weer? Ik kwam naar Madrid en Madrid beviel me, neemt u dat van mij aan. Deze stad, waar wandelen een bezigheid is, bevalt me zeer… De verhoudingen tussen de mensen onderling zijn hier vriendelijk en eenvoudig. Overal ziet men mooie, charmante en elegante vrouwen… Ik concentreer me maar opnieuw op mijn ingewanden, en die van Madrid.



nogmaals: een van de vele waterpartijen in het Retiro-park



DE INGEWANDEN VAN MADRID EN AVILA, deel 5

Zondag. Door het smalle raam van mijn kamer valt al het felle licht van de laagstaande zon. Diep beneden houdt de Gran Via zich nog muisstil. Een enkele matineuze auto passeert.. De brede boulevard wordt door ambtenaren van de gemeentereiniging schoongespoten. De resten van een hectische nacht in de laadbakken van de kleine vrachtwagentjes gekieperd. Ik loop al over het beschaduwde trottoir. Op zoek naar een gelegenheid waar je kunt ontbijten. Want ontbijten doe je buitenshuis. Als je het hotel tenminste als je huis beschouwd. In de portieken van enkele grote winkels liggen Madrileense zwervers of andere daklozen hun slaap te slapen. Of hun roes, wie zal het zeggen. Beschut onder grote kartonnen dozen. Of gewoon onder een dunne wollen deken. In een enkel geval houdt een wakkere hond de wacht. Maar ook deze daklozen zullen binnen een half uur wakker gepord worden en op zoek moeten naar hun ontbijt. Jammer, dat de bedrijvige gemeenteambtenaren alle afvalbakken zorgvuldig hebben geleegd.



zondagochtend: de eerste artiesten in het Retiro-park



Ik duik een van de vele bars in die aan de Gran Via liggen. ‘Café y Té’ heet de cafetaria. Het is er druk binnen. Niet alleen vanwege de Madrilenen die hier hun ontbijt komen nuttigen. De meerderheid van het publiek ziet er moe en afgetobd uit. Grauwe gezichten. Wallen onder de ogen na een doorwaakte, ongetwijfeld onstuimige nacht. Trossen travestieten bezetten de zithoeken. Make up en lippenstift hebben niet meer de frisheid van een etmaal eerder. De nepbontmantels hangen half afgezakt rond hun bleke schouders. En die bh’s zitten ook al niet meer lekker. En zelfs hun weelderige rode en witte pruiken lijken ineens carnavalesk. Verbleekte glitter. Ook het lopen op de hoge hakken gaat ineens minder soepel dan aan het begin van de nacht. Maar het ontbijt is prima. Een warme tosti met een stevige bak koffie die ook nog echt naar koffie smaakt. In een gemiddeld Nederlands hotel heb je vaak het idee dat je vloeibaar karton naar binnen zit te slurpen. Voor een paar euro raak je weer helemaal in vorm. De zondag is nog jong. Een nieuw stuk Madrid ligt voor het oprapen, voordat ik in de loop van de middag de Talgo in zal stappen, op weg naar Avila.



zondagse rust (nog wel) in het Retiro-park



Alles nodigt uit tot een zondagse wandeling. De lichte nevel lost al op, en de zon staat stevig op doorbreken. Binnen een half uur zal de lucht weer strakblauw zijn, net als de dag daarvoor. Via Cibeles en Alcala sta ik snel voor de toegangspoorten van het Parque del Buen Retiro, het Retiropark. De warme zon heeft de ochtendnevels inmiddels volledig doen oplossen. De bomen laten hun fraaiste herfstkleuren zien: bruin, rood, geel, oker en alles wat aan kleurschakering daartussen mogelijk is. Mussen ritselen tin de dorre, afgevallen bladeren op de grond. Joggers passeren in alle richtingen, bezweet, soms hijgend. Hun felkleurige sportkleding maakt het park tot een nog kleuriger geheel. Zonlicht spat uiteen in de vele waterpartijen en miljoenen flitsend witte kristallen spetteren uit de fonteinen. Het verkeer is ver weg. En de eerste kunstenaars bouwen hun stallen al weer op. Kinderen en honden worden uitgelaten. De Madrileense bouquinistes slaan hun nering open. Jaren geleden kocht ik hier nog ‘La Colmena’ van Camilo JosCamilo José Cela, de Spaanse Nobelprijswinnaar van 1989. Op zo’n zondagmorgen is het Parque del Buen Retiro het mooiste park ter wereld.



de Hollandse toerist voor het Prado



De weldadige rust hangt ook onder de bomen rondom het Prado. Een van de vele Japanners is altijd glimlachend bereid mij Canon-digitaal vast te leggen. Uiteraard als tegenprestatie voor het tot driemaal toe Sony-digitaliseren van hem en zijn al even zo glimlachende vriendin. Nou, die rijzende zon bestaat ook in Spanje. Zeker vandaag, want de temperatuur is al opgelopen tot bijna twintig graden. De tijd is te kort om nog snel wat stukken Velasquez of Goya naar binnen te werken, want voor het middaguur moet ik mijn kamer in het Hostal aan de Gran Via ontruimd hebben.

Leven in de breedte zonder A.F.Th. Van der Heijden

Posted in: Travels — admin @ 8:33

Alle aandacht is gericht op de Olympische Winterspelen in Italië. Fantastische opening overigens met o.a. Luciano Paverotti. Hij kan nog zingen ("Nessun dorma"!!), ondanks geruchten. Maar we waren zelf met het weblog in Spanje. En daar blijven we nog even. De dagen in Madrid zijn lang. En dat komt omdat de nacht er voor een heel groot gedeelte bij betrokken wordt. Sowieso gaan de Spanjaarden ’s avonds pas laat aan tafel. Tegen tien uur is geen uitzondering, zeker in Madrid niet. En ze zijn ’s morgens weer vroeg present. In de namiddag wordt nog steeds - maar steeds minder - een siësta ingebouwd. De theorieën van A.F.Th. van der Heijden ("leven in de breedte") worden in Madrid nadrukkelijk in de praktijk gebracht. De vele, kleine tussendoor-maaltijden leveren een bijdrage aan deze oprekking, dat is zeker. Neem nou, zo rond een uur of zeven ’s avonds de tapas met aperitief, meestal genuttigd in een bar in de buurt. Na het werk, en nog ruim tijd om de avondmaaltijd uit te stellen. De dag, de tijd dus, wordt opgerekt. Er wordt het maximale uitgehaald. Niet dat het leven daardoor vertraagd wordt, maar het lijkt wel of er meer van is. Of een uur honderd minuten duurt, zou je kunnen zeggen. Maar het is geen ‘tandeloze tijd’ zoals bij van der Heijden. Want je tanden heb je hier wel nodig. Dat geldt overigens voor het hele spijsverteringsorgaan. En de ingewanden moeten tot diep in de nacht behoorlijk poot aan spelen om alles weer op orde te hebben voor de volgende dag. De ingewanden, dus:



Puerta del Sol, aan het einde van de dag



DE INGEWANDEN VAN MADRID EN AVILA, deel 4

Als ik buiten kom merk ik dat het snel frisser wordt, het is immers nog steeds november. Lange slagschaduwen liggen over het plein voor het Reina Sofia. De trechter die uitzicht geeft op station Atocha ziet donker van het wegtrekkende licht. Voor het aperitief stap ik het nabijgelegen Museo del Jamon binnen. Bij metrostation Antón Martín. Van deze museos zijn er zes in Madrid, ze liggen verspreid over de stad. Jamón ibérico, Lomo ibérico, Chorizo ibérico, Salchichón ibérico, Morcón. Maak je keuze. Wel prijzig, maar de plakken ham zijn hard, zout en pittig. Gestorven en gedroogd vlees. Alle broers en zussen van de stevige serrano hangen aan het plafond. In slagorde. Met omgekeerde witte parapluutjes onderin gestoken om het lekkende vet op te vangen. Maar de wrede ham smelt bijna in je mond.



Museo del Jamon vlakbij Station Atocha



Daarna duik ik een van de vele restaurantjes binnen in de buurt van het station. Altijd druk en levendig. Voor weinig euro’s werk je hier nog een volledige maaltijd naar binnen. Vanwege de vooraf genuttigde serrano en ibérico zet ik een stevig glas bier aan mijn lippen. Dat lest. Ik eet met smaak mijn rodojas de merluza al azafrán (kabeljauwmoten in saffraansaus), gecombineerd met patatas bravas (gebakken aardappelen met tomatensaus). Tegenover me zit een dikke Amerikaan die de ene na de andere plak ham naar binnen werkt. De combinatie met de spaghetti kan ik niet helemaal volgen. Dat hij ook aan het bier zit daarentegen wel. Woest werkt hij vervolgens in enkele seconden het complete bord spaghetti naar binnen. "Good food", smekt hij me toe, "good spanish food". Dat de spaghetti een andere oorsprong heeft ontgaat hem. Europa: één keuken. Dat we beiden zondigen tegen de Spaanse tafelgewoonten laat zowel hem als mij koud. Hoe halen die buitenlanders het in godsnaam in hun hoofd zo vroeg aan tafel te gaan?



Museo del Jamon (interieur)



Het is volledig donker als ik naar buiten stap. De kou heeft de middagwarmte volledig verdreven. Wel is het ongelooflijk druk geworden op straat en op de trottoirs. Het verkeer heeft zijn zoveelste infarct opgelopen. Het geluid van de klaxons caramboleert tussen de koplampen door van de stilstaande auto’s. Madrid zet zich aan het weekend. Alles bij elkaar een uitgelaten stemming. Terug op de Gran Via zie ik dat alle winkels nog open zijn, en uitpuilen van het koopzuchtige publiek. De bioscopen en theaters slokken hun gasten naar binnen. Eén bewegende massa, als een zichzelf aanjagend perpetuum mobile. En zo zal het nog vele uren doorgaan. Want Madrid komt pas op dreef als de dag al ruim aan zijn einde is. Alsof de Madrilenen de dagen willen rekken. Leven in de breedte zou die Nederlandse schrijver zeggen. Maar hier is de tijd niet tandeloos. Aan alle kanten wordt geconsumeerd. Ook met de ogen.



Plaza de Cibeles, by night



De mannen en de vrouwen die op die uren naar Madrid komen, zijn de echte nachtvogels, die uitgaan om uit te gaan, die de traagheid van het nachtleven reeds hebben: de welgestelde klanten van de bars en cafés aan de Gran Via, met geparfumeerde, uitdagende vrouwen, die hun haar geverfd hebben, zwart met één of twee witte lokken, en hun om de schouders geworpen bontmantels laten zien. Camilo José Cela fluistert me weer toe. De bijenkorf zoemt. De dag van de nacht is nog maar net begonnen.



Gran Via, zaterdagavond 20.30 uur

centrum Madrid, op zaterdagavond

L’âge d’or met Buñuel en Dalí

Posted in: Travels — admin @ 8:31

De film L’AGE D’OR (1930) veroorzaakte, nog meer dan UN CHIEN ANDALOU (1929), veel opschudding. Bij de première ging alles nog goed: er werd wat gelachen en hard geapplaudiseerd (vooral door de aanwezige surrealisten), maar kort daarop werd de tentoonstelling ruw verstoord door fascisten, die "weg met de joden" riepen, en met flessen en rookbommen gooiden. Ook werden er wat kunstwerken van Ernst, Man Ray, Dalí Miró en Tanguy vernield. De surrealisten konden dit ‘protest’ niet erg serieus nemen en zijn daarna gewoon verder gegaan. Het hevig gehavende filmdoek werd bij iedere nieuwe vertoning weer voor de dag gehaald om het daar weer op te vertonen. (scène uit ‘L’âge d’or: zie hieronder) Zo zie je maar weer dat kunst (waar ook cartoons toe gerekend kunnen worden) aanleiding kunnen geven tot hevige protestacties. Bij de huidige rellen in de Islamitische landen vanwege de Deense spotprenten is dus niet nieuws onder de zon. Kunst heeft in alle tijden aanleiding gegeven tot actie en reactie. En ook de politiek heeft zich altijd bemoeid met kunst: zo niet verboden dan wel gebruikt voor eigen propagandistische doeleinden. Nu zijn het dan de Islamitische regeringen die hier stampij over maken; daarvoor waren het de nazi’s, de communisten, de katholieke kerk en ga zo maar door. Ik maak me geen illusie: dat zal in de toekomst wel zo blijven.

scène uit ‘Un Chien Andalou’ (1929)



Maar we waren rond aan het reizen in Spanje, tussen Madrid en Avila, wel te verstaan. Met een kort bezoek aan het Museum Reine Sofia. En daar tref je dan Salvador Dalí en Luis Buñuel. Maar ook de ‘Guernica’ van Pablo Picasso. Over politiek en kunst gesproken!



Puerta del Sol, het hart van Madrid



DE INGEWANDEN VAN MADRID EN AVILA, deel 3

Als je niet de hele middag wilt lopen, maar in een wat sneller tempo de stad wilt verkennen, terugzien in mijn geval, neem je gewoon een van de bussen van Madrid Vision. Voor 10,60 euri kun je vanuit de open loggia op het tweede dek de broeierige stad aan je voorbij zien glijden. Je laten opslokken door de snellere, maar onderaardse metro kan nog altijd. Maar dat zou een soort klimatologische blasfemie zijn, op deze stralende zaterdag. Madrid Vision laat je nog de keuze tussen verschillende routes. Ik opteer voor de Madrid Histórico. Vervolgens ga je, als op een lopende band, voorbij het Palacio Real, de hele Gran Via, het Parque del Buen Retiro, het Prado, het Reina Sofia, de Puerta de Alcalá en, uiteraard, de Puerta del Sol, het altijd kloppende hart van de stad. Ik rijd bijna over de kronkelende, meer dan honderd meter lange mensenslang die zich voor de poorten van het Museo Arquelógico opmaakt om zich te storten op de schatten van de Egyptische farao Tutmosis. Wie zei nog dat Spanjaarden niet geven om cultuur? Toegegeven, het is wel de allerlaatste dag van de expositie. En morgen is Tutmosis met zijn gevolg weer op de terugweg naar de stofnesten van het Nationaal Egyptisch Museum in Cairo.



Puerta de Alcala



Bij Station Atocha zijn alle sporen van het wrede islamitische Guernica van 11 maart 2004 inmiddels uitgewist. De 200 doden begraven. De in allerijl opgezette veldhospitalen ontmanteld. Het gekrijs verstomd. De treinen rijden weer. Op tijd. Ik stap uit. En om me heen gonst weer de stad, meer nabij nu dan in de loggia van Madrid Vision. Maar mijn interesse richt zich vanmiddag op het Reina Sofia, waar die andere Guernica, de oorspronkelijke, nog steeds massa’s cultureel geïnteresseerde ramptoeristen naar zich toe blijft lokken. Het blijft een hallucinatie om ook na acht jaar weer neer te kijken op die uiteengereten mensen in die uiteengereten Baskische stad. De hel op aarde in alle tinten, zwart, grijs en wit. Picasso’s droom. Maar dan echt, hoewel aanraken er niet bij is. Want streng geüniformeerde leden van de Guardia Civil bewaken het strak gespannen lint voor het grote schilderij. Blijkbaar is de identificatie van de slachtoffers nog in volle gang. En zelfs fotograferen is verboden.



ingang van het Parque del Buen Retiro



r het Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofia heeft meer te bieden, vooral na de ingrijpende verbouwing van 1992. Zoals Picasso’s Droom en leugen van Franco. Of de vele schilderijen van Salvador Dalí (aanwezig met een speciale kleine tentoonstelling), Juan Gris en andere ‘modernen’. Veel Spaanse, in Nederland relatief onbekende kunstenaars. Inspirende kunst, kleurrijk, dynamisch. En toch raak ik steeds het meest onder de indruk van de gigantische, prehistorisch aandoende stukken, doeken, panelen, hoe moet ik het noemen, van de Catalaanse kunstenaar Antoni Tápies. Soms raken ze aan het monochrome. En lijken ze aangevreten door het patina van de tijd. Tápies, de materieschilder van deze tijd. Die naadloost past in het rijtje van de groten: Picasso, Miró, Dalí. En dat allemaal gratis en voor niks. Want op deze zaterdag wordt je vrije doorgang verleend. Niks "No passaran!"



Station Atocha



dan treed je de donkere wereld in van de vooroorlogse cinema. Een kleine zaal. Vlekkerige zwartwit beelden flakkeren op het doek. Staccato soms. Het is ‘L’âge d’or’ van Luis Buñuel, een nieuw surrealistisch meesterwerk na ‘Un Chien Andalou’ die ik ooit zag in het Centre Pompidou in Parijs. Buñuel en Dali samen op de barricaden tegen de gevestigde orde: religie, vaderland, familie, cultuur. Dali:"In die tijd was ik verrukt en geobsedeerd door de pracht en praal van het Katholicisme. Voor deze film, zei ik tegen Buñuel, wil ik veel aartsbisschoppen, knekels en monstransen." Die kreeg hij, maar in een totaal andere vorm dan hij bedoeld had: Dali weer: "Buñuel met zijn naïviteit en z’n Aragonse koppigheid, transformeerde alles in een primair anti-clericalisme." Cultuurstrijd? Wie zal het zeggen? Maar in deze donkere zaal zal me het worst wezen. De aartsbisschoppen verstenen, de knekels komen tot leven en de monstransen bezweren dat het een aard heeft. Maar wie heeft tegenwoordig nog weet van Buñuel? Behalve dan het archetypische beeld van het oog dat met een scheermes doormidden wordt gekliefd. Wrede oerbeelden. Zwart bloed. Wit licht. Schokkerig beweegt het beeld.



het Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofia



een van de kunstwerken in het Reina Sofia: boeken van hout

March 24th, 2007

Met Jorge Luis Borges naar Madrid

Posted in: Travels — admin @ 9:36

Een tijd geleden heb ik de bij uitgeverij De Bezige Bij verschenen biografie van Jorge Luis Borges, ‘Borges, Een Leven’, opgehaald in de boekhandel. Geschreven door Edwin Williamson.

In Madrid, rondlopend onder de felle najaarszon in in de Jardines de Descubrimiento de América, ging opeens zijn gedicht LA LUNA, opgedragen aan Maria Kodama, door mij heen. De Maan staat in het gedicht van Borges symbool voor het goud, maar fungeert tevens als spiegel. Een spiegel van jezelf. Een fantastisch gedicht, dat ik ook nog op een oude geluidscassette (van NOS-Cultuur, 22 augustus 1980) heb staan, voorgelezen door de meester zelf!

LA LUNA

A Maria Kodama

Hay tanta soledad en ese oro.

La luna de las noches

no es la luna que vio el primer Adán.

Los largos siglos de la vigilia humana

la han colmado de antiguo llanto.

Mírala. Es tu espejo

DE MAAN

(Voor Maria Kodama)

Er is zoveel eenzaamheid in dat goud.

De maan van de nachten

is niet de maan die de eerste Adam zag.

De lange eeuwen van het menselijk waken

hebben haar beladen met onheuglijke tranen.

Kijk maar. Ze is je spiegel.



De maan is echter voor vannacht voorzien; voorlopig brandt de gouden zon. Weldadig. Rijk. Maar niet om je in te spiegelen. In Madrid zijn de ‘gouden’ tijden van het grote koloniale rijk nog overal terug te vinden. En goud was er letterlijk meer dan voldoende voor handen. Voor een appel en een ei geruild met de toenmalige bewoners van al die inmiddels verdwenen Rijken in Zuid Amerika.



Columbus waakt over de stad



DE INGEWANDEN VAN MADRID EN AVILA, deel 2

Madrid is het New York van Spanje, een groot deel van de bewoners is er niet geboren, vanuit het hele land trekt men erheen, naar de metropool, naar de fabrieken, de kunst, de politiek, het geld, de roes van het grote leven. Maar anders dan de meeste New Yorkers willen de Madrilenen hun plaats van herkomst niet vergeten. Vandaag zijn alle Madrilenen weer terug in hun stad. In de zomer is dat wel anders. Dan stromen de kwijnende dorpen in de provincie weer vol. Dan komen de Extremadura, Galicië en Andalusië tot leven, niet alleen vanwege de toeristen, maar minstens zo zeer door de Madrilenen die er geboren zijn, terugkeren naar hun familie, terugkeren naar hun roots. Het platteland is de warme en vertrouwde baarmoeder van de Madrileen. Maar vandaag zijn ze weer alle 3,5 miljoen aanwezig. In La Colmena. De zoemende bijenkorf van de stad. De werkbijen laten zich aan het begin van een zonovergoten weekend van hun meest relaxte kant zien, laten zich aan alle kanten verwarmen. De koningin kan en voor een paar dagen gestolen worden. De winter is nog lang. En vandaag schijnt de zon. Uitbundig en joviaal. Welkom in Madrid.



 

Terraza del Espejo (Recoletos)



Madrid nodigt je uit voor een wandeling. En die sluist als vanzelfsprekend via de Gran Via en de Calle de Alcalá naar de Plaza de la Cibeles. Trossen felgele bloemen spatten vanuit hun metalen korven het zonlicht nog eens extra in het rond. En in het water van de klaterende fonteinen splijten miljoenen kleine diamanten uiteen. Vervolgens ligt de brede, groene loper van de Paseo de Recoletos koninklijk uitgestrekt voor je. En in de schaduw van de bomen loop je op een warm tapijt in de richting van de Plaza de Colón. Het verkeer raast je voorbij, en dan is het nog niet eens het drukste moment van de dag. Integendeel, we zijn pas halverwege de siësta. Die volgens kenners zijn langste tijd gehad heeft. Want ook Spanje waant zich een Europees land. En in dat Europa is geen plaats meer voor zon godvergeten ´dolce far niente´, zo midden op de dag. Hoe halen die Spanjaarden het in hun hoofd? Maar om me heen zie ik honderdvoudig Spaanse uilen geknapt worden. Op banken, op stoelen, of gewoon op het gazon. Hangend, half liggend of compleet ruggelings gestrekt. Madrid zoemt. Gonst. Bromt zacht. Toch: La Colmena?



het monument van de ontdekkingsreizen



Het Plaza de Colón is in de zeventiger jaren, na de sloop van de Fábica de Moneda (de Munt) in zuidoostelijke richting uitgebreid met de zogenaamde Jardines de Descubrimiento de América, zeg maar: de Tuinen van de Ontdekking van Amerika. In deze Jardines staan sinds 1976 vier gigantische gebeeldhouwde blokken natuursteen van Joaquin Vaquero Turcios. Ze zijn bedoeld om de herinnering aan de Spaanse ontdekkingsreizen, en met name de ontdekking van Zuid Amerika, levend houden. Je komt er bijna letterlijk niet om heen, om deze stenen. Hoewel afwijkend van vorm doen ze in de verte denken aan de mysterieuze monolieten op de Paaseilanden. In de stenen zijn teksten, namen en symbolische tekeningen uitgehouwen. Vanaf de andere kant van het plein houdt Columbus, hoog op zijn sokkel, het geheel in de gaten. De plantsoenen rondom worden geflankeerd door tientallen banken. En op al die banken wordt de zon van alle kanten aanbeden. De laatste zon misschien wel, voordat de koude winter begint. En wordt er gevreeën, gedronken, gekletst of gewoon gezwegen. Maar zwijgen is goud. En daar hadden die Spanjaarden immers Zuid Amerika voor ontdekt. Toch?  



Langs de Paseo de Recoletos, zitten de terrassen vol. Zoals op het Terraza del Espejo, waar iedereen zich spiegelt aan de ander. Obers, met keurige witte voorschoten van boven aangekleed met een deftig zwart gilet, kunnen de verfrissingen niet aangesleept krijgen. Maar ook de geuren van aromatische koffie slagen erin de zomerwarmte te trotseren. De Madrilenen strekken zich als lome, gapende poezen. Mannen en vrouwen. Jong en oud. In hemdsmouwen. Of gewoon wat luchtigs. Maar altijd bezienswaardig. Even denk ik aan mijn vertrek vanochtend: Strooiwagens met zout reden af en aan om het wegdek berijdbaar te maken. Een zompig winterlandschap zat nog muurvast in het donker. Mensen in dikke, niet ademende kleding. De enige warmte kwam uit het oranje-gele licht van de straatlantarens. Flashback. Koude douche. Wanneer begeven de dijken het eens? Het gezegde wil dat het op de Spaanse hoogvlakte, dus ook in Madrid, drie maanden winter is en negen maanden hel, tres meses de invierno y nueve meses de infierno. Geef mij maar deze hel.

De ingewanden van Madrid en Avila

Posted in: Travels — admin @ 9:27

 

De temperatuur in Madrid zal deze middag de 27 graden bereiken. Madrid flaneert, laat zich koesteren in de zon. Vanuit de taxi die me snel naar het hotel brengt, zie ik de duizenden flaneren in de zonovergoten parken en op de brede boulevards. Hostal Hispano-Argentino is gevestigd in een majestueus pand aan de Gran Via. Het is een mengeling van klassiek en renaissance, in hartje Madrid. Het statige zes verdiepingen tellende gebouw herbergt meer hotels te concluderen uit de bordjes die terzijde van de ingang aan de muur geschroefd zijn. Om je heen gonst de stad. Lange slagschaduwen markeren scherp de diepe spelonk van de Gran Via, want de zomer is al lang voorbij. Madrid maakt zich op voor weer een koude winter, want de stad koestert zich, bijna arrogant hooggelegen, op een bijna achthonderd meter hoog plateau. In de verte zien de donkere uitlopers van de Sierra de Guadarrama hun beurt neer op de stad. De stem van good old Ernest Hemingway raspt in mijn oor: "Ik zag Madrid uit de vlakte omhoogrijzen, een gedrongen, wit profiel op de hoogte van een kleine bergrug, ver in het door de zon geharde landschap." Er zijn slechtere plekken op aarde om ‘thuis’ te komen. Maar toch.


De afgelopen dagen zat ik al - weliswaar virtueel - in Spanje: via de corrida en ‘Muerte en la tarde’ naar Hemingway en Ivens. Nu ga ik zelf. De komende dagen zal ik verslag doen van een reis naar Madrid en Avila. Pas nu heb ik het verslag daarvan min of meer rond. De reis bleek gaande de rit een steeds nadrukkelijker culinair karakter te krijgen. Ondanks het feit dat landen als Frankrijk en Italië internationaal hoger op de internationale keukenladder (of is het gewoon een keukentrap?) gepositioneerd worden, heeft de Spaanse keuken me deze acht dagen steeds verbaasd doen staan. Niet alleen vanwege het brede assortiment tapas, maar zeker ook door de zeer smakelijke vlees- en visgerechten. Om maar niet eens te spreken over de Spaanse wijnen.

Vandaag dus deel 1 van "De Ingewanden van Madrid en Avila". Het was letterlijk ‘haute- cuisine’, want zowel Madrid als Avila zijn hooggelegen op de Spaanse hoogvlakte.

 


 

 

Cibeles

 


 

DE INGEWANDEN VAN MADRID EN AVILA, deel 1

Om exact 12 uur ’s middags sta ik op deze zaterdag op vliegveld Barajas, Madrid, te wachten op het moment dat mijn koffer op te lopende band naar me toe komt rollen. Het is acht jaar geleden dat ik, vlak voor mijn vijftigste verjaardag, de laatste keer in Madrid neerstreek. Toen was het juni, en stralend weer. Vandaag is het eind november, en eveneens stralend weer. Een strakblauwe lucht hangt als een luchtig zeil boven de stad. Opnieuw is de reis gesponsord door mensenvriend ARION, en georganiseerd in het kader van het Europese uitwisselingsprogramma. Onderwerp is deze keer: ICT as an educational tool; The Information and Communication Technologies as a tool for educational innovation. Indrukwekkend, maar wat maakt het uit. De deelnemers zal ik pas morgenavond ontmoeten in Avila, want dat is de uiteindelijke bestemming van de reis.

 


 

 

Paseo de Recoletos

 


 

Kwart over vijf vanochtend opgestaan. De diepdonkere nacht duurt nog even voort. Buiten is het koud en nat. Maar gelukkig is de autoweg zo goed als verlaten. Maurice rijdt me naar Schiphol. In nauwelijks anderhalf uur. Om 9.20 uur vertrekt daar mijn vlucht KL 1701 naar Madrid. Het afwikkelen van de formaliteiten verloopt tegenwoordig steeds sneller. Gistermiddag heb ik thuis via internet al in kunnen checken op basis van mij zogenaamde e-ticket no. 0742461805832. Nu snel de bagage gedumpt om de handen vrij te hebben. En dus nog tijd genoeg om een stevige kop cappuccino te drinken. En wat tijdschriften voor in het vliegtuig. Reizen gaat steeds comfortabeler. En vandaag ook nog eens exact volgens het geplande tijdschema.

 


 

 

 

 

Hostal Hispano-Argentino

March 19th, 2007

Een vervolg op Apocalypse Now

Posted in: Artist Impressions — admin @ 11:47

Een wat hectisch weekend achter de rug. Vooral de zondag was tot de rand gevuld. ’s Ochtends een paar uur geschilderd. Daarna een column geschreven in de reeks ‘Robertus Nurks, een onaangenaam mens op de Klingerberg’. Vervolgens om 14.00 uur present in het gemeentehuis van de nieuwe gemeente Leudal (per 1 januari jl. fuseerden zestien Middenlimburgse dorpskernen) voor de opening van de expositie van Frans van de Kroonenberg (schilderijen) en Don van der Weide (sculpturen). ’s Avonds van 20.00 uur tot middernacht deelgenomen aan een wijnproefavond in Baarlo bij oud-collega André Zwinkels; aanwezig een aantal oud-leerlingen (inmiddels allemaal rond de dertig), waaronder Frans Pollux (van de L1-Bende van Pollux en de popgroep Neet oet Lottum). Als break tijdens het wijnslempen de Nurks-column voorgedragen.

Maar ondertussen ook nog een schilderij afgemaakt. Het resultaat is hier te zien.

Dit schilderij is een voortzetting van de reeks tweeluiken. Het sluit compositorisch aan bij ‘Imagination 5′ en refereert daarom eveneens aan gifgasoorlogen zoals destijds Agent Orange in Vietnam. Recenter de gifgasaanvallen door Saddam op de Koerden. Het tweeluik bestaat uit twee schilderijen van elk 100×70 cm; de totale afmeting bedraagt dus 100×140 cm. Ik noem het voorlopig Apocalypse Now 2.

March 8th, 2007

Masterclass in Museum Het Domein met Rik Meijers

Posted in: Artist Impressions — admin @ 9:43

Via de Stichting Kunstfactor ben ik uitgenodigd om deel te nemen aan een Masterclass schilderen in Museum Het Domein in Sittard. De jonge kunstenaar Rik Meijers heeft daar op dit ogenblik een expositie en wil tegelijkertijd zijn bijdrage leveren aan een Masterclass. Op verschillende andere plaatsen in Nederland worden door andere kunstenaars vergelijkbare avonden georganiseerd. Om de amateurkunst een push te geven.

Gisteravond was het dan zover. Van 19.00 tot 21.45 uur ben ik in Sittard.

de kick off van de Masterclass

Er zijn elf deelnemers aan de Masterclass. Het niveau loopt uiteen van beginnend amateur tot semi-professioneel. Een enkeling heeft de kunstacademie gevolgd, een ander wil het gaan doen. Sommigen zijn volledig autodidact, anderen volgen al jarenlang cursussen bij Vrije Academie of een vergelijkbare organisatie. De meerderheid van de deelnemers is vrouw, zoals gebruikelijk. Waarmee ik overigens niets negatiefs bedoel. Integendeel.

 

 werk van Rik Meijers

Alle deelnemers hebben de opdracht op de avond een geslaagd en een mislukt werk mee te brengen. Ook is er een ruime sortering aan fotomateriaal van het eigen werk te zien. Iedereen krijgt aan het begin van de sessie de gelegenheid om zijn eigen werk toe te lichten. Daar gaat een uur mee heen. Eigenlijk teveel, want ik wil gewoon aan het werk.

concentratie geeft transpiratie

Na een snelle rondgang langs de geëxposeerde ‘pek-en-veren’ schilderijen van Rik Meijers zelf is het dan zover. We klimmen de trap op naar boven, naar de atelierzolder. Daar worden we uitgenodigd uitvergrote portretfoto´s door midden van carbonpapier over elkaar heen op een tekenvel over te brengen. En vervolgens er een eigen persoonlijk portret van te maken. Ruim een uur zal er gewerkt worden, waarna het resultaat weer wordt nabesproken.

man at work

 Zelf kies ik bewust voor een aantal glamourfoto´s van blonde of zwarte modepoezen. Aanvankelijk wil ik alleen monochroom in rood schilderen, maar ik besluit uiteindelijk het gezicht zilver- of aluminiumkleurig te maken. Met zo weinig mogelijk persoonlijke expressie. Zoals het bij glossy faces gebruikelijk is. Alsof de meiden met een masker op de wereld bekijken. En met een zekere ongenaakbare afstand. Ik maak er in dat uur een stuk of drie, geen geringe productie eigenlijk. Het derde portret vind ik uiteindelijk het meest geslaagd, misschien ook het meest bizar. Clownesk bijna.

 

het uiteindelijke resultaat van de avond

March 6th, 2007

Apocalypse Now, en Agent Orange in je hoofd

Posted in: Artist Impressions — admin @ 11:28

In het weekend weer een tweeluik afgemaakt in de reeks IMAGINATION. Ik noem het voorlopig: APOCALYPSE NOW. Het bestaat uit twee doeken van elk 70×100 cm. Het geheel is dus een compositie van 140×100 cm. Het is inmiddels het zesde schilderij in de nieuwe serie. Evenals het vorige tweeluik is het nieuwe exemplaar hetzelfde opgebouwd, althans wat vormgeving en kleur betreft. Alleen de zwarte delen lopen anders, in dit geval niet hoizontaal, maar verticaal. Sinds gistermiddag heb ik het werk ook op mijn kunssite geplaatst: www.gerardstaals.exto.nl (hierop klikken en je bent op mijn kunssite).

APOCALYPSE NOW (acryl, doek, 140×100)

 Ik heb ik de volgende beschrijving bij gegeven: Apocalypse Now: donkere kolommen van rook, vuil en beklemming doorbreken de ruimte die zowel de ruimte van de totale vrijheid als de verschrikkingen van een bombardement met Agent Orange suggereren.

de ‘email’-versie

Daarna heb ik de afbeelding bewerkt met een fotobewerkingsprogramaa. Ook daar laat ik hierna de resultaten van zien. De laatste tijd gebruik ik bewerkte exemplaren ook om kaarten mee te maken voor verjaardagen en andere memorabele gelegenheden. In dit geval heb ik het schilderij "geëmailleerd", "geplastificeerd" en "gewaxt". Ik ben er nog niet helemaal tevreden over, maar ik kan het allemaal natuurlijk nog gemakkelijk veranderen.

de ‘plastic’-versie

Morgenavond neem ik deel aan een Masterclass in Museum Het Domein in Sittard. De Masterclass wordt gegeven door de kunstenaar Rik Meijers die op dit ogenblik ecposeert in dat museum met een expositie onder de titel ‘Doe dat niet meer’. Ongetwijfeld zal ik van deze Masterclass wat op deze website laten zien.

de ‘was’-versie

March 4th, 2007

Afscheid van Sicilië en Palermo

Posted in: Travels — admin @ 21:59

Al meer dan een week duurt dit Siciliaans verhaal nu al. Een samenvatting van tien dagen op Sicilië. Tien dagen logeren in het hart van Palermo. Vandaag komt er een einde aan de tien dagen. Hoewel de reis een paar jaar geleden plaats vond in de maand november, waren de temperaturen op Sicilië steeds uitstekend. Het was tevens het laatste Lire-jaar. De euro kwam dreigend op Sicilië af, althans zo hoorde je alom.

Palermo: de Cattedrale

Uitstekende temperaturen, dus. Alleen in het hooggebergte van de Madonie was het - zeker in de ochtend en op het einde van de middag - goed koud, tegen het vriespunt aan. Ondanks alle vooroordelen die we nog wel eens hebben over Italië, en zeker over Sicilië en Palermo, is het natuurlijk gewoon een Europees land. Hoewel zeker geen Noord Europees (overgeorganiseerd) land, al is ook de bureaucratie op Sicilië alomtegenwoordig. Ontegenzeglijk is het eiland duizenden jaren lang overspoeld met invloeden van buitenaf. En dat is te merken aan alles: de bouwstijlen, het eten, de mensen, het leven op straat. Voor de Siciliaan moet zelfs het ‘emigreren’ naar Noord Italië als een cultuurschok ervaren worden. Wat ook daar, in de Po-vlakte, Milaan en in de andere steden, is de bevolking met Europa geassimileerd. Hopelijk blijven er nog streken in Europa over die in dat opzicht wat achterop lopen. Maar het zijn zeker geen achterlijke gebieden. Wat blijft is de herinering aan een schitterend eiland, waarvan ik nog maar een deel heb kunnen zien in deze tien dagen. Redenen genoeg dus om nog eens terug te gaan, en het nog onbekende oostelijke deel te bezoeken: Syracuse, Taormina, Catania. En ook natuurlijk om de Etna te beklimmen. Maar dat is voor een volgende keer.

de Etna: heb ik nog te goed

STORIA DI PALERMO, deel 14 - slot

Aan het einde van de middag beland ik - in de buurt van het monument dat is opgericht voor de slachtoffers van de Mafia - op een volkse markt aan de haven. Het is inmiddels al weer bijna donker geworden. Maar het is er druk. En goedkoop. Mijn laatste lires worden hier goed besteed. In het gewoel moet je wel uitkijken dat je portemonnee niet gerold wordt, of dat je niet omvergereden wordt door een van de vele scooters, het nationale vervoermiddel, die zich gewoon tussen het kooppubliek proberen door te wurmen. En zoiets lukt altijd. Net als in India voor de heilige koe wijkt ook hier de menigte uiteen om doorgang te verlenen aan de Vespa. Omdat iedereen van de Europese studiegroep inmiddels huiswaarts is gekeerd, en omdat ik genoeg gelopen heb vandaag, besluit ik deze avond te blijven eten in Albergo Sole. Deftige obers haasten zich om de glazen wijn en water bij te vullen. Een maaltijd die nog eens onderstreept hoe hoog het culinaire niveau is van de Siciliaanse keuken. Overigens heb ik - om eenmaal teruggekeerd er ook nog van te kunnen genieten - in een klein winkeltje aan de Corso Emmanuele een boekwerkje gekocht met de titel: La Sicilia per la cucina. Het bevat honderden recepten voor antipasti, primi en secondi piatti en desserts. Na het eten met enige weemoed het koffer ingepakt: morgen om 13.00 uur vlieg ik terug.

De Airbus van Altalia, vlucht AZ1788, brengt me van Falcone-Borsellino naar Rome, Fiumencino. Voor de laatste keer heb ik me ’s ochtends in Palermo met de pendelbus vanaf het Stazione Centrale naar het vliegveld laten vervoeren. In Rome moet ik nog anderhalf uur wachten op mijn vlucht naar Amsterdam. In de wachtruimten is het een ongelooflijke puinzooi, waar je je plaatsvervangend voor schaamt. Grote bergen afval blokkeren de toegang tot de gates. Honderden uitgedrukte peuken op de vloer ondanks het rookverbod dat hier overal duidelijk wordt geafficheerd. Westerse beschaving. Voldoende tijd om nog wat laatste inkopen te doen. Italiaanse lekkernijen en andere zinnenprikkelende producten. Om kwart voor vijf stijg weer ik op. Het vliegtuig is voor nauwelijks een derde gevuld. Om kwart over zes land ik op Schiphol. Palermo is inmiddels al weer duizenden kilometers weg, en de gedachte aan de vervallen rijkdom van deze multiculturele stad op Trinacria, het eiland met de drie kapen, doet al bijna onwerkelijk aan.

March 3rd, 2007

Luigi Pirandello in Nederland

Posted in: Travels — admin @ 10:05

Sicilië en Palermo in Nederland? Het kan! In juni 2005 vond in Helmond (of all places) en Leuven gelijktijdig het eerste Pirandello Festival in Nederland plaats. Vondel vergeten, Pirandello daarvoor in de plaats. Een niet al te slechte ruil, dunkt me. Tijdens het door de Stichting Luigi Pirandello georganiseerde festival (in Nederland en Vlaanderen) waren er optredens van vertellers, inleidingen op films, en er waren toneelmakers aanwezig. Geleerden uit vijf landen volgden in Leuven en vervolgens in Helmond conferenties over verschillende onderwerpen. En er was muziek. De feestelijke opening van het Pirandello Festival vond plaats met medewerking van Michaël Zeeman, literatuurcriticus, schrijver en Italië-correspondent voor de Volkskrant. Zeeman sprak in zijn openingswoord over de actuele betekenis van Luigi Pirandello. In restaurant ‘De Steenoven’ (ik heb er zelf ooit uitstekend gegeten) kon je ‘Met Pirandello aan tafel’. Je kreeg dan een 4-gangendiner voorgezet en het eten werd omlijst door voordrachten en muziek. Absoluut geen slechte combinatie. Jammer, dat ik het festival heb moeten missen. Het volgende Pirandello Festival vindt wederom plaats in Helmond, in juni 2007. Het Pirandello Festival in Nederland krijgt dus een vervolg. Uitstekend. Besloten is van het festival een biënnale te maken. Pirandello’s werk zal daarin centraal blijven staan, want er is nog van veel onbekends van de Siciliaanse meester te genieten. Opnieuw zullen niet eerder vertaalde werken van hem gepubliceerd worden. En ook zullen een aantal toneelstukken en verhalen van hem op verschillende plekken in de stad te zien en te horen zijn. Dat wil niet zeggen, volgens de organisatie, dat 2007 een kopie wordt van 2005. Andere Italiaanse en Siciliaanse schrijvers zullen ook aandacht krijgen. Zo zal o.a. de schrijver Andrea Camilleri op de planken en op het doek prominent aanwezig zijn. De aanwezigheid van de Italiaanse cultuur zal in 2007 groter en breder (muziek, fotografie, gastronomie) zijn dan vorig jaar. Gaat dat zien! Voor meer informatie:   www.pirandello-nederland.nl

foto: Luigi Pirandello

STORIA DI PALERMO, deel 13

Voor het eerst deze week uitgeslapen. Maar het is dan ook zondag. Om negen uur ontbijt ik met José uit Jodoigne (Belgische Ardennen), de laatst overgeblevene van de groep. Maar ook die zal tegen het middaguur het vliegtuig nemen, richting huis. Omdat het wederom stralend weer is, is het niet slecht eerst een forse wandeling te maken naar de Catacombe dei Cappucini. Palermo is op zijn zondags. Overal op straat hangt een ongedwongen, bijna zomerse sfeer.

 


 

 

in de Catacombe dei Cappuccini

 


 

Twee stokoude, in een versleten bruine pij gehulde paters nemen met trillende hand de 2000 lires in ontvangst die het kost om te mogen afdalen naar de diepte (die overigens wel meevalt). Eenmaal aan het relatieve donker gewend sta je toch even met je ogen te knipperen in dit morbide knekelhuis. De onderaardse ruimtes hebben tot 1881 als begraafplaats gediend en zijn sindsdien een soort museum. Onder de stoffige gewelven, en op doorbuigende planken hangen of liggen honderden mummies. Er hangen morsige kaartjes aan met bijna onleesbare namen en jaartallen. De meeste dateren uit de 19e eeuw. Duizenden lijken hebben hier als hammen gedroogd.

De gestorven lichamen werden eerst een paar maanden lang in een soort droogmachine gelegd en daarna aan zonnestraling blootgesteld. In latere perioden gebruikte men ook arsenicumbaden. Men beweert dat de uitstekende conservering te danken zou zijn aan de zwaveldampen in de catacomben. Hoe het ook zij: vele jaren achtereen werden hier de overleden capucijnen, maar later ook complete adellijke families gedehydrateerd en zich als mummies bijzetten ten teken van de vergankelijkheid van de wereld en het leven. Daar liggen ze dan nog. Duizenden zijn het er. Bij sommigen steekt alleen de schedel nog uit boven een juten zak, waarin het lichaam verborgen moet zijn. Anderen zijn letterlijk droog vel over been, bijna perkamentachtig. In een speciale kapel zijn vervolgens drie kinderlijkjes in een kistje en luchtdicht verpakt in slagorde opgesteld. De conservering is wonderbaarlijk, hallucinerend. Macaber? Ach, alles went. Hoewel het verboden is hier foto’s te maken probeer ik het toch, echter zonder flits. Het is helemaal niet druk op deze zondagochtend, zodat het relatief gemakkelijk is om hier de regels te ontduiken. Siciliaans, zullen we maar zeggen: è normale. Als ik weer uit het doodstille infernum ben opgestegen naar de wereld der levenden, bezoek ik nog het annex gelegen kerkhof. Op deze zonnige zondagochtend is het een komen en gaan van families die karrenvrachten bloemen aanvoeren om op de uit de kluiten gewassen granieten graven te plaatsen. Hele families worden door middel van hun ovalen portretten op de grafzerken in de etalage gezet. Daarna bel ik, gezeten op een bankje in de zon, tegen de kerkhofmuur, naar het thuisfront om met genoegen te vernemen dat het daar guur en koud is. Reden te meer om nog een dag te blijven. Voor mijn ogen ontwikkelt zich het eerste claxonconcert van deze dag vanwege het alweer volledig vastgelopen verkeer. Vandaag is het de dag waarop Sicilië zijn nieuwe gemeenteraadsleden en burgemeesters kiest. Iedereen is op zijn zondags uitgedost, al was het maar om naar een van de vele kerken te gaan, waarvan het zware geluid van de klokken bijna dreigend als klerikale donder over de stad golft. Tijd voor een lichte lunch.

DE BANDA IONICA: voor al uw begrafenispartijen

Posted in: Travels — admin @ 9:54

Ik had het gisteren al even over de tradities rond de Siciliaanse begrafenissen. Een van die tradities is het laten spelen van typische begrafenismuziek door fanfares waarvan elk dorp er minstens één in huis heeft. In Siciliaanse films zijn ze vaak te horen als er weer eens een Mafiabaas naar het kerkhof vervoerd wordt. Wat weten we nu feitelijk van de Italiaanse muziek. Paolo Conte natuurlijk, La Musica Della Mafia, Ennio Morricone, Andrea Bocelli, Eros Ramazotti en nog enkele popartiesten. De BANDA IONICA heeft al die invloeden in zich verenigd lijkt wel, want de muziek op hun albums MATRI MIA en PASSIONE klinkt zo Italiaans als het maar kan. De Banda Ionica is misschien nog wel iets dieper gegaan om de Italiaanse spirit in muziek te vatten. Deze ‘top-fanfare’ zou zo kunnen figureren in een film van de gebroeders Taviani of van de grote Fellini, als die nog zou leven. De BANDA IONICA is een van de bekendste Siciliaanse fanfares geworden, en treedt zelfs regelmatig in het buitenland op; zo bekend, en misschien ook wel zo commercieel is hun begrafenismuziek inmiddels geworden. De Banda Ionica is opgericht door Fabio Barovero (tevens oprichter en componist van Mau Mau) en Roy Paci (trompettist bij Mau en Manu Chao) en telt zo’n 25 tot 30 muzikanten. Ze scoorden in Italië een cult-hit met het album ‘Passione’. Een van hun bekendst begrafenisnummers is: UNA LACRIMA SULLA TOMBA DI MIA MADRE ("Een traan op het graf van mijn moeder"). Als je dit nummer volledig wilt beluisteren ga dan naar: www.uitvaartkompas.nl. Prachtige, stemmige en emotionele muziek. Op deze site tref je muzikale gebruiken tijdens begrafenissen, overal in de wereld, met ruime aandacht voor de Banda Ionica. De Banda Ionica trad ook al eens op in Nederland. Tijdens het Crossing Border Festival 2003 bleek het Siciliaanse fanfareorkest Banda Ionica een van de onbetwiste hoogtepunten. Dit orkest, een podium vol jonge blazers onder leiding van trompettist Roy Paci, bracht met veel bravoure en een ironische knipoog traditionele Zuid-Italiaanse begrafenismarsen.

Erice

STORIA DI PALERMO, deel 12

Vanuit Trápani en over de SS 115, via Paceco en Nubia, bereik ik laat in de middag de moerasachtige streek bij Marsala, tientallen kilometers bezuiden Trápani, bekend vanwege zijn saline e mulini a vento. Het kost nog heel wat moeite om afgaande op de niet-systematisch neergeplante bruine verwijzingsbordjes de plek van de zoutpannen te bereiken. Uiteindelijk lukt het de eindeloze bassins gevuld met brak water te bereiken. Tussen de bassins liggen de hoge, onder dakpannen verborgen zoutbergen. Zo wordt het zout beschermd tegen vocht en wegspoelen. De typische windmolentjes met hun kegelvormige dakjes pompen het zeewater in de steeds ondieper wordende bekkens. ’s Zomers zal het tempo van het doorpompen wel een stuk hoger liggen dan in deze periode van het jaar. Van enige bedrijvigheid is er derhalve op dit ogenblik op het hele terrein geen spoor te bekennen.

Trapani - Marsala

In het tussen de bekkens gelegen museumpje annex winkel koop ik een halve kilo grofkorrelig zeezout. Het hele moerasgebied is vanaf 1991 beschermd natuurgebied vanwege het uiterst interessante vogelbestand en de niet minder bijzondere flora. Om zeven uur ’s avonds ben ik terug in het hotel. Het is dan al uren donker. Op de terugweg naar het vliegveld heb ik nog even kunnen genieten van de schitterende oranje luchten bij de een ondergaande zon. De grijsblauwe bergen lijken in vuur en vlam te staan. De gladde wijnkleurige zee ligt als een spiegel. Jammer genoeg neem je te weinig tijd om van dit schitterende landschap te genieten. Ik reken af met meneer Herz, en neem de bus terug naar het Centrum van Palermo.

Marsala - Erice

Terug in Albergo Sole biedt de tv voor de zoveelste keer deze week beelden van de begrafenis van de Siciliaanse journaliste Maria Grazia. Heel Catania is uitgelopen om de uitvaart bij te wonen van het eerste Italiaanse slachtoffer in de strijd tegen de Afghaanse Talibaan, waarvan het bewind en de organisatie sinds de apocalyps in de WTC-towers te New York met grof technologisch geweld door de Verenigde Staten wordt bestreden. Daar komt zelfs de aartsbisschop, uitgerust met mijter en staf, voor opdraven in een stampvolle kathedraal. Maar al snel worden op deze zaterdagavond de beelden overgenomen door de inmiddels vertrouwd aandoende halfnaakte, blonde stoeipoezen die in roedels de Italiaanse spelprogramma’s larderen. De minuscule, in bikini gepropte delletjes zijn strategisch op tientallen plekken tussen het opgewonden publiek geplaatst. De camera’s kunnen er geen genoeg van krijgen. Met de Poolse Wojtech en Friedrich, de enige Duitser van het Europese gezelschap, eet ik in de Tavernetta een smakelijke risotto marinara. Laat wordt het niet, want morgenvroeg zullen die twee voor dag en dauw het vliegtuig nemen. Maar een paar glazen dieprode marsala in een kleine bar in de buurt van Albergo Sole kan er gelukkig nog wel af.

March 2nd, 2007

Dood en bijgeloof op Sicilië

Posted in: Travels — admin @ 13:23

In zijn HANDBOEK ITALIË wijdt William Ward ook een hoofdstuk aan de rituelen rondom dood en bijgeloof. Hoewel de gebruiken in het noorden van het land soms afwijken van die in het zuiden, valt toch te stellen dat de rituelen in heel Italië nog steeds behoorlijk traditioneel zijn. De vaak steriele en afstandelijke manier waarop in de meeste westerse landen met de dood omgaan heeft nog geen grote invloed gehad op de Italianen. Op die op Sicilië nog het minst. De fysieke aanwezigheid van het gestorven lichaam blijft tot de daadwerkelijke begrafenis uiterst belangrijk. De dood wordt middels grote affiches, met zwarte rouwrand, overal aangeplakt in de straten van dorp of stad. Niemand kan het dus ontgaan dat deze of gene is overleden.

 


 

Grieks amfitheater in Segesta

 

 


 

De meeste families houden nog steeds een veglia, een wake bij de dode, in een camera ardente, een thuis ingerichte chapelle ardente. Dat er zich hierbij ook wel eens excessen voordoen bewijst het ‘Napolitaanse verhaal’. Enkele jaren geleden ontdekte de politie een zwendel van artsen en ziekenhuispersoneel dat zich met vele duizenden lires per persoon liet omlopen om een al overleden patiënt te ‘reanimeren’ met een ademhalingsapparaat, waarbij een briefje op de dekens werd geprikt met de mededeling: "deze patiënt ontslaat zichzelf uit het ziekenhuis, tegen het advies van de arts in", waarna de overledene snel naar huis werd gebracht, waar de getroffen familieleden op deze manier de sombere anonimiteit van het lijkenhuis vermeden en op hun gemak om de overledene konden rouwen. In het zuiden van Italië wordt nog altijd door de vrouwen, gedurende de hele rouwperiode na de dood, een zwarte strik gedragen. Als de overleden persoon belangrijk was of in ontroerende of heroïsche omstandigheden overleden is, zoals bij Carabinieri die door terroristen of Mafiabendes zijn doodgeschoten, wordt meestal voor de bara (de kist) geapplaudisseerd als die de kerk wordt in- of uitgedragen.

 


 

Dorische zuilen hoog boven Segesta

 

 


 

STORIA DI PALERMO, deel 11

Om tien uur zaterdagmorgen haal ik bij Herz op Falcone-Borsellino, door de Sicilianen nog steeds Punta Raisi genoemd, de door mij gehuurde Opel Corsa af. Ook deze dag hebben de weergoden geen roet in het Siciliaanse eten gegooid, want het is opnieuw stralend weer. Hoewel een beetje aan de frisse kant, zo’n graad of zeventien. Op aanraden van Professore Pippo heb ik gisteravond de door mij voorgenomen route voor vandaag nog enigszins gewijzigd.

 


 

Segesta: 2000 jaar in de verzengende hitte

 


 

Als eerste etappeplaats staat Segesta op het programma. De stad werd al in de 12e eeuw voor Christus gesticht door de Elymi, maar kwam al snel volledig onder Griekse invloed. En dat is te zien. In een indrukwekkend berglandschap liggen nog steeds de ruïnes van de Griekse beschaving. Van de overblijfselen van deze acropolis zijn met name de tempel en het amfitheater nog in een zeer redelijke staat te bewonderen. Vandaag schittert de Dorische tempel, aan de voet van de Monte Barbaro, eenzaam in de najaarszon en het geel van de kolossale stenen steekt scherp af tegen de strakblauwe lucht. Hoewel de tempel dicht ligt bij de plaats waar ik mijn auto parkeer, loop ik eerst de sterk hellende weg naar boven, naar de acropolis. Je kunt die inspanning maar beter achter de rug hebben. Badend in het zweet kom ik na zo’n klein half uur boven, 400 meter hoogteverschil overbrugd. Een fantastisch uitzicht over de vallei en de hoge bergen in de verte is de terechte beloning. In het noorden Castellamare, de antieke haven van Segesta, in het westen Erice op zijn hoge top. Zelfs de bochtige autostrada op haar palen detoneert geenszins vanaf deze afstand. Flarden zonlicht, afgewisseld door donkere schaduwpartijen op de sterk glooiende wereld beneden, tekenen het landschap.

 


 

clair-obscur in Segesta

 

 


 

Het amfitheater wordt stevig gerestaureerd, en dat is wel nodig ook, want erosie heeft al behoorlijke schade aangericht. Het theater dateert uit de 3e eeuw voor Christus, maar de 63 meter brede orchestra en de 20 rijen in de rots uitgehouwen zitplaatsen zijn nog in behoorlijke staat. Weer terug beneden is de klim naar de tempel maar een peulenschil. De Dorische tempel uit 425 voor Christus zou echter nooit helemaal voltooid zijn, hetgeen uit het ontbreken van de cannelures in de zuilen verklaard zou moeten worden. Na wat plaatjes geschoten te hebben met mijn 30 jaar oude Pentax daal ik de trappen tussen de agaves weer af, om in het café bij de parkeerplaats een caffè lungho te drinken.

 


 

na een fikse wandeling tempel bereikt

 

 


 

Ik rij richting Trápani. Aan het begin van de aan de kust gelegen stad sla ik rechts af. De weg klimt snel via haarspeldbochten naar boven, van zeeniveau tot ongeveer 800 meter. Erice. Het middeleeuwse stadje ligt op adelaarshoogte boven op een kalkrots en kijkt neer op de witschuimende zee ver beneden. Mijn oog gaat over de lage lagune-achtige kustvlakten, de witte huizen van Trápani en de zoutpannen van Marsala in de verte. In Erice zijn de grijze straatjes leeg en verlaten, slechts hier en daar klinkt wat jankerige, Arabische muziek door de openstaande ramen. Ennio Morricone, maar dan op zijn berbers. Volgens de reisgidsen is het adelaarsnest ’s middags vaak in koude, natte wolken gehuld, en inderdaad zullen in de loop van de middag de grijze nevels stiekem tegen de berg opklimmen. Als ik uit het restaurantje kom, waar ik spaghetti ai funghi gegeten heb, is het inderdaad zover. En het is meteen ook een stuk frisser.



 

Segesta

 

 


 

De oude stad Eryx is van mythische oorsprong. Ze zou gesticht zijn door Eryx, een zoon van Aphrodite, wiens sneeuwwitte runderen beroemd waren in de hele antieke wereld. Het stadje is gebouwd in een driehoek met de top in het noorden en via gerestaureerde stadspoorten kom je er binnen. De bij de Porta Trapani gelegen kerk Chiesa Matrice is dicht. En ook het Castello di Venere houdt zijn dikke deuren gesloten. Het is dan ook geen hoogseizoen, en derhalve geen cent te verdienen.

 


 

 

Next »
 
  • ON THE ROAD naar Santiago de Compostela

  • Sint Jacobus leidt me door braamstruiken en naar bierloze cafés

  • New York op doek: nieuwe schilderijen

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 20

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 19

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 18

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 17

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 16

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 15

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 14

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 13

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 12

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 11

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 9

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 8

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 7

  • Christo in Central Park New York

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 6

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 5

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 4

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 3

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 2

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 1

  • Sleepless in Manhattan - intro

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 17

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 16

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 15

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 14

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 13

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 12

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 11

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 9

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 8

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 7

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 6

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 5

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 4

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 3

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 1

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico García Lorca 1

  • BINNENKORT IN DIT THEATER: ANDALUSIË

  • Hermitage: het zomerpaleis van Nicolaas II aan de Amstel

  • Wajauw? Met Ahmed Marcouch en Hans Laroes naar Brooklyn aan de Maas

  • Luik: van nu en toen, van Calatrava en Les Olivettes

  • Geen Pim Pandoer, wel Beethoven in ’s Heerenberg

  • Spaanse La Notte in het Hollandse Slot Loevestein

  • Van Gogh en de kleuren van de nacht in Amsterdam

  • Opnieuw de ruimte in: A Space Odyssey 2

  • Schilderen: een lange winter met gebrande omber sienna

  • Paradise by the dashboard light

  • Shipbreaking op doek. Met dank aan Edward Burtynsky - Work in Progress

  • Ode Maritima aan Fernando Pessoa

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 16

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 15

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 14

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 13

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 12

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 11

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 10

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 9

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 8

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 7

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 6

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 5

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 4

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 3

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 2

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 1

  • MANHATTAN TRANSFER

  • Corrida aan het einde van de Indian Summer

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 14

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 13

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 12

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 11

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 10

  • Intermezzo: Lucien zingt Lee Towers

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 9

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 8

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 7

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 6

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 5

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 4

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 3

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 2

  • Valencia: tapas op de Feria van Calatrava 1

  • VALENCIA: tapas op de Feria van Calatrava

  • Feria Andaluza in Boom België, of all places

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 15 / slot

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 14

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 13

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 12

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 11

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 10

  • Powered by ME :) !! en MainCore
    Blog (c) WordPress 1.5 Theme created by McMike and Mr-Godd