February 27th, 2007

Van Palermo naar het hart van Sicilië: de Madonie

Posted in: Travels — admin @ 8:23

Op zo´n tachtig kilometer vanuit Palermo ligt het prachtige, beschermde, natuurgebied de Madonie. De verscholen dorpjes in het binnenland zijn alleen langs erg bochtige wegen te bereiken. De historie van deze bergdorpen is praktisch in zijn authentieke vorm bewaard gebleven. Af en toe doorsnijden rivierdalen het gebergte. Het is het achterland van de prachtige, aan de kust gelegen plaats Cefalù. Het is het hart van Sicilië. Theresa Maggio beschrijft in haar innemende HET STENEN BOUDOIR met als ondertitel REIZEN DOOR DE VERSCHOLEN DORPEN VAN SILILIË haar tocht naar de afgelegen Madonie. Er was een voorjaar dat ik een appartement huurdeaan de rand van een steile rots in het Madonie-gebergte in het noorden van centraal Sicilië, schrijft Theresa Maggio. Waarna ze vervolgens een poëtische beschrijving geeft van het leven in, en de historie van een van de pittoreske bergdorpen: Polizzi Generosa. In de acherafstraatjes stonden de balkons vol geraniums - roze, rood en groen. Een stenen engeltje met dikke wangen spoot water in een stene bassin onder een boom voor de Gepensioneerdenclub. [...] Ik ademde elementaire lucht in, een plens water op steen. Bij een straatfonteintje spuwde een stenen leeuw een ijskoude straal in de plastic kruik van een man. Aan de rand van de stad dreef een koeherder zijn koeien uit de vallei naar boven, de koperen bellen klepten met een diep en hol geluid. Als dat niet meer idyllisch is,dan weet ik het ook niet meer. Het aards paradijs bestaat, het schijnt verborgen te liggen, diep in het binnenland van Sicilië, in de Madonie. Ik ga er vandaag naar toe, onder leiding van Professore Pippo. Een dag weg uit Palermo. Een fantastische dag.


 

de Madonie: het hart van Sicilië

 


 

STORIA DI PALERMO, deel 7

Meer dan een uur te laat - è normale: de bus kan immers altijd vastlopen in het Palermiaanse verkeer - vertrekken we deze ochtend naar het Parco delle Madonie, een beschermd natuurgebied midden op het eiland. Het is een bergachtige streek, het achterland van het aan de kust gelegen Cefalù. Het gebied is vooral bekend vanwege zijn schitterende wandelroutes en zijn typische vegetatie zoals de Nebrodi-zilversparren, een endemisch relikwie uit het Tertiair, toen zilversparren in het Middellandse Zeegebied heel normaal waren. De weergoden zijn ons op deze morgen zeer gunstig gezind, want er staat een gouden zon te schitteren in een strakblauwe lucht. Het is derhalve geenszins een straf te noemen twee uur lang in de bus te zitten en te genieten van het magistrale landschap. Tot Buonfornella wordt de kustlijn gevolgd. Daarna duikt de bus het desolate landschap van de Madonie in. Een afwisseling van grijze, bruine, gele en rode herfstkleuren. Op de momenten dat er een enkele wolk voor de zon schuift ontstaan er weer geheel andere tinten. De Pizza Carbonara is bijna 2000 meter hoog. Hoewel we vandaag die hoogte niet zullen bereiken, gidst deze alom aanwezige berg ons als een Siciliaanse Vitalis door het berglandschap. Ons uiteindelijk doel is vandaag het bergdorp Petralia Sottana, gelegen op zo’n 1000 meter hoogte. Voordat we het einddoel van deze dag bereiken zullen we tot twee keer toe met een aantal passagiers de bus uit moeten om met gebundelde krachten wat geparkeerde auto’s op te tillen en weg te schuiven - è normale -, want er is geen doorkomen aan in de smalle straatjes. Een andere keer zal Professore Pippo een auto open breken en net zo lang blijven claxonneren - è normale - tot de eigenaar van de Fiat Cinquecento opduikt uit een onooglijke kroeg om zijn vehikel een eind verder te parkeren.

 


 

landschap in de Madonie: indrukwekkende rust 

 


 

Als we uitstappen waait er een ijzig koude wind door de straatjes van Petralia. Ik had het kunnen vermoeden, want ook hier, net als in de eerder gepasseerde spaarzame dorpen lopen tientallen in dikke winterjassen gemoffelde stokoude mannetjes met perkamenten gezichten onder een vettige klak door de straatjes te schuifelen. Dat valt dan even tegen als je alleen je colbertje aan hebt. Stom natuurlijk, want dat had je op deze hoogte kunnen vermoeden. Later op de dag zal Professore Pippo me zijn winterjas lenen.

 


 

 

 


 

Petralia Sottana wordt gecompleteerd door het een paar kilometer oostelijker gelegen zusterdorp Petralia Soprana, een middeleeuws bergdorp dat we echter niet zullen bezoeken vandaag. Beide Petralia’s liggen aan de SS 120 die Termini Imerese verbindt met Taormina. Het is een van de mooiste trajecten in het Siciliaanse binnenland. Vooral de continue panorama’s waarvan we er de hele ochtend al veel van hebben kunnen zien, maken het landschap tot een onvergetelijke ervaring. Op heldere dagen is vanuit de omgeving van Petralia zelfs de Etna te zien.



 

 

De Siciliaanse literatuur is een Tijgerkat

Posted in: Travels — admin @ 8:16

Er zijn veel boeken geschreven over Sicilië. En minstens zoveel films gemaakt. Het ligt voor de hand dat vooral de maffiacultuur gezorgd heeft voor een aanhoudende stroom onderwerpen. Het plaatsje Corleone, in het midwesten van Sicilië, staat niet alleen symbool voor de maffiafamilie van Don Corleone, maar ook voor een reeks films die volgen op THE GODFATHER, overigens geschreven door Mario Puzo.


 

still uit IL GATTOPARDO van Luchino Visconti


Wat de literatuur van inheemse Siciliaanse schrijvers betreft staat onbetwist Giuseppe Tpmasi di Lampedusa bovenaan de hitlijst. DE TIJGERKAT (Il Gattopardo) is zonder enige twijfel het meest bekende boek over en van Sicilië. Il Gattopardo beschrijft het leven van de Siciliaanse edelman Don Fabrizio Corbera, prins van Salina, en diens familie, tijdens de gebeurtenissen van het Risorgimento en daarna. In 1963 werd Il Gattopardo verfilmd door regisseur Luchino Visconti met in de hoofdrol Burt Lancaster; belangrijke bijrollen waren voor Alain Delon en Claudia Cardinale. Een andere beroemde literaire zoon van Sicilië is Luigi Pirandello. Ook zijn korte verhalen zijn meerdere malen stof gebleken voor schitterende verfilmingen, o.a. door de gebroeders Taviani in KAOS. Daarnaast heeft hij furore gemaakt met toneelstukken, o.a. L’UOMO DAL FIORE IN BOCA (De Man met de Bloem in de Mond), waarin met bittere humor de eenzaamheid van de moderne mens op de korrel genomen wordt. Zijn werk leverde hem eveneens een Nobelprijs voor literatuur op. Modernere Siciliaanse schrijvers zijn Leonardo Sciascia (romans) en Salvatore Quasimodo (poëzie) die in 1959 zelfs de Nobelprijs voor literatuur kreeg. Maar ondanks de vaak hoge kwaliteit van de Siciliaanse schrijvers (twee Nobelprijswinnaars: hoe armzalig steekt Nederland daar tegenover af!) zijn de Sicilianen nog steeds geen lezers. Daarvoor is er te veel afleiding op het eiland denk ik: de zon, de zee, de bergen, de natuur, het eten. Misschien is dat wel de reden dat er zoveel Siciliaanse literatuur verfilmd is. Want kijken en luisteren, dat doen de Sicilianen graag. Het kost in ieder geval minder inspanning.


still uit IL GATTOPARDO van Luchino Visconti

 


 

STORIA DI PALERMO, deel 6

Bijna op een draf terug naar het hotel. Nauwelijks oog voor de bloedmooie, zwartharige Palermiaanse meiden die als fraaie parels op het trottoir paraderen. Of voor de opvallend aanwezige carabinieri, vaak beveiligd door een bruin kogelvrij vest, machinegeweer in de aanslag. Of voor het maandagwasgoed dat stil en bont te drogen hangt in de grauwe stegen. Of voor de altijd weer veelvuldige aanwezigheid van de zwerfhonden die genieten van hun siësta. Aan de smoezeligheid van de stad begin je langzaam te wennen. Sterker nog: het is al bij deze stad gaan horen. Na de late formele werksessie in de late namiddag wordt de hele groep in drie auto’s gepropt. De rit door de donkere stad voert naar het terrein van de Universiteit van Palermo. Daar is inmiddels de tafel wellustig gedekt. Professore Pippo heet ons met open Palermiaans hart welkom. Hij heeft voor de gelegenheid zelfs zijn vrouw en twee dochters tot tijdelijk Europees gezant verklaard, want ook zij nemen prominent plaats aan het restauratieve tafelcarré. Een gargantuesk schranstafereel zal zich de komende uren ontrollen, in niets refererend aan de armoede buiten. Een overdaad aan rustica, pasta, groenten, vlees, fruit en ijs stort zich over ons uit. De flessen wijn gaan met steeds gezwindere snelheid van hand tot hand en de joligheid neemt derhalve navenant toe. Kortom, het wordt een zware avond. Maar gelukkig staan na afloop ook weer de mobiele paardenkrachten klaar om ons naar de Albergo te vervoeren. Lopen zo een misdaad tegen de menselijkheid zijn. Het culinair uitspatten krijgt de volgende dag al weer een vervolg, want de lunch in de Trattoria Primavera zal pas om kwart over drie deze middag eindigen. Voor deze meer dan twee uur durende frontale aanval op maag- en darmstelsel heeft Professore Pippo een eenheidsprijs van slechts 25.000 lire bedongen. De rest zal wel door de Maffia worden bijgelapt. Als antipasti verschijnt een eskadron schotels met allemaal verschillende gerechten, meest gegrild, gebakken en steevast met veel olie, kruiden en andere smaakprikkelaars aangemaakt: aubergines, courgettes, artisjokken, sardines, inktvisjes, huidvlees en vele andere, vaak onbekende groenten- of vissoorten. Vervolgens is de tijd van de pasta’s aangebroken: lange, dikke en zeer kruidige spaghetti wordt dampend op grote schotels binnengedragen. De ene soort is gelardeerd met een of andere koolmoes met rozijnen, de andere met gegrilde stukjes zwaardvis met krenten. Na de primi piatti volgen uiteraard de secondi piatti, in dit geval grote moten zwaardvisstukken (spada) of uit de kluiten gewassen gegratineerde rolmopsen, of iets wat er op lijkt. Veel witte wijn. Te veel. Je zou bijna de reden vergeten waarom je naar de Conca d’Oro gekoment bent. Maar toch hebben we in de ochtenduren een bezoek gebracht aan de instelling waar Professore Pippo de scepter zwaait. Pio la Torre heet het instituut en is gelegen in een van de buitenwijken van Palermo. Daar hebben zullen we in ieder geval uitvoerig luisteren naar een voordracht van professoressa Maria Letizia Colajanni over de autonomia scolastica: nuove prospettive per l’occupazione. Ook hier worden we weer per auto naar toe vervoerd. Het verkeer als nachtmerrie, zou een volgend onderwerp kunnen zijn van een Europese studiereis. Maar volgens Professore Pippo is alles normale, hoewel ook zijn auto flink onder de deuken zit. We passeren de arme maffiawijken, althans zo duidt Professore Pippo ze aan, in tegenstelling tot de rijke maffiawijken die meer worden bewoond door de bourgeoisie die handel en politiek in handen heeft. De ene volkswijk is nog goorder dan de ander. De ostentatieve armzaligheid staat in de vorm van uitgebrande of totaal onttakelde autowrakken meervoudig te pronken in de grauwe straten. De dag zal eindigen om half één ’s nachts, wanneer professoressa Lucia me met haar auto afzet bij hotel Sole. Ook deze keer een vreetsessie van een uur of drie achter de rug, een feestbanket in het Istituto Professorale di Stato per i Servizi alberghieri e della Ristorazione, het heilige der heilige dus. Ook nu weer worden we bedolven onder vloedgolven van Siciliaans culinair trapezewerk: la coppa di mare gevolgd door le orecchiette ai profumi di orto, il carrè in crosta en la barcchetta Alaska. Het is goed in deze storm van tijd tot tijd gelaafd te worden door aperitieven, witte en rode wijnen, dessertwijn en uiteraard een straf digestief. Uiteraard alles onder het motto: La Sicilia per la cucina. Het begint bijna op een overlevingstocht te lijken, waarbij het gastronomisch uithoudingsvermogen op een bijna buitenmenselijke manier op de proef wordt gesteld.

February 26th, 2007

Palermo: van de ene trattoria naar de andere

Posted in: Travels — admin @ 8:44

Sicilia per la cuccina zou deze reis ook wel kunnen heten. De Siciliaanse keuken heeft me al een paar dagen stevig in de greep. Alle ingrediënten van de landen rondom de Middellandse Zee lijken hier samen op tafel te komen. Maar dat kan ook niet anders op zo’n eiland dat op een kruispunt van de vaarwegen ligt tussen Europa, Afrika en Azië. Hoe lekker is de Siciliaanse keuken? Erg lekker, kan ik wel zeggen. Op zich is de Siciliaanse keuken niet ingewikkeld, eerder simpel. Het blijft in origine de keuken van de boer, de dagloner of de visser. Maar de versmelting van de traditionele, mediterrane gastronomie met die van het moderne Italië maakt het eten hier tot een echt genoegen. De echte hoofdmaaltijd is voor de Siciliaan altijd nog de maaltijd tussen de middag. Die bestaat meestal uit verscheidene gangen, met voor-, hoofd- en nagerechten. Uiteraard wordt er ook wijn bij gedronken. De maaltijd ’s avonds is uiteraard ook warm, maar iets minder uitgebreid. Ter plekke heb ik me maar een Siciliaans kookboek aangeschaft: CUCINA DI SICILIA, gli autentici sapori del giardino del Mediterraneo. Inderdaad: de authentieke smaken van de Tuin van en rondom de Middellandse Zee. En die is rijk voorzien, dat is zeker. Voor wie het boek aan wil schaffen: Edizioni Mistretta (2000). Voor wie het Italiaans te lastig is, is er een Nederlands alternatief (uitgegeven bij De Lantaarn): "Sicilië, uit eten in Italië", geschreven door Mariapaola Dèttore, die meer Italiaanse kookboeken op haar naam heeft staan.

STORIA DI PALERMO, deel 5

De late zondagmiddagwandeling voert zelfs tot voorbij het in gelig flootlight badend Noormannenpaleis, het Palazzo dei Normanni. Ook hier vallen de roodgekleurde Arabische tieten op die parmantig en opvallend op het dak zijn geplaatst. Of het aan deze appetijtelijke symbolen van de San Giovanni degli Eremiti ligt of niet, maar ineens hebben we weer zin om te eten. Het wordt de Trattoria di Enzo, dicht bij het centrale station. De Nederlandse Keuringsdienst van Waren zou dit eetparadijs wellicht tot verboden gebied hebben verklaard, maar hier schijnt iedereen zich vrolijk op zijn culinair gemak te voelen. Het wordt een eenvoudige, doch zeer smakelijke risotto ai funghi in dit goedbeklante volksrestaurant. Het zal tien uur worden, voordat er afgerekend wordt: slechts 14.000 lire armer, waarvoor we ook nog brood, wijn en een straffe ristretto naar binnen kunnen werken. In de buurt van Albergo Sole duiken we nog een bar binnen voor nog een paar glazen rode wijn. Slaap je beter van. Omdat er ook nog gewerkt moet worden, haalt professore Giuseppe di Vita, maar we mogen Pippo zeggen, ons om half negen maandagmorgen af in de lounge van Albergo Sole. Inclusief de professore zullen we ons de rest van de week regelmatig op de bestudering storten van Europese, Italiaanse, maar al snel Siciliaans geworden schoolsystemen en schoolproblemen storten. De Europese vertegenwoordiging bestaat uit twee Griekse, twee Franse, drie Spaanse, een Belgische, een Duitse, een Poolse en tenslotte een Nederlandse representant. Een overzichtelijk, doch Zuid Europees getint gezelschap, dat zijn bevindingen en conclusies aan het einde van de week dient te rapporteren aan de Brusselse burelen. Gelukkig biedt het dagprogramma voldoende momenten om te ontsnappen uit het op papier rigide programma, dat al snel met Siciliaanse speelsheid wordt geïnterpreteerd.

Na de snelle lunch met veel gegrilde vis en aubergines in het Liceo Sociale Regina Margherita, een megalomaan conglomeraat van historische barok op vijf minuten lopen van het hotel, kan ik de siësta benutten om een bezoek te brengen aan de San Giovanni degli Eremiti, de voormalige kloosterkerk aan de voet van het Noormannenpaleis aan de Via Benedetti. Al in de 6e eeuw werd de plek geheiligd met de bouw van een klooster. Vervolgens werd het door de Arabieren verwoest en opnieuw geheiligd, maar nu met een moskee. De godsdienstige twisten werden tenslotte beslecht door Rogier II die op dezelfde plek een rooms-katholiek klooster liet oprichten voor de benedictijnen. Het eenvoudige interieur met vierkante klokkentoren en zijn vijf rode Arabische koepels doet nog steeds Moors aan. De kleine vervallen kloosterhof is een van de meest romantische plekken van Palermo. In het midden ervan ligt een Arabische put. De vegetatie is weelderig en ongeremd. Door de booggalerijen en de arcades heen is er een fraai uitzicht op de kerk.

Er is zelfs nog voldoende tijd over om het Palazzo dei Normanni, ook wel Palazzo Reale genoemd, en de Cappella Palatina. De toegang is gratis. Via de renaissancebinnenplaats loop je binnen, en vervolgens de trappen op. Omdat het tevens een gewoon regeringsgebouw is wemelt het er van de politie en beveiligingsambtenaren. Het interieur van de Cappella heeft de vorm van een basiliek met een middenschip en twee zijbeuken. Het verhoogde koorgedeelte heeft een koepel en drie absissen. Marmeren en granieten zuilen wisselen elkaar af. De wanden en de vloer zijn bekleed met verschillende kleuren marmer. Het meest indrukwekkend is echter, naast de goudkleurige, bijbelse taferelen verbeeldende mozaïeken die het werk zijn van Byzantijnse kunstenaars, het houten plafond. Lang geleden konden Arabische houtsnijders zich uitleven in het modelleren van een overvloed aan sterren, rozetten en stalactieten. En dat alles werd dan kleurig beschilderd met vroeg-Arabische letters, bloemen en dieren. Vanuit de gigantische, in goud bemozaïekte koepel ziet de Christus Pantokrator neer op de profane bezoekers. Daarbij geflankeerd door de aartsengelen Michaël en Gabriël. Onder hem een madonna met kind, een van de vroegste mozaïeken van de kerk.

Eten en drinken in Palermo: van ristretto tot ficodindia

Posted in: Travels — admin @ 8:19

Palermo is naar mijn idee een van de meest fraai gelegen steden in de wereld. De 750.000 aan de Conca d’Oro (de ‘Gouden Schelp’) wonen in een bevoorrechte stad, ingesloten door de bergen achter het nabij gelegen Monreale en de opzij gelegen Monte Pellegrino. De oude globetrotter en schrijver Goethe was zo enthousiast dat het sprak over ‘de mooist kaap’ ter wereld. Hoeveel kapen hij gezien heeft, weet ik natuurlijk niet, maar ver naast de waarheid zit hij volgens mij niet. Naar horen zeggen is het aan te bevelen per boot Palermo binnen te komen, ontvangen te worden. Dat heb ik niet beleefd, want ik kwam gewoon met een lijnvlucht uit Rome. En als je per auto Palermo inrijdtdoet het allemaal denken aan een inktvis die vanuit de Conca d’Oro zijn tentakels naar het binnenland uitstrekt. Dat binnen rijden per auto zal overigens minder fraai overkomen, want ook de buitenwijken van Palermo zijn - net als in veel andere grote steden - volgepropt met goedkope, dus vreselijke flats. Soms zijn het gewoon krottenwijken. Dat is in Palermo niet anders. Maar er zijn ook de in de directe nabijheid gelegen sinasappelboomgaarden die fraai afsteken tegen de kale bergen. En er zijn de vele baaien, waarvan de grootste de Baai van Palermo genoemd wordt. Of de oostelijk van de stad gelegen Golf van Termini Imerese, die begrenst wordt door de rotsige berg van de domstad Cefalù. Kortom: een gevarieerd landschap omgeeft de hoofdstad van Sicilë.

STORIA DI PALERMO, deel 4

Een ristretto, dus, zo’n supergeconcentreerde vingerhoed cafeïne waarmee je zelfs een bestofte mummie weer tot leven wekt. Daarna heb je weer voldoende adrenaline aangemaakt om de zondagse rommelmarkt bij de Giardino Garibaldi op zijn waarde te schatten. Veel waardeloze bric-à-brac. Keramiek, glaswerk, oude schilderijen, dof geworden bestek, namaak antiek, en zelfs een contingent verroeste ploegscharen. Tussen de vele tamelijk sjofel geklede koopjesjagers schuifelt ook de deftig opgetuigde, zojuist uit de zondagsmis gestapte Palermiaanse katholieke chique. Maar met dezelfde haviksogen speurend naar de pot met gouden munten. Het centrum van Palermo onthult in de felle najaarszon zijn niets verhullende aftakeling, hoewel het vele jaren terug een fantastische en rijke stad moet zijn geweest. Grieken, Romeinen, Arabieren, Noormannen, Duitsers, Spanjaarden en Fransen: allemaal hebben ze zich achtereenvolgens tegoed gedaan aan de rijk gevulde ruif van de stad aan de Conca d’Oro. Tegenwoordig kijkt de Monte Pellegrino neer op een hectische stad, rommelig, lawaaiig en vies. Al vanaf de Tweede Wereldoorlog heeft het gebombardeerde historische centrum niet voldoende aandacht gekregen van de elkaar opvolgende burgemeesters om alle ingestorte huizenblokken weer terug te brengen in een bewoonbare toestand. Ook de zware aardbeving van 1968 heeft zichtbaar zijn sporen nagelaten. Gelukkig zijn de meeste historische gebouwen inmiddels weer in een toonbare staat. Veel, bijna tot ruïne gedegradeerde panden blijken echter nog deels bewoond te worden. Ze worden, net als de rest van de stad, aangevreten door de oprukkende bergen vuilnis. De enigen die zich hier als een vis in het water voelen zijn de tientallen zwerfhonden die snuffelend en vergenoegd kwispelstaartend tussen de troep door aan hun gerief proberen te komen. Maar op dit matineuze moment van de zondagochtend hebben de meeste van die pluizige mormels zich op hun luie vacht tegen een warme gevel van een huizenblok neergevleid, de ogen gesloten, rustig snuivend. Vanaf de afbladderende gevels waken vanuit de met een elektrisch kaarsje verlichte nissen de honderden madonna’s, al dan niet omgeven door een stralenkrans van namaak bladgoud. Het heeft allemaal wel wat weg van Mouraria, de Arabische wijk van Lissabon; alleen is het hier allemaal smeriger en bovendien zijn er minder steile straten. Tegen twee uur is het, als we uit de kathedraal stappen. De graftomben van de Siciliaanse monarchie zijn vanwege het feit dat de laatste zondagsmis nog niet is afgelopen, echter niet te bezoeken. Van binnen is de kathedraal een koele classicistische kerk geworden, hoewel het laat barokke overheerst. Zoals overal in de stad treffen we hier de schutspatroon van de stad, de heilige Rosalia, waarvan in de kapel rechts van het koor in een massief zilveren urn uit 1631 op het altaar de relikwieën rusten. Tijd voor de lunch. In de schaduw - maar dan niet letterlijk - van de met rode, islamitische koepeltjes versierde San Cataldo val ik met Caroline en Renaldo neer op het terras van een uitnodigend restaurant. Het wordt spaghetti alle vongole met als dessert een ficodindia, cactusvijg. De ober schilt ze voor me met de nauwgezetheid van een middeleeuwse benedictijn en ik doe me vervolgens tegoed aan een groen, een oranje en een rood exemplaar. Na de siësta is het al bijna donker. Om vijf uur wordt de stad in sfeerverlichting gezet: de lantarens verspreiden een geeloranje licht dat voor de rest van de dag de ergste armzaligheid aan het oog zal onttrekken. En de verslonste wijken zelfs een feeëriek uiterlijk geeft. Inmiddels loopt de stad ook weer vol met verkeer. Ik zie het gebeuren vanaf een beschut terras, gezeten achter een stevig glas Heineken. De buurt rondom het Stazione Centrale is altijd al druk en dat is op deze late zondagmiddag niet anders. Slenterend door de smalle straatjes rondom het station golft afwisselend Italiaanse en Arabische muziek uit de openstaande ramen naar buiten. Slechts het geluid van piepende Vespa-banden op het gladde wegdek onderdrukken voor een ogenblik dit muzikale behang.

February 25th, 2007

Zonnige zondag in Palermo aan de terrazze a mare

Posted in: Travels — admin @ 22:41

Palermo lijkt wel een permanent filmdecor. Natuurlijk ben ik beïnvloed door wat ik gezien heb aan Italiaanse films. Vroeger de gebroeders Taviani (Kaos en La Notte di San Lorenzo), tegenwoordig de films van Giuseppe Tormatore (L’Uomo delle Stelle en Malena). Maar misschien ben ik die gedachtenrichting ingedreven door het boek van Theresa Maggio, HET STENEN BOUDOIR, waarin ze in het voorwoord schrijft: "Er gonst iets in de stenen van de Siciliaanse bergdorpjes en ik ben er door geobsedeerd geraakt." Waarna ze prompt de film L’Uomo delle Stelle van Giuseppe Tornatore aanhaalt die speelt in de jaren vijftig van de vorige eeuw en gaat over een oplichter uit Rome die in een beschilderde vrachtwagen naar Siciliaanse bergstadjes rijdt en mensen laat betalen voor proefopnamen die hij maakt zonder film in zijn camera. Boeren tellen hun laatste lire neer om voor zijn lens hun hart uit te storten.


de Cattedrale van Palermo


Alle clichébeelden over Sicilië liggen in die paar zinnen van Theresa Maggio. De landelijke Siciliaanse bergdorpen. De gewiekste oplichter. De domme boeren. Wat ontbreekt is de femme fatale. En dat juist heeft hij in zijn film MALENA meer dan goed gemaakt. De film speelt in 1941, tidens de Tweede Wereldoorlog. Maar de Siciliaanse mannen hebben heel wat anders aan hun hoofd. Haar naam is: Malena. Deze oogverblindende Italiaanse schoonheid heeft net haar man verloren in de oorlog en is dus alleen. Je kunt wel raden wat er gebeurt: A world at war. A young man coming of age. And the woman who changed his live forever! Aldus de trailer van de film. Voor dit ogenblik gewoon terug naar Palermo. Zondagmorgen.


strakblauwe lucht boven de Cattedrale


STORIA DI PALERMO, deel 3

Klokgelui doet me ontwaken. Zware bronzen tonen wisselen af met lichte, triangelachtige, heldere tikken. Zondagmorgen in Palermo. Een strakblauwe lucht en een lage novemberzon doen hun best de stad een zomers aanzien te geven. Nog voor het ontbijt maak ik een wandeling naar de kathedraal, op nog geen tien minuten gelegen van het hotel. Het machtige bouwwerk is een geslaagde hybride vrucht van een copulatie tussen gothiek, renaissance en arabische stijlen. Hoge, ijle palmen steken de tempel Gods naar de kroon, maar verliezen het eervol. Het is nog geen acht uur, en derhalve heerst er een weldadige rust in de Corso Vittorio Emmanuele en in de zijstraten ervan. Geen spoor van het nijvere mierenvolk van de avond daarvoor. Vuilniswagens doen hun best het ergste vuil van de straat te halen. Tijdens het ontbijt maak ik kennis met het bonte Europese gezelschap dat deze week in Palermo zal zijn. Juan Gomez Bonillo uit Las Palmas en Maria Paz Gomez uit Murcia. Even later verschijnen ook Anastasia Michailidou uit Thessaloniki en Renaldo Salgarolo uit het Franse Duinkerken. En ook de anderen druppelen, nog licht slaperig, de ontbijtzaal binnen. Ook Caroline schuift aan. Uitgeslapen, en klaar om Palermo op deze zondag eens goed te verkennen. Terwijl de Spaanse en Griekse afdeling met een huurauto het eiland zal gaan exploreren, besluit ik om samen met de Franse delegatie het Siciliaans avontuur op deze zondag tot Palermo te beperken.


de toerist himself


Het zonnige weer nodigt uit om te voet de stad in te trekken. Via de Vucciria, de souks van Palermo met veel groenten- en viskramen, is het slechts een korte wandeling naar de haven. Vanaf de kaden is goed te zien hoe Palermo als in een schelp ligt ingesloten tussen de massieve, snel stijgende bergen. Conca d’Oro. Een gouden schelp, en dat is geenszins overdreven uitgedrukt op deze stralende zondagmorgen. De blauw-witte vissersbootjes deinen traag op het spiegelgladde water. Op de plezierjachten wordt alles in gereedheid gebracht om er eens goed de tijd voor te nemen een exquis ontbijt te nuttigen. Maar dat geldt slechts een te verwaarlozen elite in deze stad, die vanuit het hele eiland wordt overspoeld door naar werk en lires hunkerende paupers. Het is goed slenteren over de terrazze a mare, waar op deze ochtend alleen de hengelaars actief lijken te zijn. Staand of zittend op de manshoge rotsblokken hopen ze een vis op te kunnen hijsen uit het olieachtige water. Op bankjes zitten grijze nonna’s met hun kleinkinderen te flikflooien. Een enkele trimmer, maar altijd met sportfiets, verstoort het tempo op deze traag verglijdende zondagmorgen. Leven in de breedte, zou de Nederlandse schrijver A. F. Th. Van der Heijden zeggen. Tijd is een relatief begrip. Dat wordt hier aan de haven van Palermo meer dan duidelijk geïllustreerd. Vervolgens gaat het verder, naar de Villa Giulia, een volledig met ijzeren hekken omgeven park vol dadelpalmen en andere, groenblijvende mediterrane vegetatie. Namaak Romeinse beelden en fonteinen. Voor de annex gelegen Orto Botanico dient 6000 lire entree betaald te worden. Maar daarvoor krijg je dan ook dik terugbetaald in de vorm van honderden verschillende cactussooorten. Ofwel honderd meter brede ficusbomen met gigantische luchtwortels en tientallen soorten bamboe. Een soort aards paradijs, maar dan midden in Palermo. Papyrus, drakenbomen, stekelige, dikbuikige flesbomen, maniok, papaya, koffie- en cacaobomen, kapok. En alles op onverschillige wijze toch goed onderhouden. Veel bomen en planten staan nog in bloei. Vruchten, sinaasappels, citroenen en andere citrusvruchten aan de bomen. Kurkeiken, rubberbomen. Zo slenteren we op ons gemak wat door deze Palermiaanse Hof van Eden. Tot we zin krijgen in een kop opwekkende koffie.

Zaterdagavond in Palermo: inktvis en blonde poezen

Posted in: Travels — admin @ 22:25

Je zou Sicilië vanwege zijn verscheidenheid in landschappen bijna een klein continent willen noemen. De natuur van dit Continente Sicilia is niet allen subtropisch vanwege de Middellandse en de Ionische Zee die er aan alle kanten tegen aan klotsen. Er is bijvoorbeeld niks te merken van verwoestijning en verdorring in het noordoosten van het eiland, waar ook midden in de zomer de bloemen blijven bloeien en het landschap verrassend groen blijft. Maar de lange kuststrook tussen Gela en Selinunte doet daarentegen weer echt Afrikaans aan, met een vaak verzengende zon. Het zuidoosten bestaat uit een uitgestrekte uit kalksteen gevormde hoogvlakte, die doorkliefd wordt door diepe dalen en ravijnen. Op de hoogvlakten kan het in de herfst en in de winter venijnig koud zijn. Vaak ligt er op de hoogste toppen langdurig sneeuw. En dan is er de nog werkende vulkaan, de Etna. Met bizarre, kale maanlandschappen er omheen. En er zijn de vele steden aan de kusten, en ook de afgelegen dorpen in het berglandschap in het binnenland. Kortom, veel te zien. Dat hebben al die indringers de voorbije millennia ook gedacht: Grieken, Romeinen, Arabieren, Noormannen, Fransen, Spanjaarden, allemaal hadden ze wel een tijd lang de heerschappij over dit fantastische eiland, ook wel Trinakria genoemd naar de driehoekige vorm van het eiland. Vandaag deel 2 van mijn STORIA DI PALERMO: zaterdagavond in Palermo


 

aan de havenkades van Palermo

 


 

STORIA DI PALERMO, deel 2

Zelfs in het donker valt je op hoe ongelooflijk vervuild de straten en de trottoirs erbij liggen. Een tapijt van papier- en plasticafval. De nu snel naderende gemeenteraads- en burgemeesterverkiezingen doen er nog eens een schep bovenop, want duizendvoudig dwarrelen de kleine, kleurrijke flyers met de parmantige, vaak besnorde koppen van christelijke leiders of rechtsextremistische, socialistische en communistische voormannen over de grote, ongelijk gelegen trottoirtegels. Klaarblijkelijk zijn alle plaatselijke milieuactivisten op transport gesteld naar Siberië of naar een vergelijkbaar onherbergzaam Siciliaans verbanningsoord. De winkels in de Via Maqueda zijn nog in vol bedrijf. Goed tegen de kou beschermd kooppubliek krioelt als een bedrijvig mierenvolk over de straat en het plein bij het Teatro Massimo. Honderden kleine winkeltjes laten zien dat kleinschalig nering doen nog loont. Soms bestaat die winkel slechts uit een snel opgetrokken zeildoek- en plankengeheel waar de Palermiaanse mieren in en uit slepen met de door hen gekochte spullen. Flarden grijze rook drijven vanuit de brede pannen met gepofte kastanjes de trottoirs en de straten over.

 


 

gemeenteraadsverkiezingskoorts in Palermo


Als de cena in Restaurante Primavera trendsettend is voor wat me deze tien dagen te wachten staat dan heb ik de neiging nu al bij te tekenen voor nog eens een decennium. Voor slechts 36.000 Lire, nog anderhalve maand een geldig betaalmiddel, laat ik mijn speekselklieren op volle toeren werken. Smakelijke gevulde en gegrilde aubergines escorteren twee forse dikbuikige inktvissen die bij het opensnijden een golf van gitzwarte inkt over mijn bord verspreiden. Een halve liter donkere marsala. Zoet gebak na. Terug in Albergo Sole, waar de Italiaanse TV zijn door zichzelf voorgeschreven quantum veel te blote en veel te blonde langharige poezen ongegeneerd overdreven door het beeld laat huppelen. Hun explosief tietwerk, aan de achterzijde, maar wat lager, in evenwicht gehouden door een dubbelronde, glimmende bilpartij, is bedoeld om de aandacht af te leiden van de stompzinnige spelletjes die de meeste zenders deze avond over Italië uitstorten. Deze opzet lijkt meer dan geslaagd. Zelfs de mondiale terrorist Bin Laden zou het bij het zien van deze vleselijke deiningen moeilijk hebben te blijven volharden in zijn orthodox islamitische opvattingen. Ook een manier om de wereldterrorist uit zijn Tora Bora grot te lokken.

Sicilië: STORIA DI PALERMO

Posted in: Travels — admin @ 21:21

Ik ga weer op reis. Dat die reis al voorbij is doet er niet toe. Pas nu heb ik de tijd gevonden om de herinneringen en indrukken op papier te zetten. Dat gaat vaak zo. Tijdens zo’n reis heb je meestal weinig tijd en beperkt je je tot het maken van wat vluchtige aantekeningen en notities. Als het meezit heb je thuis de tijd om een en ander uit te werken. Dat heeft in dit geval een paar jaar geduurd. De reis die ik maakte naar Sicilië (Palermo) was aan de vooravond van de introductie van de euro: van 17 tot en met 26 november 2001.


 


 

Ook op Sicilië gaf de introductie van de euro de nodige commotie. Ze bleven natuurlijk gewoon in euro’s afrekenen, de Sicilianen, hoorde je overal. Dat de nieuwe munten en biljetten daarvoor steeds omgerekend moesten worden, dat deerde niet. Bij alle prijskaartjes zou het bedrag in lires groot en vet worden gedrukt, de overeenkomstige euro’s in het klein daaronder. Omdat het nu eenmaal moest van die verschrikkelijke bureaucraten. Italië kon er alleen maar op achteruitgaan. Dat was zeker. En Sicilië nog het meest. Want dat werd door de regering in Rome sowieso al achtergesteld. Wat de foto’s betreft het volgende: omdat ik nog analoog (Pentax) fotografeerde, heb ik sommige foto’s nog eens digitaal overgedaan. De kwaliteit is niet optimaal. 

Hoewel de standplaats Palermo was tijdens die tien novemberdagen, heb ik zeker nog een heleboel gezien in de wijde omgeving: van het binnenland van de Madonie tot aan de Griekse tempels van Segesta. Sicilië is een fantastisch eiland. Dat wilde ik even laten weten.

 


 

Grande Albergo Sole, mijn hotel in het wit (rechts op de foto)

 


STORIA DI PALERMO, deel 1

Restaurante Primavera, vlakbij mijn Albergo, en om de hoek gelegen aan het Piazza Bologni, opent pas om acht uur ’s avonds zijn deuren. Ik zal nog een half uur geduld moeten hebben, dus. Misschien maar beter ook. Dan krijgen de eerste indrukken van deze stad in ieder geval de kans beter in te dalen. Als aperitief op de hoofdmaaltijd Palermo. Pikdonker is het inmiddels, want de winter nadert merkbaar snel, op deze zaterdag 17 november. Eigenlijk viel de duisternis al in vlak na de landing op Aeroporto Falcone e Borsellino, op zo’n dertig kilometer westwaarts van de stad. Al om vijf uur deze middag sloop de nacht als een dief over de zwaar beschaduwde bergen van het eiland. Vlucht AZ-1765 van Alitalia is op dat ogenblik met bijna een uur vertraging gestrand op het naar de voormalige, gevreesde maffiabestrijders genoemde vliegveld van Palermo. Vervolgens duurt het nog een uur, voordat een kleine shuttlebus me van het vliegveld naar het centrum van de stad getransporteerd zal hebben. Tijdens de rit maak ik kennis met Caroline, een jonge française uit de Elzas. Ze blijkt net als ik deel uit te maken van het gezelschap dat vanaf maandag een studieprogramma heeft af te werken op het eiland. Vanaf het Stazione Centrale nemen we samen een taxi naar Grande Albergo Sole, al centro della parte storica, artistica en commerciale della città. Grande Albergo Sole is een pompeus, op vergane glorie terend hotel exact in het midden van de stad, op de kruising van de Corso Vittorio Emmanuele en de Via Maqueda, vlak tegenover de beroemde Fontana Pretona, dat al een tijd door houten schuttingen is afgeschermd vanwege grootschalige restauratiewerkzaamheden. Quatro Canti heet dit centrale punt, het barokke hart van de stad.

 


 

in Palermo hangt nooit de vuile was buiten


Bij het uitpakken van het koffer even tijd om de eerste opgedane impressies te laten fermenteren. De uitbundige kerstversieringen van de aan de rand van de stad gelegen koopcentra. Auguri en Buon Natale spetteren je in alle kleuren van de regenboog tegemoet. Het zaterdagavondverkeer is dan al volledig vastgelopen in een onontwarbaar kluwen van claxonerend blik. En de in een zee van licht badende winkelcentra gaan hier voorlopig nog niet dicht. En er zijn de op volle toeren draaiende kermiscomplexen langs de rand van de weg. De duizenden kerststerren die oplichten of flikkeren vanuit even zovele verlichte huiskamers van de wat slordig neergeworpen huizenblokken, completeren de heksenketel die Palermo heet. Tien dagen lang zal ik hier verblijven. Casa Nostra.

 

 

 

 

February 23rd, 2007

Nogmaals de Arte Povera van Giuseppe Penone

Posted in: Artist Impressions — admin @ 15:22

Giuseppe Penone, in 1947 geboren in Piemonte / Italië, woont en werkt in Turijn. Zijn internationale befaamdheid zorgde ervoor dat hij meerdere malen kon deelnemen aan de Dokumenta in Kassel. Ook had hij al eens een grote overzichtstentoonstelling in het Parijse Centre Pompidou. En nu is hij dan neergestreken in Kleve, op een plaats die uitermate geschikt voor hem lijkt: in de vrije natuur tussen de bomen van het parklandschap rondom het Kurhaus.

Want de tentoonstelling van Giuseppe Penone vindt zijn begin- en eindpunt buiten. In de Forstgarten aan de overkant van het museum staat het monumentale werk L’ombra del bronzo (de schaduw van het brons; 2002). Het is een 16 meter hoog afgietsel van de stam van een ceder. Alle takken van de stam zijn afgezaagd en direct boven het gras heeft hij een kleine deurachtige opening waarin een altijd groene boom – in dit geval is het hulst – groeit. In het uit de oorspronkelijke stam van de ceder gesneden stuk hout heeft hij de jonge boom blootgelegd. Dit element heeft hij eveneens in brons laten gieten en naast de hoge bronzen cederstam opgesteld (‘l’ombra del bronzo’).

 

Terug naar het museum. In de pinakotheek van Museum Kurhaus zijn Penone’s meest recente werk, uit de periode 2004-2006, tentoongesteld. De tekeningen op groot formaat voeren als titel ‘Huid van grafiet’ beelden uitvergrote delen van de huid af. Grafiet heeft een vettige consistentie, vergelijkbaar met de menselijke huid. Penone heeft het op zwart papier opgebracht zodat de reflecterende eigenschappen tot uitdrukking komen. Ook in een van de bovenzalen is de menselijke huid uitgangspunt. In dit geval is het uitgangspunt is een vingerafdruk, om precies te zijn die van de middelvinger van de rechterhand. De karakteristieke lijnen van de huid heeft Penone – steeds de door de vingerafdruk vastgelegde afstanden tussen de lijnen in acht nemend – verlengd tot aan de grenzen van het 200 x 120 centimeter grote tekenvel komen. Over arte povera gesproken.  

 

Het belangrijkste, en tegelijkertijd het grootste werk van de expositie is te zien in de grote wandelhal. Het is ‘Gouden huid op acaciadoornen’ (2001-2002). Het is een meer dan levensgrote afbeelding, op basis van een afdruk van de huid, van een mond met behulp van duizenden doornen van acacia’s. Het moet letterlijk een monnikenwerk geweest zijn de zwarte doornen op de dertig aan elkaar geschakelde panelen te bevestigen. Een element uit een dun goudblik, waarop een handafdruk te vinden is, lijkt als het ware voor de ‘doornenmond’ te zweven. Het is “een afgestroopte huid uit goud, een onvergankelijk materiaal”, zegt de meester zelf erover.

Gouden huid op acaciadoornen (2001-2002)

 

detail ‘Gouden huid op acaciadoornen’

February 22nd, 2007

Arte Povera van Giuseppe Penone in het Kurhaus van Kleve

Posted in: Artist Impressions — admin @ 17:14

Omdat het schitterend voorjaarsweer is besluit ik direct na de middag naar Kleve te rijden, naar het Museum in het oude Kurhaus. Het museum ligt midden in een historisch parklandschap. Deze middag schijnt het flauwe strijklicht van de voorzichtige voorjaarszon over de brede gazons en waterpartijen.

Het was onze eigen Johan Maurits van Nassau die vanaf 1647 de herbouw van Kleef na de verwoestingen van de Tachtigjarige Oorlog voor zijn rekening nam. Ook het Kurhaus dateert uit die tijd. De Kleefse landschapsparken werden aangelegd in de traditie van de Hollandse en Italiaanse tuinarchitectuur. DE vorm is sinds die tijd nagenoeg gelijk gebleven.

Het Museum Kurhaus is ondergebracht in de classicistische badgebouwen van het voormalige ‘Bad Kleve’, vlakbij de baroktuinen van Johan Maurits. Het herbergt een omvangrijke collectie hedendaagse kunst met werken van onder andere Beuys, Christo, Klein, Merz en Serra. Vanaf 8 oktober 2006 tot en met 25 februari 2007 is het gebouw bijna volledig gevuld met werken van de Italiaanse ‘arte povera’ kunstenaar Giuseppe Penone. Een verrassing voor mij, want ik kende de kunstenaar tot nu toe niet. Althans ik had nog geen werk van hem in het echt gezien, hoewel hij internationaal absoluut meetelt en tot de meesdt invloedrijke kunstenaars van Italië gerekend moet worden.

Met zijn tekeningen, beelden en installaties legde hij de grondslag voor een unieke esthetiek die gekenmerkt wordt door respect voor de natuur. Veel van het werk dat in het Kurhaus te zien is, is van hout dat rechtstreeks uit de natuur is aangevoerd. En vervolgens door Penone is ontleed. Hij betrekt de natuur als een actieve partner in zijn creatieve proces. Net zoals in het Talpa-programma ‘Anatomie voor beginners’ het lichaam tot in al zijn uithoeken wordt blootgelegd. Letterlijk, in dit geval. Zo ook bij Giuseppe Penone.

 

Bij Penone worden de anatomie en de natuur letterlijk gekoppeld. Er zijn werken te zien uit de jaren ´60 en ´70, uitvoerig gedocumenteerd door de kunstenaar. Want het ontstaan van veel van zijn werken heeft tijd nodig.

De kunstenaar raakt met zijn rechter hand een jonge boom aan en vereeuwigt deze handeling doordat hij op dezelfde plaats een stalen of bronzen afdruk van de hand aanbrengt.

 

Tijdens het verder groeien moet de boom op deze hand reageren en zich aan het vreemde voorwerp aanpassen. Na vele jaren ontstaat zo een ´levende´ sculptuur die de natuur in een voortdurende dialoog met de mens brengt. Maar er is meer te vertellen over Penone. En meer te zien.

Morgen verder.

 

 

February 13th, 2007

Finnegans Wake: The last post van de literatuur?

Posted in: Literair — admin @ 11:00

De laatste dagen ben ik me weer, voor de zoveelste keer, aan het verdiepen in James Joyce (1882-1941) en zijn bandeloze teksten. Met ‘bandeloos’ bedoel ik in dit geval dat Joyce zich door geen enkele literatuurtheoreticus de wet voor laat schrijven. Sterker nog: hij probeert het de verzamelde literatuurexegeten zo lastig mogelijk te maken. Alsof hij er een duivels plezier in schept ze op labyrintische dwaalsporen te brengen.

  

 

Beeld van James Joyce in het centrum van Dublin

Was ULYSSES (1922) al een kloek werk waarin je je tanden volledig kunt stuk bijten, het volumineuze FINNEGANS WAKE (1939) laat je alle hoeken van de literatuurkamer zien. Totdat je knock out in de touwen hangt, snakkend naar adem. Zeventien jaar lang werkte het Ierse brein aan deze ‘roman’. Anders dan in ULYSSES was het moeilijk om in de doorlopende streams of unconsciousness een verhaal te ontdekken, terwijl de ver doorgevoerde woordspelletjes en stijlexperimenten vele lezers een nervous breakdown bezorgde. Zelfs een Joyce-fan als Vladimir Nabokov omschreef het boek als een versteende woordspeling. Lange tijd werd het boek daarom onvertaalbaar geacht. Maar inmiddels is het toch gebeurd. Zeven jaar lang werkten de vertalers, Erik Bindervoet & Robbert-Jan Henkes, aan de vertaling. Dat was nog altijd tien jaar minder dan Joyce nodig had om het boek te schrijven. In 2002 verscheen het boek in een tweetalige editie: links de Engelse, rechts de Nederlandse tekst. De tweetalige uitgave is verschenen bij De Arbeiderspers en kost slechts 75 euri.

 

Voor veel doorgewinterde lezers is FINNEGANS WAKE het einde van de literatuur, de last post. Een stap verder gaan kan niet meer, dan houdt het op en verzink je in het moeras van de totale onsamenhangendheid. En misschien is zelfs dit boek al een overlevingstocht door het linguïstisch moeras dat Joyce zelf heeft ontwikkeld, als een soort wet lands voor de allesdurver op literair gebied.

 

 FINNEGANS WAKE samenvatten is echter nog dan het vertalen ervan. Zoveel lezers zoveel indrukken. De enige consensus is dat het boek een droomnacht weergeeft uit het leven van een Dublinse Elckerlyc, Humphrey Chimpden Earwicker (HCI), en zijn vrouw Anna Livia Plurabelle en kinderen Shem, Shaun en Isabel. In HCI’s droom vloeien mythologie en geschiedenis van de mensheid in elkaar over.

De vertalers raden de lezer overigens aan om bij hoofdstuk twee te beginnen, omdat dat minder moeilijk is. Daarna begin je gewoon vooraan. Om het allemaal nog ‘toegankelijker’ te maken, publiceerden de vertalers in 2005 een zogenaamde FINNEGANCYCLOPEDIE, waarin ze in 26 hoofdstukken (de letters van het alfabet!) verslag doen van hun zevenjarige avontuur. In de verschillende hoofdstukken passeert veel de revue. Zoals de muzikaliteit van Joyce, zijn talenkennis (in FINNEGANS WAKE zouden 60 verschillende talen worden gebruikt, ook Nederlands), de manier van werken van de auteur en uiteraard de ontwikkeling van deze Babylonische woordenberg.

De FINNEGANCYCLOPEDIE, eveneens uitgegeven bij De Arbeiderspers, levert naast de 26 intrigerende hoofdstukken ook een cd, met daarop alle aantekeningen die de vertalers hebben gemaakt. Plus een aantal geluidsopnamen van o.a. Johanna ter Steege, Erik van Muiswinkel en Toon Tellegen. Zij lezen fragmenten voor van de Nederlandse vertaling. Als bonustrack is de voor FINNEGANS WAKE grondleggende Ierse ballade Tim Finnegans Wake, in vertaling gezongen door Dierenpark. En nu snel naar de tekst!

 
  • ON THE ROAD naar Santiago de Compostela

  • Sint Jacobus leidt me door braamstruiken en naar bierloze cafés

  • New York op doek: nieuwe schilderijen

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 20

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 19

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 18

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 17

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 16

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 15

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 14

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 13

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 12

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 11

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 9

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 8

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 7

  • Christo in Central Park New York

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 6

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 5

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 4

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 3

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 2

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 1

  • Sleepless in Manhattan - intro

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 17

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 16

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 15

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 14

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 13

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 12

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 11

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 9

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 8

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 7

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 6

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 5

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 4

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 3

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 1

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico García Lorca 1

  • BINNENKORT IN DIT THEATER: ANDALUSIË

  • Hermitage: het zomerpaleis van Nicolaas II aan de Amstel

  • Wajauw? Met Ahmed Marcouch en Hans Laroes naar Brooklyn aan de Maas

  • Luik: van nu en toen, van Calatrava en Les Olivettes

  • Geen Pim Pandoer, wel Beethoven in ’s Heerenberg

  • Spaanse La Notte in het Hollandse Slot Loevestein

  • Van Gogh en de kleuren van de nacht in Amsterdam

  • Opnieuw de ruimte in: A Space Odyssey 2

  • Schilderen: een lange winter met gebrande omber sienna

  • Paradise by the dashboard light

  • Shipbreaking op doek. Met dank aan Edward Burtynsky - Work in Progress

  • Ode Maritima aan Fernando Pessoa

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 16

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 15

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 14

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 13

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 12

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 11

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 10

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 9

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 8

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 7

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 6

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 5

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 4

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 3

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 2

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 1

  • MANHATTAN TRANSFER

  • Corrida aan het einde van de Indian Summer

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 14

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 13

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 12

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 11

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 10

  • Intermezzo: Lucien zingt Lee Towers

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 9

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 8

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 7

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 6

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 5

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 4

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 3

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 2

  • Valencia: tapas op de Feria van Calatrava 1

  • VALENCIA: tapas op de Feria van Calatrava

  • Feria Andaluza in Boom België, of all places

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 15 / slot

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 14

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 13

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 12

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 11

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 10

  • Powered by ME :) !! en MainCore
    Blog (c) WordPress 1.5 Theme created by McMike and Mr-Godd