Opnieuw Nijmegen vandaag. Omdat we goed in de tijd zitten, eerst een wandeling door het winterse centrum van Nijmegen. De vijvers in het Kronenburger park zijn bevroren. De eenden waggelen op hun brede flappoten over het gladde ijs. Verder is er nauwelijks een wandelaar te bespeuren.

In De Waag, een horeca-etablissement tegen het bronzen beeld van Mariken drinken we koffie en eten vervolgens een kop erwtensoep met brood en katenspek. Daarna nog even verder door het centrum gestruind, en door neerslachtig makende overdekte winkelcentra. Overal volgens dezelfde steriele formule vorm gegeven.
Om kwart voor twee melden we ons bij het MuZIEum, het – volgens eigen zeggen – ervaringsmuseum over zien en niet zien. Het museum ligt in het centrum tussen de spoorlijn die even verderop de Waal oversteekt en de door de gemeente opgezette tippelzone die op dit middagtijdstip nog niet in bedrijf is. Het witte bord meldt dat klanten er tussen 20.00 uur en 02.00 uur terecht kunnen en dat “het afwerken uitsluitend dient te geschieden in de afwerkloods”; de straatprostituee dient minimaal 18 jaar te zijn, verordonneert het bord. Maar dit terzijde. We kwamen immers voor het MuZIEum.

Er is veel te zien en te ervaren in het nog niet zo lang geleden geopende museum. Voor niet alles kunnen we voldoende tijd nemen, omdat we om 14.45 uur zullen deelnemen aan de ‘Dialoog in het donker’, een wandeling van een uur door de absolute duisternis. Het bekijken en ervaren van het blindenschrift, het braille, gaat misschien te kort. Maar voor de andere afdelingen, zoals het Opticum (de theorie van het zien) en het Retrospectum, de tijdmachine (hoe functioneerden blinden in vroegere tijden) nemen we meer tijd. Ook nemen we een ‘lichtbad’ in relaxfauteuils word je ondergedompeld in verschillende kleuren licht.
De ervaring die de meeste indruk maakt is de – zo noem ik die maar, naar Louis-Ferdinand Céline – de ‘Reis naar het einde van de nacht’. We worden ontvangen (nadat we een blindenstok in de hand gekregen hebben) door Johan, die op zijn 12e in de achtertuin van zijn ouders een daar opgegraven granaat uit de Tweede Wereldoorlog liet ontploffen. Met alle fatale gevolgen van dien. Want hij is niet alleen aan beide ogen blind, maar tevens flink verminkt aan zijn handen.

Johan laat ons een uur lang ervaren hoe het is te leven in het donker. Dus lopen we met hem naar zijn kantoor met sprekende computer en een bibliotheek vol brailleboeken. Bezoeken we het Kronenburgerpark en zitten daar op een bank, terwijl het verkeer op de achtergrond voorbij raast en de vogels in de nabijheid dat geluid proberen te overstemmen. Daarna gaat het naar de markt, maar voor we daar arriveren stuiten we op geparkeerde auto’s en fietsen. Op de markt betasten we groenten, ruiken aan kruiden en laten allerlei stoffen door onze handen glijden. Daarna steken we een gevaarlijke weg over (letten daarbij op het getik van het ‘groene’ oversteeklicht) en belanden tenslotte in de bar. Dit keer wel heel letterlijk een dark room. Drinken daar een cola en rekenen af, waarbij we goed moeten uitkijken dat we niet besodemieterd worden met het kleingeld dat we terug krijgen. Maar Johan leert ons voelen. En ook de andere zintuigen (reuk, smaak) te gebruiken om het gemis van de ogen te compenseren.
Al met al een schitterende ervaring. Maar tevens moet ik er niet aan denken niet meer te kunnen zien, en daardoor bijvoorbeeld het schilderen te moeten missen (hoewel ook dat mogelijk is). Johan leidt ons naar het einde van onze reis door de nacht, want die komt voor ons weer als we de uitgang van deze duistere wereld bereiken. Voor hem gaat het gewoon door. Maar hij blijft er opgewekt onder. Fluiten in het donker?

Om vijf uur halen we Raymond op zijn nieuwe werkplek, het NCMLS (het Nijmegen Centre for Molecular Life Sciences). We krijgen een snelle rondleiding door het labyrint van deze spiksplinternieuwe researchtempel.

