November 27th, 2006

Andalusië - hasta la vista!

Posted in: Travels — admin @ 9:28

 

Andalusië - hasta la vista!

Tot slot van de 26 afleveringen van onze reis door Andalusië haal ik nog een paar beelden terug van de plaatsen die we bezocht hebben. Niet alle plaatsen komen aan bod, maar wel de highlights. Een paar foto’s zijn het maar, als oriëntatiepunten. Voor het volgende bezoek misschien. Kom, nog even snel als een Japanner door Andalusië: Marbella - El Borge - Ronda - Granada - Cordoba - Sevilla.

 

Marbella - entree

El Borge - Casa Garcia Lorca

Ronda - arena

Granada - Alhambra

Cordoba - Mezquita

Sevilla - Plaza de España

 

November 26th, 2006

Reisboek Andalusië - Palabras de Otoño 26: Malaga

Posted in: Travels — admin @ 11:58

MAAR UITEINDELIJK KOM JE TOCH WEER THUIS
 
Na het Engelse ontbijt in Hotel Picasso pakken we nog snel de laatste spullen in de koffers. De twee weken Andalusië zijn bijna voorbij. Een weemoedig stemmende gedachte. Maar het is niet anders: alles is eindig.

Dan eerst naar autoverhuur Marbesol bij het vliegveld van Malaga. Auto inleveren. Binnen tien minuten rijd ik er naar toe. De formaliteiten zijn in een paar minuten afgewikkeld. Er wordt nauwelijks gekeken of er schade is aan de auto. Alleen de kilometerstand wordt opgenomen. Omdat ik thuis al elektronisch via internet heb betaald, lijkt het nu alsof we de auto twee weken gratis hebben kunnen gebruiken. Een zonnige gedachte.

 

Dan lopen we met de koffers de hellingbrug over, richting vertrekhal. Proberen snel de koffers kwijt te raken. Dat lukt. Maar tegelijkertijd meldt de Iberia-medewerker aan de balie dat onze vlucht naar Barcelona (waar we een overstap zouden hebben) is gecancelled. Maar geen paniek. Er wordt een oplossing gezocht. Die is er inderdaad binnen vijf minuten. Dan komt een vriendelijke medewerkster van Iberia met nieuwe tickets aanzetten. We zullen eerst naar Madrid vliegen en daar overstappen naar Amsterdam. De vlucht naar Madrid vertrekt zelfs een uur eerder dan die naar Barcelona. We zullen wél in Madrid een uur langer op de transit naar Amsterdam moeten wachten. Anderhalf uur later zitten we (weer, want ook op de heenvlucht) in de nieuwe vertrekhal van vliegveld Barajas in Madrid.

Het wachten in Madrid duurt langer dan voorzien. We lunchen daarom uitgebreid in een van de vele – Spaanse – restaurants van de luchthaven. Maar dan zien we tot onze verbijstering dat alle vluchten (ook die van andere maatschappijen) naar Amsterdam vertraging hebben. Als enige van de vele flights in het vluchtschema die over de schermen rollen. We leggen ons er maar bij neer, iets anders is toch niet mogelijk. Blijkbaar verloopt het reisschema op deze dag allemaal anders dan gepland. Maar om vijf uur is het toch zover. Instappen en wegwezen. En de piloot zet er vaart achter. Spanje glijdt onder ons weg en boven Frankrijk begint ook de rest van de wereld weg te zakken in de duisternis van de nacht. Het levert wel een aantal mooie beelden op van een ondergaande zon boven de wolken. Een oranje gloed glijdt over West Europa, ten teken dat de dag aan zijn einde komt. Om kwart over zeven landen we op Schiphol.

 Het wachten op onze tweede koffer duurt langer dan voorzien. Het grondpersoneel houdt de spanning er in. En terwijl alle passagiers al verdwenen zijn hobbelt daar ten slotte onze koffer over de lopende band in onze richting. Inmiddels heb ik al treinkaartjes uit de NS-automaat gehaald, zodat we snel over kunnen stappen. Maar ook dat blijkt een illusie.De laatste rechtstreekse trein naar Eindhoven is net een kwartier eerder vertrokken. Bovendien – de wet van Murphy beheerst de logistiek vandaag volledig – meldt de perronspeaker een geknakte bovenleiding in de richting van Amsterdam. Dat kan er ook nog wel bij. De perronaanduidingen blijken ineens allemaal niet meer te kloppen. Toch maar naar Duivendrecht. In een overvolle trein. Daar sprint iedereen naar de trein naar Utrecht Een paar geüniformeerde NS-onnozelaars staan daar onder an de roltrap de treinkaartjes te controleren. De onnozelaars worden ruw opzij geduwd en krijgen karrevrachten verbaal vuilnis over zich uitgestort. Terecht.

De rit naar Utrecht verloopt met horten en stoten. De Nederlandse Spoorwegen maken hun slechte naam weer eens meer dan waar. Regelmatig staat de ook nu nog overvolle trein – we staan als pakezels met een tiental andere reizigers in een gedeelte tussen twee compartimenten – midden in de donkere weilanden stil. Dan gaat het weer honderd meter stapvoets vooruit. Even heb je de illusie dat alles volgens het spoorboekje gaat verlopen. Vergeet het maar! Veel te laat arriveren we in Utrecht. Onze aansluiting naar Eindhoven heeft gelukkig ook een half uur vertraging. Hoe kun je boffen op zo’n dag! De reis naar Eindhoven, en daar weer een overstap naar Venlo, verloopt volgens planing. Om kwart over elf ’s avonds zijn we terug op ons uitgangspunt van twee weken eerder: thuis.

November 25th, 2006

Reisboek Andalusië - Palabras de Otoño 25: Malaga

Posted in: Travels — admin @ 9:17

DE CIRKEL IS ROND: TERUG IN MALAGA
 
In Sevilla komt deze ochtend de regen met bakken uit de lucht. Met veel gekletter stort de regen neer in onze smalle straat Corral del Rey. Vanaf het balkon zie ik een nat, bijna Nederlands aandoend Sevilla. En mensen die zich uit de voeten maken onder mega-paraplus. Maar het ontbijt in ons Hostal Sierpes smaakt er niet minder om. Onze Italiaanse medebewoners liggen blijkbaar nog op één oor. Hebben natuurlijk ook de pest in dat het regent.

Bij dit beestenweer hanteren de Sevillaanse taxi’s wachttijden. We moeten dus zo’n twintig minuten wachten alvorens er een voor komt rijden. Maar dan zijn we snel bij de parkeerplaats bij de Universiteit. De Ford Focus staat te glimmen in de regen. Redelijk eenvoudig zijn we even later op weg naar de kust, op weg naar Malaga. Onze voorlaatste dag in Andalusië.

 

Tot Antequera blijven de luchten zwaar. Soms regent het, maar uiteindelijk breekt toch de zon door. En dat hoort ook zo in Andalusië. En ook de temperatuur bereikt weer zomerse waarden. Als we Malaga binnenrijden is die opgelopen tot 26 graden. Maar we rijden nog even door, westwaarts terug de bergen in, in de richting van de Sierra de Nieves.

 

We glijden over fraaie wegen, door een schitterende natuur, naar het bergdorp Guaro. Gewoon om te zien waar een kennis uit onze woonplaats vaak bivakkeert tijdens haar vakanties. Ze is nu op Mallorca, en dus niet ter plekke. De zon schijnt voluit als we in het dorp arriveren. Iets groter dan El Borge, waar we vorige week logeerden, maar het heeft veel overeenkomsten. Net als de meeste dorpen hier kan ook Guaro een pueblo blanco genoemd worden. We wandelen er wat rond, vragen de weg aan wat autochtonen en belanden uiteindelijk – het is immers lunchtijd geworden – in het plaatselijke restaurant, aan de rand van het dorp. Voor 7 euri per peroon wordt daar een menu del día geserveerd. Er zitten meer eters die zich voor weinig geld de buik helemaal rond eten. En drank toe. Want dat is in de prijs inbegrepen. Tijdens het hoofdgerecht is er buiten ineens weer een korte hoosbui. Gelukkig is die voorbij als we weer in de richting van de auto lopen die we in de kern van het dorp hebben achtergelaten.

 

In Malaga slaan we nog even af bij hypermercado Carrefour om wat presentjes voor het thuisfront in te slaan. Naast wat nuttige spullen als aardewerk en messensets, zijn dat vooral etenswaren (droge worsten, granaatappels, olijven enz.).

Om 17.00 uur parkeer ik mijn auto weer voor hotel Picasso in Malaga. Bekend terrein, want hier logeerden we ook de eerste nacht van ons verblijf in Andalusië. We krijgen deze keer een zeer grote kamer toegewezen. Terwijl we het stof afdouchen zijn er op tv reportages over de exorbitante regenval in verschillende streken van Spanje. Overstromingen, schade en panielerige burgers. Ongekende toestanden voor Spanje en Andalusië.

 

’s Avonds is het de bedoeling weer te eten bij ‘onze’ Argentijn. Maar helaas heeft die zijn wekelijkse sluitingsavond. Het wordt het restaurant van de buurman, maar daar blijkt de kwaliteit van de ternera beduidend minder. Die kwaliteit is zelfs omgekeerd evenredig met de prijs die we ervoor betalen: 42,50 euri. Voor Andalusische begrippen een groot bedrag. Maar gelukkig is de crianza 2002 wel van uitstekende kwaliteit.

November 24th, 2006

Reisboek Andalusië - Palabras de Otoño 24: Sevilla

Posted in: Travels — admin @ 9:15

SEVILLA: FLAMENCO IN HET MUSEO EN IN EL ARENAL
Na de lunch lopen we weer het winkelcentrum van Sevilla in. Werpen een blik op de Torre del Oro, de twaalfhoekige vestingtoren uit de 12e eeuw, en het Hotel Alfonso XIII, een van de duurste hotels van Spanje (de Ritz van Sevilla) en gebouwd ten behoeve van de Ibero-Amerikaanse tentoonstelling van 1929. In 1931 moest koning Alfonso XIII zich echter uit de voeten maken, en vluchtte uit Spanje.

Ook al lopen we wat kleding- en andere winkels in, de aankopen vallen tegen. We houden het ‘droog’, en dat is een hele kunst. Maar we vinden gewoon niet, wat ons aanspreekt. Omdat de hemel verder dicht trekt en het zelfs zo nu en dan even regent, besluiten we tegen vijf uur richting Hostal Sierpes te lopen voor een korte siësta, want vanavond wacht ons de flamenco in El Arenal.

 

Voordat het zover is – en dus komt er van die siësta niks meer terecht – lopen we het Museo del Baile Flamenco (MBF) binnen, dat pas geopend is. En in de buurt van ons hostal ligt. Het museum pretendeert tegelijk museum, archief en studieplek te zijn. Tegelijkertijd worden er flamenco-cursussen gegeven. En Eventos nocturnos. En Noches VIP.

Op de website is het allemaal nog eens na te lezen, want er is veel meer te doen dan hier in een paar woorden is weer te geven. In ieder geval – en dat hoort ook zo, natuurlijk – kun je in het museum ruimschoots naar Flamencomuziek luisteren en naar flamenco-optredens kijken. Het museum laat helder de verschillende flamenco-stijlen zien en geeft daarbij voorbeelden. Daarnaast is er veel aandacht voor de ontwikkelingen vanuit het verleden van de muziek en de dans. Kijk zelf op:

http://www.museoflamenco.com/index.php

El MBF realiza actividades artísticas, pequeños espectáculos, shows y eventos en los patios del museo. Por ello, pone una tecnología y equipamientos de espectáculos de primer orden a la disposición de artistas seleccionados y preparados por Cristina Hoyos que hacen de las noches VIP un evento inolvidable de una estancia en Sevilla.

 

 

El Museo brinda sus instalaciones a empresas e instituciones para la celebración privada de cenas, recepciones y presentaciones en la mejor tradición de la gastronomía de eventos. Ya que la calidad de los eventos puede variar entre acontecimientos más profesionales hasta las noches más artísticas y creativas, se hace en cada caso un presupuesto personalizado.

 

Een kwartier lang kijken we naar een van de lessen die gegeven wordt. Achter een glaswand volgen een vijftal danseressen de instructies op van een tweetal flamenco-docenten. Voor sommigen lijken het echt de eerste danspassen, anderen lijken al wat meer getraind in de passen en de bewegingen.  

 

De voorstelling in El Arenal (het gebouw bestaat al sinds de 17e eeuw) begint om half negen. De tablao ligt vlakbij de grote arena van Sevilla. We lopen er in een kwartiertje naar toe. Vooraf eten we nog een paar tapas in een kleine bar tegenover de arena.

Als we binnenkomen is de kleine zaal – er is ruimte voor 200 personen – al nagenoeg gevuld met vooral etende Japanners. Dampende schotels worden door de obers op de tafels gezet. Rijst voor de Japanners. Zelf eten we niet mee, maar hebben wel de wijn meebetaald in de toegangsprijs. We krijgen een strategische plek op een verhoging aangewezen, recht tegenover het podium. Tijdens de voorstelling zullen de knagende Jappanners meerdere malen tot de orde geroepen worden. Want ook van het publiek wordt concentratie en stilte gevraagd.

De voorstelling begint, voor Spaanse begrippen, erg op tijd. Maar dat zal ook wel komen, omdat er om 23.00 uur nog een tweede voorstelling gepland staat. Het wordt een non-stop programma van ruim anderhalf uur. In ieder geval waar voor je geld. De toegangsprijs bedraagt 32 euri per persoon.

 

Omdat we ’s middags goed hebben gekeken en gelezen in het Museo del Baile Flamenco herkennen we soms de verschillende stijlen van de muziek en de dansen. Het accent in de voorstelling – hoe kan het ook anders – op de vrolijke sevillanas. De kleurijke jurken van de danseressen bewegen ritmische en vloeiend op de uitbundige feestmuziek. Dan weer komt er een ingetogen zanger of zangeres naar voren die een klagend, soms bijna hartverscheurend lied ten gehore brengt. En er is het ritmisch klappen van de handen en het stampen van de voeten. Het lijkt soms wel op een rituele dans die boze geesten moet bezweren. Of  een onmogelijke liefde terugroept. Maar dan is er weer een uitbundige bulería. Of een wat zwaardere fandango. Maar de extase, de uitbundigheid blijft overheersen tot het einde, als alle artiesten de apotheose verzorgen. Kortom, een uitstekende introductie in de wereld van de flamenco. Misschien niet authentiek, want dan moet je in de eenvoudiger etablissementen in de wijk Triana zijn. Maar alleszins de moeite waard.

 

Na afloop van deze flamenco-voorstelling nemen we nog een kleine maaltijd op het ‘huisterras’ van de Antigua Taberna Las Escobas, in de buurt van de kathedraal. Uiteraard met een flesje wijn. De temperatuur is om half elf ’s avonds nog zo’n 20 graden. Ook de belendende terrassen zitten nog vol eters en drinkers. Het is ons Sevillaans galgenmaal want morgenvroeg gan we terug richting Malaga. En dat maakt een beetje weemoedig.

November 23rd, 2006

Reisboek Andalusië - Palabras de Otoño 23: Sevilla

Posted in: Travels — admin @ 8:55

SEVILLA: HET KOLONIALE VERLEDEN OP HET PLAZA DE ESPANA


 Het is goed wandelen in een temperatuur die steeds hoger wordt. Van de Reales Alcázares naar het Plaza de España is het nauwelijks een minuut of twintig lopen. Via pleinen en brede avenidas bereiken we tenslotte de brede scheidingsboulevard tussen het gigantische Parque María Luisa en het Plaza de España. Het park is al in de 18e en 19e eeuw aangelegd. In 1929 diende het park als centrum van de Ibero-Amerikaanse tentoonstelling. Er werden verschillende schitterende paviljoens in het park gebouwd, maar het meest imponerende staat op het grote plein.

 

 

La Plaza de España configura uno de los espacios más espectaculares de la arquitectura contemporanea española. Fiel a la línea marcada por el regionalismo reinante en aquella época se construye para la Exposicisión Iberoamericana del año 1929 siendo su principal arquitecto el sevillano Aníbal González.

 

 

De architect González bouwde het plein (er loopt ook nog een kanaal doorheen) in een zogenaamd eclectisch-nationalistische stijl, waarin de Spaanse barok en de mudéjarstijl de belangrijkste invloeden zijn. Het Plaza de España is met zijn gigantische afmetingen (186 x 96 meter), zijn twee hoge torens van 70 meter en de waanzinnige, megalomane hoeveelheid zuilen, bogen en azulejos een van de typische voorbeelden van Sevillaanse overdrijving. Het grote gebouw dat het plein beheerst, is neergezet in een halve cirkel en wordt vooraf gegaan door een soort Venetiaans kanaal, dat in dezelfde halve cirkel meegaat met het gebouw. Over het kanaal zijn boogbruggetjes gemaakt die met zeer kleurrijke keramiek zijn bekleed. Tussen het kanaal en het gebouw staan grote banken met 51 tegeltableaus die de Spaanse steden uitbeelden, vam A vtot Z: van Alava tot Zaragoza. Er zijn er ook die de Spaanse provincies tot onderwerp hebben. Het gebouw waar op dit ogenblik allerlei overheidsinstanties zijn gehuisvest, is in de film Lawrence of Arabia gebruikt als locatie voor het Britse legerhoofdkwartier in Noord-Afrika.

 

De meest recente Expo in Sevilla, die van 1992, heeft die van 1929, La Exposición Iberoamericana, naar de achtergronde verdrongen. Maar gelukkig is het zo, dat je – ronwandelend in het centrum van Sevilla – die van 1929 nog steeds niet links kunt laten liggen. Daarvoor is het Plaza de España te imponerend. We nemen dan ook ruim te tijd om het plein tot in zijn uithoeken te bekijken. Gelukkig breekt soms de felle zon door het dreigende wolkendek. Het gelige licht dat het plein en de gebouwen overspoelt geeft een mooi effect. Goed voor de foto’s.

 
 

Los principales participantes en esta Exposición fueron Argentina, Brasil, México, Uruguay, Chile, Cuba, Estados Unidos, Portugal, Perú, Colombia, Marruecos, las distintas regiones españolas y las provincias andaluzas, incluída Huelva que en un principio se opuso a que Sevilla fuera la sede de la ita iberoamericana.

 
 In 1929 stond Spanjes koloniale verleden dus in de belangstelling. En dat verleden is onuitwisbaar gebleken. Bijna heel Zuid en Midden Amerika spreekt nog steeds Spaans. En in 1929 waren de meeste landen er vertegenwoordigd. Dat zou, denk ik, tegenwoordig niet anders zijn, want de relatie van Spanje met zijn vroeger koloniën is in het algemeen goed. Meer te weten komen over de La Exposición Iberoamericana kan, zie op internet:

http://es.geocities.com/maika1esp/sevilla/exp_iberoamericana_1929.htm

Aan het einde van ons bezoek aan het Plaza de España regent het zelfs even. Maar tegelijkertijd blijft de zon schijnen. ‘Kermis in de hel’, noemde mijn moeder vroeger deze weersomstandigheid. Wat mij betreft moch het wat langer ‘kermis in de hel’ blijven op dit schitterende plein in Sevilla. De druppels komen als glinsterende kristallen omlaag en duiken het ‘Venatiaans’ kanaal in, op spatten duizendvoudig uiteen op de helrode stenen van het plein of tegen de ‘Delfts blauwe’ pilaartjes van de bruggetjes over het water.

Het is inmiddels een uur of half twee. Tijd om te eten. Het wordt dit keer een eenvoudig menu del día, in een eenvoudig restaurant in van de straten bij de Universiteit. Voor 6,60 euri eet je daar een volledig menu (voor-, hoofd- en nagerecht, en drank toe). Dat hebben ook de tientallen studenten en metrowerkers (die vlakbij aan het betonstorten zijn) ontdekt. De tent zit stamvol en het personeelsleden draven als Andalusische paarden af en aan met hun dampende dagschotels. Hasta luego!, zwaait de ober ons uit. Denkt dat we ’s avonds nog een keer terug zullen keren. We laten het maar zo.

November 22nd, 2006

Reisboek Andalusië - Palabras de Otoño 22: Sevilla

Posted in: Travels — admin @ 9:02

VAN DE REALES ALCAZARES NAAR HET PLAZA DE ESPANA
 

Het ontbijt is de sfeervolle ambiance van de ontbijtzaal van Hostal Sierpes smaakt prima. Even weer op krachten komen, Dat geldt ook voor de groep Italiaanse jongeren die eveneens het ontbijt verorberen. Het stel is voor Italiaanse begrippen opvallend rustig. Blijkbaar een zware nacht achter de rug. Buiten is het bewolkt, maar droog. In de loop van de dag zal de temperatuur nog tot zo´n 25 graden oplopen.

 

Voordat we naar de Reales Alcázares, vlakbij de kathedraal en het Plaza del Triunfo, gaan, lopen we nog even de kathedraal binnen. De toegang is dit keer gratis. Geen suppoost of kaartverloper te zien. Ongetwijfeld omdat er een H. Mis aan de gang is. De penetrante wierooksdampen benemen je bijna het zicht op het majestueuze gouden Capilla Real, waar drie in vol ornaat geklede, onder hun gouden kazuifels zuchtende priesters de H. Mis celebreren. Bij de uitgang herinnert een achter glas gevatte oorkonde van het ´Guiness Book of Records´ ons eraan dat we hier toch echt in de grootste kathedraal ter wereld rondlopen. Althans wat het grondoppervlak betreft.

 

Het is nog vrij rustig als we de paleizen van de Reales Alcázares, de koninklijke paleizen, binnenlopen. Nog steeds heeft de huidige Spaanse koninklijke familie een aantal appartementen op de bovenste etages in bezit. Het complex dateert uit de 12e eeuw, maar heeft behoorlijk te lijden gehad in de afgelopen eeuwen. In opdracht van Pedro I startte de bouw in 1364. Binnen twee jaar hadden kunstenaars uit Granada en Toledo een aantal schitterende patio’s gebouwd, het Palacio Pedro I, dat hu het hart vormt van de Reales Alcázares van Sevilla.

Opnieuw ben ik onder de indruk van het schitterende Arabische gipsen filigraanwerk op de muren en aan de plafonds. En van de perfecte, minutieuze symmetrie van de hoefijzerbogen afgewisseld met de aritmetische herhalingen van de verschillende patronen op de wanden. Het is net alsof je hier weer in het Alhambra staat. De schitterende vormen en kleuren dooen ook denken aan de sprookjesachtige paleizen van 1001 Nacht. Beschrijven van al dat moois heeft wel zin, maar je moet er helemaal in opgenomen zijn om de kunst volledig op je in te laten werken. Zelfs foto’s kunnen niet datgene weergeven wat het in werkelijkheid is.

Het pronkstuk van de ochtend is de Salón de los Embajadores, het geniale koepelplafond. Dit meesterwerk is in 1427 gebouwd en bestaat uit verguld houten vlecht- en beeldhouwwerk. Je zou er graag een uur of wat willen blijven staan. Maar dat zou een bhoorlijk stijve nek opleveren, en om nou op je rug te gaan liggen tussen al die voorbijschuifelende toeristen, is ook geen aanlokkelijke gedachte.

 

Minstens zo indrukwekkend zijn de goed onderhouden tuinen en de patio´s: de Patio del Léon, de Patio de la Montería, de Patio de Pedro I, de Patio de las Doncellas of de Patio de las Muñecas, het hart van het paleis. En niet te vergeten de azulejos. Overal zijn ze in de lambrizeringen aangebracht. Een compleet azulejos- paradijs dat doorloopt naar de tuinen van het Alcázar.

De ommuurde tuinen zijn in tweeën gedeeld door een grotachtige gaanderij en vormt, mede door de verschillende stijlen in tuinarchitectuur, een lust voor het oog. Er zijn baden waarin de koninklijke maîtresses zich vroeger ongegeneerd konden wassen (deze ochtend zijn er overigens geen te zien), negentiende eeuwse fonteinen en andere waterpartijen, met azulejos betegelde zitbanken in schitterende kleuren, her en der door het park gestrooid. Sinaasappelbomen, gigantische palmen en andere exotische planten- en boomsoorten maken deze tuinen tot een groene Hof van Eden. Zeker ook omdat er nog een heleboel bloemen in bloei staan. Bovendien is alles erg goed onderhouden, veel beter dan de tuinen van het Alcázar in Córdoba waar we een paar dagen eerder waren.

 

Als we ongeveer aan het einde van ons bezoek gekomen zijn, merken we dat het inmiddels ongelooflijk druk geworden is. Busladingen Japanners worden gedumpt in paleis en tuinen. Maar ook de Amerikanen, Engelsen en Duitsers zijn goed vertegenwoordigd.

Hoewel we zeker niet alles gezien hebben (met name de nieuwere gedeelten van het paleis houden we voor gezien), houden we er toch mee op. Er staat nog meer op het programma vandaag. En het is nog steeds droog. De zon laat zich zelfs goed zien, en de temperatuur loopt langzaam op tot zomerse waarden. Ik koop nog wel even de Nederlandstalige gids Sevilla van dichtbij. Een uitgave van Edilux, met honderden schitterende foto´s en kaarten. Voor thuis. Om om je gemak alles nog eens te herbeleven. A la recherche du temps perdu.

Via het hoge Columbusmonument in de Jardines de Murillo wandelen we rustig in de richting van het Plaza de España.

 

November 21st, 2006

Reisboek Andalusië - Palabras de Otoño 21: Sevilla

Posted in: Travels — admin @ 8:57

SEVILLA: JE EINDIGT BIJ DE ANTIGUA TABERNA LAS ESCOBAS

Na het bezoek aan de kathedraal gaan we verder op verkenning uit in de directe omgeving. Het centrale pleintje, het Plaza del Triunfo, dient daarbij als richtpunt.

In cinemascope trekken de trotse gebouwen van Sevilla aan je voorbij. Zoals het stadhuis (Ayuntamiento) van de stad op het Plaza San Francisco. Maar dat stadhuis wordt deels aan je oog onttrokken door de Sevillanse mollen die de metro graven. Bouwputten en kabels, drilboren en bulldozers.

Maar de cinemascope-film draait door: het Teatro de la Maestranza en het daar dichtbij gelegen Archivo de Indias. De Reales Alcázares zijn gesloten op deze dag. Het bezoek daaraan stellen we daarom maar uit tot morgen.

Dan maar verder de stad in. Naar het Plaza San Salvador. Of de winkelbuurt met de onvermijdelijke filialen van El Corte Inglès. Maar gelukkig zijn er ook de terrassen waar je even op adem kunt komen. Want het slenteren wat af, deze middag. Maar een copa of een andere alcoholische versnapering werkt als doping. En om je heen leeft Sevilla, het kloppend hart van Andalusië.

 

En dan zijn er natuurlijk de kerken. De stad lijkt er van vergeven. Alle heiligen uit de hemel hebben hier hun eigen klerikaal filiaal. Maria Magdalena, San Andrés, San Leandro, San Esteban en zelfs San Nicolás, al hoeft dat niet dezelfde te zijn als de tijdelijke immigrant begin december in Nederland. Als we weer terug zijn op ons uitgangspunt, de wijk Santa Cruz, voelt het al enigszins vertrouwd aan. Hoewel we nog regelmatig het spoor bijster raken in de nauwe, kronkelige straatjes. Het oriëntatievermogen wordt behoorlijk op de proef gesteld. En we verlopen ons hier dan ook regelmatig. Maar dat is geen straf, want telkens weer zijn er nieuwe verrassingen die uit de oude stad ineens voor je opdoemen.

 

Aan het begin van de avond via Hostal Sierpes een flamenco-avond gereserveerd in El Arenal, vlak bij de arena. En dan weer de stad in. Inmiddels is het donker geworden (wel veel later dan in Nederland, want Spanje ligt een stuk westelijker), en baadt de Giralda in het oranje floodlight. Na wat omtrekkende bewegingen, de temperatuur is nog minstens een graad of twintig, nodigt een nog lege tafel op het terras van de Antigua Taberna Las Escobas, in een van de vele zijstraatjes rondom het kathedraalcomplex, ons uit voor een wat langer verblijf. Het etablissement bestaat al sinds 1386, dus zal het eten er wel niet te beroerd zijn. Aan datgene wat we op de tafels zien staan van degenen die al aan hun diner begonnen zijn, klopt dat ook. Het ziet er aantrekkelijk, en ook nog voedzaam uit.

 

Even later staat dan ook een donkerrode rioja reserva 2000 Faustino V op het witte damasten tafelkleed. Na wat schermutselingen vooraf (wat kleine tapas, olijven, brood) gaan we tot de aanval over. Gemma verovert moeiteloos een asado ibérico (stevig gegrild Iberisch vlees) en een flink bord ensalada pimientos. Ik neem een ander eskadron van de menukaart voor mijn rekening: na de canillada al vino tinto geef ik de genadestoot met een Sevillaanse tarteleta. In de porties zijn ze niet flauw, en bovendien is het eten erg smakelijk.

Voor de muziek wordt gezorgd door een aan zijn accordeon trekkende straatmuzikant, die net als wij soms wordt afgeleid door een paar superslanke cabbaleromeisjes, die in hun rood-zwarte kledij met platte rode hoed passerende toeristen trachten te verleiden tot een bezoek aan een flamenco-tablao. Het lukt ze ook nog, en zijn onze accordeonnist raakt er wel eens een verkeerde toets door.

 

Terug in Hostal Sierpes constateren we dat het middernachtelijk uur al gepasseerd is. Toch nog even tijd nemen om wat bij te lezen over Sevilla. De rijke geschiedenis van de stad, en het nieuwe elan van de laatste vijftien jaar, zijn indrukwekkend. De Ibero-Amerikaanse Tentoonstelling van 1929 die zorgde voor een verfraaiing van het stadsbeeld (o.a. het Plaza de España) kreegt zijn gespiegelde Wereldtentoonstelling in 1992, die samenviel met het feit dat Columbus 500 jaar daarvoor, in 1492, Amerika ontdekte. Voor Spanje, en zeker ook voor Sevilla, het begin van een bloeiperiode: het Tijdperk van de Ontdekkingen. Ook dat was een thema van de Expo in 1992.

De tijd zal deze twee dagen te kort zijn om ook nog het nieuwe, moderne Sevilla te bekijken. Helaas, maar het is niet anders. Maar dat wat de historie in het centrum van de stad al te bieden heeft, maakt veel goed.

November 20th, 2006

Reisboek Andalusië - Palabras de Otoño 20: Sevilla

Posted in: Travels — admin @ 9:46

SEVILLA: HET MAUSOLEUM VAN COLUMBUS IN DE KATHEDRAAL 

Hoewel het geen hoogseizoen is, lopen er toch nog heel wat toeristen door de stad. Busladingen Japanners wisselen af met roedels Duitsers en Engelsen. De Sevillaanse hitparade dient te worden afgewerkt. In de bloedhete zomer lijkt het mij een straf om door de zinderende stad te banjeren, bij een teperatuur van boven de veertig graden. Vandaag is het met 22 graden beter uit te houden. Er had alleen wat meer zon bij gemogen. Want Sevilla associeer je toch met zon.

 

Na de lunch lopen we de kathedraal, de Giralda, in. Wel betalen, want het katholieke erfgoed krijg je niet gratis te zien: 8 euri per persoon. De gigantische kathedraal komt nogal hol over. Grote stellages in de kerk geven aan dat ook hier de restauratie stevig doorgaat. Met al die betalende toeristen loopt het budget hiervoor natuurlijk snel op. Om de kerk heen, maar ook elders in de stad, staat alles op zijn kop vanwege de aanleg van de metro. Grote zandheuvels, draglines, betonmolens en wegomleggingen zijn de objecten waar je het meeste last van hebt. Sevilla bouwt aan zijn toekomst, dat is zeker.

 

Vroeger stond op deze plek een islamitische moskee. Alleen de Patio de los Naranjos (sinasappelbomen) en de toren (La Giralda) zijn overgebleven. De Giralda draagt bovenop de ranke constructie van baksteen in Almohadenstijl de klokketoren, een kunstwerk van Hernán Ruiz II uit 1568. De schitterende toren wordt bekroond met het beeld van het Geloof, weergegeven in de vorm van een vrouw in een klassiek Romeins gewaad met in de hand een schild en in de andere hand en palmtak. In de volksmond wordt zij el giraldillo genoemd.

Het meest in het oogspringend in het interieur van de kathedraal is voor mij echter de graftombe van Columbus, de Tumba de Cristobal Colon, die zich naast de zogenaamde Prinsendeur bevindt. Met het lijk van Spanjes meesterontdekker is wat afgezeuld. Na zijn dood werd de ontdekkingsreiziger eerst begraven in Santo Domingo, vervolgens in La Habana en ten slotte, nadat Spanje in 1898 Cuba kwijtraakte, in de kathedraalk van Sevilla. De bloemen die een dag of tien door de Stichting Christoffel Columbus zijn neergelegd zijn inmiddels getransformeerd in een droogboeket.

Het mausoleum is helemaal van brons. Het stelt een doodskist voor die gedragen wordt door vier herauten met de wapenschilden van het Koninkrijk van Castilië.

 

Maar er is meer. Zoals het schitterende houten koor. Of de schilderijen van Murillo, Zurbarán en Goya bijvoorbeeld. En natuurlijk het gouden hoofdaltaar in de Capilla Mayor. Meer dan tachtig jaar is er aan gewerkt, van 1480 tot 1560. Je voelt je bijna in de grond zakken van zoveel religieus geweld. Hoog torent het gouden meesterwerk boven je uit. Het licht van de kaarsen wordt duizendvoudig gereflecteerd door alle in goud uitgebeelde figuren.

En de diverse capillas, die van San Antonio, of van San Pablo, of van San Pedro. En ga zo nog maar even door. Een plattegrond die je bij binnenkomst kunt krijgen, wijst je de weg langs de weg tot in de ruimte van de Tesoro of de Sala Capitular.

 

De klokketoren van de Giralda is te bereiken via een hellingbaan die spiraalvormig door de binnenzijde van de toren loopt. Volgens de overlevering beklommen de Arabieren de toren per paard, en dat is zeker te doen. Er is zelfs ruimte voor twee paarden naast elkaar. Maar wij doen de beklimming te voet. Met nummers worden de verschillende etages aangegeven. En dan, nog even nahijgend, sta je onder de grote, zwarte klokken van de Giralda. En kijk je uit over de stad die aan je voeten ligt.

 

Van boven af zie je goed wat voor een doolhof de wijk Santa Cruz is waarin ook ons hostal ligt. In de richting van de rivier, de Gualdalquivir, ligt de grote arena van de stad. En direct onder ons het Bisschoppelijk Paleis, het Alcázar met de tuinen en het Archivo de Indias. De meest smerige wijk, die van La Macarena - genoemd naar het meest aanbeden Mariabeeld van de stad, de Virgen de la Esperanza Macarena - is van hieruit eveneens goed te zien, maar uiteraard niet de details. Maar laten we maar weer afdalen en gewoon met beide voeten op de Sevillaanse grond gaan staan. Want er is meer te zien in de stad.

November 19th, 2006

Reisboek Andalusië - Palabras de Otoño 19: Sevilla

Posted in: Travels — admin @ 20:33

null
 

SEVILLA: SINGING IN THE RAIN IN HOSTAL SIERPES

Om 10.30 uur uit Córdoba vertrokken, na een snel geserveerd desayuno in een van de vele cafeterías in de buurt van El Triunfo. Om 12.00 uur in Sevilla. Het beeld van een altijd zonnige stad wordt op dat ogenblik aardig vertroebeld, want al vanaf een kilometer of 25 voor Sevilla is het begonnen te regenen. En Hoe! Met bakken komt het de zwaarbewolkte hemel uit, als ik mijn auto door de smalle straatjes van de oude binnenstad probeer te loodsen. Om de juiste richting naar Hostal Sierpes te vragen haal je al snel een bak water over je heen, als je effe de auto uit komt. Bovendien is er nauwelijks of geen parkeergelegenheid te vinden, ook al werkt de stadspolitie mee om me in de goede richting te dirigeren.

Dan maar terug naar de rand van het centrum. Waarom moet ik ook zo nodig een hostal midden in het oude centrum uitzoeken? Uiteindelijk is er een ruime, weliswaar modderige, want niet geasfalteerde, parkeerplaats voor een groot gebouw van de Universiteit van Sevilla, op de hoek van de Calle Palos de la Frontera. Echter, de onder een paraplu verscholen gelegenheids parkeerwacht laat me, op mijn vraag of ik hier ook twee dagen lang kan blijven staan, weten dat dat op dit terrein niet mogelijk is. Maar er is altijd een oplossing. Die wordt gevonden in het verplaatsen van mijn auto naar de andere kant van de parkeerplaats. Vervolgens wordt er een stuk dranghek voor geschoven. Ziezo, een dag- en nachtparkeerplaats. En de kosten dan? Och, wat u er voor over heeft, glimlacht de van Sevillaans regenwater druipende parkeerwacht. Ik geef hem een biljet van 10 euri voor de komende twee dagen. Of er ook ’s nachts op mijn auto gelet wordt, waag ik te betwijfelen. Maar ach, we zijn van de auto af. Nu nog een taxi die ons naar Hostal Sierpes wil brengen in de Calle Corral del Rey, vlak bij de kathedraal.  

Situado en el Centro Histórico Monumental de Sevilla, en una antigua casa-palacio del s. XVII y restaurada totalmente para hostal, se encuentra en el Barrio de Santa Cruz en las calles típicas de la ciudad, a tan solo 150 metros de la Catedral, la Giralda, el Alcázar, el Archivo de Indias y muy próximo a la plaza de toros de la Real Maestranza.
 

Hostal Sierpes is een typisch Andalusisch hostal, met een prachtige overdekte patio op de eerste verdieping. Onze kamer komt direct uit de patio. Het aangename hostal is gekoppeld aaneen Fraai ingericht Andalusisch restaurant annex bar, taberna Melquiades. Een grote zarte stirenkop boven de bar, affisches en foto’s van Sevillaanse corridas aan de muren, Andalusische azulejos, kortom: een hostal zoals een hostal hoort te zijn, kleinschalig en sfeervol.

Hostal Sierpes is een oud familiebedrijf. Oma zit de hele dag beneden in de patio-achtige louche op de begane grond. In een rieten leunstoel. Van daar uit overziet ze de hele benedenverdieping, de nieuwe en vertrekkende gasten, de leveranciers en alles wat er verder nog rondloopt. Vandaag zijn dat veel gasten gewapend met een paraplu.

Onze kamer heeft ook nog een klein balkon. De Spaanse en Andalusische vlag hangen druilerig in de regen naast de gietijzeren baustrade boven de nauwe straat. Maar de regen valt gelukkig al wat minder dicht naar beneden. Dat geeft hoop.

Als we na het uitpakken van de koffers het hostal uitlopen, is het nagenoeg droog. Het is maar een paar minuten lopen naar de kathedraal, La Giralda wordt hij hier genoemd. In en van de vele restaurantjes in de buurt gebruiken we onze eerste Sevillaanse lunch. Het wordt tijd om aan de definitieve verovering van de stad te beginnen. De temperatuur is in ieder geval uitnodigend, nog steeds zo’n 22 graden. Geen enkel alibi om op je krent of in het hostal te blijven zitten. De zware klokken van de Giralda slaan twee uur in de middag. Weliswaar nog volop siësta, maar die is vanmiddag niet aan deze toeristen besteed.

Sevilla is de hoofdstad van Andalusië, en waarschijnlijk ook de hoofdstad van de overdrijving, van het extreme, versymboliseerd in de grootste kathedraal ter wereld, La Giralda. Die dan weer de mooiste en hoogste (97, was in de Moorse tijd zelfs 117 meter) toren ter wereld heeft. Met het grootste beeld op de toren, het (uiteraard) Katholieke Geloof voorstellend. En dat beeld op de toren kan draaien, als een windhaan, in het Spaans giralda genoemd. Vandaar. 

November 18th, 2006

Reisboek Andalusië - Palabras de Otoño 18: Cordoba

Posted in: Travels — admin @ 9:34

CORDOBA - VAN COLUMBUS NAAR EL CORDOBES

De twee weken Andalusië hollen voorbij. Dat realiseer ik me terdege vandaag. Morgen gaan we naar Sevilla voor een paar dagen. En dat betekent dat de we de Giro de Andalucía zo’n beetje rond hebben. Een gedachte die je het liefst zou verdringen. Maar voorlopig zit ik nog midden in Córdoba. Een nieuwe dag.

 

Met een enigszins houten kop nemen we het ontbijt in een cafetería in de buurt van ons hostal. Het worden een paar stevige tostadas serrano, vooraf besmeerd met olijfolie en een soort tomatenpulp. Weer op kracht gaat het daarna richting Alcázar de los Reyes Cristianos, de machtige vesting van Córdoba gebouwd door de katholieke machthebber Alfonso XI. Net als bij de Generalife in Granada treffen we ook hier schitterend aangelegde tuinen met met klaterende waterpartijen. Op een enkele plek zijn nog de Romeinse mozaïeken zichtbaar die duiden op eerdere bewoners. Helaas laat de zon het deze ochtend afweten, waardoor de kleurenpracht van de tuinen toch iets minder tot hun recht komen dan in meer zomerse omstandigheden.

Het meest in het oog springende beeldhouwwerk dat in de tuinen te vinden is laat een strak in het gelid staande Columbus zien die zijn orders ontvangt van het koningskoppel Ferdinand en Isabella. Het lijkt wel een tableau vivant zoals ze daar ineens uit het groen in de ruimte opduiken in hun verweerde stenen kleding. Amerika wacht op zijn ontdekking. En hier valt het startschot voor de lange overtocht.

 

In de gebouwen van het 14e-eeuwse Alcázar is niet echt veel opzienbarends te zien. En inmiddels weten we ook wel hoe een alcázar is opgebouwd. Vandaar dat we na enige tijd weer richting centrum van Córdoba lopen. Opnieuw de Judería in. Dit keer gaan we wel de 14e-eeuwse sinagoga aan de Plaza Maimonides binnen. Die is inmiddels volgelopen met Amerikaanse toeristen zodat je je kont nauwelijks kunt keren, want deze synagoge is klein van omvang.

 

Genoeg gelopen. Tijd voor de lunch. De zaken goed lopen, dat is onmiddellijk duidelijk. Het stierenvechterscafé Taberna Guzmán is zeer ruim, maar het is er afgeladen vol met Cordobijnen die hier de lunch nuttigen. De muren zijn bijna volledig bedekt met foto´s en affiches van corrida´s en stierenvechters, vooral de plaatselijke helden. Natuurlijk hangt daar meervoudig de Cordobijnse heilige torero Manolete, bijgenaamd El Cordobes. Hoewel in 1947 gedood door de stier Islero, is het alsof Manolete hier nog leeft. Vanaf elke muur kijkt hij je aan. Klaar voor een nieuwe corrida. In het plaatselijke museo taurino is een replica van zijn graftombe te zien, geëscorteerd door de huid van de stier die hem doodde.

Boven de bijna onneembare bar (de klanten staan er in drommen voor) hangt een gigantische zwarte kop van een stier. Of het een opgezet exemplaar is van de ‘reuzendoder’ Manolete, betwijfel ik. Maar laten we daar maar in geloven.

Bijna zouden we vergeten dat we hier zijn gekomen om te lunchen.  Het worden, voor de zoveelste keer, een aantal raciones, tapas dus. En daarbij een flink glas witte sherry, met een typische – voor mij onbekende – smaak.

 

In de middaguren zwerven we door een ander deel van Córdoba. Wandelen via het Museo Belas Artes, de Romero de Torres en de Iglesia San Francisco naar de Plaza de la Corredera. Een gigantisch rechthoekig en modern plein dat door zijn kleuren me vooral doet denken aan het Plaza Mayor in Madrid. De zon is inmiddels doorgebroken en dat is voldoende reden om op een van de terrassen neer te strijken en er een copa te drinken. Daarna gaat het via  de San Pedro naar de Guadalquivir tot aan de Puente Romano. Terug bij de Mezquita. Eterug naar El Triunfo, want de voeten beginnen aardig te branden.

Voordat we ’s avonds weer aan tafel schuiven (het houdt niet op) lopen we nog even langs de kaden van de Guadalquivir om onder andere het beroemde waterrad te zien. Grote zwermen vogels komen vanuit de stad aanvliegen op de vele hoge bomen die op eilandjes in de rivier staan. Honderdduizenden moeten het er zijn. En het houdt niet op. En ze maken een hels kabaal. Een fantastisch en curieus fenomeen.

 

Ons Cordobijns galgenmaal gebruiken we gewoon in ons Hostal El Triunfo. Maar goed ook, want we zitten nog niet aan tafel of er barst een hevig onweer los. De moessonregen kletst in bakken neer. Maar het bederft geenszins het diner de ternera, de rabo de toro met alles wat erbij hoort (zoals verschillende salades). Wat de wijn betreft wordt het een Crianza 2001 van 14%. Een Copa Venus (ijs) na. Voor geen geld (42,50 euri).

Voordat het doek van deze dag valt, lees ik nog een paar korte hoofdstukken in Spanje achter de schermen. En dan gaat Córdoba op zwart. Behalve de Mezquita. Die blijft helder.

November 17th, 2006

Reisboek Andalusië - Palabras de Otoño 17: Cordoba

Posted in: Travels — admin @ 8:37

CORDOBA: ALSOF HET ALLE DAGEN FEEST IS
Na ons bezoek aan de Mezquita belandden we onmiddellijk in een Andalusisch fiesta. Een muziekgezelschap, gekleed in zwarte kostuums die zijn versierd met verschillende kleuren (vooral oranje sjerpen) maakt er een feest van. Zomaar op straat. Energiek worden de snaren van de gitaren beroerd en er wordt gedanst. Een zwartharige Andalusische wordt uitgelokt door een soort flamenco met een van de muzikanten. De omstanders klappen op de muziek. En de zon maakt er ook nog wat zomers van. Later op de dag zullen we nog meer, fraai uitgedoste muziekgezelschappen tegen komen. Tot laat in de avond zelfs. Of er is wel een bruiloftsgezelschap dat van het ene etablissement naar het volgende trekt. Nadat we ons met moeite hebben losgerukt van het feestgewoel, dwalen we eerst een tijd door de oude Joodse wijk van Córdoba, de Judería. De smalle straatjes en kleine pleintjes verbergen de oude herenhuizen en adellijke paleizen, maar verlenen de wijk ook een bijzondere sfeer. Het Stierenvechtersmuseum op de Plaza Maimonides (waarvan het beeld prominent aanwezig is in deze wijk, op het Plaza de Tiberiades) bezoeken we niet: we hebben in Ronda al een museo taurino bezocht. Het is er redelijk druk in de straatjes, maar dat komt vooral door de vele winkeltjes en restaurants die er te vinden zijn. De Calleja de las Flores is een van de meest gefotografeerde, en dus karakteristieke straatjes van deze wijk, en van Córdoba. Fleurige bloempotten met nog vegeterend in bloei staande geraniums steken fraai af tegen de witgekalkte muren van de huizen. Ondertussen is het al aardig laat geworden in de namiddag. Even terug naar El Triunfo om ons wat op te frissen. Maar daarna weer door, want je moet alle tijd benutten. We drinken als aperitief in de chique Bodegas Mezquita een 70 jaar oude amontillado. De bodega ligt niet ver van ons hotel, in dezelfde straat. Zo, dat is een stevig begin. Daarna vinden we een plek op de schitterende patio van Taberna los Deanes, waar nagenoeg alle tafeltjes zijn bezet. Een goed teken. Aan de zijwanden van de patio hangen weer, zoals het hoort, de potten met de Córdobaanse geraniums. Maar dat weerhoudt ons niet om eens stevig door te pakken op een Andalusische maaltijd. Eerst maar eens een fles Rioja Azabache laten aanrukken, om het gehemelte voor te bereiden op wat komen gaat. Wat dat dan is?

Voor Gemma salpico de marisco, het inmiddels bekende voorgerecht met kleine stukjes tomaat, paprika, bleekselderij, surimi, garnalen. Daarna komt er marcón ibérico (een soort Andalusische worst met toebehoren) op tafel. Zelf houd ik het deze avond op berenjenas de Almagro, een schotel met een soort kleine aubergine-eikels, en de Andalusische aanrader rabo de toro. Deze rabo is tot nu toe de smakelijkste die ik gegeten heb. Het beest heeft in ieder geval niet voor niets zijn leven gegeven in de corrida. Het digestief nemen we later op de avond in café La Abacería, het casa de la tapa cordobesa. Ook daar verdwijnen nog eens een kwartet copas de rioja de blijkbaar deze avond niet te lessen keel in. Maar dan is het ook wel welletjes. Een lange dag, met veel Córdoba, ligt bijna achter ons. Het bed in El Triunfo is op dit ogenblik van de nacht het meest aantrekkelijke alternatief geworden. Maar voordat we dar arriveren passeren we nog een paar niet uit te blussen, bont geklede muziekgezelschappen. In de buurt van ons hostal komen, zien we de toren boven de Mezquita in een jubelend oranje floodlight baden. Zelfs voor de Mezquita gaat het feest dag en nacht door. Islamitisch of katholiek, het maakt niet uit. De tijd lijkt hier eeuwig. En dat is hij ook. 

 

 

November 16th, 2006

Reisboek Andalusië - Palabras de Otoño 16: Cordoba

Posted in: Travels — admin @ 8:44

DE MEZQUITA, HET MOORSE WERELDWONDER VAN CORDOBA

Als we Hostal El Triunfo uitkomen lopen we onmiddellijk tegen de hoge muren aan van de de Mezquita die omringd is door een vestingachtige muur met een aantal poorten. Daar lopen we voordat we de ‘heilige’ grond betreden, eerst helemaal omheen. Het hele complex meet 178 bij 128 meter, een gigantisch bouwwerk dus. In de zon wandelen we door een van de poorten naar binnen en staan onmiddellijk op de Patio de los Naranjos, het plein met de (96) sinasappelbomen.

 

Vroeger wasten de moslims zich hier in de fontein (nu is die genoemd naar Santa Maria) voordat ze de moskee binnen gingen. Tegelijkertijd kijken we tegen toren van de kathedraal (want een moskee is het al lang niet meer) die baadt in het zonlicht. Als een soort overwinningsteken na het verjagen van de Moren uit Spanje. De moskee die een kathedraal werd. Voor de moslims een blasfemie wellicht. Alsof Beate Uhse een filiaal geopend heeft in een van de zalen van het Catharijneconvent in Utrecht.

 

Córdoba is een werelderfgoedstad en dat is niet zo maar. De Arabieren die de Mezquita bouwden, hebben iets schitterends achtergelaten in Spanje. Echter, iets klopt er op dit ogenblik niet. Want al die altaren, om het maar niet te hebben over de complete kathedraal die in het gigantische inwendige van de moskee zijn neergezet verstoren op een of andere manier de sfeer die wordt opgeroepen door het donkere woud van pilaren en bogen. Achthonderdvijftig (850!) van die ‘stammen’ die het ‘bladerdek’ van deze islamitische arcadenbogen ondersteunen, het is ongelooflijk. Er heerst, ondanks de bezoekers die er ronddwalen, een bijna geheimzinnige lading die vooral wordt opgeroepen door de combinatie van de duisternis en de het gelige licht dat op verschillende plekken door het woud schijnt.

 

Het meest ‘gewijde’ deel van de vroegere moskee wordt de mirhab genoemd. Het is een heilige ruimte waarnaar alle gebeden gericht werden. Geheel perplex blijf je er staan. De mirhab is de meest verbazingwekkende, geheimzinnige ruimte van de hele moskee. Veel beroemde Byzantijnse en andere islamitische kunstenaars hebben meegewerkt aan de vormgeving ervan. De toenmalige keizer van het Byzantijnse Rijk zond eigenmachtig grote schepen naar Córdoba. Een van de ruimen was gevuld met driehonderd twintig kilo geglazuurde mozaïeksteentjes voor het bedekken van de wanden van de mirhab.

 

Met de constructie van de kathedraal-in-de-moskee werd in 1523 begonnen. Vanaf het begin van de bouw was de locatie omstreden. Want het grondplan in Latijnse kruisvorm is gelegen in het hart van de islamitische tempel. Fouter kan het niet, volgens de moslims. Goud en glitter. Maar het katholieke bling-bling uit de voorbije eeuwen kan de pracht van de oude moskee niet doen vergeten. Meer dan anderhalf uur dwalen we er rond. Als Klein Duimpje die de weg niet meer kan vinden. Want deze ruimte maakt je klein, in alle opzichten.

Als tegenwicht tegen de mirhab bevindt zich in de noordmuur het meest katholieke stukje van de Mezquita-kathedraal. Maria staat hier in een nis, omringd door rode lampjes. Het is de Cappilla de la Virgen de los Faroles. De faroles zijn de lampjes. De kapel is speciaal geschikt voor zondaren, gezien de tekst die er staat geschreven: Als je wilt dat jouw pijn verandert in blijdschap, ga hier, o zondaar, dan niet voorbij zonder Maria te loven. Ik weet niet of Gerard Reve hier ooit geweest is, maar als dat zo zou zijn dan moet hij hier een hele tijd hebben neergeknield.

 

Al met al is de Mezquita een wereldwonder. Zelden heb ik iets mooiers bezocht. Abd Al-Rahman moet een stenen palmenbos in zijn hoofd gehad hebben, toen hij de moskee liet bouwen. Hij was het ook die de palm – die op het Iberisch schiereiland niet inheems is – in Al-Andalus heeft ingevoerd. Maar ook Abd Al-Rahman bouwde letterlijk voort op zijn voorgangers, want hij begon met de zuilen van voormalige Romeinse en Visigothische voorgangers. Op die oude zuilen werden vervolgens door hem vierkante zuilen geplatst, waarop ronde en hoefijzervormige bogen als het ware in twee verdiepingen naar de andere vierkante zuilen werden geconstrueerd. De bogen zijn van afwisselend rood en wit marmer gemaakt. Daardoor krijgt het woud iets vrolijks. Met dank aan Abd Al-Rahman.

November 15th, 2006

Reisboek Andalusië - Palabras de Otoño 15: Cordoba

Posted in: Travels — admin @ 8:57

LOGEREN IN CORDOBA - LOGEREN IN EL TRIUNFO 

We vertrekken om half elf uit El Borge. Na een ontbijt in Bar Paco, uiteraard. Een paar stevige bocadillos jamon gaan er altijd in. Opnieuw, maar nu echt, nemen we hartelijk afscheid van Paco. Beloven hem wat foto’s op te sturen die we in de bar gemaakt hebben. Ook van ons Casa Garcia Lorca moeten we helaas afscheid nemen. De week is voorbij. Dan stapt Celina nog even binnen, met een mand wasgoed onder de arm. Ook van haar wordt hartelijk afscheid genomen. Nog even op de foto om het moment vast te leggen. Maar dan is het ook echt afgelopen, en zijn we onderweg naar Córdoba.   Hoewel het zwaar bewolkt is op het moment dat we wegrijden, breekt bij Malaga de zon al weer door. En die houden we verder de hele dag. Het wordt dus een prachtige rit door het bergachtige Andalusië. De zon speelt samen met de plukken bewolking met zijn licht over de bergen en de heuvels. Meer in de richting van Córdoba wordt het landschap vlakker. Na een paar uur rijden arriveren we bij Hostal El Triunfo. Hoewel het even zoeken is (vanwege het eenrichtingsverkeer) is het achteraf relatief gemakkelijk te vinden. Het oude hostal, op nog geen tien meter afstand van de Mezquita, baadt in de felle middagzon.  Nadat de bagage is uitgeladen, ga ik met Miguel op zoek naar de garage van het hotel. Opnieuw een smalle pijpenla, waar de auto maar net in past. Omdat er meer auto’s geparkeerd staan moet ik mijn sleutels aan Miguel overhandigen, zodat hij letterlijk wat manoeuvreerruimte heeft als er een auto naar buiten moet. Voorlopig staat onze auto voor twee dagen op stal. Een rustgevende gedachte.  In nogal wat reisgidsen staat Hostal El Triunfo vermeld als een prima hotel. En dat blijkt ook zo te zijn. En niet alleen vanwege de centrale ligging in het centrum van de stad. Het gastenboek laat tevreden klanten zien: El hostal es perfecto. Parece un hotel de 2 estrellas. Justo en frente de la Mezquita. Las habitaciones con mucha limpieza. la atención de los trabajadores fue muy correcta, buena gente los cordobeses. También se come muy bien en el restaurante del hostal. Hopelijk zeggen we dat ook als we hier weer vertrekken. De binnenkomst is echter tumultueus. Op het moment dat we de koffers naar binnen willen slepen, is er net een volle bus Duitse gasten gedumpt. En die willen allemaal tegelijk de sleutel ontvangen. De balie wordt belaagd alsof Duitse kannonnen opnieuw Londen bestoken. Met veel getrek en geduw kunnen we ons door de Teutoonse meute wringen. Historisch gezien is Córdoba de belangrijkste stad van Andalusië. Ze was eeuwen lang het centrum van het beroemde kalifaat dat door de Omayyaden werd gesticht. In het jaar 756 werd Córdoba uitgeroepen tot hoofdstad van Moors Spanje. Rond het jaar 1000 telde Córdoba een half miljoen inwoners. Tegenwoordig slechts zo’n 300.000. Het meest indrukwekkende gebouw van de stad is de Mezquita, een van de grootste moskeeën ter wereld. Maar op dit ogenblik niet meer in die hoedanigheid in gebruik. De Mezquita verrees op de grondvesten van een basiliek in Byzantijnse stijl. De bouw ervan begon in 785.

De dynastie van de Omayyaden viel in de 11e eeuw uit elkaar door bloederige gevechten tussen rivaliserende Berberstammen en rebelse christelijke heroveringslegers uit het noorden. In 1236 viel Córdoba opnieuw in christelijke handen, en is dit tot de dag van vandaag gebleven. Want, ook al neemt ook in Spanje de ontkerkelijking toe, het blijft een katholiek land.

 Hostal El Triunfo ligt in ieder geval voor ons op een strategische plek. Te voet zijn van hieruit alle bezienswaardigheden van de stad gemakkelijk te bereiken, niet alleen de annex gelegen Mezquita. Het is alleen jammer dat de oude Romaanse brug, de Puente Romano, die hier om de hoek ligt, niet te belopen is. De brug staat volledig in de steigers en wordt gerenoveerd. We kunnen dus deze brug niet gebruiken om de Guadalquivir over te steken en vanaf de overkant  van de rivier een blik te werpen op de stad. Het is niet anders.

  Voordat we echt de stad in trekken nemen we de lunch in El Patio Andaluz, een van de vele beroemde patio’s van de stad. De binnenplaats van het restaurant hangt vol met nog in bloei staande geraniums, in potten opgehangen tegen de witte muren. De live-muziek is er afkomstig van een snerpende kanarie, opgehangen in een grote kooi aan het plafond, en een gitarist die zich vermomd heeft als Andalusische cowboy. Het restaurant zit afgeladen vol met eters, en dat is meestal een goedteken. Onze middagmaaltijd bestaat uit een flesje rioja (eerst wat drinken) en een aantal schotels pimientos (salpicon de mariscos) en albóndigas caseras, aangevuld met een portie patatas fritas. Dat moet voldoende zijn om het bezoeken van de Mezquita aan te kunnen. Onze cowboy zingt ondertussen vrolijk verder. Zelfs de kanarie heeft hij tot zwijgen weten te brengen.

 

November 14th, 2006

Reisboek Andalusië - Palabras de Otoño 14: El Borge

Posted in: Travels — admin @ 8:41

EL BORGE: LINKS ANDALUSIË MET ZIJN DIA DE LA PASA

Om 17.00 uur zijn we terug in El Borge. Het zal onze laatste avond worden. Voordat we naar Bar Paco stappen lezen we nog wat bij de ondergaande zon op het voorterras. Dan belt Lucien vanuit Nederland: zijn eerste tentamen geneeskunde is goed verlopen. De tweede goede boodschap van het thuisfront vandaag. Wat let ons om nog langer weg te blijven? Ze redden het blijkbaar ook goed zonder ons. Maar ons verblijf in El Borge zit er bijna op. Het wordt onze laatste avond hier in het Andalusische bergdorp.

 

Al de eerste dag in El Borge was het me opgevallen dat er bij de naamgeving van de straten een grote voorkeur was voor iconen van het Linkse Front. Je bent nauwelijks het dorp binnen of daar is al de Avenida Che Guevara. Loop je verder dan is er geen ontkomen meer aan. Er is een Calle Republica en ook de legendarische Passionaria (“No passarán”) wordt met een plein geëerd.

 

Zelfs in Spanje is het opgevallen dat El Borge zijn linkse verleden met name in de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) heeft bewezen. Het gaat zelfs zo ver dat het gemeentebestuur van El Borge in juli 2005 de Spaanse regering een motie heeft voorgelegd om de burgers vrijelijk te laten kiezen tussen de republiek of de monarchie. De motie werd unaniem door alle gemeenteraadsleden van het dorp gesteund.

 

Ik heb het bericht uit de pers nog opgezocht:

El Ayuntamiento de El Borge (Málaga) aprueba hoy en pleno una moción para solicitar al Gobierno y a las Cortes la convocatoria de un referéndum que permita a los ciudadanos elegir entre monarquía y república, y que su posición se incluya dentro del debate sobre la reforma de la Constitución.
La moción, que se aprobará con los votos a favor de IU que cuenta con mayoría absoluta en un municipio que, según precisó Ponce, “tiene un gran sentimiento republicano”, y es “eminentemente de izquierdas”.


  
 

Er zijn mensen die beweren dat Links niet kan feestvieren. Dat geldt niet voor Spanje, en zeker niet voor El Borge. Een van de feesten die nog lang nagalmen in dit dorp is de Día de la Pasa, de dag die gewijd is aan het product waar El Borge van leeft: de rozijn. De dag vindt elk jaar plaats op de derde zondag van september, en luidt tevens het begin van de herfst in. Het hele dorp is die dag actief.

Een vijftiental meters na binnenkomst door de dorpspoort stuit je al op het Pasa-monument: een brede fontein met het beeld van een Borgiaan die een mand vers geplukte druiven op zijn hoofd draagt.

De Día de la Pasa begint om een uur of elf met muziek (ook El Borge slaapt op zondag uit), waarna om 12.00 uur de pasas geproefd worden Uiteraard samen met eten en drinken: gazpacho (koude soep) en moscatelwijn die van dezelfde druif gemaakt wordt als de pasa. Voor de bezoekers zijn er ondertussen demonstraties hoe het proces van druif naar rozijn verloopt. Maar vanaf een uur of twee beginnen de verschillende muziekgezelschappen zich te laten horen.

 

De apotheose vindt plaats na 20.00 uur als dans- en muziekgroepen zich met Andalusisch vuur werpen op de flamenco. Voor de beste dansers en zangers zijn er geldprijzen te verdienen. Het feest duurt tot laat in de nacht.

Er is zelfs een speciaal lied voor deze dag gemaakt. Ik geef hier het eerste couplet:

Cuando termina el verano
En este pueblo de El Borge
Se celebra una gran fiesta,
Une fiesta de renombre


  

Ook voor ons lijkt de zomer in El Borge voorbij. In Bar Paco nemen we hartelijk afscheid van Paco en zijn stamgasten. En het is er druk: vrijdagavond. Ten afscheid offreert hij ons gratis schotels tapas. Voor de acht schotels tapas met de acht glazen rioja hoeven we slecht acht euri (!) af te rekenen. Als er linkse paradijzen bestaan, dan weet ik waar dat te vinden is. In El Borge!

 

De persberichten: 29 juli 2005;  zie ook website:

http://www.iu-hortaleza.org
 

El Ayuntamiento de El Borge (Málaga) aprueba hoy en pleno una moción para solicitar al Gobierno y a las Cortes la convocatoria de un referéndum que permita a los ciudadanos elegir entre monarquía y república, y que su posición se incluya dentro del debate sobre la reforma de la Constitución. 

Según explicó el alcalde de la localidad, Jose Antonio Ponce (IU), El Borge (Málaga) se convertirá así en la primera institución en España que respalda una propuesta de este tipo en la que los ciudadanos se pronuncien a favor de “una institución vitalicia o una electiva y democrática”.

La moción, que se aprobará con los votos a favor de IU que cuenta con mayoría absoluta en un municipio que, según precisó Ponce, “tiene un gran sentimiento republicano”, y es “eminentemente de izquierdas”.

El Borge’s radical past and present is well-documented. The town fought against Franco in the Spanish Civil War, and after Malaga fell to the Fascists in 1936, Republicans used Axarquía as a base to carry out guerilla raids. There is a street named “Republica” and another “Che Guevara”. But it’s inside La Posada del Bandolero, the Bandit Inn and museum that El Borge’s best legends abound. For the museum is a tribute to the infamous El Bizco de El Borge, the cross-eyed bandit El Borge and his gang. Regarded as Robin Hood heroes, from the mid to end of the 19th century, the Cross-Eyed One and his merry men held up royal troops all over Axarquía. The hotel-museum is a treasure-trove of bandit memorabilia, housing a fascinating collection of muskets and gunpowder pouches, old documents, newspaper clippings, comic strips and other items.

 

November 13th, 2006

Reisboek Andalusië - Palabras de Otoño 13: Malaga

Posted in: Travels — admin @ 9:28

MALAGA, TOCH NOG VERRASSEND

Voordat we vanochtend op weg gaan naar Malaga ontbijten we op het voorterras. El Borge ligt weer aan onze voeten. De nog wat flauwe ochtendzon laat zijn zijden zonlicht over de witte huizen van het dorp glijden. Een paar druk pratende locale werkbijen veegt ondertussen ons straatje schoon. Vrouwen van de dorpsreiniging. Als we een twintig minuten onderweg zijn, we passeren net Velez Malaga, belt Raymond dat hij een promotieplaats heeft weten te krijgen in het nieuwe researchcentrum van de Universiteit van Nijmegen. Vier jaar lang RNA-onderzoek, een hele uitdaging. Goed nieuws, dus.

In Malaga parkeer ik voor 0,90 euro (dagtarief!) de auto aan de haven, dicht bij de vuurtoren, waar nog net één plek vrij is. Via de Paseo de España en de Paseo del Parque lopen we vervolgens de stad in. De temperatuur is uitstekend (22 graden) en zo nu en dan breekt de zon zelfs door. Drinken koffie op de Plaza Obispo, een intiem pleintje tegenover de kathedraal.

Die kathedraal is gigantisch wat afmetingen betreft, lomp groot, zou je bijna kunnen zeggen. Een combinatie van Gotiek, Renaissance en Barok. Dus heel erg. Toch zijn er heel fraaie gedeelten te zien zoals het koorgestoelte met in de 17e eeuw uitgesneden beelden van Pedro de Mena. En er zijn heel fraaie schilderijen te bewonderen waaronder de bizarre Onthoofding van Sint-Paulus. Naast de kathedraal staat de Iglesia del Sagrario, een kleine kerk die door Isabel en Ferdinand, het Spaanse koningskoppel, na de verovering van Malaga op de Moren op de plaats van de oude moskee is gebouwd.

De kathedraal zou eigenlijk nog een tweede toren hebben moeten krijgen. Maar die is nooit gebouwd, omdat het geld dat daarvoor was gereserveerd opging aan de Spaanse oorlogskas. De kathedraal heeft dan ook de bijnaam La Manquita (de Eenarmige).

 

Ondanks zijn reputatie valt de binnenstad ons nog mee. Veel gebouwen staan in de steigers en worden gerenoveerd. Dat geldt ook voor parken, straten en pleinen die massaal op de schop genomen worden. Overal een pokkenherrie van bouwkranen, betonmolens, drilboren en geschreeuw van bouwarbeiders. Maar een serene rust overvalt je als je het Palacio Episcopal binnen stapt. In een van de grote ruimten op de onderste verdieping is een expositie van moderne kunst ingericht> beetje vreemd in dit deftige etablissement, maar het moet kunnen. De geëxposeerde werken zijn, mijns inziens, van nogal wisselende kwaliteit.

 

Om een uur of twee is het tijd voor de lunch. Die nemen we, gezeten op een barkruk aan een zwart sherryvat op het geïmproviseerde terras van een overvolle tapasbar. Kantoorklerken en wat toeristen eten er hun lunch weg. Binnen kan ik de kleine gerechten aanwijzen. Het is er een hectische bedoening, want blijkbaar knaagt de honger. Elke kleine portie heeft een prijs tussen de 1 en 2 euro. Het assortiment is groot. Het wordt dus een combinatie van zowat alles. En we nemen er een glas portachtige wijn bij. Er zijn slechtere momenten in het leven denkbaar.

 

Als digestief trakteren we ons zelf op een stevige wandeling door de binnenstad. Brede winkelstraten wisselen af met smalle, pittoreske straatjes waar de tijd niet echt heeft huisgehouden. De koopwoede kunnen we gelukkig onderdrukken, deze middag. De verlokkingen van het neerstrijken op een terras echter niet.

We lopen ook nog langs het Casa Natal de Picasso, misschien wel de beroemdste inwoner van Malaga, hoewel de schilder – zeker in de tijd van Franco – helemaal niks van Spanje moest hebben. Overigens heeft hij na zijn geboorte ook niet lang in Malaga gewoond, slechts tien jaar. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) was Malaga na Barcelona het meest bevochten bolwerk van het land. Het Casa Natal ligt aan het Plaza de la Merced en herbergt een zeer beperkt aantal schilderijen van de grote meester. Malaga heeft echter grootse plannen met Picasso, maar of het er ook echt van komt, dat moet ik nog zien.                                                                       

November 12th, 2006

Reisboek Andalusië - Palabras de Otoño 12: Antequera

Posted in: Travels — admin @ 9:03

 

VAN GRANADA NAAR ANTEQUERA-MET-REGEN

Wakker worden in Granada. Het heeft wel wat om in het centrum van zo’n oude Moors-Iberische stad op zoek te gaan naar je ontbijt. Niet dat dat veel moeite kost, want de cafeterías liggen voor het opscheppen. Net als de meeste Granadijnen (heten die inwoners zo?) neem je je ontbijt niet thuis, maar buiten de deur. Het wordt Cafetería Gerardo. De bar zit vol ontbijters. Een goed teken. De naam van de cafetería klinkt vertrouwd. En dat vertrouwen wordt niet beschaamd. Voor 3,50 euri per persoon eet je een uitstekend ontbijt met warme tosti’s met serrano-ham en een kop relatief sterke café con leche.

 

In Granada is het ondertussen zwaar bewolkt. De zon schijnt niet eeuwig in Andalusië. Voor ons vertrek retour richting El Borge gaan we nog even de stad in.

De binnenplaats van de oude Medische Universiteit van Granada is schitterend. Mooie grote patio, met een dubbele galerij (twee etages) in het vierkant. Fresco’s en andere schilderingen aan de wanden van de binnenplaats. Een fantastisch sfeervol geheel. Je stapt zonder enig vermoeden binnen, en onverwachts wordt je op een heleboel moois getrakteerd.

Ook dwalen we nog even door de straatjes van de oude Alcaicería en de Zacartín, zeg maar de souks van Granada, waar we gisteravond ook al rondgelopen hebben. De sfeer is er in de ochtend compleet anders dan ’s avonds. We lopen tot aan de brede boulevard die de Calle Reyes Católicos genoemd wordt. Bijna op het snijpunt met de Gran Vía de Colón ligt de oude Madraza van Granada, een koranschool die in 1349 door Yusus I werd gesticht en later door het katholieke koningskoppel Johanna van Castilië (de Waanzinnige) en Filips de Schone (beiden sinds eeuwen hermetisch gekist in een praalgraf in de Capilla Real) in gebruik werd genomen als raadhuis. Tegenwoordig maakt het gebouw deel uit van de Universiteit van Granada.

De kerken laten we voor wat ze zijn, zelfs de Capilla Real. Hebben we nog iets te goed voor een volgende keer. Want dat Granada niet in anderhalve dag te doen is, dat is zeker. Daarvoor heeft de stad te veel te bieden. Voor Córdoba en Sevilla zullen we volgende week meer tijd inruimen.

 

We rijden richting Antequera. Zware wolkenpartijen wisselen af met zonnige perioden. Het landschap is behoorlijk bergachtig en het clair-obscur van het spel tussen de wolken en de zon maakt het ook nog eens een stuk interessanter. Op het moment dat ik mijn auto parkeer naast de parador in Antequera begint het te regenen. En niet zomaar een buitje: en complete moesson barst los. Onze paraplus hebben het zwaar te verduren. Mijn broekspijpen worden aardig nat door het opspattende water. Maar gelukkig is daar een café. En de koffie is er warm en bruin. En tevens kunnen we er onze regenschermen uit laten lekken. We zijn niet de enigen die op dit idee gekomen zijn. Na een minuut of tien is het weer droog buiten.

Overigens schijnt de bardichtheid van Antequera tot de laagste van Andalusië te horen. Tevens heeft het stadje de reputatie van gesloten bezienswaardigheden, met name de kerken. Dit blijkt te kloppen. Al met al is het een redelijk saai stadje. Dat wisten we ook eigenlijk wel. Zou het mooi weer geweest zijn dan zouden we doorgereden zijn naar het nabij gelegen natuurpark van El Torcal. Maar dat kunnen we vergeten vandaag.

 

Toch valt er van de buitenkant nog genoeg te genieten van de vele patio’s. En het barst er van de (gesloten) kerken en scholen. Die nu uitgaan, althans wat de scholen betreft. Roedels jonge meisjes in keurig schooluniform staan te wachten tot het moment dat ze afgehaald worden door hun ouders of de schoolbus. Om 15.00 uur vinden we het welletjes voor wat betreft onze rondwandeling door de stad en duiken we een restaurant in. Het menu del día is er te krijgen voor 8,50 euri: voor-, hoofd- en nagerecht en ook nog een consumptie. Waar krijg je dit nog? En alles in geenszins armzalige porties. Gewone, stevige Andalusiche gerechten. En zo hoort het ook.

 

Om een uur of zes in de namiddag zijn we weer ‘thuis’ in El Borge. Het dorp gonst weer als de colmena can Camilo José Cela. Gemma kookt voor het eerst in de eigen casa. Een eenvoudige spaghettimaaltijd, met flink wat groeten en vers fruit. Flesje crianza Campo Viejo. Onze decoder verrast ons daarna met de UEFA-cup wedstrijd AZ-Braga die eindigt in een 3-0 overwinning voor de Alkmaarders. Om 23.00 uur sluit ik de zware massieve houten deuren aan de voorzijde. Voor vandaag houden we het voor gezien.

November 11th, 2006

Reisboek Andalusië - Palabras de Otoño 11: Granada

Posted in: Travels — admin @ 9:14

 

GRANADA: MET FEDERICO GARCIA LORCA AAN TAFEL

Omdat het al laat in de namiddag is zijn de Kathedraal en de Capilla Real, beiden vlak bij ons hotel gelegen, al gesloten. Morgenvroeg om half elf gaat de religieuze nering weer open. Of we er dan nog terugkeren, weet ik niet. We zien wel. De kerk annex, de El Sagrario, is wel open. Er is zelfs een mis aan de gang, inclusief wierook en al. Het is er echter niet druk. De kerk maakt deel uit van het gebouwencomplex dat tegen de kathedraal en de Capilla Real is aangebouwd. Vooral vrouwelijke kerkgangers die hun zonden weg willen bidden waarschijnlijk.

Dan maar verder. Naar het Plaza Bib Rambla, het hart van de stad. En de oude  souks van Granada, de oude Alcaicería, nauwe winkelstraatjes die doen denken aan de Noord Afrikaanse binnensteden. Vroeger, in de tijd van de Moren (maar ook nog daarna) was hier de zijdemarkt van de stad.

Zwerven vogels, met name spreeuwen, vliegen over, op weg naar hun avondmeeting in een van de vele hoge bomen. Een oorverdovend gekwetter laat de bladeren trillen. De winkelstraten zijn nog in vol bedrijf, hoewel het al een tijd donker is. De temperatuur is prima.

 

Toch nog even een boekhandel in. Op zoek naar een bundel gedichten van de relionale linkse literaire zalig verklaarde: Federico Garcia Lorca. Keuze genoeg, nadat de dienstdoende juf achter de kassa weg heb gekregen. Ze wijst me op een plank vol met verschillende dichtbundels van Lorca. Mijn keuze valt tenslotte op Romancero Gitano. Thuis heb ik al tientallen gedichten van Lorca gelezen, via internet. Hij heeft nogal wat gedichten gewijd aan Granada, een soort eerbetoon aan zijn geboortegrond.

Lorca werd in 1898 geboren in het dorpje Fuente Vaqueros, niet ver ten westen van Granada. In augustus 1936 werd hij tijdens de Spaanse Burgeroorlog  vanwege zijn linkse sympathieën doodgeschoten bij de Fuente Grande, bij het plaatsje Viznar, een paar kilometer ten oosten van Granada. Federici García Lorca wordt als een van de grootste Spaanse dichters beschouwd.

Maar rondlopend door de straten van Granada lees je gewoon op de muur prachtige gedichten. Lorca’s epigonen? Lees mee, dit prachtige gedicht:

Te miro a los ojos
Y me pregunto de que
Color seran tus sueños
Si son rojos o amarillos
A azules como los mios
Te miro a los ojos
Y me pregunto hasta
Donde llegara esto
Si es locura que siento
O me siento loco dentro de ello


  (ik kijk je in je ogen / en ik vraag me af van welke / kleur je dromen zijn …)

We eten in Restaurante Asador op de Bib Rambla. Buiten. Op een terras dat verwarmd is. Het  restaurant biedt een ruime keuze: una amplia variedad, unos exquisitos embutidos típicos granadinos. Het eten is er prima, en er is een goede ambiance op dit centrale plein van Granada.

Wat we eten? Zelf begin ik met een sopa de pecadillo a la grandina (een bouillonsoep met schijfjes hard gekookt  ei en ham), gevolgd door een stevige entrecot de ternera (een malse kalfsbiefstuk) en eindig met tartade mora (een soort bramengebak). Gemma houdt het bij een ensalada Albayzin (een salade met zeeschelpdieren en locale slasoorten), gevolgd door een groot bord pimientos Piquillo rellenos de bacalao (rode pepers gevuld met kabeljauw). Uiteraard staat er een fles dieprode rioja op tafel, en ook Lanjarón-water. De geleden schade bedraagt deze avond een 65 euri.

Tijdens het eten raken we aan de praat met een naast ons, aan een belendende tafel gezeten Nederlands echtpaar. Zijn op zoek naar een huis in de streek, het liefst in Orgiva waar we een dezer dagen zijn geweest. Van daaruit kan hij, net als overal, zijn werk als internetspecialist prima uitoefenen. Hij vertelt over zijn Argentijnse verleden (was daar jarenlang woonachtig) en doet ons nog wat handige tips voor een eventuele trip naar Zuid Amerika aan de hand. Patagonië is een aanrader. En de Argentijnse biefstukken zijn nog beter dan hier. Waarbij hij wijst op mijn ternera. Zijn tweede vrouw (of vriendin) kan het alleen maar beamen, hoewel ze het, volgens mij, ook alleen maar heeft van horen zeggen.

 

Na afloop slenteren we door donker Granada terug naar ons Hostal Atenas. De arbeiders zijn nog druk aan het kloten aan de Gran Vía de Colón. Blijkbaar gaat dat hier dag en nacht door. Voor het overige is het erg rustig in de stad. Toch nog even een paar gedichten lezen uit Lorca’s Romancero Gitano. Over de San Miguel bijvoorbeeld, een gedicht opgedragen aan de stad Granada. Over muilezels die bezwijken onder hun vracht zonnebloemen:

Se ven desde las barandas
Por el monte, monte, monte,
Mulos y sombras de mulos
Cargados de girasoles

November 10th, 2006

Reisboek Andalusië - Palabras de Otoño 10: Granada

Posted in: Travels — admin @ 8:46

 

HET ALHAMBRA: 1001 NACHT IN GRANADA

Om half tien vertrekken we uit El Borge. Terwijl het in bijna heel Spanje beestenweer is en de natte moessons half Galicië onder water zetten, valt het hier nog mee. Het is weliswaar bewolkt, maar het is droog en de temperatuur is nog altijd zo’n 23 graden.

Na even zoeken – veel straten zijn opgebroken of hebben éénrichtingsverkeer – arriveren we om 12.00 uur in hostal ‘Atenas’, midden in het centrum van Granada. Aan de Gran Vía de Colón. Omdat ik teven een plek in de parkeergarage van het hostal gereserveerd heb, is het eerste wat ik doe mijn auto kwijt raken. Dat is nog een hele belevenis. De smalle straat naast hostal ‘Atenas’ doorrijden en je staat voor de garagedeur. Die opent zich automatisch. Daarna rijd ik een autolift in die precies de breedte heeft van mijn auto. De zijspiegels komen zowat tegen de zijwanden. Daarna helpt een van de baliepoezen van Atenas me bij het achteruit manoeuvreren.

 

Er is nog één plek over in de smalle garage. Ik probeer zo goed en zo kwaad mijn auto daartussen te frommelen. Dat gaat eigenlijk niet, want als ik dat doe kan ik mijn  auto niet meer uit. Geen nood, dan maar half in het gat steken, vervolgens de auto uit, en met de hand de auto achteruit op zijn plek duwen. Zie je wel, het lukt. Zegt de baliepoes. De auto weer eruit krijgen, is van later zorg. Gewoon de auto met de hand naar voren trekken en klaar is kees.

 

Hostal Atenas prijst zich aan als ‘un estacebliemento, regentado por une familia, que se halla en la acogedora ciudad de la Alhambra, con un fuerte carácter Islámico. Estamos situados en el corazón de Granada dentro del casco histórico’.

 

De kamer is niet echt ruim bemeten, maar redelijk comfortabel. Geen luxe, maar je zit inderdaad midden in de stad. De Gran Vía de Colón is onderhevig aan een fikse renovatie. Gelukkig is het gedeelte voor het hostal klaar.

We laten ons met de taxi (3,25 euri) naar het Alhambra rijden. Daar haal ik de toegangskaarten af die ik thuis al via internet besteld en betaald heb. Binnen vijf minuten klaar. Vervolgens klimmen we naar het aan de overkant van de straat  gelegen restaurant Jardines Alberto. Daar verwerken we een paar platos cominados.


  Onze entreetijd in het Alhambra is bepaald om tussen 15.30 en 16.00 uur. We hebben dus nog ruim de tijd om vooraf de tuinen bij de Genaralife, Yannat-al-Arif, het buitenverblijf van de vroegere Nasridenkoningen, te bekijken. Helaas laat de zon op dat ogenblik verstek gaan, maar het bezoek blijft toch alleszins de moeite waard.

 

De al in de 13e eeuw aangelegde tuinen en waterpartijen –  nog veel bloemen in bloei – zijn een paradijs voor het oog: de geuren, de kleuren, de vormgeving, het geklater van het water, alles draagt bij tot een bijna duizend-en-een-nacht sfeer. Omdat de tuinen op een heuvel liggen buiten de stad, heb je tevens een prachtig uitzicht op Granada, nu in clair-obscur vanwege de wisselende lichtval. Voor wat de tuinen betreft maken de Patio de la Acequia met zijn langwerpige vijver en rijen fonteinen, en  de Patio de los Cipreses (de vroegere geheime ontmoetingsplaats van Zoraya, vrouw van Sultan Aboe-I-Hasan, en haar minnaar) de meeste indruk.

Maar het toppunt van de middag zijn toch de Palacios Nazaries, het paleizencomplex van het Alcazar. Het is onmogelijk een beschrijving te geven van wat hier de ogen allemaal verblind. Jammer genoeg heeft ook hier de tand des tijds (en anders was het keizer Napoleon wel) op verschillende plekken aardig huisgehouden. Maar is is gelukkig nog genoeg over aan wandtegels in allerlei geometrische vormen.

 

Aan nissen van het mooiste ivoren filigrein. Aan caleidoscopische uitstulpingen van gipsen stalactieten die in wit en blauw van de plafonds afdruipen. Aan complete tapijten van azulejos. Aan cederhouten plafonds en schitterende doorkijkjes Adembenemend. De wereld van Aladdin. En dan zijn er nog de patio’s. Waarvan de Patio de los Leones wel de meest beroemde is.

 

Maar ik hol al te snel door al die fraaie paleizen. Want er is het Mexuar, het Serallo voor de vrouwen van de sultan, en het Harén als centrum daarvan, de Sala de los Abencerrajas met het meest indrukwekkende plafond van het Alhambra: met het keurmerk van Pythagoras. Of het Palacio de Carlos V. Je zou eigenlijk dagen achtereen telkens een uur een gedeelte moeten bekijken. Nu loopt je emmer van het bevattingsvermogen al snel over. En dat is jammer. Gelukkig is er uitstekende literatuur te koop in de Alhambra-winkel. Zoals de handig-formaat editie van Edilux ‘Het Alhambra van dichtbij’ (ook in het Nederlands verkrijgbaar, dus) met honderden foto’s, tientallen andere gravures en illustraties en meer dan vijftig overzichts- en detailkaarten.

Als laatste bezoeken we het Alcazaba, het oude, tamelijk vervallen fort. Op 2 januari 1492 (Columbus ontdekt Amerika) wappert voor het eerst de christelijke vlag op dit gebouw, om de inname van de stad te vieren. Moe in de poten. Het wordt tijd voor een alcoholische versnapering. Een copa rioja gaat er altijd wel in.

 

November 9th, 2006

Reisboek Andalusië - Palabras de Otoño 9: Torremolinos

Posted in: Travels — admin @ 8:29

 

TORREMOLINOS: ALLE VOOROORDELEN ZIJN WAAR

Nu de dag door de problemen met de Kia al een flink eind gevorderd is zien we af van de aanvankelijk voorgenomen tocht richting Sierra Nevada. Het wordt iets totaal anders. Iets wat we hadden gedacht te kunnen vermijden, maar de nieuwsgierigheid wint het. Torremolinos ligt vlakbij Malaga, en het clichébeeld van een megalomane betonnen badplaats aan de Costa del Sol is bekend, De komende dagen staat er voldoende cultuur op het programma, dus deze zonde moet ons vergeven kunnen worden.

Torremolinos beantwoordt volledig aan het clichébeeld dat we er van hebben. Nadat we ergens tegen het centrum aan onze nieuwe Ford Focus hebben geparkeerd de stad in. Het is er redelijk druk. Vooral met Engelsen die hun bleke, met sproeten bedekte huid meestal hebben overdekt met de meest exotische tatoeages. Verder dan de gapende bilspleet kan ik meestal niet kijken, maar de aanzetten doen het ergste vermoeden. Bij de dames is het bovenste gedeelte van de uit het strakke t-shirt borstpartij eveneens slachtoffer geworden van een ongediplomeerde brandmerker. Na de paarden nu Engelse borsten en schouders. Het moet even wennen zijn voor de mannen van Bonanza.

 

We eten in een van de vele restaurants. Te duur en te slecht. Maar we hebben honger. En dan komen de meest primitieve instincten in je los. Zeker als je in Torremolinos bent. We denken nu al aan Bar Paco en zijn smakelijke tapas. Die ook nog eens geen geld kosten. Maar goed, de inwendige mens moet versterkt.

 

Voordat je het strand bereikt (en dat willen we toch gezien hebben) moet je eerst door meer dan een kilometer lange, naar beneden slingerende koopgoot. Een mercantiel pretpark waar je liever niet dood wordt aangetroffen. Tussen de hoog opgestapelde toeristenrimram is elke oriëntatie onmogelijk, en daar gaat het om. Er moet en zal gekocht worden. Geen idee ondertussen waar zich het strand bevindt.

Betonnen, over de top geraakte, appartementencomplexen kijken uit de hoogte op je neer. En om je heen hoor je Engels uit Liverpool, Engels uit Londen, Engels uit Manchester en Engels uit de rest van die half ondergelopen krijtrotsen in de Noordzee. Zo nu en dan meen ik ook onvervalste Nederlandse tongvallen te horen. En allemaal zijn ze in druk overleg over wat er nu weer gekocht, gegeten of gedaan moet worden. Ja, als de hel bestaat, dan is dit het voorgeborgte.

Tenslotte bereik je toch nog het strand. En dat valt dan weer alleszins mee. Misschien ook omdat er, ondanks de zon, nauwelijks toeristen te bespeuren zijn. Een enkele gestringde Engelse bilpartij maakt het toch nog een beetje zomer. Er zijn zelfs geen tatoos op te bespeuren. Mijn twijfel of het Engelsen zijn neemt toe.

 

’s Avonds terug in El Borge overvalt je onmiddellijk de weldadige rust. Even de Nuestra Señora del Rosario kerk in die vlakbij ons casa ligt. In ieder geval om vergeving te vragen voor ons zondige bezoek aan Torremolinos. Een tiental vrouwtjes zit in aanbidding voor  Neustra Señora, terwijl hun mannen het aperitief heffen bij Paco. Nuestra Señora is, als zoveel kerken in Andalusië gebouwd in de Moorse Mudejar-stijl. Het is een intiem kerkje dat past bij het 1000 inwoners tellende dorp.

Maar voordat we Bar Paco bereiken worden we nog even opgehouden door de pensionados op het dorpsplein, het Plaza de la Contitución, in de hoek tussen het gemeentehuis en de kerk. Ze willen met ons op de foto, en vooral met Gemma natuurlijk. Dit genoegen willen we ze niet onthouden. Op het risico af dat ze nog dagenlang hyperventileren en uit hun wilde dromenwakker schieten, gaan we akkoord. Beloven de foto’s naar Paco te sturen, zodat iedereen ze te zien krijgt. En dan laten we ze uitvergroten, zegt een van de snorren van El Borge. En ophangen in Bar Paco. Zo laten we toch onze sporen nog achter in El Borge.

 

Het worden een aantal raciones met verschillende soorten vis. Met rioja, uiteraard. Bar Paco zit aardig vol. En al gauw weten we ook waarom. De Champions League wedstrijd Steau Boekarest – Real Madrid. De mannen gaan er eens goed voor zitten, niet nadat ze me uitgenodigd hebben om nog wat foto’s te maken van een aantal doorgewinterde barkoppen. Ook die fotosessie vindt naar genoegen plaats. Daarna wordt ons een paar copas wijn aangeboden. Een stoel wordt bijgeschoven zodat we goed naar de wedstrijd kunnen kijken. En naar Vanisselrooij, want die is zelfs in El Borge al populair. Bij de rust is het al 0-2 voor Real Madrid en de wedstrijd lijkt gespeeld. Hoewel Vanisselrooij nog niet gescoord heeft.

We wachten het einde van de match niet af, want morgenvroeg zullen we vertrekken naar Granada (met één overnachting). En er moeten nog wat spullen ingepakt.

November 8th, 2006

Reisboek Andalusië - Palabras de Otoño 8:El Borge

Posted in: Travels — admin @ 9:39

 

DOOD IN EL BORGE: DE KIA EN HET CEMETERIO

Ook een flauwe zon maakt het ontbijten op het voorterras tot een weldadige dagopening. De temperatuur loopt al snel op. En er staat geen wind.

We beginnen de dag met een bezoek aan het kerkhof van El Borge. Vanaf het achterterras kijken we er op uit. Als de zon doorbreekt ligt het fel wit op. Alleen de donkere vierkante gaten kijken als lege ogen richting het dorp. We lopen er in een paar minuten, bergafwaarts, naar toe. Zoals op zoveel Spaanse kerkhoven is vanwege ruimtegebrek gekozen voor gestapelde graven boven de grond. Ook hier zijn de graven in vier of vijf verdiepingen boven elkaar geplaatst. Zodra de kist in de open lade geschoven is wordt de zaak dichtgemetseld. Vervolgens komt er een marmeren plaquette voor de ‘ingang’ waarop de gegevens van de overledene gebeiteld worden.

 

Opvallend is het achterwege blijven van de geboortedatum. Sterfdatum en leeftijd worden wel vermeld. Een en ander wordt overwoekerd door felkleurige kunstbloemen. Vanaf hier is het net alsof de gestorven inwoners van El Borge permanent waken over hun nog levende dorpsbewoners. Vanaf een afstand en in zekere zin vanuit de hoogte, want het kerkhof is aangelegd op een wat hogere heuvel net buiten het dorp. Een geruststellende gedachte.

We wandelen door de dodenstraatjes en ontdekken dat een drietal vrouwen uit het dorp druk doende is de meest verweerde graven van een nieuwe laag witkalk te voorzien. Eerst worden de graven schoon geschrobd en vervolgens gaan de dames er met een lange witkwast overheen. Zo ligt de zaak er ruim voor Allerzielen, 2 november, weer fris bij. Tevreden ingemetselde klanten. Daar gaat het tenslotte om.

 

Na het bezoek aan het cemeterio lopen we door het dorp naar beneden, naar de dorpspoort waar de Kia staat. Onderweg duiken we nog even binnen bij de rozijnenfabriek waar druk gewerkt wordt, in dit geval machinaal, aan het sorteren van diverse afmetingen pasas, rozijnen. De machine schudt de gedroogde druiven via verschillende zeven in de verschillende bakken.

Als ik de Kia wil starten geeft hij geen kik. Dood. Nieuwe pogingen leveren evenmin enig startgeluid op. Morsdood. Dus toch. De problemen met de elektronica en de plotseling  aanspringende achterremlichten zullen de accu volledig hebben leeggezogen. Wat nu? Daar sta je dan, midden in de Montes de Malaga in het bergdorp El Borge, met een lege accu. Eerst maar even bellen naar verhuurbedrijf Marbesol in Malaga. Daar adviseert men mij wat ik inmiddels ook zelf al bedacht had: probeer in het dorp iemand te vinden die met een startkabel de motor weer aan het draaien krijgt. Mocht dat niet lukken dan sturen we iemand met een andere auto naar El Borge. Terug dus naar het kloppende hart van het dorp: Bar Paco.

Een paar woorden zijn voldoende om Paco in beweging te brengen. Hij belt met mijn mobiele telefoon naar de taller, de werkplaats van het dorp. Binnen een minuut heeft hij iemand bereid gevonden om mijn probleem op te lossen.

Als ik terug ben bij de auto rijdt er binnen twee minuten een jonge vent voor die via de startkabels een verbinding legt tussen de accu van zijn auto en die van mij. Ik start. En de Kia gromt weer als vanouds. Op advies van de taller laat ik de motor nog zo’n kwartier doorgrommen om er zeker van te zijn dat de zaak weer voldoende is opgeladen. Dan op weg naar Malaga om toch een andere auto te krijgen. Want dit gesodemieter wil ik niet nog een dag meemaken. Binnen één uur zijn we ter plekke.

Bij Marbesol is de zaak snel opgelost. Met enig handig manoeuvreren krijg ik de Kia in de garage onder het bedrijf. Boven staat al een verse Ford Focus klaar. Een diesel, dit keer. Maar ook een redelijk nieuwe auto, 12.000 kilometer op de teller. Maar de dagtocht die we voor vandaag van plan waren te maken, kunnen we op onze buik schrijven. Het is inmiddels bijna twee uur in de namiddag geworden.

Next »
 
  • ON THE ROAD naar Santiago de Compostela

  • Sint Jacobus leidt me door braamstruiken en naar bierloze cafés

  • New York op doek: nieuwe schilderijen

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 20

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 19

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 18

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 17

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 16

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 15

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 14

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 13

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 12

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 11

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 9

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 8

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 7

  • Christo in Central Park New York

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 6

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 5

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 4

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 3

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 2

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 1

  • Sleepless in Manhattan - intro

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 17

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 16

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 15

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 14

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 13

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 12

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 11

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 9

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 8

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 7

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 6

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 5

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 4

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 3

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 1

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico García Lorca 1

  • BINNENKORT IN DIT THEATER: ANDALUSIË

  • Hermitage: het zomerpaleis van Nicolaas II aan de Amstel

  • Wajauw? Met Ahmed Marcouch en Hans Laroes naar Brooklyn aan de Maas

  • Luik: van nu en toen, van Calatrava en Les Olivettes

  • Geen Pim Pandoer, wel Beethoven in ’s Heerenberg

  • Spaanse La Notte in het Hollandse Slot Loevestein

  • Van Gogh en de kleuren van de nacht in Amsterdam

  • Opnieuw de ruimte in: A Space Odyssey 2

  • Schilderen: een lange winter met gebrande omber sienna

  • Paradise by the dashboard light

  • Shipbreaking op doek. Met dank aan Edward Burtynsky - Work in Progress

  • Ode Maritima aan Fernando Pessoa

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 16

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 15

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 14

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 13

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 12

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 11

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 10

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 9

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 8

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 7

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 6

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 5

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 4

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 3

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 2

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 1

  • MANHATTAN TRANSFER

  • Corrida aan het einde van de Indian Summer

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 14

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 13

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 12

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 11

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 10

  • Intermezzo: Lucien zingt Lee Towers

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 9

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 8

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 7

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 6

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 5

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 4

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 3

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 2

  • Valencia: tapas op de Feria van Calatrava 1

  • VALENCIA: tapas op de Feria van Calatrava

  • Feria Andaluza in Boom België, of all places

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 15 / slot

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 14

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 13

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 12

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 11

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 10

  • Powered by ME :) !! en MainCore
    Blog (c) WordPress 1.5 Theme created by McMike and Mr-Godd