Â
HET ALHAMBRA: 1001 NACHT IN GRANADA
Om half tien vertrekken we uit El Borge. Terwijl het in bijna heel Spanje beestenweer is en de natte moessons half Galicië onder water zetten, valt het hier nog mee. Het is weliswaar bewolkt, maar het is droog en de temperatuur is nog altijd zo’n 23 graden.

Na even zoeken – veel straten zijn opgebroken of hebben éénrichtingsverkeer – arriveren we om 12.00 uur in hostal ‘Atenas’, midden in het centrum van Granada. Aan de Gran VÃa de Colón. Omdat ik teven een plek in de parkeergarage van het hostal gereserveerd heb, is het eerste wat ik doe mijn auto kwijt raken. Dat is nog een hele belevenis. De smalle straat naast hostal ‘Atenas’ doorrijden en je staat voor de garagedeur. Die opent zich automatisch. Daarna rijd ik een autolift in die precies de breedte heeft van mijn auto. De zijspiegels komen zowat tegen de zijwanden. Daarna helpt een van de baliepoezen van Atenas me bij het achteruit manoeuvreren.
Â
Er is nog één plek over in de smalle garage. Ik probeer zo goed en zo kwaad mijn auto daartussen te frommelen. Dat gaat eigenlijk niet, want als ik dat doe kan ik mijn auto niet meer uit. Geen nood, dan maar half in het gat steken, vervolgens de auto uit, en met de hand de auto achteruit op zijn plek duwen. Zie je wel, het lukt. Zegt de baliepoes. De auto weer eruit krijgen, is van later zorg. Gewoon de auto met de hand naar voren trekken en klaar is kees.
Â
Hostal Atenas prijst zich aan als ‘un estacebliemento, regentado por une familia, que se halla en la acogedora ciudad de la Alhambra, con un fuerte carácter Islámico. Estamos situados en el corazón de Granada dentro del casco histórico’.
Â
De kamer is niet echt ruim bemeten, maar redelijk comfortabel. Geen luxe, maar je zit inderdaad midden in de stad. De Gran VÃa de Colón is onderhevig aan een fikse renovatie. Gelukkig is het gedeelte voor het hostal klaar.

We laten ons met de taxi (3,25 euri) naar het Alhambra rijden. Daar haal ik de toegangskaarten af die ik thuis al via internet besteld en betaald heb. Binnen vijf minuten klaar. Vervolgens klimmen we naar het aan de overkant van de straat gelegen restaurant Jardines Alberto. Daar verwerken we een paar platos cominados.
Â
 Onze entreetijd in het Alhambra is bepaald om tussen 15.30 en 16.00 uur. We hebben dus nog ruim de tijd om vooraf de tuinen bij de Genaralife, Yannat-al-Arif, het buitenverblijf van de vroegere Nasridenkoningen, te bekijken. Helaas laat de zon op dat ogenblik verstek gaan, maar het bezoek blijft toch alleszins de moeite waard.
Â
De al in de 13e eeuw aangelegde tuinen en waterpartijen –  nog veel bloemen in bloei – zijn een paradijs voor het oog: de geuren, de kleuren, de vormgeving, het geklater van het water, alles draagt bij tot een bijna duizend-en-een-nacht sfeer. Omdat de tuinen op een heuvel liggen buiten de stad, heb je tevens een prachtig uitzicht op Granada, nu in clair-obscur vanwege de wisselende lichtval. Voor wat de tuinen betreft maken de Patio de la Acequia met zijn langwerpige vijver en rijen fonteinen, en de Patio de los Cipreses (de vroegere geheime ontmoetingsplaats van Zoraya, vrouw van Sultan Aboe-I-Hasan, en haar minnaar) de meeste indruk.

Maar het toppunt van de middag zijn toch de Palacios Nazaries, het paleizencomplex van het Alcazar. Het is onmogelijk een beschrijving te geven van wat hier de ogen allemaal verblind. Jammer genoeg heeft ook hier de tand des tijds (en anders was het keizer Napoleon wel) op verschillende plekken aardig huisgehouden. Maar is is gelukkig nog genoeg over aan wandtegels in allerlei geometrische vormen.
Â
Aan nissen van het mooiste ivoren filigrein. Aan caleidoscopische uitstulpingen van gipsen stalactieten die in wit en blauw van de plafonds afdruipen. Aan complete tapijten van azulejos. Aan cederhouten plafonds en schitterende doorkijkjes Adembenemend. De wereld van Aladdin. En dan zijn er nog de patio’s. Waarvan de Patio de los Leones wel de meest beroemde is.
Â
Maar ik hol al te snel door al die fraaie paleizen. Want er is het Mexuar, het Serallo voor de vrouwen van de sultan, en het Harén als centrum daarvan, de Sala de los Abencerrajas met het meest indrukwekkende plafond van het Alhambra: met het keurmerk van Pythagoras. Of het Palacio de Carlos V. Je zou eigenlijk dagen achtereen telkens een uur een gedeelte moeten bekijken. Nu loopt je emmer van het bevattingsvermogen al snel over. En dat is jammer. Gelukkig is er uitstekende literatuur te koop in de Alhambra-winkel. Zoals de handig-formaat editie van Edilux ‘Het Alhambra van dichtbij’ (ook in het Nederlands verkrijgbaar, dus) met honderden foto’s, tientallen andere gravures en illustraties en meer dan vijftig overzichts- en detailkaarten.

Als laatste bezoeken we het Alcazaba, het oude, tamelijk vervallen fort. Op 2 januari 1492 (Columbus ontdekt Amerika) wappert voor het eerst de christelijke vlag op dit gebouw, om de inname van de stad te vieren. Moe in de poten. Het wordt tijd voor een alcoholische versnapering. Een copa rioja gaat er altijd wel in.
Â
