August 27th, 2006

A la recherche du temps perdu in Kronenburger Park

Posted in: Journaal — admin @ 20:00

De uitnodiging stond er al een hele tijd. Al vanaf mijn afscheid op 1 januari jl. Aangezien John Nijmegen goed kent, heeft hij voor alle directieleden aan het einde van hun rit een programma bedacht in Nijmegen, waar hij jarenlang gewoond en gewerkt heeft. Om 9 uur ’s morgens staat zijn bolide voor de deur.

Hoewel ik er zeven jaar heb gestudeerd (1965-1972) en er in de jaren daarna nog wel eens kwam, is het nu toch zeker een jaar of tien geleden dat ik in de binnenstad rondbanjerde. Marcel Proust dringt zich onweerstaanbaar op. ‘A la recherche du temps perdu’, dus. Wat bij Proust uit een theekopje komt bij zijn tante Léonie, komt bij mij vandaag uit een glas witte wijn op een op dat ogenblik nog zonnig terras bij het Waaggebouw, tegenover het beeld van Mariken. Ook voor mij de wereld van Moenen. En daar is (of zijn) dan:  ·                    de prikkelende lucht van de zeepfabriek in de Dobbelmanbuurt waar ik vier jaar woonde in de van Dulckenstraat,

·                    het bruine, onder zware sigarenlucht bezwijkende café ‘De Toekomst’ voor het biljarten en een stevige pot bier,

·                    de vettige, met uien gevulde gehaktballen in de piepkleine vreetkelder van Vieze Herman, weg te werken nadat alle cafés hun deuren hadden gesloten,

·                    de nooit eindigende lustrumfeesten van de Commanderie van Sint Jan tot Diogenes aan de van Schaeck-Mathonsingel,

·                    de kaleisdoscopische wereld van Lucie-in-the-sky-with-diamonds het in het disco-drugs-café Extase in de Waalbuurt,

·                    de blonde, altijd willige meiden in Jo’s kelders waar ik met mijn zatte kop in een berg kapotte bierglazen belandde,

·                    de culturele, soms ook gewoonweg suffe praatavonden van de Cercle Français in Café Trianon,

·                    mijn eerste lessen, met niks van het ‘nieuwe leren’, voor de Jezuïten van het imponerende Canisiuscollege,

·                    de meestal escalerende in door lauw en verschraald bier verzwolgen dispuutsavonden in de kelder van de Hertogbar,

·                    de verhitte politieke debatten met Politeia in het Kolpinghuis, want de hele studentenwereld was links, en de verbeelding moest aan de macht,

·                    en al die andere plekken die me soms bekend, soms onherkenbaar veranderd voorkomen.

In ieder geval is de binnenstad onherkenbaar met de moderne tijd meegegaan. Alleen de Hema is staat nog vertrouwd op de hoek. De reuk van een dagschotel dampende boerenkool met worst lijkt nog naar buiten te komen. Studentenmenu voor een paar gulden. Toen.

 

Voordat we op dat terras zitten heeft John ons al rondgeleid door het Kronenburgerpark. Ook dat heeft een ongekende facelift ondergaan. Liposuctie en botox voor de gazons, de vijvers en de wandelpaden. Ik hoor de verzonken, nostalgische stem van Frank Boeijen gedurende de verdere tocht door de Stikke Hezelstraat, de Papengas, de Waalbuurt, tot aan het Valkhof. Ook al kwam die jaren later.

Voor Frank Boeijen zie, klik op: http://www.frankboeijen.nl/

 

’s Middags eten we uitgebreid bij het Valkhof in restaurant ‘Belvedère’. Het mooie uitzicht is inmiddels wat vertroebeld doordat er zware grijze luchten zijn komen aanzetten over de Waalbrug, die we vanaf onze tafel buiten op het hooggelegen terras zien liggen Maar gelukkig doet de fles witte Pouilly-Fumé wonderen. Of ligt het aan de warmte van de  sigaar die ik na afloop van het eten in mijn hoofd steek, dat de kou toch minder doortrekt dan hij normaal zou doen?

 

Als afsluiting met de bouwlift omhoog, tot 33 meter hoogte, naar de top van de met steigerpalen en afschermdoek opgetrokken ‘donjon’: donker steekt de Sint Stevenstoren af tegen de dreigende lucht. De stad verzinkt in het grauw. Is dit augustus?

Toch maar Frank Boeijen:

Kronenburg Park
        

Ik weet niet wat jou zover heeft gebracht
Als ik jou zie ’s avonds bij het park
De autolichten beschijnen je lichaam
Zonder ogen zonder herinnering
Ik neem aan dat je nooit liefde hebt gehad
Ook niet toen dat zo belangrijk voor je was
De woorden die bij jou horen
Zijn goedkoper dan ik dacht
In één seconde ging het regenen vannacht
Ga die wereld uit één seconde
En rij snel door die wereld uit
Ga die wereld uit één seconde
En kijk goed rond in ons paradijs
En vraag niet naar de weg
Want iedereen is de weg kwijt
Op zoek naar geluk in Kronenburg Park
Thuis wacht een vrouw onwetend op haar man
Ze heeft nooit iets gevoeld van zijn ontevredenheid
En alles blijft bij het oude
Als hij weer naar huis rijdt
Ga die wereld uit één seconde
En rij snel door die wereld uit
Ga die wereld uit één seconde
En kijk goed rond in ons paradijs
En vraag niet naar de weg
Want iedereen is de weg kwijt

 

 

 

 

August 24th, 2006

Zonnebloemen: het idee van zomer

Posted in: Journaal — admin @ 10:16

 

De barre natte herfst van de afgelopen weken nodigt uit tot het creëren van een idee van zomer. Als het dan buiten allemaal niet wil lukken, dan maak je toch je eigen zomer. Digitaal. Gewoon achter je computer. Met een van de fotobewerkingsprogramma’s die ik wel eens gebruik, Jasc Paint Shop Pro 8,  zijn de zaken zo geregeld. Dus aan de slag.

Tussen de buien door even wat zonnebloemen gefotografeerd, een paar dagen geleden. Alsof de zomer bij je binnenwalst. Geen vuiltje aan de lucht. Ook bij het afdrukken op mijn nieuwe fotoprinter, een Canon Pixma MP170, loopt alles op rolletjes. Hoewel er toch nog wel wat kwaliteitsverschil zit in de glossy papiersoorten. Een paar voorbeelden. Gewoon om de moed er in te houden: laat de buien maar komen. De zon blijft schijnen.

 

August 23rd, 2006

Toch Outremeuse, maar wel ‘the day after’

Posted in: Journaal — admin @ 19:32

Op 15 augustus was het ‘Sainte Marie’. Voor de République Libre d’Outremeuse in Waalse Luik een reden om eens flink te feesten. Soms zijn we er bij, soms niet. Het is een feest zonder weerga in de regio. En in België (katholiek land) is het ook nog eens een vrije dag. Maar in Outremeuse gaat het feest de hele week door.

Omdat het te slecht weer was, zijn we op 15 augustus maar niet gegaan. Om kwart voor vier hebben we bij Jo afgesproken. John en Rianne zullen er ook zijn. Daarna zullen we naar Luik rijden. Het wordt echter tien over vijf, eer we bij Jo arriveren. Limburgs kwartiertje. Na een glas witte wijn toch op pad naar Luik. Zo groot is de afstand tussen Maastricht en Luik nu ook weer niet.

 

Om zes uur zitten we buiten op het terras op de Féronstrée achter een stevige kelk donkere Tongerloo. De temperatuur is prima. En na het aperitief zetten we koers richting restaurant ‘L’Industrie’, in de wijk Saint Gilles. Als vanouds zit het vol eters. Een tafel is snel gevonden. En een half uur later staan de typische Luikse gerechten op tafel. L’Industrie, le mémoire culinaire du vieux Liège.

 

De kleine folder waarin de ‘kaart’ zit, ronkt nog even verder: “L’Industrie vous invite dans le cadre délicieusement désuet d’une brasserie presque centenaire, à déguster ses spécialités du terroir liégeois, toutes décinées autour de notre meilleure spécialité: LA FRITE.

Ja, je bent niet voor de kat zijn kont in Luik. Dus die friet is er altijd wel bij. Toch nog even verder lesen in de ronkende folder.

Le 28 avril 2001, Télé-moustique nous classait 11e friterie de son classement belge; le 21 août 2002, La Dernère Heure nous classait 4e des meilleures friteries belges. Nous sommes contents!” Dat wordt dus in ieder geval frites eten.

Maar ook andere typische gerechten worden deze avond weggewerkt:, zoals rognons sautés (niertjes) à la liégeoise (door John, met een estragon-crème saus), of lapin liégeois (konijn; door Jo, met mosterd-crème saus), of lapin aux pruneaux (konijn met pruimen). Rianne en Gemma houden het meer klassiek: Brochette de boeuf (Rianne) en Scampis sauce du chef (Gemma), maar eveneens zeer smakelijk bereid.

 

Kortom, de avond vliegt weer voorbij. Helaas is het altijd nog een lange rit terug, zo’n anderhalf uur. We missen dus het vuurwerk, om middernacht boven de Maas. De inwoners van Outremeuse en de rest van Luik stromen al massaal toe als wij ons richting auto begeven die in de buurt van de Saint Pholien kerk staat. De stevige wandeling heeft er voor gezorgd dat het konijn met pruimen een flink stuk is ingedaald. Gelukkig lopen deze beesten niet het risico van de ‘blauwe tong ziekte’, anders hadden we deze lekkernij moeten missen.

August 20th, 2006

Lisbon Story: Berichten uit de Beco da Lapa 18

Posted in: Travels — admin @ 7:57

 

Afscheid van Lissabon, afscheid van Alfama
 

Helaas is het vandaag zo ver. Al redelijk vroeg zullen we het vliegtuig moeten nemen naar Brussel. Omdat er nog ontbeten moet worden, en de koffers nog wat voller moeten, heb ik de wekker opdracht gegeven om zes uur oorverdovend te rinkelen. Wat er gebeurd is weet ik niet, maar om 6.20 uur word ik wakker zonder ook maar de wekkersirene gehoord te hebben. Het ontbijt wordt dus iets sneller afgewerkt dan de bedoeling was.

 

Buiten neemt de ochtendzon zijn normale dagtaak weer op zich. De temperatuur die van buiten door de openstaande ramen naar binnenstroomt is weldadig. Over een aantal uren zal dat anders zijn, hoewel er steeds de Atlantische wind is om die verhitte beul boven in de blauwe lucht te matigen, ja zelfs de wacht aan te zeggen.

In overleg met Pedro deponeer ik de sleutel op de afgesproken plek. Zo hoeft die arme cafébaas in ieder geval niet vroeg uit de veren. Hij kan dan in zijn eigen tempo bepalen, wanneer hij tot algehele inspectie van (nog even) ‘ons’ huis zal overgaan. De Beco da Lapa nummer 62 is voor ons inmiddels een relaxte plek geworden. Dicht bij het centrum een rustige, bijna dorpse plek. Alfama, het dorp in Lissabon.

 

Met de koffers zeulen we bergafwaarts de Rua dos Remédios tot aan de Rua do Jardim do Tabaco, een brede doorgaande straat evenwijdig aan de dokken langs de Taag. Een peulenschil nu. Bij onze aankomst hebben we Pedro met de koffers naar boven laten zeulen. Op deze manier lijken me de logistieke taken op de juiste manier verdeeld.

Na een paar minuten hebben we onze taxi te pakken. Voor 7 euri wordt je naar het vliegveld gereden. Toegegeven, op dit uur van de dag is er nog niet zo veel verkeer op straat. En de taxichauffeur kan dus aardig gas geven. Doet ie dan ook. Maar voldoende tijd om wat van de man te weten te komen. De klaagzang is overal hetzelfde: de te dure euro, niet kunnen rondkomen van zijn taxi-euri en dus maar een tweede baantje. Ook nemen we nog even de voetbaloorlog tussen Portugal en Nederland door tijdens het afgelopen WK-voetbal. We krijgen geen ruzie. Zijn het zelfs eens.

 

Vlucht TV 503 van Virgin Express vertrekt exact op tijd, om 9.50 uur. Daarvoor hebben we nog tijd om een laatste bica te drinken, en ook nog een broodje met kaas te eten. In een van de shops laad ik nog een paar flessen vinho verde bij mijn handbagage.

Het wachten op luchthaven is een crime. Dat is hier niet anders. En als dan het signaal tot boarding gegeven wordt staat iedereen gelijk op, ondanks de mededeling dat eerst de achterste stoelen van het vliegtuig ingecheckt zullen worden. Blijkbaar is deze Pavlov-reactie niet uit te bannen. De vlucht zelf verloopt ook nu weer exact volgens het tijdschema. Om 13.30 uur landen we op Zaventem, Brussel.

 

Daar is het regenachtig en maximaal 20 graden. De neiging om gelijk het vliegtuig terug te nemen naar Lissabon is groot. De afhandeling gaat gelukkig redelijk snel. En is de shuttlebus op weg naar het Car Hotel in Melsbroek. De auto staat klaar bij de receptie en weg zijn we. Geen file in Antwerpen, waardoor we alle tijd hebben om nog in een van die vreselijke Carestel consumptieschuren langs de autoweg een pizza met koffie weg te slobberen. Om een uur of vier ’s middags zijn we weer thuis.

 

Lissabon lijkt al weer aan het andere eind van de wereld te liggen. Het zal ook wel te maken hebben met de dreigende, zware luchten die regen en ander onheil aankondigen. Het strakke blauw boven de Taag is vervangen door grijze loodgordijnen boven de Maas. En het decor van de Beco da Lapa is overgeschilderd in de keurige, aangeharkte Hollandse ordelijkheid. Mondriaan. Toch maar een fado? Vooruit, als afscheid. De Dança de Mágoas. De fado en Pessoa verenigd. Want Fernando zette de woorden in de juiste volgorde van deze ‘dans van al het verdriet’:

 

Como inútil taça cheia
Que ninguémergue da mesa
Transborda de dor alheia
Meu coração sem tristeza
 

Het hart in Lissabon, het hart in Alfama. Maar je bent gewoon hier, in je eigen huis. Niks Beco da Lapa. Ik denk dat ik even naar de Maas ga kijken. Ook daar varen schepen naar zee. En ook daar moet een spoor van Pessoa zijn. Lisbon Story. Dus:

 

De Taag is mooier dan de rivier die stroomt door mijn dorp,
Maar de Taag is niet mooier dan de rivier die stroomt door mijn dorp
Want de Taag is niet de rivier die stroomt door mijn dorp

August 19th, 2006

Lisbon Story: Berichten uit de Beco da Lapa 17

Posted in: Travels — admin @ 6:48

 

Tijd voor een cruzeiro op de Taag
 

Lissabon gezien vanaf de Taag. Daar zouden we wat meer tijd voor willen nemen. Natuurlijk we zijn al overgevaren naar Cacilhas. En ook hebben we bij het Parque das Nações in de kabelbaan boven de Taag gehangen. Maar de hele stad, in zijn volledige breedte zien vanaf de Taag, dat is er nog niet van gekomen. En dat kan. Weliswaar tegen woekerprijzen die uit de zakken geklopt worden van argeloze toeristen, maar hoe wil je het anders doen? Liboa vista do Rio, het kan voor 20 euri per persoon, drankje aan boord inbegrepen.

In de maanden april tot en met oktober is er elke dag om 15.00 uur een afvaart van de transtejo die volgens de folder a vista inigualável da cidade vista das águas tranquilas do rio que a abraça biedt. Dat kun je niet afslaan. De zon brandt hevig, de lucht is strakblauw, er staat een verfrissend oceaanbriesje, en onder het zonnezeil op het dek moet het goed vol te houden zijn.

 

De tocht over de Taag zal zo’n twee uur duren. De boot vaart langzaam op en neer tussen de Torre Vasco da Gama (bij het Parque das Nações) en de Torre de Belém (de oude toren van de Portugese Zeevaarders). Symbolischer kan het bijna niet. Ondertussen trekt de stad aan je voorbij, op vooroorlogse snelheid. Waardoor je alle gelegenheid hebt om de meest markante punten van de stad nog eens goed in je op te nemen. Eens te meer wordt dan duidelijk hoezeer Lissabon met de Taag en de Oceaan verbonden is. Langs een groot gedeelte van de oevers aan de stadszijde liggen nog grote dokken. En aanlegsteigers voor schepen. Maar het is natuurlijk niet meer het Lissabon van de grote zeevaartnatie Portugal. Ook al staat de Torre de Belém nog altijd als een baken en als vooruitgeschoven post in de brede Taag. Klaar om nieuwe ontdekkingsreizigers op pad te sturen.

 

Aan boord is het gelukkig niet al te vol met toeristen. Maar ook hier zijn er uiteraard meer landgenoten aan boord. Bij toeval belanden we aan een tafel met een stel uit Utrecht. Vanuit Cascais doen ze een dagje Lissabon. Ervaringen worden uitgewisseld. En uiteraard wordt er commentaar geleverd op alles wat aan je voorbij glijdt. En er is veel te zien. Het westelijk deel van Lissabon, dat we dit jaar wat hebben laten liggen, krijgen we zodoende toch nog in beeld: de Ponte 25 de Abril, het torenhoge beeld van Cristo Rei aan de zuidoever, het Mosteiro dos Jerónimos en nog wat andere bezienswaardigheden. Maar ook nu weer raak je onder de indruk van het historisch verleden van de stad aan de Taag. En plotseling doemt dan uit dat verleden een gigantisch cruiseschip op. Als een torenhoge witte flat die uit het water opduikt. Het ligt er loom in de zon aan de kade, er alsof het per ongeluk in een andere wereld terecht gekomen is. Geen activiteit aan boord te bespeuren. Een soort maanlanding op de Taag.

 

Als we teruggekeerd zijn bij het Terreiro do Paço nemen we hartelijk afscheid van de Utrechtenaren. Ook zij gaan weer huns weegs. Net als wij nog even de Atlantische lucht opsnuiven, maar nu in de stad zelf. Omdat we een paar uur nogal inactief geweest zijn (zittend op het dek) lopen we maar terug naar ons huis in de Beco da Lapa. Het is amper tien minuten te voet. Maar blijven daarbij wel zoveel mogelijk in de schaduw, want de zon gooit nog eens alles in de strijd voordat de dag voorbij is.

Het galgenmaal nemen we inmiddels traditiegetrouw in Alfama, in restaurant Almequer Bemmequer, net als de eerste avond. Zo is de cirkel bijna rond. De zaak zit behoorlijk vol, en dat is een goed teken. Vanavond wordt het robalo con presunto (zeebaars met ham). Met en stevig glas vinho verde, uiteraard. Maar wel een beetje de pesdt in dat we ook nog de koffers moeten inpakken, want morgen krassen we weer op uit Lissabon. De Tijd is een even onverbiddelijke als onvermijdbare rechter. Nu al een beetje last van saudade. Maar het zou gek zijn als je daar geen last van had. Zeker niet als je in Alfama logeert.

August 17th, 2006

Lisbon Story: Berichten uit de Beco da Lapa 15

Posted in: Travels — admin @ 9:39

 

Een Pantheon voor Vasco da Gama of Amália Rodrigues?
Voorlaatste dag in Lissabon. Nu al geconcludeerd dat het hele voorgenomen programma niet gehaald wordt. Weer een reden om snel terug te keren.Uitgeslapen (maar dat is het eigenlijk niet) tot half negen. De zon heeft zich, zoals alle andere dagen, weer mester gemaakt van de stad. In de Beco da Lapa heerst nog de rust van de oude stad. Alleen halverwege de nacht, zo rond een uur of drie, is er wat rumoer, als de vuilnisophaaldienst de zwarte plastic zakken met afval op komt halen. Ook wij hebben die naast de voordeur gedropt.

 

Vandaag moet het er dan toch van komen. Gisteren stonden we voor een gesloten deur. Vandaag biedt de Igreja de Santa Engrácia, ook wel Panteão Nacional genoemd open deuren. De zon spat al bliksemend wit van de koepel af. Van verre zichtbaar. Eeuwenlang is er vertimmerd aan dit bouwwerk. Jaren en jaren stond het zelfs als ruïne te verpieteren. Pas onder het regiem van Salazar durfde men een betonnen koepel in Italiaanse barokstijl over de gigantische ruimte heen te zetten. Geëscorteerd door vier halve koepels. Pas daarna werd het interieur ingericht. Als materiaal werd vooral geel, roze, grijs en zwart marmer gebruikt. Het gebouw is dus aardig op de eeuwigheid gericht, zou je kunnen zeggen. Maar toegegeven: als je er binnen staat is het een indrukwekkend geheel.

 

En daar liggen ze dan, Portugals helden. Portugals verleden. In slagorde bij, hermetisch symbolisch afgedicht in hun marmeren sarcofagen, want de resten van oude lijken die zul je hierin niet aantreffen. Dus kijk je naar de virtuele Vasco da Gama (ontdekker van o.a. de zeeroute naar Indië), Hendrik de Zeevaarder (de aartsvader van alle Portugese ontdekkingsreizen), Luís Vaz de Camões (de nationale dichter van o.a. het heldenepos Os Lusíadas), Afonso de Albuquerque de ontdekker van Indië), Pedro Alvares Cabral (de ontdekker van Brazilië) en Nuno Alvares Pereira (die voor de Portugese onafhankelijkheid van Spanje heeft gezorgd). In de zijruimten is nog plaats voor mindere goden.

 

Of je het wilt of niet, je wordt in meer of mindere mate toch geïmponeerd door de ongelooflijk protserige omgeving. Je wordt bijna letterlijk gekleineerd door de afmetingen van dit Portugese Pantheon. En tegelijkertijd word je bewust van het feit dat we in Nederland blijkbaar aan dit soort profane heiligenverering niet hechten. Dus geen Pantheon voor Heemskerk en Barentz, samen met Rembrandt en van Gogh, Vondel en Voskuil of Reve (om maar wat voorbeelden te noemen).

Weggemoffeld in een sombere zijkapel ligt een van de eerste slachtoffers van het after-Salazar tijdperk: Delgado. Oud-generaal (onder Salazar) en succesvol deelnemer aan de presidentsverkiezingen, moet hij zich haasten weg te komen uit Portugal omdat hij zijn leven niet zeker was. Hij vluchtte naar Brazilië, en keerde stiekem naar zijn land terug. Echter niet stiekem genoeg, want de beruchte PIDE (de STASI van Portugal) wist hem in no time op te sporen. Delgado werd alsnog vermoord door de Portugese staatspolitie, de PIDE. Het begin van het democratiseringsproces zou zich echter niet laten stoppen.

Maar de meest in het oogspringende graftombe is die van de keizerin van de fado: Amália Rodrigues. Samen met een aantal beroemde Portugese schrijvers (o.a. Almeida Garrett) bevolkt ze een van de zijkapellen. De cenotaaf van Amália wordt bijna bedolven onder een vracht verse bloemen. De werkster is ondertussen druk bezig de omgeving van haar tombe schoon te soppen. Zeevaarders, dichters, schrijvers en bijna-presidenten, ze vallen weg tegen de populariteit van de meest fameuze fadozangeres die Portugal ooit gekend heeft.

 

Geboren (1920) in de armoedige wijk Alcântara startte haar carrière al in 1936 toen ze tijdens de feestelijkheden voor de parochieheilige ‘O Fado de Alcântara’ mocht zingen. Vanaf de veertiger jaren begon ze ook internationaal door te breken. Zelfs de Franse zanger Georges Moustaki schreef teksten voor haar.

De Anjerrevolutie van 1974  betekende een impasse in haar carrière. Ze werd er van beschuldigd al die jaren het regime van Salazar min of meer gesteund te hebben. Haar fado’s werden van de radio verbannen. Ondanks het feit dat ze uiteindelijk in ere werd hersteld, werd ze steeds depressiever. Maar uiteindelijk kwam ze deze forse inzinking te boven, en zong ze haar fado’s als nooit tevoren.

 

Op 6 oktober 1999 is ze overleden. Ze werd opgebaard in de Basílica de Estrela. Massa’s Portugezen, en vooral de bevolking van Lissabon, kwamen daar afscheid van haar nemen tijdens de drie dagen van nationale rouw die waren afgekondigd. Luister naar een van haar laatste fado’s: LÁGRIMA (traan):

Cheia de penas
Cheia de penas, me deito,
E com mais penas
Com mais penas, me levanto
No meu peito
Jáme ficou no meu peito
Este jerito
O jeito de te querer tanto.
In vertaling:

Vervuld van pijn
Vol ellende ga ik slapen
En met nog meer smart
Met nog meer leed word ik wakker
In mijn hart
Blijft nog het gevoel
 intens van u te houden
 

Als dat geen fado is, dan weet ik het niet meer. Maar in de cenotaaf waar we toch even bij blijven staan, blijft het oorverdovend stil.

August 16th, 2006

Lisbon Story: Berichten uit de Beco da Lapa 14

Posted in: Travels — admin @ 7:46

 

Er ligt een lijk in de Ermida de Nossa Senora


Ik tref Gemma weer rond een uur of half vijf op een terras in de Baixa, zoals afgesproken. Een koel glas bier is amper in staat de dorst en de hitte te berdrijven. Ook de parasol boven onze koppen biedt nauwelijks soelaas.Tegenover ons gaat een vrouw compleet door het lint. Waar ze zich over opwindt wordt me niet duidelijk. En op wie ze het gemunt heeft al evenmin. Het kan de ober zijn, maar ook een van de voorbijgangers. Bijna schuimbekkend ijsbeert ze langs de tafeltjes. Haar hoofd wordt steeds roder. En haar haardos wappert wild om haar kop. Van dit Portugees versta ik geen woord. Op een gegeven ogenblik ontfermt een bejaard vrouwtje zich over haar. Weet haar te overreden met haar aan een nog vrij tafeltje te gaan zitten. Daar gaat het gejeremieer nog een kwartier door. Maar uiteindelijk kalmeert ze. Even later zitten de twee aan een bica. En ik nog denken dat deze koffie een stimulerend middel was.  

Daarna lopen we verder de Baixa in, en de drukke Rua Augusta door. Nemen eléctrico 28 tot aan het Campo das Cebolas, vroeger de uienmarkt. Vandaar is het maar een paar honderd meter lopen naar de Beco da Lapa.

We slaan de Rua dos Remédios in. De toegangsdeur van de onopvallende Ermida de Nossa Senhora dos Remédios staat vandaag open. De omlijsting van het grijze ingangsportaal dateert nog van voor de tijd van de aardbeving van 1755, en is uitgevoerd in een sobere Manuelstijl. Het kerkje is met name bestemd voor de vissers van Alfama en toegewijd aan de Heilige Geest. A história da Ermida está ligada aos pescadores de Alfama e ao culto de Espìrito Santo, vermeldt het stenen bordje naast de toegangsdeur. Vissers waren er genoeg eertijds in deze wijk. En wijst er verder op dat binnen nog azulejos en schilderijen te zien zijn uit de 16e, 17e en 18e eeuw. Als de deur open staat – terwijl ik die nooit open gezien heb – is dat een reden om even naar binnen te stappen.

 

Als we ons hoofd naar binnen steken is het even slikken. We lopen zowat tegen een lijk op. Het ligt opgebaard midden in het minuscule kerkje, in een soort open houten bak. Naast deze houten bak zit een wat oudere man de dodenwake te houden. Hij kijkt al even verschrikt als wij. Even verder, achter de kist, steekt een oude vrouw een kaars aan.

Het lijk is aangekleed. Over het hoofd is een soort sjerp gedrapeerd. Zwart. In het halfdonker van deze visserskerk is nauwelijks iets van de rest van het interieur te zien. Maar misschien zijn we ook te verbouwereerd om het op te merken. We verontschuldigen ons en besluiten toch maar de dode te respecteren. Een paar seconden later staat we weer in de Rua dos Remédios.

 

Hoewel we aanvankelijk van plan waren de boot naar Cacilhas te nemen, besluiten we toch maar voor een avondmaaltijd dichter bij huis. Mestre André is vertrouwd en biedt subliem bereide vis. Dit keer eten we binnen, omdat de drie tafeltjes buiten allemaal bezet zijn. Het interieur biedt plek aan vier kleine tafeltjes waarvan er inmiddels twee bezet zijn. De patron heeft dus zijn handen vol. En misschien is dat wel de reden dat hij vanavond assistentie heeft van zijn buurjongen. Die ook nog eens bereid is ons op te foto te zetten.

 

Nog steeds is Mestre André iemand die je de oren van de kop lult, of dit of dat gerecht van harte aanbeveelt. Integendeel, hij knikt vriendelijk als je naar de exacte samenstelling van een gerecht informeert. Maar een echt antwoord, dat lukt hem niet. Gelukkig kennen we de beperkte kaart. Die hij aanreikt, samen met de verschillende entradas.  En zo ingewikkeld is die kaart niet. Maar waarschijnlijk kijkt hij toch even verkeerd als ik de polvo (inktvis) aanwijs, want de twintig minuten later geserveerde polvo is alles behalve polvo. Gewoon kabeljauw, dus, maar wel bedolven onder een zeer smakelijke romige saus met garnalen en koriander. Die de polvo snel doet vergeten.

 

Reclameren heeft weinig zin, en bovendien begin ik wel trek te krijgen. Gemma daarentegen krijgt wel een bord met allerlei exotische zeevruchten voorgezet. Maar het flesje vinho tinto en vinho verde doen alle Babylonische spraakverwarringen weer vergeten. De taal van lekker eten is internationaal. Deze inburgeringscursus kost ons vanavond € 48,20. Met een voldaan gevoel trekken we ons terug binnen de muren van Beco da Lapa 62. Buiten, ergens in een van de zijstraten, keft een hond. Ook honger, natuurlijk.

August 15th, 2006

Lisbon Story: Berichten uit de Beco da Lapa 13

Posted in: Travels — admin @ 7:30

 

Bezoek aan het Casa Fernando Pessoa


 De wegen scheiden voor enkele uren. Terwijl Gemma opnieuw de winkels aan het Rossio en het Chiado doet, ben ik in de taxi onderweg naar het Casa Fernando Pessoa (op de bus wachten in de brandende zon ging me te lang duren). Het Casa is sinds 1993 gevestigd in de Rua Coelho da Roacha no. 16, in het huis waar de schrijver gedurende de laatste vijftien jaar (van 1920 – 1935) van zijn leven gewoond heeft. Totdat hij aan alcoholvergiftiging overleed. Want Pessoa was een ongekend stevige drinker.

De Rua Coelho da Rocha blijkt een zeer burgerlijke, recht toe recht aan straat te zijn, een beetje saai. Zeker naar Portugese begrippen. Het pand is volledig gerenoveerd, en heeft waarschijnlijk om die reden een stuk van zijn charme moeten inleveren, mocht die charme er al geweest zijn. Eigenlijk is alleen de voorgevel nog authentiek. Sinds een aantal jaren is het in gebruik als Pessoa-museum. Meer nog is het opgezet als een soort studiecentrum. De Stichting die het exploiteert heeft zelfs een aantal websites opgezet om belangstellenden al vooraf kennis te laten maken met de schrijver van het Boek der Rusteloosheid. De website www.casafernandopessoa.com werkt niet altijd, heb ik gemerkt. De andere, www.mundopessoa.blogspot.com, daarentegen doet het prima. De entree is geheel gratis.

 

Het ruime Casa Fernando Pessoa bestaat uit drie verdiepingen. In de van de straatzijde afgesloten muren bij de zij-ingang van het huis heeft Pessoa zich indertijd uitgeleefd met het tekenen van horoscopen van zijn heteroniemen (Alberto Caeiro, Ricardo Reis, Alvaro de Campos), en andere astrologische tekeningen. Ook heeft hij er een drietal gedichten op de muren gezet. Een van gedichten is een gedicht dat Pessoa op zevenjarige leeftijd voor zijn moeder maakte Deze ‘levenstekenen’ van Pessoa zijn uiteraard stevig gerestaureerd.

Ook in de gang van de hoofdingang is door Pessoa een horoscoop aangebracht, in de vloer.

Op de eerste verdieping bevindt zich de bibliotheek, die o.a. ook de persoonlijke boekenverzameling van Fernando Pessoa omvat, zo’n 1200 boeken. Favoriet bij de schrijver waren dichtbundels, maar vooral ook boeken over occultisme, wiskunde, filosofie en religie. Omdat er tegelijkertijd een calligrafietentoonstelling is ingericht moet je even schakelen tussen de Pessoaria en de tentoonstelling. De tweede verdieping wordt voornamelijk gebruikt als leeszaal en voor de presentatie van nieuwe (aan Pessoa gewijde?) boeken.

Ook de derde verdieping is ingericht als tentoonstellingsruimte en studiezaal. Gezien de aanwezige apparatuur worden er ook audiovisuele presentaties gehouden.

Buiten, aan de overzijde van de bescheiden binnentuin, is nog een café-restaurant ingericht, met een buitenterras. Op dit uur van de dag is de bij Pessoa geliefde biefstuk, hier de bife à la Pessoa genoemd, echter niet te bestellen.

Naast boeken zijn ook andere persoonlijke bezittingen van Pessoa tentoongesteld, maar het is een bescheiden collectie. Eerste drukken, handschriften, kattebelletjes, identiteitsbewijzen, brillenkokers, een aansteker, een metalen luciferhouder en andere prullaria. Al met al geen grootse collectie. Het typeert in ieder geval wel de schrijver, die nauwelijks hechtte aan wereldse bezittingen. Ik koop aan de balie nog een set kaarten met afbeeldingen van deze spullen: een colecção de objectos pessoais do poeta. Ze zijn verpakt in een eenvoudig blauwgrijs mapje. Ook al geen opvallende kleur.

 

Voordat ik weer op de electrico 28 spring, loop ik eerst nog even door het nabijgelegen Estrelapark. Een van de mooiste parken van Lissabon. De hete middagzon heeft veel oude Lissabonners naar de koelte onder de bomen gedreven. Tientallen oudjes, vooral mannen, zitten in de schaduw te dommelen op een van de vele bankjes, of liggen op het gras. De meer actieven zitten in groepen te kaarten aan brede tafels, maar wel in de schaduw.

Weer buiten het park loop ik nog even de tegenover gelegen Basilica da Estrela binnen. Van buiten trekken de hagelwitte koepel en de twee markante torens opzij alle aandacht. Doen bijna Zuid-Amerikaans aan. Van binnen is de kerk volledig bekleed met wit, roze en grijs marmer. Het interieur is, zoals zo veel kerken in Portugal, weelderig ingericht. Veel klatergoud, dus. Veel Italiaanse kunstenaars hebben zich in de 18e eeuw hier eens flink uit kunnen leven.

In een van de dwarsbeuken is het graf van Maria I, die als enige van de koninklijke Bragança-familie hier begraven ligt. De rest ligt in de Igreja de São Vicenta da Fora. En die heb ik een paar dagen geleden bezocht. Maar eerlijk gezegd, heb ik even genoeg van kerken. Overdaad schaadt, zou je kunnen zeggen. En op een gegeven moment zit de ‘harde schijf’ vol.

 

Voordat ik terug ben op de afgesproken plek in de Baixa, loop ik nog even langs een van de cafés waar Fernando Pessoa ook kind aan huis was, zeker voor de wat steviger borrel. Het is A Licorista in de wat sombere en stille Rua dos Sapateiros (evenwijdig aan de Rua Augusta, en dus midden in het centrum). Een tegeltableau, gemaakt naar een foto van de auteur, houdt de herinnering levend, mocht dat al nodig zijn.

August 14th, 2006

Lisbon Story: Berichten uit de Beco da Lapa 12

Posted in: Travels — admin @ 8:06

 

Natuurlijk kan het niet zonder A Brasileira
 

Eerst wat noodzakelijke ochtendboodschappen. Je moet toch overleven, niet. Dus maar snel 3 harde broodjes, bolos, gehaald. Voor 48 euricent. Maar omdat mevrouw de bakker niet terug kan geven van een biljet van tien euri mag ik ze op de pof meenemen. Morgen maar betalen. Daarna in een van de andere ministores in de Rua dos Remédios nog wat presunto (ham) en fruit gekocht. Ontbijt dus. Ondanks de lekkende percolator.

 

Het aanvankelijke plan om eerst de Santa Engrácia te bezoeken gaat niet door: dicht op maandag. Geen Portugese zeevaarders dus vandaag. Geen Pantheon.

Omdat de gele eléctrico 28 hier vlak voorbij spoort naar beneden, springen we een minuut of wat later in deze oude rammelkast. Met horten en stoten gaat het de heuvel af. En via de Baixa weer naar boven, naar het Largo do Chiado.

Tijd voor een bezoek aan de bronzen Fernando Pessoa. Tijd voor een café con leite bij hem aan zijn bronzen tafel. Hij verwacht ons, want de tafel bij hem heeft hij vrijgehouden. De zon brandt al fel, en dus heeft hij ook nog zijn zonnescherm boven ons uitgespreid. Het is nog niet druk op het buitenterras van A Brasileira, misschien wel het bekendste café van Lissabon.

De Lissabonners zelf zitten binnen in deze donkerbruine, jugendstilachtige huiskamer van de hoofdstad. De zaak bestaat al sinds 1922 en is ontstaan uit een koffiezaak die daar 1n 1905 werd opgezet. De koffie in A Brasileira is nog steeds fameus. In het café zelf hangen nog slechts enkele schilderijen van oude kunstenaars (o.a. Almada Negreiros) die daar niet alleen een mogelijkheid tot exposeren kregen, maar er ook hun omzet mee vereffenden. Hun schilderijen zijn inmiddels overgebracht naar het Centro de Arte Moderna.

 

Fernando Pessoa kwam er bijna dagelijks. Niet alleen om er koffie of een stevige borrel te drinken, maar ook om er te lezen, boeken en tijdschriften. En ook maakte hij daar afspraken met klanten van het handelskantoor waar hij in dienst was. Of gewoon met vrienden, kunstenaars, dichters. Het lijkt me een wat aangenamere omgeving dan de steriele kantoorruimtes waar hij zijn dagen sleet. Of zijn lege huis in de burgerlijke Rua Coelho da Rocha.

Pessoa kwam er dagelijks, soms zowel ’s morgens, ’s middags als ’s avonds. Het werd bijna zijn huis. Soms was hij er getuige van ruzies: Toch eerst bij A Brasileira langs en daar een scène meegemaakt van een verbaal vuistgevecht, zeer onaangenaam, tussen João Correia en Alfredo Guimarães. Voor wie het allemaal zelf wil lezen: ‘Mijn droom is van mij’ (Privé Domein no. 204).

Natuurlijk kwam Pessoa niet alleen in A Brasileira. Zonder hem een echte kroegloper te willen noemen kun je zeker staande houden dat hij een frequent bezoeker was van meerde cafés in het centrum van de stad. Allemaal gelegen in de Baixa, de Benedenstad waar het handelskantoor gevestigd was waar hij zijn dagen sleet.

 

Pessoa beweerde over mediamieke gaven te beschikken. Het merkte dat voor het eerst toen hij terugkwam uit A Brasileira (of had hij gewoon een slok te veel op?). Plotseling werd, zonder dat hij het wilde, zijn rechterarm opgeheven en werd hij ‘gedwongen’ tot het opschrijven van allerlei rare boodschappen. Ook later bezochten de geesten hem, maar het waren, moest hij tot zijn spijt vaststellen, telkens boodschappen waar geen touw aan vast te knopen viel.

Voorts bespeurde hij bij zichzelf de gave van het ‘astrale zien’: ‘Eén keer heb ik op een gelukkig moment – ’s morgens in A Brasileira aan het Rossio – zelfs iemands ribben gezien, dwars door zijn pak en zijn huid heen’.

Vreemde verhalen. Het enige wat vaststaat, is dat bij deze bovennatuurlijke gebeurtenissen café A Brasileira een sleutelrol vervult. Of het allemaal waar is, is allemaal niet belangrijk. Maar Pessoa wilde er wel in geloven. De café con leite smaakt er op deze zonnige morgen absoluut niet minder om. Integendeel.

 

Vervolgens lopen we via het Praça Luís de Camões, via de Rua do Norte naar de Rua Atalaia, waar café A Capela van Pedro Silva ligt. Het is op dit ogenblik van de dag nog hermetisch gesloten. En ook van Pedro geen spoor.

In het winkelcentrum in het Armazéns do Chiado, Rua do Carmo,  koopt Gemma zich vervolgens nog twee paar opzichtige Braziliaanse schoenen van Carmen Steffens. Natuurlijk weer met het verhaal dat ze zo lekker zitten, en dat je er zo geweldig mee kunt lopen. Dat geldt in ieder geval niet voor het paar met de hoge hakken, want daar zijn die trottoirsteentjes in Lissabon niet geschikt voor. Het geld glijdt je in ieder geval als zonnestralen door de vingers. De lunch in het Casa dos Sandes in het centrum blijft derhalve aan de sobere kant. Maar de zeevruchten die in het broodje gepropt zijn smaken er niet minder om.

August 13th, 2006

Lisbon Story: Berichten uit de Beco da Lapa 11

Posted in: Travels — admin @ 7:56

 

Terug in Cascais, terug op de Feira do Livro
 Omdat we toch al in de buurt zijn besluiten we even door te sporen naar Cascais, amper vijf minuten van Estoril. Het is zelfs te lopen. Vorig jaar hebben we hier een week gelogeerd in de bruidssuite van hotel Vila Galé, met riant uitzicht over zee.

Vanaf het station loop je in een paar minuten naar het centrum waar alles weer vertrouwd aandoet. Alsof er geen jaar voorbij gegaan is. Het verschil met Lissabon is dat je hier bijna uitsluitend toeristen tegen het lijf loopt. Ook op deze hete, en dus landerige zondagmiddag lopen ze in trossen door de winkelstraatjes. Uiteraard zijn ook de terrassen druk bezet. Goed voorbeeld doet goed volgen. En zo zit je dan, voordat je het goed en wel in de gaten hebt, te lebberen aan een koel glas vinho branco.

 

Langzaam nadert de avond. En na een wandeling langs strand en haven slaan we de weg in omhoog, de kustlijn volgend. Doel is ons vertrouwde ‘vuurtorenrestaurant’ Esplanada Santa Marta. Het ligt even buiten het centrum van het dorp, vlak tegenover ons ‘oude’ hotel. Het terras van het eenvoudige restaurant ziet uit over zee. Bovendien ligt het aan de monding van een klein riviertje. Rechts voor ons staat nog steeds de waakzame vuurtoren. Helaas verpest een bouwkraan daar opzij van het romantische uitzicht met rotsen en palmen.

 

Eerst een vinho tinto. En daar nemen we de tijd voor. Totdat het tijd wordt om het avondeten op tafel te laten zetten. De ober van vorig jaar heeft ons al herkend en kent het menu: sardinhas assadas en bacalhau assado. In combinatie met een uitgebreide salada mista en wat entradas vooraf. Voor Gemma een half fles rode wijn, ik keer terug naar de vinho verde. Zo heb ik vandaag zowat alle mogelijke kleuren van de wijn gehad.

Inmiddels is de nacht al aardig dichterbij geslopen. Opnieuw valt de prachtige purperen lucht als een zachte nachtdeken over het water van de Oceaan. Fernando Pessoa zou er de kleur van de dood in zien: Deze hemel is blauwachtig en gaat speels van groenig over in lichtgrijs; aan de linkerkant, achter de bergen van de andere oever van de Taag, verdwijnt een bruinachtige nevel, die de kleur van doods roze heeft. Maar hij bekeek diezelfde lucht vanaf in Terreiro do Paço, hartje Lissabon. Geen mij de plek van de Esplanada Santa Marta maar.

 

 

Op de terugweg naar het station (we moeten helaas nog terug naar Lissabon en het is al compleet nacht) lopen we nog even de Feira do Livro op, de boekenmarkt die elk jaar hier bij de overgang van juli naar augustus gehouden wordt. Er zijn weer meer boekenstallen dan vorig jaar. Ik kan het niet laten weer op zoek te gaan naar boeken of documentatie over Fernando Pessoa, waarvan ik zo langzamerhand alles heb. In vertaling in ieder geval, en ook al behoorlijk wat in het Portugees. Vorig jaar heb ik er de nieuwste editie van ‘Het Boek der Rusteloosheid’ aangeschaft, Livro do Desassossego (editie Assîrio & Alvim). Vanavond kan ik het niet laten Fernando Pessoa, imagens de uma vida aan te schaffen (eveneens uitgegeven door Assîrio & Alvim). Het is een uitgave met veel documentatie, foto’s en kopieën van brieven en ander persoonlijk materiaal van de auteur: os afectos, amizades e curiosidades  da vida de Fernando Pessoa. De Feira geeft je ook nog eens extra feira-korting. Voor 30 euri gaat het over de toonbank. De juffrouw van de boekenstal beschouwt het als een eer dit aan een buitenlander te kunnen overhandigen.

 

Tegen middernacht zijn we terug op het station Cais de Sodré in Lissabon. Bus 28 laat nogal op zich wachten, zodat we maar besluiten een taxi te nemen tot aan het Museu do Fado. Vandaar is het maar een dikke honderd meter lopen naar ‘ons huis’ in de Beco da Lapa. Vanuit de wat stiller geworden restaurants golft nog de saudade van een late fado. Het Largo Chafariz de Dentro is al verlaten. Zelfs de Calypso van de Taverna d’El Rey is in geen velden of wegen te zien. Opgelost in het zwarte gat van Alfama.

August 12th, 2006

Lisbon Story: Berichten uit de Beco da Lapa 10

Posted in: Travels — admin @ 8:17

 

Sea – Sun – Sand in Estoril
 Na een aantal dagen stevig door Lissabon gesjokt te hebben is het zondag: rustdag. We hebben blijkbaar hetzelfde idee als horden Lissabonners, want de bus naar Cais de Sodré en vervolgens de trein (comboio) naar Estoril zit vol families die met grote badtassen en parasols richting strand reizen, waar dan ook. Ook wij. Een dag naar Estoril.
De trein (voor een paar euri ben je retour) is er in een minuut of twintig. Omdat ik vergeten ben een zwembroek mee te nemen, duik ik gelijk een van de vele beachshops in. Stapels zwembroeken. In vijf minuten heb ik een bont en blauw geval te pakken. Passen kan tussen hoog opgestapelde dozen in een soort bezemkast, waar ook nog de stofzuiger staat. Het kost me een kapitaal van 7 euri. Zo hoef je tenminste niet met je blote snikkel in de zon te braden. Als je dat al van plan was.
 

Voor 12 euri huur je voor de hele dag een grote parasol van stro (of olifantengras) plus een paar ligbedden, want we zijn niet van plan ons plat te laten branden door de Portugese zon. Lekker met een boek of krant (zelfs de Volkskrant heb ik inmiddels in een strandkiosk kunnen kopen). Zo kom je de zondag wel door.


Zo nu en dan sleep je je even naar het water om af te koelen, want het is behoorlijk heet. Hoewel het zeewater aanvankelijk ijskoud aanvoelt, is het na een paar minuten goed te hebben. De branding mag geen naam hebben, zodat je tenminste niet binnen een paar tellen met een mond vol zout staat. Tegen een uur of één nemen we een snelle lunch op een van de terrasjes van de strandboulevard.

 

Als je de hele dag bijna wezenloos voor je uit ligt te kijken (strandpret is vooral kijkpret) heb je alle tijd om de tijdelijke bevolking van zo’n strook heet zand te observeren. Hoewel het absoluut geen Costa Brava genoemd kan worden. Dus geen schelle discobeats uit een transistor (of is zo’n apparaat al weer uit de tijd?), geen voetballende of beachballende tieners die het alleen maar doen om de andere sekse te imponeren, geen blèrende kinderen die de Nederlandse stranden tot een hel maken, en geen diepe kuilen gravende Duitsers die elk hun eigen Atlantikwal willen oprichten. Nee, de Portugezen zijn een bedaagd, ingetogen volk. Geen wild en dynamisch strandleven. En toch blijft er nog genoeg te zien. Een paar voorbeelden.

 

Halverwege de middag strekt een gespierd en kaalgeschoren Salazartype (vierkante kop, strenge generaalsblik) zijn handdoek op zo’n drie meter afstand voor ons uit. Zijn vriendin, modieuze zonnebril en een scherp gesneden zwarte Braziliaanse tanga vleit zich krols naast hem. Maar de kale Salazar heeft geen oog voor haar. Maar dan een uur hangt hij als een Italiaanse playboy aan zijn mobiele telefoon te leuteren. En zijn vriendin maar verveeld kijken. Totdat ook haar vriendin naast haar in het zand ploft, in een minstens even strak gesneden tanga. Schoenvetertype. En ook nog haar minuscule beha in het hete zand laat vallen. En de kale kop van Salazar maar bellen. Strandpret.

 

Achter ons ineens een kabaal. Alsof er een vos door het kippenhok raast, op zoek naar vers kippenbloed. Blijkt er plotseling een complete Koreaanse familie te zijn uitgestort over het strand. Opa en oma stevig in de nette kleren, en een roedel kleinkinderen die maar niet kunnen besluiten of ze in of uit de zon zullen gaan liggen, op een handdoek of toch maar een matje, of ze daarbij een petje, muts, zonnebril of ander zonnewerend materiaal zullen gebruiken, en wat er uit de strandtassen gehaald moet worden om de inwendige Koreaanse mens van voedsel te voorzien. En dat gaat zo een half uur door. Strandpret.

 

Halverwege de ochtend schommelen een paar Kaapverdische negerinnen de trap af naar het strand. Het lijkt wel of ze beide een stapel bontgekleurde tentzeilen over zich heen gedrapeerd hebben. En ook de veelkleurige hoofddeksels doen nogal exotisch aan, Caribisch of toch gewoon Kaapverdisch. Je mag het zeggen. Met hun dikke reet vleien ze zich neer op een van ligbedden. Maar die blijkt door een andere badgast gehuurd te zijn. Zodat de beide negerinnen zich weer op moeten tillen. Gewoon een kwestie van proletarisch uitrusten, zullen we maar zeggen. In ieder geval kunnen ze het Portugees goed lezen: aluguer espreguiçadeiras e chapeis de sol. Dat is ook voor Kaapverdische negerinnen geen Chinees. Strandpret.

August 11th, 2006

Lisbon Story: Berichten uit de Beco da Lapa 9

Posted in: Travels — admin @ 7:59

 

Fado op zee in de Taverna d’El Rey 

Na een aantal avonden rondgezworven te hebben in Alfama wordt het nu toch echt tijd om de fado live te ervaren. De keuze maken is lastig, want met name rondom het Chafariz de Dentro wemelt het van de fadorestaurants. Ook Pedro Silva heeft ons een authentiek fadorestaurant aanbevolen, in de buurt van het Chiado, midden in de binnenstad. Maar wat zou je weer terug gaan de stad in, als over bijna elke drempel hier de fado golft, live en mechanisch.

We gunnen de in wederom in een spannend avondtoilet gestoken fadopoes die op het pleintje klanten probeert te werven dit keer het voordeel van de twijfel. Ook vanavond staan de randen van haar oversized onderbroek stevig afgetekend op haar glimmende jurk. En terwijl haar nepveren achter haar aan waaien op de lichte Atlantische bries die aan beide zijden langs het tegenover gelegen Museu do Fado Alfama blaast, gaat ze ons voor naar de Taverna d’El Rey. Aan de wat vergeelde zwart-wit foto’s te zien die naast de ingang hangen, wordt hier al tientallen jaren de fado gezongen. Oude sterren uit Alfama, verbleekt door de tijd. Letterlijk.

 

Aan de muren en aan het plafond van het restaurant zijn stukken van de voorstevens van Portugese karvelen bevestigd. Zo te zien is het namaak, maar wat let het. We zijn op de fadoboot gesprongen en het land raakt al langzaam uit zicht. En de nacht is gevallen. We zijn overgeleverd aan de krachten van de natuur. Over de oceaan komt de nachtwind aanzetten. Alfama op zee. Wie had dat ooit kunnen denken?

 

No coração de Alfama, onde o Fado é mais Fado! Todas as noites, das 18h às 3h da madrugada. Niet dat we het zo laat zullen maken, maar de tijd vordert al aardig. Negen uur, en de nacht valt nu snel. Sedert 1979 is de taverna eigendom van de fadista Maria Jô Jô. Daarvoor was het een winkel waar steenkolen en wijn verkocht werden.

We krijgen een soort viploge toegewezen: recht tegenover de ‘bühne’, op nog geen meter van de artiesten die gaan optreden. Bij de gebruikelijke entradas, zoals camarão al ajillo en pasteis de bacalhau, drink ik een sterk gekoelde witte port. Gemma houdt het opnieuw bij vinho tinto. De serveerster beveelt ons wat typische gerechten aan die volgens haar niet alleen typisch zijn maar ook nog goed smaken. Wat betreft de bacalhau-schotel heeft ze gelijk, wat het andere goedje betreft (een soort door de shredder gehaalde kabeljauw met ei en groetsnippers) zit ze er goed naast: het goedje is zo droog als een bak zaagsel en is slechts met flink wat vinho verde weg te werken. De schade bedraagt na afloop 81 euri. Inclusief de fado, natuurlijk.

 

Het eerste optreden veegt als een orkaanwind op de oceaan over je heen. En dat alles uit de wijd opengesperde mond van de pikzwarte Angolese fadozangeres Ana Maria (Angolana de voz pura), begeleid door de oude Americo Silva en de jonge Miguel Pedro, fadista vencedor
de duas grandes noites do Fado
. De enorme klankast van Ana Maria staat garant voor een overdonderende fado. Maar je moet even wennen aan het volume. Maar dan raak je tenslotte verzeild in het oog van de orkaan en word je gewiegd op woorden van saudade:
Zangei-me com o meu amor
Não o vi em todo o dia
À noite cantei melhor
O fado da Mouraria


Het licht gaat weer aan. De storm is gaan liggen en we keren weer terug tot ons bord. Ik spoel de nog aanwezige saudade weg met een stevige slok vinho verde. Ook aan de andere tafeltjes komt men weer even op adem, na dit hachelijk zeeavontuur. Men eet voor slechtere tijden. En voor scheurbuik hoef je niet bang te zijn.
 

Dan is het de beurt aan de twee mannelijke fadistas. Maar alleen de jonge Miguel Pedro zingt. Een prachtige stem. Niet verwonderlijk dat hij als aanstormend talent beschouwd wordt. Hij zal het nog ver schoppen. Na de orkaan van Ana Maria strijkt er nu een warme mediterrane bries over je heen, a brisa do coração. En begeleidt zichzelf daarbij op de gitaar. De oude Americo Silva blijft onverstoorbaar zijn 12-snarige guitarra portuguesa bespelen. Het instrument schijnt zijn oorsprong te vinden in de Congolese luit. In de 15e eeuw door Afrikaanse slaven meegebracht naar Brazilië, ook een van de Portugese koloniën.
En ondertussen zingt Miguel Pedro gewoon door. Een fado op tekst van Fernando Pessoa. Waar je hem al niet tegen komt? Luister maar:
Como inútil taça cheia
Que ninguémergue da mesa
Transborda de dor alheia
Meu coração sem tristeza
Het is de dans van het verdriet, vanavond gezongen door een fadista die nog niet getekend is door de tijd. Het is een dance of sorrows, zegt de serveerster. Luister maar. Ondertussen staat mijn bacalhau af te koelen, maar de fado zorgt voor een nieuwe warmte.
 

Er volgen nog meer optredens, uiteraard. En ook de sobremesas, de nagerechten, zijn nog niet gerriveerd. Zelfs de nu al bijna bejaarde stichteres van de Taverna, Maria Jô Jô, is het kunstje nog niet verleerd. Stevig geblondeerd legt ze al haar gevoel in de drie fado’s die ze zingt. En ver daarna is het weer de beurt aan de Anglolese orkaan. Hoewel dit keer de storm aardig is geluwd. Slechts een stevige bries, meer niet, is het geworden. Ook een Angolese fadozangeres komt wel eens in rustiger vaarwater terecht.


Voor meer info, klik op: www.tavernadelrey.com

August 10th, 2006

Lisbon Story: Berichten uit de Beco da Lapa 8

Posted in: Travels — admin @ 8:13

 

Het Parque das Nações, Calatrava’s droom
 

In het Parque das Nações werd in 1998 de Wereldtentoonstelling gehouden, gewijd aan de Oceanen. Het park (een aanduiding die je op het verkeerde been zou kunnen zetten) ligt aan de oostkant van Lissabon aan de oever van de hier wel erg brede Taag. Het is een tegelijkertijd knooppunt van vervoer, commercieel en cultureel centrum, maar ook gewoon een plek waar de inwoners van Lissabon naar toe gaan om te relaxen. Er is relatief veel groen, en naast de Taag zijn er ook veel andere waterpartijen.

 

Wereldberoemde architecten hebben zich hier eens fors uit kunnen leven. Als cultureel erfgoed is met name het Pavilhão de Portugal, van Álvaro Siza, interessant. Daarnaast vind je op het uitgestrekte terrein het grootste zeeaquarium van Europa (Oceanário de Lisboa), het Pavilhão Atlântico en een groot evenementencomplex, het Teatro Camões, waar ook deze middag weer een concert plaatsvindt. Er vinden tevens tv-opnames plaats, want er staan nogal wat opleggers van een Portugese  tv-zender voor de deur.
Maar de binnenkomst in het Parque das Nações is misschien wel het meest indrukwekkend. We nemen daarvoor de metro bij Cais de Sodré. Een keer overstappen (station Alameda) en je staat op station Oriente, een van de concreet geworden dromen van de Spaanse architect Santiago Calatrava. Een symfonie van staal, glas en beton, zo zou ik station Oriente willen noemen. Ongelooflijk dat iemand met deze materialen zoveel sierlijke elegantie weet te creëren.
 

Omdat Gemma liever het winkelcentrum Vasco da Gama afstruint (een soort Hoog Catharijne, maar dan ruimtelijker), en ik daar nou niet echt op zit te wachten, kies ik er voor een fotoshoot te doen op het voormalige Expo-terrein. Over een uur of twee hebben we afgesproken bij de uitgang aan de Taagzijde. Lijkt me een goeie deal.


Ik loop tot voorbij de Torre Vasco da Gama, en heb vandaar een prachtig uitzicht over de brede Taag en de 17 kilometer lange Vasco da Gamabrug daar overheen. Wat een ruimte, wat een licht!
Gelukkig is er op de meeste plekken in de schaduw te lopen, want het is behoorlijk heet op deze zaterdagmiddag. De witte kleuren van de gebouwen steken scherp af tegen de staalblauwe lucht daarboven. Ook het water van de Taag doet er nog een extra schepje bovenop.
 

Als we elkaar weer treffen ze we koers naar de Taag voor een tocht met de teleférico, een kabelbaan over het water van de Taag. Voor 5,50 euri per persoon kun je hoog boven het spiegelende water van de brede rivier blikken werpen op het Parque das Nações, met het station van Calatrava, de wolkenkrabbers (nou ja, misschien een te groot woord, want het is natuurlijk gewoon hoogbouw) in de vorm van een scheepsboeg, de Torre en de Ponte Vasco da Gama, en natuurlijk de eindeloze Taag. Soepel glijdt de afgesloten cabine over de armdikke stalen kabels. Zelfs de ‘hobbels’ worden bijna onopgemerkt gepasseerd. Geluiden dringen nauwelijks tot de cabine door. Het lijkt wel een ruimtecapsule die na een lange vlucht terugkeert in de atmosfeer. Soms vallen je gedichten in, zoals van Pessoa of Slauerhoff. Hoewel hun gedachten ver af staan van de zon en de warmte die je op deze zaterdagmiddag doorstromen. Gewiegd een cabine boven het water van de Taag.

 

Pessoa dan toch maar, en fragment:

De Taag is mooier dan de rivier die stroomt door mijn dorp,
Maar de Taag is niet mooier dan de rivier die stroomt door mijn dorp
Want de Taag is niet de rivier die stroomt door mijn dorp
 

De Taag heeft grote schepen
En op haar water vaart nog steeds,
Voor degenen die in alles zien wat er niet is,
De herinnering aan de galjoenen.
 

Het gedicht heeft hij geschreven onder naam van een van zijn heteroniemen, Alberto Caeiro, in de bundel O guardador de rebanhos (De hoeder van kudden).

Of moet ik me maar op Slauerhoff richten, gezongen door Cristina Branco (O engeitado), een fragment:

Ik voel mij van binnen bederven,
Nu weet ik waaraan ik zal sterven:
Aan de oevers van de Taag.
 

Dat sterven aan de Taag lijkt me op deze middag nog behoorlijk ver weg. Vanavond wil ik eerst nog de fado meemaken. In een van de vele restaurantjes in de buurt. In het hart van Alfama. Sterven met een lege maag en zonder je te hebben overgegeven aan de saudade van de fado, dat lijkt me niks. Maar dadelijk eerst nog een gewoon glas bier, als we bevrijd zijn uit de cabine. En terug op aarde zijn. En ook Calatrava’s droom hebben verlaten. En gewoon weer terug zijn in de Beco da Lapa.

 

August 9th, 2006

Lisbon Story: Berichten uit de Beco da Lapa 7

Posted in: Literair, Travels — admin @ 8:01

 

Van Portugese dieven en Portugese koningen


 Dinsdags en zaterdags is er in het hart van Alfama ‘dievenmarkt’, de Feira da Ladra. Wat soepeler vertaald als: vlooienmarkt. Maar de oorsprong van de markt is duidelijk. Geef mij maar de Portugese benaming. Hoewel die eigenlijk slaat op ‘dievegge’. De markt die wordt gehouden op het pleintje, het Campo de Santa Clara, achter het pompeuze Pantheon van de Santa Engráçia en in de straatjes er omheen, bestaat al sinds 1881. Maar al voor dij tijd werden hier markten gehouden. De inwoners van Alfama beweren dat de markt al sinds de 12e eeuw bestaat.

De Feira da Ladra ligt slechts een paar straatjes hogerop van onze woning. Vanwege de al helse zon (en het is pas half tien in de ochtend) arriveer ik al bijna badend in het zweet. Gelukkig is het op de markt redelijk horizontaal, zodat er geen energie meer in het klimmen gestoken hoeft te worden.

 

De gebruikelijke prullaria die je op een Nederlandse koninginnemarkt aantreft zie je hier ook. In veelvoud. Echte koopjes, waardevolle artikelen, die zijn er al lang niet meer te vinden. Bovendien richten de verkopers zich in de zomermaanden nog eens extra op toeristen. Maar wie van oud gereedschap houd kan hier terecht. Dat geldt ook voor de amateurs van oude videobanden (meest softporno), glas- en aardewerk, oude munten, en – uiteraard – potten en pannen, uitgevoerd in koper, aluminium, tin en andere metalen.

De boekenliefhebber komt hier niet echt aan zijn trekken. Naast de keurig op een rij gezette keukenmeidenromans, liggen er stapels slordig uit hun zak geschudde boekenbergen. De enige die een ereplaatsje verworden heeft zijn de Obras de Eça de Queiroz, uitgegeven in de jaren veertig van de vorige eeuw de Edição do Centenariote te Porto, Lello & Irmão, Editores.

Even verderop zijn er de vaste gebouwen van de antiquairs en de antiquariaten. Hier zijn wel wat waardevollere spullen te vinden. Maar die zijn dan tegelijkertijd stevig aan de prijs. Ik neus wat, in boeken, tussen oude foto’s en ansichtkaarten, maar voorlopig houd ik het bij kijken. Een aantal zeer fraaie oude foto’s gaan mijn neus voorbij, omdat een wat snellere Portugees zijn buit als een Cerberus beschermd. Ook een aantal oude fotoboeken zijn me te prijzig (75 euri). Maar, toegegeven, het was een fraai album met oude foto’s van het Kremlin, de Poolcirkel, Manhattan en andere aansprekende plekken op de wereld. Een fotoalbum van een niet onbemiddelde familie, zo te zien.

 

Uiteenlopende werelden, ze liggen in Alfama op een paar passen van elkaar. Nog geen vijftig meter van de Feira da Ladra ligt de Igreja de São Vicente da Fora, bestaande uit een prachtige kerk en het befaamde Mosteiro, waar een aantal Portugese koningen in hun marmeren tombe van de voorbij strijkende eeuwen ligt te genieten.

Het complex ligt hoog op een van de heuvels van Alfama en is genoemd naar de heilige Vincentius; ja, die van de verloren voorwerpen. Niet zomaar toevallig dus, die ‘dievenmarkt’ hier vlakbij. In Portugal is Vincentius de beschermheilige van de zeevaarders en de wijnbouw. Bovendien heeft hij zich een plek veroverd in het wapen van Lissabon. Geen heilige die zich zomaar opzij laat zetten, dus.

Het complex is grotendeels gebouwd in de 17e eeuw, met strenge symmetrische gevels. Die vandaag spetterend wit het zonlicht weerkaatsen. Veel wit marmer in het interieur van de kerk waar op deze zaterdagmorgen nog een mis bezig is. De kerk zit halfvol en zingt stemmig mee. Veel jongeren, maar het blijkt dan ook een Taizé-bijeenkomst te zijn. In ieder geval kun je dus niet zomaar door de kerk banjeren en de eredienst verstoren.

Dan maar naar het annex gelegen Mosteiro, het kloostercomplex, vroeger toebehorend aan de Augustijnen. Het interieur is zonder meer indrukwekkende te noemen, vooral vanwege de hoeveelheid azulejos-tableaus die er te zien zijn. De meeste dateren uit de 18e eeuw en stellen o.a. veroveringstaferelen voor van Lissabon en Santarém. Maar ook: stadsgezichten, schepen. In de kruisgangen hebben de beroemde 38 tegelplateaus die fabels van de Franse dichter Jean  de LaFontaine uitbeelden, een prominente plaats.

 

De voormalige Augustijnenrefter is omgebouwd tot pantheon voor de Portugese koningen. Bijna alle leden van de familie Brangança liggen hier in stenen sarcofagen begraven: van João IV (gestorven in 1656) tot Amélia (gestorven in 1951). De sarcofagen zijn een relict uit de tijd van dictator Salazar die opdracht gaf tot het laten vervaardigen van deze praalgraven. Daarvoor lagen de koninklijke botten te rusten in houten kisten, afgesloten met glazen deksels.

We klimmen nog, via een van de  torres, naar het dak van kerk en klooster, vanwaar je een schitterend uitzicht hebt op de stad en de Taag. Voordat we ons aan de lunch zetten (in een restaurantje op vijftien meter van onze voordeur vandaan), eerst nog even een niet-alcoholische verfrissing onder de met schitterende bloemen bevrachte pergola’s van het mosteiro.

August 8th, 2006

Lisbon Story: Berichten uit de Beco da Lapa 6

Posted in: Travels — admin @ 8:03

 

Gewoon een avond in Alfama

Het is een uur of zeven als we terug zijn in ons huis in de Rua da Lapa. Onderweg, in de Rua dos Remédios, nog snel even wat knabbelspul gehaald voor bij het aperitief: ham, tonijn, kaas, tomaten. Even relaxen op de bank met een glas bier en een glas wijn.

Ik lees nog wat in ´Portugal, een gids voor ontdekkers´ van J. Rentes de Carvalho. In het eerste hoofdstuk beschrijft hij een aantal van zijn favoriete wandelroutes door Lissabon. Een van die routes voert uiteraard naar Alfama. Een van de redenen is de fado. Carvalho: “Als u van de volkse fado, de zogenaamde fado vadio, houdt, kom dan hier ’s avonds terug om te eten in een twee kroegen op het pleintje (het Largo do Penereiro). Op zomeravonden staan de tafels buiten gedekt en wordt de fado gezongen in de openlucht.” Carvalho liegt niet: we hebben het op onze eerste avond al met eigen oren kunnen zien en horen.

 

In alle straten hangen nog de relicten van het voorbije WK-voetbal, voor Portugal even desastreus verlopen als voor Nederland. Toch maken de feestslingers, in de kleuren van de Portugese vlag en over de hele breedte van de straat gespannen, en ook de honderden Portugese vlaggen in alle maten, een absoluut sfeervolle indruk. Zeker wanneer ze verlicht worden door het gelige strijklicht uit de oude lantarens die kwistig her en der aan de huizen zijn bevestigd.

 

Zomeravonden in Lissabon lenen zich bij uitstek voor eten buiten. Lang zoeken hoeven we niet. Gewoon de Rua dos Remédios naar beneden lopen en je staat op het Largo Chafariz del Dentro. Het pleintje vormt een soort startplaats om in verschillende richtingen door Alfama te laten verzwelgen. Aan de andere kant van het pleintje, aan de Taagzijde, ligt het Museo do Fado, het Fadomuseum met bijbehorend restaurant, waar in de weekenden niet alleen gegeten kan worden, maar ook geluisterd naar authentieke fado. Vanavond zijn alle tafels al gereserveerd. Maar op hetzelfde plein nodigen de tafels van Restaurante Flor dos Arcos je uit om plaats te nemen. De schemering is al behoorlijk ingevallen. De fado golft je niet alleen tegemoet vanuit het Fadomuseum aan de overkant, maar ook uit aan van de andere restaurantjes die in slagorde lijken te zijn opgesteld op de hoek van het plein en een van de andere hierop uitlopende straatjes, de Rua de São Pedro, ook een van de straatjes die door J. Rentes de Carvalho gemoemd wordt in zijn favoriete wandelingen door Alfama. Op het pleintje zelf worden voorbijgangers aangeklampt door een in avondkledij uitgedoste buurtbewoonster die naarstig op zoek is naar klanten voor weer een ander fadorestaurant in de buurt. Jammer dat haar nogal fors uitgevallen onderbroek door haar billen flinke voren klieft in haar avondtoilet.

 

Het wordt dus Flor dos Arcos. Vier tafeltjes buiten op het pleintje, en even zoveel tafels binnen. Ricardo Silva, de patron, heeft het aardig voor elkaar op deze strategische plek. De tijd dat je bezig bent met het wegwerken van al die voorafjes, de sopas en entradas (brood, olijven, kaas, ansjovis- en sardinesmeersels, plakjes worst) kun je goed benutten met het bestuderen van alle voorbijgangers. Buurtbewoners die bezig zijn aan hun avondwandeling en zich warm lopen voor de avondmaaltijd, spelende kinderen die van de tijdloosheid van hun ouders optimaal gebruik proberen te maken, opgedirkte hoeren die hun pitte hoge hakken laten klakken en zich bewegen in de richting van hun liefdevolle nachtarbeid, en soms toeristen die als vliegen aangelokt worden door het nachtelijke licht van Alfama. Ergens blaft een hond. En die zijn hier nooit aangelijnd zoals in Nederland. Door een open raam klinkt het late journaal van de RTP. En daar tussendoor slingeren zich de geluiden van de oude wijk. Ze caramboleren tegen de gevels en de ramen van de huizen, over de vaalgele straatkeitjes en het donkere water van de Taag. En de fado, overal de fado: Ó murmúrios do silêncio, não vos consigo entender. Sois ecos de pensamentos que se cruzam e entrelaçam e eternamente esvoaçam nas margens do entardecer. O caos seria luz se eu vos pudesse colher. Alsof ik Cristina Branco hoor. Murmúrios. En gemurmel is hier volop. Uit alle muren en tegels sist en gromt het. Weerkaatst en gonst het. Saudade? Ach, vanavond niet.

 

En ja, we laten het allemaal weer op tafel zetten: de robalo, de bacalhau. En bier. En vinho branco. Het hele dinheiro kost je slechts 32,20 euri. Voor twee. En alles wat er om je heen gebeurt kost niks, helemaal niks. Inclusief de Mirmúrios van Alfama. Voor J. Rentes de Carvalho is het al te laat. Slauerhoff misschien? Maar die heeft zijn eigen verloren paradijs. Fernando Pessoa dan maar? Maar ook van zijn rusteloosheid is vanavond geen spoor te vinden op het Largo Chafariz del Dentro. De opgedirkte, al wat over de top aanbelande fado-cheergirl klampt nog steeds haar potentiële klanten aan. Als een Lusitaanse Calypso. Fadogrotten is overvloed hier. Alfama, het Tora Bora van de fado. Een paar straten hoger slaat het middernacht.

August 7th, 2006

Lisbon Story: Berichten uit de Beco da Lapa 5

Posted in: Travels — admin @ 8:29

 

Het Aards Paradijs van Sintra 2


 Het Palácio da Pena maakt het nog bonter dan Praço Real. Met een speciale bus arriveer je in een minuut of twintig boven op een van de toppen van de Serra da Sintra. Daar staat sinds de 19e eeuw het spectaculaire, buitenissige Palácio da Pena, een eclectisch ratjetoe van bouwstijlen, van Renaissance tot Manuelstijl, van Walt Disney tot Neuschwanstein. Het werd in opdracht gebouwd – en ontworpen door de Duitse architect baron von Escxhwege – voor de kunstenaar-koning, Dom Fernando II, die na de dood van zijn eerste echtgenote, Maria II, trouwde met zijn minnares gravin Edla, operazangeres. Het paleis werd voltooid in het jaar dat Fernando stierf, 1885.

Het interieur is nog volledig ingericht, en je struikelt zowat over al het meubilair, de kunst- en kitschvoorwerpen die het paleis soms op een pakhuis doen lijken. Ongelooflijk wat een troep de koninklijke bewoners indertijd verzameld hebben.

Het ratjetoe van stijlen is daarom ook terug te vinden in de vormgeving en inrichting van de vertrekken. Zo zijn er onder andere een aantal fraaie Arabische en Moorse zalen te bewonderen. De balzaal is voluptueus ingericht met Duitse glas-in-lood ramen, kostbaar Oosters porselein, en vier mansgrote fakkeldragers, compleet met tulband, die een kroonluchter vasthouden. Het meeste indruk maakt echter het imposante 16e eeuwse retabel (altaar) van albast en marmer. In elke nis van het pronkstuk is een tafereel uit het leven van Jezus afgebeeld.

Aan de buitenzijde springen de zuurtjeskleuren van de gevels, de torens en de koepels in het oog: gel, roze, rood, blauw. Trappen, kantelen en de rest van de rusteloze vormgeving doen het geheel ook nog eens op een Middeleeuws fort lijken. En natuurlijk zijn er de onvermijdelijke schitterende tegelpartijen, niet alleen de azulejos (die zijn er zelfs opvallend weinig). En de grillige ornamenten en beeldhouwwerken die als grillige duivels hier en daar uit de muur springen. Kortom: Een koninklijk Disneyland avant-la-lettre.

Tenslotte is er het sublieme uitzicht over de omgeving. In de verte de kust. Wolkenpartijen worden vanuit de kust met ongewone snelheden over het paleis heen gejaagd. Dat levert ook nog eens een caleidoscopisch clair-obscur over de kleurrijke muren. En ondertussen sta je daar maar te genieten. Sintra, het aards paradijs.

 

Voor 7 euri per persoon ben je een middag te gast in dit Walhalla. Daar komt de bustocht voor € 3,85 (heen en terug) nog wel bij. Want te voet de berg op, 500 meter hoog, dat is geen aanrader bij deze temperaturen. En vanwege de drukte, en om het aantal bezoekers in het paleis wat te reguleren, waren er wachtrijen bij de toegangspoort tot het paleisterrein en bij de ingang van het paleis zelf. Dat neem je dit keer maar op de koop toe.

 

En ook de terugrit met de bus van de Sintraline verloopt niet vlekkeloos, want die rijdt zich vast tussen de geparkeerde auto’s op de smalle weg naar beneden. Na het weghalen van een van die geparkeerde vehikels en het manoeuvreren op de vierkante millimeter lukt het na verloop van tijd de bus vlot te krijgen. Applaus van de passagiers voor de chauffeur.

 

August 6th, 2006

Lisbon Story: Berichten uit de Beco da Lapa 4

Posted in: Travels — admin @ 8:21

 

Het aards paradijs van Sintra 1
 Al vroeg nemen we bus 28 naar het Cais de Sodré. Vandaar de metro naar station Jardim Zoologico. Daar kun je ondergronds doorsteken naar treinstation Sete Rios. Omdat station Rossio in de steigers staat vertrekken een jaar lang vanaf hier de treinen naar Sintra, zo’n 30 kilometer westwaarts van Lissabon gelegen. Om onverklaarbare redenen worden de treinen hier comboios genoemd. Maar wat zou het, ze zijn in ieder geval spotgoedkoop. Voor € 2,60 ben je heen en terug. En bovendien zijn deze metroachtige treinen schoon (dus zonder graffiti of andere bekladdingen) en koel, want airco. Bovendien rijden ze stipt op tijd. En er is plaats. Wat een weldaad!

 

Lange tijdwas Sintra het favoriete zomerverblijf van de Portugese koningen. Het dorp ligt in een fantastisch mild klimaat op zo’n 200 meter hoogte tegen de noordelijke hellingen van de Serra de Sintra, temidden van diepe, nogal beboste ravijnen en een groot aantal zoetwaterbronnen. Al ruim voor onze aankomst op het kleine station is de hoeveelheid weelderig groen opmerkelijk. De Engelse schrijver Byron (die de stad Lissabon zelf verfoeide), was daarentegen lyrisch over Sintra. Een van de vele restaurants die we midden in het dorp tegenkwamen heette dan ook O Cantinho do Lord Byron. Een postuum eerbetoon aan de dichter van overzee.

Voor ons zijn er vandaag twee redenen om naar Sintra af te reizen: twee bezoeken. Aan het Palácio Nacional de Sintra (het Paço Real) en het Palácio Nacional da Pena, dat een eind buiten het dorp om zo’n 500 meter hoogte ligt.

Wandelen vanaf het station naar het centrum en het Paço Real is een kwestie van hooguit 10 à 15 minuten. De tijd rekt zich vanzelf, want het gezicht op het paleis en op de weelderige bloempracht in het dorp houden je vanzelf staande. Maar dat is absoluut geen verloren tijd.

Het eerste wat opvalt aan het Paço Real zijn de twee witte conische schoorstenen die hoog boven het koninklijk paleis uitsteken. Deze schoorstenen staan boven op de grote keukens van het paleis, dat in de 14e eeuw gebouwd werd door koning João I, op een plek die ooit in bezit was van Moorse heersers. Tot 1880 bleef dit paleis het favoriete zomerverblijf van de Portugese koninklijke familie. Manuel I breidde in de 16e eeuw het paleis nog eens stevig uit, in Moorse stijl. Het resultaat is een allegaartje van stijlen. Maar ook dat heeft wel weer wat. In ieder geval is het verrassend.

Het hele Paço Real is van binnen te bekijken. Om 11.53 koop ik de tickets. Indrukwekkend zijn de Sala dos Brasões (de wapenzaal), waarvan de koepel kleurrijk is versierd met hertenkoppen die de wapens (brasões) van 74 Portugese adellijke families dragen, en de Sala dos Cisnes (de zwanenzaal), de eetzaal waarvan het schitterende, in achthoekige panelen verdeelde plafond in de 17e eeuw is beschilderd met zwanen (cisnes). Voor 4 euri per persoon is het allemaal met eigen ogen te zien.

Inmiddels is het ruim lunchtijd geworden. Na een korte wandeling door het centrum van het dorp. Een gegrild visje gaat er altijd wel in. Met een salada mista vooraf. Naast ons zitten twee Italiaanse, al wat oudere stellen een kwartier lang met de serveerster te bakkeleien over het te bestellen voedsel. Met name de heren zijn zeer wantrouwig over de te verwachten kwaliteit. Alles wat aanbevolen wordt komt niet door hun Romeinse culinaire screening. Uiteindelijk wordt het voor de dames een uitgebreide salade zonder ansjovis of ander gevaarlijk zeebeestenspul (daar kun je in ieder geval niet echt ziek van worden), en voor de heren een bord droge rijst, dat na aankomst op de tafel uitgebreid met aceite, olijfolie dus, wordt overgoten. Italianen, en over de grens eten, het blijft een hachelijke combinatie.

August 5th, 2006

Lisbon Story: Berichten uit de Beco da Lapa 3

Posted in: Travels — admin @ 8:50

 

Aan tafel bij Mestre André 

Na een eenvoudige lunch in de Casa dos Sandes, recht tegenover de Elevador de Santa Justa, gaat de zwerftocht weer verder door de stad. Via het Largo Chiado tot aan het Praça Luis de Camões, en dan omhoog naar de kerk van São Roque, een oude Jezuïtenkerk uit de 18e eeuw. Vooral Italiaanse architecten en kunstenaars hebben zich hier naar hartelust uit kunnen leven. Kostbare materialen zijn niet gespaard: lapis lazuli, albast, marmert, goud en zilver: het is er allemaal in overdaad aanwezig. En dan te bedenken dat de oude São Roque gold als de beschermer tegen de pest.

Het is onze bedoeling door te lopen tot aan de Miradouro de São Pedro de Alcântara, vanwaar je een mooi uitzicht over de stad hebt. En daarna met de antieke kabellift, de Elevador da Glória, weer af te dalen naar de Benedenstad. Het loopt allemaal anders. De Miradoura, vormgegeven door een klein parkje, is aan een hevige onderhoudsbeurt toe en afgesloten voor publiek: geen uitzicht dus. Dan maar de Elevador. Ook die blijkt aan zijn periodieke onderhoudsbeurt onderhevig te zijn: voor de duur van zes maanden uitgeschakeld! Zo schiet het wel op met het bezichtigen van de binnenstad. Want het Rossio-station was ook al een jaar buiten westen, waardoor we daarvandaan niet de trein naar Sintra kunnen nemen (iets wat we op een van de komende dagen van plan zijn).

Dan maar wat anders: de boot naar Cacilhas, aan de overzijde van de Taag. We nemen de oude gele rammelkast, tram 28, tot aan het vervoersknooppunt Cais de Sodré. Gelukkig: De Taag ligt er nog, en ook varen er nog boten naar de overkant. Eigenlijk moet je ’s avonds in Cacilhas zijn dat bekend staat om zijn aantal visrestaurants. Op dit tijdstip van de dag geen dampende visschotel voor ons. We houden het op de aankoop van anderhalve kilo mega-nectarines en even later op een stevig glas bier op een terras. Natuurlijk sjokken we nog wel het dorp in, omhoog, omlaag, maar het is duidelijk siësta. En alle fornuizen staan op hun laagste pit. Zelfs de dampen en geuren van gebraden of gegrilde vis hangt niet in de straat. Daar regeert de zon op dat ogenblik. Onverbiddelijk.

 

Terug aan de overzijde wordt het tijd om een overlevingspakket aan te schaffen in een van de vele levensmiddelenwinkeltjes in de Rua dos Remédios: water, bier, ham, kaas, peren, wijn, chips. Voor het ontbijt en voor heel laat op de avond. Want eten, dat doen we ’s middags en ’s avonds elders. Koken, je moet er niet aan denken als het in al die duizenden restaurantjes beter kan.

 

In een kleine zijstraat van de Rua dos Remédios , de Calcadinha Santo Estevão, ligt het Restaurante Mestre André. Binnen is er ruimte voor een viertal tafels. Buiten staan schuin tegen de sterk hellende straat nog eens drie tafeltjes opgesteld. Mestre André zelf spreekt geen woord over de grens, maar inmiddels zijn we zo vertrouwd met de viskaart dat de opdracht tot het bereiden van een goede visschotel geen probleem meer is. Mestre André is bovendien een zwijgzaam type met lichte grijze krullen en is ook tegenover het keukenpersoneel, twee witgekapte kokkinnen, geen spraakwaterval. Blijkbaar heeft iedereen aan één woord genoeg. We hebben er het volste vertrouwen in.

En dat vertrouwen wordt niet beschaamd. Integendeel. Na de gebruikelijke intro van olijven, plakjes droge kaas uit Tras-Os-Montes en de sardinespâté verschijnen de hoofdgerechten op het wankele tafeltje. Ik ben maar naast Gemma gaan zitten, omdat ik – wanneer ik tegenover haar zou zitten – een paar decimeter lager zou uitkomen. Voordeel is dat we nu allebei een goed overzicht hebben over de straat.

De cherne, een stevig soort baars, en de polvo, in innige omarming met aardappelen in schil en bijna kronkelend van genoegen in een bed van uienschilfers en verschillende kruiden, smaken voortreffelijk. Deze zeebeesten hebben niet voor niets hun leven aan de mensheid opgeofferd.

Uiteraard hoort daar inheemse wijn bij. Een half flesje vinho tinto, rode wijn dus, en een goed gekoelde vinho verde, licht mousserend zoals het hoort. We zitten nog lang buiten aan de tafel, terwijl tegenover ons de straatlantaren zijn gelig licht romantisch langs de gevels wrijft. Soms komt er een late buurtbewoner naar beneden of naar boven gesjokt. Om de hoek waaien flarden fado de Rua Remédios in.

August 4th, 2006

Lisbon Story: Berichten uit de Beco da Lapa 2

Posted in: Travels — admin @ 8:08

 

Koeien grazen in de Baixa 

Goed geslapen vannacht. Maar om 7.15 uur al wakker. Eerst naar de bakker, een vijftigtal meters omhoog de Rua dos Remédios in. Ik koop een stevig Pao Zapata en twee bolas, harde broodjes. Ook moet ik op zoek naar wat liters Luso, mineraalwater. Dat blijkt een lastiger karwei, want de meeste winkeltjes openen hun deur pas om een uur of negen. Toch lukt het, maar inmiddels zeul ik me wel in het zweet, met vier flessen van anderhalve liter.

stalen tramkabels boven het Praça do Comércio

Onze Italiaanse koffiepercolater spuit als een fontein hete bruine koffie over het gaskomfoor. Maar uiteindelijk lukt het om in ieder geval twee koppen stevige koffie op tafel te krijgen. Een sober Portugees ontbijt.

Onze eerste ochtendwandeling voert naar de Baixa, de benedenstad in het centrum van Lissabon. Aangelegd na de verwoestende aardbeving van 1755 en ontworpen in opdracht van markies Pombal die elders in de stad vanaf zijn hoge sokkel neerkijkt op stad en  volk. Kaarsrechte schaakbordstraten alsof je in New York of San Francisco rondloopt. Hier verdwalen is moeilijk. Via het Casa dos Bicos sta je al snel op het zonovergoten Praça do Comércio, het grote plein aan de kant van de Taag. De witte en gele gevels van de overheidsgebouwen weerkaatsen het messcherpe zonlicht. Daarboven de staalblauwe lucht. Een zachte, lauwe oceaanlucht blaast onder de triomfboog door de Rua Augusta in. Het is er nog niet druk in de meest bekende straat van Lissabon. De kraampjes worden ingericht. De eerste straatartiesten zoeken zich een plek. Nu de schaduwen nog breed zijn is het er aangenaam.

Per ongeluk bijna bots je ineens tegen een bont beschilderde koe op. Een tiental meters verder staat er nog een. Op de sokkel staan de naam van de artiest. Koeien in de Baixa. Alsof je in Friesland over de groene prairie loopt. Alleen houden deze koeien niet van beweging. Ze houden zich dood als volleerde straatartiesten.

 

 

De Cow Parade Lisboa 2006 maakt onderdeel uit van een internationaal kunstproject. Op onze wandeling door de Baixa lopen we ze overal letterlijk tegen het kleurrijke lijf. Het project wordt georganiseerd door Energy Splash  en de organisatie ‘Desejo Sem Limites’. Het moeten er honderden zijn: koeien, hier vacas geheten, staan met hun glasfiber lijf op ware grootte, in de maanden juni tot en met oktober, op even zovele plekken in de stad. In oktober zullen ze bij opbod worden verkocht voor een goed doel. Meer weten, kijk op: http://lisbon-en.cowparade.com. Ook Canada, Brazilië en de Verenigde Staten hadden al hun Cow Parade. Waar blijft Nederland? Het land van het zwartbonte melkvee. Toch?

 

Het centrum begint inmiddels drukker te worden. De zon feller. Even verfrissen bij het fontein op het Rossio-plein. Zomerse relaxtheid straalt het uit. Dat is nog eens wat anders dan de stierengevechten, de militaire parades en de ketterverbrandingen die in vorige eeuwen het plein tot het centrum van Lissabon maakten. En ook hier vacas. Vanaf hier zijn de ruïnes van de 14e-eeuwse Igreja do Carmo, hogerop, en eveneens een relict van de desastreuze aardbeving van 1755, goed te zien.

Verder maar weer. Langs de Elevador de Santa Justa, de neogotische gietijzeren lift uit 1900 die naar de Bovenstad voert, de Bairo Alto. Het Rossio-treinstation is gesloten er wordt het komende jaar stevig verbouwd. Vanuit hier is dus de trein naar Sintra niet meer te nemen. Jammer: geen Manuelstijl te herkennen. Alleen een tientallen meters hoog schaamdoek dat de bouwactiviteiten maskeert. Tijd voor een bica, een supergeconcentreerde vingerhoed expresso-koffie. Nieuwe energie. Voor de volgende slenterpartij. En de geest weer open voor nieuwe indrukken van de stad. Of de Taag. Of de bedelaars. Of de verkopers van staats- en andere loten. Of de wind die onder de Arco door de Rua Augusta inblaast. Altijd. Dag in dag uit. Alleen ’s nachts houdt die de adem even in. Maar nu doet ie weldadig aan. Die airco uit de Taag, watergekoeld.

August 3rd, 2006

Lisbon Story: berichten uit de Beco da Lapa 1

Posted in: Travels — admin @ 12:28

 

Aankomen in Lisboa

 

Exact volgens de dienstregeling, om 18.40 uur plaatselijke tijd, landt de Boeing 737-400 van vlucht TV 506 van Virgin Express op Aeroporto de Lisboa-Portela. Kom daar eens om bij de Nederlandse Spoorwegen! Om kwart voor vijf vanmiddag vertrokken vanuit Brussel. Daarvoor nog mijn auto afgeleverd bij het Car Hotel in Melsbroek, vlakbij luchthaven Zaventem. Je auto wordt keurig voor je gestald. De koffers worden voor je ingeladen in de shuttlebus. En in no time sta je in de rommelige vertrekhal van het vliegveld.

Bij de bodycheck gaat het altijd fout met mij. Ook nu weer begint alles te piepen. De veiligheidsbeambte verontschuldigt zich al bij voorbaat dat hij weer in mijn kruis moet tasten. En ook mijn schoenen moeten uit, nadat ik eerst mijn voeten op een speciaal scanapparaat heb moeten zetten. Oef, geen explosieven ontdekt!

De aankomsthal in Lissabon is al even rommelig als in Brussel. Maar misschien geldt dat wel voor alle luchthavens tegenwoordig. En zeker in de zomervakantieperiode. Maar hier word je honderdvoudig verwelkomd door Fernando Pessoa himself. Vanaf de verlicht Decaux-reclameborden stapt hij op je af “Bemvenido in Luzboa, bij de Bienal Internacional da Luz 2006”. Jammer genoeg wordt dat festival pas in september gehouden. Maar ‘luz’ is er volop in Lissabon. Ook nu nog, terwijl de zon al langzaam aan het afdalen is naar de horizon. En ook de warmte slaat je in het gezicht als je naar buiten stapt. Terwijl we de afgelopen weken toch wel wat gewend waren. Juli 2006: de warmste maand ooit.

Taxis in Lissabon zijn goedkoop. En taxichauffeurs staan er om bekend met ware doodsverachting door de stad te razen. Maar niet die wij vanavond laten voorrijden. Een spiksplinternieuwe Renault. Afgesproken is dat ik hem mijn mobiele aan het oor zal drukken om vervolgens met Pedro, onze huiseigenaar, af te spreken op welke plek hij ons af zal zetten. Want het adres waar we moeten zijn, Beco da Lapa 62 in het hart van Alfama, dan kan geen taxi in. Pedro zal ons vervolgens opwachten en ons begeleiden naar het afgesproken adres.

Maar het loopt allemaal anders. Onze taxichauffeur en Pedro raken verzield in een heftige woordenwisseling. Duidelijk is dat hij de door Pedro bedoelde straat niet in wil rijden. Het gescheld neemt hyperventalistische vormen aan. Onze brave taxichauffeur staat zowat op ontploffen. Hij scheldt onze Pedro uit als wijlen Theo van Gogh een willekeurige geitenneuker uitgefoeterd zou hebben. Hij zet zijn taxi er zelfs even voor aan de kant. Geeft aan dat we kosteloos een andere taxi kunnen nemen. De communicatie gaat verder in het Frans. Mijn Portugees staat weliswaar niet geparkeerd op niveau nul, maar dit verloopt een stuk soepeler. We speken af dat hij gerust door kan rijden en dan zal stoppen op een plek die voor hem goed bereikbaar is, maar wel in de buurt van de Beco da Lapa. Ik bel Pedro terug en ook hij legt zich bij de situatie neer. Hij zal over vijf minuten op de afgesproken plek zijn: op de hoek van het Largo Chafaeriz de Dentro en de Rua Jardim do Tabaco. Onze taxichauffeur geeft aan daar op hem te blijven wachten en hem eens voor eens en altijd duidelijk te maken, dat het gekkenwerk is met zijn taxi door de Rua dos Remédios te rijden. Zijn banden aan flarden. De portieren ingedeukt. De schokbrekers naar de mallemoer. Geen haar op zijn hoofd die daar aan denkt!

De vijf minuten die Pedro zichzelf heft toebedeeld om ons te ontmoeten blijken Portugese vijf minuten te zijn. Ook onze taxichauffeur wordt hij te gortig. Bovendien ziet hij zijn gemiddelde uurloon fors omlaag lopen. Want ik heb natuurlijk al afgerekend: 12 euri. Dan toch maar afscheid nemen. Inmiddels lopen wat ongure types om ons heen te snuiven. We bewaken onze bagage als een Duitse herder. Maar dan komt Pedro al vanuit de Rua dos Remédios naar beneden gerend, zwaaiend met zijn armen. Amicale begroeting.

Hij staat er op onze beide koffers hoogstpersoonlijk omhoog te sleuren. Ik gun hem deze attentie. Na een honderd meter slaat hij een zijstraat in, nauwelijks anderhalve meter breed. Het blijkt een van de nauwe zijstraatjes te zijn van de Rua da Lapa, die parallel loopt aan de Rua dos Remédios. De sleutel in het slot, en we staan binnen.

Pedro laat ons kennis maken met het huis. Drie verdiepingen van elk zo’n 22 vierkante meter. Beneden de keuken (met fornuis, magnetron, ijskast en alle andere keuken-bric à brac die er bij hoort), op de tweede etage de huiskamer (met een aantal brede zitbanken, tv, dvd-speler en andere audiovisuele apparatuur), en op de derde etage de slaapkamer met badfaciliteiten, wc, wastafel en kleerkasten). Het oorspronkelijke huis dateert al van eeuwen terug, maar in al die honderden jaren is er stevig aan vertimmerd. En ook in deze tijd is Pedro nog bezig, weliswaar in een Portugees tempo, om er allerlei verbeteringen in aan te brengen. Het meubilair komt grotendeels rechtstreeks van de Feira do Ladro (de vlooienmarkt) die hier een paar straten omhoog twee maal per week gehouden wordt.

Al met al is het inmiddels tien uur geworden. En de maag begint te knagen. Pedro weet wel een paar goede adressen in de buurt. Het wordt ‘Malmequer Bemmequer’. Inmiddels is het pikdonker geworden en strooien de oude straatlantarens hun gelige licht over de gevels en de steentjes van de nauwe straatjes van Alfama. Uit verschillende eethuisjes klinkt fadomuziek. Soms live, soms vanuit een cd-speler.

Het restaurantje is klein, maar het zit er vol. Hetgeen een goed teken is. We tafelen niet uitgebreid, maar de eerste bacalhau-schotel gaat er toch in. Een soort ovenschotel heeft de patron er van gemaakt, met diverse kruiden en garnalen. Het eerste flesje Portugese wijn sneeft ook. Het is middernacht voordat we het goed en wel in de gaten hebben. Toch nog een wandeling door het oude Alfama by night. De fado golft met de lichte Atlantische wind door de donkere straatjes. Zwelt aan, of neemt in volume af naarmate de glimmende keitjes klimmen of dalen.

Next »
 
  • ON THE ROAD naar Santiago de Compostela

  • Sint Jacobus leidt me door braamstruiken en naar bierloze cafés

  • New York op doek: nieuwe schilderijen

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 20

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 19

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 18

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 17

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 16

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 15

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 14

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 13

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 12

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 11

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 9

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 8

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 7

  • Christo in Central Park New York

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 6

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 5

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 4

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 3

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 2

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 1

  • Sleepless in Manhattan - intro

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 17

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 16

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 15

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 14

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 13

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 12

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 11

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 9

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 8

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 7

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 6

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 5

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 4

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 3

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 1

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico García Lorca 1

  • BINNENKORT IN DIT THEATER: ANDALUSIË

  • Hermitage: het zomerpaleis van Nicolaas II aan de Amstel

  • Wajauw? Met Ahmed Marcouch en Hans Laroes naar Brooklyn aan de Maas

  • Luik: van nu en toen, van Calatrava en Les Olivettes

  • Geen Pim Pandoer, wel Beethoven in ’s Heerenberg

  • Spaanse La Notte in het Hollandse Slot Loevestein

  • Van Gogh en de kleuren van de nacht in Amsterdam

  • Opnieuw de ruimte in: A Space Odyssey 2

  • Schilderen: een lange winter met gebrande omber sienna

  • Paradise by the dashboard light

  • Shipbreaking op doek. Met dank aan Edward Burtynsky - Work in Progress

  • Ode Maritima aan Fernando Pessoa

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 16

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 15

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 14

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 13

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 12

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 11

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 10

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 9

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 8

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 7

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 6

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 5

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 4

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 3

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 2

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 1

  • MANHATTAN TRANSFER

  • Corrida aan het einde van de Indian Summer

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 14

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 13

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 12

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 11

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 10

  • Intermezzo: Lucien zingt Lee Towers

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 9

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 8

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 7

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 6

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 5

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 4

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 3

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 2

  • Valencia: tapas op de Feria van Calatrava 1

  • VALENCIA: tapas op de Feria van Calatrava

  • Feria Andaluza in Boom België, of all places

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 15 / slot

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 14

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 13

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 12

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 11

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 10

  • Powered by ME :) !! en MainCore
    Blog (c) WordPress 1.5 Theme created by McMike and Mr-Godd