A la recherche du temps perdu in Kronenburger Park
De uitnodiging stond er al een hele tijd. Al vanaf mijn afscheid op 1 januari jl. Aangezien John Nijmegen goed kent, heeft hij voor alle directieleden aan het einde van hun rit een programma bedacht in Nijmegen, waar hij jarenlang gewoond en gewerkt heeft. Om 9 uur ’s morgens staat zijn bolide voor de deur.
Hoewel ik er zeven jaar heb gestudeerd (1965-1972) en er in de jaren daarna nog wel eens kwam, is het nu toch zeker een jaar of tien geleden dat ik in de binnenstad rondbanjerde. Marcel Proust dringt zich onweerstaanbaar op. ‘A la recherche du temps perdu’, dus. Wat bij Proust uit een theekopje komt bij zijn tante Léonie, komt bij mij vandaag uit een glas witte wijn op een op dat ogenblik nog zonnig terras bij het Waaggebouw, tegenover het beeld van Mariken. Ook voor mij de wereld van Moenen. En daar is (of zijn) dan:  ·                   de prikkelende lucht van de zeepfabriek in de Dobbelmanbuurt waar ik vier jaar woonde in de van Dulckenstraat,
·                   het bruine, onder zware sigarenlucht bezwijkende café ‘De Toekomst’ voor het biljarten en een stevige pot bier,
·                   de vettige, met uien gevulde gehaktballen in de piepkleine vreetkelder van Vieze Herman, weg te werken nadat alle cafés hun deuren hadden gesloten,
·                   de nooit eindigende lustrumfeesten van de Commanderie van Sint Jan tot Diogenes aan de van Schaeck-Mathonsingel,
·                   de kaleisdoscopische wereld van Lucie-in-the-sky-with-diamonds het in het disco-drugs-café Extase in de Waalbuurt,
·                   de blonde, altijd willige meiden in Jo’s kelders waar ik met mijn zatte kop in een berg kapotte bierglazen belandde,
·                   de culturele, soms ook gewoonweg suffe praatavonden van de Cercle Français in Café Trianon,
·                   mijn eerste lessen, met niks van het ‘nieuwe leren’, voor de Jezuïten van het imponerende Canisiuscollege,
·                   de meestal escalerende in door lauw en verschraald bier verzwolgen dispuutsavonden in de kelder van de Hertogbar,
·                   de verhitte politieke debatten met Politeia in het Kolpinghuis, want de hele studentenwereld was links, en de verbeelding moest aan de macht,
·                   en al die andere plekken die me soms bekend, soms onherkenbaar veranderd voorkomen.
In ieder geval is de binnenstad onherkenbaar met de moderne tijd meegegaan. Alleen de Hema is staat nog vertrouwd op de hoek. De reuk van een dagschotel dampende boerenkool met worst lijkt nog naar buiten te komen. Studentenmenu voor een paar gulden. Toen.
Â
Voordat we op dat terras zitten heeft John ons al rondgeleid door het Kronenburgerpark. Ook dat heeft een ongekende facelift ondergaan. Liposuctie en botox voor de gazons, de vijvers en de wandelpaden. Ik hoor de verzonken, nostalgische stem van Frank Boeijen gedurende de verdere tocht door de Stikke Hezelstraat, de Papengas, de Waalbuurt, tot aan het Valkhof. Ook al kwam die jaren later.
Voor Frank Boeijen zie, klik op: http://www.frankboeijen.nl/
Â
’s Middags eten we uitgebreid bij het Valkhof in restaurant ‘Belvedère’. Het mooie uitzicht is inmiddels wat vertroebeld doordat er zware grijze luchten zijn komen aanzetten over de Waalbrug, die we vanaf onze tafel buiten op het hooggelegen terras zien liggen Maar gelukkig doet de fles witte Pouilly-Fumé wonderen. Of ligt het aan de warmte van de sigaar die ik na afloop van het eten in mijn hoofd steek, dat de kou toch minder doortrekt dan hij normaal zou doen?
Â
Als afsluiting met de bouwlift omhoog, tot 33 meter hoogte, naar de top van de met steigerpalen en afschermdoek opgetrokken ‘donjon’: donker steekt de Sint Stevenstoren af tegen de dreigende lucht. De stad verzinkt in het grauw. Is dit augustus?
Toch maar Frank Boeijen:
| Kronenburg Park         Ik weet niet wat jou zover heeft gebracht  |
Â
Â
Â