December 30th, 2005

Georges Perec behoeft een gebruiksaanwijzing

Posted in: Literair — admin @ 12:04

De dagen tussen Kerstmis en Nieuwjaar zijn voor iedereen die vrij heeft uitermate geschikt om allerlei achterstallig onderhoud te plegen: bezoek aan kennissen, opruimen van opgestapelde troep, de keldervoorraad aanvullen etc. Maar je kunt ook dikke boeken gaan lezen, of herlezen. Al een hele tijd staan ze je vanuit de kast staan aan te gapen, als je dat al kunt zeggen voor ‘iets’ dat je met de rug aankijkt. Eén van die dikke boeken betreft HET LEVEN EEN GEBRUIKSAANWIJZING van de Franse auteur Georges Perec. In 1995 verscheen bij De Arbeiderspers de Nederlandse vertaling van LA VIE MODE D’EMPLOI, mogelijk gemaakt dankzij een subsidie van de Commissie van de Europese Gemeenschappen. Een reden (een van de weinige?) om voor de EU te zijn, lijkt me. Dat Georges Perec zijn bijna 600 pagina’s tellende boek, bij het verschijnen in 1978, heeft opgedragen aan Raymond Queneau, een andere Franse taal- en stijlkunstenaar, ligt eigenlijk voor de hand. Volgens Italo Calvino is het boek ‘de laatste grote gebeurtenis in de geschiedenis van de roman’. Dat velen de boeken van Perec onleesbaar vinden, kan ik mij voorstellen, maar dat kun je van minstens de meerderheid van de huidige romans zeggen. Want die zijn in de meeste gevallen behoorlijk voorspelbaar, en om die reden dus onleesbaar: voegen niets toe aan wat je al wist of kon weten. Dat kun je in ieder geval van de boeken van Georges Perec niet zeggen.  

 

   Helaas is Georges Perec geen lang leven beschoren geweest, zodat zijn vernieuwingsdrang voortijdig is gestopt; 1936-1982. Geboren als zoon van Joods-Poolse ouders staat hij bekend om zijn weergaloze verbeelding en zijn ongeëvenaarde originaliteit. Hij past heel goed in het rijtje Joyce, Nabokov, Musil, Borges, en misschien mag ook Battus genoemd worden. Gelukkig is er inmiddels al heel wat van zijn werk in het Nederlands vertaald. Dat zal echter niet snel gebeuren met zijn ‘roman’ LA DISPARITION (= De Verdwijning): in het hele boek komt de letter E niet één keer voor. Deze literaire trapeze-act is nog niet eerder vertoond in de wereld van de woord-acrobatiek. Een korte inhoud van HET LEVEN EEN GEBRUIKSAANWIJZING: Plaats van handeling is een groot huis in Parijs, met veel verdiepingen en bewoond door allerlei schilderachtige figuren. Perec is het hele boek door druk doende de meest bizarre levensverhalen van deze bewoners aan elkaar te rijgen. En dat is op zich al een kunst, als je het ongeregelde zootje bij elkaar ziet: Engelse miljonairs, croupiers, moordenaars, danseressen, kamermeisjes, koks, necrofiele schilders, tv-producenten en nog een heleboel andere excentriekelingen. Een labyrint van levensdraden, waar de meest basale gevoelens en levensbehoeften met elkaar in contact en/of in conflict raken.

  Perec gooit de puzzelstukjes bijna letterlijk op tafel: zoek maar uit, leg maar in elkaar! Een gebruiksaanwijzing? Effe zonder! Dat je compleet dizzy raakt van alle verwikkelingen, situatie, personen en namen, dat mag duidelijk zijn. Maar dan reikt, aan het einde van het boek Georges Perec je de hand. Hij levert een dwarsdoorsnede van de flat als bijlage, ingevuld met de namen van de bewoners van de diverse appartementen. In de andere bijlagen volgen: * Een Tijdwijzer die loopt van 1833 tot 1975 * Een overzicht van Enige in dit Boek Vertelde Verhalen * Een Index van wel 50 pagina’s, met alle namen en benamingen In zijn postscriptum vermeldt hij nog dat hij gebruik gemaakt heeft van teksten van meer dan dertig beroemde auteurs, waaronder Jorge Luis Borges, Gustave Flaubert, Gabriel Garcia Marquez, James Joyce, Franz Kafka, Marcel Proust, Raymond Queneau, François Rabelais. Niet de minsten mag je wel zeggen. Voor wie het nog niet genoeg is: Manet van Montfrans heeft een aardige intro geschreven op het werk van de schrijver: ‘Georges Perec, een gebruiksaanwijzing’, eveneens verschenen bij De Arbeiderspers, in 2003. Goed om mee te beginnen. Dus, voor wie eens wat anders wil tussen Kerstmis en Nieuwjaar, en zo de vadsigheid wil verdrijven: lees Georges Perec.

December 29th, 2005

Opnieuw Antarctica: hongerige meeuw

Posted in: Journaal, Travels — admin @ 16:31

Sinds een aantal dagen ontvang ik dagelijks verschillende spam-mail van International Living. Lokkende aanbiedingen om je leven in exotische buitenlandse oorden voort te zetten. De Club is blijkbaar op de hoogte van mijn aanstaande FPU per 1 januari a.s. Een voorbeeld uit de mails van vandaag:

 

   

   Dear International Living Reader,When I was a young boy, I saw documentaries of General Douglas MacArthur landing in the Philippines. I saw small grass huts in the background, and natives swimming in the clear ocean water. I remember other islands on the new medium of television and later read books about life on even more distant islands. Island living is a rewarding lifestyle, unlike any other. I knew early on that it was the life I wanted. But it’s not cheap. The islands of Hawaii, for example, even in the less costly areas, are far more than I can afford. Then I discovered the Philippines, somewhere my wife and I can easily live on my Navy Officer’s pension. 

Ja, het wordt wel erg aantrekkelijk om de rest van je leven verder voort te zetten op de Filipijnen, of op Hawaï of in Panama en al die andere exotische oorden die voor het opscheppen liggen. We mogen dan wel Nederlands Indië verloren hebben, jaren geleden, maar op deze manier kunnen we de wereld weer aardig naar onze hand zetten.Of toch Antarctica? In ieder geval een rustig oord, en zeker niet te warm. 

Ja, het wordt wel erg aantrekkelijk om de rest van je leven verder voort te zetten op de Filipijnen, of op Hawaï of in Panama en al die andere exotische oorden die voor het opscheppen liggen. We mogen dan wel Nederlands Indië verloren hebben, jaren geleden, maar op deze manier kunnen we de wereld weer aardig naar onze hand zetten.Of toch Antarctica? In ieder geval een rustig oord, en zeker niet te warm. 

Als aanvulling op mijn log over Kerstmis op Antarctica (27 december) trof ik gisteren (eergisteren immers in Luik, dus geen tijd) in de NRC nog een korte reportage over Kerst op Antarctica. Ik geef de tekst van Marcel Haenen - een soort dagboek - hierbij integraal weer.

Marcel Haenen, correspondent in Latijns-Amerika, bezoekt Antarctica en doet verslag vanaf een Russisch schip.Op Antarctica zijn de kerstdagen zonder noemenswaardige incidenten verlopen. We zijn kerstavond begonnen met het drinken van wodka’s op 15.168kilometer verwijderd van Kiev, de hoofdstad van de Oekraïne. De afstandstaat aangegeven op een richtingaanwijzer voor de deur van het Oekraïense wetenschappelijk station Akademik Vernadsky op Argentine Islands. Op deze zuidpoolbasis verrichten dertien mannen onder meer meteorologisch enbiologisch onderzoekHet zuidpoolgebied is niemandsland. De enige menselijke bewoners zijnde wetenschappers die op een van de veertig permanent bemande of op een van de tientallen zomerstations werken. Oekraïne is een van de allerlaatste landen met een eigen station op Antarctica. Het land nam een van oorsprong Brits station met de naam Faraday in 1996 over voor het symbolische bedrag van één pond. 

  

Vroeger werkten onze wetenschappers op de stations van de Sovjet-Unie,maar na het uiteenvallen van de Unie claimde Rusland alle stations. Nu hebben we zelf een station en het is niet toevallig een Engels station. Het illustreert ons verlangen te behoren tot Europa, vertelt wetenschapper Aleksander Koloskov. Het onderzoeksstation heeft vooral een reputatie vanwege de bar. Twintig jaar geleden werd vanuit Londen een timmerman gestuurd om een nieuwe aanlegsteiger te timmeren. Maar de bewoners van de post kregen hem zo gek eerst de ontspanningsruimte te verbouwen. Uiteindelijk werd al het hout gebruikt om een rustieke bar te ontwerpen. Voor de deur kraakt nog steeds de oude steiger.

De Oekraïeners hebben opvallende gewoontes. Bezoekers kunnen een glas zelf gebrouwen wodka kopen voor de prijs van twee dollar of een beha. En de zuidpool doet gekke dingen met de mensen. Ingenieur Judith Bastiaanssen (Philips) uit Eindhoven scoort vier wodka’s voor haar bikini.

 

  

In zijn werkkamer vertelt Koloskov (38) over hoe het is om een jaar lang gescheiden te leven van vrouw en zoon Andrej (10) en dochter Valeria (7) in Charkov (15.735 kilometer). Moeilijk, maar het werk en de collega’s zijn leuk. Twee keer per maand belt hij naar huis. Mijn vrouw wil dat ik weinig telefoneer. Ze mist me meer als ze mijn stem heeft gehoord. In februari wordt hij afgelost.

’s Avonds genieten Oekraïeners en toeristen samen van het kerstdiner. We houden een barbecue op het achterdek van onze boot. Er zijn kipkluifjes, spareribs, garnalen en worstjes. In het water kijkt een zuidpooljager hongerig toe. Dochters Barbara en Merel voeren de roofmeeuw stiekem maïs en stukjes kip. Dan eet deze vogel tenminste geen pinguïnnetjes, zeggen ze.

Halverwege de maaltijd moet kapitein Aleksej in allerijl de boot opnieuw parkeren. Een vervaarlijke ijsberg is op het feestgedruis afgekomen en dreigt ons te pletten. Gelukkig wordt het hier in de zomer nooit donker.

 

 

December 28th, 2005

Kerstmis in het Village de Noël van Luik

Posted in: Journaal, Travels — admin @ 10:52

Hoewel het gisterochtend fors sneeuwde, was dat geen belemmering om Luik te rijden. Gemma en Jo gaan mee. Tot en met 31 december woedt daar, zoals elk jaar, nog het Village de Noël dat zich door het hele centrum slingert. Een aaneengeschakeld lint van houten chalets vanaf de Féronstrée via het Place Saint-Lambert naar de Place de la Cathédrale, waar ook de traditionele ijsbaan volop klandizie trekt. En overal eten en drinken, we zijn immers in België,  van vin chaud tot de Luikse péket (een soort jenever), van wafels tot dikke fritten bedolven onder aioli of pikkels. Daarnaast is er uiteraard de ordinaire kerst-bric-à-brac die je op alle kerstmarkten tegenkomt, en waarvan ook hier menig chalet is volgeplempt: geurkaarsen, mini-kerststallen, houtsnijwerk, kerst-cd’s.

Het meest traditionele gerecht dat hier vanuit tientallen chalets staat te dampen is de tartiflette, een mengsel van Zwitserse smeltkaas, aardappelschijfjes, gebraden spekreepjes, veel kruiden en witte wijn. In grote giga-pannen -  die het midden houden tussen een wok en een paëllapan - staat het te fermenteren, en weg te smelten, of in te bakken, hoe je het ook wilt noemen. En het is lekker, zeker na een paar stevige trappisten. Dus ook voor ons (Gemma is inmiddels aan het winkelen geslagen), is er geen ontkomen aan. Voor 6 euri per bakje ben je het mannetje. Zo wordt het fundament onder het vijvertje trappistenbier in de maag alleen maar steviger.

Het bezoek aan Luik in deze tijd van het jaar is inmiddels een traditie geworden die al jarenlang aanhoudt: tussen Kerstmis en Nieuwjaar moet ik naar Luik. Je hoeft maar een alibi om wat kroegen af te lopen, en hier en daar wat vette versnaperingen naar binnen te werken. Toegegeven, het is geen bezoek dat bol staat van de culturele activiteiten, maar om de locale zeden en gebruiken wat beter te leren kennen, is het uitermate geschikt. Gelukkig sneeuwt het niet meer, alleen staat er een snerpend koude wind. Maar als je zo nu en dan een warme kroeg opzoekt, overleef je deze barre omstandigheden ook wel weer.

Gestart in het volledig in kerstsfeer omgetoverde Café Richelieu (waar overigens ook goed te eten is), eindig je steevast, na veel omzwervingen, in de Taverne Saint-Paul, waar het tegen half vijf nog niet echt vol zit. Dat wordt tegen zessen wel anders; dan stroomt het vol met dorstige Walen die - moe van het sjokken door het Village de Noël - ook nog wel eens wat anders willen. Net als wij (want Gemma is ondertussen ook weer aangeschoven, inclusief een zak nieuwe kleding). Nog maar een stevige Ciney Brune, dus.

Tegen middernacht thuis. Het sneeuwt dan al weer. En de Napoleonsbaan is aardig glad (nog geen pekel gestrooid), zodat de snelheid van de auto noodgedwongen behoorlijk zakt.

December 27th, 2005

Oef! Kerstmis 2005 weer overleefd

Posted in: Journaal — admin @ 9:45

Op de valreep toch nog sneeuw vandaag. Mosterd na de kerstmaaltijd. Niet iedereen viert kerstmis onder de kerstboom thuis, hoewel ook de nieuwe statistieken weer uitwijzen dat het overgrote deel van het volk dicht tegen de familie aanklit. De huiskamer dampt van gebraden wild, rollades en vetgemeste kalkoenen. En binnen no time kleeft er een vette aanslag op de kerstballen. En een witte kerst is al geen jaren in velden of wegen meer te vinden. Gelukkig zijn er ook nog mensen die van een witte kerst verzekerd willen zijn, en niet deze derde kerstdag afwachten. Ik ga het niet hebben over het volk dat massaal de Duitse autowegen afjakkerd om in zich in Oostenrijk in een nooit eindigende polonaise van de ene après ski in de andere te storten. Dan is lekker thuis doordrinken een stuk goedkoper. En hoef je ook niet dagenlang de penetrante zweetlucht van je mede-wintersporters (waar slaat die naam eigenlijk op?) over je heen te laten golven. Gelukkig zijn er andere, betere voorbeelden. In HP/De Tijd staat in de dubbeldikke kerstraflevering een verhaal over drie Nederlandse onderzoekers op Antarctica. De buitentemperatuur is daar 45 graden onder nul. Je moet wel tegen de eenzaamheid kunnen, anders hou je het er niet vol. Een van hen is Dirk van As (28) evenals de andere twee verbonden aan het Instituut voor Marien en Atmosferisch Onderzoek van de Universiteit Utrecht. Dat je goed tegen sociaal isolement moet kunnen, dat is duidelijk: "De kick is het besef dat je iets extreems doet, iets dat bijzonder is, iets dat veel mensen ook wel zouden willen doen. Daar komt bij dat de omgeving ongelooflijk mooi is. Dat je honderd kilometer in een sneeuwmobiel kunt rijden en al die tijd hetzelfde uitzicht hebt." In De Gazet van Antwerpen tref ik een nog ander artikel. Het gaat over een Spaanse expeditie op Antarctica. Ook deze ploeg is van een witte kerst verzekerd.

Lees het bericht: Spaanse expeditie legt 311 km af in één dag op Antarctica Een Spaanse expeditie heeft op één dag 311 kilometer afgelegd in het Zuidpoolgebied op een "poolcatamaran". Het team breekt daarmee het vorige record van 271 kilometer, dat de Belg Alain Hubert in 1997 heeft gevestigd. De drie Spanjaarden haalden het nieuwe record op 16 december in het hart van het witte continent, niet ver van de Russische basis Vostok, zo maken de organisatoren bekend op de website "www.tierraspolares.es". Ramon Larramendi, Juanma Viu en Ignacio Oficaldegui gebruiken voor de oversteek een slee die is ontworpen als een catamaran en die voortgesleept wordt door vliegers in de vorm van valschermen. Op de dag van hun record hebben ze voordeel gehaald uit het gunstige terrein en een wind die die dag uitzonderlijk hevig was. De Spaanse expeditie is op 12 november vertrokken op de Russische basis Novo. De bedoeling is om het oosten van Antarctica te doorkruisen, een verlaten gebied van ongeveer 5.000 kilometer, dat nog maar weinig verkend is.

Kijk, dat is nou eens een andere manier om de kerstdagen door te brengen. Die met veel alcohol aangemoedigde polonaise laat je daar wel uit je lijf. Niks van Anton aus Tirol. Of welke Hazes-, Bauer-, Gordon-klonen dan ook. Die polonaise kun je gerust overlaten aan al die pinguins. Die doen dat het hele jaar al. En nemen zo nu en dan nog een verfrissende duik. Ook al is het buiten 45 graden onder nul.

December 26th, 2005

Kerstmis: gekookt ei of vette kalkoen?

Posted in: Journaal — admin @ 10:33

Om nog maar even op de contrasten tussen de tijd van Frits van Egters in DE AVONDEN en de tijd van nu terug te gaan, is het zinnig om de voorbije eerste kerstdag een te evaleren op culinair gebied. Allereerst het ‘bacchanaal’ dat bij de familie van Egters wordt aangericht. Het blijven spaarzame aanwijzingen:

* “op zijn bord lag een ei”: dat ei is koud

* pa en ma Egters gaan vervolgens koffie drinken bij de familie Geitenkooi

* Frits snijdt het koude ei op zijn boterhammen; hij eet er vier van

Voor de rest blijven aanwijzingen over overvloedige kerstmaaltijden achterwege. Nadat de hele dag de familie wat rondgescharreld heeft in de buurt, duikt ma Egters al vroeg het nest weer in: ?Ik ga naar bed. Ik ben niet van plan langer op te blijven?. En dat was het dan. De dag kan maar voorbij zijn. Tussendoor wordt er nog wel naar een hoorspel op de radio geluisterd. Bestaan die overigens nog?

fase 1: drie kilo naakte waarheid, wel koud in deze decemberdagen

Niet dat we het zelf thuis ongelooflijk op een slempen gezet hebben, maar het is toch iets anders georganiseerd. Traditioneel, dat wel. Want als ‘pièce de résistance’ staat kalkoen op het menu. Geen beest van een kilo of acht, zoals het in Engeland nog als eens voorkomt, maar een beestje van bijna drie kilo volstaat ook om de magen te vullen. Van die magen zijn er zeven van, als we tegen zes uur ’s avonds aan tafel schuiven.

De verschillende stadia van ontbinding van de desbetreffende kalkoen zijn hierbij afgebeeld. De officiële menukaart van het kerstdiner is gefabriceerd met behulp van PhotoShop door Lucien. Hij is er wel even mee bezig geweest om alles op de juiste manier te knippen en te plakken. Hij heeft alleen vergeten er de wijnen bij te vermelden. Ter aanvulling, dat waren:

* een witte chardonnay Aliwen Reserva, Chili 2004

* een rode merlot Casillero del Diablo, Chili 2004

Het kon allemaal slechter. Als digestief nemen Raymond en ik nog een cognac: Remy Martin Grand Cru.

fase 2: een beetje aankleden en opvullen; het is immers kerstmis

De opmaat naar de tweede kerstdag in DE AVONDEN mag er ook zijn. Frits van Egters sluit zijn eerste kerstdag af:

Hij deed het keukenlicht uit en betrad zonder geluid zijn kamer. “Nu heb ik weer vergeten mijn schoenen en kousen achter de kachel te leggen,” dacht hij, “morgen weer die klamme dingen om aan te trekken. Wacht eens, morgen is het weer kerstmis.”

En dat is het vandaag dus ook: tweede kerstdag.

fase 3: gebruind op het strand van de tafel: een korte vakantie voor de kalkoen

December 25th, 2005

Kerstmis met Reve en Rieu

Posted in: Literair — admin @ 9:52

Toen hij smorgens om kwart voor acht wakker werd, dacht hij onmiddellijk: “Het is eerste kerstdag.” Op de ramen zag hij geen bloemen. “Misschien is het begonnen te dooien,” dacht hij, draaide zich om en sliep tot half negen door. “Niet langer dan een half uur blijven liggen,” dacht hij, toen hij weer wakker was. Hij sliep echter weer in en ontwaakte pas om tien voor half tien, toen zijn moeder de deur opende en zei: “Zou je niet opstaan. Ik ga de eieren koken.” 

  

Hij kwam half overeind, maar ging weer liggen en trok de dekens over zijn gezicht. Hij snoof de slaaplucht van zijn lichaam op en dacht: “Zou iemand anders die lucht net zo ruiken als ik?” Het werd half elf. “Nu moet ik eindelijk opstaan,” dacht hij. Om vijf minuten over elf duwde hij de dekens langzaam af.

 

foto: Klaas Koppe 

Geen groter contrast is er denkbaar dan tussen de tekst van Gerard Kornelis van het Reve (nu: Gerard Reve) uit DE AVONDEN en de Kerstshow die gisteravond door André Rieu op de tv werd uitgezonden. Tegen de grauwheid van de wereld van direct na de Tweede Wereldoorlog steekt de kleurrijke, overdadige schittering van de show van Rieu wel ongelooflijk af. We zijn dan ook nagenoeg 60 jaar later. En de wereld is veranderd. Moet Frits van Egters zich behelpen met een gammele radio, waarvan de lampen eerst warm moeten worden om enig geluid te kunnen voortbrengen, nu zap met je afstandsbediening in een minuut langs wel dertig of veertig zenders. En alles glimt.

 

De wereld van Frits van Egters is de wereld van de kolenkachel die ’s ochtends moet worden gevuld en door de dag heen moet worden bijgevuld om warmte te blijven afgeven. Alleen een kapot gesprongen stadsverwarmingsbuis in het centrum van Rotterdam (gisteren) kan ons weer terug in de tijd plaatsen. En dan is er paniek. Want je zit toch maar mooi uren in de kou. Nog een geluk dat de winters van tegenwoordig enkele graden warmer zijn dan de winters in de jaren veertig van de vorige eeuw.

André Rieu gooit alle remmen los. Het in een enorme Duitse entertainmenthal in Duitsland optreden Straussorkest van Rieu wordt afgewisseld (geld speelt geen rol!) met het vertederende Japanse kinderkoor The Boys and Girls from Nagasaki. En daarnaast zijn er nog de fantastische sopranen Suzan Erens (Nederland), Carla Maffioletti (Sicilië) en Carmen Monarcha (Spanje). Zien er goed uit in hun fraaie jurken. De hele kersthitparade wordt vervolgens afgewerkt: van Kling Glinn Kling tot White Christmas, van ‘Minuit Chrétiens’ tot ‘Rudolph the red nosed Reindier’. Glitter, goud en neerdwarrelende kunstsneeuw.

 

Er wordt overigens fantastisch gezongen, op hoog niveau. Kwaliteit is Rieu wel toevertrouwd. En zo dat niet het geval is, dan wordt het onder een behoorlijk laag onversneden show-elementen bedolven, zodat je in ieder geval het idee krijgt dat het van topniveau is.

Terugkeren naar de wereld van Gerard Kornelis van het Reve is bijna belanden op een andere planeet. Niet alleen de kolenkit (staat die nog in de Van Dale?), maar ook de muntjes die je in een kastje moet werpen om gas of licht te krijgen, de divan waarop pa meestal de zondag doorbracht, en dat alles in zwart-wit. Want dat zijn de kleuren die we er van over hebben. Op foto’s en op oude films. Soms wat getint als de beelden zijn uitgevoerd in sepia of chamois. Grijs en grauw. Alle tinten zwart en wit. Een heldere wereld, eigenlijk. Toch? En de enige glinstering kwam van de brillantine die je met dikke klodders over je haar streek. Toch iets anders dan die Extreme Gels van tegenwoordig.

December 24th, 2005

De Avonden, een winterverhaal

Posted in: Literair — admin @ 13:03

DE AVONDEN (’een winterverhaal’) van - toen nog - Gerard Kornelis van het Reve heeft nooit de populariteit bereikt van de Christmas Carol van Charles Dickens. Terwijl het toch een typisch kersverhaal is, en zelfs typisch Nederlands, ondanks het feit dat het al in de jaren 1946-1947 geschreven is.

Op Tweede Kerstdag 1946 is de jonge schrijver (onlangs is hij 82 geworden) begonnen met het ‘winterverhaal’. Vijf maanden lang zal hij er stug aan doorwerken. Hij schreef het op aanraden van zijn psychiater, Dr. Schuurman, bij wie hij al een aantal jaren in behandeling was.

Het verhaal van de jonge Frits van Egters begint op een grauwe (de donkere dagen voor Kerstmis!) zondag, 22 december en eindigt op de overgang van het oude naar het nieuwe jaar. Bij de inburgering van allochtonen zou dit verplichte literatuur moeten zijn, ook al heeft het tijdsaspect zijn werk gedaan. Maar om enig inzicht te krijgen in het karakter van de Nederlande geest, en als het dat niet is: in de na-oorlogse stemming wanneer de wederopbouw nog niet echt begonnen is, daarin is de sfeertekening van DE AVONDEN ongeëvenaard.

Elk jaar tussen Kerstmis en Nieuwjaar neem ik het even uit de kast om het weer te lezaen; indien niet helemaal, dan toch een aantal hoofdstukken of saillante fragmenten. Inmiddels heb ik verschillende edities in huis, waarvan de meest markante zijn:

* een facsimile-uitgave van het manscript en typoscript (De Bezige Bij, 2001)

* in Verzameld Werk, deel 1 (L.J. Veen, 1998)

* De Avonden, de stripversie van Dick Matena (4 delen, De Bezige Bij, 2003-2004)

foto: de eerste pagina uit de facsimile-uitgave van 2002

Het is jammer dat de oude meester nu dement, en dus al buiten de wereld, is opgeborgen in een of andere inrichting in België. Dat had hij vanwege zijn scherpzinnigheid van geest, zijn ongelooflijke taalgevoel en humor niet verdiend.

Ik vind eigenlijk dat elke Nederlander de beginregels van DE AVONDEN uit zijn hoofd zou moeten kennen. Dergelijke zinnen behoren tot de literaire canon van onze literatuur. Nu het memoriseren steeds minder aan de orde is (we kunnen alles immers opzoeken, en parate kennis lijkt een echte aberratie geworden), zal er dit wel nooit meer van komen. Voor degenen die het toch willen proberen volgt hier het begin van het boek.

Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de twee en twintigste December 1946 in onze stad, op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66, de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte. Hij keek op zijn lichtgevend horloge, dat aan een spijker hing. “Kwart voor zes” mompelde hij, “het is nog nacht.” Hij wreef zich in het gezicht. “Wat een ellendige droom,” dacht hij. “Waar ging het over?” Langzaam kon hij zich de inhoud te binnen brengen.

foto: de eerste bladzijde uit de stripversie van Dick Matena (2003)

December 23rd, 2005

Sexy in Cairo, mits hallal?

Posted in: Literair, Travels — admin @ 16:34

Anderhalf jaar geleden viel de brochure ‘Literaire Zomer 2004′ in de bus. In de brochure stond het programma afgedrukt van een jaarlijks terugkerend grensoverschrijdend cultureel programma, georganiseerd door de steden Krefeld, Mönchengladbach, Neuss, Venlo, Roermond en Hasselt. De Euregio, dus. In het kader van dit programma werd de Nederlandse fotografe en schrijfster Arita Baaijens drie avonden achtereen geïnterviewd, respectievelijk in Rheydt, Hasselt en Roermond. Helaas zaten we toen in Egypte. Ik had haar graag gehoord, want Arita is als geen ander een kenner van dit land.

Ongeveer 15 jaar geleden was ze voor het eerst in de Egyptische woestijn, en tot op heden is het een van de weinige vrouwen die alleen door de woestijn reisden. Haar ervaringen waren zo indrukwekkend dat ze van dit soort leven haar beroep maakte. Elk jaar reist ze vier tot acht maanden door Afrikaanse woestijnlandschappen. Ze heeft al verschillende boeken over haar ervaringen geschreven, o.a. ‘De woestijn als passie‘.

Nauwelijks een maand later las ik van haar een artikeltje in NRC Handelsblad onder de titel “Sexy in Cairo“. Ik neem een stukje tekst over:

“Staande voor een lingeriewinkel wijst een Egyptische man zijn gesluierde vrouw op een kanten bh met gewaagd slipje en bijpassend negligé”Dat setje is leuk”, wijst de man. De vrouw bekijkt het frivole ondergoed aandachtig, de kleuter op haar arm kijkt mee. Het is moeilijk te kiezen uit het grote aanbod in de etalage.”

Want daar liggen de meest opzwepende slipjes, kanten niemandalletjes en tijgerpakjes te concurreren met scherp gesneden strings, erotische pikanterieën en andere libido-opwekkende ‘kledij’.

In een streng islamitisch land zou je anders verwachten. Maar blijkbaar mag binnen de muren van de beschermde woning heel veel. Zijn de vrouwen buitenshuis gesluierd, eenmaal binnen gaan de remmen los, als je het artikeltje mag geloven.

Ghazali, een beroemde imam uit de elfde eeuw, schreef dat de man verplicht is de seksuele verlangens van zijn vrouw te vervullen. Doet hij dat niet, dan komt haar deugdzaamheid in gevaar en is de ellende niet te overzien. Ja, en als je dat kunt verhinderen met de aanschaf van een stel glimmende strings of een paar zwarte netkousen, dan is de keuze snel gemaakt. Zodra het Egyptische kroost naar bed is wordt - volgens Arita Baaijens - in de huiskamers van de gegoede middenklasse het deksel van de erotische put gelicht. Kaarsjes gaan aan, parfum wordt op de intieme delen gespoten en de buikdansen volgen elkaar in een razend tempo op. Imam Ghazali waarschuwt haastig ingestelde mannen het voorspel niet te vergeten.

Dat het niet iedereen in Egypte het met deze perverse imam eens is, stond eveneens te lezen in het artikel. Volgens de hoogste geestelijke autoriteit, het Al-Aznar instituut, zet de imam vrouwen aan tot obsceniteiten. Ja, en dat is natuurlijk niet de bedoeling in een streng islamitisch land. Mohammed zou er voor uit zijn graf opstaan. De farao’s niet, want hun graven zijn al lang geleden geplunderd. En ook de mummies zijn uit hun graven gelicht.

 

December 22nd, 2005

Anubis, de necropolengod met de jakhalskop

Posted in: Travels — admin @ 19:15

De Egyptische godenwereld is een van fenomenen die in het moderne Egypte niet of nauwelijks meer zijn terug te vinden. De moslimstaat van nu staat in schril contrast tot het hoge niveau van beschaving dat duizenden jaren geleden het land kenmerkte.

Gisteren in de NRC een bericht over het feit dat het oude, stoffige Egyptische Museum midden in de centrum van de stad gesloten gaat worden. Dichtbij de piramides van Gizeh zal een nieuw Egyptisch Miseum verrijzen, voor 550 miljoen euro. Hopelijk worden daar de schatten van de farao’s en de talrijke godenbeelden beter bewaard dan in het ongelooflijk ouderwetse museum van nu. Terug naar het oude Egypte.

Anubis 

foto: Anubis 

In veel piramides, grafkelders en tombes vind je afbeeldingen van Anubis met zijn jakhalskop. Hij waakt er over de mummies van de overleden farao’s. Ook op het graf van farao Toetanchamon waakt een zwart en goud gelakte Anubis: hij zit op een eveneens zwart en goud gelakte, en met goud en edelstenen versierde schrijn. Anubis gold oorspronkelijk als de vierde zoon van de Egyptische zonnegod Ra. Later ging men hem beschouwen als een kind van de vegetatiegod Osiris en Nephthys, de zuster van Isis. Na Anubis’ geboorte verborg Nephthys hem in de moerassen bij de Nijl om hem te beschermen tegen haar man Seth. Daar werd hij gevonden door de moedergodin Isis die hem grootbracht.

foto: Osiris 

Toen Osiris zijn leer buiten Egypte ging verbreiden, vergezelde Anubis hem op zijn reizen. Later, nadat Osiris door Seth was gedood, verzorgde Anubis zijn uitvaart, bedekte zijn stoffelijk overschot met windsels en maakte hem tot de eerste mummie. Daarom beschouwde men Anubis als de uitvinder van de grafriten en noemde hem wel, heer van de mummiewindsels. Anubis was ook betrokken bij het oordelen over de doden: hij leidde de rechtvaardigen voor Osiris’ troon. Anubis wordt afgebeeld als een jakhals of als een mens met een jakhalzenkop.

Bij verschillende (magische) rituelen droegen Egyptische priesters Anubismaskers. Meestal waren deze maskers van karton (papyrus), maar er zijn ook exemplaren van klei gevonden. Er is zelfs een acht kilo wegend exemplaar bekend. Een van de verklaringen voor het dragen van deze maskers is dat ze de adem van de priesters beschermden tijdens hun werk (conservering) aan het dode lichaam. Op deze manier gebruikt zou je het Anubismasker dus een voorloper van het mondkapje kunnen beschouwen. Ik denk dat ze in de huidige uitvaartcentra in Egypte niet meer gebruikt worden.

Zijn er overigens wel begrafenisondernemingen in de islamitische wereld? Want bij een begrafenis op tv zie je de islamieten meestal hossend, en met de dode in een open kist boven hun hoofden, in een snel gedolven kuil deponeren. Zand erover. Daar is in ieder geval in Egypte genoeg van.

December 21st, 2005

Asterix en Kuifje in Egypte

Posted in: Travels — admin @ 17:58

Na het intermezzo van gisteren, reis ik vandaag weer terug naar Egypte. Egypte heeft altijd een zekere exotische aantrekkingskracht uitgeoefend, niet alleen op literaire schrijvers of reisspecialisten als Michael Palin. Ook voor striptekenaars leverde het inspiratie op. Zodat ook jongere lezers, want strips worden -  ten onrechte, overigens - nog altijd teveel geassocieerd met een wat jeugdiger leespubliek, op een speelse wijze kennis kunnen maken met land en volk. Voor het gemak kies maak ik de keuze voor niet de meest onbekende strips. Ongetwijfeld zijn er meer te vinden waarin farao’s, sfinxen en piramides een rol spelen. En als het deze zaken al niet waren, dan was er nog altijd de woestijn die tot de verbeelding sprak.

Met Kuifje en Asterix naar Egypte? Het kan. De Belgische striptekenaar Hergé tekende en schreef al in 1955 ‘De sigaren van de farao’. En het Franse duo Goscinny (tekst) en Uderzo (tekeningen) leverde in de Asterix-reeks het deel ‘Asterix en Cleopatra’ (1963). Hathor foto: Hathor De twee strips vergelijkend kun je zeggen dat er van Egypte in ‘Asterix’ meer te zien is dan in ‘Kuifje’. Hergé laat alleen wat woestijn zien, en dat kan evengoed in welk woestijngebied dan ook zijn. Slechts de piramides van Gizeh zijn enigszins herkenbaar. Nadat een geheime stenen toegangsdeur achter Kuifje is dichtgevallen ontdekt hij een aantal sarcofagen gevuld met mysterieus verdwenen egyptologen. Tevens staan de (nog lege) sarcofagen van hemzelf en zijn hond Bobby klaar voor ontvangst. De rook van een bedwelmende Flor Fina sigaar zet het woestijnavontuur in gang.

 De twee strips vergelijkend kun je zeggen dat er van Egypte in ‘Asterix’ meer te zien is dan in ‘Kuifje’. Hergé laat alleen wat woestijn zien, en dat kan evengoed in welk woestijngebied dan ook zijn. Slechts de piramides van Gizeh zijn enigszins herkenbaar. Nadat een geheime stenen toegangsdeur achter Kuifje is dichtgevallen ontdekt hij een aantal sarcofagen gevuld met mysterieus verdwenen egyptologen. Tevens staan de (nog lege) sarcofagen van hemzelf en zijn hond Bobby klaar voor ontvangst. De rook van een bedwelmende Flor Fina sigaar zet het woestijnavontuur in gang.Bij ‘Asterix’ krijgen we meer van Egypte te zien. En dan heb ik het niet alleen over de legendarische Cleopatra. De Sfinx bij Gizeh wordt door de onvoorzichtige Obelix zwaar beschadigd, omdat hij een stuk van de neus afbreekt. “En nu weten jullie waarom de Sfinx geen neus heeft” becommentarieert Goscinny. Blijkbaar staan de piramides van Gizeh zowel bij Hergé als Goscinny symbool voor Egypte.
foto: Nefertem
Er wordt (uiteraard) over de Nijl gevaren, en we zien schepen volgeladen met steenblokken bestemd voor piramides en tempels. Onze Gallische helden arriveren tenslotte bij het tempel- en paleizencomplex van Luxor waar ze worden ontvangen door Cleopatra.

Er wordt (uiteraard) over de Nijl gevaren, en we zien schepen volgeladen met steenblokken bestemd voor piramides en tempels. Onze Gallische helden arriveren tenslotte bij het tempel- en paleizencomplex van Luxor waar ze worden ontvangen door Cleopatra.Uiteraard treedt er een Egyptische schurk op die de hele zaak besodemietert; zijn naam: Plurkis (architect).Of het lievelingsontbijt van Cleopatra (parels geweekt in wijnazijn) ook in onze door Djoser gereserveerde hotels geserveerd wordt, moet ik nog zien. We maken ons geen illusies.

December 20th, 2005

Gerard Staals: waarheid is niet zwart-wit

Posted in: Artist Impressions, Journaal, Literair, Travels — admin @ 15:31

Even een onderbreking in de Egypte-reeks. Want vandaag wordt in Dagblad De Limburger het vorige week door Paul Seelen afgenomen interview gepubliceerd. De foto die erbij staat afgedrukt, is een dag later gemaakt door L頇iesen. De datum van 1 januari komt nu wel heel erg dichtbij. Dze week nog een gewone werkweek, met als afsluiting a.s. vrijdag een plenaire sectorvergadering over het herontwerp van de onderbouw en de presentatie van het definitieve ontwerp van het nieuwe Juniorcollege. Diezelfde morgen vindt de aanbesteding plaats. Een goede afsluiting. Op 9 januari vindt het offici묥 afscheid plaats.

Gerard Staals, prominent schoolleider in het Venlose voortgezet onderwijs, neemt afscheid. Tijd voor enkele laatste bespiegelingen.

Op zijn bureau ligt een rood boekje: ‘Met de mond vol tanden. Het failliet van het vreemde talenonderwijs in Nederland’. Geschreven door A. Sciarone. In 1988. Het gaat Gerard Staals, sectordirecteur aan het Blariacumcollege in Blerick, na aan het hart.

[foto": meer tijd om te eten en te drinken (niet alleen in M?)]

Sciarone, hoogleraar toegepaste taalkunde aan de Technische Universiteit in Delft, luidde in de jaren tachtig de noodklok. Ook Nederlanders die op school jarenlang vreemde talen hebben geleerd, staan in het buitenland met de mond vol tanden, constateerde hij. Om daar verandering in te brengen introduceerde Sciarone de zogenaamde Delftse methode. Hiermee leren buitenlanders binnen de kortste keren Nederlands om op de Technische Universiteit de colleges met succes te kunnen volgen. Staals, van oorsprong leraar Frans: “Sciarone liet hen louter woordjes leren, duizenden woordjes. Ze bleken daarmee automatisch een taalgevoel ontwikkelen. En ingewikkelde teksten te kunnen begrijpen. Een geweldige vinding.” In feite, vindt Staals, is er sinds Sciarone niet veel veranderd. Het onderwijs in vreemde talen is nog steeds niet jé ¶an het. Met twee keer 50 minuten per week kom je er niet. En aan de inhoud kan, vindt hij, ook nog wel wat verbeteren. Als stille wenk heeft hij voor de taaldocenten van het Blariacum een uitdraai van de methode-Sciarone laten maken. Als afscheidscadeau. Gerard Staals ten voeten uit. In zijn 33-jarige carrière, waar hij een punt achter zet, heeft hij als docent - en vooral als schoolleider bij Venlose middelbare scholen - altijd gevraagd en ongevraagd adviezen gegeven. En altijd gezegd wat hij vindt. Met de mond, maar ook met de pen. Onder andere onder het synoniem Robertus Nurks in het personeelsblad van de Onderwijsgemeenschap Venlo & Omstreken. Over het talenonderwijs, over de schaalvergroting in het onderwijs (die, denkt hij, ten koste gaat van de geborgenheid), over het oprukken van de computer in het onderwijs…

Wat dat laatste betreft; Staals is een echte computerfreak. “Begin jaren 80 had ik thuis al een grote Apple kloon”, vertelt hij. “Toen ik zag hoe snel mijn kinderen via de computer uitgedaagd werden en zich kennis eigen maakten, realiseerde ik me dat deze een belangrijke plaats in het onderwijs moest krijgen.”

[foto: meer tijd voor de tuin (niet alleen bij mijn tweede woning in het buitenland)]

In 2000 bezocht Staals de School of the Future in San Francisco. De leerlingen kregen er geen les in klassen of jaarlagen, maar in willekeurige groepjes. Het grootste deel van de dag in een grote gezamenlijke ‘leerhal’. Met veel pc’s. Het idee liet hem niet los. Samen met docent informatiekunde Sander Kuik zette Staals op het Blariacumcollege de CyberCl@ss op, waarin een geselecteerde groep havo-leerlingen zoveel mogelijk met laptops werken, binnen en buiten de klas. Na de CyberCl@ss introduceerde hij de ICT-route, een vergelijkbaar project voor de bovenbouw van het vmbo. Staals is er van overtuigd dat deze ontwikkeling door zal zetten. “Het duurt geen jaren meer of er wordt niet meer met boeken gewerkt”, voorspelt hij. Maar toch, ook een kritische kantekening: “De computer is niet heilig. Je moet er kritisch mee omgaan. Met name op internet wordt veel onzin aangeboden. Het internet wordt tegenwoordig vaak als de pastoor van vroeger beschouwd: alles wordt klakkeloos voor waar aangenomen.De laatste jaren was Gerard Staals als schoolbestuurder actief en met name met organisatorische zaken bezig. Ook dat ging hem goed af. De moeilijkste problemen weet hij volgens collega’s op te lossen. “Och”, bagatelliseert hij, “eigenlijk is het allemaal heel simpel. Er is niet één waarheid. Je moet altijd ook op de stoel van de ander gaan zitten, om vanuit een ander perspectief hetzelfde probleem te bekijken. Als alle gesprekpartners dat doen, kom je er altijd uit.” Die levensopvatting blijkt ook uit de schilderijen die Staals - al jaren - maakt. “Vroeger was mijn werk nogal realistisch. Ik ben daar bewust van afgestapt. Ben meer gaan werken in de geest van de virtuele werelden zoals de Argentijnse schrijver Luis Borges, die beschrijft.” De werkelijkheid bestaat niet alleen uit zwart en wit. Er zijn oneindig veel varianten. Dat is misschien wel het belangrijkste wat Staals in zijn lange loopbaan geleerd heeft. Hij wil het doorgeven.

[foto: meer tijd voor de kunst (niet alleen die van mezelf)]
[foto: meer tijd voor de kunst (niet alleen die van mezelf)]

December 19th, 2005

Een Egyptische buikdanseres aan tafel of toch Flaubert?

Posted in: Literair, Travels — admin @ 16:30

De reisbeschrijvingen van Flaubert zijn zeer vermakelijk, en voor wie de schrijver nog niet kent: ze doen zeer eigentijds aan. Niets verhullend proza van een scherp observator. En hij beschrijft werkelijk alles, Laten we bedenken dat het om een tijd gaat dat er nog geen sprake was van radio, televisie of internet. Om de lezers een waarheidsgetrouwe indruk te geven van wat hij allemaal op zijn weg tegenkomt moeten de beschrijvingen wel zeer realistisch zijn. En Flaubert laat absoluut niets aan de verbeelding over.

dodencultuur 

De reis naar Egypte is, volgens mij, niet alleen begonnen uit culturele belangstelling, maar minstens ook om onder de vleugels van zijn waakzame Normandische moeder uit te komen. In de brieven die hij haar regelmatig schrijft, staat helemaal niets te lezen over zijn seksuele ervaringen, laat staan over zijn geslachtsziekten die hij oploopt tijdens zijn reis. Die ervaringen laat hij alleen weten in brieven die hij schrijft naar zijn Normandische vrienden. Laten we zeggen dat hij minstens zo geï®´eresseerd is in Egyptische vrouwen als in de piramides van de farao?s.

Op de website www.gandhi.demon.nl/restaurants geeft een aantal buikdanseressen hun mening over het dansen in een (Nederlands) Egyptisch restaurant. Het betreft danseressen die er volgens mij van de baas voor moeten zorgen dat de eter warm en het diner koud wordt. In veel gevallen worden de klanten uitgenodigd mee te dansen met de golvende en rinkelende buik van de danseres.
Buikdanseres Aaliyah
De buikdanseressen kunnen hun commentaar kwijt op deze site. En doen dat ook. Hier een beperkte selectie.
Tamar: “Wanneer de klanten bekend zijn met de dans is het meestal niet moeilijk om ze mee te krijgen. Maar bedenk je dat jij de leiding hebt. Wanneer iemand de show over probeert te nemen, wees dan niet bang om te stoppen met dansen, naar het publiek te kijken en applaus te vragen (is deze man/vrouw niet fantastisch?) om vervolgens die persoon naar zijn/haar plaats te brengen.”Kay: “Ik dans niet meer vaak in restaurants. Het is over het algemeen gemakkelijker een etende groep te vermaken met moderne muziek. Zeker wanneer de gasten niet gewend zijn aan Arabische muziek. Ik begin meestal met een of twee vrolijke Egyptische popnummers om iedereen op het gemak te stellen. Op dit moment is mijn favoriete CD ‘Saher el Accordeon’ van Hasan Abou El-Saoud. Op deze cd staan vrolijke popsongs met een baladi-sound. Of ik neem popmuziek en een drumsolo”.
buikdanseres aaliyah in rood
Joanna: “Het kan zijn dat jouw muziek geschikt is voor optredens waar veel techniek vereist is, maar niet geschikt is voor een restaurant. Probeer popmuziek. Ik heb gemerkt dat Egyptenaren graag dansen op snelle en energievolle muziek. Wanneer het klassiek klinkt, willen ze enkel luisteren.Wanneer je langs de tafels danst, kun je een aardig overzicht krijgen wie wel en wie niet wil dansen. Wanneer iemand oogcontact maakt, ook al nader je die persoon, dan wil die persoon zeker in zijn/haar stoel dansen”.

Flaubert in Egypte (foto genomen door Maxime du Camp).

Flaubert in Egypte (foto genomen door Maxime du Camp).
Op veel plaatsen, zelfs in ‘ restaurant Amon’ in mijn eigen woonplaats, is er zogenaamd Egyptisch eten te krijgen. In de meeste gevallen beperkt het assortiment zich tot een broodje of schotel shoarma. Hoewel de Egyptische keuken niet wereldberoemd is, is het toch te hopen dat er in de hotels en restaurants een gevarieerde keuze wordt geboden.Daarnaast is het natuurlijk aan te raden om de week, voorafgaande aan de reis, elke dag voor het avondeten een jonge, goed gevulde, golvende (Egyptisch is niet per se noodzakelijk) buikdanseres aan te laten treden. Dat moet - wat ruimte betreft - kunnen in onze keuken. Zo kun je geleidelijk aan je nieuwe leefomstandigheden wennen. Egypte blijft een uitdaging. Niet alleen voor Flaubert 

December 18th, 2005

De woestijn is een verderfelijk oord

Posted in: Literair, Travels — admin @ 11:20

Terug naar Flaubert. Om nog beter op onze eigen Egyptereis voorbereid te zijn, al duurt die maar drie weken. Het comfort zal ongetwijfeld beter zijn dan in de negentiende eeuw. Alleen het reizen door Egypte al. Flaubert en du Camp legden het grootste gedeelte van de reisweg af op paarden, kamelen of muilezels. De logementen boden geen hygiëne; vaak moest Flaubert op de vlucht voor de massa’s vlooien en sliep dan maar in de buitenlucht. Het water was slecht en vervuild, en het voedsel vaak van twijfelachtige kwaliteit. Diarree, buikkrampen en koorts bedreigden samen met slangen, schorpioenen en struikrovers de stoutmoedige 19e eeuwse reiziger. Voor een deel is het met de hygiëne, het water en het voedsel nu niet veel beter gesteld in Egypte. En de struikrovers zijn vervangen door moslimextremisten. Gevaar is er dus nog wel degelijk.

Wat schreef ik ook al weer in mijn EGYPTE JOURNAAL (de foto’s heb ik gemaakt in de fantastische Sinaï-woestijn):

Maxime du Camp, Flauberts vriend en medereiziger door Egypte, heeft evenals zijn literaire voorbeeld uitvoerig zijn wedervaardigheden met Flaubert beschreven. “Souvenirs littéraires” heet het in het Frans, in het Nederlands vertaald als “Uren met Flaubert en andere herinneringen”. Het is uitgegeven in de prestigieuze reeks ‘Privé Domein’ van de Arbeiderspers (no.206).Du Camp noteert: ” Tijdens een kleine expeditie deed zich tussen Flaubert en mij een pijnlijk incident voor - het enige van onze hele reis; achtenveertig uur zeiden we geen woord tegen elkaar. Het was zowel treurig als komisch, want Flaubert gehoorzaamde bij deze gelegenheid aan een van die onbedwingbare impulsen die hem soms in hun macht hadden. Overigens is men in de woestijn prikkelbaar; ik zal dat feit staven.

We waren uit Qoseir vertrokken met drie waterzakken - gevuld met afschuwelijk water - die onderweg in onze behoeften moesten voorzien; de drie waterzakken waren onvoorzichtig genoeg aan één kant van één en dezelfde kameel opgehangen; een deel van onze bagage fungeerde aan de andere kant als tegenwicht. De woestijn wordt bewoond door een geweldige hoeveelheid ratten die zich met dode dieren voeden en in holen wonen. Ze graven onderaardse gangen waarin zij wegvluchten. De kameel die onze voorraad water droeg, stapte op een van die gangen en de korst aarde zakte onder zijn gewicht in; het ongelukkige dier brak zijn poot, viel en verpletterde al vallend de drie waterzakken”.

Ik ga er van uit dat Djoser tijdens de reis (per bus, trein en boot, maar ook als de kameel bestegen wordt) de zaken beter geregeld heeft. De waarschuwing dat er geen water gedronken mag worden uit kraan, put of bron - om maar niet te spreken over de Nijl - geldt in ieder geval nog steeds. Zelfs de hepatitis-A inenting zal geen magische Lourdes-uitwerking hebben op maag- en darmstelsel.

December 17th, 2005

De piramide van keizer Askia Mohammed

Posted in: Travels — admin @ 13:43

Ik laat Gustave Flaubert en Maxime du Camp vandaag even voor wat ze zijn, en richt me op de piramides. Het stereotiepe cliché-beeld van Egypte is immers de piramide. En ik moet zeggen: terecht. Als je er eenmaal voor hebt gestaan, en dan bedoel ik met name het trio ‘grote jongens’ vlak buiten Cairo, dan raak je hoe dan ook ongelooflijk onder de indruk van die machtige koningsgraven.

Jammer is dat de tand des tijds ook aan de piramides geknaagd heeft, hoe kan het ook anders na duizenden jaren. Maar dat de bevolking voor gratis bouwmateriaal zijn toevlucht heeft gezocht bij de piramides, dat is minder. En dan heb ik het nog niet eens over de legale en illegale rooftochten in het binnenste van deze machtige koningsgraven.

foto: de piramide van koning Djoser

Niet alleen in Egypte werden er piramides gebouwd. In de NRC stond een tijd geleden te lezen dat een zeventien meter hoge lemen piramide uit 1495 in het Afrikaanse Mali door de cultuurorganisatie van de Unesco deze week op de werelderfgoedlijst is geplaatst.Het keizerrijk Songhai (West Afrika) bereikte het toppunt van zijn macht in de 15e en 16e eeuw. Keizer Askia Mohammed was dus een tijdgenoot van Christoffel Columbus, maar zal wellicht onkundig geweest zijn van de grote ontdekkingen van deze wereldreiziger. De piramide, een mini uitvoering van zijn Egyptische voorbeelden, markeert het graf van keizer Askia Mohammed. Deze keizer slaagde er in de islam tot leidende religie van zijn West-Afrikaanse territorium te maken. Het huidige Mali, een van de armste gebieden van Afrika en de wereld, ligt gedeeltelijk op het grondgebied van het voormalige keizerrijk Songhai.

foto: ons bezoek aan de piramides van Gizeh, even buiten Cairo

Moderne vormen van piramides zijn er natuurlijk ook. De nieuwe toegang tot het voormalige paleis - maar al sinds lange tijd het belangrijkste museum van Parijs - is de grote glazen piramide van de Vietnamese kunstenaar Pei. Samen met een paar kleinere glazen piramides op het binnenplein van het Louvre en de Tuilerieën vormen deze piramides samen één groot kunstobject. De grote glazen piramide van Pei ligt voor een groot gedeelte ondergronds, waar zich de kassa’s, winkels en toegangen naar de verschillende deelexposities bevinden. Onder andere van de grote afdeling Egyptische kunst. Want keizer Napoleon wist als geen ander dat daar niet alleen veel geel woestijnzand te vinden was. De tientallen sarcofagen en mummies getuigen er van. Over kunstroof gesproken.

foto: piramide met nakomelingen?

December 16th, 2005

Flaubert: bericht uit Alexandrië

Posted in: Travels — admin @ 14:49

Ik ga weer verder op reis door Egypte met Gustave Flaubert en zijn kompanen, en volg zijn REIS NAAR DE ORIENT (’Voyage en Orient’). Het is nog steeds plezierig lezen in dit reisverslag, dat overigens niet alleen over Flauberts reis door Egypte vertelt. In oktober 1849 uit Frankrijk vertrokken bezoekt hij naast Egypte ook Syrië, het huidige Palestina, Libanon, Rhodos en Turkije. Anderhalf jaar zal de trip duren. Het reisverslag is te beschouwen als Flauberts start in de literatuur; van deze reis heeft hij nog niets gepubliceerd.

Overigens heeft hij zijn REIS NAAR DE ORIENT pas geschreven na thuiskomst in Normandië, op basis van zijn tijdens de reis gemaakte aantekeningen.

Wat zijn reisgezel Maxime du Camp betreft, deze had slechts de bedoeling een exotische fotoreportage te maken. Hij slaagde er zelfs in om hiervoor financiële middelen los te weken bij het Ministerie van Landbouw.

foto: de tempels van Philae op een eiland in de Nijl

Op 15 november 1849 komen ze (Gustave Flaubert en zijn vriend Maxime du Camp) met de boot vanuit Marseille aan in Alexandrië. De eerste indrukken zijn overweldigend. Flaubert beschrijft het een en ander in een brief aan zijn moeder 1849): “Bij de ontscheping was het de meest oorverdovende heksenketel ter wereld, negers, negerinnen, kamelen, tulbanden, stokslagen links en rechts met keelklanken die je oren in tweeën scheuren. Ik slurpte al die kleuren in me op, zoals een ezel zich met haver volstouwt… Behalve de vrouwen uit de allerlaagste sociale klasse zijn alle dames geluierd met versierselen die over de neus naar beneden hangen en heen en weer bengelen zoals op het voorhoofd van paarden. Al ziet men hun gelaat niet, men ziet daarentegen van alle vrouwen hun borsten”.

foto: op de binnenplaats van de tempels van Philae

Benieuwd of we er tijdens onze tocht er ook maar eentje te zien krijgen die topless door de straten van Cairo paradeert? In een andere brief onthult Flaubert nog meer pikante details aan zijn moeder (ze zijn dan al een eind op weg in de woestijn). Hij beschrijft zijn verbazing over al die vrouwen die zonder enige aarzeling hun borsten ontbloten om maar hun gelaat te bedekken: “Op het platteland, bijvoorbeeld, nemen ze hun gewaad op als ze je zien aankomen, brengen dat voor hun gezicht en, om hun uiterlijk te verbergen, ontbloten ze dat waarvan men is overeengekomen het de borst te noemen, dat wil zeggen het hele gebied tussen de kin en de navel. Ach! Wat ik niet aan tieten heb gezien! En ik heb er wat gezien! Noot: de Egyptische tiet is erg puntig, uiervormig en totaal niet opwindend.”Je begint het er spontaan warm van te krijgen. Hoewel het hier behoorlijk herfstachtig is, met temperaturen van een graad of achttien (als ik dit schrijf is het medio juni), soms een felle regenbui, of een onweerklap, en de geseling van windvlagen.Op de website van WeerOnline is tegelijkertijd te zien hoe het met het weer gesteld is in Egypte. In Cairo is het 35 graden, in Aswan zelfs 42. Voor de komende dagen blijven de temperaturen er stabiel.

foto: tempelgajes, alleen maar uit op een forse fooi
foto: tempelgajes, alleen maar uit op een forse fooi

foto: tempelgajes, alleen maar uit op een forse fooi

foto: tempelgajes, alleen maar uit op een forse fooi

December 15th, 2005

Egypte, het Thailand van de 19e eeuw

Posted in: Literair, Travels — admin @ 16:23

Zo nu en dan lees ik nog wel eens teksten van Flaubert. Vooral in zijn, in een schitterende Pléiade editie (gebonden in lamsleer) uitgegeven CORRESPONDANCES is veel interessants te vinden. Je zou Flaubert, als je veel van zijn brieven leest, kunnen beschouwen als de buitenlandse correspondent van een of ander boulevardblad, de Daily Mirror of de Bildzeitung of zoiets. In Nederland wordt Flaubert nauwelijks meer gelezen, en dat is jammer. Want hij is nog steeds goed leesbaar. Ook in de reeks Privé Domein van de Arbeiderspers is Flaubert een paar keer vertegenwoordigd met brievenboeken. Zijn gebeeldhouwde kop staat op mijn boekenkast (naast Paustovkij).

Terug naar Egypte, en naar Flaubert op zijn reis door Egypte.

foto: de Egyptereiziger bij de (verplaatste) tempels van Abu Simbel

In zijn inleiding op Gustave Flauberts ” Reis door de Oriënt” (Rainbow Pocket) schrijft Paul Claes: “Een hoogtepunt [van Flauberts reis] vormde een avond in Isna bij de befaamde courtisane Ruchiouk-Hanem, die een naaktdans uitvoerde en met Gustave naar bed ging. [...] Bordelen waren trouwens naast kloosters en caravanserails vaste pleisterplaatsen voor gezelschap. In Constantinopel [Flaubert en zijn twee reisgenoten zijn dan op weg terug naar huis in het Bretonse Croisset] constateerde Flaubert dat hij zelf een enorme sjanker had, Sassetti een druiper en Maxime zijn derde syfilis”. Niets zo gezond als reizen, dus. Zoals Singapore en Thailand nu, bleek Egypte indertijd een seksparadijs. Het aanbod lag of liep letterlijk op straat. Wat een contrast met de huidige situatie, nu het orthodoxe moslimfundamentalisme de hele Arabische wereld in haar greep houdt. En vrouwelijke toeristen gemaand worden niet al te veel bloot boven knie of navel prijs te geven. Wat overigens de mannelijke Egyptenaar er niet van weerhoudt om op onbewaakte ogenblikken letterlijk toe te tasten. Misschien is het dan toch aan te raden om voor Wolf een donkerkleurige burka te kopen, die alleen een “brievenbus” voor de ogen open laat.

foto: in het binnenste van de tempels van Abu Simbel: kleur-rijk

Dat Thailand ook in deze tijd als alternatief kan dienen voor Egypte, wordt door het volgende bewezen. Want ook vrienden van ons hadden een 3-weekse reis geboekt naar Egypte, halverwege april. Vanwege de te geringe deelname werd de reis een maand voor vertrekdatum gecancelled. Als alternatief werd een reis naar Thailand geboden. Hun seksuele escapades beperkten zich echter tot een bezoek aan een travestietenshow in Bangkok. Afgaande op de door hen getoonde foto’s moet gezegd worden dat de “dames” er appetijtelijk uitzagen. Met een paar glazen bier achter de kiezen zou je aardig op het verkeerde - middelste - been gezet kunnen worden.Als Flaubert de hoofdstad bezocht zou hebben, zou hij ongetwijfeld zijn nachten hebben doorgebracht in hoerententen, massagesalons en opiumkitten. Zijn sjanker haalde hij dichter bij huis. Maar toch een wereldreis, in die tijd. 

foto1: de opening van het Suez-kanaal m(1869) 

foto 2: de hoer/danseres Kuchuk-Hanem die Flaubert beschrijft / bemint

foto 3: foto van Maxime du Camp, reisgenoot van Flaubert

December 14th, 2005

Egypte Journaal, proloog 1

Posted in: Literair, Travels — admin @ 17:08

Bijna anderhalf jaar geleden hebben we een reis naar Egypte gemaakt. Als voorbereiding op zo’n reis snuffel je niet alleen wat toeristische gidsen door, maar probeer je ook het land in historisch perspectief te zien, en zelfs in literair perspectief. Al eeuwenlang bezoeken reizigers Egypte vanwege zijn cultureel verleden. Want dat het land heel wat te bieden heeft, dat is duidelijk. Een rijk en machtig verleden, dat nog lang niet volledig is ontdekt. Elk jaar opnieuw worden er weer duizenden jaren oude beelden en kunstvoorwerpen uit het hete zand opgediept.

foto: gezicht op de Nijl vanuit onze hotelkamer (Hotel New Cataract / Aswan)

Laat ik beginnen met een van de eerste toeristen;  we zitten in de 19e eeuw, in de moderne zin van het woord: Gustave Flaubert. Een heel andere insteek om met een land als Egypte in aanraking te komen. Of ik het verslag van de drieweekse reis ook nog op het weblog plaats, weet ik nog niet. Het voorbereiden van een reis is meestal minstens zo spannend. Vandaar dat ik mijn Egypte-Journaal al een paar weken van te voren dagelijks heb gevuld met allerlei wetenswaardigheden over het land. Tegelijkertijd biedt een dergelijke aanloop weer mogelijkheden om een aantal zijsprongen te maken. Het is maar wat je op je pad tegenkomt.

Een aantal dagen proloog op de reis naar Egypte, dus.

 

  

Gustave Flaubert (1821-1880)

Het journaal, proloog 1:

In oktober 1849 vertrekt Gustave Flaubert met zijn vriend Maxime du Camp naar de Oriënt: Egypte, Palestina, Syrié en Libanon, Turkije. Een reis van anderhalf jaar. Het grootste deel van de reis verbleef hij in Egypte, van oktober 1849 tot juli 1850.Die zee van tijd hebben we niet, en ook niet het geld er voor. Maar gelukkig gaat het reizen een stuk sneller als in die tijd, zodat dezelfde plaatsen in een exponentieel kortere tijd bereikt en bezocht kunnen worden. Het wordt dus een 21-daagse reis met Djoser, niet toevallig een Egyptische farao. Ja, die van die rare kleine ‘bultrug’-piramide. Het graf van Djoser is gebouwd rond het jaar 2650 voor Christus. Djoser is de koning-farao die Boven- en Beneden-Egypte met elkaar heeft verenigd. Misschien bouwde men vanwege Djosers grote betekenis voor het land een hoog oprijzend graf - zeg maar: een mini-piramide - in plaats van de in die tijd nog gebruikelijke platte mastaba. De basis van Djosers piramide is rechthoekig, maar nog niet helemaal vierkant zoals bij de latere piramides.

Grotendeels zal de wereld die Flaubert aantrof in Egypte er vandaag ook nog liggen. Dat geldt zeker voor de wereldwonderen die de farao’s hebben achtergelaten, duizenden jaren geleden al. En ook de Nijl is in die tijd blijven stromen. Volgens Flaubert: ” Het water van de Nijl is helemaal geel en voert veel zand mee; het lijkt wel of het moe is na die lange tocht door al die landen, het geruis klinkt als de eentonige klacht van een mij onbekende reismoeheid”.

foto: gezicht op de Nijl vanaf de felucca (zeilboot)

De eerste voorbereidingen en voorzieningen zijn al getroffen. Zowel Gemma , Lucien als ik hebben ons laten inenten tegen hepatitis-A. Voor mij komen daar nog, vanwege mijn leeftijd, een drietal inentingen bij voor DTP. Voor aanvang van de reis twee maal een inenting, met een tussenpose van een maand. En over een half jaar weer. Op die manier werkt het goedje in ieder geval tien jaar. Maar bescherming tegen de bilharzia-worm zal het niet bieden. Gewoon met je kont uit het Nijlwater blijven, dus.

foto: gezicht op de Nijl vanaf de felucca (zeilboot)

December 13th, 2005

Vandaag een intermezzo: artists impressions

Posted in: Artist Impressions — admin @ 18:27

Afgelopen zondag, als intermezzo in de reeks Japanse schilderijen, weer eens opnieuw geprobeerd een nieuwe editie in mijn ‘Corrida-serie’ te maken. Het is weer een paar jaar geleden dat ik hiermee bezig was. Ook nu werk ik weer op mijn inmiddels vertrouwde 90 x 90 formaat, een handige afmeting, die bovendien ook nog zonder problemen achterin mijn auto geschoven kan worden.

De opgave die ik me steeds weer stel bij deze serie, is de beweging in harmonie te brengen met de kleuren. De kleur rood brengt per definitie een zekere geladenheid in het vierkante veld. De kleuren rood en zwart temperen de dynamiek van het stierengevecht op hun eigen wijze. Al met al moet het wel een evenwichtige compositie blijven, en dat is soms lastig, want voordat je het in de gaten hebt ga je in je ijver wat te robuust te werk. Maar gelukkig is het acryl dat ik gebruik, zodat er snel weer een nieuwe laag overheen gezet kan worden. Ook de transparantie die hiervan het gevolg is geeft vaak nog een aparte dimensie aan het geheel.

Voor Onderwijsgemeenschap Venlo & Omstreken heb ik dit jaar het ontwerp van de kerstkaart mogen leveren. De originele prent (El Toro de Navidad, 60 x 40) heb ik op etalagekarton gemaakt. Ook hier zijn weer dezelfde kleuren zichtbaar. De prent is in een oplage van zo’n 7000 stuks gemaakt, formaat 21 x 15. Ik heb een voorkeur voor felle kleuren, hetgeen de expressie van het onderwerp nog eens extra onderstreept. En in een corrida vloeit er bloed. Hoe je erover mag denken, het blijft een spektakel in velerlei opzicht.

December 12th, 2005

Vertrek uit Bitter Bolivia

Posted in: Literair — admin @ 18:43

Hoe hij het uiteindelijk geregeld heeft is niet zo belangrijk, maar Cees Nooteboom krijgt zijn interview met de Boliviaanse president Barrientos. En daarnaast zal hij met stuidenten praten. En, met toestemming van Barrientos zelf, de gevangenis van Arguedas in gesmokkeld worden. En dat alles op één dag. Een dag later is hij te gast bij de ambassadeur van de Verenigde Staten, Raul Castro (!); een grap van het State Department.

Op zijn vraag aan een student of Castro (Fidel, dit keer) en Guevara niet veel gedaan hebben voor Zuid Amerika, antwoordt deze: “Guevara heeft zich vergist en Castro steunt de revisionisten, steunt de officiële partij in Bolivia die tegen de revolutie is en steunt de verrader Monje die het lijden van de onderdrukten eeuwig zou willen laten voortduren”. Nooteboom is weer een illusie armer.

Het hoofdstuk eindigt dan ook met de ene desillusie na de andere. Alsof de rode draad die door de geschiedenis van Bolivia loopt ooit anders zal zijn. Nooteboom kijkt na enige tijd terug op zijn trip naar Bolivia:

“De beruchte majoor Plaza die onder Barrientos een mijnwerkersopstand op bloedige wijze brak werd doodgeschoten door het ELN, het nationale bevrijdingsleger. De opvolger van Che Guevara, Inti Peredo, viel in handen van het leger en werd vermoord, zoals zijn broer Coco veertien dagen voor Guevara sneuvelde. Barrientos zelf stortte neer in een helicopter. Ongeluk? Sabotage? Niemand weet het of niemand zegt het.”
“Barrientos kon zijn positie in La Paz onder meer handhaven door de altijd op te roep[en dreiging van zijn bewapende campesinos, die rücksichtslos aan zijn kant stonden en een reële  macht vormden, of liever, vormen. Ook al hebben ze nu geen leider meer. Na de presidenten Busch, die zelfmoord pleegde, en Villaroel, die opgehangen werd aan de lantaarnpaal voor het paleis in La Paz, stief ook Barrientos niet in zijn bed, in Bolivia meer regel dan uitzondering.”

Tot zover de weblogs over Che Guevara (waar het mee begon) en Cees Nooteboom (waar het mee eindigde), via een uitstap naar THE MOTORCYCLE DIARIES. Morgen zal ik weer een ander onderwerp bij de kop pakken. Er is nog genoeg, en de wereld is elke dag een stukje anders, ook al is de uitdrukking l’histoire se répète waar, maar de geschiedenis is elke dag toch weer net wat anders. Wat was of is, is nu al weer anders. Wat blijft is het land Bolivia: schitterend!

December 11th, 2005

Met Cees Nooteboom in Bitter Bolivia

Posted in: Literair, Travels — admin @ 12:11

Natuurlijk heeft Cees Nooteboom in het hoofdstuk BITTER BOLIVIA in WAAR JE GEVALLEN BENT, BLIJF JE (Privé Domein no. 89) alle aandacht voor het glorieuze Inca-verleden van Bolivia en de grote beschavingen daarvoor. De afstammelingen van de grote volken van indertijd, heten nu ‘Quechuas’; vijf miljoen leven er nog van. Maar hun rijk is in het niets verdwenen. De Spanjaarden kwamen, en Pizarro maakte korte metten met de naïeve Inca’s, en nam en passant al het goud en zilver mee naar Spanje.

Bolivia is weggezakt in de modder van de vergetelheid. Nooteboom probeert het er nog even aan de haren uit te trekken. Maar ook hij kan niets anders constateren dan dat het een land is dat aardig achterop is geraakt. Een land waar de gemiddelde leeftijd de veertig nog niet eens haalt, en waar Amerika voet aan land probeert te krijgen om in ieder geval verzekerd te zijn van de aanwezige gasvoorraden, op het moment dat het met de aanvoer van olie niet meer zo best gaat.

Tijdens een bezoek aan een klooster hoort hij van de bij voorbaat mislukte revolutie van Che Guevara. Nooteboom:

Als het gesprek op de politiek komt, zijn ze aan de voorzichtige kant. Camillo Torres is er niet bij. “Wij werken hier centimeter voor centimeter. Hoe kun je revolutie maken met mensen die je niet begrijpen”. Che Guevara sprak niet eens Quechua. Barrientos wel. Hij heeft gezegd dat de buitenlanders komen om het eigen stukje land dat ze na de reforma agraria gekregen hebben(de revolutie van Paz Estenssoro, 1952) af te pakken. Dat geloven ze. Barrientos heeft een eigen leger van campesinos. Ze zijn er nog niet aan toe. De mijnwerkers wel, de studenten ook, maar het zijn er niet veel en die zijn nog verdeeld [?] Maar de boeren zijn er nog bniet aan toe. Die zijn wantrouwig. Die leven nog in een andere tijd.”

De ontluistering is even later totaal als Nooteboom te horen krijgt dat al die linkse studenten en mijnwerkers gesteund en betaald worden door Moskou en Peking. Inmiddels zijn we meer dan 25 jaar verder. Dus ook daar zal wel aardig de klad in gekomen zijn.

Wat Nooteboom aan wil tonen is dat het idealisme van Che Guevara in Bolivia in een doodlopende steeg terecht gekomen was.?Je leest het wanhopige dagboek van Che Guevara [-] Je leest wat Guevara schrijft over Debray (El Frances, Danton) en weet dat hij nu nog gevangen zit in ditzelfde land, waar Barrientos en Ovando en die andere hoofdrolspelers, de Indianen, ook rondlopen.
Martin Coenen wijdt in ‘De Groene Amsterdammer’ van 15 mei 1996 een artikel aan de dan zojuist verschenen biografie van Jean Cormier over Che Guevara.

* Zoveel is zeker, de CIA had meer dan een hand in het spel. Meer nog: zonder de inmenging van de Amerikaanse inlichtingendienst zou Che nog in leven zijn. Cormier (die een biografie over Che Guevara heeft geschreven) heeft minutieus de verschillende versies naast elkaar gelegd. En wat blijkt? Om half zeven ’s ochtends - de gewonde Che lag nog in het dorpsschooltje van La Higuera - landde er een helikopter met aan boord de Boliviaanse kolonel Joaqun Zenteno Anaya en Flix Ramos. Ramos had onder Che op de Cubaanse nationale bank gewerkt, maar was intussen Cuba ontvlucht om in Miami voor de CIA te gaan werken. Ramos en Che kregen een hoog oplopende ruzie.Op datzelfde ogenblik kreeg president en generaal Barrientos in de hoofdstad La Paz een telefoontje van zijn minister van Buitenlandse Zaken, die in Washington deelnam aan onderhandelingen. ‘Het lijkt mij zaak om Che in leven te houden’, zo luidde de boodschap. Maar Barrientos kreeg ook nog een ander telefoontje: Douglas Henderson, de Amerikaanse ambassadeur in Bolivia, liet weten dat president Lyndon B. Johnson ‘het op prijs zou stellen als korte metten werd gemaakt met de communistische guerrillero’s in Bolivia’ en dat de eliminatie van Che een een conditio sine qua non was.

* De CIA was al lang op zoek naar Che. Zo beschrijft de voormalige agent Philip Agee in zijn boek ‘La CIA contre le Che’ dat de inlichtingendienst hem in Kinsjasa op het spoor was gekomen. Agee kreeg toen de opdracht om in Latijns Amerika een nieuw systeem van paspoortcontrole op te zetten dat rekening hield met de mogelijke vermommingen van onder anderen el Che. Er was een probleem: de CIA had geen foto van Che zonder baard. Daardoor kon Che als Adolfo Mena terugkeren naar Latijns Amerika. Toch kwam de CIA Che weer op het spoor. Het was CIA-agent George Andrew Roth die de klus klaarde, onder de dekmantel van de journalistiek. Leger en inlichtingendienst hadden Che in hun wurggreep.

* President Barrientos had de boodschap van Amerika begrepen. Hij ontbood zijn stafchef en gaf hem de opdracht een gecodeerde boodschap naar Zenteno en Ramos te sturen. De jonge Mario Ter mocht daarop als verjaarspresentje Che doden. Toen Mario aarzelde, riep Che hem toe: ‘Schiet maar. Wees niet bang, schiet!’ Aan Cormier zou de jonge Ter vertellen: ‘Ik legde aan en toen keek ik in zijn ogen. Die ogen waren zo helder. Ik was als verdoofd.’

De hierboven vermelde biografie over Che Guevara is geschreven door Jean Cormier: ‘Che Guevara: Een biografie’ (Uitgeverij Babylon-De Geus, 1996)

Next »
 
  • ON THE ROAD naar Santiago de Compostela

  • Sint Jacobus leidt me door braamstruiken en naar bierloze cafés

  • New York op doek: nieuwe schilderijen

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 20

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 19

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 18

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 17

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 16

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 15

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 14

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 13

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 12

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 11

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 9

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 8

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 7

  • Christo in Central Park New York

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 6

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 5

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 4

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 3

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 2

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 1

  • Sleepless in Manhattan - intro

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 17

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 16

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 15

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 14

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 13

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 12

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 11

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 9

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 8

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 7

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 6

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 5

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 4

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 3

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 1

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico García Lorca 1

  • BINNENKORT IN DIT THEATER: ANDALUSIË

  • Hermitage: het zomerpaleis van Nicolaas II aan de Amstel

  • Wajauw? Met Ahmed Marcouch en Hans Laroes naar Brooklyn aan de Maas

  • Luik: van nu en toen, van Calatrava en Les Olivettes

  • Geen Pim Pandoer, wel Beethoven in ’s Heerenberg

  • Spaanse La Notte in het Hollandse Slot Loevestein

  • Van Gogh en de kleuren van de nacht in Amsterdam

  • Opnieuw de ruimte in: A Space Odyssey 2

  • Schilderen: een lange winter met gebrande omber sienna

  • Paradise by the dashboard light

  • Shipbreaking op doek. Met dank aan Edward Burtynsky - Work in Progress

  • Ode Maritima aan Fernando Pessoa

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 16

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 15

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 14

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 13

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 12

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 11

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 10

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 9

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 8

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 7

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 6

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 5

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 4

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 3

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 2

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 1

  • MANHATTAN TRANSFER

  • Corrida aan het einde van de Indian Summer

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 14

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 13

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 12

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 11

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 10

  • Intermezzo: Lucien zingt Lee Towers

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 9

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 8

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 7

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 6

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 5

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 4

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 3

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 2

  • Valencia: tapas op de Feria van Calatrava 1

  • VALENCIA: tapas op de Feria van Calatrava

  • Feria Andaluza in Boom België, of all places

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 15 / slot

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 14

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 13

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 12

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 11

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 10

  • Powered by ME :) !! en MainCore
    Blog (c) WordPress 1.5 Theme created by McMike and Mr-Godd