Georges Perec behoeft een gebruiksaanwijzing
De dagen tussen Kerstmis en Nieuwjaar zijn voor iedereen die vrij heeft uitermate geschikt om allerlei achterstallig onderhoud te plegen: bezoek aan kennissen, opruimen van opgestapelde troep, de keldervoorraad aanvullen etc. Maar je kunt ook dikke boeken gaan lezen, of herlezen. Al een hele tijd staan ze je vanuit de kast staan aan te gapen, als je dat al kunt zeggen voor ‘iets’ dat je met de rug aankijkt.
Eén van die dikke boeken betreft HET LEVEN EEN GEBRUIKSAANWIJZING van de Franse auteur Georges Perec. In 1995 verscheen bij De Arbeiderspers de Nederlandse vertaling van LA VIE MODE D’EMPLOI, mogelijk gemaakt dankzij een subsidie van de Commissie van de Europese Gemeenschappen. Een reden (een van de weinige?) om voor de EU te zijn, lijkt me. Dat Georges Perec zijn bijna 600 pagina’s tellende boek, bij het verschijnen in 1978, heeft opgedragen aan Raymond Queneau, een andere Franse taal- en stijlkunstenaar, ligt eigenlijk voor de hand. Volgens Italo Calvino is het boek ‘de laatste grote gebeurtenis in de geschiedenis van de roman’. Dat velen de boeken van Perec onleesbaar vinden, kan ik mij voorstellen, maar dat kun je van minstens de meerderheid van de huidige romans zeggen. Want die zijn in de meeste gevallen behoorlijk voorspelbaar, en om die reden dus onleesbaar: voegen niets toe aan wat je al wist of kon weten. Dat kun je in ieder geval van de boeken van Georges Perec niet zeggen.
Helaas is Georges Perec geen lang leven beschoren geweest, zodat zijn vernieuwingsdrang voortijdig is gestopt; 1936-1982. Geboren als zoon van Joods-Poolse ouders staat hij bekend om zijn weergaloze verbeelding en zijn ongeëvenaarde originaliteit. Hij past heel goed in het rijtje Joyce, Nabokov, Musil, Borges, en misschien mag ook Battus genoemd worden. Gelukkig is er inmiddels al heel wat van zijn werk in het Nederlands vertaald. Dat zal echter niet snel gebeuren met zijn ‘roman’ LA DISPARITION (= De Verdwijning): in het hele boek komt de letter E niet één keer voor. Deze literaire trapeze-act is nog niet eerder vertoond in de wereld van de woord-acrobatiek. Een korte inhoud van HET LEVEN EEN GEBRUIKSAANWIJZING: Plaats van handeling is een groot huis in Parijs, met veel verdiepingen en bewoond door allerlei schilderachtige figuren. Perec is het hele boek door druk doende de meest bizarre levensverhalen van deze bewoners aan elkaar te rijgen. En dat is op zich al een kunst, als je het ongeregelde zootje bij elkaar ziet: Engelse miljonairs, croupiers, moordenaars, danseressen, kamermeisjes, koks, necrofiele schilders, tv-producenten en nog een heleboel andere excentriekelingen. Een labyrint van levensdraden, waar de meest basale gevoelens en levensbehoeften met elkaar in contact en/of in conflict raken.

Perec gooit de puzzelstukjes bijna letterlijk op tafel: zoek maar uit, leg maar in elkaar! Een gebruiksaanwijzing? Effe zonder! Dat je compleet dizzy raakt van alle verwikkelingen, situatie, personen en namen, dat mag duidelijk zijn. Maar dan reikt, aan het einde van het boek Georges Perec je de hand. Hij levert een dwarsdoorsnede van de flat als bijlage, ingevuld met de namen van de bewoners van de diverse appartementen. In de andere bijlagen volgen: * Een Tijdwijzer die loopt van 1833 tot 1975 * Een overzicht van Enige in dit Boek Vertelde Verhalen * Een Index van wel 50 pagina’s, met alle namen en benamingen In zijn postscriptum vermeldt hij nog dat hij gebruik gemaakt heeft van teksten van meer dan dertig beroemde auteurs, waaronder Jorge Luis Borges, Gustave Flaubert, Gabriel Garcia Marquez, James Joyce, Franz Kafka, Marcel Proust, Raymond Queneau, François Rabelais. Niet de minsten mag je wel zeggen. Voor wie het nog niet genoeg is: Manet van Montfrans heeft een aardige intro geschreven op het werk van de schrijver: ‘Georges Perec, een gebruiksaanwijzing’, eveneens verschenen bij De Arbeiderspers, in 2003. Goed om mee te beginnen. Dus, voor wie eens wat anders wil tussen Kerstmis en Nieuwjaar, en zo de vadsigheid wil verdrijven: lees Georges Perec.







 


Joanna: “Het kan zijn dat jouw muziek geschikt is voor optredens waar veel techniek vereist is, maar niet geschikt is voor een restaurant. Probeer popmuziek. Ik heb gemerkt dat Egyptenaren graag dansen op snelle en energievolle muziek. Wanneer het klassiek klinkt, willen ze enkel luisteren.Wanneer je langs de tafels danst, kun je een aardig overzicht krijgen wie wel en wie niet wil dansen. Wanneer iemand oogcontact maakt, ook al nader je die persoon, dan wil die persoon zeker in zijn/haar stoel dansen”.












