November 30th, 2005

Houellebecq: de onmogelijkheid van een eiland

Posted in: Literair — admin @ 16:11

 

 

  

Eergisteren dumpt mijn privé-boekhandelaar André de nieuwste Houellebecq op mijn tafel. De vertaling van LA POSSIBLITE D’UNE ILE (in het Nederlands: ‘Mogelijkheid van een eiland’; waarom is het woordje ‘LA’ niet vertaald?) is net verschenen bij De Arbeiderspers. Alsof ik niks anders te doen heb dan te lezen? Maar een Houellebecq trekt altijd. Toch maar vast begonnen.

Ondertussen is in Frankrijk de literaire ruzie nog niet over. Opnieuw grijpt Michel Houellebecq naast alle belangrijke literaire prijzen. Blijkbaar durven de literaire Chriracs en Sarkozys het niet aan deze omstreden auteur met prijzen te overladen. In het geval van ‘Mogelijkheid van een eiland’ was het volgens mij alleszins verantwoord.

Een aantal weken geleden verscheen Houellebecq op de Nederlandse tv. Gelukkig kan dat nu nog, bij de VPRO. Als Medy van der Laan haar zin krijgt zijn dit soort elitaire fratsen binnenkort voorbij.

Zijn Nederlandse vertaler die hem interviewde, Martin de Haan, zegt het volgende over hem:

De Franse sterschrijver Michel Houellebecq is geen wonder van welbespraaktheid. Niet alleen mompelt hij doorgaans onverstaanbaar, tijdens interviews neemt hij ook alle tijd om over de vragen na te denken, niet zelden tot wanhoop van de interviewer - die de stiltes dan maar begint op te vullen met nieuwe vragen en mogelijke antwoorden daarop, zodat de schrijver uiteindelijk alleen nog maar ja of nee hoeft te zeggen. Vooral voor televisiemakers is Houellebecq een ware nachtmerrie, want hoe kun je iemand uitgebreid laten nadenken als het item maar zeven minuten mag duren en als je weet dat de kijker elk moment kan wegzappen? Het was dan ook maar afwachten wat de korte filmsessie zou opleveren die VPRO’s R.A.M op het allerlaatste moment was gegund tijdens de drie dagen dat Houellebecq de Nederlandstalige pers te woord stond over zijn nieuwe roman Mogelijkheid van een eiland. Filmmakers Erik Lieshout en Arno Hagers en cameraman Benito Strangio kwamen zonder enige voorbereiding naar de Vogezen gereden, waar ’s avonds laat in vijf minuten, aanvankelijk min of meer voor de grap, werd besloten tot een nogal gewaagd scenario: de aarzelende prater Houellebecq zou de volgende ochtend voor de camera een ’s nachts voor te bereiden monoloog houden over een van de drie onderwerpen die Lieshout hem had voorgesteld.

 

  

Op locatie in het bos, een paar uur te laat omdat hij eerst nog naar de supermarkt wilde, zegt Houellebecq: ‘Wacht even, ik moet mijn monoloog nog voorbereiden.’ Er wordt zenuwachtig wat gegrinnikt, maar een paar minuten later geschiedt het wonder: zittend op een materiaalkoffer begint de schrijver in keurig nette volzinnen hardop te denken, minuten achtereen, zonder stil te vallen; zelfs het geblaf van zijn hond Clint kan hem niet afleiden. En dat patroon herhaalt zich op verzoek nog twee keer: eerst een paar minuten voorbereiding op de boomstam, met de filmploeg in zijn nek, dan een lange, vloeiende monoloog. Hier is duidelijk iemand aan het woord die goed over de dingen heeft nagedacht en die zelf zijn trouwste gesprekspartner is.Houellebecq doet dit voor het eerst en vindt het een interessant experiment. Maar na drie monologen is het toch echt tijd om terug te gaan naar het hotel, waar de journalist van de Volkskrant behoorlijk ongeduldig begint te worden. Afgesproken wordt dat er de volgende ochtend nog een sessie zal plaatsvinden, waarin de schrijver zal voorlezen uit zijn nieuwe roman. Het levert prachtige beelden op: tegen de achtergrond van het schijnbaar desolate berglandschap van de Vogezen klinkt het ingetogen lyrische verhaal van de gekloonde toekomstmens Daniel25, die zijn onthechte leven vaarwel zegt en de wereld in trekt op zoek naar menselijke gevoelens. ‘Het leven was echt,’ luidt de laatste zin.

En nu het boek nog lezen. Ik kom er over een tijd op terug. Maar misschien wordt dat wel Kerstmis. Heb ik meer tijd. En dan ken ik zijn Daniel11 en Daniel25 wat beter.

“Houellebecq daagt dus niet alleen de Islam uit. Als een eenzaam eiland in de branding van de moderniteit. Of is het toch de onmogelijkheid van zo’n eiland? Binnenkort meer in dit theater.

November 29th, 2005

Bestialiteiten vergoed in nieuwe zorgverzekering?

Posted in: Journaal — admin @ 19:31

In de NRC-bijlage ‘Leven &cetera’ van afgelopen zaterdag wordt een artikel gewijd aan de booming business van het ontstressen met beesten. Als voorbeeld gaat een groep Leidse studentes een weekend naar een tachtig exemplaren tellende koeienfarm in Voorst voor een cursus koeknuffelen. “Door het hechte contact met de koe wordt de band hersteld tussen mensen en natuur en komt de mens weer tot rust”. Maar deze Leidse studentes leiden dan ook een hectisch bestaan: 29 uur in de week besteden aan je rechtenstudie? Valt dat wel onder de arbeidstijdenwet? En bovendien doen ze het, volgens het artikel, ook nog om de teamgeest binnen hun studentenhuis te verbeteren. Het mag duidelijk zijn: het leven van de eigentijdse student is slopend, en doet bijna denken aan het zware bestaan van mijnwerkers in de Borinage, zo’n 100 jaar geleden. Die wilden er ook wel eens uit. Maar kregen de tijd er niet voor. Vele monden moesten gevoed worden. En armoe was troef.

 

  

Het NRC-artikel levert alle argumenten om het koe-knuffelen en andere bestialiteiten op te nemen in het nieuwe zorgstelsel dat 1 januari van start gaat. Als de resultaten verbluffend zijn, dan is het alleszins verantwoord de mens deze nieuwe therapie te bieden. In het basispakket, natuurlijk. Immers, het ziekteverzuim bij koeknuffelaars en andere beoefenaars van bestialiteiten zal met sprongen dalen. En de Leidse studentes zullen in de helft van de tijd afstuderen. Jaus, de auteur van het artikel, beschrijft het zo: “Ik houd mijn oor tegen het dier en sluit mijn ogen. Weg stress, weg afspraken, weg Randstad, het is alleen nog Hedwig-548 (= de koe) die telt. Ik ontspan volledig en lig innig verstrengeld met mijn knuffelkoe.”

 

  

Voor degenen die een allergie hebben voor koeien zijn er ruimschoots alternatieven voor handen. Wellicht zijn die ook met een wat hogere eigen bijdrage in het nieuwe zorgpakket op te nemen. In het buitenland is ervaring genoeg om het aanbieden van deze alternatieve bestiale therapie te vergoeden.

Zo is er in Singapore een apart hotel, de Nippon Koi Farm waar mannen hun koi-liefje kunnen stallen en knuffelen, zonder dat moeder de vrouw (of vriendin) er last van heeft. Maar ook dichter bij huis zijn er goede alternatieven. Gezinsbreed onthaasten kan in het Limburgse Maasbree door met ezels te wandelen of ze te knuffelen. Meer info? Klik dan naar de volgende website: www.ezelwandelingen.nl.

Wie is nou de ezel?

 

November 28th, 2005

Nederland nu officieel een Derde Wereldland

Posted in: Journaal — admin @ 17:39

De afgelopen dagen hebben het weer eens duidelijk gemaakt: Nederland is een Derde Wereldland geworden. Bij wat minder normale weersomstandigheden is binnen een paar uur het hele land compleet ontwricht. Vorig jaar waren het de afgevallene bladeren die het hele spoorlijnennetwerk lam legden. Nu was het de sneeuw die zorgde voor autowegen die volledig dichtslibden met gestrande weekendgangers. Velen brachten de nacht door in de berm, warm gehouden door dekens die door wegenwachters of andere filantropen werden aangereikt. Sporthallen en schouwburgen (waar de voorstellingen waren afgelast) boden onderdak aan honderden armoedzaaiers waarvan de motor was afgeslagen of de trein verdomde verder te rijden.

In Zeeuws Vlaanderen en in de Achterhoek waren er plaatsen waar de elektriciteit twee etmalen buiten werking bleef. Burgers warmden zich aan waxinelichtjes of dicht tegen elkaar onder het klamme dekbed. Want dat de hele familie al om zeven uur ’s avonds op stok was, dat laat zich raden. Over negen maanden kun je er gif op innemen dat op die plekken een geboortegolf wordt gesignaleerd. Want een boek kun je natuurlijk ook niet lezen, als de elektriciteit het laat afweten. Als ze dat in Haaksbergen al ooit doen.

foto: kon ik mijn eigen auto ’s morgens uitgraven…

Leve de privatisering van de NS en andere groepstransporteurs, Essent en andere energieverwekkers! Dit zijn toestanden die je verwacht in Zuid Amerikaanse bananenrepublieken, of in de binnenlanden van Afrika. We hebben het hier wel over een van de landen die aan de wieg heeft gestaan van wereldmacht EU.

Die P.J. Balkenende, die had het mooi voor elkaar. Terwijl we hier de ene na de andere polaire storm over ons heen kregen zat hij mooi in zijn blote bast op een strandterrasje, temidden van een roedel wulpse negerinnen, in de buurt van Paramaribo. Die wist natuurlijk van te voren dat hier de pleuris zou uitbreken, toen het KNMI een weerswaarschuwing afgaf. Met het laatste vliegtuig dat nog beschikbaar was vluchtte hij naar het Caribisch gebied. Zogenaamd om het bevrijdingsfeest van Suriname mee te maken. Ook een derde wereldland, dat is waar. Maar wel land een waar altijd de zon schijnt. En dat kun je van Nederland niet meer zeggen. Zelfs niet in de figuurlijke betekenis.

En vandaag hoor je dan weer dat de stadsverwarming in Tilburg en Breda is uitgevallen: 40.000 mensen voorlopig, minstens tot morgen, in de kou. We hebben het over een maatschappij, die bij enige meteorologische turbulentie onmiddellijk van slag raakt. Ja zelfs volledig wordt ontwricht: Nederland 2005. Het zal wel weer een parlmentaire enquêtecommissie opleveren.

November 27th, 2005

Konijn met pruimen in Luik

Posted in: Journaal — admin @ 12:36

Twee weken geleden waren we in Maastricht en Luik. Vanwege het IJslandavontuur is het er nog niet van gekomen hier aandacht aan te besteden. Dat halen we vandaag dus in. Gewoon de dagboekaantekeningen van toen, dus.

foto: tweedehands boekhandel in het centrum van Luik

Een grauwe dag vandaag. ’s Ochtends miezert het, als we om 10 uur Lucien binnenloodsen bij de Open Dag van de Universiteit Maastricht. De belangstelling voor de verschillende studies is groot. We blijven ruim een uur, voor de inleidende lezingen. ’s Middags zal hij op eigen gelegenheid terugsporen naar huis. Wij zijn dan al op weg naar Luik, twee auto’s volgeladen. En het is nog droog geworden ook!

foto: de winterwarmte in een van de bruine kroegen van Luik (A Pilori)

Vanmiddag staat een oude wijk aan de rand van La Batte op het programma. Zinds enige tijd is men druk doende de wijk wat op te kalefateren. En dat is nodig ook. De boel is aardig verloederd, en dat terwijl er veel schitterende huizen tussen staan. De Eglise St. Barthelémy is aan een complete renovatie toe: de heropening staat gepland in het voorjaar van 2006. Het meest bekende object is de schitterende bronzen doopvont, die ook tijden de restauratiewerkzaamheden is te bezichtigen (inclusief een uitgebreid verhaal van een dienstdoend kunstzinnig onderlegd vrouwtje).

Daarna de verschillende pittoreske impasses in, met schitterende binnentuinen: romantiek en edelkitsch in alle kleuren en vormen. Maar het heeft wel wat, zeker op zo?n sombere dag dat de zon verlof genomen heeft. Bloemen, katten, kabouters pergola’s, nissen, bemost tuinmeubilair, afgebladderd hout, potten en vijvertjes: het is er allemaal. Een stukje Luik dat volledig in zichzelf gekeerd is, maar absoluut niet mag verdwijnen.

Als we langzaam de Féronstrée naderen is het al bijna donker. Gelig licht gulpt uit de volgestapelde vitrines van de tweedehands zaken: boeken en antiek. Maar inmiddels heeft de dorst zijn bressen geslagen in het afweersysteem. Dus duiken we een bruine kroeg in op de hoek van de Féronstrée. A Pilori heet het etablissement. Het is er warm en de Leffe is koud genoeg om een weldadig gevoel door je lijf te laten trekken.

foto: omdat we het niet laten kunnen: de taverne St Paul

Na een uurtje opkrassen, voor een bezoek aan het volgende etablissement. Als vanouds wordt het de Taverne Saint Paul, de oudste kroeg van Luik, vlak bij de kathedraal. De tent zit aardig vol. Sigarettendamp kringelt je tegemoet. Op de grond knisperen de gepelde pindaschillen. De glazen Jupiler, Leffe, Chimay en Ciney staan uitdagend op de gladgeschuurde houten tafels. Het wordt weer meer van hetzelfde. Jo en ik steken voor de afleiding, maar uiteraard ook om de laatste bacteriëen die de alcohol overleefd hebben te doden, maar een dikke sigaar in ons hoofd. Buiten spoeden de inwoners van Luik zich, zeulend met zware boodschappentassen, als lemmingen naar huis. De meesten laten zich verleiden tot een bezoek aan een van de honderden horecagelegenheden. Zelfs op de verwarmde terrassen zit het vol met volk dat zich laaft aan het Belgische bier.

foto: al dat drinken maakt hongerig: konijn met pruimen, dus

Zodra de roes ver genoeg gevorderd is, blijkt het etenstijd. In L’Industrie, vooraan in de Rue Saint Gilles, is het als vanouds afgeladen vol. Met enige moeite wordt er een plek vrij gemaakt voor de negen hongerigen uit het buitenland. L’Industrie biedt tegen heel redelijke prijzen een ongecompliceerde Belgische keuken. Vanwege het seizoen veel mosselgerechten. Het wordt: konijn met pruimen. Uiteraard met schalen dikke Belgische frieten. Het konijn heeft zijn leven met ere ter beschikking gesteld aan de culinaire Luikse hofmeesters: het vlees is mals en kreunt van genoegen onder de zoete saus, waarin een handvol weke pruimen voor de finishing touch zorgen.

foto: na al dat gebras, morgen de kater (uit de wijk La Batte)?
Als digestief een fikse wandeling naar Outremeuse waar mijn auto geparkeerd staat. In de straten rijden politieauto’s en brandweerauto’s met loeiende sirenes af en aan. De Franse toestanden (waarbij in de getto’s van de buitenwijken van grote steden massaal auto’s in brand worden gestoken) is sinds een paar dagen ook naar België overgeslagen. In Brussel, Luik en Antwerpen is het al een paar nachten raak. In de donkere lucht hangt al een hele tijd een grommende politiehelikopter om de stad in de gaten te houden. De Luikse bevolking kijkt gespannen naar boven. Enige dreiging is absoluut waarneembaar, vanavond. Het weerhoudt ons niet om als afsluiting van de dag nog even neer te strijken in Café Le Toussaint, vlak tegenover de Saint Pholien. Twee grote biljarts staan pontificaal midden in de ongezellige, schemerige ruimte. Beiden worden bespeeld. Aan de bar hangen wat dorstige buurtbewoners, die zich laven aan het bier of aan de blonde barstoot, of aan beiden. Tegen half elf krassen we op.Als we buiten komen hangt de politiehelikopter nog steeds dreigend boven de stad. Op straat is het rustig. Mijn auto staat er nog. Onverbrand. Ongeblust. We rijden nog.

foto: de dag rolt uit in de nacht: biljarten in café Le Toussaint

November 26th, 2005

Bezoek aan het Phallological Museum in Reykjavik

Posted in: Literair, Travels — admin @ 11:28

Een toerist gaat ver, wil iets beleven. En als je naar IJsland gaat dan iets dat bij voorbaat verzekerd. Iets eruptiefs? Go Iceland! De geisers spuiten de lavabodem uit en om de zoveel tijd barst er een vulkaan uit met als gevolg brede modderstromen en massale grindverplaatsingen. Maar echt iets unieks?

Uniek is het Phallological Museum in Reykjavik. De daar hangende, liggende, gezouten, gedroogde of in formaldehyde zwevende mannelijke geslachtsdelen werden bijeen gebracht door slechts één man: Sigurdur Hjartarson. Sigurdur is een respectabel huisvader, leraar geschiedenis in Reykjavik en tevens fallusverzamelaar. Vanwaar deze hobby?

Hjartarson: “Iemand moet het toch doen!” Simpeler kan het niet. Hij begon jaren geleden met het verzamelen van alle soorten, op IJsland levende zoogdieren. Dat waren er maar een stuk of veertig. De rest vond het te koud en zat op het Europese continent. Missie volbracht, dus, in een relatief korte tijd. Alle zoogdieren? Het specimen homo ludens is slechts aanwezig in ingelijste legaten (drie stuks).

Hjartarson: “Mijn departement van reproductie (penis + scrotum, 85 dienstjaren) hierbij toegezegd aan mijn eigen museum.” Die hangt dus binnenkort in volle glorie tegen een van de houten wanden van het museum.

Voor de rest: pikken wat de klok slaat. Van hamsterpierewiekel (2 millimeter slechts) tot de imponerende orcazwabber (wel 2 meter). Voor de fijnproever biedt het museum gelegenheid tot het savoureren van gerookte paardenlul, een oud-IJslandse delicatesse.

Nieuw in het museum is de sectie buitenland, om de collectie levend te houden. Curieus is de verlichting in deze afdeling: huisvlijtlampjes van ramstestikels. En vraag nooit naar de seksuele geaardheid van conservator Hjartarson. Je wordt onverbiddelijk het museum uitgebonzjoerd. Je eigen pik achterna. Is je belangstelling gewekt? Maak een virtual tour via: www.phallus.is. Ook aan te klikken in de linkermarge van dit weblog: phallological museum. Met dank aan Atte Jongstra (Atte’s reistip in NRC 16-08-2003). Voor belangstellenden nog even de juiste gegevens:

The museum is open at the following hours:From 12 am to 6 pm daily from 20th of May to 10th of September.Group bookings can be made at other times by prior arrangement.

Tel. 566 8668, 868 7966 or 561 6663

Address: Hedinsbraut 3a, 640 Husavik

E-mail: phallus@phallus.is - http://www.phallus.is

Entrance: 500 IKr

[foto: ikzelf op een IJslandse gletsjer] 

Ondertussen is de afgelopen nacht weer een tien centimeter dik pak sneeuw gevallen. De abrupte winter is dus nog niet voorbij. Ook de komende dagen blijven sneeuwbuien mogelijk en blijft de temperatuur net boven het vriespunt hangen; ’s nachts vriest het een paar graden. Met zo’n pak sneeuw op je dak wordt alle geluid buiten op een natuurlijke wijze gedempt. Op zich wel prettig. Een soort verdoving valt over je heen. En ook de bedrijvigheid die er zaterdags heerst wordt met de helft verminderd. Iedereen houdt zich koest en gaat niet de weg op als het niet per se hoeft, zeker met zo’n papperige toestand als van stuk gereden natte sneeuw.

[foto: vannacht in de onze wintertuin: please have a seat]

[ foto: en zo ziet onze tuin er dan vanochtend uit]

November 25th, 2005

DANCER IN THE DARK, deel 8: terug in IJsland

Posted in: Literair, Travels — admin @ 13:25

En inderdaad: vanochtend is de tuin wit. Een minstens vijf centimeter dikke laag sneeuw ligt als een vlokkig tapijt over bloemen en planten gedrapeerd. Gladheid op de wegen vanwege de dikke pap van smeltende sneeuw. Een betere afsluiting van de DANCER IN THE DARK in IJsland kun je bijna niet timen. Kilometers lange files, zelfs op de autowegen, natuurlijk, want Nederland is sowieso al vol. En dat komt in IJsland niet voor, want voor iedereen is er ruimte in overvloed, zelfs voor al die dikke terreinwagens die je overal rond ziet karren. Door in die massieve Four Wheel Drives te rijden maken de IJslanders zich breed. Zo lijkt het er dan een beetje op alsof ze met een paar duizend meer zijn op die godverlaten klont lava die ligt aan te schurken tegen de poolcirkel.

vanochtend: de eerste sneeuw van deze winter

Morgen nog een uitstapje naar het phallological museum in Reykjavik. Iets voor de fijnproevers. Daarna moet ik IJsland misschien even ‘koud stellen’. Maar hartverwarmend was de reis wel. In ieder geval heb je het idee dat de warmte nooit ver weg is: slechts enkele tientallen meters onder het harde lava-oppervlak. IJsland: een HOT SPOT. In alle opzichten.

DANCER IN THE DARK, deel 8 (slot)Ik ben precies op tijd voor het galgenmaal terug in het centrum van Reykjavik. Om 7 uur ’s avonds in Restaurant Laerbrekka, Bankastrati 2. Well known for Islandic cuisine. Vis, dus. Maar smakelijk bereid. En gratis nog wel, zodat het in ieder geval geen 7000 rendierkronen kost. Op de terugweg naar het vierkante blok van Foss Hotel Baron loop ik op het tochtige trottoir van de Laugavegur weer dikke Joe tegen het lijf, niet al te vast meer ter been. Dit keer zonder zijn video- en fotovleermuizen. Maar nog altijd even completely desperate. De nacht eist al zijn vroege tol. Verschraalde dranklucht gulpt uit zijn dikke kop en vermengt zich met natte slierten mist. Slaat te pletter op het glimmende asfalt. Ergens uit de half verlichte etalage van een bruine kroeg klinkt weer de snerpende stem van Björk Maar de Dancer in the dark staat recht voor me. Het is dikke Joe uit Miami, Florida. Zwaaiend op zijn benen. Geen Red Light District voor hem in Reykjavik. Om volledig wanhopig van te worden.Zondag. Het einde van de week. De witte vogel van Icelandair brengt me met vlucht SK6411 weer terug naar Schiphol. De laatste pagina’s van 101 Reykjavik verorber ik ruimschoots voordat met een wijde boog over het gladde water en in het late licht van de dag, Kopenhagen wordt bereikt. De dikke saga over de ONAFHANKELIJKE MENSEN van Laxness krijg ik niet helemaal meer weggevreten voordat de wielen van het landingsgestel de zompige moerasdelta aan de Noordzee bereiken. IJsland ligt al oneindig veraf te wachten op zijn lange, donkere winter. Het is al uren donker. Ik zie me zelf in het spiegelende glas als een dancer in the dark op weg naar de auto. Zeulend met loodzware koffers.

sneeuw: ijsland ligt gewoon voor de deur (eerste sneeuw winter 05-06)

sneeuw: ijsland ligt gewoon voor de deur (eerste sneeuw winter 05-06)

November 24th, 2005

DANCER IN THE DARK, deel 7: terug in IJsland

Posted in: Literair, Travels — admin @ 18:19

Buiten neemt de storm op dit ogenblik alleen maar in kracht toe. De regen slaat in vlagen tegen de ruiten. En vannacht en morgen worden de eerste sneeuw- en hagelbuien van deze winter aangekondigd. Het kon IJsland wel zijn. Little Iceland in Holland. Maar de machtige gletsjers in IJsland zijn mega-opslagplaatsen van ijs en sneeuw die op geen enkel continent te vinden zijn. Maar ook daar laat de opwarming van de aarde, het broeikaseffect dus, zijn verwoestende sporen achter. En sterven de IJslandse gletsjers aan hun uiteinden langzaam af, slinken, krimpen in, lopen leeg, verwateren. Of hoe je het ook allemaal wilt noemen. Doodzonde. Een misdaad tegen de menselijkheid bijna. In ieder geval tegen de IJslandse bevolking.

Vandaag het voorlaatste deel van DANCER IN THE DARK. Het wordt langzaam donker. Ook voor de reiziger in IJsland.

DANCER IN THE DARK, deel 7Zaterdag. Vandaag staat het South Shore Adventure op het programma, van Reykjavik naar Vik langs de zuidkust, een rit van meer dan 450 kilometer, heen en terug. Het is zaterdag en het heeft gevroren. Het wegdek glinstert van het ijs. Voor de bus van Reykjavik Excursions Kynnisferdir is het geen probleem. Over een aantal uren zal de herfstzon alle fonkelende asfaltdiamanten hebben weggesmolten.Een dikke Amerikaan, als een Desert Storm reporter zuchtend onder digitale video- en fotoapparatuur, klimt naast me op de bank. Vooraan in de bus. `Hi, I?m Joe. Pleased to meet you`. Blijkt afkomstig uit Miami, Florida, waar hij een bouwbedrijf runt. Week in week uit zich het schompes werken, geen weekend vrij. De reden van zijn week IJsland blijkt te zijn dat hij completely desperate was, en gewoon een aantal dagen geen sores aan zijn kop wilde. Ja, dan ben je in IJsland natuurlijk op je plaats. Deed hij wel vaker. Amsterdam, ook prima. Zo had hij twee jaar geleden een aantal dagen door het Red Light District gelopen. Hij is er nog lyrisch over. Raakt nauwelijks uitgepraat.Maar IJsland is anders. Zeker buiten Reykjavik. Hier lever je andersoortige fysieke inspanningen. Alleen tors je wel de hele dag die honderd kilo vet in je voorbuik met je mee. Dat wordt in ieder geval niet echt gletsjers beklimmen, vandaag.

Selfoss - Eyrarbakki - Hella - Hvolsvöllur - Vik. Land van gletsjers en watervallen. Land van de grauwe onafzienbare lavadelta, met hier en daar een nederzetting. Stinkende zwavelstromen glijden ijzig en staalblauw zuidwaarts af naar de oceaan.

Ondanks de verhalen die de ronde doen, tref ik onder het van zestig meter hoog neerkletterende water van de Skogafoss niet de beloofde kist goud van de oude kolonist Þ²asi. IJslandse saga.

Ook op IJsland smelten de gletsjers in sneltreinvaart. De Solheimsjökull stulpt als een blindedarm uit de volle pens van de Myrdalsjökull. Bijna een halve kilometer is het lopen vanaf de parkeerplaats naar de grijs gekerfde ijsmassa. Vijf jaar geleden nog kon je meteen vanuit de bus je sneeuwscooter starten. Oude ijsmassa´s kreunen onder het smeltwater en lekken weg in het glinsterende gruis. De gestolde stoelgang van de gletsjers, witbeschimmelde sneeuwranden die het vergankelijke heden omzomen. In de verte gromt onder de Myrdalsjökull het gloeiende magmamonster. Eens komt zijn tijd. En vormen zich weer de Zwarte Bergen van het Rijk van Mordor.

Joe, de vette Amerikaan uit Florida, glijdt bijna uit over het natte mos. Zijn apparaten vliegen als opgeschrikte vleermuizen om zijn rood aangelopen kop. Landen op het dempende kussen van zijn buik. Hijgt uit van de alpiene klauterpartij. Komt pas op krachten tijdens de lunch in Vik, de nederzetting aan de onderbuik van dit godvergeten eiland. IJsland.


November 23rd, 2005

DANCER IN THE DARK, deel 6: terug in IJsland

Posted in: Literair, Travels — admin @ 16:16

Van de Gulfoss-watervallen van gisteren gaat het via Skalholt en de explosiekrater van Kerid teindelijk naar de Blue Lagoon. Voor degenen die onbekend zijn met het fenomeen ‘explosiekrater’ een korte uitleg. Een explosiekrater ontstaat bij een eenmalige eruptie, waarbij geen of nauwelijks lava vrijkomt, maar waarbij al het materiaal met één grote klap de lucht in wordt geslingerd. Het hangt van de bovenlaag af hoe een explosiekrater er uit komt te zien. Bij een zachte bovenkant (zoals bij de bezochte Keridkrater) kan een bijna perfecte ring ontstaan.

Als toegift, voordat we naar de DANCER IN THE DARK gaan, nog even een spreuk uit de oude IJslandse spreukenboeken (de vertaling is van Paula Vermeyden):

Lang geleden, ik was jong

En alleen op reis

Wist ik plotseling de weg niet meer; Ik voelde me rijkToen ik een reisgezel vond:De mens is de mens een vreugde.

.

DANCER IN THE DARK, deel 6

Na Skalholt is er nog een korte stop bij de ringvormige explosiekrater van Kerid en snerpend koude wind schuurt de veelkleurige wanden glad. Diep beneden een spiegel van diepblauw, onpeilbaar water. De zon spat in alle kleuren oker, geel, goud en rood uit de trechter omhoog. Het caleidoscopisch wonder van sintels en as. Zijn pestilente gassen zijn inmiddels opgestegen tot aan de stratosfeer. Opluchting. De lange slagschaduwen jagen me weer de gifgroene bus in. Er wacht mij een rijk gevulde tafel in Reykjavik. Je vliegt, stuift voort over de onbeschutte, verlaten straten. Straten die aan deze kant van Jan Mayen geen enkel bestaansrecht hebben ware het niet dat hun lengte met de taximeter gemeten kan worden.En na de nacht is er in alle vroegte al de Austurbaerjarskoli waar in een Oosteuropees grijze kolos Reykjaviks jeugd tien jaar lang wordt overmeesterd, van zes tot zestien. Of het Nordic House, waar Alvar Aalto alle noordelijke volken heeft genood, van Skandinavië tot Groenland. Cultuur van de desolate landschappen. En in de ruime bibliotheek zuig je de sagen op, als een literaire bloedtransfusie.

Voordat je het goed en wel in de gaten hebt zakt de donkere lucht je al weer over de oren. En spoedt de gifgroene bus zich richting Blue Lagoon. Gelegen in de buurt Grindavik, niet ver van Keflavik Airport. Blue Lagoon is a geothermal spa surrounded by a lava field and black sandy beaches. De buitentemperatuur verheft zich nauwelijks boven het vriespunt, als ik me tussen de lavamuren naar dit opaalblauwe, warme openluchtbad begeef. In het midden van de grillig gevormde lavavijvers stoomt bij een temperatuur het bijna 70 graden hete water uit over het wijde oppervlak. Om vervolgens tot draaglijker temperaturen te bekoelen, tussen 35 en 40 graden. Witte dampen stijgen op uit het door het geheimzinnige blauwwier aangetaste water. De cyanobacteria species. Stroperig slijmt het over je naakte lijf. Uit aan de randen van het bad opgestelde emmers lepel je een witte smurrie, die je als een pakking over je kop en ledematen smeert. Natural Blue Lagoon silica mud mask to cleanse, exfoliate and revitalize the skin, leaving it silky smooth. Sta je daar als een verdwaalde albino in de opaalblauwe lavaplomp. Temidden van ingevlogen, dikke Amerikanen. Ook zij besmeurd met een mengsel van silicium, potassium, sulfaten en magnesium. Maar ze blijven er geothermisch bij lachen. En dat is misschien maar beter ook. Klaar voor de volgende eruptie, lijkt het. Ze hebben zich aardig aangepast aan hun barre omstandigheden maar ze houden hun hart vast als het weer begint te rommelen en het gat z’n bruine lavastromen uitbraakt, en ze houden hun neus dicht voor de dampen die eruit opstijgen. Maar nu is Hallgrimur weer aan het woord. En die vliegtuiglading hamburgervreters heeft daar geen boodschap aan.  


November 22nd, 2005

DANCER IN THE DARK, deel 5: terug in IJsland

Posted in: Literair, Travels — admin @ 15:58

In 101 REYKJAVIK van Hallgrimur Helgason is het een gejojo van haat en liefde van hoofdpersoon Hlyn voor de stad, Reyhjavik dus. Zijn leven sleept zich voort tussen internet en kroeg, tussen video en drank. Maar wat wil je, als je je zo opgesloten voelt. Het Alcatraz aan de Noordelijke IJszee: “Reykjavik is zo een stad. Er wonen hier alleen maar mensen omdat ze hier geboren zijn. Ik voel me als een kind dat op het ijs gelegd is om het daar te laten doodgaan. Ik wandel naar huis, of nee, ik wankel naar huis.” Het zijn de woorden van Helgason, niet die van mij.

Maar dat Reykjavik een tochtig en onherbergzaam oord kan zijn, daarin ga ik met hem mee. De wind snijdt als een vlijmscherp mes door je vlees. En dat ondanks je winterse jas.

foto: Dingvellir: waar de Euraziatische en de Noordamerikaanse Plaat elkaar treffen

DANCER IN THE DARK, deel 5

De avond is al lang gevallen in een koud Reykjavik. De warmte stijgt omhoog vanaf de overdadig gevulde tafel. Rendiervlees, glimmend roze zalm. En onbetaalbare Spaanse wijn. Door het kleine raam kijk je beneden naar de straat, waar de overspelige auto’s al weer af en aan rijden. Krolse vrachtverladers. Bijna 7000 kronen lichter sta je uren later weer op die tochtige Laugavegur. Uit de kroeg klinkt weer Björks Dancer in the dark. Toch nog zin in een glas Tuborg. Weer acht euro naar de kloten. En je krijgt er gratis een zatte, met imitatie lederen cowboyhoed bedekte IJslandse entertainer bij cadeau.

IJsland is een groot en koud land. Goed. En al hoeven IJslanders niet meer in tochtige plaggenhutten bij elkaar te kruipen en kunnen ze nu met hun roze airconditioned auto’s rondjakkeren in een Japanse zomerdag en kunnen ze ’s lands gletsjers oplikken uit brosgebakken hoorntjes, toch moeten ze herstellen van duizend jaren kippenvel. Maar deze dag ziet er anders uit. Een blauwe lucht met hier en daar een flard gerafeld grijs. Vandaag de koninginnerit, de Golden Circle. Om te beginnen naar de plek waar IJsland werd opgericht. Dingvellir. Terug naar de donkere tijden van het jaar 930, en de oprichting van de AlÞ©ng. Maar die zetelt nu al weer vele jaren in Reykjavik.

Hier is het de plek van de Armageddon van de continenten. Noord-Amerika versus Europa. En alle middelen zijn geoorloofd. Een scrum van krakende aardschollen. Diep in de aardkorst opgejaagd door geologische stormen van ziedend magma. Tussen beiden heerst vandaag een optische rust, het oog van de tellurische orkaan. Vlak water meandert tussen de vooruitgeschoven posten van gestold lava, acht millennia geleden uitgespuugd door de kokhalzende muil van de Skjaldbreidur in de richting van de Atlantische Oceaan.

Hawardur Matthiasson jaagt me weer de bus in. Licht golvend lavaland tot aan de Gullfoss, IJslands gouden watervallen. De Hvita dondert hier over twee haaks op elkaar staande basalttreden meer dan dertig meter naar beneden. Waternevels wolken over je neer, zodat je, eenmaal terug op de parkeerplaats beneden, je als een natte hond de haren schudt. De zon heeft zich inmiddels ook al teruggetrokken, en de pot met goud aan de uiteinden van de meestal aanwezige regenboog kan ik ook wel op mijn buik schrijven.

foto: uiteenwijkende aardschollen: het land van Dingvellir

foto: uiteenwijkende aardschollen: het land van DingvellirEven later begon het te regenen, eerste een tijdje heel onschuldig, maar de hemel was helemaal bewolkt en langzamerhand werden de druppels groter en zwaarder: dat is de regen van de herfst die de wereld vult met zijn zwaar geruis, een geruis dat in zijn troosteloosheid herinnert aan oneindige watervallen aan gene zijde van de aarde, hij bedekt met zijn grauwsluier de hele hemel, ligt als een last op de borst over de omgeving met de kracht van zijn koude, lusteloze gruwelijkheid, onveranderlijk en toonloos, vlak, vlak, over alle gewesten, over het verdorde moerasgras, over het gespikkelde meer, de ijzergrijze grindvelden, de pekzwarte berg achter de boerderij die elk uitzicht verspert. Dat is de wereld van Halldor Laxness. Van zijn onafhankelijke mensen. Van boer Bjart en zijn dochter Asta Sollilja, overspelig product van zijn eerste vrouw en de zoon van zijn vroegere baas. Van het Zomerhuis. Van zijn in het zompige nat kreunende woning met die godvergeten teringlijers van schapen. Van een leven vol honger en wormpest.

foto: de gouden Gulfoss-watervallen (in de Golden Circle)

November 21st, 2005

DANCER IN THE DARK, deel 4: terug in IJsland

Posted in: Literair, Travels — admin @ 16:18

In Nederland maakte men zich vorige week dood over de liquidatie van een mus: zo uit het plafond neergeknald bij ‘Domino Day’. Het land in rep en roer: stille tochten en een fatwa uitgeroepen om de meedogenloze killer neer te leggen. Nee, dat zal in IJsland niet snel gebeuren. Onze geverderde vrienden zijn daar niet talrijk. En die kleurrijke papegaaiduikers zijn te aardig om af te knallen. Maar de IJslanders organiseren dan ook niet van die maffe vertoningen zoals het laten omvallen van vier miljoen dominostenen. Ze zouden ze hier ook nauwelijks schadevrij op kunnen stellen, die stenen, met die voortdurend bewegende aarde onder hen.

foto: De lava-watervallen van Hraunfossar

Uit de oude IJslandse spreuknboeken dit keer de volgende boerenwijsheid (de vertaling is van Paula Vermeyden):

Beter is het te leven

Dan niet te leven

Wie leeft krijgt misschien nog een koe;

Ik zag bij een rijk man Het vuur opvlammen,

Maar zelf lag hij buiten dood voor de deur.

foto: De haven van Akranes (West IJsland)

foto: De haven van Akranes (West IJsland)En dan hier deel 4 van de serie DANCER IN THE DARK. Van Reykjavik naar de noorderlijker gelegen kustplaats Akranes. En vandaar het binnenland in.

DANCER IN THE DARK, deel 4

Woensdag 1 oktober alweer. De tijd raast hier met dezelfde snelheid over het boomloze land als de straffe wind. De gifgroene Gumundur Tyrfingson brengt me 50 kilometer noordwaarts. Akranes, een tochtig oord aan de kust, op de been gehouden door een dominante cementfabriek en een op het ijskoude water uithijgende rood-witte vissersvloot. Hördur Helgason, de directeur, ontvangt me in zijn Fjörbrautskoli Vesturlands. Ook hier weer 600 jonge blonde helden en blonde heldinnen op sokken. Gemoduleerd aan het werk, voltijds of parttime. Alles is mogelijk. Met aan de overzijde van het natte asfalt het dormitorium voor de verre afstand leerders. Om in het weekend weer vele kilometers te maken over de lavavlakten, terug naar de ouderlijke nederzetting op een tapijt van veelkleurige korstmossen. En ook daar aan flarden gerukt te worden door borealis en andere noordwinden. IJsland als meeting point van de windgoden. Kaleidoscopisch oplichtend onder de kleuren van het noorderlicht. Lucy in the sky with diamonds. Vanaf nu tot diep in het voorjaar wordt het zonlicht via een noodrantsoen beschikbaar gesteld. En de IJslanders zijn een spaarzaam volk. Pas diep in de zomer is het weer met volle teugen, en zullen de nachten bijna worden genegeerd.

Op

zo’n 130 kilometer van Reykjavik ligt in Reykholt het Heimskringla Museum: de Lutherse God wenkt me al van verre, scherp afgetekend tegen de staalblauwe lucht. Op de benedenverdieping van het gewijde pand word ik toegesproken door Snorri Sturluson, IJslands literatuurvorst bij uitstek. Al vanaf het jaar 1241 rustend onder de groene zoden. Zijn ondergrondse hol is met verweerde planken gebarricadeerd. Zijn ronde, geothermische bad rilt in de open lucht. Maar in de kelder van het Heimskringla vegeteren zijn Edda en al die andere mythen en sagen, verhalend over de oude Noorse Viking-koningen. Maar een brute, vlijmscherpe bijl kliefde hem en joeg hem naar de eeuwige, met bloed bevlekte lavavelden. De snode, polaire Brutus, ex-schoonzoon nog wel, was het uit wiens hand het wapen kliefde. Van je IJslandse familie moet je het maar hebben. Maar de gifgroene Gudmundur staat al weer ronkend klaar. En voort gaat het over de rechte, lange, golvende weg richting Hraunfossar, de lavawatervallen. Schuimend water spat hier over een grote afstand uit het grillig talud. IJslandse champagne uit de poreuze lavawanden. Om zich vervolgens een weg te banen door veelkleurig gras en veelkleurig mos naar de woest stromende Hvita. Ik klauter omhoog naar de watervallen van de Barnafoss. Schuimend water in de tang genomen door de grauwgrijze Scylla en Charibdis. Sissende monsters.

November 20th, 2005

DANCER IN THE DARK, deel 3: terug in IJsland

Posted in: Literair, Travels — admin @ 10:45

Het waterkoude weer van de afgelopen dagen doet absoluut denken aan IJsland. Nu moet je daar sowieso niet denken aan al te hoge temperaturen, maar ook de combinatie van wind en nattigheid maakt het soms niet aangenaam. En dan had ik het nog niet eens zo slecht getroffen in die week.

Dat de IJslandse literatuur er mag zijn, dat was al duidelijk. Maar het land barst van de ‘wijsheden’. De komende dagen volgen er een paar uit oude Ijslandse spreukenboeken en zijn op te vatten als een reeks goede raadgevingen die blijk geven van gezond verstand.

Hier komt de eerste:

Geen betere last draagt een man op zijn pad

Dan een gezond stel hersens

In een vreemd land is dat beter dan rijkdom

Het biedt een arme drommel zelfs onderdak

Het komt uit Lied Edda, Hmal 10 (de vertaling is van Marcel Otten), een bundel IJslandse tegeltjeswijsheden, dus.Het komt uit (de vertaling is van Marcel Otten), een bundel IJslandse tegeltjeswijsheden, dus.

DANCER IN THE DARK, deel 3

IJsland is een groot land en toch lig ik hier ademhappend tegen een radiator aangeklemd met de hele stad boven op mij. Ze drukken me nu er nog harder tegenaan, ik voel het water, dat er minstens een dag over gedaan heeft om uit z’n hete bronnen tot in deze radiator door te dringen, tegen m’n wang te branden.Dinsdagochtend 7 uur. Ik kijk vanaf vijf hoog schuin over het donkere water. Daarboven staat de lucht in brand. Uitwaaierend oranje ligt als gloeiend kool over de stad en de zee. Halverwege de grauwe hellingen van de doemende Esja hangen overbodige smalle witte baarden, achtergelaten door een verschrikte kerstman. Geen tijd om lang te dralen. Vandaag moet er gewerkt worden. Maar om wakker te worden laat je eerst het geothermisch verwarmde magmawater over je lijf gutsen. Zwaveldampen stijgen je naar het hoofd. En diep in de bodem verschuiven sulfureske panelen.Voor dag en dauw sta je dan al op de stoep van het IJslandse equivalent van het ministerie van OCenW, na een korte wandeling die je bijna aan flarden rukt. En in de middag boter bij de vis. De theorie vertaald in de praktijk op de Fjölbrautaskolinn Gardabaer: 700 helden op sokken. Want in IJsland banjer je niet met modder aan je schoenen of laarzen door een glad geboend schoolgebouw. Jonge, blonde feeën relaxen op de zachte stoffen van fauteuils. Morene-nymfen. Loungen op je legale hangplek. Want de minister geeft je vier vette jaren. En je auto verdien je in de baas zijn tijd. En drie maanden zomervakantie, omdat de zon nooit ondergaat. Hoezo, dancer in the dark? Hoe bedoelde je dat, Björk?

IJsland is een ijskoud gat en heeft altijd last van aarsmaden. Altijd jeuk, altijd krabben. Rond het gat staan een paar schamele aarsharen en de IJslanders zijn de platjes die zich eraan vastklampen. Jaja, er is leven, als je er maar oog voor hebt. Ze hebben zich aardig aangepast aan hun barre omstandigheden maar ze houden hun hart vast als het weer begint te rommelen en het gat z’n bruine lavastromen uitbraakt, en ze houden hun neus dicht voor de dampen die eruit opstijgen.

Lolla heeft zelfs in Reyjavik gezorgd voor Iberisch voedsel. Victoria Abril serveert Islandic tapas in de Tapas Barinn, Vesturgata 3b, 101 Reykjavik. Islandic shrimps. Islandic bacalao. Islandic mountain lamb. Een weldadige warmte stijgt op uit de tientallen schoteltjes met smakelijk bereide gerechten. Vlees en vis. Olijven. Donkerrode Spaanse crianza komt als de geest uit de fles. Geuren van subtropische kruiden verdrijven de zwaveldampen uit het duistere etablissement. Het noorderlicht hangt boven de zware, houten tafel. Bijna is het de wereld van Helgason. Buiten op het glimmende asfalt rijden ze af en aan, zijn helden. Gemotoriseerde dancers in the dark met veel pk’s. Over de Laugavegur, in een lange, niet ophoudende file. Met twee blonde poezen naast je op de voorbank, wie doet je wat. En een blik bier binnen handbereik, terwijl je nonchalant je autodisco een stoot adrenaline bezorgt. Jaja, er is leven, als je er maar oog voor hebt. Ver weg van de wereld van de korstmossen waarvan er hier op het eiland wel 500 soorten te vinden zijn. Fluweelzachte huid van een door de tijd afgehard

lavalijf. 

November 19th, 2005

DANCER IN THE DARK, deel 2: terug in IJsland

Posted in: Literair, Travels — admin @ 10:44

Het heeft vannacht nog harder gevroren dan gisternacht, zo’n 3 of 4 graden onder nul werd het. Ik moet de neiging onderdrukken aan mijn winterslaap te beginnen, maar ik hou het gewoon op het lezen van twee nieuwe delen uit de reeks Privé Domein, gisteren door André afgeleverd. Het zijn ‘Gekleurde schaduwen, brieven 1770-1799′ van de Duitser Georg Christoph Lichtenberg en ‘Weverbergh 30 - 70, herinneringen van een letterkundig omnivoor’ van de Belgische schrijver Julien Weverbergh. De komende dagen zal er ik er niet veel tijd voor hebben. Van alles te doen (vanavond nog een uitzending maken voor Omroep Venlo, het programma ‘Lezen en Schrijven’). En natuurlijk dit weblog, de saga uit IJsland. Deel 2, vandaag.

De komende dagen zal ik niet alleen mijn eigen foto’s laten zien, maar ook enkele foto’s gebruiken van een paar reisgenoten: Wim ten Heggeler, Frank Vermunt en Hemmie Wieldraaier. Met dank! Ze zijn te mooi om ze NIET te laten zien. En IJsland blijft verbazen!

DANCER IN THE DARK: deel 2

Reykjavik op een donkere wintermorgen: een stadje in Siberië,  sneeuw jaagt voort in het schijnsel van de straatlantaarns onder het zwarte zwerk te midden van de zoute kille zee,  ’roggepap’ overal om je heen, met stranden van kwark.Pap en kwark spoelen rond de gure kapen en de bergen zijn van oud puin, naargeestige slakkenheuvels, afvalhopen van een ver verleden, sloopijzer uit de bronstijd.Maar nu is het nog dood tij. Dit is de periode tussen de herfst en het binnensluipen van de lange winter. De eerste dagen zullen de temperaturen nog draaglijk zijn, zo’n zeven graden boven nul. Daarna zal een harde, koude wind de zuidelijke lavadelta nog platter schuren. Jacques Brel. Mijn vlakke land. Vlaanderen in IJsland. Wanneer natte westenwinden gieren van venijn. Wanneer onder de wolken mensen dwergen zijn. Wanneer barre oostenwind het land nog vlakker slaat. Wanneer de lage lucht grijs als leisteen is.En aan het einde van de week zal de nachtelijke vrieskou de wegen doen glinsteren met miljoenen kleine diamanten.Wat brengt iemand er toe af te reizen naar de rand van de wereld? Naar een land waar de schaarse bevolking als schipbreukelingen wacht aan de grijze oevers. Of op de onmetelijke stranden. Ready for take-off. Steeds met alle koffers in de hand. Voor het moment dat de tientallen kraters het tegelijk op een braken zetten. En modderstromen de laatste sporen van leven van het uit de Atlantische Oceaan gerezen basalt en lava wissen.

IJsland heeft een oppervlak van 103.000 vierkante kilometer. Ruimte genoeg, zeggen ze dan. Ik weet dat er buiten ergens zeshonderd fjorden moeten zijn vol ranselende regenvlagen en volstrekt overbodige bergpieken, en die godvergeten fjordenstranden zijn dan toch nog door een of andere maffe god met bodybuidingsneigingen volgestrooid met nutteloze keien. Wat moet je ermee?Op de tv heeft de sneeuw al een voorproef genomen op de snel naderende winter. Zelfs Bjïrk kan niet verhinderen dat het beeld niet om aan te zien is. Ook al zingt ze haar Big time sensuality. Of Arctic Passion. En Dancer in the dark. En de warmbloedige Spaanse Lolla slaagt er slechts met moeite in haar passie voor de flamenco over te brengen op de werkloze Hlyn. Want Helgasons held slijt zijn dagen, en vooral zijn nachten, met het lusteloos kijken naar slechte sateliettelevisie en internet. Geestelijke hoogtepunten van zijn erotische dromen.

foto: maquette van IJsland in het stadhuis van Reykjavik

November 18th, 2005

DANCER IN THE DARK, deel 1: terug in IJsland

Posted in: Literair, Travels — admin @ 14:42

Vannacht heeft het voor het eerst gevroren. Het weer lijkt sterk op mijn laatste dag in IJsland: de bevroren dauw op het gras en op de wegen, en daarboven een stralend blauwe lucht. De temperatuur is 1 of 2 graden onder het nulpunt gedaald. De winter van 2005-2006 kondigt zich aan.

Zoals gezegd: vanaf vandaag acht dagen lang de DANCER IN THE DARK, de verliteratuurde verwerking van mijn dagboekaantekeningen. Sommige onderdelen zullen zeker herkenbaar zijn terug te voeren op het dagboek, andere elementen hebben alles te maken met Halldor Laxness, Hallgrimur Helgason of zangeres Björk. Kom, daar gaan we: opnieuw de lucht in, terug naar IJsland.

DANCER IN THE DARK, deel 1

De Boeing 757 van Icelandair, vlucht SK6410, daalt al licht. Het witte wattendons, waarop vanaf vliegveld Kopenhagen de halfgevulde luchtvogel mij heeft gewiegd, lost op in de blauwe oneindigheid. Alleen boven de Faroer vielen er gaten in de gevlokte zee. Diep beneden mij doemt inmiddels het barre land. De gekerfde uitlopers van de Vatnajökull, esoterisch landschap van sneeuw en ijs. Bijna tienduizend vierkante kilometer ijzig bedekt oppervlak. Daarna de gruisgrijze lavadelta’s van Skeidarsandur en Medallandssandur, duizendvoudig doorsneden door platgeslagen staalblauwe waterslangen, meanderend op weg naar de Atlantische Oceaan. En vervolgens het tijdloze okergrijze maanlandschap met lange, brede scheuren als een te krappe kaalgevreten jas. Conische gruisheuvels. Grillige, witte warrelende dampen.Maar in de verte doemt al het aan zee gelegen Keflavik Luchthaven. Zeehaven. Het dalen gaat nu snel. De dampen van het geothermisch wonder van de Blue Lagoon stijgen me naar het hoofd. Blaa Ionid. Noordelijk gelegen Delphi. Vernevelend opaalblauw water in een grillig kraterlandschap. Warmte. In IJsland.

Met twee boeken voor de lange herfstavonden ben ik afgereisd naar dat vlak onder de poolcirkel gelegen oord. Ik stop ze weg in mijn schoudertas. Verleden en heden bij elkaar geveegd: 101 Reykjavik van Hallgrimur Helgason, en de Onafhankelijke mensen van Halldor Laxness. De ontspoorde komedie van Hyll Björn in het Reykjavik van Charles Bukowski. En de saga van schapenboer Bjart, geschreven door IJslands enige Nobelprijswinnaar voor literatuur. Ver in de vorige eeuw. 1955. De snelle, gifgroene bus van Gumundur Tyrfingsson brengt me binnen drie kwartier door een onherbergzaam landschap van grauwbruine en grauwgrijze lavaslakken naar de hoofdstad. Vijftig kilometer uitgespuugd vuur. Nu polyform gestold en nog nahijgend van zijn voortijdige geologische ejaculatie. De zon staat laag. Brede, winderige straten van vochtig asfalt jagen je op naar het onderkomen voor de nacht. Een moderne, strakke herberg in het centrum van de stad. Foss Hotel Baron aan de Baronstigur, met uitzicht op de Esja, de doemende tafelberg aan de overzijde van het staalblauwe water van de Videyjarsund. Dit is Reykjavik, waar vele eeuwen geleden de eerste kolonist, Ingolfur Arnason, door de witte dampen van hete bronnen naar toe werd gelokt. IJle sirenen in de koude lucht van zijn Rookbaai.

November 17th, 2005

Björk en de ‘Dancer in the Dark’

Posted in: Travels — admin @ 17:36

Hoewel ik mijn eigen versie van ‘DANCER IN THE DARK’ gemaakt heb, wil ik de informatie over de gelijknamige film de bezoeker van mijn weblog niet onthouden. Immers, daar heb ik mijn eigen titel aan ontleend. Ik heb het over de film van Lars von Trier, uitgebracht in het jaar 2000. Voor de IJslandse zangeres Björk een belangrijke mijlpaal in haar carrière, maar dan in een combinatie als actrice en zangeres.

Mijn eigen versie van ‘DANCER IN THE DARK’ start morgen, in acht afleveringen. Ik blijf dus nog minstens een week in IJsland.


Björk: photo: David Sims

DANCER IN THE DARK (2000), geregisseerd door Lars von Trier

met Björk, David Morse en Catherine Deneuve: DE FILM.

DANCER IN THE DARK is een melo-dramatische musical met de uit de pas lopende zangeres Björk in de hoofdrol. Het is 1964. Als de Tsjechische migrante Selma probeert ze als arbeidster in een staalfabriek het hoofd boven water te houden. Zelf wordt ze immers stilaan blind door een erfelijke ziekte en ze heeft er alles voor over om haar zoon een zelfde lot te besparen. Als het nodig is draait ze dubbele shifts, en ’s avond verknoeit ze verder haar tere ogen met extra karweitjes. Geld voor een verjaardagscadeau van haar zoon kan ze niet missen, want de peperdure operatie die ze voor haar zoon gepland heeft verdwijnt zonder uitzondering in een blikken trommel. Hiervoor is ze naar Amerika uitgeweken, want enkel daar kunnen ze haar zoon redden. Het is de tol die ze zonder klagen betaalt, want toen ze haar kinderwens in vervulling zag gaan wist ze wat de consequenties zouden zijn.

Gelukkig heeft ze op het werk nog haar collega Kathy (Catherine Deneuve) die haar blijft steunen. Samen repeteren ze ook aan een opvoering van The Sound of Music, want alleen Selma’s liefde voor musical kan haar even losrukken uit haar miserabel dagdagelijks bestaan. Terwijl haar ogen achteruit gaan worden geluiden belangrijker en vormen ze de muzikale voedingsbodem voor haar gefantaseerde musicalnummers.

Op een avond neemt ze Bill (David Morse) in vertrouwen over haar oprukkende handicap en de strohalm hoop die ze voor haar zoon heeft. Bill, politieagent en samen met zijn vrouw eigenaar van de wooncaravan waarin Selma woont, neemt haar op zijn beurt in vertrouwen over zijn financiële toestand. Wanneer Selma’s gezichtsvermogen het toelaatbare heeft overschreden begint ook voor haar de nachtmerrie. Niet zozeer van haar eigen donkere wereld, maar die van de wereld rondom haar.

Het zijn de musicalscènes die in DANCER IN THE DARK voor opwinding, ontroering en vertroosting zorgen. Lars von Trier nam deze met honderd kleine digitale camera’s op, zodat hij de choreografieën vanuit alle kanten kon filmen. Eerlijk gezegd is dat enorme technische vernuft er niet aan af te zien. De dansscènes zijn lang niet zo wervelend als bijvoorbeeld de finale van An American in Paris, de danssequenties van Busby Berkeley of andere hoogtepunten uit de musicalgeschiedenis. Erg is dat overigens niet. De hoekig gemonteerde scènes passen uitsteken bij de schots en scheve ritmes in de prachtige muziek die Björk voor DANCER IN THE DARK componeerde.

November 16th, 2005

Dagboek IJsland, deel 6

Posted in: Literair, Travels — admin @ 16:18

Dit is het laatste deel uit mijn ‘dagboek IJsland’, maar morgen gaan we gewoon met IJsland verder. En de DANCER IN THE DARK komt er ook nog aan.

Een koude nacht achter de rug in Reykjavik. Tijdens de wandeling terug naar het hotel dampt mijn adem in de vrieslucht. En dan loop je ook nog Jef uit Florida tegen het forse lijf, in redelijke staat van ontbinding vanwege de alcohol die hem meer nog dan de vrieskou stevig in zijn greep heeft. Hij heeft nog een zwaar weekend voor de boeg, dat is wel zeker. Zelf lig ik om 1 uur vannacht in mijn nest.

Om half elf staat de bus al voor het hotel. Die brengt ons weer naar het beginpunt van de IJslandse trip: vliegveld Keflavik. In de ochtenduren maak ik nog een korte wandeling langs het water en door de wijk rondom hotel Foss Baron. Het is waterkoud, maar het vriest niet. Al voor het ontbijt heb ik mijn koffer gepakt. Het is wel behoorlijk vol geraakt, o.a. met cadeaus voor het thuisfront (zoals t-shirts, een Blue Lagoon-pakket), maar ook vanwege de brokken rode lava die ik heb opgepikt.

Op het vliegveld kun je de betaalde BTW terugvragen van je aangeschafte spullen. Als rasechte Hollander laat je dat natuurlijk niet schieten. Zo wordt IJsland toch nog een heel klein stukje betaalbaarder. Om half twee (in Nederland is het al half vier) stijgt de Boeing 757 van Icelandair de lucht in. Het wordt al langzaam donker als we dalen voor de tussenlanding en overstap in Kopenhagen. Daar stappen we om 20.00 uur over in een SAS-machine. Aankomst in Amsterdam om 21.30 uur. Met de shuttle-bus naar de parkeerplaats van het Ibis-hotel, waar de auto staat (vanwege de overnachting voorafgaand aan de trip naar Reykjavik). Het zal half een ’s nachts zijn voordat ik thuis ben. IJsland is dan een wereld verwijderd. De Dancer in the Dark staat weer met beide benen op de grond.

Terugkijkend op de voorbije week is het alsof je teruggekomen bent van een andere planeet. Want ook daar - althans wat er van bekend is - zijn er geen bomen te bekennen. Natuurlijk zijn ze op IJsland wel op een paar plekken te vinden, maar het blijft zoeken. Tegelijkertijd is IJsland veel kleurrijker gebleken dan ik ooit gedacht had. Niet geweten dat er zoveel kleuren mos bestaan. En dat geld ook voor al die verschillende gesteenten die door het binnenste van de aarde hier zijn (en worden) uitgespuugd. Nu de gletsjers - helaas - in omvang afnemen vanwege de klimaatsveranderingen zal er nog meer kleur in het landschap verschijnen. Hoewel de machtige ijsklonten absoluut indrukwekkend zijn.Tenslotte is het de enorme ruimte die je ervaart als je er rondreist: de onmetelijkheid en de desolaatheid van de landschappen. Die uitgestrektheid geeft tegelijk iets doelloos aan de mensen die er rondlopen (voor het grootste gedeelte overigens in en om Reykjavik). Dat moet zijn uitwerking hebben op het karakter van de inwoners. Het rijgedrag van de gemiddelde IJslander kun je vergelijken met die van de gemiddelde Egyptenaar (in Egypte was ik vorig jaar): hard en ongecontroleerd. En daarnaast is er het alcoholgebruik, met name in de weekends wanneer de IJslanders zowel dronken en luidruchtig zijn. Van jong tot oud giet zich vol alcoholica, vaak met eigen gemaakte brouwsels (want alcohol is hier onbetaalbaar). Het ligt voor de hand je een voorstelling te maken van de combinatie ‘hard autorijden’ en ‘alcohol’: inderdaad, een dodelijke combinatie. Gelukkig maar dat er in IJsland zoveel ruimte is om uit te wijken.

foto: de weg terug… Goodbye Iceland! Maar morgen ga ik verder: in IJSLAND!

November 15th, 2005

Dagboek IJsland, deel 5

Posted in: Literair, Travels — admin @ 17:10

Zaterdag vandaag. De laatste volle dag in IJsland. Iedereen van de groep vliegt alle kanten uit: sommigen gaan walvissen spotten, anderen gaan voor een bergtocht. Ik heb gereserveerd voor een busdagtocht (Kybbisferdir), de zogenaamde South Shore Adventure. Het zal een tocht worden van meer dan 400 kilometer, heen en terug wel te verstaan. Een busje haalt me op bij Hotel Foss Baron, zet me af bij de centrale verzamelplaats. Een volkomen polyglot gezelschap vertrekt om stipt negen uur. Mijn buurman-van-de-dag wordt Jef, een Amerikaan uit Florida die er eens een weekje uit moest, omdat hij completely desperate was. In de States is hij bouwondernemer, en volgens hem is dat een ongelooflijk stressvol bestaan.

Overigens: diezelfde avond laat zal ik hem in Reykjavik wederom tegen het lijf lopen, maar dan is hij - al bijna laveloos - op zoek naar de volgende kroeg.

De reisleider is ene Stefan, die tot mijn verwondering foutloos Nederlands blijkt te spreken. De man heeft anderhalf jaar lang de een toeristische opleiding gevolgd in Breda en Leeuwarden. Op IJsland hokt hij samen met de door hem meegevoerde, en inmiddels zwangere meid uit Venray.

Het zal een stralende dag worden. ’s Ochtends heeft het licht gevroren. Op verschillende plekken ligt er nog ijs op de weg. Op sommige plekken (o.a. bij een kleine visafslag) waar we stoppen is het spiegelglad. De bus rijdt aanvankelijk langs de Atlantische zuidkust, en zet dan via de zuidelijke Ringweg koers richting Skogafoss. Bij een busstop tref ik een paar uur later een paar anderen van het Nederlandse reisgezelschap; ze hebben een auto gehuurd en volgen nagenoeg dezelfde route als de bus. Vanwege de slechte staat van de, vaak onverharde, uit lavagruis bestaande wegen zal hun auto de route van de bus echter niet overal kunnen volgen.

Het landschap aan de linkerzijde is een honderd kilometers lange en hoge muur van goengrijze bergen met puinhellingen. Het vlakke gedeelte, naar de kust toe, is een kale grijze, soms ook groengele gletsjerdelta die doorsneden wordt door honderden kronkelende riviertjes en bergstromen. De Skogafoss is een 62 meter hoge waterval. Enorme watermassa?s donderen naar beneden en leveren een schitterende regenboog op.

Daarna rijden we over een piste van zwart lavagruis naar een subgletsjer van de Myrdallsjökull (1450 meter hoog). Het is de Solheimajökull. Om die te bereiken hoeven we slechts een paar honderd meter te lopen (en soms een beetje te klauteren) over een tapijt van mos en lava. Volgens reisleider Stefan is de gletsjer behoorlijk aan het smelten. Een paar jaar geleden kon de bus nog tot aan de voet van de gletsjer rijden. Het broeikaseffect eist dus ook op IJsland zijn tol. De Solheimajökull begint als een hoge, doorgroefde muur van ijs, gruis en sneeuw. Verder weg ligt de hoofdgletsjer, de Mydalsjökull, indrukwekkend en stralend in de felle zon. De beklimming van deze ijsklont houdt ik snel voor gezien: mijn schoeisel is er duidelijk niet op voorbereid.

De bus vervolgt zijn tocht langs de zuidkust, richting Vik. Daar zal de lunch worden gebruikt. Buiten lijkt het wel lente, ondanks de temperatuur die maar enkele graden boven nul is.

Na Vik wordt rechtsomkeert gemaakt. Een paar tientallen kilometers verder slaat de bus linksaf een lavagruisweg in, rul zwart zand is het. Stop bij het strand van Garbar (of: Halsanefshellir), een pikzwart lavastrand. Aan de rand van het strand rijzen hoge basaltformaties omhoog. Het lijken wel gigantische orgelpijpen, maar dan van gekristalliseerd basalt. In de verte zie je in het water van de oceaan de Vestmannsarchipel liggen: 15 eilandjes die zo’n 15.000 jaar geleden zijn ontstaan na een reeks vulkanische uitbarstingen.

In de gaten en holen in de rotswanden logeren vogelkolonies, In de verte zie je nog net de reusachtige gletsjers.

De reis gaat verder. Een nieuwe hoge waterval kondigt zich aan, de Seljalandfoss. Je kunt hier achter de brede band van neerkletterend water door lopen. Uiteraard wordt je toch nog nat, maar dan door de verwaaiende waternevels. Vanaf deze plek heb je zicht op de brede smeltwaterstromen van de Markarfljot die het gesmolten ijs van de Eyjafjallajökull en Myrdalsjökull afvoeren naar zee.

Ondertussen begint de lucht te betrekken, maar ook einde van de middag nadert al. Om half zeven terug bij Hotel Foss Baron in Reykjavik. Dan wordt het haasten. Ik ben nog net op tijd om een kwartier later al aan te schuiven bij het ‘afscheidsdiner’ in restaurant Laekjarbrekka, in het centrum van de stad. Het wordt een avond van veel vis, garnalen en uitstekende rode wijn.

November 14th, 2005

Dagboek IJsland, deel 4

Posted in: Literair, Travels — admin @ 16:30

Het is vandaag 4 oktober. Na een ontvangst en een lezing op de universiteit van Reykjavik, breng ik - met de anderen van het gezelschap - een bezoek aan het Nordic House, een instituut ter promotie van de Noord-Europese talen. Het is schitterend gehuisvest in een door de beroemde Finse architect Alvar Aalto ontworpen gebouw. In de kelderruimte is een bijzondere tentoonstelling ingericht van fantastische en modern vormgegeven sieraden (ook van prachtige houtsoorten). De gemiddelde prijs komt neer op 20.000 dollar. Een koopje, dus.

foto: een van de fraaiste foto’s van mijn IJsland-trip (vind ik)

’s Avonds staat de Blue Lagoon op het programma. Vijftien personen van de Hollandse groep hebben ingetekend, en de bus rijdt ons er naartoe. Het is iets onder het vriespunt als we uitstappen bij het helverlichte hoofdgebouw in het donkere lavaveld. Midden in die grillige, en onafzienbare, lavavlakte ligt een grillig melkblauwachtig meer te dampen in de vrieslucht. Het sterk mineraal houdende water dat hier met een temperatuur van 70 graden Celsius naar boven gulpt, is afkomstig van de nabijgelegen geothermische krachtcentrale. Midden in het opaalblauwe meer is het water nog altijd zo’n graad of 35, 40. Alles dampt en borrelt. De witte stoomwolken klimmen hoog de lucht in. Lossen daar op. In de buurt van de ‘bron’ lukt het niet je lang op te houden: de temperatuur van het water loopt daar op tot zo’n 50, zelfs 60 graden.

Volgens de kenners zou dit water heilzaam werken op allerlei huidaandoeningen. Je kunt ook nog een witte, zandachtige smurrie uit de her en der langs de rand opgestelde bakken scheppen om er je lijf mee in te smeren. Binnen een paar minuten heb ik me toegetakeld met een schoonheidsmasker op mijn snuit. Het melkachtig blauwe water is een beetje stroperig. De omringende lavavelden steken onheilspellend af tegen de donkere lucht. De vrieskou voel je niet, zelfs al loop je over het uit planken getimmerde pad tussen de verschillende baden. En je hebt toch alleen maar een zwembroek aan.

Als ik om half tien terug ben in het hotel toch nog maar even onder de douche (ook al heb ik dat in de Blue Lagoon ook al gedaan). De laatste resten witte smurrie en het vette Blue Lagoonwater van je afspoelen.

Helemaal loom, en waarschijnlijk nog nadampend, even een wandeling naar de Laugavegur in het centrum voor een glas koel, maar altijd te duur bier. Het nachtleven van Reykjavik is weer bruisend op deze vrijdagavond. Af en aan rijden weer de donkere, meidenshoppende auto’s door de straat voor een amoureuze rit: paradise by the dashboard light.

foto: als herboren….

November 13th, 2005

Hallgrimur Helgason: 101 REYKJAVIK

Posted in: Literair, Travels — admin @ 10:18

Vandaag geen dagboeknotities (die komen morgen weer), maar terug naar de literatuur: een wat meer controversieel boek dan het boek van Laxness. Maar wel van IJslands fabricaat.

 

 

“Het meest schandalige aan de roman van Hallgrimur Helgason is dat hij zo verdomd goed geschreven is”, schrijft de Sydsvenska Dagbladet. Omdat in de Nederlandse boekhandel de IJslandse literatuur niet op grote stapels voorhanden is, is het maar goed dat een vertaalsubsidie van het Cultuur 2000-programma van de Europese Unie in ieder geval een bijdrage geleverd heeft om althans één stapeltje in de verkoop te krijgen. Inmiddels is het boek van Helgason, ‘101 REYKJAVIK’ (1986) ook door Meulenhoff uitgegeven, Tevens is het inmiddels verfilmd.

Waar dit ’schandalige boek’ dan over gaat? Dat is over een bijna decadent westerse situatie: tegen de achtergrond van het nachtleven van Reykjavik ontdekt een IJslandse jongeman (Hlyn Björn 28 jaar) dat hij de geliefde van zijn lesbische moeder zwanger heeft gemaakt. Met gemak zou deze roman zich dus ook in Amsterdam of Berlijn af kunnen spelen.

101 Reykjavik is een ontspoorde komedie waarin de al genoemde Hlyn Björn zich bewust werkloos door het leven probeert te slepen met slechte sateliettelevisie, pornovideo’s en internet als geestelijke hoogtepunten.

 

[foto: zonsopgang boven de baai van Reykjavik, tegenover mijn hotel] 

Nu is het leven in IJslands hoofdstad nog een orgie van ‘fun’ te noemen als je je het uitgaansleven in de rest van het land probeert voor te stellen. Maar ook in deze winderige provinciestad (althans naar onze maatstaven gemeten) kost het Hlyn moeite om aan zijn entertainment of aan zijn gerief te komen. Ook zijn veelvuldig bezoek aan biertenten en andere uitgaansgelegenheden rondom de hoofdstraat van Reykjavik (de Laugavegur) leveren hem niet de gewenste ontspanning. Zelf heb ik een paar weken geleden ook nog enkele cafés in deze straat bezocht, en ik moet toegeven, het is geen Las Vegas of een zinderende nachtparty op Ibiza wat hier te zien is.

Overigens komt het karakter van deze Hlyn als zeer irritant uit de tekst tevoorschijn. Meestal is hij onuitstaanbaar, zowel voor zijn moeder als zijn vele instant vriendinnen. Een enkele keer weet hij vertedering op te wekken, maar ook dan ontkom je niet aan de gedachte dat zijn gedrag strategisch is bedoeld.

Met eigengereid gedrag rekent hij genadeloos af met burgerlijke zekerheden en conformisme.

Na een tijdlang de tijd verdreven te hebben met het kijken naar pornovideo’s, cafébezoek annex biergebruik, en het aan het lijntje houden van zo’n burgerlijke tandartsdochter (Hofi) wordt de dagelijkse sleur op een dag abrupt doorbroken door de verschijning van een warmbloedige Spaanse del, Lolla geheten. Deze ‘pot’ die in huis komt om letterlijk het bed te delen met Hlyns moeder, eveneens al lange tijd uit overtuiging lesbisch, blijkt meer met Hlyn te delen dan alleen een passie voor de Spaanse flamenco. In het dagelijkse leven is Lolla begeleidster van alcoholverslaafden in Reykjavik.

Hlyn komt klem te zitten in de driehoeksverhouding die ontstaat wanneer hij bij Lolla het nest induikt, als zijn moeder op familiebezoek is in Akranes, een - ook weer tochtig - stadje, op een 50 kilometer ten noorden van Reykjavik. Hij probeert vervolgens een manier te vinden om zijn persoonlijke variant van het aloude zijn-of-niet-zijn-dilemma te overwinnen. Zeker op het moment dat geconstateerd wordt dat Lolla zwanger van hem is, weet hij even niet goed op welk been hij nu gezet is. Uiteindelijk wordt de baby natuurlijk op een volledig natuurlijke wijze opgenomen in het wat onorthodoxe ‘gezin’. En toch blijft Hlyn met vragen worstelen, die zijn IJslandse Oedipus-complex een wat typisch karakter geven. Want hij blijkt niet in staat de worsteling met de vraag of hij nu de vader van zijn broer (of zus) zal worden, naar behoren op te lossen.

[foto: landschap in de buurt van de geothemische centrale van Nesjavellir] 

Zo’n 378 pagina’s heeft deze roman dan geduurd. Een verhaal dat weinig op de kous heeft, maar het meer moet hebben van zijn spetterend proza. Er zijn onmiskenbare overeenkomsten met het werk van Charles Bukowski, en de psychedelische teksten van de Amerikaanse ‘on the road’ schrijvers uit de flower power-tijd. Kerouac revisited. Zinderend proza is het zo nu en dan, hoewel het soms op een kunstje gaat lijken, als Helgason zijn associatieve woordenbrij te veel vrijheid geeft. Zijn ’stream of consciouness’ gaat een aantal malen ongebreideld met hem op de loop, maar omdat het zo’n krachtig en meeslepend proza is laat je je graag op deze woeste stroom meevoeren.

Over een aantal tekstuele eigenaardigheden wil ik het toch nog even hebben.

Ten eerste worden de personen die in de roman optreden, vooraf gecast, in de vorm van een rolverdeling voor een toneelstuk of een film. De grote rollen worden zo verdeeld, de rest wordt aangeduid als ‘familieleden, taxichauffeurs, orgaanleveranciers, barmannen, snuiters, mensen, hoeren, winkelbedienden, nieuwslezers e.a.’.

De handeling speelt zich voornamelijk af binnen postcodedistrict 101 van Reykjavik (in het centrum van de stad).

Een tweede opmerkelijke vondst is het feit dat Helgason alle meiden en vrouwen die in de roman voorkomen (en dat zijn er nogal wat) kwalificeert op basis van een bedrag aan IJslandse kronen. Een kwalificatie die gebaseerd is op de combinatie van uiterlijke schoonheden en sexueel libido. Achter in het boek is deze ‘prijslijst’ opgenomen. Het is een opklimmende reeks die vier volle pagina’s beslaat, en oploopt van de ‘aardappelzakmoeder’ (100 kroon) tot Pamela Anderson die 4.700.000 kroon waard is. Tachtig kroon is ongeveer 1 euro. In de opsomming figureren vrouwen als het ‘flikkerwijffie’ (10.000), Chelsea Clinton (35.000), ‘dansende tieten op feest’ (50.000), Miss IJsland (110.000) en Cameron Diaz (3.900.000).

[foto: de Kerid krater: helse kleurenpracht] 

Tenslotte nog iets over de film 101 Reykjavik (2001). De regie is in handen van Balthasas Kormakur, en de bekende Spaanse actrice Victoria Abril speelt de Spaanse Lolla. Hlyn wordt gespeeld door de mij onbekende IJslandse acteur Hilmir Snaer Gudnason. De muziek is van Einar Benediktsson (nog samen opgetreden met het IJslandse fenomeen Björk en Darmon Albarn (bekend van Trainspotting).

Het einde van de film is overigens anders dan in het boek, want de film eindigt met beelden van Hlyn die zich horizontaal in de sneeuw heeft uitgestrekt om te sterven (overeenkomstig het gebruik van de Inuit eskimo’s), maar die deze zelfmoordpoging ziet stranden, omdat het gaat regenen.

[foto: breuk in de aardkorst bij Pingvellir] 

Morgen weer verder met de dagboeknotities.

November 12th, 2005

Dagboek IJsland, deel 3

Posted in: Literair, Travels — admin @ 6:42

Het is vandaag 2 oktober; de ‘Golden Circle’ staat op het programma, de meest bekende toeristische trekpleisters van IJsland. De bustocht zal de hele dag duren.

Eerst naar misschien wel de ‘heiligste’ plek van IJsland: Pingvellir, de plaats waarhet eerste IJslands Parlement, de AlÞ©thing, bij elkaar kwam. Het is tegelijkertijd de plek waar IJsland het meest in beweging is. Met name de brede kloof die gevormd wordt door de Noord-Amerikaanse Plaat en de Euraziatische Plaat is kenmerkend. Verder is er een groot gedeelte vrij plat, dooraderd met rivieren, maar er zijn ook watervallen. Het land wordt hier letterlijk elk jaar een paar centimeter uit elkaar getrokken. De luchten zijn wisselend, doen denken aan het Ierland van Marten Toonder.

Daarna staat een bezoek aan de geothermische centrale van Nesjavellir op het programma. Witte stoomwolken kringelen omhoog uit het spectaculaire geel-bruin-groene heuvelachtige landschap, met fjorden en meren in de verte. Rondleiding.

foto: scheurende aarde, maar IJslands kleuren blijven verbazen…

Rond het middaguur arriveren we in Geysir, midden in het geothermische gebied van Haukadalur. Om de 10 minuten spuit de oude Strokkur zijn heet water sissend de lucht in. De zwaveldamp hangt penetrant over het hele gebied. Alles is zeiknat. De bodem biedt alle kleuren van de regenboog.

foto: zwaveldampen stijgen op uit het golvende mosland bij Nesjavellir…

Het meest indrukwekkende van de dag moet dan nog komen. Het is de Gulfoss (de Gouden Waterval). Hiert stort het water van de Hvlita die ontspringt bij de Langjökull-gletsjer (vanaf deze plek goed te zien, schitterend in de zon) zich met donderend geweld over twee achter elkaar gelegen brede rotstrappen, respectievelijk 11 en 21 meter hoog. En ook nog over een breedte van wel bijna 100 meter. De klauterende wandeling naar het spectaculaire natuurverschijnsel levert je een volledig nat pak op, vanwege de waternevels die je omgeven. Maar je zou het niet willen missen.

foto: de oude geiser Strokkur bij Geysir doet het nog, effe wachten…

Op de terugweg naar Reykjavik maken we nog een stop in Skalholt, eeuwenlang het geestelijk centrum van IJsland. En om de dag waardig te besluiten nog een stop bij de uitgedoofde vulkaankrater Kerid, met een klassiek kratermeer van 55 meter diep. Fantastische kleuren biedt dit vulkanische amfitheater: geel, oker, rood, bruin, alles is er.

’s Avonds eten in het centrum van Reykjavik. Op de Laugavegur draaien de IJslandse bolides weer hun vertrouwde amoureuze rondjes, een wel heel bijzondere vorm van zinderend nachtleven, muziek en koplampen aan. Buiten staat er inmiddels een snijdend koude wind als we nog een kroeg opzoeken die weekmakende rode wijn biedt. Met de tram terug naar het hotel.

De dagboeknotities gaan overmorgen verder.

foto: de Gulfoss-watervallen: machtig natuurgeweld…

November 11th, 2005

We gaan verder met Onafhankelijke Mensen

Posted in: Literair, Travels — admin @ 16:03

Vandaag het vervolg van de roman ONAFHANKELIJKE MENSEN (zie voor het begin het weblog van gisteren), tevens het slot. Morgen ga ik weer verder met mijn dagboeknotities van het verblijf op IJsland.

 

Het huis van boer Bjart raakt dus weer aardig gevuld. Bovendien slaagt de gemeentebestuurder er ook nog in hem een koe aan te praten, een beest waarvan hij het nut helemaal niet ziet zitten, want aan schapen heeft hij immers meer dan voldoende.

De dochter groeit op, en meer dan 12 jaar verder, neemt hij haar op een dag mee naar een dorpje aan de kust om er zijn wol te verkopen. Voor Asta Sollilja de gelegenheid om het echte leven te leren kennen. Ondanks de waarschuwingen van stiefvader Bjart voor de decadentie waaraan zich de burgerlijke jongens en meiden overgeven, raakt ze niettemin onder de indruk van het leven buiten het Zomerhuis. Half incestueus overnacht ze met hem in é©® bed, waarbij Bjart er slechts ternauwernood in slaagt zijn seksuele lusten te onderdrukken.

Maar dan ineens, aan het begin van de lente, gaat het slecht met zijn schapen. Het slechte weer en het ontbreken van droog hooi zijn er de oorzaak van dat er tientallen overlijden. Ook nu weer is Bjart te koppig om het hem door de gemeentebestuurder aangeboden hooi op te gaan halen. Zelfs doodt hij de koe. En ook zijn tweede vrouw (die hem overigens ondertussen weer een paar zonen geschonken heeft) overlijdt, aan de gevolgen van de honger en andere ontberingen. Kortom, Laxness schildert als de IJslandse Victor Hugo de wereld van de ‘Les Misérables’.

Als Bjart zijn kinderen lange tijd alleen laat om in de stad voor geld te gaan werken (op zich al een nederlaag die hij moet slikken) stuurt hij een leraar naar hen toe om ze te onderwijzen. Het mag allemaal niet baten: de nietsnut maakt Asta Sollilja zwanger en zijn open tbc draagt hij op haar over.

Behalve zijn gevecht met de natuurlijke omstandigheden moet Bjart ook nog eens het gevecht aangaan met het bovennatuurlijke. Op zijn boerderij ligt een vloek: eeuwen geleden is de feeks Gunnvör en verbond aangegaan met het monster Kolumkilli. Na haar dood blijft Gunnvör e bewoners uit haar vroegere omgeving kwellen en een voor een zijn ze gedwongen hun verwoeste boerderij te verlaten. Bjart trotseert de geesten uit het verleden, ontkent hun bestaan, gelooft niet in spoken, maar krijgt er telkens toch mee te maken.

[foto: de nieuwe kerk in Reykholt; in de sous-sol het museum van Snorri Sturluson]

ONAFHANKELIJKE MENSEN is een boek vol poëtisch taalgebruik, ironie, humor, cynisme en drama. En, zoals ik al zei, een moderne IJslandse saga, vol meeslepende volzinnen van soms wel een halve pagina. Het is een roman in de traditie van de EDDA, IJslands beroemdste saga, maar waarschijnlijk door weinigen gelezen hier in Nederland, ook niet door mij.

In 1955 krijgt Halldor Laxness de Nobelprijs voor literatuur. In zijn eigen land wordt hij er echter niet om geëerd. Zelfs wordt hij in de jaren ?60 door zijn uitgever als communist bestempeld en op de zwarte lijst gezet. Vanaf dat ogenblik werden zijn boeken niet meer in IJsland uitgegeven. Pas in 1997 werd ONAFHANKELIJKE MENSEN weer herdrukt, ironisch genoeg bij dezelfde uitgever die hem indertijd in de ban had gedaan.

[foto: de dampen van de Strokkur-geiser in Geysir]

Next »
 
  • ON THE ROAD naar Santiago de Compostela

  • Sint Jacobus leidt me door braamstruiken en naar bierloze cafés

  • New York op doek: nieuwe schilderijen

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 20

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 19

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 18

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 17

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 16

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 15

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 14

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 13

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 12

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 11

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 9

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 8

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 7

  • Christo in Central Park New York

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 6

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 5

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 4

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 3

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 2

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 1

  • Sleepless in Manhattan - intro

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 17

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 16

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 15

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 14

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 13

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 12

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 11

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 9

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 8

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 7

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 6

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 5

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 4

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 3

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 1

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico García Lorca 1

  • BINNENKORT IN DIT THEATER: ANDALUSIË

  • Hermitage: het zomerpaleis van Nicolaas II aan de Amstel

  • Wajauw? Met Ahmed Marcouch en Hans Laroes naar Brooklyn aan de Maas

  • Luik: van nu en toen, van Calatrava en Les Olivettes

  • Geen Pim Pandoer, wel Beethoven in ’s Heerenberg

  • Spaanse La Notte in het Hollandse Slot Loevestein

  • Van Gogh en de kleuren van de nacht in Amsterdam

  • Opnieuw de ruimte in: A Space Odyssey 2

  • Schilderen: een lange winter met gebrande omber sienna

  • Paradise by the dashboard light

  • Shipbreaking op doek. Met dank aan Edward Burtynsky - Work in Progress

  • Ode Maritima aan Fernando Pessoa

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 16

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 15

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 14

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 13

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 12

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 11

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 10

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 9

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 8

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 7

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 6

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 5

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 4

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 3

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 2

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 1

  • MANHATTAN TRANSFER

  • Corrida aan het einde van de Indian Summer

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 14

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 13

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 12

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 11

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 10

  • Intermezzo: Lucien zingt Lee Towers

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 9

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 8

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 7

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 6

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 5

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 4

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 3

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 2

  • Valencia: tapas op de Feria van Calatrava 1

  • VALENCIA: tapas op de Feria van Calatrava

  • Feria Andaluza in Boom België, of all places

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 15 / slot

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 14

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 13

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 12

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 11

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 10

  • Powered by ME :) !! en MainCore
    Blog (c) WordPress 1.5 Theme created by McMike and Mr-Godd