October 30th, 2005

Het Stalinorgel van Gert Ledig brult om vergelding

Posted in: Literair — admin @ 13:57

 

Vandaag wordt in Dresden de destijds door Amerikaanse bombardementen volledig verwoeste Frauenkirche weer ingewijd. Het heeft 130 miljoen euro en 60 jaar gekost om de wederopstanding voor elkaar te krijgen. Voor Dresden is de Tweede Wereldoorlog nu afgelopen. Terug naar 1940-1945.

HET STALINORGEL van Gert Ledig is een van de weinige boeken uit de reeks OORLOGSDOMEIN die ik nog niet in mijn bezit heb. Binnenkort dit gemis maar eens zien op te lossen. Ook dit boek speelt zich af aan het Oostfront: de strijd om een heuvel in de buurt van Leningrad, in de zomer van 1942. Het boek werd bij verschijnen (pas in 1955) onmiddellijk een internationaal succes. Velen beschouwen HET STALINORGEL als het beste boek over de Tweede Wereldoorlog. Toch is de naam van de auteur op dit ogenblik nauwelijks bekend. En dat is jammer. Want zowel HET STALINORGEL (1955) als VERGELDING (1956) ook na jaren nog goed leesbare boeken. Maar misschien komt het gewoon omdat de schrijver, Gert Ledig (in 1999 overleden) zich zo volkomen uit de publiciteit had teruggetrokken. Kort na elkaar had hij in de jaren vijftig drie boeken geschreven over zijn oorlogservaringen. In 1957 stokte zijn literaire productie met het verschijnen van FAUSTRECHT (1957), nog steeds niet in het Nederlands vertaald. En ook dat is een gemis.

HET STALINORGEL van Gert Ledig is een van de weinige boeken uit de reeks OORLOGSDOMEIN die ik nog niet in mijn bezit heb. Binnenkort dit gemis maar eens zien op te lossen. Ook dit boek speelt zich af aan het Oostfront: de strijd om een heuvel in de buurt van Leningrad, in de zomer van 1942. Het boek werd bij verschijnen (pas in 1955) onmiddellijk een internationaal succes. Velen beschouwen HET STALINORGEL als het beste boek over de Tweede Wereldoorlog. Toch is de naam van de auteur op dit ogenblik nauwelijks bekend. En dat is jammer. Want zowel (1955) als (1956) ook na jaren nog goed leesbare boeken. Maar misschien komt het gewoon omdat de schrijver, Gert Ledig (in 1999 overleden) zich zo volkomen uit de publiciteit had teruggetrokken. Kort na elkaar had hij in de jaren vijftig drie boeken geschreven over zijn oorlogservaringen. In 1957 stokte zijn literaire productie met het verschijnen van (1957), nog steeds niet in het Nederlands vertaald. En ook dat is een gemis.

 

 

 

VERGELDING is een radicaal boek over een geallieerde vergeldingsaanval op een Duitse stad in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog. Het is de literaire verwerking van Gert Ledigs eigen nachtmerrie: tweemaal gewond in de strijd om Leningrad keerde hij in 1942 naar huis terug en verwerkte zijn ervaringen in een huiveringwekkende, caleidoscopische roman. Ledig spaart de lezer niet: de mensen die proberen te overleven temidden van de vuurstorm, de onder het puin bedolven burgers in schuilkelders, de neerstortende piloten die terechtkomen in de brand die ze zelf ontketend hebben - iedereen is zonder onderscheid slachtoffer van een onontkoombaar infernaal scenario.

In Duitsland was de heruitgave van het boek in 1999, direct na de dood van Ledig, aanleiding tot een discussie in de media over het eigen, Duitse oorlogsleed in relatie tot de verschrikkingen van de holocaust.

In VERGELDING intensiveerde de auteur het door hem al in HET STALINORGEL toegepaste procédé van de mozaïekachtige montage van synchrone gebeurtenissen. Had hij in zijn debuut voor een tijdsbestek van achtenveertig uur gekozen (met een epiloog die drie dagen later speelde), in VERGELDING concentreerde hij het gebeuren tot zeventig minuten: dat lange uur op een julimiddag in het jaar 1944, dat het bombardement van een niet nader genoemde Duitse groet stad in beslag neemt. In dat opzicht een zeer modern gecomponeerd boek.

Het is de laatste aflevering in de serie weblogs over de reeks OORLOGSDOMEN. Louis-Ferdinand Céline zal zeker niet in deze reeks worden opgenomen. Daarvoor zijn zijn beschrijvingen van zijn oorlogservaringen in het Frans-Vlaamse grensgebied tussen Somme en IJzer niet echt geschikt, want ze vormen een niet los te weken onderdeel van zijn magistrale roman REIS NAAR HET EINDE VAN DE NACHT. Iedereen die gecharmeerd is van de reeks OORLOGSDOMEIN, zou zich nu onmiddellijk moeten storten op Célines meesterwerk. Als slot het volgende en laatste fragment. Léon Robinson aan het woord.

Hij vertelde me hoe zijn regiment de vorige dag ’s ochtends vroeg op de vlucht geslagen was voor onze jagers te voet, die bij vergissing dwars over het veld het vuur op zijn compagnie geopend hadden. Ze werden op dat ogenblik niet verwacht. Ze waren drie uur te vroeg. Verrast hadden toen de uitgeputte jagers ze doorzeefd met kogels. Ik kende dat deuntje, het was mij ook overkomen.Je snapt zeker wel dat ik ervan geprofiteerd heb! Voegde hij er aan toe. Robinson, heb ik tegen mezelf gezegd! Zo heet ik, Robinson!… Léon Robinson! “Je moet ertussenuit knijpen, nu of nooit, heb ik tegen mezelf gezegd!… Waar of niet” Ik ben toen langs een bosje gelopen en daar, moet je je voorstellen, zag ik onze kapitein. Hij leunde tegen een boom, ze hadden ‘m goed lens geschoten, de kapitein!… Hij was bezig te creperen. Hij hield z’n broek met beide handen op en spuugde. Hij zat onder het bloed en rolde met z’n ogen. Hij was helemaal alleen. Hij ging eraan. “Moeder! Moeder!” griende hij terwijl hij krepeerde en het bloed z’n broekspijpen uitliep.  

October 29th, 2005

Met Reese en Kononov naar het Oostfront

Posted in: Literair — admin @ 14:18

HET NAAKTE PIONIERTJE van Michail Kononov wordt door de schrijver zelf aangeprezen als een erotisch oorlogssprookje, in acht vuurspuwende hoofdstukken, met een montere oorlog en een fiere blokkade, met zuivere liefde en smerige seks, met het gedreun van de psychopropedeutische schoten van generaal Zoekov, van dichtbij en in het wilde weg, en tevens met de gefixeerde beschrijving van de Heilige Maagd en de strategische nachtvluchten van een poedelnaakt pioniertje.

In het boek van Michail Kononov woordt de oorlog aan het Oostfront door jongemeisjesogen bekeken. Het door een Russisch regiment op sleeptouw genomen tienermeisje Moecha bedrijft soldatenseks als haar bijdrage aan ‘het collectief’. ’s Nachts verlaat ze haar misbruikte lichaam om spiernaakt - als een Chagall-figuur - over de vijandelijke linies en het ingesloten Leningrad te vliegen. Op deze droomvluchten aanschouwt ze het onuitsprekelijke oorlogsleed. Het zal niet verbazen dat fantasie en werkelijkheid in dit boek behoorlijk door elkaar lopen, maar dat maakt het geheel alleen maar indrukwekkender. Toch duurde het behoorlijk wat jaren, voordat het in Rusland gepubliceerd kon worden, want Kononov haalt heel wat mythes met betrekking tot de ‘Grote Vaderlandse Oorlog’ onderuit. Hij legt op schokkende wijze de obsceniteit van de oorlog en het optreden van de beruchte generaal Zoekov bloot.

Willy Peter Reese is twintig jaar oud als hij in 1941 naar het Oostfront vertrekt. Omdat hij niets liever wil dan schrijver worden, houdt hij een dagboek bij, en deze notities bewerkt hij, nog voor zijn dood aan het front in 1944, tot een indrukwekkend relaas over zijn eigen teloorgang: MIJZELF MERKWAARDIG VREEMD, met als ondertitel: ‘De ontmenselijking van de oorlog; Rusland 1941-1944′. Het boek werd bezorgd door de Duitse Stern-verslaggever Stefan Schmitz, die aan het einde van het boek ook nog een eigen essay aan vastplakt: “We woonden in het verval van de ziel”.

Reese noteert de wreedheden die miljoenen in dienst van de Wehrmacht verzwegen hebben, en constateert - misschien tot zijn eigen verbijstering - ook bij hemzelf de transformatie tot een staalharde vechtmachine. Het niets verhullende ooggetuigenverslag van de strijd aan het Oostfront, de registratie van zijn eigen desintegratie en de precieze literaire verwoording van dat proces maken Reeses, na zestig jaar teruggevonden, manuscript tot een literaire ontdekking van de eerste orde.

Reese verblijft tot begin 1944 in de stellingen aan de rivier de Dnjepr. Met Kerstmis 1943 is hij tot korporaal bevorderd. Zijn laatste beschrijvingen gaan over een sledevaart op 12 januari 1944 en zijn gedachten die deze tocht naar boven haalt: “Jaren vlogen voorbij, de dood raasde over de arde, God en sterren stierven in het avondland en de wereld was in oorlog. Ik was soldaat in gevaren en pijn, zwerver, avonturier in het Al. Maar ik hield van het leven.?”

En dan is er toch altijd weer Louis-Ferdinand Céline. Het begint zo langzamerhand op zijn deuntje te lijken. Over de schoonheid van een brandend dorp, ditmaal. 

Zelfs op twintig kilometer afstand kun je goed zien hoe een dorp afbrandt. ‘t Is een vrolijk gezicht. Je kunt je niet voorstellen wat voor effect het geeft als een gehucht van niets, dat je overdag in het miezerige landschap niet eens zou opmerken, ’s nachts in vlammen opgaat! Net de Notre-Dame! Een dorpje, zelfs een klein dorpje, doet er wel een hele nacht over om af te branden., op ‘t laatst lijkt ‘t wel een reusachtige bloem, dan alleen nog maar een knop, en dan niets meer.

Dan zie je wat rook, en dan is ‘t ochtend.

De paarden lieten we gezadeld in het veld naast ons staan, ze verroerden zich niet. Wij gingen pitten in het gras, behalve één, die natuurlijk de wacht moest houden, als ‘t zijn beurt was. Maar met het kijken naar een brand gaat de nacht veel sneller voorbij, dan kun je er veel beter tegen, je bent niet meer zo eenzaam.

October 28th, 2005

Ernst Jünger: In Stahlgewittern

Posted in: Literair — admin @ 17:45

Voordat ik uit de serie OORLOGSDOMEIN het boek OORLOGSROES (IN STAHLGEWITTERN) van Ernst Jünger gelezen had, had ik al met de schrijver kennisgemaakt in zijn twee, in de serie Privé Domein uitgegeven delen van het PARIJS DAGBOEK, respectievelijk over de jaren 1941-1943 en 1943-1944. Ernst Jünger werd in 1939 gemobiliseerd en maakte als kapitein der infanterie de Duitse opmars naar het westen mee, in de maanden mei-juni 1940. In 1941 werd hij opgenomen in de staf van de Militär Befehlshaber in Parijs. Jünger maakte van zijn positie vooral gebruik voor Eigene Arbeit. Jünger die, tot de nazi’s aan de macht kwamen, een invloedrijke figuur was zowel in rechts-conservatieve als in links-radicale kringen, hield zich verre van het nazisme en onderhield in 1944 contacten met de militaire fronde tegen Hitler, die tot zijn ontslag uit de Wehrmacht zou leiden, al had hij niet daadwerkelijk aan de opstand van de 20e juni deelgenomen.

Het boek OORLOGSROES gaat echter niet over de Tweede, maar over de Eerste Wereldoorlog. Hij beschrijft er zijn eerste frontervaringen in. Ook Jünger geeft, net als een aantal andere auteurs uit de reeks OORLOGSDOMEIN, een realistisch beeld van de verschrikkingen in de loopgraven.. Het boek documenteert tevens de opkomst van een moderne vorm van oorlogsvoering, met de inzet van gifgas en de grootschalige materiaalslag, waarin voor het individu geen plaats meer is. Desondanks weet de ’staaleroticus’ Jünger de frontervaring nog een zekere glans te verlenen.

Jüngers heroïsche opvatting van de oorlog, met haar nadruk op de roes en de broeierige romantiek van de collectieve oorlogservaring, geeft zijn schildering van de oorlog een bijzondere, provocatieve esthetiek.

Terwijl Barbusse, Manning en Graves met name het ontmenselijkende karakter van de infernale artillerie- en loopgravenoorlog belichtten, zag Jünger nog kans de zinloosheid van de volledig gemechaniseerde frontervaring te verbloemen door de suggestie van een heroïsche individualiteit: “In deze oorlog, waarin eerder een bepaalde ruimte dan afzonderlijke mensen onder vuur werden genomen, had ik niettemin bereikt dat elf van deze projectielen op mij persoonlijk gericht waren geweest.” Jünger telde aan het einde van de oorlog zijn verwondingen als waren het zegeningen. Hij speldde met trots de Gouden Medaille voor Gewonden op zijn borst en mocht de orde Pour le Mérite van de Duitse keizer ontvangen. HET VUUR, GESLACHT en DAT HEBBEN WE GEHAD zijn onmiskenbaar anti-oorlogsboeken, OORLOGSROES is dat zeker niet. Maar ook Jünger meet de monotonie, de verschrikkingen en de erbarmelijke omstandigheden van het dagelijks leven in de loopgraven breed uit. Maar in het hele boek blijft een zeker dagboekkarakter behouden.

We gaan weer OP REIS NAAR HET EINDE VAN DE NACHT. Louis-Ferdinand Céline speelt er de anti-held, de loser, maar ook de argeloze soldaat die er ingeluisd is, in een vuile oorlog uiteraard. Weer een fragment.

Zou ik dan de enige lafaard op aarde zijn? Vroeg ik me af. En ik huiverde bij die gedachte!… Verloren tussen twee miljoen heldhaftige idioten, die buiten zichzelf waren en gewapend tot de tanden? Met helmen, zonder helmen, zonder paarden, op motoren gierend, in auto’s, fluitend, schietend, samenzwerend, vliegend, knielend, gravend, ‘m smerend, zwenkend op weggetjes, knallend, gekluisterd aan deze aarde als in een cel, om alles te vernietigen, Duitsland, Frankrijk, werelddelen, om alles wat leeft te vernietigen, nog doller dan honden, omdat ze hun eigen dolheid vereren (wat honden niet doen), duizend maal doller dan duizend honden en zoveel valser! ‘t Was een fraaie boel! Ja, nu begreep ik ‘t, ik was in een apocalyptische kruistocht terechtgekomen.Als beginneling sta je net zo stuntelig tegenover de Gruwel als tegenover de wellust. Hoe had ik al dit gruwelijks kunnen vermoeden toen ik de Place Clichy verliet? Wie had, voordat hij de oorlog werkelijk meemaakte, kunnen voorzien wat er allemaal bij die smerige, heldhaftige en luie mensen verborgen zat? Nu werd ik meegesleurd in de massale vlucht naar de gemeenschappelijke moord, naar het vuur. Het kwam uit de diepte op en het was geschied.

October 27th, 2005

Graves en Manning: Goodbye to all that!

Posted in: Literair — admin @ 17:32

Samen zijn ze goed voor zo’n 800 pagina’s Eerste Wereldoorlog, de twee oorlogsromans van Frederic Manning en Robert Graves. Het boek HER PRIVATES WE (in het Nederlands gepubliceerd onder de titel GESLACHT) van Frederic Manning verscheen in 1930. Pas in 1957 kwam de eerste officiële uitgave van GOODBYE TO ALL THAT (Nederlandse titel: DAT HEBBEN WE GEHAD) van Robert Graves uit, hoewel hij het achtentwintig jaar eerder al had geschreven en in een beperkte oplage
in eigen beheer had gepubliceerd.

GESLACHT van Frederic Manning werd bij het verschijnen geprezen door een peloton van niet-de-eerste-de-besten: Ezra Pound, Ernest Hemingway, T.E. Lawrence en E.M. Forster. Ze waren lovend over Mannings beschrijvingen van het dagelijks leven achter de frontlinies. Hoofdpersoon is soldaat Bourne. Hij deelt het lot van honderdduizenden die ploeterden in hitte en koude, die werden uitgestuurd op onmogelijke missies. Vaak keerden ze niet terug van die missies. Soldaat Bourne is Mannings alter ego. Hij deelt zijn voorkeur voor kortgeknipt haar, zijn liefde voor paarden en zijn veslaving aan sigaretten en alcohol. Manning volgt Bourne en zijn strijdmakkers, ze trekken steeds dichter naar elkaar toe in de wetenschap dat ze eenmaal ‘over de top’ in het niemandsland tussen de linies, uiteindelijk moederziel alleen zullen zijn.

GESLACHT heeft weinig uitstaande met feitelijke gevechtshandelingen, het meeste speelt zich af achter de linies, in de reserveloopgraaf. Bourne zelf is een ppeinzerig man, zwijgzaam, een bijna luguber figuur, een ouder man ook, goed opgeleid.

Manning zelf (geboren in Australië meldde zich pas in 1915 als vrijwilliger aan bij het Engelse leger. Zijn nummer: 19022, hetzelfde nummer als soldaat Bourne toegewezen krijgt in zijn boek.

DAT HEBBEN WE GEHAD is met HET VUUR van Henri Barbusse misschien wel het boek dat het meest tot de verbeelding sprekende beeld schetst van de loopgravenoorlog in de oorlog van 1914-1918. Een klassiek oorlogsboek, zou je het kunnen noemen. Het is een persoonlijk verslag van een aanhoudend zinloos bloedvergieten. Het beschrijft op een zeer indringende manier de wanhoop en de gekte in het slijk van de Franse en Vlaamse loopgraven, waar ook Louis-Ferdinand Céline zijn portie oorlogservaringen opdeed. Daarnaast is het boek een weergaloos tijdsdocument, ook van de jaren na het einde van de oorlog.

De schrijver, Robert Graves, keerde in 1927 Engeland de rug toe, geeft in DAT HEBBEN WE GEHAD een uiterst venijnige kritiek op de talloze politieke en litteraire figuren uit zijn omgeving. Graves ontmaskert cynisch de officiële oorlogspropaganda die in alle oorlogen een maskerende rol speelt, en die dus per definitie gewantrouwd moet worden. In dat licht dienen ook de berichten over de huidige oorlogssituaties (Irak, Kaukasus, Congo en ga zo maar verder) beschouwd worden. Elke partij geeft zijn eigen beeld van de strijd. Het beeld dat Robert Graves uit de loopgraven laat oprijzen, staat echter nog steeds. Soms ruik je de geur van rottend mensenvlees, de wegterende kadavers van gevelde paarden, oud zweet en lichaamsvuil, zware natte jassen en de brandlucht die door de wind wordt aangevoerd. Maar helaas, DAT HEBBEN WE GEHAD: op naar de volgende oorlog. We krijgen er nooit genoeg van.

Terug naar Louis-Ferdinand Céline. Als geen ander is het een meester in het beschrijven van de infernale taferelen die zich afspeelden rond en in de loopgraven. Een volgend fragment uit REIS NAAR HET EINDE VAN DE NACHT.

En toen niets meer. Daarna, alleen maar een vlam, met lawaai erbij. Maar dan een lawaai zoals je nooit zou geloven dat het bestond. M’n ogen, oren, neus en mond waren opeens zo vol lawaai dat ik werkelijk dacht dat dit het eind betekende, dat ik zelf vuur en lawaai was geworden.

Maar nee, de vlam verdween, het lawaai bleef lang in m’n hoofd hangen, en m’n armen en benen beefden alsof iemand ze van achteren heen en weer schudde. ‘t Leek of mijn ledematen er vandoor gingen, maar ze bleven toch bij me. In de rook, die nog lang daarna in m?n ogen prikte, bleef de scherpe geur van kruid en zwavel hangen, alsof men de luizen en vlooien van de hele wereld wilde verdelgen.

October 26th, 2005

Oorlogsberichten uit Vietnam en Tsjetsjenië

Posted in: Literair — admin @ 17:44

Omdat de reeks OORLOGSDOMEIN teksten (romans) publiceert die betrekking hebben op oorlogen gevoerd in de twintigste eeuw, kunnen de oorlog in Vietnam en de strijd in Tjetsjenië niet ontbreken. Twee van de overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog liepen zich vast in de moerassen van het patriottisme, althans in een uitzichtloze strijd, die uiteindelijk uitmondde in een beschamende terugtocht.

VERSLAGEN UIT VIETNAM (oorspronkelijke titel: DISPATCHES) van Michael Herr doet denken aan de visuele orgie van Francis Ford Coppola, ‘Apocalypse Now’. Het boek verscheen in 1977. Michael Herr werd in 1967 in opdracht van het blad Esquire naar Saigon gestuurd om te schrijven over de veramerikansisering van de hoofdstad. Maar in plaats daarvan stortte hij zich twee jaar in de oorlog, die met het beruchte ‘Tet-offensief’ een nieuwe wending kreeg. Wat hem onderscheidde van de reguliere oorlogscorrespondent was zijn menselijke blik, zijn oog voor detail en zijn persoonlijke stijl. Zijn proza is vooral humaan, met aangrijpende scènes en dialogen, straattaal en stilistische accenten die toen nog ongebruikelijk waren in de Amerikaanse krantenwereld. Indrukwekkend zijn zijn beschrijvingen van gefrustreerde Amerikaanse militairen die tegen de hoofden trappen van gedode Vietnamezen. Een van de militairen begint zelfs op de lijken te schieten. De vergelijking met ‘Apocalypse Now’ van Coppola is niet voor niets gekozen. Waarnemers beweren dat Coppola tijdens het opnemen van de film steeds een exemplaar van DISPATCHES met zich meedroeg.

Herrs boek is doordrengd van de sfeer van de muziek van Bob Dylan, Frank Zappa, The Doors en Jimi Hendrix, popmusici die in deze tijd bijna vergeten zijn, maar voor iedereen die de jaren zestig bewust hebben beleefd, iconen zijn van hun tijd.

HET TJETSJEENS LABYRINT van de Franse journaliste Anne Nivat bericht over een nog steeds niet opgelost conflict in de Russische Kaukasus. Toen de Russische regering in 1999, aan het begin van de tweede Tjetsjeense oorlog, elke vorm van aanwezigheid van de media verbood, vermomde Nivat zich als een Tjetsjeense vrouw, dook achter de linies van de separatisten en maakte een uniek ooggetuigenverslag van een in Nederland nog te weinig bekende oorlog. Hoewel er officieel geen oorlog meer woedt in Tjetsjenië en de Russische troepen weg zijn weg, blijft het tobben in de regio, zie de bloederige overval op een school door Tjetsjeense rebellen of, daarvoor, de overval door Tjetsjeense strijders op het Moskouse Nord-theater.

In het meest verbijsterende deel van het boek beschrijft Anne Nivat de aanval van een eskadron Russische vliegtuigen. Vier uur lang zit zij bij haar Tjetsjeense kennissen thuis, terwijl de granaten onophoudelijk rond het huis inslaan. Het is de hel op aarde. Een citaat:

Door een krachtige schokgolf glijd ik van de divan waar ik stijf rechtop zat, met een lege blik en een droge mond. Bij de kachel merk ik dat de vloer warm is. Ik besluit op de grond te blijven zitten; het maakt hoe dan ook niets uit. [-] Zodra het dag wordt kruipen de bewoners de kelder uit, hun armen vol matrassen en dekens. Samen met Vacha ga ik voor het eerst in vierentwintig uur het huis uit. En constateer dat wij als door een wonder zijn gered. Het hele dorp ligt als het ware verstijfd in bloed en doodsangst. Alle huizen rond het onze zijn met de grond gelijk gemaakt. Overal rokend puin en stof. Een verpletterende constatering.”

Anne Nivat beschrijft de wreedheid van de Russen en de willekeur van de Tjetsjeense rebellenleiders en wahabitische fundamentalisten in een extreem gevaarlijke oorlogszone. De situatie is er daarna - in het hele gebied rondom Tjetsjenië - niet beter op geworden. En de gewone bevolking is, zoals gewoonlijk, altijd de lul.

De oorlogservaringen van Louis-Ferdinand Céline sluiten naadloos aan op de ervaringen van Anne Nivat en Michael Herr. DE REIS NAAR HET EINDE VAN DE NACHT zou absoluut ook door deze twee geschreven kunnen zijn. Leven (= eten) en overleven is het adagio; een derde fragment:

In een weiland, beschaduwd door kersebomen en al verzengd door de late augustuszomer, werd al het vlees van het regiment verdeeld. Op zakken en breed uitgespreide tentdoeken, en op het gras, lagen ik weet niet hoeveel darmen uitgestald, gele en witte vlokken vet, schapen met opengereten buiken en een hele troep ingewanden erin, waaruit kronkelige stroompjes in het gras eromheen sijpelden; aan een boom hing een hele os, in tweeën gesneden, en onder luid gevloek waren de vier slagers van het regiment nog druk bezig er stukken vanaf te snijden. De escouades gingen flink tegen elkaar tekeer vanwege het vet, en vooral de nieren, temidden van vliegen, zoals je die op zulke momenten ziet, net zo groot en lawaaiig als kleine vogels.

October 25th, 2005

Twee maal Mark Dugain: als een God in Frankrijk

Posted in: Literair — admin @ 16:57

De Franse schrijver Mark Dugain is met twee titels vertegenwoordigd in de reks OORLOGSDOMEIN. Hij tekent voor deel 7, DE OFFICIERSKAMER (in het Frans: La Chambre des Officiers) en deel 12, getiteld GELUKKIG ALS GOD IN FRANKRIJK (in het Frans: Heureux comme Dieu en France). De romans spelen zich af in de Eerste, c.q. de Tweede Wereldoorlog.

Van te voren had ik nog nooit van deze Mark Dugain gehoord, maar dat komt misschien wel omdat hij pas in 1957 in Dakar, Senegal (!) werd geboren. DE OFFICIERSKAMER behaalde wat kleinere literaire prijzen, de Prix des Deux-Magots en de Prix des Libraires.

DE OFFICIERSKAMER is een indringende roman over een onderbelicht thema. Met de poëtische reconstructie van de levensgeschiedenis van zijn grootvader geeft de schrijver een gezicht aan het lot van de tienduizenden die verminkt uit de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog kwamen en met moeite hun weg terug in de maatschappij vonden. Het vertelt zeer beeldend het verhaal van drie officiers die behalve met de trauma?s van het oorlogsgeweld ook nog eens met hun maatschappelijke stigmatisering als mismaakte moeten zien te leven.. Het is een indrukwekkend relaas geworden over de destructie van de menselijke identiteit door de oorlog én de onverwoestbare drang van de mens om te overleven.

GELUKKIG ALS GOD IN FRANKRIJK beschrijft het verhaal van een verzetsheld tegen wil en dank. Met superieure ironie en gevoel voor het absurde schildert hij hij portret van ene Pierre, een eenzelvige jongeman zonder grote idealen die, eenmaal beland in het ondergrondse verzet, zijn missies met stoïcijnse doodsverachting uitvoert. Hij offert er zelfs de liefde van zijn leven voor op. Dit keer is het niet zijn grootvader die hij als uitgangspunt neemt, maar een oom die absoluut niet te koop wilde lopen met zijn heldendaden. Met terzijdelating van de obligate patriottische (Franse?) retoriek schetst Dugain een nuchter, maar meeslepend beeld van het schemerbestaan in het Franse ondergrondse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Beide korte romans hebben meer weg van een vertelling van ‘wat ik vroeger heb meegemaakt’ dan van een echte roman. Het doet aan de leesbaarheid en de spanning echter niets af. Integendeel. Dugain heeft een vlotte pen, en het is een terechte keuze van DE Arbeiderspers om hem voor deze reeks tot twee keer toe te selecteren.

Maar ook Louis-Ferdinand Céline wil vandaag zijn bijdrage weer leveren. Het derde fragment uit de oorlogsepisode van de REIS NAAR HET EINDE VAN DE NACHT:

Met plezier had ik die commandant Pin篮 aan de haaien te vreten gegeven en z?n marechaussée erbij, om ze wat manieren bij te brengen, en dan tegelijkertijd ook m’n paard, om een eind aan z’n lijden te maken, want hij had geen rug meer over, de grote stakkerd, zo’n pijn deed ‘t hem. Onder het zadel had je nu alleen twee plekken rauw vlees, zo groot als m’n twee handen, sijpelend, opengereten,met grote slierten pus, dat van de rand van z’n dek tot op z’n poten stroomde. Toch moest ik op hem rijden, in draf, één, twee. Hij kromp ineen van de pijn. Maar paarden zijn nog veel geduldiger dan mensen. Hij kronkelde als hij draafde. Je kon hem alleen nog maar buiten laten staan. Als je hem in de schuur zette, stonken z’n wonden zo erg dat je ‘t er helemaal benauwd van kreeg. Ging je op z’n rug zitten, dan had hij zo’n pijn dat hij doorboog, alsof hij aardig voor je wilde zijn, en z’n buik kwam dan tot aan z’n knieën. Het leek wel of je op een ezel klom.

October 24th, 2005

Franse literaire ijzervreters:Barbusse en Dorgelès

Posted in: Literair — admin @ 16:56

In OORLOGSDOMEIN verschijnen literaire werken die de oorlogen van de twintigste eeuw tot onderwerp hebben. Het slagveld is de voornaamste locatie, maar minstens even belangrijk is de uitwerking van het geweld op het individu en de manier waarop de auteur dit weet te verwoorden.

Wie de loopgraven niet heeft meegemaakt, kan niet met recht over de oorlog spreken, vond Henri Barbusse. Zijn roman LE FEU (in het Nederlands: HET VUUR) beschrijft de gruwelen van de frontsoldaten in de Eerste Wereldoorlog. In 1917 werd het boek bekroond met de prestigieuze Prix Goncourt. HOUTEN KRUISEN (in het Frans: LES CROIX DE BOIS) van Roland Dorgelès verscheen pas een paar jaar later, maar heeft de waan van het dagsucces doorstaan, en wordt steeds in één adem genoemd met het meesterwerk van Henri Barbusse. Het heeft dezelfde klassieke status als een onvervangbaar contemporain document van de Grote Oorlog, zoals de Eerste Wereldoorlog in Frankrijk nog steeds genoemd wordt.

Barbusse meldde zich, 41 jaar oud, in 1914 als vrijwilliger om vervolgens anderhalf jaar het lot van de gewone frontsoldaten te delen. Wat er in zijn boek staat, heeft hij zelf gezien of uit betrouwbare bron vernomen. Voor het eerst kwamen de gewone frontsoldaten, via zijn empathische pen, aan het woord om hun kijk op de oorlog te geven. De officier daarentegen vertegenwoordigde de offici묥 propaganda, die er alles aan gelegen was om de oorlog mooier voor te stellen dan zij in werkelijk was. Ik zie weer meteen al die Amerikaanse legervoorlichters van de laatste jaren op de buis: Koeweit, Afghanistan, Irak. Teneinde deze ‘leugens’ te ontzenuwen had Barbusse LE FEU geschreven. Terecht.

Wat Dorgelès betreft, die had minder geluk dan Barbusse voor wat betreft zijn literaire erkenning, hoewel de impact van zijn HOUTEN KRUISEN zeker niet minder was dan de roman van Barbusse. Maar in 1919 vindt hij Marcel Proust als uitdager tegenover zich. Die krijgt de Prix Goncourt voor zijn IN DE SCHADUW VAN DE BLOEIENDE MEISJES ( een deel uit de magistrale reeks A LA RECHERCHE DU TEMPS PERDU). Het gaf nog een hele rel in Frankrijk. Maar misschien was de jury wel oorlogsmoe. Aan de kwaliteit van het boek kan het niet gelegen hebben. Het allesoverheersend thema van de dood en de onvoorwaardelijke afwijzing van de oorlog kunnen niet verhinderen dat andere tonen doorschemeren: die van heroïek en levenslust. Centraal staat de camaraderie van de soldaten, die bij het thuisfront op onbegrip en onverschilligheid stuiten, maar die gemeen hebben dat ze een niet-mededeelbare ervaring samen hebben ondergaan.

Soms lijkt de oorlog bij Dorgelès wel op de kermis of een dorpsbruiloft. Er wordt heel wat afgelachen, zeker op momenten dat de strijd een tijd stil ligt (en dat gebeurde nog al eens): “Te midden van het lawaai hoorde je alleen nog maar dat vrolijke gelach, dat ongeveinsde gelach, alsof we toekeken hoe in een ballentent op een dorpsbruiloft de houten koppen door ballen werden geraakt.”

Terug naar de REIS NAAR HET EINDE VAN DE NACHT:

Terwijl ik vluchtte, merkte ik dat mijn arm bloedde, een beetje maar, de wond was niet groot genoeg, een schram. Ik moest weer van voren af aan beginnen.

‘t Begon opnieuw te regenen, het Vlaamse land droop van smerig water. Lange tijd kwam ik niemand tegen, alleen de wind en vlak erna de zon. Van tijd tot tijd zocht een kogel naar mij, ik weet niet waarvandaan, zo maar, in de zon en in de lucht, vrolijk, koppig eropuit me te doden in deze eenzaamheid. Mij! Waarom? Nooit meer van m’n leven, al leefde ik nog honderd jaar, zou ik in de vrije natuur gaan wandelen. Dat nam ik me heilig voor.

October 23rd, 2005

Een week oorlog met Louis-Ferdinand Céline

Posted in: Literair — admin @ 17:59

Een week lang oorlog, dat moet kunnen. Een van de meest interessante fenomenen van de menselijke beschaving, heeft veel schrijvers aangezet tot meeslepende romans. Een nog groter archief aan ooggetuigenverslagen, frontjournalistiek, brieven vanaf het slagveld, reportages is langzaam in de tijd verdwenen. Sommige ervan zullen zelfs de openbaarheid niet hebben gehaald. En dat is jammer, want juist in zeer bedreigende situaties komen mensen tot beslissingen die beslissend, opzienbaren en ook weerzinwekkend zijn. Kortom, een caleidoscoop aan gemoedsuitingen die alleszins de moeite waard zijn om te ervaren. Of te zien. Of te lezen.

Zoals in de een paar jaar geleden gestarte reeks Oorlogsdomein van De Arbeiderspers. Inmiddels zijn er vijftien delen verschenen. Ik heb er hiervan dertien in mijn bezit. De rest komt nog wel. Volgens de uitgeverij verschijnen in de reeks OORLOGSDOMEIN tijdloze boeken over oorlogservaring. De schrijvers, vaak al als literair auteur bekend voordat ze hun oorlogservaringen te boek stelden, waren zelf betrokken bij, ooggetuige of slachtoffer van oorlogsgeweld, of bewerkten de hun door naasten vertelde verhalen.

Oorlog wordt door mensen gevoerd, niet door dieren of goden. Het is een bij uitstek menselijke activiteit. Als men oorlog een misdaad tegen de mensheid noemt gaat men aan minstens de helft van de oorlog voorbij: oorlog is ook de bestraffing van een misdaad. Zie Irak, ook al worden de argumenten om een oorlog te starten wel eens gemanipuleerd. Dit werpt een morele vraag op, het soort probleem waarmee de huidige tijd zich niet graag bezighoudt. Maar misschien leren we nog bij in de toekomst.

Waarom gefascineerd worden door het fenomeen oorlog? Als je de VOYAGE AU BOUT DE LA NUIT (in het Nederlands: Reis naar het einde van de nacht) gelezen hebt weet je waarom. Louis-Ferdinand Céline is er als geen ander in geslaagd de volkomen zinloosheid, maar ook het volkomen zinderende karakter van een oorlog te beschrijven. In zijn geval ging het om de Eerste Wereldoorlog. Hij vocht er zelf in mee, in de modder van de loopgraven in België, dicht bij de Franse grens. Hij zal er gewond afgevoerd worden, en verder niet terugkeren aan het front. Het levert in ieder geval hallucinerend proza op.

Als dagelijkse afsluiting zal ik steeds een fragment uit de ‘Voyage’ van Céline afdrukken, samen met een van de honderden tekeningen van de fransman Tardi uit de schitterende Franstalige Gallimard-editie van 1988.

Zeven dagen lang zal ik na vandaag aandacht aan de reeks ‘oorlogsboeken’ van de Arbeiderspers. Indringender proza vaak dan de beelden die de zogenaamde frontpers van CNN ons regelmatig - met een voortdurende mantra-achtige herhaling van beelden - op het scherm laat zien. Slechts zo nu en dan stort een oorlogscorrespondent zich nog op het verwerken van zijn ervaringen in een roman, of andere literaire verbeelding. Uitzonderingen daargelaten, en daar zijn ook voorbeelden van te vinden in de reeks.

Een fragment uit REIS NAAR HET EINDE VAN DE NACHT:

Die Duitsers, die daar op de weg gehurkt zaten en zo koppig schoten, mikten slecht, maar ze schenen plenty kogels te hebben, waarschijnlijk magazijnen vol. De oorlog was nog lang niet voorbij! Onze kolonel vertoonde een verbazingwekkende moed, dat moet gezegd worden! Hij liep midden op de weg heen en weer, terwijl de kogels om z’n oren floten, net zo gewoon alsof hij op het perron op een vriend wachtte, hoogstens een beetje ongeduldig.

[-] Wat de kolonel betrof, die wenste ik geen kwaad toe. Toch was hij ook dood. Ik zag hem eerst niet meer. Dat kwam omdat hij door de ontploffing op het talud was geslingerd, languit op z’n zij, in de armen van de cavalerist te voet, de boodschapper, die ook dood was. Ze omhelsden elkaar, die twee, nu en voor eeuwig, maar de cavalerist had geen hoofd meer, je zag alleen nog een opening boven in z’n hals, met bloed erin dat klokkend sudderde, zoals jam in een pan. De buik van de kolonel was opengereten, z’n gezicht was afschuwelijk vertrokken. ‘t Had hem beslist pijn gedaan, toen het gebeurde. Z?n eigen schuld! Als hij bij de eerste kogels weg was gegaan, was hem dit niet overkomen.

October 22nd, 2005

Brugge: kant, bier en chocola in Vlaams Venetië

Posted in: Travels — admin @ 9:02

De dag begint grauw en licht mistig. Het heeft vannacht geregend, en als ik uit het raam kijk blinken de straten nog na. Maar het is droog, en dat zal het de rest van de dag ook blijven.

Vandaag staat Brugge op het programma. Het is zo’n twintig jaar geleden dat we er voor het laatst waren. Dus hoog tijd voor een hernieuwde kennismaking. Om half elf parkeer ik mijn auto ondergronds in Parking ‘t Zand, vlak bij het centrum.

Op de markt is het - ondanks de wat kille temperatuur - behoorlijk druk. Het is, hoe kan het ook anders: markt. De kazen, bloemen en gegrilde kippen vliegen over de toonbank de kramen uit. De oude Belfort en Lakenhal staan wat somber omlaag te kijken naar het koopzieke volk. Onderweg naar de markt heeft het water ons al uit de mond gelopen bij het bekijken van de etalages van de alom aanwezige chocolaterieën, borsten van chocola (op ware grote), verpakt in een erg sexy bh van chocolade-kant voor slechts 21,50 euri. Geen prijs voor urenlang sabbelplezier. We houden het op een kop cappucino.

We lopen richting Stadhuis en de Heilig Bloedbasiliek. Een merkwaardig bouwwerk mag deze kerk wel genoemd worden, want ze bestaat uit een sobere romaanse benedenkerk en een uitbundige gothische bovenkerk, waar dan ook het Heilig Bloed wordt aanbeden. Op een paar passen daarvandaan het schitterende Museum van het Brugse Vrije. Als de zon erop geschenen zou hebben?, maar dat is deze ochtend helaas niet zo. Daarna naar het Huidenvettersplein. Omdat de temperatuur steeds aangenamer wordt klimmen we in een van de vele rondvaartboten, die lang niet vol loopt (gelukkig). Plaats genoeg en dus ook alle ruimte om tientallen romantische plaatjes te schieten van al die oude gevels, die met mos begroeide bruggetjes, die weidse stadgezichten en al het andere fraais dat aan je voorbij glijdt. Onze dikke Belg met vetlederen pet doet ondertussen zijn verhaal in vier talen voor tien passagiers. En aan het einde van de rit herinnert hij ons er aan dat het overhandigen van een fooi niet verboden is. De lunch bestaat uit een fikse portie Belgische frieten bedolven onder een verstikkende laag tartaarsaus.

Langs het water lopen we vervolgens langs het Branwynmuseum en het Gruuthusemuseum naar de Onze-Lieve-Vrouwekerk, waarvan de 18-eeuwse kansel van fraai houtsnijwerk in ieder geval veel indruk maakt. Passeren ongemerkt de Belgische dichter (althans zijn standbeeld) Guido Gezelle en nog al wat kantwinkels die massaal bevolkt worden door troepen Japanners (ook in deze tijd van het jaar meervoudig present). Uiteindelijk bereiken we via het Wijngaardplein het Begijnhof. De weergoden worden ons steeds gunstiger gezind, want inmiddels is het zonnig aan het worden. Aanvankelijk is het er nog rustig, maar na tien minuten worden er twee bussen toeristen gelost, die als een tsunami door de poort naar binnen gulpen. We gaan daarom maar even rustig op een bank aan het Minnewater zitten. De zon speelt door de herfstbladeren.

Op een van de vele intieme pleintjes, weer -buiten de muren - van het Begijnhof strijken we neer op een terras: tijd voor een Straffe Hendrik. Je kunt niet in Brugge geweest zijn zonder dit vocht gedronken te hebben. Lucien doet mee. Aan ons voorbij klepperen de koetsen en de paarden om toeristen naar het Begijnhof te vervoeren.

We keren terug in het centrum. De Belfort en de Lakenhal staan zich vergenoegd te warmen in de uitbundige najaarszon. En ook de schitterende panden aan de markt spinnen als krolse Vlaamse katers in de stralen van de zon. Er worden nog wat winkels bezocht, voordat we de terugtocht naar de ondergrondse parking inzetten. Om even na vier uur rijden we weg, om een uur later in de file te stranden bij Antwerpen. Dat levert bijna een uur oponthoud op. Maar de verse herinnering aan het fantastische Brugge maakt het allemaal draaglijk.

October 21st, 2005

Van Blankenberge en Knokke naar Het Zwin

Posted in: Travels — admin @ 9:31

Opnieuw wordt een zonnige dag aangekondigd. Pas na half drie ’s middags zal er lichte sluierbewolking binnendrijven. Net als gisteren starten we weer met een fikse strandwandeling over het verlaten strand van Blankenberge. De wind is ook een stuk feller, en dus kouder als gisteren. Helaas is ook het restaurant op de Pier gesloten, zodat we de kop koffie nog even uit moeten stellen. Op de houten reling van de pier staat een aardig gedicht van Joseph Brodsky uitgebeiteld. Overigens treffen we overal langs de kust gedichten aan tegen muren, op glazen wanden etc., ook van Nederlandse dichters als Lucebert, Nooteboom en veel anderen.

Na Blankenberge rijden we door naar het 150 hectare grote natuurreservaat Het Zwin, vlak bij het Nederlandse Cadzand. Het gedeelte met de opgehokte vogels (uilen, lepelaars en tientallen andere soorten) houden we snel voor gezien. We zijn immers gekomen voor die fikse wandeling door het natuurreservaat. Het ligt er fantastisch bij in de najaarszon. Zwermen vogels klapwieken boven ons in de lucht. De aanwezige ooievaars zijn al zo gedomesticeerd dat ze je tot op een meter naderen om je voedsel af te troggelen. Trekvogels in V-formatie trekken hoog in de lucht geluidloos over. Hoezo vogelpest?

We doen de ‘grote oversteek’ tot in de duinen, die niet volledig zijn door te steken, omdat er een omheining door de hele duinenrij loopt, zodat strandwandelaars of jolige badgasten niet rechtstreeks het natuurpark in kunnen struinen. De typische vegetatie vereist een complete studie om er wat verstand van te krijgen. Alleen het lamsoor is gemakkelijk te herkennen. Daarna houdt het voor mij al snel op. Vlak voordat we terugzijn aan de rand van het reservaat klapwiekt een zwerm van wel 1000 rotganzen over ons heen, en landt met veel gekwaak in het brede water in het midden van het terrein.

We nemen de lunch in Knokke, dat er een stuk welvarender en rijker uitziet dan Oostende of Blankenberge. Het art-deco Casino is gesloten, dus geen muurschilderingen van Delvaux of Matisse om te bezichtigen vanmiddag. We stellen ons tevreden met Zadkine’s Orpheus aan de buitenzijde. Het zit niet mee met de kunst deze drie dagen.

Na een wandeling door de winkelstraten en over de boulevard doen we wat inkopen bij Delhaize. Terug in Oostende stop ik bij de Vistrap om wat verse en forse exemplaren schol aan te schaffen. We doen er ook nog een halve kilo garnalen en wat andere vis bij. Handig als je een eigen kitchenette in je studio hebt.

Terug in Oostende ‘doen’ we nog even de Koninklijke en Venetiaanse Gaanderijen, omdat de Japanse Tuin (onderdeel van het Koningspark, ook tegenover het hotel) gesloten is. De avondlucht kleurt oranjegrijs, en het strand is inmiddels zo goed als verlaten. De wind is gaan liggen. ’s Avonds wint Ajax met 2-0 van het Zwitserse FC Thun. Voor de nacht is regen voorzien. Als het morgen maar droog is.

October 20th, 2005

Indian Summer in Oostende, maar geen James Ensor

Posted in: Travels — admin @ 17:47

Omdat de Indian Summer nog woedt als nooit tevoren hebben we zondagmiddag nog een hotel geboekt in Oostende, hotel Royal Astrid. We zullen er van maandag tot en met woensdag verblijven. Het hotel op loopafstand van het centrum, vlakbij de Wellington Renbaan en tegenover de schitterende, maar erg onderkomen Koninklijke en Venetiaanse Gaanderijen (1906) die het brede zandstrand escorteren. We logeren dus op een paar meter afstand van de beach. Een enkele waaghals loopt nog in zijn zwembroek over de honderden meters brede zandbak. De zee is rustig , die maandagmiddag, hoewel er een tamelijk koude wind staat.

Een fikse strandwandeling tot aan het Mercatorplein bij het Centraal Station (tussen het Montgomerydok en de Jachthaven) doet je longen weer volstromen met gezonde jodiumhoudende zeelucht. De pier stelt niks voor in Oostende, en is vanmiddag ook nog overwoekerd met vishengels en hun bazen die aan hun molens draaien. En dan is het hoog tijd voor een straffe bokaal Leffe op een zonovergoten terras aan het Sint Petrus en Paulusplein.

Her en der in de stad zijn er kermisattracties opgesteld. Ze puilen niet uit van de klanten, maar dat zal ook wel aan de woekerprijzen liggen. Het Museum voor Schone Kunsten is niet geopend, want het wordt gerenoveerd. Helaas dus geen James Ensor en Leon Spilliaert vanmiddag.

Een nieuwe wandeling volgt door de binnenstad, waar de wind nauwelijks voelbaar is, maar de zon des te meer: Kapellestraat, Wapenplein, Sint Sebastiaanstraat, Marie-José Plein, Witte Nonnenstraat rijgen zich aaneen. Op de Visserskaai is het een aaneenschakeling van kramen met vislekkernijen. Bij de Vistrap wordt verse vis verkocht. De boten staan op het punt uit te varen, om pas tegen de ochtend weer terug te keren met nieuwe verse voorraad.

’s Avonds eten we in een restaurant aan de Prins Boudewijstraat: vispannetjes met zeven verschillende soorten vis, mosselen en - uiteraard - Belgische frieten. Het geheel dient weggespoeld te worden met een stevig glas bier, hetgeen ook gebeurd. Zo’n 70 euri armer sta je binnen anderhalf uur weer op straat. Als digestief een wandeling terug naar het hotel.

Een bad doet wonderen. Helaas: de kraan is afgebroken. Ik bel de receptie. Excuses, uiteraard. Maar de redding is nabij. Om het ongemak te compenseren verhuizen we van kamer 418 naar kamer 419. Het blijkt een complete studio met een volledig ingerichte kitchenette te zijn. In omvang drie keer groter dan de andere kamer. Geen slechte ruil. Omdat de baliekluiver gevraagd heeft om even te reageren nadat ik de nieuw aangeboden kamer heb geïnspecteerd, kan ik hem even later geruststellen. Ik denk dat het alternatief wel volstaat voor de komende twee nachten.

October 19th, 2005

De ene ramp is de andere niet

Posted in: Journaal — admin @ 18:33

We zijn net terug van drie dagen Belgische kust: Oostende - Blankenberge - Knokke - Brugge. Fantastisch herfstweer was het.

Daarom een wat spaarzame bijdrage aan het weblog, de afgelopen dagen. Kom je thuis en lees je over verschillende rampen die hebben plaatsgegrepen. Een selectie van twee van die wereldschokkende gebeurtenissen. De lezer kiest de echte. Het is maar FOK-nieuws.

RAMP 1De vader van de kersverse Big Brotherbaby Joscelyn is boos en verdrietig. Boos op Big Brother en moeder Tanja omdat hij zijn kind niet mag zien en verdrietig omdat hij zijn dochter niet even in zijn handen mag houden. Per sms werd de 24-jarige Shurendy gisteren door vrienden op de hoogte gebracht dat hij vader was geworden. De eerste foto moest hij van internet plukken.

Shurendy vandaag in de Telegraaf: ”Ik had zo graag bij de bevalling willen zijn. Drie dagen geleden heb ik dat nog eens gevraagd aan Big Brother. Maar zij waren heel stellig en lieten mij weten dat Tanja dat niet wilde. Toen heb ik gevraagd of ik dan ergens mocht wachten, om daarna mijn kindje te kunnen zien. Maar ook dat wilde zij niet. Ik weet niet waaraan ik dit te danken heb! Op een dag als vandaag zou ik blij moeten zijn. Ik heb een dochter! Maar, ik kan haar niet zien, ik kan haar niet aanraken. Verdrietig en boos, dat ben ik.”

De ontgoochelde werkloze steigerbouwer uit Groningen vertelt verder dat hij zelf zonder vader is opgegroeid en dat hij dat graag anders zou willen doen. ”En dat wil Tanja nu van mij gaan afpakken. Ze wil me niet zien, niet spreken… Eigenlijk maakt ze me zwart bij iedereen. En waarom? Kijk, ik weet genoeg over haar te vertellen. Maar dat ga ik ook niet aan de grote klok hangen. Je mag best weten dat ik vanavond in mijn bed lig te huilen. En ik had ook al wat spulletjes gekocht voor de kleine. Ook mijn familie verheugde zich op de geboorte.”

RAMP 2

Het dodental door de zware aardbeving van vorige week in Pakistan is gestegen tot boven de 79.000, zo hebben regionale functionarissen vandaag gemeld. Asif Iqbal Daudzai, informatieminister van de provincie North West Frontier, meldde dat in deze provincie zeker 37.958 mensen zijn omgekomen als gevolg van de aardbeving, ruim 23 duizend mensen raakten gewond.

Daudzai meent echter dat er mogelijk wel honderdduizend mensen zijn omgekomen in de provincie. Verder meldde de eerste minister van Pakistaans Kashmir dat in die regio zeker 40 duizend mensen zijn omgekomen. In het Indiase deel van Kashmir ligt het dodental vooralsnog op 1.360.

October 16th, 2005

Vrijwilliger in Madrid

Posted in: Literair — admin @ 9:54

Na de logs van de afgelopen weken gewijd aan een verblijf in Madrid ga je weer automatisch meer zaken nazoeken die met Spanje, en liever nog met Madrid van doen hebben. Gewoon uit nieuwsgierigheid. Of om bij een volgend bezoek er je voor deel mee te doen.

Een half jaar geleden wijdde ik een log aan de inmiddels tot bestseller verheven IN DE SCHADUW VAN DE WIND van Carlos Ruiz Zafon. In dit boek speelt de onderdrukking van personen en het muilkorven van al te vrijzinnige gedachten een nogal bepalende rol voor het verloop van het verhaal. Totdat ik deze week op het boekje (172 pagina’s) van de communist en idealist John Sommerfield stuitte die als vrijwilliger meevocht in de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939). Dat ook hij - met al die andere duizenden, uit allerlei landen toegestroomde idealisten - het regime van Franco niet wist af te stoppen, neem ik hem niet kwalijk. Het heeft in ieder geval een prachtig boekje opgeleverd. VRIJWILLIGER IN SPANJE, is de titel. De foto op de cover is van Robert Capa en behoort tot de fotocollectie van het Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofia, uiteraard in Madrid.

Het boek is uitgegeven in de serie OORLOGSDOMEIN van de Arbeiderspers, ‘een serie van authentieke, literaire oorlogsverhalen met een autobiografische inslag’. Eerder in de reeks - er zijn inmiddels 15 delen gepubliceerd - verschenen onder andere al ‘Het Vuur’ van Henri Barbusse, ‘Oorlogsroes’ van Ernst Jünger, ‘Kaputt’ van Curzio Malparte en een boek, gewijd aan de nog steeds woedende strijd in Tjetsjenië, getiteld ‘Het Tjetsjeens labyrint’ van de Franse oorlogscorrespondente Anne Nivat.

de Guardia Civil op wacht voor het Palacio Real

Terug naar het boek van de Engelse schrijver John Sommerfield. Samen met zijn vriend John Cornford trok hij naar Spanje. Na een oponthoud van een week in Parijs gaat het naar de zuidfranse kust. Vandaar per boot naar de Spaanse kust, ergens in de buurt van Albacete. Uiteindelijk belandden ze na, wat omwegen, alle twee in de Spaanse hoofdstad en gaan ze deel uitmaken van de Internationale Brigades. Op dat ogenblik heeft Madrid zich opgeworpen als bolwerk en symbool tegen het oprukkende fascisme van Franco. Beide Engelsen worden ingezet in de strijd om Madrid en vechten mee in de man-tegen-man gevechten in de straten van de universiteitswijk. ‘Madrid sera la tumba del fascismo’, scandeerden ze in het begin nog samen met de linkse Spanjaarden. Het zal helaas niet lukken, hoewel het er aanvankelijk nog redelijk rooskleurig uitzag. De Madrileense bevolking stak de leden van de Internationale Brigades een hart onder de riem en prees hun motivatie en inzet. Toen een paar jaar later duidelijk werd dat hun strijd uitzichtloos was, werden de brigades ontbonden. Op 29 oktober 1938 werd er in Madrid een afscheidsparade gehouden, waarbij ze werden toegesproken door de legendarische communiste Dolores Ibarruri, bijgenaamd ‘La Passionaria’. De linkse droom was een half jaar later helemaal over: op 1 april 1939 eindigde de strijd met de totale en onvoorwaardelijke overwinning van Franco. Wat er daarna in Europa gebeurde weten we allemaal.

in het Palacio Real

Het boekje is in een zeer aansprekende, vlotte, dynamische stijl neergepend. Dat verhoogt de leesbaarheid zeer. Wat we tegenwoordig allemaal bijna rechtstreeks, en soms zelfs live ?zie de recente schermutselingen van een paar dagen geleden in de Kaukasus - aan oorlogsverslagen kunnen horen en zien, wordt hier in woorden op een zeker niet minder indringende manier verteld. Een prestatie van formaat. John Sommerfield overleeft de Madrileense beschietingen, zijn vriend John Cornford niet. Maar dat is oorlog.

October 13th, 2005

Feel The Magic in het Laserforum

Posted in: Journaal — admin @ 15:18

Bij gelegenheid van het 20 jarig bestaan van het bedrijf Laserforum heb ik me afgelopen zondag per mail aangemeld voor een demo en rondleiding in de Venlose studio. Een beperkt aantal mensen is - ingepland - uitgenodigd. Het kan nog net, van tussen vijf en zes, dinsdagmiddag.

Na een rondleiding door de werkruimtes van het bedrijf (veel wordt nog in eigen beheer gemaakt) kom je tenslotte, en daar doe je het voor, terecht in de studio waar de laatste shows vertoond kunnen worden. Ondertussen heb je wat informatie opgepikt over de werking van lasers, de gassen die gebruikt worden om bepaalde laserkleuren te genereren.

Veel technische zaken worden uitbesteed, waardoor het aantal vaste medewerkers beperkt kan blijven. De selfmade directeur, die zijn carriëre begon als stratenmaker, glimt.

De glossy folders, die je na afloop meekrijgt (en ook nog een DVD met showfragmenten), liegen er niet om: ‘Laserforum ontwerpt en produceert vrijwel alle shows op maat. Muziek, video, dia, licht, rook, vuurwerk en lasers vormen samen één spetterende compositie, die zijn weerga niet kent en die voor een gigantische impact zorgt.’ Eenmaal in de fauteuil aanbeland van waaruit je de shows kunt zien, ben je waar je zijn moet. Het worden twee gedeelten uit nieuwe shows: ‘Future Experience’ en ‘Danse Macabre’, vooraf gegaan door wat disco-achtige figuuranimaties op muziek.

Al met al een geslaagd bezoek. En het brengt je ontspannen naar restaurant Valuas waar ’s avonds een directiediner is georganiseerd. Het kon allemaal slechter. Dus sta ik om een paar minuten over zes met een glas rode port in de hand. Het wordt: een kom bouillabaisse (vooraf), zes oesters (tussendoor), wokschotel met koolvis (hoofdgerecht) en tiramisu (dessert), en tenslotte een stevige sigaar. Om het goedje weg te krijgen: een witte chardonnay. Het herfstslempen (zie een paar dagen hiervoor in het weblog) is dus nog niet voorbij.

October 12th, 2005

Ongenaakbaar Madrid, omdat ik niet anders kan

Posted in: Literair, Travels — admin @ 14:50

Misschien vanwege de temperatuur (ook vandaag weer 22 graden) is het alsof je weer in Spanje zit. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan: voor een ogenblik weer terug naar de Spaanse hoofdstad. Geen fandango, geen nacht, maar gewoon even wijzen op een aardig boek (geen toeristische gids) over Madrid.

een van de unique selling points van Madrid: Plaza de Cibeles

In 2003 verscheen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen, in de fantastische reeks ‘Het oog in ‘t zeil’, het boek ONGENAAKBAAR MADRID, samengesteld door Arjen Fortuin en Hans Schoots. Het is een verzameling van 21 hoofdstukken geschreven door bijna evenzoveel auteurs. Het geheel geeft een caleidoscopisch beeld van de stad door de eeuwen heen (hoewel de laatste twee eeuwen er het meest in tot hun recht komen), met accenten op kunst en cultuur, politiek en de volksaard van stad en bevolking. Kijken we naar de laatste honderd jaar dan zien we achtereenvolgens Garcia Lorca, Luis Bunuel, Salvador Dali er hun artistieke vernieuwingsdrang botvieren. In de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) veranderde de stad in een waar slagveld, en liet Ernest Hemingway, belust op de scalp van generalissimo Franco, zich er in volle oorlogsuitrusting fotograferen. Maar daarnaast is Madrid de stad gebleven van de flamenco, het stierenvechten en het voetbal van Real Madrid.

in de voortuin van het Prado

Na de nederlaag in de Burgeroorlog verdween een groot aantal schrijvers uit de hoofdstad in ballingschap. Het culturele landschap bleef decennia lang doods. Maar na de laatste machtswisselingen worden de culturele lijnen weer helder getrokken, niet in de laatste plaats door de ideële ruimte die gecreëerd werd door de socialisten onder leiding van Felipe Gonzalez. Maar de veronderstelde sfeer van ongenaakbaarheid bleef min of meer bestaan, hoewel die mijns inziens twee kanten heeft. Zo zien Arjen Fortuin en Hans Schoots het ook: ‘Tegenover de onverschilligheid waarmee de bewoners van de stad in eerste instantie hun gasten tegemoet treden staan de grote mogelijkheden die Madrid altijd aan immigranten heeft geboden om er hun tenten op te slaan. En tegenover de soms autoritaire machtsuitoefening die vanuit Madrid aan de rest van Spanje - en aan de inwoners van de stad zelf - wordt opgelegd, staat de bereidheid van de stedelingen zelf om dat gezag te ondermijnen, de voornemens van boven doorkruisend, levendiger dan welk plan ook.’

interieur van het substropisch station: Atocha

Ongenaakbaar Madrid, uitgegeven door Bas Lubberhuizen

Het herfstslempen is begonnen

Posted in: Journaal — admin @ 5:14

Vanwege internetproblemen was er gisteren geen log. Vandaag daarom twee maal. Dit is de eerste.

Vorige week vrijdag straalde de zon bijna zomers. Nadat de ochtendmist zijn bedekkende jas al om half negen had weggetrokken, worden een strakblauwe lucht en een mild brandende zon tevoorschijn getoverd. En dat zal de hele dag zo blijven. En daarbij lopen de temperaturen op tot 22 graden. Ik heb vrij, die dag, dus het komt wel erg goed uit allemaal.

Om 12 uur hebben we een gezamenlijke lunch afgesproken met oud-collega’s in het restaurant van de afdeling consumptieve technieken van de Gilde Opleidingen in Venlo. John en Rianne, al vroeg uit Steijn vertrokken, rijden met ons mee. Vooroorlogse prijzen, dat lokt. En is voor uitkeringstrekkers te betalen. Aan het einde van het tafelen bedraagt de schade voor de genoten volledige menu’s totaal 106 euri, voor acht personen. Inclusief rode en witte wijnen, en vooraf een welkomstaperitief.

Natuurlijk doen de leerlingen van de opleiding hun best. Maar de pret begint al bijna onmiddellijk als Adriënnee een aperitief in haar décolleté liet verdwijnen. Te wijten aan het zwenkende gedrag van een ober met hoogtevrees. Gewoon het dienblad scheef gehouden, natuurlijk. Kees is er als de kippen bij om de onderkleding te deppen. Wim ziet nauwlettend toe dat de deppende hand van Kees niet op de verkeerde plekken van zijn echtgenote terecht komt.

De bestelling wordt vervolgens tot twee keer toe genoteerd: na de eerste ronde raken de keukenklerken het spoor bijster in de wisselend voor-, hoofd- en nagerechten. De porties zijn niet overdreven, maar voor een lunch volstaat het. De kogelbiefstuk, waar een wel erg artificiële stroganoffsaus aan is toegevoegd, is aan de lauwe kant, maar wel smakelijk. Maar het dessert maakt dat euvel weer goed. Aan het slot van het culinair relaxen wordt de jonge kok door de klapdeurtjes het restaurant ingeduwd om zich aan onze tafel te vervoegen. Hij positioneert zich warm tussen Gemma en Janna en krijgt collectieve steun voor zijn carriëre op weg naar de top. De nieuwe Jamy Oliver, zo niet een Nederlandse Paul Bocuse staat ongetwijfeld hier voor ons.

Na afloop wordt het slempen voortgezet in onze eigen tuin. De flessen witte Gewürztraminer uit de Elzas, de Franse rose en de diepdonkere Spaanse Reserva gaan van hand tot hand. Je hebt er al met al een hoop werk aan het tempo van het vullen der geledigde glazen enigszins bij te benen. De zon brandt de olijven zowat uit de glazen kommetjes. In een later stadium volgen nog de mini-loempia’s. Kortom, dit gezelschap weet van geen ophouden. De boulimia spat gulzig uit de wat rijpere vellen van de aanwezigen. Maar al met al, het kon allemaal slechter op zo’n zomerse herfstdag.

October 10th, 2005

Een einde van de reis naar Madrid

Posted in: Literair, Travels — admin @ 17:02

Vandaag de laatste aflevering van de 10-delige reeks gewijd aan het verblijf in Madrid. Terwijl de wereld kraakt in haar voegen vanwege het natuurgeweld (overstromingen in Midden Amerika, 3000 doden; een zware aardbeving in Kasjmir in het grensgebied tussen India en Pakistan, 30.000 doden) doe ik alsof er niks aan de hand is. En kom aan het einde van de nacht. Ondertussen woedt de verlate zomer hier verder: vandaag weer 22 graden. Het wordt een korte aflevering vandaag. Want afscheid nemen moet niet te lang duren. Het maakt het alleen maar lastiger. Het Parque del Buen Retiro, de Plaza Mayor, de Gran Via en de wandelpassage van de Recoletos lossen al op in mijn hoofd. En voordat je het goed en wel in de gaten hebt heeft de taxi je in razende vaart naar vliegveld Barajas vervoerd. Ten opzichte van Schiphol is deze luchthaven een provinciaaltje. Maar wat je achter gelaten hebt is van een klasse, waar Amsterdam slechts bij benadering in de buurt kan komen.

foto: Station Atocha: vertrekken vanuit het subtropisch paradijs…

Fragment uit:  MADRID, FANDANGO AAN HET EINDE VAN DE NACHT

De morgen breekt aan, langzaam, heel langzaam kruipt hij over de harten van de mannen en de vrouwen in de stad; bijna liefkozend klopt hij tegen de pas ontwaakte ogen. En ondanks dit speelt de morgen - die morgen zichzelf eeuwigdurend herhaalt - zijn spel en verandert het aangezicht van de stad, van dat graf, van die kokanjemast, van die bijenkorf?

 foto: het Parque del Buen Retiro: rustpunt in een hectische stad…

En het zoemen van de bijenkorf blijft als een continuüm door mijn hoofd gonzen. De verdoving komt hard aan. En alle spieren lijken verslapt. De wereld draait een stuk trager om me heen. In slow motion. En de beelden vervagen, verliezen hum kleur. Mijn blauwe KLM-Boeing laat nog even op zich wachten. Een trage film met beelden van de voorbije week speelt door mijn hoofd. Muziek van de Pool Zbigniew Preisner, uitgevoerd door het Warschau’s symfonieorkest. Het tweede deel van zijn Requiem for my friend, Meeting geheten. De ijle klanken van de sopraan Elzbieta Towarnicka, bijna onhoorbaar. Maar in mijn hoofd gonzen nog alle geluiden na van de voorbije nacht. Madrid zoemt. De bijenkorf.

 foto: Station Atocha: bronzen koffers, loodzware gedachten…

October 9th, 2005

Van tascas en tablaos; van flamenco en fadango

Posted in: Literair, Travels — admin @ 10:16

Volgens de traditie speelt het Spaanse leven zich in hoge mate af op straat en op een lat tijdstip. Pas na 21.00 uur komt de stad pas echt tot leven. De rust keert pas terug tegen het moment dat de zon weer gaat opkomen. Bars, restaurants en cafés met of zonder live-muziek, ze zijn allemaal ruim voorhanden in Madrid. Zelf kan ik er nog steeds niet goed aan wennen dat je pas tussen 10 en 11 uur ’s avonds aanschuift voor de avondmaaltijd. Speciaal zijn de zogenaamde ‘tascas’: je kunt er staand of zittend een glas wijn of kleine gerechten krijgen (copas y tapas). Er zijn gedeelten van wijken en straten waar de ene tasca na de andere te vinden is. Vooral in de buurt van de Puerta del Sol en de Plaza Mayor zijn ze ruim voorradig. Vaak zijn ze op een wel heel aparte manier ingericht. En als je genoeg hebt van de tapas ga je gerust - veel later - naar een van de vele ‘tablaos’, zeker als je van een onvervalste flamenco houdt. En dan die verdomde fandango. Maar dan loopt het al naar het einde van de nacht. Vandaag de voorlaatste aflevering.

Fragment uit: MADRID, FANDANGO AAN HET EINDE VAN DE NACHT

De volgende dag zal mijn laatste zijn in Madrid. En die volgende dag is al begonnen. Op die volgende dag ben ik een halve eeuw oud geworden. Ars longa, vita brevis.  De rode wijn van gisteravond heeft zijn weerloos makende werk gedaan. Madrid is een purperkleurige zee geworden. De voortdurende deining veroorzaakt paradoxale gevoelens in hoofd en onderbuik. Ik laveer tussen Scylla en Charibdis. Dreig op twee rotsen tegelijk op de klippen te lopen. De onderbuik lijkt met het vorderen van onze dooltocht de overhand te krijgen.

 

Op de bouwterreinen van de Plaza de Toros, het ongerieflijke toevluchtsoord van arme liefdespaartjes, hoort men op korte afstand de trams voorbijgaan op weg naar de remises. De stem van Cela is daar weer. Maar voor het geluid van die versleten carrosserieën, de piepende remmen en het gerammel van de ijzeren wielen over de rails is het inmiddels te laat. Dit stuk grond, dat ’s morgens speelterrein is van lawaaiende kinderen, is na het sluiten van de portieken een ietwat onzindelijke lusthof, waarvan men het bestaan nauwelijks vermoedt; waar men elkaar geen vlotte, geraffineerde, maar veilige, absoluut veilige tederheden in het oor kan fluisteren. Het terrein van de oude mannen en vrouwen, die zich daar na het middageten als hagedissen in de zon komen koesteren, is een regelrecht paradijs, waar men elkaar ruw bemint op de zachte grond, waar nog de strepen zichtbaar zijn, die het kleine meisje tekende, dat er de morgen doorbracht met hinkelen.

October 8th, 2005

Madrid: naar het centrum van de macht

Posted in: Literair, Travels — admin @ 9:57

Ernest Hemingway was niet de enige schrijver die zich persoonlijk ging bemoeien met de strijd in de Spaanse Burgeroorlog van 1936 tot 1939. Maar helaas voor hem, en zoveel anderen, mondde de strijd uit in de jarenlange dictatuur van generalissimo Franco. Als Hemingway voor het eerst Madrid in het vizier krijgt, noteert hij: ‘Ik zag Madrid uit de vlakte omhoogrijzen, een gedrongen, wit profiel op de hoogte van een kleine bergrug, ver in het door de zon geharde landschap’. Madrid is nog steeds niet van zijn plek verschoven. En de woorden van Hemingway zijn dus nog altijd waar.

 

Plaza Mayor: doorkijk naar het politieke hart van de stad

De Duitse schrijver Hans Magnus Enzenberger sluit zich min of meer aan bij de gedachten van Hemingway, maar voegt er een maar al te ware dimensie aan toe, die van de rigide macht: ‘Hier was alles altijd een maat te groot, ook toen de hoofdstad nog een dromerig dorp was. Haar architectuur is monumentaal en smakeloos; het is te merken dat macht en onderdrukking zich hier altijd al thuis voelden’. Voor wat de smakeloosheid van Madrids architectuur betreft, kan ik het slechts ten dele met hem eens zijn. De stad kent heel wat aangename plekken en gebouwen. Hadden we in Nederland maar plekken die te vergelijken waren met het Parque del Buen Retiro. Of de beschaduwde brede trottoirs van de boulevards, zoals die van de Recoletos. Nog drie dagen (vandaag inbegrepen) de fandango die naar het einde van de nacht voert. Het lijkt wel een Celiniaanse ‘Voyage’.

Fragment uit: MADRID, FANDANGO AAN HET EINDE VAN DE NACHT

Bijna ongemerkt trekt het zonlicht zich inmiddels terug uit de straten. Warme gevels. Nog even die goudgele gloed, die er voor zorgt dat de nacht wordt opgewarmd. Schaduwen vallen breed over het asfalt. Don Pablo schuifelt naar een rustig café in de Calle de San Bernardo om een partijtje te schaken met Don Francisco Robles. Doñ¡ ura begint haar wandelingetje om uiteindelijk te belanden in het café aan Doña Rosa. De tapas-bars stromen langzaam vol. De kannen bloedrode sangria gaan van hand tot hand, van tafel naar tafel. Het wordt tijd terug te keren naar het Hostal-Residencia Don Diego, waar men mij verwacht op het afgesproken uur. Je viert je vijftigste verjaardag immers niet alleen. Ik zal er niet aan kunnen ontkomen.

 boekenwinkel in een van de rustuige straten in het centrum

Flarden muziek achtervolgen ons tot op de hoek van de straat, waar we de Gran Via verlaten en het licht gedempter wordt. Ondefinieerbare geluiden achter de gesloten luiken. Het is niet de tijd van Cela. Zijn bontmantels zijn in geen velden of wegen te bekennen. In plaats daarvan gebruinde blote schouders, scherp in het vlees getrokken spaghettibandjes. Maar het is dan ook niet de winter van 1942-1943. Toen het leven in Madrid zich voortsleepte in de monotonie van onbeduidende zonden en schaarse momenten van vreugde. Europa staat in brand en de generalissimo regeert met niets ontziende hardheid. Ik denk weer aan het zwart-witte, grootse inferno in het Centro de Arte Reina Sofia. Hoe een bombardement een nietig dorp aan de anonimiteit kan ontrukken. Maar ondertussen lokt de nacht ons verder de licht zoemende bijenkorf in. Het gegons in mijn hoofd maakt doof. Mijn gedachten laten zich kneden als was. Om half twee of twee uur in de morgen sluit de nacht zich over het vreemde hart van de stad. Duizenden mannen slapen in de armen van hun vrouwen zonder te denken aan de harde, wrede dag die hen, als een in het verborgen op de loer liggende wilde kat, misschien binnen een paar uur opwacht.

 

Plaza Mayor: in de slagschaduw van de macht

October 7th, 2005

Vechten tegen de windmolens: La Mancha in Madrid

Posted in: Literair, Travels — admin @ 16:25

Het lijkt wel Spanje vandaag. Althans wat de temperaturen betreft. De lucht staat, nadat de ochtendmist is opgetrokken, strakblauw a-herfstig te zijn. De temperatuur zal in de loop van de dag oplopen tot 22 graden. De lunch wordt (al een maand geleden afgesproken) genoten in het restaurant van de afdeling consumptieve technieken van de Gilde Opleidingen in Venlo. We zijn met acht personen, oud-collega’s met al jarenlange hondstrouwe man of vrouw inbegrepen. De schade bedraagt na afloop 106 euri. In een volgend log - maar eerst moet de Madrid-serie zijn afgerond - zal ik er nog op terug komen. Vandaag dus voor de zevende keer terug naar het eveneens zonovergoten Spanje. Na een dag in Segovia terug in Madrid. Het voelt vertrouwd aan. Als thuiskomen.

 Onafscheidelijk duo: Don Quichote en Sancho Panza

Fragment uit: MADRID, FANDANGO AAN HET EINDE VAN DE NACHT

Madrid is een productieplaats van gepruts, het weidse tentenkamp van een volk met het instinct van nomaden: van een schurkachtig volk. Een paar dagen eerder heb ik ternauwernood enkele zakkenrollers van me af kunnen slaan. De zon schroeit de Puerta del Sol. De zindering van de lucht maakt je weerloos. Totdat iemand zogenaamd per ongeluk tegen je aanloopt, terwijl zijn compagnon je in de rug van je centen probeert te verlossen. Duizend excuses als ik het geintje door blijk te hebben. Een seconde later zijn ze als waterdruppels opgenomen in de zee van het plein.

 

 Extra hulptroepen voor de heren Quichote en Panza Maar vandaag hebben ze George uit Glasgow te pakken. Terwijl ik zelf de Columbusfontein aan de Plaza de Colon beklim om me door hem te laten vereeuwigen, gaat er een gauwdief met zijn tas vandoor. De zinloze achtervolging wordt al na een halve minuut gestaakt. De wandelaars op de Paseo de Recoletos vervolgen hun onverstoorbare namiddagronde. Alsof de woorden van Pio Baroja y Nessi tenslotte toch nog bewaarheid worden. Madrid beviel me niet. Het heeft me veel tijd gekost om aan de sfeer van Madrid te wennen - meer de fysieke dan de morele sfeer. Ik hield niet van dit verblindende licht, deze felle zon en de stoffige lucht. Vooral de zoemer leek me heel vervelend? De winter in Madrid beviel me altijd, tot ik als een oude kater gevoelig werd voor koude. Terug in de bijenkorf. Overal de dichte, onrustige menigte.

 

Palacio Real, centrum van de macht?

Eerder op de dag met de ondergrondse naar het Plaza de España. Obsceen korte naveltruitjes deinen op de namaaklederen banken. Korte, strakke rokken. Het strakke, gebruinde vel trilt, glimt van het zweet. Speldeknopparels. Meest Zuid-Amerikaanse vleeswaren. Donkerharige import. Ecuador, Venezuela, Costa Rica, Chili. Ik vecht als een Don Quichote tegen erotische windmolens. Een paar minuten later sta ik oog in oog met de held uit La Mancha. Zijn lans steekt hoog de lucht in, terwijl hij me met zijn rechterhand toewuift. De onverstoorbare Sancho Panza drukt zijn rijdier onder zijn gewicht. De verbeelding was hier even aan de macht, maar heeft meedogenloos in het stof gebeten. De grootheidswaan van het Franco-regime is steen geworden in de nieuwe torens van Babel. Zoals in Oost-Europa indertijd het partijkader een woud van te groot uit hun kluiten gewassen betonnen blokkendozen liet planten om het proletariaat een minderwaardigheidscomplex te bezorgen. Hier sta ik op de Plaza de España. Cervantes’ blik is oneindig gericht op het zuiden, gruwend afgewend van de gigantomanie van het Edificio de España achter hem.

 

Palacio Real: koepelgewelf in het paleis

Next »
 
  • ON THE ROAD naar Santiago de Compostela

  • Sint Jacobus leidt me door braamstruiken en naar bierloze cafés

  • New York op doek: nieuwe schilderijen

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 20

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 19

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 18

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 17

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 16

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 15

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 14

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 13

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 12

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 11

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 9

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 8

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 7

  • Christo in Central Park New York

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 6

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 5

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 4

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 3

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 2

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 1

  • Sleepless in Manhattan - intro

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 17

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 16

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 15

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 14

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 13

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 12

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 11

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 9

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 8

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 7

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 6

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 5

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 4

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 3

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 1

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico García Lorca 1

  • BINNENKORT IN DIT THEATER: ANDALUSIË

  • Hermitage: het zomerpaleis van Nicolaas II aan de Amstel

  • Wajauw? Met Ahmed Marcouch en Hans Laroes naar Brooklyn aan de Maas

  • Luik: van nu en toen, van Calatrava en Les Olivettes

  • Geen Pim Pandoer, wel Beethoven in ’s Heerenberg

  • Spaanse La Notte in het Hollandse Slot Loevestein

  • Van Gogh en de kleuren van de nacht in Amsterdam

  • Opnieuw de ruimte in: A Space Odyssey 2

  • Schilderen: een lange winter met gebrande omber sienna

  • Paradise by the dashboard light

  • Shipbreaking op doek. Met dank aan Edward Burtynsky - Work in Progress

  • Ode Maritima aan Fernando Pessoa

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 16

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 15

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 14

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 13

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 12

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 11

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 10

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 9

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 8

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 7

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 6

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 5

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 4

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 3

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 2

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 1

  • MANHATTAN TRANSFER

  • Corrida aan het einde van de Indian Summer

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 14

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 13

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 12

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 11

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 10

  • Intermezzo: Lucien zingt Lee Towers

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 9

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 8

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 7

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 6

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 5

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 4

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 3

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 2

  • Valencia: tapas op de Feria van Calatrava 1

  • VALENCIA: tapas op de Feria van Calatrava

  • Feria Andaluza in Boom België, of all places

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 15 / slot

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 14

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 13

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 12

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 11

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 10

  • Powered by ME :) !! en MainCore
    Blog (c) WordPress 1.5 Theme created by McMike and Mr-Godd