Briefwisseling Reve - van Oorschot (1951-1987)
Een maand geleden ongeveer verscheen bij uitgeverij van Oorschot een fantastisch uitgegeven dundrukeditie met de briefwisseling tussen de godsvruchtige, homoseksuele ‘volksschrijver’ Gerard Reve en de als nurks en commercieel gewiekst bekend staande uitgever Geert van Oorschot. Het is een genoegen de honderden brieven te lezen. Op de website van de uitgeverij (inmiddels zwaait zoon Geert daar de scepter) is het volgende te lezen:
“Er is nog één geschrift, dat waarlijk een bom in Nederland zoude werpen, en dat is mijn Brieven aan Geert van O. Welk een leed, welk een worsteling! Dat boek verheft zich boven de tijd. Die brieven zijn zo goed als een komplete rekenschap van mijn literaire carriêre. Mijn volk heeft het recht, van de inhoud van die brieven kennis te nemen.?
Aldus Gerard Reve aan Geert van Oorschot op 10 februari 1983. Het boek presenteert - op uitdrukkelijke wens van Reve - de complete briefwisseling die de beroemde schrijver en zijn bevlogen uitgever ruim 35 jaar lang met elkaar voerden. De 714 bewaard gebleven brieven, het merendeel van Reve, zijn aangevuld met uniek fotomateriaal en van gedegen commentaar voorzien door Nop Maas. Zij bieden een onvergetelijke blik achter de schermen van het turbulente leven van de schrijver en de uitgever, die ondanks alles van elkaar bleven houden en hiervan vaak op ontroerende wijze blijk gaven. Zij vormen tevens de best denkbare introductie tot het ?uvre van Reve en tegelijk een autobiografisch dubbelportret van twee mannen, die het aanzien van de Nederlandse literatuur voorgoed hebben veranderd.
De verschijning van dit lijvige boekwerk (ruim 800 bladzijden) zal Reve helaas niet meer bewust hebben meegemaakt. Omstreeks 2003 kreeg de ziekte van Alzheimer hem steeds vaster in haar greep. Liefdevol thuis verzorgd door Joop Schafthuizen zo lang het nog kon, verblijft Reve inmiddels in een Belgisch verzorgingstehuis in de buurt van zijn huis. En hoewel de vergetelheid hem intussen heeft overmeesterd, eet en drinkt hij met smaak en heeft hij het daar naar zijn zin, niet in de laatste plaats dankzij Joop Schafthuizen, die hem daar iedere dag bezoekt.
Inhoudelijk zal ik er misschien nog een log aan wijden. Maar pas als ik het uit heb. Ik ben nu aanbeland op pagina 234. Maar een paar passages uit het boek wil ik de lezers van dit log niet onthouden.
Uit Algeciras schrijft Reve op 12 juli 1963:
“Ik heb een maand lang alleen maar prut gekakt, zeer uitputtend, maar maak nu, eindelijk, door verandering van dieet, gewone bolussen, die ik, tot mijn nek in het water staand, in zee leg, wat goed gaat en een verrukkelijke sensaatsie is, al is het gek dat hij omhoog wil inplaats van vallen, zodat je moet waken tegen het geverfd worden van de rug”.
En een paar weken later, op 3 augustus 1963 uit hetzelfde Algeciras:
“Maak me niet gek met die 150 woorden flaptekst, ik moet even niet van alles tegelijk aanmijn kop hebben, want van dat stomme geforens met mijn lul naar Gibraltar in die hitte ben ik wel gekookt. Hij is weer heel, alle zweren en barsten en etter en stank zijn spoorslags verdwenen. Ik had wel gewild dat het geslachtsziekte was, maar het was, zoals gezegd, slechts een streptokokken-infectie”.
Er is veel leed in het leven van een hard werkende schrijver. Het geluk in verre en warme landen zoeken levert vaak ook al niet het gewenste resultaat. Geert van Oorschot zal er smakelijk om hebben moeten lachen. En ik nu ook.
foto van vanochtend half acht: kleurrijke dagopening
José Saramago