Vroeg opgestaan. Met de trein reizen we vanuit Cascais (1,40 euri per persoon!) naar Lissabon. Niet goed opgelet, want hij stopt niet in Belem. Stappen daarom uit op station Alcantara, maar vandaar is het een te lange wandeling terug naar Belem. Vandaar opnieuw een taxi. Die ons afzet vlak tegenover het Padrao dos Descobrimentos, het stanbeeld gewijd aan de Portugese ontdekkingsreizigers.
Het monument ligt in een parkachtige omgeving aan de Taag. Pas in 1960 is het kolossale kunstwerk opgericht ter gelegenheid van het vijfde eeuwfeest van de hier alom aanbeden Hendrik de Zeevaarder. Dictator Salazar heeft blijkbaar aanwijzingen gegeven om het zo imponerend en realistisch mogelijk te doen zijn, in de traditie van de socialistisch-communistische beeldhouwkunst, en dat is gelukt.

Lissabon: het Padrao dos Descobrimentos, monument voor de ontdekkingsreizigers
Het monument beeld de voorsteven van een karveel uit, 54 meter hoog. Voorop staat - uiteraard - het beeld van Hendrik de Zeevaarder, het gezicht gekeerd naar het water van Taag en Oceaan, met in zijn ene hand een scheepje en in zijn andere een uitgerolde landkaart. Achter hem volgen meer Portugese ontdekkingsreizigers, geografen, dichters en missionarissen. Zoals koning Manuel I die een hemelbol in zijn handen houdt; en de nationale dichter Camoes die zijn beroemde Os Lusiadas met zich mee torst.
Op het grote plein voor het monument is in het plaveisel een gigantische wereldkaart aangebracht in een nog gigantischer windroos. Volgens de tekst is het geheel geschoken door de regering van Zuid Afrika als dank voor het Portugese ontdekken van Kaap de Goede Hoop: Esta rosa dos ventos foi ofericida Portugal pela unida da Africa do Sul no V centenario do Infanto D. Henrique, cuio genio torna posseil a descoberta do Cabo da Boa Esperança. Het wit van het protserige monument steekt fel af tegen het strakke azuurblauw van de lucht. En dat geeft mooie plaatjes.

Lissabon: Padrao dos Descobrimentos, detail
Vervolgens langs het water wandelen naar de Torre de Belem aan de Avenida da Brasilia, ook zo’n nationaal zeevaardersmonument, maar dan van oudere datum. Het is misschien wel het symbool van Portugal en zijn zeevaarders. En dat is te merken, want hier worden toeristen met busladingen gedropt. Omdat het terrein en de parkachtige omgeving zo uitgestrekt zijn, krijg je gelukkig toch niet de indruk dat het te druk is.

Lissabon: Torre de Belem
De toren dateert al uit 1520, en werd gebouwd door koning Manuel I op een rotseilandje in de Taag. Indertijd moest het de toegang naar Lissabon verdedigen tegen ongewenste indringers. Maar tevens was het bedoeld als herinnering aan de ontdekking van Brazilië in 1500.
De toren is een mengsel van Moorse en Manuelijnse elementen. Een typisch bouwwerk dat opvalt door zijn uitspringende uitkijktorentjes en geschulpte koepeltjes met kruisjes bovenop. In een van de nissen staat het beeld van het beeld van Nossa Senhora do Bom Sucesso (= Onze Lieve Vrouw van de Goede Afloop), die door alle zeevaarders natuurlijk stevig werd aanbeden.
Op het bouwwerk zijn verder veel wapenschilden (de toren en het platform hebben zelfs een rand van wapenschilden) en wereldbollen aangebracht. De raamlijsten lijken op in elkaar gestrengelde scheepskabels. Het gebouw heeft ook nog lange tijd dienst gedaan als gevangenis. Onder de vloedlijn waren kerkers gebouwd, waarin het water bij vloed de gevangenen tot de nek steeg.
Tijd voor een verfrissing op een terras van een nabijgelegen cafetaria annex souvenirwinkel. De temperatuur begint aardig op te lopen. Met de bus naar het centrum (het nabijgelegen Mosteiro dos Jeronimos) is voor een volgende keer. Uitgestapt in het hart van Lissabon, het Rossio. Lichte lunch in de Rua Augusta. Het is er al behoorlijk druk op de terrassen. Onder de parasol is de warmte goed te verdragen.Genoeg krachten verzameld voor een klim naar het Castelo Sao Jorge, dat hoog uitkijkt boven Lissabon. Het ligt dan ook op de hoogste heuvel van de stad en alleen het uitzicht dat je daar vandaan hebt is de klim meer dan waard.Voordat we daar arriveren hebben we al de Sé kathedraal) bezocht aan het begin van Alfama, en gebouwd op de plaats waar daarvoor een moskee stond. Een sobere, overwegend Romaanse kerk. En ook hebben we al vanaf de Miradouro de Santa Lucia, aangelegd op voormalige Arabische vestingwerken, een blik geworpen over de doolhof aan straatjes van Alfama. Veel bloemen, vooral geraniums en bougainvillea’s, hier. De blauwe azulejostableaus van de Santa Lucia stellen het Praço do Comercio en de verovering van Lissabon op de Moren in 1147 voor. Bezweet, hoewel je je best doet om in de schaduw van de huizen te blijven lopen, kom je dan tenslotte aan bij het Castelo.

Lissabon: zicht op de volkswijk Alfama
Het Castelo Sao Jorge was jarenlang in gebruik als residentie van de Portugese koningen. Pas in 1511 verhuisde de koninklijke familie naar de gebouwen aan het Praço do Comercio. Daarna raakte het kasteel in verval, hoewel het gespaard bleef bij de aardbeving van 1755. Salazar (toch nog iets goeds over hem) liet het restaureren. Het kasteel is momenteel in gebruik als stadspark. Op het moment dat wij er binnen lopen wordt net een groot podium afgebroken. Blijkbaar zijn hier de afgelopen week een aantal openlucht concerten gegeven. Hebben we gemist.
Maar het meest imponerend is natuurlijk het uitzicht dat je hebt over de hele stad. In de verte de Taag, de schepen en de Ponte 25 de Abril, die glinsteren in de zon. Dichterbij het centrum van de stad. Je kijkt zo het Rossio binnen, en ook de dakloze Carmokerk is goed te onderscheiden. Het geluid van het verkeer dringt niet tot hier door. Het is aangenaam in de schaduw van de vele bomen (er staan ongeloof oude olijfbomen) te lopen, anders zou het vanwege de hitte iets minder uit te houden zijn. En ook de stenen bankjes bieden soelaas. Al was het maar om de inmiddels branderige voeten wat rust te bieden.

Lissabon: Alfama, het wasgoed droogt als bacalhau
En dan daarna Alfama in, de legendarische volkswijk. Om in de benedenstad te komen hoef je alleen maar de trapstraatjes naar beneden te volgen. Het beste is om op goed geluk zo maar wat te dolen. En de kleuren, geluiden en geuren van de huizen op je te laten inwerken. Hoewel het felle wit als basiskleur overheerst zijn er gevels in alle kleuren geel, rood, blauw, oker, groen. Hier en daar een gevel bekleed met blauwe azulejos. En als de gevels nog niet voldoende kleur bieden dan is er wel het bonte wasgoed dat stokvisstijf gedroogd aan de lijn hangt. Vanwege het uur van de dag zijn de straatjes niet erg druk bevolkt. In de schaduw zit een groep kinderen een of ander knikkerspelletje te doen. Dan weer ligt er een bruine hond lang uitgestrekt tegen een gevel, zacht zuchtend. En uit een hier en daar openstaand venster kruipt de geur van gebakken bacalhau in olijfolie of klinkt zachtjes een jammerende fado uit een transistor. Dulce Pontes, dit keer. Met A Brisa do Coraçao:
No brilho azul do ar uma gaivota / No mar branco de espuma sonoro / Curiosa espreita as velas cor de rosa / A procura do nosso tessouro.
Het gaat over een schuimende zee, en zeilen als rozenblaadjes, meer kan ik er met mijn bescheiden Portugees niet van maken. Maar in deze hitte doet alles wat over water en zee gaat verfrissend aan. Even later passeren we de Rua da Saudade, ook hier. Net als in Cascais. Het moet wel diep zitten, bij die Portugezen. Ik zie het in Nederland nog niet gebeuren, een ‘Straat van de Weemoed’. Terwijl daar toch alle aanleiding voor is in die steriele Vinexwijken. Tenslotte spoelen we aan in de benedenstad, vlak bij de Taag, in de Rua Cais Santarem.

Lissabon: Alfama, zonnige doolhof
Alfama. De wijk bleef gespaard bij de vernietigende aardbeving van 1755. Overal in de wijk vind je kleine tascas (cafeetjes). Ook zijn er veel kleine volkse fado-restaurantjes. De naam Alfama is afkomstig van het Arabische woord alhama (= bad) of aljama (= Moorse Wijk), dat is niet helemaal duidelijk. Heel vroeger was Alfama een wijk voor de welgestelden, maar vanaf de 13e eeuw kwam er de klad in. Het werd de wijk voor de arme zeelieden, vissers en havenarbeiders. Nu is het een typische volkswijk. En de laatste tien jaar is er behoorlijk wat gerestaureerd. De huizen zien er een stuk minder smoezelig en vervallen uit dan in 1997 toen ik hier ook rondliep.
Taxi! Geen probleem in deze stad. Met een razende vaart brengt de chauffeur ons naar het nieuwe stadsdeel Parque das Naçoes, gebouwd ter gelegenheid van de Expo ‘98, gewijd aan de Oceanen en de Zeevaartgeschiedenis van Portugal. Dat we het er levend afgebracht hebben is een wonder, want op een gegeven ogenblik gaat de chauffeur volgens mij met beide benen op de rem staan. Op twee centimeter na is het voldoende om niet onder een vrachtauto te schuiven. Ik zit zowat met mijn neus tegen de voorruit. Want autogordels hebben hier een symbolische betekenis, geen taxichauffeur die ze draagt.

Lissabon: Oriente Station, Santiago Calatrava’s meesterwerk (Parque das Naçoes)
Terwijl Gemma en Lucien het grote nieuwe winkelcentrum Vasco da Gama afstruinen, waarvan het gigantische dak door stromend water gekoeld wordt, ga ik zelf het voormalige expoterrein verkennen. Architectonische hoogstandjes in overvloed. Die je al meteen overweldigen als je uit de taxi stapt.
Aan de ene kant het schitterende door Santiago Calatrava ontworpen Oriente Station, bestemd voor trein, bus, metro en taxi. Een fantastisch vormenspel van beton, glas en witgeverfd staal. En dat in de meest gestroomlijnde en gestileerde vormen die je maar kunt denken. Tegen het strakke blauw van de lucht zijn het bijna abstracte geometrische schilderijen.
Aan de andere kant stap je het grote nieuwe winkelcentrum Vasco da Gama binnen. Als je daar aan de andere kant uitloopt tref je een nieuwe waterval aan architectonische hoogstandjes. Geometrische gebouwenkunst in gedurfde vormen. Driehoeken, cirkels en rechthoeken uitgevoerd in wit, vooral wit, geel en grijs. Jaarbeursgebouwen, concerthallen en een groot zee-aquarium, verdeeld over vier kubussen binnen een groot gebouw. Grote, hoge, wit-groene kantoorgebouwen waarvan de gevels zijn vormgegeven als de boeg van een oceaanstomer. Er zijn grote waterbassins waarlangs gewandeld kan worden. En dan is er natuurlijk nog de Taag, die breed langs het hele complex stroomt. Of in de verte de lange Vasco da Gamabrug die de twee stukken Portugal met elkaar verbindt. En daarboven de zon.
De plek waar in 1998 de Expo met als thema ‘The Oceans. A heritage for the future’ werd gehouden, is omgetoverd tot een amusementspark, met een winkelcentrum, verschillende attracties, concerthallen, bars, restaurants en een looproute langs de Taag.
Het Oriente Station, ontworpen door Santiago Calatrava, is zeker het meest opvallende complex van dit stadsgedeelte te noemen.
De Feira Internacional de Lisboa (jaarbeursgebouwen) nemen de grootste ruimte van het complex in beslag.

Lissabon: Parque das Naçoes met op de achtergrond de Vaco da Gama brug
De Torre Vasco da Gama, het herkenningspunt van het park en het hoogste gebouw van Lissabon, heeft een uitkijkplatform en een restaurant op tweederde van de hoogte.
Het Oceanario, één van de grootste aquaria ter wereld, heeft enorme bassins, met roggen, pinguïns en haaien.
Het Pavilhao Atlantico is ontworpen voor allerlei soorten van publiek vermaak en is zeer succesvol voor concerten, beurzen en andere functies.
De kabelbaan langs het water, die de toren met het aquarium verbindt, biedt een schitterend uitzicht over het park.

Lissabon: Parque das Naçoes met kantoorgebouwen als karvelen
Als ik terugkom van mijn fotoshoot staat de rest van de familie natuurlijk op het punt inkopen te doen. Of ik de creditkaart maar in de gleuf van Zara wil steken. ‘Is goedkoper dan in Nederland’, heet het alibi voor de aankoop van de geselcteerde kledingstukken. En daarna is het tijd om even op een van de inwendige terrassen van Vasco da Gama de benen te strekken voor een café heet een pastel con nata (gebakje). En laat die combinatie nou ook net in de aanbieding zijn. Geen geld, natuurlijk.

Lissabon: nogmaals het Oriente Station, Parque das Naçoes
Met de metro terug naar het centrum (Oriente - Rossio); een keer overstappen. En ook daar val ik (met Lucien neer) op het terras van café ‘Nicola’, kortgeleden uitgeroepen tot het Café van het Jaar 2005 in Portugal. Gemma kan het niet laten en schaft ondertussen nog een paar schoenen aan in een van de vele schoenenzaken rondom het Rossio. En dan wordt het tijd om weer aan tafel te schuiven. Dit keer Restaurante Iberico in een van de kaarsrechte straten van de Baixa, de Benedenstad. Opnieuw bacalhau, ik kan het niet laten. En het flesje vinho branco verdwijnt ook ongemerkt.
Met de trein terug naar Cascais. Als we uitstappen op het station staat er een bijna stormachtige wind. Terug in het hotel ontdek ik blaren op mijn rechter grote teen. Snel in bad, dus. Het stof van Lissabon van me afspoelen.

Lissabon: café Nicola op het Rossio (centrum)