August 31st, 2005

Mouraria, dat andere Alfama

Posted in: Literair, Travels — admin @ 14:39

Een wijk in Lissabon die te vergelijken is met Alfama heet Mouraria. Hoewel we in de afgelopen vakantie de wijk niet doorkruist hebben, is de herinnering aan de wijk die ik in 1997 bezocht nog altijd levendig. Al was het maar vanwege de fado. Hieronder een deel van het verhaal uit die tijd. Het hele verhaal van die week had overigens de titel: “Lisboa, uma noite de fados”.

En opeens is ze daar weer. De Kaapverdische met het okergele hesje. Haar ebbenhouten huid strak gespannen. Geuren van verboden specerijen. Van verre eilanden. Zwarte Calypso. Ik rangeer haar stoel. Moira. Noem me maar Moira. Ze herkent me niet van enkele dagen eerder op Schiphol. Amsterdam is een vieze stad, zegt ze. Vol graffiti en stinkende grachten. Hier in Lissabon zorgt de oceaan voor een permanent schone lucht. Maar een maal per jaar vliegt ze naar Nederland, om haar familie te bezoeken. Ook al woont ze hier ook niet riant, het is toch altijd nog beter dan het kille Holland. Hier in Mouraria. Ik hoef niets te zeggen, maar roep de gevleesde kop van de in een lange witte voorschot gehesen ober. Liever geen wijn lacht ze. Gewoon koffie met een glas water. Mijn Portugees gaat met sprongen vooruit. Vertel van mijn odyssee naar de fado. De sissende percolator overstemt haar antwoord.Onder de paraplu schuift ze dicht tegen me aan. Meer beschutting zoekend tegen de wind dan tegen de regen. Niet naar het Rossio, daar vind je volgens haar op dit uur alleen nog maar toeristen in café Nicola of in de Pastelleria Suiza. De verweerde gevels van het Chiado schuiven met ons mee. Oude brandlucht perst zich tussen de nauwe kieren door. Zwarte donderdag 25 augustus 1988. Een vuurstorm die zich verwoestend voortplantte vanuit de Rua da Carmo naar de Rua Nova do Almada en verder. Het nauwelijks verlichte handschoenenwinkeltje met de die beladen naam Luvaria Ulisses. Nog steeds staan eenzame, moe geworden gevels met open monden naar de donkere lucht te staren. De wederopbouw zal nog jaren vergen. Onder regie van Alvaro Siza. Stenen voor woorden. Aanwijzigingen van Antonio Ribeiro. Van Eça de Queiros. Van Fernando Pessoa, die we zojuist rillend in zijn bronzen jas hebben achtergelaten.

Uitkijken dat de voeten niet wegglijden over de spekgladde steentjes. De wind fladdert zigzaggend als een dolgedraaide vleermuis door de vochtige oceaanlucht. De weg voert omhoog. De Baixa ligt al bijna volledig aan onze voeten. Tot het donker wordt ga ik gebukt onder een levensgevoel dat lijkt op die straten. Overdag zijn ze vol drukte die niets wil zeggen, ’s nachts zijn ze vol afwezigheid van drukte die niets wil zeggen. Ik zelf ben overdag niets en ?s nachts ben ik ik. Mijn Kaapverdische leidt me verder de Bairo Alto binnen. Onwetend van mijn gesprekken met Fernando. Kweeste naar de fado. In dit kloppend hart of darkness. Zelf geloof ik er al nauwelijks meer in. De voorafgaande nachten hebben wat dat betreft de toon niet gezet. Integendeel. Ook op deze zwerftocht lijkt het noodlot te rusten. Fatum. Fado. Ondanks de hier en daar uit het donker weggolvende klanken van een jammerende fadista. Op de deining van de spiegelende witte keitjes worden we de draaikolk van een nieuwe doolhof binnengezogen. Tussen Scylla en Charibdis.

August 30th, 2005

De Zahir van Paulo Coelho

Posted in: Literair — admin @ 17:29

Het afkikken gaat toch minder goed dan ik verwachtte. Dus maar een truc verzonnen. Ik heb me daarom sinds het weekend gestort op een van de huidige bestsellers: De Zahir van Paulo Coelho. Oorspronkelijk geschreven in het Portugees (’O Zahir’) schijnt het internationaal aardig te lopen, maar dat kan ook aan de uitgekiende marketing liggen. De website van de Braziliaanse schrijver Paulo Coelho liegt er niet om. Inmiddels is De Zahir in heel wat talen vertaald. In het Nederlands door Piet Janssen. Kan het Nederlandse?

Volgens Jorge Luis Borges, de blinde ziener-schrijver uit Buenos Aires stamt de idee van de Zahir uit de islamitische traditie. Zahir is Arabisch, en betekent: zichtbaar, aanwezig, onmogelijk om onopgemerkt te blijven. Uiteindelijk komt het er op neer dat de ‘Zahir’ volledig bezit neemt van onze gedachten, en we ons nergens anders meer op kunt concentreren. Dat kan een obsessief karakter krijgen of eindigen in waanzin.

Bovendien spreekt in De Zahir van Coelho mij het Ithaka-thema wel aan. Daarvoor haalt hij als start van het boek een gedicht van de Griekse dichter Kavafis van stal:

Als je doel Ithaka is en je vertrekt daarheen,

Dan hoop ik dat je tocht lang zal zijn,

En vol nieuwe kennis, vol avontuur.

Een korte schets van de inhoud:

Een internationaal beroemde schrijver is zo druk doende met zijn literaire werk en de plichtplegingen die dat met zich meebrengt, dat hij niet in de gaten heeft dat hij zich langzaam van zijn vrouw, Esther, verwijdert. Zij was de vrouw die hem zover gekregen had datgene te doen wat hij werkelijk wilde: een boek schrijven. Dat boek, over een pelgrimstocht naar Santiago, beleefde een stille triomf over de wereld en werd gevolgd door een mondiale bestseller over een jongen die op zoek gaat naar een schat. Op het toppunt van zijn roem, wanneer zij in Parijs bij hem is ingetrokken, neemt Esther het besluit oorlogscorrespondente te worden. Ze wil weten waarom de mensen niet gelukkig zijn en denkt daar achter te komen in een oorlogssituatie.

Het laatst wordt zijn in Parijs gezien met een man met Mongoolse trekken. Dan is ze ineens verdwenen en verdenkt men in eerste instantie de schrijver hiermee iets van doen te hebben. Wat volgt is een lange tocht waarin hij naar zijn verdwenen geliefde op zoek is. Het wordt een odyssee die hem de ruimte geeft na te denken over zijn relatie met Esther, over de liefde en over verdwijnende culturen waarin liefde een centrale plaats heeft. Het komt allemaal redelijk soft (new age?) over, maar Coelho weet het goed te verwoorden.

August 29th, 2005

Cristina Branco canta Slauerhoff (2)

Posted in: Artist Impressions — admin @ 16:37

Kom, een toegift als afsluiting van de Portugal-weken. Het doek is dicht, maar het publiek roept nog om een extra nummer. Hoe kun je Portugal beter verlaten dan met een fado? Met een tekst geleverd door onze eigen Portugees van toen, Jan Jacob Slauerhoff. En Cristina Branco zingt hem, de fado van de Friese wereldzwerver, die als geen ander iets met Portugal had. Saudade uit de weilanden rondom Leeuwarden. Dat is nog eens andere koek dan rondzingen in het verschroeide land van de Alentejo.

Fado

Ben ik traag omdat ik droef ben,

Alles vergeefsch vind en veil,

Op aarde geen hoogre behoefte ken

Dan wat schaduw onder een zonnezeil?Of ben ik droef omdat ik traag ben,

Nooit de wijde wereld inga,

Alleen Lisboa van bij de Taag ken

En ook daar voor niemand besta,

Liever doelloos in donere stegen

Van de armoedige Mouraria loop?

Daar kom ik vele als mijzelve tegen

Die leven zonder liefde, lust, hoop?

August 28th, 2005

Afscheid van Portugal met José Cardoso Pires

Posted in: Travels — admin @ 7:59

Morgen weer terug naar de realiteit van alle dag: gewoon aan het werk dus. De afgelopen week al even warmgedraaid, maar morgen gaat het echt beginnen. Minder is natuurlijk dat op de valreep de zomer nog uitbreekt. Aangekondigd is dat de temperaturen de komende dagen tot 28 graden zullen oplopen. Of dat de arbeidsatisfactie bevordert, vraag ik me af.

Als afsluiting van de Portugese periode lees ik vandaag wat korte hoofdstukken in Lissabon, een Logboek van José Cardoso Pires. Pires behoort naast auteurs als Saramago en Lobo Antunes (kan ik nog steeds niet goed lezen) tot de Portugese moderne literaire grootheden. In het slechts 95 pagina’s tellende boekje loopt hij met je mee door de stad, en vertelt ondertussen onderhoudend over de zaken die hem bezighouden of opvallen. Hij sleurt je mee zijn favoriete bars en cafés in, heeft een verhaal bij niet alledaagse bouwsels (en die zijn er nogal wat in Lissabon) of tegeltableaus (azulejos). Ook wijst hij op de sporen die zijn literaire voorgangers (Pessoa, Queiroz en anderen) achterlieten in het stadsbeeld.

Twee van de meest interessante hoofdstukjes zijn gewijd aan het plaveisel van de stad: ‘Daisy’ en ‘De stad die zich spiegelt’. Hierin legt hij een relatie tussen de ook overal in de stad aanwezige azulejos-tableaus en de afbeeldingen die met zwarte keitjes zijn aangebracht in de zee van geelwitte keitjes. Tegelijkertijd is het een eerbetoon aan de honderden stratenmakers die dagelijks actief zijn in Lissabon. Want er wordt wat opgebroken, gerestaureerd en opnieuw geplaveid in de stad.

“Stratenmakers. Wie het geluk heeft deze gebogen meesters in hun steentjeszee tegen te komen, moet wellicht denken aan gehurkte scribenten. Of als men ze afbeeldingen in stippellijntjes ziet neerzetten volgens het procédé van de huidgraveurs, zal men ze misschien aanzien voor kroniekschrijvers die het lichaam van de stad middels bijna rituele perforaties voorzien van in basalt uitgevoerde tatoeages, en dan is het alsof de figuren, de data of de symbolen die het menselijke toneel versieren ook als toneeldecor van de straten dienen”.

Voor mij is het Lissabon waar anderen slechts marmer en graniet zien eerder een hoofdstad met trottoirs in zwarte kant die zich weerspiegelen in de azulejos die haar verrijken met kleur en glans”

En inderdaad: als je over het gemiddelde Nederlandse trottoir loopt dan is dat van een deprimerende grauwheid, die doet denken aan de grijze betonwijken in het Oostblok van voor-de-val-van-de-Muur. In Lissabon loop je de hele dag over een prentenboek, en bij elke stap die je zet wordt automatisch een nieuwe bladzijde voor je opengeslagen.

August 27th, 2005

Alfama, met eigen ogen

Posted in: Travels — admin @ 6:44

Alfama is het oudste deel van Lissabon. Het ligt als een trouwe hond tegen de zuidoostelijke helling van de burcht waarop het Castelo de Sao Jorge gebouwd is. Tijdens de beruchte aardbeving van 1755 keek de wijk onbewogen toe hoe de bendenstad, de Baixa, verkruimelde en wegspoelde in het gemengde zoet en zout van Taag en Atlantische Oceaan. Uiteraard zijn de huizen uit die tijd al zoveel maal verbouwd, beschilderd, onttakeld, verstevigd of met stenen by-passes gereanimeerd, dat de wijk alleszins verantwoord meedoet in de 21e eeuw. Zeker de laatste jaren is er veel geld en aandacht geweest voor het op peil brengen en houden van de levensvatbaarheid van dit stadsdeel.

Maar de printplaat van de stad is onaangetast. De onoverzichtelijke indeling van straten en straatjes, de slagaders en haarvaten van de wijk, is intact gebleven. En dat hoort ook zo. In deze tijd van extreme make-overs zouden de bewoners van de wijk sterven aan een zenuwinzinking als hun wijk door zo?n goedbedoelde ingreep verminkt zou worden.

Natuurlijk: het is niet allemaal efficiënt. De trapstraatjes moeten een crime zijn voor al die oudjes die slecht ter been ’s ochtends afdalen naar de Rua Alfandega of de Rua Cais Santarem om het dagelijks brood in te slaan of er hun bica te drinken. Maar ze nemen de tijd. En die tijd is er in overvloed. Raakt hier nooit op.

Reisbeschrijvingen uit de 19e eeuw beschrijven een duistere, smerige en beklemmende wijk. Waar je soms je leven niet zeker was. Dik doen of zwaaien met stapels escudo’s kon je letterlijk duur te staan komen. En dat geldt eigenlijk voor heel Lissabon. Nog rond de eeuwwisseling waren er grote groepen tuberculoseslachtoffers en braken er meerdere malen epidemieën uit vanwege de slechte hygiënische omstandigheden. De prostitutie tierde welig en het fenomeen HIV zal hier ongetwijfeld een een avant-la lettre vorm zijn voorgekomen. Kortom, geen wijk voor de jetset.

Ook nu nog wonen hier de armere bevolkingsgroepen. Veel huizen zijn nog in afwachting van sanering. Grote stadsprojecten zijn echter al uitgevoerd of aanstaande. Ook al spettert het zonlicht uit de felgekleurde muren, in veel huizen dringt nooit enig zonlicht binnen. Veel kleine woningen met niet al te veel faciliteiten. Maar ook na sanering ziet het stadsbestuur er op toe dat de samenstelling van de bewoners in de wijk behouden blijft. Drastische huurverhogingen worden verboden. En ook de bewoners zelf letten op wie er in de gesaneeerde of vrijgekomen huizen gaan wonen.

Het is een feest om op een zonnige dag doellooos, zinloos of redeloos door het labyrint van Alfama te lopen. Het kleurenpalet van de gevels zorgt voor een feestelijke stemming. En alsof dat nog niet genoeg is zorgen de huisvrouwen van de wijk ervoor dat de bonte was, als serpentines over de staten of de gevels hangend, altijd buiten hangt. Schoongewassen. Want de vuile was hang je immers niet buiten. Zeker niet in Alfama.

En dan zijn er nog de namen. Van de straten. Van de pleinen. Van de kerken. Tijdloos als de zon de zorgt voor een wisselend clair-obscur. In alle kleuren, en niet in alle tinten wit en zwart. Van het wit is er veel. Tientallen kleuren wit. Van het zwart is nauwelijks iets te vinden. We hebben schaduwrood, nachtgroen, schemeringblauw, bewolktoranje, duisternisgeel en zonsverduisteringpaars.

Dus lopen maar door de Rua de Sao Miguel, de Rua de Sao Pedro, de Rua dos Remedios, de Beco de Santa Helena. Of je laten verwarmen door de schijnwerpers op de pleinen van het Largo do Chafariz de Dentro, het Largo do Terreiro do Trigo, het Largo de Sao Rafael, en - als uitsmijter - het Largo das Portas do Sol: het Plein van de Poorten naar de Zon.

Of je even terugtrekken in de koele stilte van de Santa Luzia, de Sao Miguel, Nossa Senhora dos Remedios, de Santo Estevao.

En dan zijn er nog de geluiden. Van zingende kanaries. Van een dichtslaande deur. Van een knallende brommer. Van de fado uit een krakende transistor. Cançoes do Mar, Dulce Pontes.

En de geuren. Van de altijd bloeiende geraniums. Van gegrilde bacalhao. Van verschroeide olijfolie. Van zojuist opgelijnd wasgoed. Van het luchten van een oud matras.

Maar ook het labyrint heeft zijn einde. Want tenslotte daal je uit de hemel af naar de realiteit en arriveer je, na heel veel smalle trappen, op de Rua Cais Santarem. Terug in Lissabon. Terug op aarde.

August 26th, 2005

Alfama, een magische wijk in Lissabon

Posted in: Travels — admin @ 6:06

In 1998 verscheen het fotoboek Alfama, een magische wijk in Lissabon. De zwart-wit foto’s van Hans Roels (de portretten) en Serge Vermeir (de architectuur, reportages) worden voorafgegaan door een omvangrijke inleiding van Gerrit Komrij. Als inwoner van Portugal (hij heeft een huis in Tras-os-Montes) heeft Komrij in ieder geval recht van spreken. Komrij heeft het in zijn inleiding niet alleen over de historie en de groei van de wijk Alfama, maar ook over inwoners en hun cultuur, inclusief het fenomeen ‘fado’ dat tot de kern van het leven in de wijk Alfama behoort.

Vandaag de foto’s in zwart wit, morgen Alfama in kleur.

Lees mee.

Over het karakter van de wijk:

* De Alfama is als een eiland in de stad. Geïsoleerd, met een eigen etiquette, verstild - en tegelijkertijd een verhevigde, ingedikte, hogere uitgave van die stad. Niet zomaar een van de vele wijken die de stad Lissabon telt, nee, de wijk tout court. Geen buitenwijk, geen binnenwijk, maar de binnenste van de buitenwijken. Er zijn in de wereld wel meer steden die over zo’n soort wijk beschikken. Het maakt een dergelijke stad pas tot een volwaardige metropool. Je zou kunnen zeggen dat een stad pas echt op een stad lijkt als ze in het bezit is van zo’n eiland.

* Soms lijkt het wel of de Alfama meer wegheeft van de Himalaya of het Amazonegebied dan van Lissabon. De lezer denkt nu misschien dat ik over onoverbrugbare verschillen spreek en over de kloof die tussen wijk en stad gaapt. Het zou een misvatting zijn. Het bijzondere doet zich juist voor dat je in zo’n eiland-wijk tegelijk het gevoel krijgt of de stad er in zijn zuiverste vorm leeft. Dat zo’n wijk de kern is, een soort klokhuis van de stad.* Of als het stille oog van de orkaan. Rondom de Alfama woelt, raast en tiert het, in de helse dampen van benzine, maar hier heersen nog het tempo van de voetstap en de rook van de waskaars. Die traagheid en staat van bijna-stilstand verklaren dat je er zelfs het daglicht en de dierengeluiden anders ervaart. Natuurlijk is dat stille oog maar bij wijze van spreken. Er kan in dat roerloze oog sprake zijn van veel kabaal en anarchie. Maar zelfs dan - ook de anarchie is er, zal ik maar zeggen, anarchistischer en daarom draaglijker. Stadslawaai is ongemotiveerd, wijklawaai heeft een diepere zin.

Over de mensen:

* De Alfama leeft van de contrasten. Tussen arm en rijk, tussen licht en schaduw. Op de ruas wordt feest gevierd. Maar ondanks het licht en de muziek van de nachtelijke straatfeesten, wanneer de volksheiligen, de santos populares Antonio, Joao en Pedro dansend in het zonnetje worden gezet, heerst er nooit een echte uitbundigheid, een zal ik maar zeggen, Spaanse of Zuid-Amerikaanse woestheid. Een Portugese feestviering houdt altijd een aspect van heimelijkheid en dofheid. Er zijn te veel lagen. Er is te veel innerlijkheid.

* Het Portugese plezier kent altijd iets dofs, al blijft het onveranderlijk plezier. Er schuilt een worm in. Het bezit de matheid en somberheid die ook de interieurs van de kerken en palacetes kenmerken, waar jhe elk moment een verarmde markies uit een Gothic novel verwacht. Op het carnaval dansen paljas en Dracula hand in hand.* Veelkleurig zijn de mensen ook, want het gaat om de mensen in dit theater. Mozambique, Kaapverdië, Macau, de hele wereld is aanwezig. Gebruinde matrozen, zigeuners en saltimbanques. Er zijn in het decor de blauwe tegels en de bonte tegels. Er zijn de papegaaien voor de ramen. Er zijn de kleuren van de geschilderde kozijnen - nu eens hard, dan weer pastel en feeëriek - en van de anjelieren, piri-piri-s, citroenen, dakpannen.

Over de fado:

* Het contrast is de voedingsbodem voor de poësie. Zelfs het juichendste innerlijk kent zijn zonloze plek, en het is ongetwijfeld daaruit dat de fado voortvloeit. Het lied dat men in de Alfama zo vaak hoort weerklinken. Het lied van het fatum, het noodlot.

* De fado is er pas sinds de negentiende eeuw. Oorspronkelijk behoorde ze bij het leven van de bohémiens en de prostitutie. Ze werd op straat gezongen en in de huizen ‘met halve deuren’. Er werden in die liederen verhalen over het leven van alledag verteld, er werd bittere kritiek in geleverd, ze gingen over de afwezigheid, jaloezie, leugens. Over het contrast tussen - nee, over het samengaan van vreugde en zonloosheid. Over de worm in het hart. Dichters droegen met teksten bij aan het fado-repertoire en er werd ook veel geïmproviseerd. De fado was het lied van de saudade, het verlangen naar wat er niet is en er ook nooit moet komen, omdat de zoetheid van het verlangen zou doden. Het lied van het teerste gemis, de onmogelijkste droom en de altijd ontroerende werkelijkheid.* “Men is net zo goed fadista door te luisteren dan door te zingen”, zegt de volksmond. Fado’s vullen de nacht en snijden door de ziel.

* Wie is zo hard en kil dat hij ongevoelig is voor de kracht van de fado? Het is, zonder wind, zingen tegen de wind in. Het is verdriet dat je een ogenblik gelukkig maakt, een heimwee waardoor je je heel even ergens thuis voelt. Het is één en al sentiment zonder vulgair te zijn. Het is het lied van de hoeren en de pooiers, van de markvrouwen en de zeelieden, van de ontheemden en de havelozen die zingende koning zijn.

August 25th, 2005

Van Lissabon naar Amsterdam

Posted in: Travels — admin @ 5:41

Laatste dag in Portugal. Het klimaat doet op deze dag nog eens extra zijn best om ons gunstig te stemmen. En te verleiden tot een terugkeer op een ander moment. Het wordt dus 37 graden. En nauwelijks wind. De rook en de brandlucht van gisteravond zijn verdwenen. We ademen weer schone zeelucht in.

Ook het bikinislipje is terecht. Een blik naar beneden, en ja: daar ligt het rode kledingstuk (?), opzichtig midden in een bloemperk. Van zes hoog te pletter gevallen. Blijkbaar nog niet opgemerkt door de vroege tuinlieden die hier dagelijks bezig zijn. Met de lift naar benden en vis het natte slipje uit de bloemen. De sproeiers die het gazon een beurt hebben gegeven hebben het slipje ook maar even water gegeven. Kan Tineke dus het volgende terug mailen: “Vanmorgen nog een nat slipje gevonden in de struiken. Heeft ze toch nog een mooi kado.. Vanavond Fly. Groeten, Gerard.”

relaxen in Portugal: doe gewoon die hond na (Monsaraz/Alentejo)

Vandaag is het benauwd en heiig. Er is wat lichte bewolking en de temperatuur zal oplopen tot 37 graden. Vanavond om tien over acht zal het vliegtuig pas vertrekken naar Schiphol. We hebben dus praktisch nog de hele dag om vakantie te vieren. Wel moeten we om 12 uur de bruidssuite ontruimd hebben. De koffers kunnen we zolang stallen in een ruimte naast de receptie.

Ploffen ’s morgens na het ontbijt onmiddellijk naar bij het zwembad. De ligstoelen staan gestrekt en de parasol is opgezet. En als het effe te warm wordt neem je een duik in het frisse water. Wat ontspannende lectuur binnen handbereik. Of het verstand op nul. Het maakt allemaal niet uit. Geen spoor van André Hazes, geen polonaise met een lint van hoppende, en altijd te dikke vrouwen, geen Heineken of Amstel, geen patatje oorlog: Viva Cascais! Nog (bijna) één dag te gaan.

Cascais: Esplanada Santa Marta, eten aan zee

De lunch (het galgenmaal?) nemen we op de inmiddels vertrouwde locatie van de Esplanada Santa Marta. Nog even genieten van het uitzicht over de zee. Beneden ons aan de rotskust zijn al weer een paar duikers bezig de onderwaterfauna te bestuderen. Een Marokkaanse familie gaat geheel - volgens de islamitische voorschriften? - gekleed te water. De struise madam in een lange rok die even later als een natte dweil langs haar lijf hangt. Haar vent gaat obsceen met ontbloot bovenlijf te water. Ondertussen happen we de gegrilde vis weg, en spoelen het geheel nog eens na met wat frisse vinho verde. We wensen de baas tot ziens over een wat langere tijd, en sjokken in de hitte terug naar het hotel. Tot 16.00 uur blijven we aan het zwembassin liggen. Daarna omkleden en de laatste spullen de koffers is.

misschien kan Portugal beter volledig beklinkerd worden (geen bosbranden meer)

Om 17.15 uur haalt een busje ons af voor de transfer naar het vliegveld. Het is druk op de autoweg richting Lissabon, vandaar dat de chauffeur een route neemt door het centrum van de stad. Zo kunnen we in ieder geval nog een voorlopig laatste groet brengen aan Lissabon. De chauffeur vertelt overigens dat de hele stad gisteravond vol rook stond vanwege de bosbranden in de omgeving. Waar wij ook last van hadden. Door de wind is er van brandlucht ook hier niks meer te bespeuren.

Ook al zijn we ruim op tijd aan de incheckbalie kost het toch nog heel wat tijd om de koffers af te leveren. Honden die gewogen en ingecheckt moeten worden. Een neger die een grote hutkoffer wil inchecken, maar het geval krijgen ze niet door de ’sluis’. Jengelende kinderen die er met de haren bijgesleept moeten worden. Paspoorten en/of vliegtickets die niet blijken te kloppen. Kortom, je staat je daar een potje te ergeren. Moet natuurlijk niet, want je moet je gewoon overgeven aan het Portugese relaxte levensgevoel.

Na een snelle hap en wat laatste inkopen gaat de Boeing 737-800 exact op tijd, om 20.10 uur de lucht in. Tegen middernacht hebben we de koffers van de belt getrokken en staan Maurice en Karlijn ons op te wachten. Vijftien dagen Portugal zijn voorbij.

Maar morgen gaan we er gewoon mee door. Alleen dan vanuit Nederland.

Laatste blik op Lissabon: Taag - Ponte 25 de Abril - Cristo Rei

August 24th, 2005

De brandlucht dringt door tot hier

Posted in: Travels — admin @ 5:41

Het wordt een bloedhete dag vandaag. Al bij het opstaan slaat de hitte je tegemoet als je het balkon op loopt. Uiteindelijk zal de temperatuur vandaag oplopen tot 37 graden. Het is de voorlaatste dag van onze dagen in Portugal. Zin om nog veel te ondernemen is er niet. Dat wordt dus gewoon aan het water liggen. Waar dan ook.

De Portugese tv meldt weer nieuwe bosbranden in het noorden, maar ook in de Alentejo. Het houdt dit jaar niet op in Portugal.

ons nederig onderkomen: hoekkamer, bovenste etage rechts

Tineke sms’t ons al voor het ontbijt om mij te herinneren aan onze trouwdag, want die vergeet ik altijd: “Gefeliciteerd met jullie trouwdag. Maak er een romantische dag van. Geniet nog maar even de laatste dagen. Knuf Tin”. Ik mail terug: “Gelukkig dit bericht onderschept. Scheelt me een kapitaal aan bloemen, nieuwe jurken, diner etc. Toch bedankt en tot gauw. Portugal oké. We hebben de bruidssuite. Is dat al niet genoeg? Tot gauw. Gerard.”

Cascais: jonge straatmuzikant rust even uit

De ochtenduren is het zwembad van het hotel aan de beurt. De handdoeken worden weer over de ligstoelen gedrapeerd. De parasol boven je kop getrokken. Wat lichte lectuur bij de hand. En als het effe te heet wordt ga je gewoon even afkoelen in het bad.

Na de lichte lunch komt de taxi weer voorrijden. Binnen tien minuten sta je dan aan het Guincho-strand. In de verte is een vaal bruingrijs gordijn te zien van de zoveelste bosbrand, zo te zien ten noordwesten van Lissabon. De rookt stijgt recht omhoog de lucht in.

Hoewel er geen wind staat wordt het afgeraden te zwemmen (rode vlag). De golven zijn metershoog en donderen met veel geluid en sissend als de hel op het strand. Het is bloedheet. En na een dik uur hen ik het wel gezien. Want een parasol hebben we ook niet bij ons. Lucien en Gemma blijven braden. Ik nestel me maar op over beschaduwde terras van de Reggaebar. Lichte muziek. Lichte dranken. Lichte meisjes. Later op de middag zullen de zonaanbidders ook aanschuiven.

Praia do Guincho: Reggaebar en strand

Om half zes rijdt de taxi ons terug naar het hotel. Een frisse douche en je bent weer helemaal het mannetje. En relaxen op het balkon. En als ook dat weer te heet wordt, dan maar weer even de airco over je heen laten blazen. Kortom, het stelt allemaal niks voor, maar iks doen kost ook tijd.

’s Avonds eten we wat uitgebreider in het centrum van Cascais. In een van de vele straatjes die in de zomermaanden worden in beslag genomen door de terrassen van de zij aan zij liggende restaurants. Het is er behoorlijk druk vanavond. Het menu wordt voorspelbaar: veel vis. Weg te spoelen met een fles gekoelde witte Dao. IJs (vienna) en een koffie (bica) na. Naast ons musiceert een van de vele straatmuzikanten op zijn gitaar. Jaren ‘60 muziek. Misschien niet direct iets voor Lucien, maar Beatles en Stones zijn inmiddels zo’n klassiekers dat het voor hem ook nog te pruimen is. Als hij aan Bob Dylan begint, wordt het al wat lastiger.

Na afloop besteden we de rest van de avond aan het inkopen van wat presentjes voor het thuisfront (t-shirts, armbanden en andere snuisterijen). Gemma schaft zich in een onbewaakt ogenblik nog een opzichtige tas en een even opzichtige dunne zijden stola aan bij een Indian Shop. Je weet van gekkigheid soms niet wat je allemaal in huis haalt.

Cascais: warme hap op straat

Het blijft druk in het dorp, dat zich opmaakt voor het aanstaande Festo do Mar. En het blijft behoorlijk warm. De wind steekt langzaam op. En die voert een penetrante brandlucht met zich mee. Voordat we terugzijn in het hotel hangt de hele omgeving vol rook. Alles wordt doortrokken van een grijs waas. Ook boven het water. Het is duidelijk dat de brand die ik vanmiddag al constateerde nog niet onder controle is. Je ruikt het hars van de pijnbomen. Het zit Portugal niet mee dit jaar.

Ondanks dat blijf ik toch maar op het balkon zitten. Drink de fles vinho verde maar leeg. En de wind blijft blazen. Op een gegeven ogenblik constateert Gemma dat haar bikinislipje dat ze, voordat we gingen eten in Cascais over een stoel gehangen had om te droge, spoorloos is. Alles afzoeken, maar we vinden het niet. Toch niet over de reling gewaaid?

Cascais: vissershaven bij avond

August 23rd, 2005

Voorlopig laatste bezoek aan Lissabon

Posted in: Travels — admin @ 5:57

Wake up om 8.00 uur. Vroeg ontbijt met hem and eggs en gedroogde pruimen op sap en ander fruit. We liggen bij de vroege vogels in het zwembad. Het zal vandaag warm worden: zo’n 34 graden is aangekondigd. Er is bijna geen wind.

Lissabon: Mosteiro dos Jeronimos

Na de snelle lunch nemen we de trein naar Belem (overstap in Oeiras). In de metro-achtige trein (superschoon en met airco) is alles prima geregeld, inclusief de verstaanbare omroepinstallatie die in de Nederlands treinen bijna prehistorisch is. Vanuit Cascais is er elke 20 minuten een verbinding met Lissabon, dus lang wachten is er nooit bij.

Het is maar een korte wandeling van station Belem naar het Mosteiro dos Jeronimos. Gelukkig gaat het door een park zodat je in de schaduw kunt lopen.

Het gebouw schittert al van verre in de zon. De achthoekige koepeltoren van de kerk steekt uit boven de bomen van het park, het Praço do Imperio. Waar heel veel mensen plat op hun rug hun siësta houden, of gewoon op een bank zitten te relaxen. Ineens sta je dan voor het Mosteiro dos Jeronimos.

Mosteiro dos Jeronimos: dubbele kruisgang

In 1502 gaf Manuel I - uit dankbaarheid voor een van de geslaagde zeereizen van Vasco da Gama - opdracht tot het bouwen van een groot klooster (mosteiro) voor de orde van de hiëronymieten (jeronimos). Vroeger lag het gebouw aan de oever van de Taag.

Het lange, witgrijze gebouw is een van de pronkstukken van de manuelstijl. Het bestaat o.a uit een 92 meter lange kerk, de Igreja de Santa Maria, waarin zich nog steeds een aantal koningssarcofagen bevinden (o.a. de graftombe van Manuel I) en grafmonumenten van Vasco da Gama en Luis de Camoes Daarnaast is er het absolute toppunt: het claustro (kruisgang) van 55 x 55 meter, maar dan uigevoerd in twee boven elkaar gelegen galerijen. De afgelopen tien jaar is het gebouw grondig gerestaureerd met o.a. gelden van de UNESCO.

Mosteiro dos Jeronimos: tombe van Fernando Pessoa

We brengen eerst een bezoek aan de kerk (toegangskaartje gekocht voor kerk en claustro etc.). Rechts van de westelijke ingang staat de cenotaaf van Camoes voor Vasco da Gama is er links een sarcofaag opgesteld. Het zijn de seculiere heiligen van Portugal, dat is wel duidelijk. De grafmonumenten zijn echter pas aan het einde van de 19e eeuw hier opgericht, in de tijd van de herbezinning op Portugals Gouden Eeuw.

Even voorbij het westportaal van de kerk loop je de beroemde kruisgang binnen. Door kunsthistorici beschreven als de mooiste ter wereld. De grote betekenis ligt zonder meer in de in zuivere manuelstijl uitgevoerde vormgeving. De vierkante binnenplaats met het groene gras baadt in de zon, deze middag, en doet het geel-witte gesteente van de exuberante kruisgang goed uitkomen. Met het staalblauw van de lucht daarboven onstaat er een schitterend kleurenpalet.

In een van de nissen van de kruisgang staat het grafmonument van Fernando Pessoa, in 1985 opgericht voor de beroemde Portugese schrijver. Als erkenning voor zijn betekenis voor de Portugese literatuur, een erkenning die overigens pas na zijn dood kwam overigens.

Mosteiro dos Jeronimos: kruisgang

In de kapittelzaal is een expositie ingericht over de geschiedenis van met Mosteiro, tegelijkertijd gespiegeld aan de geschiedenis van Portugal en de (culturele) geschiedenis van de wereld.

In een andere zaal is eer een expositie over de restauratie van het complex. Het laat zien hoe vervallen het geheel er zo’n 15 jaar geleden nog uitzag. Bij de restauratie is gebruik gemaakt van moderne lasertechnieken, en kunstharsinjecties.

Mosteiro dos Jeronimos: kruisgang

We zijn een paar uur in het Mosteiro. Tijd voor een verfrissing op een nabijgelegen terras. Omdat de blaren weer opspelen en de temperatuur wel erg aan het oplopen is, zien we af van een verder bezoek aan het centrum van Lissabon. Terug door het park, waar de siësta nog steeds woedt. In het zwart geklede zigeunervrouwen lezen de hand van verliefde stelletjes. Hier en daar wordt een balletje getrapt. Maar de meesten geven zich over aan helemaal niks doen. Gewoon uitpuffen.

Met de trein terug naar Cascais. Het is inmiddels zes uur voorbij. Kopen nog wat drank in de plaatselijke supermarkt. Ook gewoon water!

’s Avonds schuiven we weer aan op het inmiddels vertrouwde adres aan het water, de Esplanada Santa Marta. Lucien pakt eens goed uit met een grote Duitse pot bier en een levensgrote spies met zeebeesten. Het is al ruim donker, als we de gegrilde vissen achter onze eigen kieuwen verwerkt hebben. De vuurtoren zwaait zijn lichtbundel weer over het water. Er is ondertussen een warme f?opgestoken, die de palmtakken wiegt. Terwijl de schepen bewegen op de deining van de zee.

We zitten daarna nog tot ver na middernacht op het balkon om ons te doorweken met die warme wind. Flarden muziek bereiken ons vanuit Cascais.

De vuurtoren (farol) bij avond

August 22nd, 2005

Cascais - Praia do Guincho

Posted in: Travels — admin @ 13:05

Het lijf na de vermoeienissen van gisteren de kans gegeven te recupereren. Uitslapen en extra lang doen over het uitgebreide ontbijt. De lucht heeft weer zijn vertrouwenwekkende kleur blauw en de temperatuur gaat vandaag oplopen tot een graad of dertig.

Terwijl Gemma en Lucien wat inkopen gaan doen in Cascais voer ik de blaar aan mijn rechter grote teen aan als alibi om niet mee te hoeven lopen het dorp in. Schuif daarom de stoel maar lekker in de schaduw op het balkon en na eerst wat wezenloos letterlijk de diepte in hebben zitten kijken, grijp ik toch maar weer wat vakantielectuur. Probeer Pessoa’s ‘Livro do Desassossego’ uit het Portugees te ontcijferen, en dat valt nog niet mee. Hoewel ik steeds meer herken, dat heeft deze vakantie in ieder geval opgeleverd.

Lunchen ’s middags op het hete balkon, want de wind van gisteravond is gaan liggen, zodat de hitte alle kans krijgt. Als het te erg wordt even naar binnen, want daar zorgt de airco voor een constante temperatuur van 20 graden.

Praia do Guincho: ruwe zee

Om 14.00 uur laten we ons weer naar het Guincho-strand brengen, althans naar het kleine strandbaaitje tussen de rotsen ernaast, waar ook de reggaebar ligt. Het is er drukker dan op andere dagen. De zee is behoorlijk ruw, terwijl er toch nauwelijks wind staat. Metershoge golven spatten stuk op tegen de rotswanden. Donderend en schuimend komen ze neer op het strand. De zuigkracht van de oceaan is groot, en daarom is het oppassen geblazen. De gele vlag staat opgestoken. Na zo’n uurtje heb ik het wel gezien. Ik nestel me op het terras van de reggaebar: goede stoelen, een parasol boven je kop en gekoelde dranken die je met enige regelmaat worden toegestoken. De reggaemuziek stoort niet, is niet schreeuwend zoals vaak op de Nederlandse stranden en stoort niet als je een boek wilt lezen. En zeker niet als je scherp gesneden bikini’s naast je ziet gaan zitten. Met het bijbehorende vrouwelijke gebruinde vlees er in verpakt, natuurlijk.

Om zes uur zijn we terug in het hotel. Niet rood verbrand, maar wel verhit. Een goede douche doet wonderen. Na half acht, als we weer op de boulevard lopen, steeds de avondwind langzaam weer op. Geen zin om ver te lopen. Het wordt het kleine restaurantje tegenover de vuurtoren, op nauwelijks 200 meter van het hotel. Esplanada Santa Marta heeft de baas het gedoopt, waarmee hij misschien wel zijn vrouw bedoeld. Het is een aardige, bedrijvige baas die het kleine restaurantje runt. We vinden een plek aan de rand van het terras met rechtstreeks zicht op zee, en de late duikers die voor ons in het water bezig zijn de onderwater fauna te bestuderen. De schepen verderop op zee hebben inmiddels hun lichten aangestoken. En ook de vuurtoren zal even later volgen. Kortom, de avond valt langzaam. Het lijkt wel een ansichtkaart waar we deel van uitmaken. Pure cliché beelden die hier te zien zijn. Want ook de palmboom, zich zwart aftekenend tegen de avondlucht, ontbreekt niet.

Heeft Fernando Pessoa deze luchten niet beschreven in zijn Boek der Rusteloosheid?

Cascais: haven in de avondluchtkleuren van Fernando Pessoa

Ja, de zon gaat onder. Rustig en verstrooid beland ik aan het eind van de Rua da Alfandega, en wanneer het grote plein aan de oever van de rivier, het Terreiro do Paço mij tegemoet straalt, neem ik duidelijk de zonloosheid van de westelijke hemel waar. Deze hemel is blauwachtig en gat speels van groenig over in lichtgrijs; aan de linkerkant, achter de bergen van de andere oever van de Taag, verdwijnt een bruinachtige nevel, die de kleur van doods roze heeft.

Het is een bijna niet te beschrijven avondlucht die snel een aantal horizontale banen van pastelkleuren krijgt, die soepel in elkaar overgaan. Aan de onderkant grijs-paars, erboven van vaalroze tot een gelige teint en daarboven weer Pruisisch-blauw gemengd met doods bruingrijs. De hele lucht is ingekleurd. Maar dan verdwijnt alles binnen een paar minuten, en is de avond echt ingevallen.

Cascais: gezicht op de vuurtoren vanuit het hotel
Het diner van vanavond? Vis! Wat anders is er mogelijk, hier in Portugal. Dit keer voor de afwisseling bacalhau (stokvis), dourada (zeebaars), zalm en grote sardines. En alles gegrild, natuurlijk. Om het allemaal soepel weg te krijgen staan er ook nog een flesje tinto (rood) en branco (wit) op tafel. Het terrasje is inmiddels helemaal vol. En de baas werkt zich het schompes. Een groot gedeelte van het jaarloon zal deze maanden verdiend moeten worden. En dat betekent van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat vol aan de bak. En daarna een hele winter op je rug liggen.

Geen zin meer om na afloop van het eten nog Cascais in te lopen. Vandaar dat we rechtstreeks terug lopen naar het hotel. Dan maar even op het balkon. De wind is inmiddels weer flink opgestoken.

Cascais: gezicht vanuit de slaapkamer (Hotel Vila Gala)

August 21st, 2005

Cascais - Opnieuw naar Lissabon

Posted in: Travels — admin @ 7:42

Vroeg opgestaan. Met de trein reizen we vanuit Cascais (1,40 euri per persoon!) naar Lissabon. Niet goed opgelet, want hij stopt niet in Belem. Stappen daarom uit op station Alcantara, maar vandaar is het een te lange wandeling terug naar Belem. Vandaar opnieuw een taxi. Die ons afzet vlak tegenover het Padrao dos Descobrimentos, het stanbeeld gewijd aan de Portugese ontdekkingsreizigers.

Het monument ligt in een parkachtige omgeving aan de Taag. Pas in 1960 is het kolossale kunstwerk opgericht ter gelegenheid van het vijfde eeuwfeest van de hier alom aanbeden Hendrik de Zeevaarder. Dictator Salazar heeft blijkbaar aanwijzingen gegeven om het zo imponerend en realistisch mogelijk te doen zijn, in de traditie van de socialistisch-communistische beeldhouwkunst, en dat is gelukt.

Lissabon: het Padrao dos Descobrimentos, monument voor de ontdekkingsreizigers

Het monument beeld de voorsteven van een karveel uit, 54 meter hoog. Voorop staat - uiteraard - het beeld van Hendrik de Zeevaarder, het gezicht gekeerd naar het water van Taag en Oceaan, met in zijn ene hand een scheepje en in zijn andere een uitgerolde landkaart. Achter hem volgen meer Portugese ontdekkingsreizigers, geografen, dichters en missionarissen. Zoals koning Manuel I die een hemelbol in zijn handen houdt; en de nationale dichter Camoes die zijn beroemde Os Lusiadas met zich mee torst.

Op het grote plein voor het monument is in het plaveisel een gigantische wereldkaart aangebracht in een nog gigantischer windroos. Volgens de tekst is het geheel geschoken door de regering van Zuid Afrika als dank voor het Portugese ontdekken van Kaap de Goede Hoop: Esta rosa dos ventos foi ofericida Portugal pela unida da Africa do Sul no V centenario do Infanto D. Henrique, cuio genio torna posseil a descoberta do Cabo da Boa Esperança. Het wit van het protserige monument steekt fel af tegen het strakke azuurblauw van de lucht. En dat geeft mooie plaatjes.

Lissabon: Padrao dos Descobrimentos, detail

Vervolgens langs het water wandelen naar de Torre de Belem aan de Avenida da Brasilia, ook zo’n nationaal zeevaardersmonument, maar dan van oudere datum. Het is misschien wel het symbool van Portugal en zijn zeevaarders. En dat is te merken, want hier worden toeristen met busladingen gedropt. Omdat het terrein en de parkachtige omgeving zo uitgestrekt zijn, krijg je gelukkig toch niet de indruk dat het te druk is.

Lissabon: Torre de Belem

De toren dateert al uit 1520, en werd gebouwd door koning Manuel I op een rotseilandje in de Taag. Indertijd moest het de toegang naar Lissabon verdedigen tegen ongewenste indringers. Maar tevens was het bedoeld als herinnering aan de ontdekking van Brazilië in 1500.

De toren is een mengsel van Moorse en Manuelijnse elementen. Een typisch bouwwerk dat opvalt door zijn uitspringende uitkijktorentjes en geschulpte koepeltjes met kruisjes bovenop. In een van de nissen staat het beeld van het beeld van Nossa Senhora do Bom Sucesso (= Onze Lieve Vrouw van de Goede Afloop), die door alle zeevaarders natuurlijk stevig werd aanbeden.

Op het bouwwerk zijn verder veel wapenschilden (de toren en het platform hebben zelfs een rand van wapenschilden) en wereldbollen aangebracht. De raamlijsten lijken op in elkaar gestrengelde scheepskabels. Het gebouw heeft ook nog lange tijd dienst gedaan als gevangenis. Onder de vloedlijn waren kerkers gebouwd, waarin het water bij vloed de gevangenen tot de nek steeg.

Tijd voor een verfrissing op een terras van een nabijgelegen cafetaria annex souvenirwinkel. De temperatuur begint aardig op te lopen. Met de bus naar het centrum (het nabijgelegen Mosteiro dos Jeronimos) is voor een volgende keer. Uitgestapt in het hart van Lissabon, het Rossio. Lichte lunch in de Rua Augusta. Het is er al behoorlijk druk op de terrassen. Onder de parasol is de warmte goed te verdragen.Genoeg krachten verzameld voor een klim naar het Castelo Sao Jorge, dat hoog uitkijkt boven Lissabon. Het ligt dan ook op de hoogste heuvel van de stad en alleen het uitzicht dat je daar vandaan hebt is de klim meer dan waard.Voordat we daar arriveren hebben we al de Sé kathedraal) bezocht aan het begin van Alfama, en gebouwd op de plaats waar daarvoor een moskee stond. Een sobere, overwegend Romaanse kerk. En ook hebben we al vanaf de Miradouro de Santa Lucia, aangelegd op voormalige Arabische vestingwerken, een blik geworpen over de doolhof aan straatjes van Alfama. Veel bloemen, vooral geraniums en bougainvillea’s, hier. De blauwe azulejostableaus van de Santa Lucia stellen het Praço do Comercio en de verovering van Lissabon op de Moren in 1147 voor. Bezweet, hoewel je je best doet om in de schaduw van de huizen te blijven lopen, kom je dan tenslotte aan bij het Castelo.

Lissabon: zicht op de volkswijk Alfama

Het Castelo Sao Jorge was jarenlang in gebruik als residentie van de Portugese koningen. Pas in 1511 verhuisde de koninklijke familie naar de gebouwen aan het Praço do Comercio. Daarna raakte het kasteel in verval, hoewel het gespaard bleef bij de aardbeving van 1755. Salazar (toch nog iets goeds over hem) liet het restaureren. Het kasteel is momenteel in gebruik als stadspark. Op het moment dat wij er binnen lopen wordt net een groot podium afgebroken. Blijkbaar zijn hier de afgelopen week een aantal openlucht concerten gegeven. Hebben we gemist.

Maar het meest imponerend is natuurlijk het uitzicht dat je hebt over de hele stad. In de verte de Taag, de schepen en de Ponte 25 de Abril, die glinsteren in de zon. Dichterbij het centrum van de stad. Je kijkt zo het Rossio binnen, en ook de dakloze Carmokerk is goed te onderscheiden. Het geluid van het verkeer dringt niet tot hier door. Het is aangenaam in de schaduw van de vele bomen (er staan ongeloof oude olijfbomen) te lopen, anders zou het vanwege de hitte iets minder uit te houden zijn. En ook de stenen bankjes bieden soelaas. Al was het maar om de inmiddels branderige voeten wat rust te bieden.

Lissabon: Alfama, het wasgoed droogt als bacalhau

En dan daarna Alfama in, de legendarische volkswijk. Om in de benedenstad te komen hoef je alleen maar de trapstraatjes naar beneden te volgen. Het beste is om op goed geluk zo maar wat te dolen. En de kleuren, geluiden en geuren van de huizen op je te laten inwerken. Hoewel het felle wit als basiskleur overheerst zijn er gevels in alle kleuren geel, rood, blauw, oker, groen. Hier en daar een gevel bekleed met blauwe azulejos. En als de gevels nog niet voldoende kleur bieden dan is er wel het bonte wasgoed dat stokvisstijf gedroogd aan de lijn hangt. Vanwege het uur van de dag zijn de straatjes niet erg druk bevolkt. In de schaduw zit een groep kinderen een of ander knikkerspelletje te doen. Dan weer ligt er een bruine hond lang uitgestrekt tegen een gevel, zacht zuchtend. En uit een hier en daar openstaand venster kruipt de geur van gebakken bacalhau in olijfolie of klinkt zachtjes een jammerende fado uit een transistor. Dulce Pontes, dit keer. Met A Brisa do Coraçao:

No brilho azul do ar uma gaivota / No mar branco de espuma sonoro / Curiosa espreita as velas cor de rosa / A procura do nosso tessouro.

Het gaat over een schuimende zee, en zeilen als rozenblaadjes, meer kan ik er met mijn bescheiden Portugees niet van maken. Maar in deze hitte doet alles wat over water en zee gaat verfrissend aan. Even later passeren we de Rua da Saudade, ook hier. Net als in Cascais. Het moet wel diep zitten, bij die Portugezen. Ik zie het in Nederland nog niet gebeuren, een ‘Straat van de Weemoed’. Terwijl daar toch alle aanleiding voor is in die steriele Vinexwijken. Tenslotte spoelen we aan in de benedenstad, vlak bij de Taag, in de Rua Cais Santarem.

Lissabon: Alfama, zonnige doolhof

Alfama. De wijk bleef gespaard bij de vernietigende aardbeving van 1755. Overal in de wijk vind je kleine tascas (cafeetjes). Ook zijn er veel kleine volkse fado-restaurantjes. De naam Alfama is afkomstig van het Arabische woord alhama (= bad) of aljama (= Moorse Wijk), dat is niet helemaal duidelijk. Heel vroeger was Alfama een wijk voor de welgestelden, maar vanaf de 13e eeuw kwam er de klad in. Het werd de wijk voor de arme zeelieden, vissers en havenarbeiders. Nu is het een typische volkswijk. En de laatste tien jaar is er behoorlijk wat gerestaureerd. De huizen zien er een stuk minder smoezelig en vervallen uit dan in 1997 toen ik hier ook rondliep.

Taxi! Geen probleem in deze stad. Met een razende vaart brengt de chauffeur ons naar het nieuwe stadsdeel Parque das Naçoes, gebouwd ter gelegenheid van de Expo ‘98, gewijd aan de Oceanen en de Zeevaartgeschiedenis van Portugal. Dat we het er levend afgebracht hebben is een wonder, want op een gegeven ogenblik gaat de chauffeur volgens mij met beide benen op de rem staan. Op twee centimeter na is het voldoende om niet onder een vrachtauto te schuiven. Ik zit zowat met mijn neus tegen de voorruit. Want autogordels hebben hier een symbolische betekenis, geen taxichauffeur die ze draagt.

Lissabon: Oriente Station, Santiago Calatrava’s meesterwerk (Parque das Naçoes)

Terwijl Gemma en Lucien het grote nieuwe winkelcentrum Vasco da Gama afstruinen, waarvan het gigantische dak door stromend water gekoeld wordt, ga ik zelf het voormalige expoterrein verkennen. Architectonische hoogstandjes in overvloed. Die je al meteen overweldigen als je uit de taxi stapt.

Aan de ene kant het schitterende door Santiago Calatrava ontworpen Oriente Station, bestemd voor trein, bus, metro en taxi. Een fantastisch vormenspel van beton, glas en witgeverfd staal. En dat in de meest gestroomlijnde en gestileerde vormen die je maar kunt denken. Tegen het strakke blauw van de lucht zijn het bijna abstracte geometrische schilderijen.

Aan de andere kant stap je het grote nieuwe winkelcentrum Vasco da Gama binnen. Als je daar aan de andere kant uitloopt tref je een nieuwe waterval aan architectonische hoogstandjes. Geometrische gebouwenkunst in gedurfde vormen. Driehoeken, cirkels en rechthoeken uitgevoerd in wit, vooral wit, geel en grijs. Jaarbeursgebouwen, concerthallen en een groot zee-aquarium, verdeeld over vier kubussen binnen een groot gebouw. Grote, hoge, wit-groene kantoorgebouwen waarvan de gevels zijn vormgegeven als de boeg van een oceaanstomer. Er zijn grote waterbassins waarlangs gewandeld kan worden. En dan is er natuurlijk nog de Taag, die breed langs het hele complex stroomt. Of in de verte de lange Vasco da Gamabrug die de twee stukken Portugal met elkaar verbindt. En daarboven de zon.

De plek waar in 1998 de Expo met als thema ‘The Oceans. A heritage for the future’ werd gehouden, is omgetoverd tot een amusementspark, met een winkelcentrum, verschillende attracties, concerthallen, bars, restaurants en een looproute langs de Taag.

Het Oriente Station, ontworpen door Santiago Calatrava, is zeker het meest opvallende complex van dit stadsgedeelte te noemen.

De Feira Internacional de Lisboa (jaarbeursgebouwen) nemen de grootste ruimte van het complex in beslag.

Lissabon: Parque das Naçoes met op de achtergrond de Vaco da Gama brug

De Torre Vasco da Gama, het herkenningspunt van het park en het hoogste gebouw van Lissabon, heeft een uitkijkplatform en een restaurant op tweederde van de hoogte.

Het Oceanario, één van de grootste aquaria ter wereld, heeft enorme bassins, met roggen, pinguïns en haaien.

Het Pavilhao Atlantico is ontworpen voor allerlei soorten van publiek vermaak en is zeer succesvol voor concerten, beurzen en andere functies.

De kabelbaan langs het water, die de toren met het aquarium verbindt, biedt een schitterend uitzicht over het park.

Lissabon: Parque das Naçoes met kantoorgebouwen als karvelen

Als ik terugkom van mijn fotoshoot staat de rest van de familie natuurlijk op het punt inkopen te doen. Of ik de creditkaart maar in de gleuf van Zara wil steken. ‘Is goedkoper dan in Nederland’, heet het alibi voor de aankoop van de geselcteerde kledingstukken. En daarna is het tijd om even op een van de inwendige terrassen van Vasco da Gama de benen te strekken voor een café heet een pastel con nata (gebakje). En laat die combinatie nou ook net in de aanbieding zijn. Geen geld, natuurlijk.

Lissabon: nogmaals het Oriente Station, Parque das Naçoes

Met de metro terug naar het centrum (Oriente - Rossio); een keer overstappen. En ook daar val ik (met Lucien neer) op het terras van café ‘Nicola’, kortgeleden uitgeroepen tot het Café van het Jaar 2005 in Portugal. Gemma kan het niet laten en schaft ondertussen nog een paar schoenen aan in een van de vele schoenenzaken rondom het Rossio. En dan wordt het tijd om weer aan tafel te schuiven. Dit keer Restaurante Iberico in een van de kaarsrechte straten van de Baixa, de Benedenstad. Opnieuw bacalhau, ik kan het niet laten. En het flesje vinho branco verdwijnt ook ongemerkt.

Met de trein terug naar Cascais. Als we uitstappen op het station staat er een bijna stormachtige wind. Terug in het hotel ontdek ik blaren op mijn rechter grote teen. Snel in bad, dus. Het stof van Lissabon van me afspoelen.

Lissabon: café Nicola op het Rossio (centrum)

August 20th, 2005

Cascais - effe niks doen

Posted in: Travels — admin @ 7:18

Laat opgestaan, 9.00 uur. Althans, we zij de afgelopen week steeds een uur vroeger uit de veren geweest. We nemen een rustdag. De meeste hotelgasten zitten ook pas tegen tienen aan het ontbijt. Het is er druk. Voor het eerst is er ?verkeerspolitie? in de ontbijtzaal. Je moet wachten tot er een tafel afgeruimd is, en weer klaargemaakt. Terwijl er toch heel veel ruimte is. De vriendelijke neger-ober lacht breed gebekt: ‘Sir’!? en schuift de stoelen aan. Alsof het koloniale tijdperk nog niet voorbij is. Maar je vindt het bijna gewoon in deze ambiance.

Cascais: strak plaatje van de kust

Buiten is de lucht al strakblauw. Niet veel nieuws onder de zon. En de temperatuur zal in de loop van de dag opnieuw oplopen tot zo’n 28 graden. In ieder geval niet die verzengende hitte die de afgelopen maand Portugal heeft geteisterd en die gezorgd heeft voor veel schade vanwege de bosbranden, overal in het land. Volgens de Portugese tv gisteravond zou er al meer dan 90.000 hectare in vlammen zijn opgegaan. Elke dag worden hier wel beelden op het Portugese journaal vertoond van zwartgeblakerde bossen en uit hun huis verdreven mensen. De felle wind zorgt er voor dat de branden niet gemakkelijk onder controle te krijgen zijn.

Natuurrampen zijn overal. In India zorgden hevige moessonregens voor gigantische overstromingen. Meer dan 1000 doden zijn al uit het kolkende water opgevist. En uit Niger krijg je plaatjes te zien van de hongersnood die daar woedt: graatmagere baby?s waar de vliegen omheen vliegen. Bizarre wereld. En anders zijn er nog wel vliegtuigen die om wat voor reden dan ook neerstorten.

Cascais: voor jong en oud

Het lome lijf wordt op een van de gereed staande ligstoelen bij het zwembad gerold. Het parasolletje staat uit. Ik vertrek naar de ‘Amazone’, een alleraardigst reisboek geschreven door Herbert Paulzen, de Nederlandse Michael Palin zal ik maar zeggen. Na reizen op de Mekong volgt Paulzen nu allerlei zijstromen van de Amazone in Brazilië om uiteindelijk bij de monding ( de rivierdelta bij Belem!) ervan uit te komen. Ondertussen doet hij zijn verhaal over alles wat hem overkomt. Zich voortbewegend met prauwen, kleine vrachtboten en grote rivierstomers schrijft hij vol humor over zijn ontmoetingen met andere mensen, noteert hij de neergang van de natuur en staat uitvoerig stil bij de voor mens en milieu nog steeds zichtbare gevolgen van de koloniale uitbuiting.

Een aparte dimensie krijgt het boekje nu doordat hij tijdens zijn tocht over het water plaatsen aandoet die namen dragen als Obidos, Santarem, Belem enz. Het is alsof je midden in het Braziliaanse Amazonewoud door Portugal reist.

Cascais: Boca do Inferno, van de zeezijde gezien

’s Middags een wandeling langs de boulevard, nu naar rechts over de Avenida van koning Umberto. Het is goed heet, hoewel er een behoorlijke bries staat. Klauteren wat over rotsen en belanden uiteindelijk bij de Boca do Inferno (= de Mond van de Hel). De golven hebben hier de rotsen uitgehold. Een gat van twintig meter diep. De branding gaat sissend heen en weer door het gat. Er zijn behoorlijk wat toeristen die het natuurspektakel komen bekijken, deze middag. Maar het is dan ook zondagmiddag, en veel Portugese vakantievierders maken ook een uitstapje. Op een gedenksteen bij de ‘Boca’ staat vermeld dat hier een aantal jaren geleden een heldhaftige Portugees het leven liet tijdens zijn poging een viertal mensen te redden van de verdrinkingsdood.

Cascais: Boca do Inferno, van de landzijde gezien

’s Avonds schuiven we voor de tweede maal aan in de Jardim dos Frangos. Toch die fameuze kip maar eens proberen. En inderdaad: hij vliegt binnen een paar minuten kompleet gegrild op je bord. Het beest (naar het vlees te beoordelen: redelijk wat vlieguren) heeft zo lang de hitte moeten doorstaan, dat het nu bijna van het bot valt. We lekker, maar haalt het niet bij de vis van de afgelopen dagen. Voor de verandering maar eens een flesje rode wijn laten aanrukken.

Als we daarna teruglopen naar het hotel, is de wind zelfs fris te noemen. Maar na een dag vol hitte heeft dat ook iets aangenaams. Met de vinho verde op tafel pokeren we de avond stuk. De tegenstand is gering. Of is het gewoon stom boerengeluk?

De vuurtoren (de farol ‘Santa Marta’) werpt gewoon onverstoorbaar zijn licht over de gladde zee, zijn opdracht, gebeiteld in de stenen (”Guia dos homems del mar? = gids voor de mannen van de zee”) elke nacht bevestigend. Rustgevend baken.

Voorlopig genoeg geluierd. Morgen weer naar Lissabon.

Cascais: avondlucht

August 19th, 2005

Cascais - Hotel Vila Galé

Posted in: Travels — admin @ 7:15

Het ontbijt(buffet) is Gargantuesk, om het maar eens met een Rabelesiaanse term aan te duiden. Ik kies voor een hybride ontbijt: Engelse ham and eggs gecombineerd met veel vers, gedroogd fruit, al dan niet op sap. De zon schijnt, ook figuurlijk. En het zal vandaag zo’n 28 graden worden.

Het klagen van gisteren werkt. Na het ontbijt sta ik aan de balie om het nieuwe bod als alternatief voor de suite zonder balkon in overweging te nemen. Het wordt toch nog een heel gebel en gezoek in papieren. Maar uiteindelijk mag het resultaat er zijn.Het enige dat we in moeten leveren is de kitchenette, terwijl we toch al niet van plan waren te koken. Maar daarvoor krijg je wel wat terug. Het wordt de honeymoonsuite (kamer 608) op de zesde etage, de hoogste verdieping van het hotel. Geen balkon wordt nu een vierdubbel balkon, omdat het ook nog een hoekkamer is, en alle andere balkons gedeeld moeten worden door twee hotelkamers. Het is volgens de baliejuffrouw (’I love it!’) de grootste suite van het hotel. Het uitzicht is wijds: voor driekwart zien we uit op het water van de zee. Links de jachthaven van Cascais en rechts alleen maar zee. Op de voorgrond het kasteel van kasteelmuseum van de Conde de Castro Guimaraes (links), de vuurtoren (recht voor ons) en de tuin en het zwembad van het hotel (rechts).

Hotel Vila Galé: het nieuwe zicht op het zwembad

Om toch wat spullen in huis te hebben, met name drank (water en wijn) lopen we naar de supermarkt in het centrum. Terug per taxi, want je gaat niet met al die kilo’s aan klotsend vocht over straat lopen. Bovendien is de temperatuur al aardig op aan het lopen.

Dan de buurt van het hotel wat verkennen. Naast Vila Galé is een nieuw vijfsterren hotel in aanbouw: Vila Italia. Het nieuwe hotel wordt gebouwd op het terrein van het voormalige buitenverblijf van de voormalige koning van Italia, Umberto II. Delen van de oude villa worden geïntegreerd in het nieuwe luxehotel. Evenals ons hotel ligt het aan de boulevard, die Avenida Rei Humberto de Italia heet. Hoezo jetset in Cascais?

Hotel Vila Galé: de farol (vuurtoren) tegenover

’s Middags laten we ons per taxi, een rit van een kilometer of zes, vervoeren naar het strand: het Praia do Guincho. Er staat een stevige bries, die alleen nog maar zal toenemen. De vlag die wappert is rood, ten teken dat het verboden is te zwemmen. De golven zijn hoog. Huren een windscherm, waardoor je in ieder geval niet echt gezandstraald wordt. Maar echte strandpret is het niet. Lucien en ik gaan toch even de zee in. Diepvries!

We leveren het windscherm in en zoeken een strandterras in de buurt. Beschut tegen de wind en met gekoelde dranken binnen handbereik. De reggaemuziek zorgt voor een Caribische sfeer. Op het einde van de middag per bus terug naar Cascais. Dat nooit meer, want de rit is voor ons drie keer duurder dan per taxi. En je hoeft ook nog niet eens terug te lopen van het centrum van Cascais naar het hotel, ook weer zo’n 20 minuten. Voorlopig alleen nog maar taxi, dat is zeker. Plug and play! Aan huis afgeleverd!

Praia do Guincho: strand met ruimte

Schuin tegenover het hotel, naast de jachthaven ligt het fort van Cascais. In de zomermaanden worden hier opluchtconcerten gehouden. Het is dan ook voor de gelegenheid omgedoopt tot: Cool Jazz Club. Gisteravond trad er Jamie Cullum op, een nieuw Engels zangfenomeen. Vandaag is het de beurt aan een wat bejaardere popzangers, Marianne Faithfull. Aan de einde van de middag is ze aan het repeteren. Vanaf ons balkon is het allemaal prima te volgen. Gratis eerste rang. Nederlandse gewoonte! Het geluid van de rauwe, doorrookte stem van de vroegere vriendin van Rolling Stones zanger Mick Jagger klinkt luid over de baai. De leeftijd en het gebruik van drugs hebben hun sporen nagelaten op haar stembanden, dat is zeker. Maar het heeft wel wat.

Eerst maar eens ‘dineren’ in de Jardim dos Frangos, de ‘kippentuin’, een restaurant aan de rand van het centrum. Het zit er stampvol, zowel binnen als op het terras. We schuiven aan aan een wankele tafel. Hoewel gespecialiseerd in kip, zullen ze voor ons de vissen grillen die we willen hebben. Dat duurt uiteraard wat langer, want die kippen liggen al vanaf ’s middags te wachten op vraatzuchtige Portugezen en buitenlanders. Maar uiteindelijk wordt de tafel dus weer volgeladen met gegrilde sardienen (grote joekels), daurada en bacalhau, het natioanle visgerecht. Salade, wijntje erbij. Er zijn slechtere zomeravonden te bedenken. In Nederland, bijvoorbeeld. Waar het al dagenlang schijnt te regenen.

Praia do Guincho: de rode vlag wappert

Tegenover het restaurant is inmiddels de ‘Feira do Livro’, de boekenmarkt, geopend. Van 25 juli tot en met 7 augustus kun je hier van 17.00 tot 24.00 uur boeken kopen. Houten stalletjes hebben zich gespecialiseerd in tweede hands, Portugese literatuur, buitenlandse vertalingen, kinderboeken, reisliteratuur, fotoboeken enz. Ik kan het niet laten, en koop het ‘Livro do Desassossego’, ‘Het boek der rusteloosheid’ van Fernando Pessoa. In het Portugees. Kan ik thuis de vertaling, uitgegeven in de serie Privé Domein, van Harrie Lemmens naast leggen. En mijn Portugees oefenen. Voor 28 euri kan ik de dikke pil meenemen. Wat me opvalt is dat de boeken hier gemiddeld duurder zijn dan in Nederland.

Als we terugkeren in het hotel is het concert van Marianne Faithfull inmiddels begonnen. We gaan er dus maar voor zitten op het balkon. Terwijl we uitkijken over de baai en de vele lichtjes van de huizen en bootjes, is het concert prima te volgen. Glaasje vinho verde binnen handbereik. Een enkele keer verwaait haar stem in de wind. Het lijkt wel Engelse fado, die jankende rockstem van haar. Het publiek is, te oordelen aan het applaus, er niet minder enthousiast om. Naarmate het concert vordert gaat de wind liggen, en krijgen we alle mee. Veel van de nummers lijken wat arrangement en toon behoorlijk veel op elkaar. Tenslotte komt ze uit bij het nostalgische ‘As tears go by’, waar ze indertijd het continent mee veroverde. Het klinkt compleet anders, in ieder geval niet zo fluwelig als destijds. De ‘tears’ lijken wel te raspen over je wang. De tand des tijds heeft aardig huisgehouden in Mariannes keel en op haar stembanden. Maar wat zou je zeuren, als je een gratis muzikaal jaren ‘60 bad krijgt? Dan is het afgelopen. Alleen het zwaailicht van de vuurtoren, recht tegenover houdt je wakker.

August 18th, 2005

Van Lissabon naar Cascais

Posted in: Travels — admin @ 6:33

Het is maar een kilometer of 25 naar Cascais. Logeren daar de komende week in het viersterrenhotel Vila Galé in Cascais. Om 10 uur vertrekken we opnieuw uit Lissabon. Om 12 uur wordt mijn huurauto afgehaald bij het hotel in Cascais. Ik geef de sleutels alvast af bij de balie. Ik hoor wel wanneer het verhuurbedrijf zich meldt. Dan zal ik ook de schade aan het rechterportier rapporteren , opgelopen op een parkeerplaats in Obidos. De juffrouw van Jardim die tegen 13.00 uur de auto komt ophalen maakt er geen punt van. Snel wat formulieren invullen. En klaar is kees. Het eigen risico van 600 euro is vooraf afgekocht door het betalen van een extra premie.

Cascais: vissershaven en strand in het centrum

Kamer 440 (suite) is absoluut ruim, biedt ook zeezicht (zoals in de boeking vermeld staat), maar heeft geen balkon, en dat was toch ook afgesproken. Terug naar de baliejuffrouwen. Helaas, maar het hotel zit helemaal vol vandaag. Het toeval wil dat er acht honeymoons zijn, en die blokkeren nog al het een en ander. Maar misschien dat ze morgen wat voor ons kunnen doen. Of ik me maar onmiddellijk na het ontbijt wil melden. Dat zal ik zeker doen.

De koffers toch maar deels uitgepakt, dus. Morgen moeten we misschien verkassen. Althans dat is wel de bedoeling. Eerst maar eens lunchen op het terras van het hotel. Een licht verteerbare Italiaanse pastaschotel.

Omdat het stralend weer is bij zo’n 25 graden proberen we van onze eerste reisloze dag een dolce far niente te maken, hoewel we halverwege de middag een wandeling naar het centrum van Cascais maken, zo’n 700 meter verwijderd van het hotel. De boulevard loopt langs de zee, de jacht- en de vissershaven en komt uit op het dorpspleintje, waar het redelijk bedrijvig is. Er is zelfs een klein strandje aan de vissershaven. Hoewel het niet aanbevolen wordt hier te zonnebaden, liggen er toch een paar tientallen badgasten. Het water zit er schoon uit. Het geheel doet redelijk dorps en relaxt aan.

De geschiedenis van Cascais bestaat al 4000 jaar, getuige de prehistorische nederzettingen die zijn ontdekt. Ook de Romeinen hebben er gebivakkeerd. En daarna kwamen de Moren. Na de overwinning op de Moren in 1147 groeide Cascais ( cascas = schelpen) uit tot een vissersplaats. De oude vuurtoren die er nog steeds staat was een baken voor de Portugese ontdekkingsreizigers. In de 19e eeuw werd Cascais een verblijfplaats voor de Portugese koninklijke familie. De rijke bourgeoisie volgde, en overal werden imponerende villa’s en paleizen gebouwd. Nog steeds is het de residentie van de vakantievierende jetset uit Lissabon.

Cascais: centrum met links het gemeentehuis

’s Middags relaxen we verder op een ligstoel onder een parasol aan het ronde zwembad van het hotel. Boekje erbij. ‘Op Reis’ maar weer. Een schitterend verhaal van Tommy Wieringa getiteld ‘Brieven aan Maria’. Over het voormalige Portugese Kaapverdische Eiland Zout (Ikha do Sal) bij West Afrika, geschreven in de vorm van een vijftal brieven aan zijn geliefde Maria. Prachtig verhaal van saudade, het lichaam daar, het hart hier: “En Cesaria Evora, de drankzuchtige nachtegaal van de Kaapverden, zingt haar droeve morna’s over dit grote missen. Mar e morada de Sodade. De zee is het huis van het heimwee. Verdomme nou”.

’s Avonds terug naar Cascais. Slenteren door de straten: de Rua dos Navegentes, de Avenida da Grande Guerra, de Rua Frederico Arouca, de Rua des Flores, de Rua da Saudade. We eten in het eenvoudige Cozinha Portuguesa, een verbouwde woonkamer in de Rua da Palmeira, maar gezellig en stampvol Portugezen. Omdat het buiten aardig is afgekoeld, en er een flinke wind staat, schuiven we naar binnen en nemen plaats aan een houten tafeltje. We zitten tegen de wasbak aan. Was blijkbaar te veel moeite om die er nog uit te slopen. Aan de tap staan een paar dronken Cascaise bouwvakkers, hun groene werkkleding nog aan. Houden elkaar luidruchtig staande in hun dronkenschap. Waggelen naar buiten, en dan weer naar binnen voor het volgende glas. Slaan elkaar voor de zoveelste maal op de schouder.

Hier kun je met zijn drieën nog voor 28 euri eten, inclusief drank. Vis natuurlijk, veel vis. De witte Dao-wijn kost slechts 3,50 de fles. Geen Nederlandse prijzen dus. Eerder vooroorlogs. Als je dat in Portugal tenminste zo mag zeggen. Laten we het op de Anjerrevolutie houden, 24 april 1974.

Cascais: Hotel Vila Galé: het zwembad (en de zee)

Daarna lopen we terug het centrum in, waar de terrassen nog vol zitten met eters. Op een podium maakt een Engelse Big Band aanstalten een concert te geven. Dat nodigt uit tot luisteren. Het wordt druk op het Largo de Camoes (ja, daar is hij weer, en zijn standbeeld staat er ook). Het maakt opnieuw dorstig. De wandeling terug naar het hotel gaat daarna wat moeizamer. Ook omdat het de straten langzaam omhoog lopen. Passeren in het donker het fraai verlichte kasteel van het Museu Conde de Castro Guimaraes dat vlak naast ons hotel ligt. In 1927 door de graf van Guimaraes geschonken aan de gemeente Cascais. Binnen zijn volgens de folders schilderijen, keramiek, oude kaarten en antieke meubels te bekijken. Maar vanavond niet meer. De vuurtoren werpt zijn lichtbundel over de zwarte zee.

August 17th, 2005

Van Evora naar Lissabon

Posted in: Travels — admin @ 9:39

Om half tien rijden we uit Evora weg. Het is rustig op de autoweg, zoals overal eigenlijk in Portugal, al weten we niet hoe het er aan de kust van de Algarve aan toe gaat.

Lissabon uit het zuiden over de Taag binnenkomen: het is net alsof je tegelijkertijd San Francisco en Rio de Janeiro binnenrijdt. Via de indrukwekkende Golden Gate van Europa, de Ponte 25 de Abril, rijden we, 70 meter boven de Taag, een zonovergoten Lissabon binnen. Rechts van ons rijst het gigantische beeld van Cristo Rei op uit zijn sokkel, naar de maten van zijn Braziliaanse evenbeeld.

Cabo da Roca: geen storm vandaag

Omdat we pas ’s avonds in Hotel San Executive in Lissabon hoeven te zijn, en we de auto vandaag nog tot onze beschikking hebben, zetten we koers richting Cascais en de kust ten westen van de Portugese hoofdstad. We volgen de A5 richting Estoril en Cascais. Rijden onder het Aqueduto das Aguas Livres door, dat vanaf de 18e eeuw de stad van drinkwater voorzag (het is dus geen Romeins aquaduct!).

Vanaf Cascais volgen we de kustweg. Het is windstil en stralend blauw. De Atlantische Oceaan stort zich schuimend met witte koppen boven op blauwgroene golven tegen de rotsen. Op sommige plekken is er een kleine baai tussen de hoge rotsen en liggen er enkele eenzame badgasten. Stoppen op verschillende plekken. Paradijselijke oorden. De eerste fotoshoots. Een kilometer of vijf na Cascais ligt het Guincho-strand. Het strand is algemeen bekend vanwege zijn uitgestrektheid en zijn bijna Stille Zuidzee-achtige uitstraling. Het is gelegen in een uniek duinreservaat met de uitlopers van de Serra de Sintra op de achtergrond. Het kan hier echter stevig waaien, en de zee kan er gevaarlijk zijn vanwege de verraderlijke onderstromen. Vandaag geen zuchtje wind.

Cabo da Roca: meest westlijke punt van het Europese continent

Een paar kilometer voorbij het Praia do Guincho bevindt zich de Cabo da Roca, de meest westelijke punt van West Europa. Op de gedenksteen staat het gebeiteld: Ponta mais ocidental do continente europeu. Volgens de oude Portugese dichter Camoes (op diezelfde gedenksteen) eindigde hier het land en begon de zee: ‘onde a terra se acaba e o mar comeis’. Het is inderdaad een magistraal hoge rots, met een lage begroeiing van vooral vetplanten. Een hoge vuurtoren maakt het plaatje compleet. Natuurlijk worden er foto’s gemaakt waarbij we tot het randje gaan van de 150 meter hoge kaap, die steil naar de zee afloopt. Een Jap zorgt voor een digitaal plaatje van ons drieën. Het uitzicht is wijds, ruimtelijk. Oneindig de licht gerimpelde Oceaan voor je, en het strakblauw luchtruim daarboven. Je lijkt hier wel een astronaut. Maar wel met beide voeten op de (rotsige) grond.

Vroeger kwamen hier de voorvaders van de Portugezen, de Lusitaniërs, bijeen om de maan te aanbidden. Nu staat er nog een hoog granieten kruis, ongetwijfeld ter nagedachtenis aan de vele waaghalzen die hier verdronken of te pletter sloegen op de rotsen.

Cabo da Roca: ponta mais ocidental do continente europeu

Op de terugweg naar Lissabon zoeken we in Cascais nog even uit waar het hotel ligt waar we de volgende week zullen logeren. Ziet er prima uit. Vier sterren. Rustig gelegen, en vlak bij de kust. Vroeg in de middag retour in Lissabon. Auto geparkeerd in de buurt van het hotel (opnieuw San Executive; de parkeermeter vullen tot 20.00 uur, daarna weekend en dus gratis), koffers naar binnen en de stad in. Even later loop je dus weer over het Rossio.

Dit keer nemen we de afslag naar de Rua Garett en het Chiado, weer redelijk herbouwd na de grote stadsbrand in 1988. Nu is de uitgaanswijk van Lissabon: cafés en eethuizen. Café A Brasileira mag je daarom niet zo maar passeren. Op de foto met de bronzen meester Fernando Pessoa (1888-1935), naast hem op een bronzen stoel. In de straatkeitjes is een herdenkingssteen aangebracht ter gelegenheid van de 100e geboortedag van de meest bekende 20e eeuwse Portugese auteur: Homenagem a Fernando Pessoa no 1.o centenario do seu nascimento. En daarna een niet alcoholische verfrissing op het terras van het bekende koffiehuis. In ieder geval genoeg energie om de voettocht te vervolgen door de Bairo Alto. Naar de Carmokerk die sinds aardbeving van 1755 geen dak meer heeft. En naar het Largo do Chiado dus en de Rua do Norte met zijn fadorestaurants, en het Praça Luis de Camoes(met een protserig standbeeld voor deze Portugese Homerus). Het voetstuk is omgeven door Portugezen die net als hij de ontdekkingsreizen hebben bezongen. Daarna naar beneden via de Rua do Alecrim, waarbij we ook nog het oerlelijke standbeeld passeren van een andere Portugese literaire grootheid, Eça de Queiroz. Uiteindelijk kom je dan weer via de Rua do Arsenal aan de Taag terecht. Maar dan heb je al tientallen kleine viswinkeltjes en andere kleine zaakjes aan je voorbij zien trekken. De grote driehoekige planken bacalhau hangen uitnodigend aan het plafond. Maar ook veel andere, onbekende vissoorten worden hier met gemak verkocht. We kopen er wat energieverstrekkend fruit: perziken en blauwe druiven. Ook die zullen later naar stokvis ruiken. Waarschijnlijk is de papieren zak waarin ze zijn opgeborgen zo doordrenkt van de lucht van de bacalhau dat die er niet meer uit te krijgen is. Maar de omgeving doet alles vergeten. Hier, in deze straat, bewijst Lissabon een levendige, volkse stad te zijn.

Fernando Pessoa: rusteloosheid in brons en grijs

Fernando Pessoa, in 1888 geboren in Lissabon, wordt inmiddels als de belangrijkste Portugese 20e eeuwse schrijver beschouwd. Zijn roem kwam echter pas na zijn dood in 1935. Hoewel hij zijn jeugd doorbracht in Zuid Afrika, kwam hij op 17e jarige leeftijd voorgoed terug in Lisabon, waar hij de kost verdiende met journalistieke werkzaamheden en het vertalen van handelsbrieven voor de firma waarbij hij in dienst was, gevestigd in de Rua dos Douradores, Baixa. Een van zijn favoriete cafés in de pauzes was A Brasileira. Zijn werk publiceerde hij meestal onder heteroniemen: Alberto Caeiro, Ricardo Reis, Alvaro de Campo. Zijn meest bekende werk ‘Het boek der rusteloosheid’ publiceerde hij onder de naam Bernardo Soares. Ik ben inmiddels in het bezit van al het door August Willemsen in het Nederlands vertaalde werk. En dat is inmiddels heel wat.

Lissabon: Praça do Comercio

Ineens sta je dan weer op het Praça do Comercio. Zonovergoten. Het fraai gerestaureerde plein lacht je vierkant tegemoet. Het wit en het geel van de gevels schitteren tegen het strakblauw van de lucht. De gele en rode trams rijden af en aan. Verder valt de drukte nog wel mee. Als je eenmaal de Arco onderdoor bent sta je midden tussen het winkelend publiek van de Rua Augusta. Gemma en Lucien sluiten zich bij het leger koopjesjagers aan. Zelf probeer ik in de buurt nog wat leuke digitale plaatjes te maken. De inspiratie ligt hier voor het opscheppen. Een bonte mengeling van rassen. Natuurlijk vind je hier het Portugese koloniale verleden terug: Angola, Mozambique, Guinea, de Kaapverdische eilanden en al die andere plekken waar ze op de wereld hun voet zetten. Het lijkt hier de normaalste zaak dat die mengeling van rassen door elkaar loopt. Of er zijn de straatmuzikanten die al of niet vergezeld van een hond die het centenbakje vasthoudt (in zijn bek), trachten het dagloon wat op te voeren. En dan is er ook de ?Elephant-man? gezeten in een portiek naar het ‘café van het jaar’, Nicola. Het paarse vlees lubbert uit zijn hoofd, glimt in de zon. In een van de vouwen een soort oog.

De trams rijden af en aan door de Rua da Conceicao. Langzaam loopt de dag op zijn einde en lost het winkelend publiek op in de blauwe lucht. Kantoorpersoneel neemt plaats op de terrassen voor het aperitief. En ook de toeristen houden het langzaam voor gezien. Wij ook. Want het wordt tijd voor de avondmaaltijd. Die zullen we verorberen op een terras in de Rua dos Correiros, ook een van die rechte straten die de benedenstad, de Baixa, zij infrastructurele vorm gegeven heeft. Bedacht door Markies de Pombal na de vernietigende aardbeving van 1755, die de hele benedenstad van Lissabon verwoestte.

Het wordt uiteraard weer vis. En als toetje kopen we nog een beker ijs bij ‘Pic Nic’ aan het Rossio (eigenlijk het Praça Dom Pedro IV). Vandaar nemen we de taxi terug naar het hotel. Inmiddels is het al lang donker.

Lissabon: Rua Augusta

August 16th, 2005

Van Castelo Branco naar Evora

Posted in: Travels — admin @ 13:51

Opnieuw regent het licht als we uit Castelo Branco vertrekken. Tot aan Portallegre blijven de luchten zwaar, hoewel er geen nattigheid meer naar beneden valt. Dan volgen brede opklaringen. En keert de zon regelmatig terug.

We rijden de Alentejo in, een golvend geel geblakerd landschap met grillige oude, desolate olijfbomen en kurkeiken, heel veel kurkeiken. Sommige tonen uitdagend hun geschilde roodbruine naaktheid. Vrachtauto’s volgestapeld met gekromde plakken kurkeiken boomjassen passeren ons zo nu en dan. De zon speelt een schitterend clair-obsur spel met het dorre, vergeelde land en de bijna zwarte stammen van de bomen. Het land is hier nauwelijks bewoond. Hier ervaar je pas wat ruimte is. Zeker wanneer er momenten zijn dat zijn luchten strak blauw trekken en er hier en daar wat wollige witte watten in drijven. Alentejo: het land aan de overzijde van de Taag.

Alentejo: land van olijven en kurkeiken

Na het stadje Estremoz verlaat ik de E802. De weg leidt via een kronkelige, en flink stijgende binnenweg naar Redondo. Het is goed opletten, want de weg zit vol kuilen en losliggend asfalt. Op een gegeven ogenblik rijd ik zelfs een dikke mist in, met een zicht van nauwelijks enkele tientallen meters. Even later is die weer helemaal weg, en breekt de zon voorgoed door.

In Redondo lijkt het wel of je in Mexico bent beland: de zon brandt al heet op de witte huizen en er heerst, ondanks de op het eerste gezicht slaperig aandoende sfeer, een bijna vrolijke ambiance. Honden lopen los over straat. Helaas is er te weinig tijd om lang te genieten van de lokale kwaliteiten Zoals de uitstekend rode wijn die hier geproduceerd wordt of het aardewerk dat hier in typische kleuren wordt beschilderd. Ook maken we geen stierengevecht mee, en dat zou eigenlijk moeten hier. We hadden ze al zien staan onderweg, de kuddes zwarte stieren die hier gefokt worden om in de uiteindelijk Portugese arena op te treden. Hoewel, naar men zegt, bij de Portugese stierengevechten de stieren niet, zoals in Spanje, worden gedood. Of het waar is weet ik niet.

Ik vraag aan een in het wild rondlopende agent de weg naar Monsaraz. Want daar voert de ‘omweg’ van vandaag naar toe. Monsaraz is een van de dorpen in de lange keten van vestingdorpen bij de oostgrens van Portugal en Spanje. En helemaal wit. En zeer hoog gelegen, waardoor er een wijds uitzicht over de Alentejo is, vanaf de parapet. En over de weidse watervlaktes van de meanderende Rio Guadiana. De auto parkeer ik aan de rand van het stadje.

Ook hier, ook al is het een van de bezienswaardigheden van de streek, is het niet druk. Of het aan het bewolkte weer ligt? Ik zou het niet weten. Wel, is het natuurlijk zo dat het felle wit van de huizen bij bewolkt weer minder goed tot zijn recht komt dan wanneer de zon er op weerkaatst. Maar desondanks is er voldoende te genieten. Van de rust bijvoorbeeld. Of van die hond die uitgestrekt en als een slap vel voor een gevel ligt te maffen. De Rua Direita is de hoofdstraat, volledig met kleine keitjes belegd. Hieraan liggen de huizen van de vroegere rijke families. In steen aangebrachte familiewapens hangen hier en daar boven de hoofdingang. We lopen nog even het kleine kerkje in en vervolgens naar de rand van het dorp, waar zich een kleine arena bevindt. Lucien speelt nog even voor stier. Ik sta boven op de omgang en kan me nauwelijks staande houden vanwege de felle wind.

Die maakt hongerig. Zodat we even later in een van de kleine restaurantjes plaatsnemen om onze dagelijkse portie vis (dourada dit keer) te verorberen. Hier is het wel druk, alle tafels zijn bezet. Veel Fransen. Vanaf onze tafel kunnen we genieten van het uitzicht.

Monsaraz: wit dorp in de Alentejo

Om half vijf arriveren we in Evora. Het hotel (Hotel Evora, hoe kom je er op?) is opnieuw even buiten de stad gelegen. Ook nu weer een subliem uitzicht vanaf het balkon. De tv levert hier zelfs een Nederlandstalige zender: BVN, een combinatie van Nederlandse en Vlaamse programma’s. We zullen ’s avonds Jeroen Pauw de ouders van Theo van Gogh zien interviewen. Gevolgd door een korte documentaire naar aanleiding van de dood van tekenaar en schrijver Marten Toonder (93).

Evora. Centrum van de kurkeik- en olijfcultuur. Het vestingstadje beleefde al een bloeitijd in de tijd van de Romeinen. Eeuwenlang (van 715 tot 1165) was het een Moorse stad. De sporen hiervan zijn nog duidelijk merkbaar in de architectuur van de huizen. Ook resideerden hier vaak de Portugese koningen. Later gevolgd door kunstenaars en geleerden uit het hele land. Evora dankt haar bijzondere charme aan de smalle steegjes en pleinen, aan de huizengevels, smeedijzeren tralies, de arcaden en al die andere elementen die een stadje een bijzonder karakter geven. In 1986 werd het centrum op de wereld erfgoedlijst van de UNESCO geplaatst.

De taxi naar het centrum kost slechts 3, 25 euro, een habbekrats. Terwijl het toch een behoorlijke afstand is nog, en daarbij een flinke klim naar het oude gedeelte. Voor de deur van de 15e eeuwse Sao Francisco worden we afgezet. Niet dat deze kerk zo bijzonder is, maar wel de Capela dos Ossos (de Knekelkapel) annex. Een of ander maffe franciscaan heeft hier in de 16e eeuw alle muren van de kapel bekleed met beenderen en schedels van zo?n 5000 skeletten. Op deze manier wilde hij zijn medebroeders aanzetten tot meditatie of de diepere betekenis van leven en dood. En inderdaad, stof tot nadenken is hier genoeg. Alle wanden, nissen en pilaren zijn tot de laatste centimeter volgepropt met schedels en beenderen. De vierkante pilaren zijn strak afgebiesd met ellepijpen. En vanaf de randen van het gewelf lachen rijen doodse kinderschedels je toe. Aan een van de wanden bungelen zelfs een kleine en een grote mummie. Maar er is altijd nog plek voor de liefhebber te vinden. Nos ossos que aqui estamos, pelos vossos esperamos, staat er op een van de opschriften te lezen: “Wij beenderen die hier al zijn, verwachten de uwe”. Welkom, dus.

Evora: Capela dos Ossos

Een vriendelijke neger - de koster? - wil ons wel even binnenlaten in de Sao Francisco. Op de portaalboog zijn de wapenschilden van de Portugese koningen Joao II en Manuel I aangebracht. Het interieur barst natuurlijk weer van de barokke altaren en blauwe azulejostableaus.

Daarna wandelen we verder de stad in. Van de bastionachtige Sé kathedraal) naar de Templo Romano, de Antiga Universidade en de poussada van het Convento dos Loios. Genieten daar op een terras bij een koele drank van de witte huizen en de zon in een inmiddels strakblauwe lucht. Als we er een kwartier weg zijn, mist Gemma haar witte vest: laten liggen op het terras. Terug, dus. De ober is zo vriendelijk geweest het even apart te leggen en overhandigt ons het verloren kledingstuk. Een welgemeend “Obrigado!” is zeker op zijn plaats. En een fooi, uiteraard.

Op zich is in het stadje niet zo veel te beleven. Ook zijn er relatief weinig toeristen, maar de dag loopt ook al op zijn einde. De kleine winkels bieden geen opvallende streekartikelen, en zelfs de vracht aan toeristenprullaria is hier nauwelijks te vinden. We dalen af nar de benedenstad, hoewel hier minder laag gelegen dan bijvoorbeeld in Porto of Coimbra. Op een (volgend) terras op de Praça do Giraldo schuift er alweer een glas witte wijn (Dao) mijn keel in. Daarna eten we in een groot Amerikaans ingericht restaurant aan datzelfde plein. Het heeft absoluut niet de sfeer die je in deze stad, midden in de Alentejo, zou verwachten. En toch is er behoorlijk veel klandizie, zelfs van Portugezen.

Evora: Praça do Giraldo

We zij redelijk vroeg terug in het hotel. Het stof van de dag wordt er in bad afgeweekt. Lees nog wat in Op Reis, een selectie van de beste Nederlandse en Vlaamse reisverhalen van 2001, verzameld door Rudi Wester. Een van de aardigste reisverhalen in deze bundel is van Jack Nouws. Kalm aan, Portugal is de titel en het gaat over de industriële verkrachting door de megalomane dictator Salazar van het kustplaatsje Sines. Dat moest en zou een belangrijke internationale oliehaven worden. En tegelijk over de liefde van Nouws voor Portugal. En die deel ik.

August 15th, 2005

Van Porto naar Castelo Branco

Posted in: Travels — admin @ 8:28

Vandaag een relatief lange rit voor de boeg naar het Portugese binnenland: 250 kilometer door het in deze zomer zo door bosbranden geteisterde droge land. Een stuk A1 (Porto - Lissabon) terug tot aan Albergaria a Velha, dat vorige week nog twee dagen was afgesloten omdat de bosbranden het rijden onmogelijk en te gevaarlijk maakten. In de loop van de dag zullen we meerdere malen grote stukken verbrand gebied passeren. Duidelijk is te zien dat de as van recente datum is. Volgens een van de taxichauffeurs zullen de eucalyptussen het overleven, en de rest zal over een paar jaar weer opnieuw uit de bodem kruipen. Al met al geen vrolijke aanblik, die verschroeide hellingen.

landschap in de Serra de Caramulo

Dat in Portugal op grote schaal aan de infrastructuur gewerkt wordt, dat is vandaag duidelijk te merken. Regelmatig hebben we een kort oponthoud vanwege wegwerkzaamheden, het verwisselen van rijstrook, wegversmallingen en vrachtverkeer. Ook het binnenland wordt met geld van de Europese Unie bereikbaar gemaakt. Nu de grote steden met elkaar via autowegen met elkaar zijn verbonden, en daar ook tol op betaald moet worden, is het nodig de achtergebleven regio’s in de vaart der volkeren op te stoten. Of het allemaal gunstig uitpakt moet nog maar bezien worden. De vaak moedwillig aangestoken bosbranden leveren het bewijs dat terreinen snel bouwklaar gemaakt kunnen worden.

Via Viseu (te druk, we vinden geen parkeerplaats in het centrum) rijden we over de uitlopers van de Serra da Estrela naar Guarda. In een eenvoudig restaurant aan de rand van het stadje nemen we voor weinig geld het prato del dia, de dagschotel: veel gegrild vlees, friet, rijst, salade en meloen en koffie na. Hoewel er redelijk wat klanten zijn slaagt het energieke vrouwje dat af en aan rent iedereen op tijd te bedienen.

landschap tussen Viseu en Guarda

Na Guarda rijden we verder zuidwaarts, met aan de rechterzijde het donkere gebergte van de Serra da Estrela. Het landschap wordt steeds droger. Ook de olijfbomen rukken op. Veel begroeiing is er verder niet. Het is maar goed dat we airco in de auto hebben wat buiten begint de temperatuur aardig op te lopen.

Castelo Branco is een uitdijende stad in een nogal desolaat landschap. Het hoog gelegen driesterren hotel Colina do Castelo biedt een schitterend uitzicht over de stad. Op het balkon voel je de hete föhnwind over je lijf strijken. Een snel gewassen overhemd is in een paar minuten droog. Lucien neemt nog even een duik in het binnenbad van het hotel. Daarna met de auto even naar het centrum van de stad. Niet echt veel te beleven. De oudjes zitten te suffen op hun stoel voor het huis of op een bank in het park. We bezoeken de plaatselijke parochiekerk. Drinken een biertje op een terras en kijken naar de jonge vrouwtjes. Plaatselijk natuurschoon. Wat wil je ook, in zo’n stadje waar veel lijkt ingedut. Dan is elk kort naveltruitje over een getaand jong vel toch een belevenis.

Castelo Branco: ingeslapen provinciestad

Castelo Branco is de hoofdstad van de provincie Beira Baixa. De stad drijft handel in kurk, olijfolie, kaas, honing en borduurwerk. De bezienswaardigheden beperken zich tot de resten van een voormalig tempelierskasteel, de voormalige bisschoppelijk tuin met beelden van heiligen, kerkvaders en Portugese koningen. Ook de Miradouro de Sao Gens, waarvandaan van een schitterend uitzicht genoten kan worden over de hele streek rondom, is de moeite waard.

Castelo Branco: zonsondergang vanaf balkon Colina do Castelo

’s Avonds staan er vier ober, verkleed als pinguin, klaar om ons aan tafel te bedienen. We nemen het diner in het hotel, dus. Ook al is het een buffet (15 euri p.p.) waar naar keuze kan worden afgehaald, ik laat me keurig de vis (dourada) aanslepen. De wijn (in koeler) smaakt voortreffelijk. En het dessert mag er ook zijn: een ruime sortering aan ijs, mousse en fruit. Het kan allemaal veel erger op deze wereld. Buiten gaat de zon schitterend onder in een oranje gloed. Het landschap kleurt vaalgrijs en mauve.

August 14th, 2005

Porto, en nog eens Porto

Posted in: Travels — admin @ 8:30

De dag begint met een fijne motregen. Jazeker! Terwijl Portugal de droogste zomer van de laatste zestig jaar doormaakt. Maar het wordt snel droog. En hoewel het de rest van de dag bewolkt blijft zijn er ook grote perioden met een felle en warme zon. Het geeft wel veel afwisseling in kleur in het landscahp. De temperatuur blijft aangenaam: zo’n 25 graden. Prima reisweer.

Porto: crypte voor de vroegere jetset

De taxi dumpt ons voor de ingang van de Sao Francisco. Aan de buitenzijde oogt het als een somber bastion-achtig kerkgebouw. Het interieur van deze uit de 15e eeuw daterende kerk is echter een feest van barok: muren, gewelf, altaren (en die zijn er veel) zijn één en al verguld houtsnijwerk. Men heeft berekend dat er meer dan 400 kilo goud is verwerkt. Het is dan ook een van de rijkst ingerichte kerken van Portugal. Er is dus veel te zien, ook gruweltaferelen. Zoals een stel Franciscaner monniken dat met het afgehakte hoofd van een collega staan te leuren.

In de kelder van het annex gelegen klooster bevindt zich het pantheon van de invloedrijkste Portugese families: Ribeiro da Costa, Gonçalves Lima, Texeira de Azevedo enz. Je moet het minstens tot minister, bankier of bisschop gebracht hebben om hier in een natuurstenen sarcofaag voor eeuwig ingemetseld te worden.

Porto: relaxen aan de Douro

Bij het verlaten van de kerk lopen we natuurlijk eerst langs het standbeeld van een van Portugals meest aanbeden voorvaderen: Hendrik de Zeevaarder. Hij heeft zich duidelijk zichtbaar op een protserige sokkel opgesteld in een verder rustig parkje. Vandaar maken we een wankeling door het winkelcentrum van Porto, althans wat daar voor doorgaat. De neringdoenden hebben meestal kleinschalige winkels, waar nu niet het meest moderne spul te koop is. In de Rua das Flores en de Rua Mouzinho da Siveira barst het van de winkeltjes in huishoudelijke artikelen, sanitaire spullen, kleding, devote heiligenbeeldjes en cafeetjes. Stel je er niet te veel van voor. We kopen er niks. Maar sfeer heeft het wel.

Uiteindelijk loop je bijna automatisch weer naar de benedenstad en beland je weer in de smalle, sterk hellende straatjes in de buurt van de Douro-oever. In een daarvan, op de hoek bij het Largo do Terreiro, is zelfs het Nederlands consulaat gevestigd. Bont wasgoed wiegt zachtjes op de wind tegen de veelkleurige gevels. Braadlucht golft ons tegemoet. Uit een van de openstaande ramen klink de ‘Fado do Retorno’ van Mariza. Het lied maakt hongerig. En de restaurantjes aan de Cais de Ribeira staan uitnodigend voor je open. Het wordt het kleine restaurant ‘Filha da Mae preta’, in een van de gidsjes die ik bij me heb aanbevolen als een ’sfeervol en ietwat slonzig restaurant aan de kade’. De bacalhau smaakt er ongeëvenaard goed, en is zeer smaakvol klaargemaakt met uien en olijven. Het water loopt je uit de mond. En ook de vinho verde mag er zijn. Er zijn veel dagen dat de lunch minder is.

Porto: bacalhau, het nationale volksgerecht

De bacalhau laat zich goed verteren door middel van een wandeling naar de overkant van de Douro of door in de zon te relaxen op een van de kademuren van Vila Nova de Gaia. Het is nu echt warm geworden. De portboten dobberen als vanouds licht wiegend op het kalme water. Nu pas zie je hoe fraai de kleuren zijn van het geheel: de boten, het water, de opeengestapelde huizen aan de overkant.

Het is daarna nog een flinke wandeling naar het porthuis Ferreira. De rondleiding is in het Engels, en de meid die het afraffelt heeft er wel eens meer zin in gehad dan vandaag. Maar de grote houten vaten tawny en reserva zijn er niet minder indrukwekkend om. Uiteindelijk gaat het er natuurlijk om dat je gratis een aantal producten kunt proeven. En dat gebeurt dan ook: aan het einde van de tocht door de doolhof van vaten wacht elk van ons een glas witte en rode port. Voor Lucien hoeft het niet zo; hij nipt wel, maar ik offer me op om de glazen niet vol achter te laten. Kopen kan ook, maar dan leur je de hele dag met die flessen rond. Dus dat laten we maar achterwege.

Porto: Ferreira-port, het vat moet leeg

Via de Dom Luis brug keren we terug in het eigenlijke Porto. Met de lift (!) laten we ons naar boven hijsen. Daarna volgen we de kronkelige trapstraatjes tot aan de Sé kathedraal). Natuurlijk ook hier weer exuberante barok, hoewel de kerk als geheel tamelijk sober overkomt. De buitengalerijen zijn versierd met afbeeldingen op blauw-witte azulejos. Kansel en koor zijn hybridisch samengesteld uit elementen uit de Renaissance en de Barok.

Nieuwe kronkelige trapstraatjes dienen zich aan en leiden ons ongemerkt weer naar de levensader van de stad: de Douro.

En dan is het weer etenstijd. Omdat het restaurant van vanmiddag zo goed bevallen is, gaan we voor de tweede ronde. Opnieuw dus naar Filha da Mae Preta, aan de Cais de Ribeira no 39. Het zit er al behoorlijk vol. Het aperitief is port (wit). En binnen een half uur staan de schotels met sardinhas assadas (gegrilde sardienen voor Wolf), de robalo assado (gegrilde zeebaars voor Lucien) en de Bacalhau ‘mae preta’ (voor mij) geurend op tafel. Flesje wijn erbij, en de avond kan niet meer stuk. Buiten op straat klinkt het geluid van de ‘l’homme à l’harmonica’, de vriendelijk lachende Portugees die vanmiddag ook al actief was, en naast ons op de bank zat op de kade.

De taxichauffeur die ons daarna aflevert bij Hotel Tuela is in ieder geval voetbalfan, en als hij hoort dat wij uit Nederland komen dan gaat zijn stem harder loftuiten over de magische nieuwe entreinador van FC Porto, Co Adriaansen, die hier sinds een paar weken aan het werk is.

Porto: de Ponte Dom Luis I in de steigers

August 13th, 2005

Van Coimbra naar Porto

Posted in: Travels — admin @ 7:36

Opnieuw is het bewolkt, als we opstaan. Maar de temperatuur is - zeker voor het reizen, hoewel er airco in de auto is - absoluut prima: zo’n 25 graden. We rijden via een b-weg naar Mealhada, daarna verder naar het kuuroord Luso, waar het behoorlijk vol staat met toeristenbussen. Thermen en mineraalwater, daar staat het plaatsje om bekend. Maar wij zijn op weg naar het bos van Buçaco. Onmiddellijk na Luso begint de weg flink te stijgen. Het is een kilometer of vijf rijden naar het beroemde, door koning Carlos I gebouwde jachtslot. Het is ontworpen door Italiaan Luigi Manini en is een voorbeeld van megalomane protserigheid. In de verte doet het denken aan Neuschwanstein van Ludwig II. Hier een overdaad aan torentjes, loggia’s en andere tierlantijnen in Manuelstijl. Langs de muren van het terras (galerij) is een groot aantal azulejospanelen aangebracht die verschillende taferelen uit het Portugese heldendicht ‘Os Lusiadas’ van Luis de Camoes voorstellen. Schitterende blauw-witte tegels, en goed geconserveerd. Het jachtslot is inmiddels verbouwd tot een luxe 5-sterren hotel. Ik kan niet nalaten om er even binnen te stappen en wat foto’s te maken. Vervolgens verzoekt een van de chefs mij vriendelijk het hotel te verlaten.

Bos van Buçaco: Neomanuelijns jachtslot

Het kasteel is gelegen in een 400 hectare groot woud, dat bomen uit de hele wereld bevat. Portugese scheepskapiteins kregen tijdens hun reizen vaak de opdracht mee uitheemse stekken en zaden te verzamelen en deze af te staan voor het Bos van Buçaco. Zo staan er o.a. een aantal gigantische ceders uit de Himalaya. Ook de grote boomvarens maken indruk. De tijd ontbreekt ons echter om een flinke wandeling door het bos te maken. Het worden slechts een paar honderd meter. Het hele complex is gelegen in het Parque Nacional do Buçaco, omgeven door een zes kilometer lange muur. In 1626 werd hier door de Carmelieten een klooster gesticht en ook het beroemde bos werd later door hen onderhouden.

Het Carmelietenklooster bestaat nog steeds en ook dit bezoeken we. Het is tegen het jachtslot aangebouwd en aan de buitenzijde helemaal met witte en zwarte kiezelstenen bekleed. Binnen is het zeer sober ingericht. Alle deuren en plafonds zijn met kurk bekleed. De kloostergang is donker en eenvoudig, maar zeer sfeervol. In een van de kapelachtige ruimtes treffen we een wel zeer vreemde collectie op het altaar. Door en op elkaar liggen daar wel een stuk of honderd tieten van was, soms in paren, dan weer als los exemplaar. Erbij gevoegd liggen er kleine pasfotootjes van jonge vrouwen. Een enkele keer betreft het een (jonge) man. Raadsel. Waartoe dienen deze ex-voto’s? Als geschenk vanwege een door devoot gebed verkregen bovenmatige borstgroei? Vanwege een geslaagde tietoperatie? Vanwege een in de kiem gesmoorde tumor in de borst. Het raadsel blijft nog even onopgelost. Bij het verlaten van het klooster spreek ik het meisje aan die bij de ingang toegangskaartjes verkoopt. Het blijkt allemaal een stuk minder opzienbarend. De kapel is gewijd aan Onze Lieve Vrouw van de Melk. Jazeker. Vrouwen kwamen hier na de geboorte van hun baby bidden voor voldoende melkproductie ten behoeve van het zogen. De hoeveelheid borsten van bijenwas op het altaar getuigt in ieder geval van een goede afloop van de smeekbedes van de jonge Portugese moeder. Wat die mannenfoto’s dan voorstellen weet ik echter nog steeds niet. Dat vertelde de kaartverkopende juffrouw er niet bij. Hermafrodieten?

Bos van Buçaco: Carmelietenklooster voor de melkproductie

Terug naar Luso en vandaar over de E80 naar Aveiro. Het begint zelfs een beetje te miezeren als we het lagunestadje aan de kust naderen. Vanwege een rommelmarkt is het er ook nog druk, zodat het vinden van een parkeerplaats in de nabijheid van het centrum nog niet zo gemakkelijk is. Aveiro wordt het Venetië ¶an Portugal genoemd. Maar dat lijkt me wat overdreven omdat er maar een paar kanalen zijn. De lagunes (waar zout wordt gewonnen) bevinden zich tussen het stadje en de oceaan. We lopen even over de rommelmarkt. Daarna duiken we een cafetaria-achtig etablissement in om wat te eten.

Inmiddels is de zon al weer flauwtjes doorgebroken. En ook de temperatuur nodigt uit om wat meer van het stadje te zien. Zo passeren we het Praça da Rep?a. Hier bevinden zich o.a. het stadhuis, de Misericordiakerk en een standbeeld van Magalhaes.

Op het water liggen de ‘gondels’ van Aveiro, niet alleen zeer kleurrijk, maar zeker zo berucht vanwege de scabreuze afbeeldingen en teksten die in felle kleuren er op zijn aangebracht. Op een van de voorplechten zit een in bikini geklede mevrouw die de argeloze passant wijdbeens toeroept: “Queres fazer um intervalo?” (”Zin in een verzetje?”). Andere bootprenten zijn ook niet voor andere uitleg vatbaar. Toch maar de auto in.

Aveiro: Kamasutra-gondels

Via de A1 rijden we naar Porto. Via de hoge nieuwe brug boven de Douro rijden we de stad in. Hotel Tuela is niet lastig te vinden en bevindt zich aan de rand van het centrum. Ik kan mijn auto in de parkeergarage van het hotel stallen. Vanuit de kamer hebben we uitzicht op het beroemde kerkhof: Cemiterio de Agramonte.

Porto met 350.000 inwoners is de tweede stad van Portugal. Je zou het het Rotterdam van het land kunnen noemen: bedrijvig en energiek. In 2001 was het de Culturele Hoofdstad van Europa. De stad ligt aan de monding van de Douro aan de Atlantische Oceaan. Volgens overlevering is de stad door de Feniciërs gesticht. De naam Porto (of: Oporto) is afgeleid van het Latijnse ‘portus’ (= haven). Samen met het adjectief ?cale? (= mooi) vormde het een tijd lang het graafschap Portucale, waar later de naam Portugal van is afgeleid.

De stad is vooral bekend vanwege zijn door Gustave Eiffel ontworpen ijzeren brug, de Ponte Dom Luis I, zeventig meter boven de Douro en de vele Porthuizen die vooral te vinden zijn op de zuidoever van de stad, in het stadsdeel dat Vila Nova de Gaia wordt genoemd. De stad zelf is in terrassen boven de Douro gebouwd en oogt absoluut zeer schilderachtig, ook vanwege de vele ‘portboten’ die op de Douro drijven.

Opnieuw de taxi. Want die zijn hier in Portugal spotgoedkoop. Ook nu weer een rit op leven en dood naar het centrum. De Portugese taxichauffeur wil zich absoluut onderscheiden door roekeloos rijgedrag. Een bijna-botsing, piepende remmen, gillende banden en het snijden van ander voertuigen behoren tot het standaardmenu van een Portugese taxirit. Voor weinig geld krijg je veel spektakel, dat is zeker. In no time staan we dus in het centrum van de stad, op het plein voor de kathedraal, de Sé. De zon is nu echt aan het doorbreken.

Porto: azulejos-treinstation Sao Bente

Vanaf het plein voor de kathedraal heb je al een schitterend uitzicht op de smalle, hellende straatjes van de oude binnenstad, de velha cidade. Rommelig, met hier en daar graffiti en uiteraard het eeuwige wasgoed dat droogt in de wind.

De Rua 31 de Janeiro loopt naar beneden tot aan het centrale treinstation van de stad, het Estaçao Sao Bento. Dit station wordt beschouwd als een van de mooiste ter wereld. Dus een bezoek waard. In 1915werden de muren van de centrale hal volledig met blauwe azulejotableaus bekleed. Ze beelden de belangrijkste historische gebeurtenissen van Portugal uit. Daarnaast is er een aantal gewijd aan het leven van alle dag in Portugal.

Om de benen enigszins te sparen wordt besloten om ons als echte toeristen door de stad te laten rondrijden per dubbeldeks toeristenbus. Op het bovendek is nog plaats genoeg en heb je een goed zicht op alles waar je aan voorbij rijdt. De rit voert langs de meest bekende bezienswaardigheden van de stad. Vanwege een markt aan de overzijde in Vila Nova de Gaia moet het korte traject daar komen te vervallen. De rit voert ons vanaf het Praça da Liberdade naar de verschillende wijken en bezienswaardigheden van de stad: Batalha - Carmo - Palacio de Cristal - de kades langs de Douro en weer terug naar het centrum. Uit de stapeling van het veelkleurig huizenpalet zwaaien dikke huismoeders naar ons. Op andere plekken hangen de bewoners suffend over de gietijzeren hekken van het balkon. Planten worden besproeid, wasgoed wordt voor de zoveelste keer op de lijn gehangen. Soms fladderen er flarden muziek uit het raam.

We stappen uit in de buurt van de Igreja de Sao Francisco, dicht bij het water van de Douro. Trappen af naar beneden en je staat aan de kade in de late namiddagzon.

Porto: de oude binnenstad / Cais de Ribeira

Het gemiste gedeelte uit de sightseeingtour doen we dan zelf maar. Te voet. De Cais da Ribeira is een en al bedrijvigheid. Op het Largo do Terriero wordt een muziekpodium volgeladen met geluidapparatuur voor het concert dat over een uurtje zal beginnen. De terrassen zitten vol. En er wordt gegeten en geflaneerd. De zon glimt over het strakke water van de Doura. De Ponte Dom Luis I staat nagenoeg volledig in de steigers. Is aan een opknapbeurt toe om corrosie tegen te gaan. Maar ook om verstevigd te worden zodat ook zwaarder vrachtverkeer de brug kan passeren.

We steken de brug over onder het oorverdovend gesis van allerlei voor de brug heilzame apparatuur. Zo nu en dan vallen er dikke druppels naar beneden. Aan de overzijde van de Douro, aan de Cais dos Barcos Rabelos, is het nog drukker. Een of andere braderie. Kennen ze hier ook dus. In het water schommelen de vele portboten (quintas). Op de straatkant begint de serie elkaar opeenvolgende porthuizen: Cavem, Sandeman, Ferrreira enz. Genoeg gewandeld: we strijken naar op het gazon-terras van Cavem. De vinho verde smaakt er prima. Van de overkant waaien de eerste beats van het muziekpodium naar ons toe. De zon schijnt nog wat feller, doet zijn best om de dag goed af te sluiten.

Het wordt tijd om te eten. Terug dus naar de Cais de Ribeira, waar de smalle eethuizen aaneengeschakeld op hun klanten wachten. In een daarvan strijken we neer. Het wordt - uiteraard - vis en nog eens vis: dourada en robalo. En daar hoort dan natuurlijk een fles vinho verde bij. De muziek van het podium verderop wordt hier opgeslokt door passerende straatmuzikanten die met hun trommels of op hun harmonica alvast zorgen voor een muzikaal digestief. Het is donker, als de taxi ons weer af zet bij Hotel Tuela.

August 12th, 2005

Van Lissabon naar Coimbra

Posted in: Travels — admin @ 8:31

Redelijk vroeg opgestaan. Het is bewolkt, maar de temperatuur is aangenaam. Het ontbijt nemen we in een ruimte die door de openstaande terrasdeuren uitziet op een kleine binnentuin met een te grote palmboom in het midden. Daarna snel de koffers inladen. De Modus biedt niet genoeg ruimte om alle drie de koffers in de kofferruimte op te bergen. De grote koffer dus maar op de achterbank.

Het is acht jaar geleden dat ik in Obidos was. Het witte dorp staat voor vandaag als eerste op het programma. Het is er nog niet druk als we de parkeerplaats vlak buiten het dorp opdraaien. Omdat het nog bewolkt is komen de felle witte kleuren van het dorp niet helemaal tot zijn recht. En ook het typische blauw en geel van de stilering komt letterlijk minder uit de verf dan ‘normaal’. Maar er blijft absoluut veel te genieten. Alle ruimte om door de smalle straatjes te lopen. Overal worden de kramen heringericht die hier een soort middeleeuwse markt moeten uitbeelden. Streekproducten en andere inheemse stukjes volksvlijt worden uitgestald en wachten op de eerste klanten. Ook het ‘personeel’ van de kramen is in overeenkomstige zogenaamd middeleeuwse kledij gestoken. Er heerst een totaal ontspannen sfeer. De paar kerkjes bieden naast een overstelpende hoeveelheid vergulde altaren en andere religieuze kunst ook de typische Portugese azulejos. De koffie (bica) in een van de vele etablissementen kost 50 eurocenten. We maken nog een wandeling over de vestingsmuren.

Obidos: compositie in wit, blauw en geel

Het dorp Obidos is een aantal jaren geleden tot nationaal monument verklaard. Op zich is het dorp niet zo indrukwekkend (er is maar één hoofdstraat die langzaam omhoog loopt). Op dit ogenblik is het meer een Portugees Valkenburg. Op een laaggelegen plein aan de hoofdstraat ligt de Mariakerk, de muren bekleed met blauwe azulejos; het plafond is beschilderd. Belangrijker en mooier is de Sao Tiago (kerk) aan de voet van het kasteel. In dit kasteel is nu overigens een dure poussada gehuisvest.

Bij terugkomst op de parkeerplaats constateer ik dat iemand met zijn autoportier tegen ‘mijn’ auto gezeten heeft. Een forse blauwe streep onthult de kleur van de auto. Uiteraard ontbreekt de naam van de dader. Gelukkig dat ik bij het afsluiten van het huurcontract van de Modus het eigen risico (600 euri) tegen betaling van 100 euri heb afgekocht. Ik besluit Jardim niks te laten weten en de schade pas aan het einde van de Tour du Portugal te melden.

Nazaré is de volgende etappeplaats. Het ligt maar een paar tientallen kilometers van Obidos, en aan de kust. De bewolking is inmiddels open aan het trekken, grote stukken blauw verschijnen tussen het witgrijze dek. Het is er een stuk drukker dan in Obidos, maar niet overdreven. De auto kunnen we redelijk dicht bij het centrum kwijt. De temperatuur is inmiddels aardig aan het oplopen.

We wandelen naar de boulevard. Het strand bestaat uit fijn geel zand en ligt fraai tegen de hoog omarmende steile kliffen aan. Bovenop stralen de witte huizen van de bovenstad in het zonlicht, 110 meter boven de zeespiegel. Op de trottoirs op de boulevards zitten verschillende oude vrouwtjes de hele dag via een wit omhooggehouden bordje kamers en appartementen aan te bieden. Voor de verhuur. Die hebben er een dagtaak aan. Maar wel lekker in het zonnetje. Een oplossing voor het ouderenprobleem?

Nazaré, bestaande uit de kernen Pederneira, Praia en Sitio, is tegelijk bad- en visserplaats. Vanwege de vele rampen op zee met gammele vissersboten werd het dorp vroeger ook wel Vila de Viuva;va genoemd: Weduwendorp. Nog steeds is er veel activiteit te zien die met de visserij te maken heeft. De naam Nazaré is overigens afgeleid van het bijbelse Nazareth.

Nazaré: van vis naar toerist

Langs de boulevard liggen ongelooflijk veel visrestaurants. Op het terras van een ervan strijken we neer. Het is er al druk met etende Portugezen. Uitzicht op het zonovergoten strand en de voorbijkomende toeristen en locals. Inmiddels heeft zich een roedel oude vrouwtjes in witte plastic tuinstoelen op het trottoir voor het restaurant geposteerd, een blokkade opwerpend voor de passanten, maar energiek hun laatste vrije kamers aanprijzend.

De lunch? Gegrilde sardines, dourada en espada (zwaardvis). Het een en ander wordt uiteraard besprenkeld met een frisse, tintelende vinho verde.

Via de A8 en vervolgens over een slechte binnendoorweg rij ik vervolgens richting Coimbra. Langs de weg veel eucalyptusbossen met hun geschilferde bast. Op verschillende plekken constateren we de ravage die is aangericht door de recente bosbranden. Op sommige plekken smeult het nog. Een combinatie van een wel erg droge zomer, harde wind en vaak criminelen die de branden aansteken.

In Coimbra vinden we onderdak in kamer 110 van het Best Westernhotel Hotel Don Luis, gelegen in de wijk Santa Clara, aan de overzijde van de Rio Mondego. Vanaf het balkon hebben we een schitterend panoramisch zicht op de rivier en de hooggelegen oude binnenstad. Wolken en zon spelen een clair-obscur kleurenspel met de witte huizen.

Met de taxi laten we ons snel naar het centrum, de Alta (= de hoge, oude binnenstad) brengen. Steil oplopende straatjes tot aan de Porta Ferrea (de IJzeren Poort), die toegang geeft tot het grote binnenhof met het standbeeld van koning Joao III. Op dit terrein bevindt zich een van een van de oudste universiteiten van Europa: in 1290 gesticht werd deze in 1308 overgebracht van Lissabon naar Coimbra. Na wat heen en weer geschuif tussen Lissabon en Coimbra zorgde koning Joao II er voor dat vanaf 1537 de universiteit definitief gevestigd werd op deze plaats, in het Paça da Alc᧯va. Op het moment dat wij op het binnenplein arriveren is er een enorme drukte. Aanvankelijk gaan de gedachten uit naar een afstudeerfeest. Maar het blijkt een sjiek uitgedost en kleurrijk bruiloftsgezelschap te zijn dat op de trappen van het oude universiteitsgebouw bezig is met een fotosessie. Tegen het wit van de oude, in Manuelstijl gestileerde gebouwen en het kobaltblauw van de lucht doet het hele tafereel sprookjesachtig aan.

Coimbra. Net als in Lissabon en Porto zijn de huizen van de oude binnenstad terrasgewijs gebouwd. De stad telt op dit ogenblik ongeveer 80.000 inwoners en ligt voornamelijk aan de rechteroever. Vanwege zijn rijke en lange universitaire historie zijn er bijna 12.000 studenten. Vanaf half mei wordt het studiejaar afgesloten met de Queima das Feitas, een optocht waarbij de afgestudeerde studenten hun ‘fitas’ (faculteitslinten) verbranden die ze vanaf het vierde studiejaar aan hun tas moeten hangen. Ieder faculteit heeft een eigen kleurencombinatie. Sommige studenten dragen ook nog de traditionele zwarte cape.

Op muzikaal gebied is nog te melden dat Coimbra een eigen vorm van fado heeft ontwikkeld, naast die uit Lissabon een van de hoofdstromingen van het traditionele en typisch Portugese lied.

Coimbra: binnenplein van de oude Universiteit

We bezoeken de Sala dos Capelos (met de portretten van Portugese koningen) en uiteraard de beroemde wereldberoemde universiteitsbibliotheek, de Biblioteca Joanina. We maken gebruik van de laatste openstelling van de dag (om 18.20 uur). Gesticht in 1720 (in de stijl van de Weense hofbibliotheek) bevat de ruimte zo’n 120.000 oude boeken en handschriften. De bibliotheek bestaat uit drie achter elkaar gelegen hoge zalen. Langs de wanden loopt een galerij met gebalustreerde balkons en boekenkasten. De bibliotheek is geschilderd in verschillende groentinten met roze en gouden accenten. Het geeft typische fotokleuren, ook door het gefilterde zonlicht dat door de kleine ramen naar binnen valt.

Na het bezoek aan de oude universiteit dalen we letterlijk via smalle trapstraatjes de stad in. De route: Rua do Norte - Largo da Sé Vielha - Rua Quebra-Costas - Patio do Castilho - Arco do Almedina - Praça do Comercio - Rua Ferreira Borges - Largo da Portagem. Tijdens deze wandeling een kort bezoek aan de 12-eeuwse Romaanse kathedraal, de Sé Vielha die aan de voorzijde wel een fort lijkt, in tegenstelling tot het weelderige Renaissance-portaal aan de zijkant (de Porta Especoisa). Ook in deze kerk een exuberant verguld houten hoofdaltaar.

Op een van de terrasjes op de Largo da Portagem drinken we een glas Portugese witte wijn. De lange schaduwen duiden erop dat de dag naar zijn einde loopt. De temperatuur is nog prima.

In een restaurant in de Rua Gatos storten we ons weer op de vis: zeebaars (robalo) deze keer: drie forse knapen voor slechts 27 euri. We worden afgeleid door een halfnaakte studente die allerlei onduidelijks aan het organiseren is voor een handvol toeristen die de stad moeten leren kennen. Overigens geen onaardig gezicht als je zo’n smakelijke visschotel aan het verorberen bent. Daarna laten we ons per taxi afzetten voor de deur van Hotel Don Luis.

Next »
 
  • ON THE ROAD naar Santiago de Compostela

  • Sint Jacobus leidt me door braamstruiken en naar bierloze cafés

  • New York op doek: nieuwe schilderijen

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 20

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 19

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 18

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 17

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 16

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 15

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 14

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 13

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 12

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 11

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 9

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 8

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 7

  • Christo in Central Park New York

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 6

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 5

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 4

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 3

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 2

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 1

  • Sleepless in Manhattan - intro

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 17

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 16

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 15

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 14

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 13

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 12

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 11

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 9

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 8

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 7

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 6

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 5

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 4

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 3

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 1

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico García Lorca 1

  • BINNENKORT IN DIT THEATER: ANDALUSIË

  • Hermitage: het zomerpaleis van Nicolaas II aan de Amstel

  • Wajauw? Met Ahmed Marcouch en Hans Laroes naar Brooklyn aan de Maas

  • Luik: van nu en toen, van Calatrava en Les Olivettes

  • Geen Pim Pandoer, wel Beethoven in ’s Heerenberg

  • Spaanse La Notte in het Hollandse Slot Loevestein

  • Van Gogh en de kleuren van de nacht in Amsterdam

  • Opnieuw de ruimte in: A Space Odyssey 2

  • Schilderen: een lange winter met gebrande omber sienna

  • Paradise by the dashboard light

  • Shipbreaking op doek. Met dank aan Edward Burtynsky - Work in Progress

  • Ode Maritima aan Fernando Pessoa

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 16

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 15

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 14

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 13

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 12

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 11

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 10

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 9

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 8

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 7

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 6

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 5

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 4

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 3

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 2

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 1

  • MANHATTAN TRANSFER

  • Corrida aan het einde van de Indian Summer

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 14

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 13

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 12

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 11

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 10

  • Intermezzo: Lucien zingt Lee Towers

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 9

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 8

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 7

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 6

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 5

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 4

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 3

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 2

  • Valencia: tapas op de Feria van Calatrava 1

  • VALENCIA: tapas op de Feria van Calatrava

  • Feria Andaluza in Boom België, of all places

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 15 / slot

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 14

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 13

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 12

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 11

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 10

  • Powered by ME :) !! en MainCore
    Blog (c) WordPress 1.5 Theme created by McMike and Mr-Godd