Slauerhoff, een biografie
Vandaag aandacht voor een wat vergeten Nederlandse schrijver-dichter: Jan Jacob Slauerhoff. Tien jaar geleden verscheen in de reeks ‘Open Domein’ van De Arbeidersperseen biografie, gaschreven door Wim Hazeu, getiteld: SLAUERHOFF, EEN BIOGRAFIE.
J. J. (Jan Jacob) Slauerhoff werd door veel van de mensen die hem gekend hebben, en met name ook door zijn literaire collega’s, "een rotvent", "een klier" en "een zwervende catastrofe" genoemd. Om het zover te schoppen in het Nederlandse literaire koninkrijk moet je veel misdaan hebben.
Wie leest nog Slauerhoff tegenwoordig? Zijn honderden gedichten, tientallen verhalen of zijn beperkte aantal romans? Weinigen, denk ik. Maar dat neemt niet weg, dat - ook al is de kwaliteit van zijn literaire werk niet altijd onomstreden - zijn leven althans boeiend genoeg is om er een biografie aan te wijden. Dat heeft Wim Hazeu gedaan. En die biografie is fors uitgevallen : 865 pagina’s dik is ie.
Ik moet bekennen, dat ik zelf heel weinig van Slauerhoff gelezen heb. Een aantal gedichten (waarvan ik, toegegeven, ook niet altijd kapot ben) en zijn verhalenbundel SCHUIM EN AS. Niet erg indrukwekkend, dus. Ik herinner mij nog het begin van dit boek : O, Allah! de zielloze aarde zendt Gij na een tijd van droogte en verschroeiing toch eindelijk lafenis : Uw bevruchtende regen.
Het lijkt wel of Slauerhoff de afgelopen zomer heeft meegemaakt, en de langverwachte regen van de laatste dagen. Maar dit terzijde. Deze beginzin van het verhaal DE ERFGENAAM is nou niet de meest aanlokkelijke openingszet. Ik heb me echt moeten vermannen om door te lezen. Van de vijf verhalen die in SCHUIM EN AS staan, maakte dit inderdaad niet de meeste indruk. DE LAATSTE REIS VAN DE NYBORG en SUCH IS LIFE IN CHINA bevielen me een stuk beter. Beide titels hebben dan ook alles te maken met datgene wat Slauerhoffs leven bepaald heeft : het per schip bevaren van de wereldzeeë® en het bezoeken van al die exotische landen, waarvan de mensen van toen (de wereld wordt tegenwoordig hoe langer hoe kleiner) alleen nog maar van konden dromen.
J (Jan Jacob) Slauerhoff (1898 - 1936) was een romanticus pur sang. Zijn korte, hevige, en vaak ziekelijke leven voldeed dan ook aan alle clichés die men zich bij een dergelijk rusteloos zwerver kan voorstellen. Zijn gedichten getuigen van een groot (maar vaak ook grillig) liefdesverlangen. Lang hield hij het meestal niet vol, want voelde hij zich al snel weer opgejaagd door een alles verterend Fernweh.
WIM HAZEU : SLAUERHOFF, EEN BIOGRAFIE
Naar aanleiding van het verschijnen van Hazeu’s biografie verscheen in NRC/Handelsbladan 16 juni een boeiende recensie van Benno Barnard (tussen haakjes: een auteur die in Nederland wordt onderschat). Hij schrijft daarin het volgende Hazeu is met zo’n uitputtende zin voor acribie te werk gegaan, dat hij zijn onderwerp bedolven heeft onder de beuzelarijen. Geen kusje of kuchje van de meester is hem ontgaan. geen artikeltje blijft onbesproken. Hazeu lijkt wel een made die in zijn eentje een lijk heeft verorberd. Zijn boek is van een vraatzuchtige volledigheid, van een biografische boulimie zoals die in Holland nog maar één keer eerder is vertoond, namelijk door dezelfde Hazeu. Barnard doelt hier op de Achterberg-biografie van dezelfde schrijver. Maar is het nou zo erg om zo veelomvattende te werk te gaan? Nee, denk ik.
Wil je "snel" (in 865 pagina’s, dus) een uitstekend beeld krijgen van het leven en het literaire werk van Slauerhoff, dan moet je deze biografie beslist lezen. De tekst, verdeeld over 12 hoofdstukken, die op hun beurt weer zijn onderverdeeld in overzichtelijke subhoofdstukken, leest als een trein. Het geheel zit degelijk in elkaar en de bijgevoegde literatuurlijst mag er zijn.
In sneltreinvaart voert Hazeu ons mee door de jeugdjaren van Slauerhoff : geboorte in 1898 in Leeuwarden, zijn vakanties op Vlieland, de Eerste Wereldoorlog. Uitvoeriger wordt hij al in zijn beschrijving van Slauerhoffs studentenjaren in Amsterdam, en zijn eerste schreden op het literaire pad. Maar natuurlijk komt Slauerhoff pas echt tot leven als hij zich als scheepsarts meldt voor zijn verre reizen naar Nederlands Indië, China en Japan. Zijn hele leven zal Slauerhoff een zwak blijven houden voor deze landen in het Verre Oosten, niet in de laatste plaats omdat hij daar een van de andere aantrekkelijkheden van die landen ontdekte, die later zich lichamelijke constitutie zou ondermijnen : de opium.
Soms dwingt zijn zwakke gezondheid (Slauerhoff lijdt aan astma, en vertoont een constante bevattelijkheid voor tuberculose) hem aan wal te blijven. Maar als het even kan probeert hij weg te komen uit het benauwende sfeertje in Holland.
Wat langer houdt hij het voor in Tanger, maar ook daar is het geen vetpot, en hij wordt weer gedwongen andere bezigheden te zoeken. Zuid-Amerika dan maar. Maar de Eldorado’s die hij daar aantreft zijn ook allen van korte duur.
Zijn omgeving, familieleden en kennissen, kunnen het nog altijd niet verklaren dat hij bijna terloops in 1930 trouwt met de danseres Darja Collin. Hun huwelijk zal geen succes worden, daarvoor leiden beiden een te verschillend leven : Slauerhoff wil haar niet steeds volgen op haar danstrips, en Darja op haar beurt is weinig gecharmeerd van het ruige zeemansleven. Toch wordt uit hun huwelijk een zoontje geboren. Maar Slauerhoff lijkt voor het noodlot geboren. Het kindje overlijdt bijna onmiddellijk na de geboorte. De scheiding die later volgt is dan ook niet meer dan vanzelfsprekend.
Tijdens zijn reizen over de wereld maakte Slauerhoff veel vriendinnen. Toch kon hij er niet é©® aan zich binden, wilde dat misschien ook niet. Zijn laatste geliefde was een Costaricaanse, Caridad Rodriguez, die hij mijn meiske, schone troost van mijn eenzaamheid en van mijn paludistische en andere smarten noemde. Hij hield echt van haar. Maar hij moest al weer terug naar Europa. En daar overvielen hem weer de ziektes, die bij hem steeds op de loer lagen. De tubercu?lose vrat hem van binnen uit leeg. Zijn brieven aan de Costaricaanse werden spaarzamer; tenslotte was hij zelfs te zwak om de pen te hanteren. Hij sterft, op 39-jarige leeftijd. Gewoon, in Hilversum.
Wat zocht Slauerhoff eigenlijk in China, Zuid-Amerika, Afrika, Portugal, Spanje? Een panacee voor zijn lichamelijke kwalen, Zijn droomvrouw’ Na het lezen blijven de antwoorden uit. Maar net als voor Wim Hazeu is Slauerhoff voor mij de zwerfzieke zoeker die nergens thuiskomt; de man die zich soms een tijdje thuis voelt bij de melancholieke fado en de energieke flamenco; de scheepsarts die in en achter de havens op avontuur gaat; de man die lijdt aan een verterend heimwee naar zoveel gelukzalige streken die nooit echt bereikt zullen worden; de man die het geluk altijd zoekt achter de einder, in de verte en in den blinde; de man die steeds twijfelt aan de zin van het bestaan, niet intellectualistisch, maar emotioneel, soms zelfs masochistisch. Maar altijd tragisch. Het is de dichter die de Chaos behoort en nooit de Orde.
En nu heb ik nog klaarliggen: HET VERBODEN RIJK, Slauerhoffs verbeelding over het leven van de Portugese ontdekkingsreiziger en zeevaarder Camoes.






