Georges Perec: het leven een gebruiksaanwijzing
Samen met André weer het programma ‘Lezen en schrijven’ gepresenteerd, gisteravond - live - van 20.00 tot 21.00 uur voor Omroep Venlo. Voor deze keer reserveer ik mijn bijdrage volledig voor Georges Perec, een in Nederland wat minder bekende Franse auteur. De focus ligt op zijn omvangrijke ‘roman’ (?), getiteld HET LEVEN EEN GEBRUIKSAANWIJZING, uitgegeven door De Arbeiderspers.
Â

Â
Geen naoorlogse Franse schrijver is zo snel na zijn dood zo grote roem ten deel gevallen als Georges Perec (1936-1982). Toen Perec op 3 maart 1982 op 46-jarige leeftijd overleed, was hij slechts bekend als auteur van twee bekroonde romans:
1965 Prix Renaudot Les Choses
1978 Prix Médicis La vie mode d’emploi

Georges Perec (1936-1982)
Na zijn dood rees zijn ster snel. In 1984 werd er zelfs door een Amerikaanse astronoom een ster naar hem genoemd. In 1994 volgde zijn eerste straatnaam in Parijs, in de voorstad Belleville. En als kroon op zijn werk werd in het Franse staatsblad van 7 september 2001 het ministerieel besluit gepubliceerd waarin werd bepaald dat Georges Perec met ingang van 10 augustus 2001 deel uitmaakt van de lijst van de als klassiek beschouwde auteurs. Op 21 september 2002 tenslotte verscheen in Frankrijk een postzegel met zijn portret; waarde: 46 eurocent.Â
Â

 Â
Georges Perec was de zoon van Joods-Poolse ouders. Hij staat bekend om zijn weergaloze verbeelding, ongebreidelde originaliteit en een ongelooflijke speelsheid in zijn taalgebruik. Het meest bizarre boek dat hij geschreven heeft, heet in het Frans La Disparition. In het hele boek komt de letter ‘e’ niet één keer voor. Degenen, die het als eersten lazen, hadden het nog niet eens in de gaten.
Ook in de serie Privé Domein van De Arbeiderspers zijn twee vertalingen van Perecs werk uitgegeven: W OF DE JEUGDHERINNERING en IK BEN GEBOREN. Raadselachtig proza soms, maar absoluut intrigerend.Â
HET LEVEN EEN GEBRUIKSAANWIJZING
Plaats van handeling is een groot huis met veel verdiepingen, midden in Parijs, Rue Crubelier no. 11, en bewoond door schilderachtige individuen. Via literaire trapeze-effecten rijgt Perec de bizarre levensverhalen van excentrieke Engelse miljonairs, croupiers, moordenaars, danseressen, kamermeisjes, operazangeressen, coureurs, kokkinnen, necrofiele schilders, televisieproducenten etc. aan elkaar tot een adembenemend romanlabyrint. Het is de allerlaatste poging het gehele leven te inventariseren in een totaaldroom. Flaubert, zijn voorganger, deed ook al eens een poging, in zijn ‘Bouvard et Pécuchet’.
Volgens de binnenkant van de omslag van het 574 pagina’s tellende Nederlandse vertaling is het “een verbluffend boek van wanhoop, liefde en verraad, boordevol fonkelende vondsten, spirituele taalgrappen en rebussen”.
Een goede introductie tot Perecs werk is: Manet van Montfrans’ “Georges Perec, een gebruiksaanwijzing”

Het leven, een gebruiksaanwijzing kent een ogenschijnlijk volstrekte chaos van handeling. Als een camera legt de auteur de zaken die hij aantreft in de verschillende ruimten van het wooncomplex vast. Iedere observatie van de camera is aanleiding voor een verhaal. Volgens het register achter in het boek kent de roman 105 verhalen. Ik schat dat het er vijf keer zoveel zijn.
Ik noem er een paar om de fantasie van Perec te illustreren: het verhaal van de acrobaat die niet meer van zijn trapeze wilde komen; het verhaal van de vier jongelui die in de lift vastzaten; het verhaal van de vijf zusters die allemaal succes hadden; verhaal van de zadelmaker uit Szczyrk; het verhaal van de zwarte bokser die geen enkele wedstrijd won. Enzovoorts, enzovoorts. Het boek kent ook nog een begrippen- en namenregister met ongeveer drieduizend (!) ingangen over werkelijk de meest uiteenlopende zaken. In één woord: chaos.
Chaos? Dan ken je Perec niet. Perec legt verbanden. Perec is gefascineerd door verbanden. Gebeurtenissen die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben, worden door Perec - met een af en toe onwaarschijnlijke, maar nergens onzinnige fantasie - aan elkaar gekoppeld. Perec is een speler, Perec is een puzzelaar. Een puzzelaar is ook een van zijn hoofdpersonen, om nu toch maar eens naar de intrige van het boek over te gaan.
De intrige? Nee, hooguit een van de vele.




