May 31st, 2005

Georges Perec: het leven een gebruiksaanwijzing

Posted in: Literair — admin @ 16:55

Samen met André weer het programma ‘Lezen en schrijven’ gepresenteerd, gisteravond - live - van 20.00 tot 21.00 uur voor Omroep Venlo. Voor deze keer reserveer ik mijn bijdrage volledig voor Georges Perec, een in Nederland wat minder bekende Franse auteur. De focus ligt op zijn omvangrijke ‘roman’ (?), getiteld HET LEVEN EEN GEBRUIKSAANWIJZING, uitgegeven door De Arbeiderspers.

 

 

Geen naoorlogse Franse schrijver is zo snel na zijn dood zo grote roem ten deel gevallen als Georges Perec (1936-1982). Toen Perec op 3 maart 1982 op 46-jarige leeftijd overleed, was hij slechts bekend als auteur van twee bekroonde romans:

1965 Prix Renaudot Les Choses

1978 Prix Médicis La vie mode d’emploi

Georges Perec (1936-1982)

Na zijn dood rees zijn ster snel. In 1984 werd er zelfs door een Amerikaanse astronoom een ster naar hem genoemd. In 1994 volgde zijn eerste straatnaam in Parijs, in de voorstad Belleville. En als kroon op zijn werk werd in het Franse staatsblad van 7 september 2001 het ministerieel besluit gepubliceerd waarin werd bepaald dat Georges Perec met ingang van 10 augustus 2001 deel uitmaakt van de lijst van de als klassiek beschouwde auteurs. Op 21 september 2002 tenslotte verscheen in Frankrijk een postzegel met zijn portret; waarde: 46 eurocent. 

 

  

Georges Perec was de zoon van Joods-Poolse ouders. Hij staat bekend om zijn weergaloze verbeelding, ongebreidelde originaliteit en een ongelooflijke speelsheid in zijn taalgebruik. Het meest bizarre boek dat hij geschreven heeft, heet in het Frans La Disparition. In het hele boek komt de letter ‘e’ niet één keer voor. Degenen, die het als eersten lazen, hadden het nog niet eens in de gaten.

Ook in de serie Privé Domein van De Arbeiderspers zijn twee vertalingen van Perecs werk uitgegeven: W OF DE JEUGDHERINNERING en IK BEN GEBOREN. Raadselachtig proza soms, maar absoluut intrigerend. 

HET LEVEN EEN GEBRUIKSAANWIJZING

Plaats van handeling is een groot huis met veel verdiepingen, midden in Parijs, Rue Crubelier no. 11, en bewoond door schilderachtige individuen. Via literaire trapeze-effecten rijgt Perec de bizarre levensverhalen van excentrieke Engelse miljonairs, croupiers, moordenaars, danseressen, kamermeisjes, operazangeressen, coureurs, kokkinnen, necrofiele schilders, televisieproducenten etc. aan elkaar tot een adembenemend romanlabyrint. Het is de allerlaatste poging het gehele leven te inventariseren in een totaaldroom. Flaubert, zijn voorganger, deed ook al eens een poging, in zijn ‘Bouvard et Pécuchet’.

Volgens de binnenkant van de omslag van het 574 pagina’s tellende Nederlandse vertaling is het “een verbluffend boek van wanhoop, liefde en verraad, boordevol fonkelende vondsten, spirituele taalgrappen en rebussen”.

Een goede introductie tot Perecs werk is: Manet van Montfrans’ “Georges Perec, een gebruiksaanwijzing

Het leven, een gebruiksaanwijzing kent een ogenschijnlijk volstrekte chaos van handeling. Als een camera legt de auteur de zaken die hij aantreft in de verschillende ruimten van het wooncomplex vast. Iedere observatie van de camera is aanleiding voor een verhaal. Volgens het register achter in het boek kent de roman 105 verhalen. Ik schat dat het er vijf keer zoveel zijn.

Ik noem er een paar om de fantasie van Perec te illustreren: het verhaal van de acrobaat die niet meer van zijn trapeze wilde komen; het verhaal van de vier jongelui die in de lift vastzaten; het verhaal van de vijf zusters die allemaal succes hadden; verhaal van de zadelmaker uit Szczyrk; het verhaal van de zwarte bokser die geen enkele wedstrijd won. Enzovoorts, enzovoorts. Het boek kent ook nog een begrippen- en namenregister met ongeveer drieduizend (!) ingangen over werkelijk de meest uiteenlopende zaken. In één woord: chaos.

Chaos? Dan ken je Perec niet. Perec legt verbanden. Perec is gefascineerd door verbanden. Gebeurtenissen die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben, worden door Perec - met een af en toe onwaarschijnlijke, maar nergens onzinnige fantasie - aan elkaar gekoppeld. Perec is een speler, Perec is een puzzelaar. Een puzzelaar is ook een van zijn hoofdpersonen, om nu toch maar eens naar de intrige van het boek over te gaan.

De intrige? Nee, hooguit een van de vele.

May 30th, 2005

Een nieuwe Franse Revolutie: 14 juli wordt 29 mei

Posted in: Uncategorized — admin @ 15:51

In Frankrijk heeft de burger zijn tanden laten zien. Dit keer geen onthoofding van Louis Philippe, maar de onthoofding van de Europese gedachte. De uitslag van het referendum over de Europese Grondwet leverde uiteindelijk 55% nee-stemmers op. Op de Place de la Bastille (!) werd de overwinning van het nee-front uitbundig gevierd. Het Franse NON heeft grote gevolgen: voor Europa en voor Frankrijk zelf. Een bijltjesdag is onvermijdelijk. Positief is dat 70% ging stemmen. Dat zie ik Nederland nog niet nadoen, woensdag.

Het lijkt op z’n zachtst gezegd een wat luchtige benadering van de werkelijkheid. De ratificatie-procedure gaat de komende anderhalf jaar gewoon door, zo lieten de huidige voorzitter van de Unie, de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker en José Manuel Barroso, voorzitter van de Europese Commissie na het bekend worden van de uitslag eensgezind weten. Over hautain gedrag gesproken!

Maar zelfs als de rest van Europa inderdaad bereid zou zijn zich te voegen naar wat president Jacques Chirac gisteravond de ’soevereine beslissing’ van de Fransen noemde, lijkt dat onmogelijk. De wensen waaraan tegemoet gekomen zou moeten worden, zijn nauwelijks in kaart te brengen.

Niet alleen komt het NON zowel van links als van rechts, maar ook nog eens grotendeels van hun uiterste flanken. De ’shaker van het nee’, zoals oud-premier en ja-zegger Lionel Jospin de ver uiteenlopende motieven genoemd heeft, bevat weliswaar een bindmiddel: angst. Maar die angst uit zich in een breed palet van tegenstellingen: van puur ’soevereinisme’, zo niet xenofobie, via de zorg om de Europese democratie tot afkeer van ‘ultraliberalisme’.

Zijn de gevolgen voor Europa niet of nauwelijks te overzien, ze zullen in beginsel dezelfde zijn als van een afwijzing door bijvoorbeeld de Nederlandse kiezer. Specifiek Frans zijn de gevolgen voor Frankrijks binnenlandse politiek. Hoewel Europa de inzet was van het referendum zijn die paradoxaal genoeg duidelijker. Aanwijzingen voor een bijltjesdag waren er al voor de afwijzing gisteren. In de coulissen van de macht lopen de kandidaat-opvolgers zich al weken warm. Louis Philippe heet vandaag Raffarin.

President Jacques Chirac zei in een plechtige verklaring gisteravond in de eerstkomende dagen veranderingen aan te zullen brengen in zijn regering. De aangekondigde snelheid spreekt boekdelen. Chirac moet voorkomen dat door toedoen van een gretig nee-kamp een dynamiek ontstaat die gericht is op niet minder dan zijn aftreden.

De ‘historische’ gebeurtenis, waarvan de verdedigers van het ja gisteren zonder aarzeling spraken is er naar. Ze schuwden de grote woorden niet, al is de door de kiezer aangerichte chaos in hun kring nog niet bij benadering te overzien. De symbolische bijltjesdag kan lang of kort duren, links noch rechts zal er aan ontkomen.

Dat wil zeggen - en het tekent de ernst van de situatie: gematigd links en rechts. Het referendum van gisteren is een herhaling van de aardverschuiving van ‘21 april’, de datum van de eerste ronde, in 2002, van de laatste presidentiële verkiezingen. Ook toen richtten de kiezers een ravage aan in het politieke middenveld door massaal uit te wijken naar de uitersten. Uit onvrede dan wel door te ’spelen met de democratie’, zoals dagblad Le Monde schreef.

Het gevolg was dat de extreem-rechtse leider Jean-Marie Le Pen de socialistische kandidaat Jospin versloeg. De van hun kandidaat beroofde linkse kiezers stemden noodgedwongen op de rechtse Jacques Chirac, het enig overgebleven alternatief.

Het ‘21 april’ van drie jaar geleden was een blijk van de teloorgang van vertrouwen in de ‘normale’ politiek, zoals die ook in Nederland en misschien wel in heel West-Europa speelt. Maar het ‘21 april-bis’ van gisteren is niet alleen een herhaling maar ook een gevolg van het origineel.

Twee keer, bij de regionale en de Europese verkiezingen vorig jaar, heeft de kiezer al wraak genomen voor Chiracs bizarre herverkiezing - zonder gehoord te worden, althans zonder zichtbare gevolgen.

Er werd, zoals altijd, ‘meer solidariteit’ beloofd, maar zelfs een cosmetische verandering, in de vorm van een nieuwe premier, bracht Jacques Chirac niet aan.

Deze keer is het anders. Hartstochtelijker debat dan dat over Europa is er zelfs in het land dat prat gaat op zijn permanente discours intellectuel sinds mensenheugenis niet gevoerd. In de gisteren door de kiezer met een krakende klap op tafel gezette shaker zit ook Europa. Dat wil zeggen: de reddingsboei van de Franse invloed in de wereld. Terecht stellen de ‘nee’-zeggers dat Europa Frankrijk nodig heeft, maar misschien nog wel sterker geldt het omgekeerde.

In de shaker zit ook, en zelfs meer dan wie of wat ook, president Chirac. De kameleon Chirac, die in de loop van zijn lange politieke leven van fel anti- op dito pro-Europese kleuren is overgeschakeld, is één van de intiatiefnemers van de grondwet. Hij heeft het document ondertekend en heeft over de ratificatie vervolgens, zij het onder dwang, een referendum uitgeschreven.

Aan de rand van het slagveld staan intussen de lachende derden. De ’soevereinisten’, de vreemdelingenhaters van het Front National, de trotskisten, en de communisten. Een bont gezelscahp, ‘bien étonnés de se trouver ensemble’. Hun tragiek, zo men wil, is dat ook zij geen eenheid vormen. Gelukkig maar.

Woensdag weten we of ook Nederland het Franse NON zal volgen. Het zal geen stem zijn tegen Europa, maar een stem tegen de hautaine macht van de politieke leiders, tegen de ongrijpbare machinaties van de bureaucratie. De stembus als guillotine, wie had het ooit kunnen bedenken. De Fransen hebben er ervaring mee.

May 29th, 2005

Een avondje terug naar Egypte

Posted in: Uncategorized — admin @ 9:07

Een aantal dagen bijna zonder computer gezeten. Een virus, binnengehaald via de MSN van Lucien ontregelde het hele internetverkeer. IT-expert Maurice heeft gisteravond de hele computer ‘leeggehaald’ en alles opnieuw geïnstalleerd’. Een flink karwei, maar alles werkt weer. Alleen nog een aantal programma’s opnieuw installeren.

[hr]



de eerste hittegolf van 2005

[hr]

Eergisteravond bij Jos en Tineke op bezoek geweest, nadat we ons bij het avondeten eerst tegoed gedaan hebben aan asperges met zalm (je woont in Grubbenvorst of niet) , geëscorteerd door wat glazen koele Gewürztraminer. De tuinstoelen staan klaar.

Vanwege de tropische temperaturen waarin we sinds een paar dagen leven, is het maar een stap om even terug te keren naar de hitte van Egypte. De stapel foto’s die ze een paar weken geleden gemaakt hebben ligt klaar. Dezelfde Djoser-reis als wij vorig jaar, dus alles herkenbaar. En dus zit je weer midden in Cairo, ga je weer met de trein naar Aswan, bezoek je weer de tempels van Abu Simbel, Luxor, Karnak, Kom Ombo, Philae, ervaar je weer het Happy Life in Dahab, rijd je weer door de zinderende Sinaï, en sta je weer aan de voet van de piramides bij Gizeh. De ervaring die zij hadden in Aswan (regen met onweer, en een zandstorm) hebben wij in ieder geval gemist. Uitzonderlijk, die regen.

De hele avond zitten we in de tuin met een stevig glas wijn, en de toast met zalm gaat er ook wel in. Als we na twaalven ’s nachts thuis arriveren (het is dan nog 25 graden) zit Lucien met zijn kornuiten nog op het terras te pokeren. Bierflessen en glazen verraden een bijna illegaal speelhol.

De laatste dagen ontbijt buiten op het terras. Daarna klimt de temperatuur snel tot boven de dertig graden. Geen zin om in het zweet des aanschijns op het land te gaan ploeteren (overigens wel de voor- en achtertuin geschoffeld: zweten, zweten!). Lekker in de schaduw met krant of boek. Op het einde van de namiddag begint het wat te betrekken. Altocumulus.

Vandaag voorlopig de laatste hete dag, want er is tegen de avond onweer en regen te verwachten.

May 16th, 2005

Pinksterweekend: drie dagen Proust (deel 3)

Posted in: Literair — admin @ 8:19

Gisteren nog een schilderij verkocht. Het betreft ‘Gordes’ uit 1986, een van de drie landschappen die vooral in okertinten zijn uitgevoerd. Olieverf, en in de afmeting van 60×80. De koper heeft ook nog interesse in de andere twee in de reeks Provence-landschappen (maar een daarvan is nog in bruikleen bij Frans Maas).
 

MARCEL PROUST: OP ZOEK NAAR DE VERLOREN TIJD (deel 3) 

A LA RECHERCHE DU TEMPS PERDU kun je dus lezen als een soort geraffineerde en

subtiele parodie op de snobistische schijnwereld van het begin van deze eeuw, de Belle Epoque.

Twee jaar geleden was ik (voor de zoveelste keer) in de Normandische badplaats Cabourg (bij Proust steeds ‘Balbec’ genoemd), waar Proust vroeger vanwege zijn astma vaak verbleef om er te genieten van die heilzame, jodiumhoudende zeewind. Het Grand Hotel, waar hij zijn etage had, ligt er nog steeds. Als je dat schitterende hotel ziet liggen aan dat prachtige, honderden meters brede strand badend in een zilverachtig licht wordt de wereld van Proust je meteen een stuk duidelijker.

 

Toch is het mij onmogelijk om in dit korte tijdsbestek echte voorbeelden te geven van die wereld van toen. Ik noem slechts een persoon die de vleesgeworden incarnatie is van zo’n proustiaanse snob: de baron de Charlus (in de film van Schlöndorff die ik al noemde magistraal gespeeld door de Franse acteur Alain Delon).

Op de allerlaatste bladzijden van Le temps retrouvé, op het moment dat alles verloren lijkt ontmoet Proust opnieuw deze baron de Charlus, die hem vertelt over al zijn vrienden die hij met het verstrijken der jaren dood heeft zien gaan. Als Proust op een gegeven ogenblik zijn voet zet op een tegel die wat lager ligt dan een andere zet zich opnieuw het ‘mémoire involontaire’ in werking. Die ongelijke tegel roept een sensatie op die hij al eens had ervaren op de ongelijke tegels in de doopkapel van de San Marco in Venetië. De verloren tijd kan dus werkelijk teruggevonden worden. De herinnering is de enige realiteit. Ons werkelijke bestaan behoort fundamenteel tot het verleden. Dat is de originaliteit van Proust. De originaliteit van de magistrale romancyclus van OP ZOEK NAAR DE VERLOREN TIJD. Proust lezen is absoluut geen verloren tijd. Integendeel.
 

Tenslotte nog iets over de voorstellingen van het RO-Theater (Rotterdam): 

Guy Cassiers zet in zijn enscenering van Op zoek naar de verloren tijd in alle visuele middelen in om het verhaal vanuit zoveel mogelijk perspectieven te vertellen. Hij werkt ‘multimediaal’, met een veelheid aan media: acteurs, kostuums, vormgeving, vertelling, live muziek, videobeelden en geprojecteerde tekst. De multimedia creëren een wereld waarin heden en verleden, verbeelding en herinnering voortdurend in elkaar overgaan. De tijd bij Proust is niet aan chronologie gebonden: Marcel Proust is jong en oud tegelijk. Hij kijkt uit naar de toekomst en terug op zijn verleden. Als jongen ondergaat hij zwijgend de wereld van de volwassenen, als verteller is hij meester over het woord. Het is uit de woorden van Proust dat de wereld op het toneel opgeroepen wordt. Guy Cassiers:`Wat betreft het (on)vermogen van de taal is het werk van Proust het meest extreme voorbeeld dat ik ken: duizenden prachtig geschreven bladzijden om te zeggen dat woorden te kort schieten.` Op die grens maakt Guy Cassiers zijn voorstelling: waar woorden tegelijk prominent aanwezig zijn en tekort schieten, waar beelden dat tekort opvullen en opnieuw woorden nodig hebben om te verschijnen.

Tenslotte nog een fragment van een Franse website van het dorp Saillon (ergens in de Franse Alpen) die het culinair geïnteresseerde publiek probeert warm te maken voor het eten van asperges.

Het fijnste lijkt hij de geur te vinden die je pis gaat kenmerken, een paar uur nadat je een portie asperges hebt verorberd. Een doordringende geur stijgt op uit je pisstraal als die de wc-pot in klettert, en dringt door in je neusgaten. Proust zelf had  blijkens de tekst  een po op zijn kamer staan. Op die manier kon hij na het urineren de hele nacht genieten van de uit zijn eigen pis opstijgende aspergegeuren. Hij kenmerkt die geur in zijn tekst zelfs als een parfum. Een soort Chanel no. 5 van de pis.

Proust had iets met geuren. Dat weten we. Het is bij hem vaak de katalysator van zijn mémoire involontaire. Een hele wereld laat hij vervolgens opstijgen uit zijn dampende po. Waar asperges al niet goed voor zijn.

May 15th, 2005

Pinksterweekend: drie dagen Proust (deel 2)

Posted in: Literair — admin @ 8:04

Eerste Pinksterdag. Het regent, vanochtend. In het eigen dorp vindt vanmiddag de jaarlijkse Aspergemarkt plaats. Aspergehapjes, aspergeschilwedstrijden, aspergevlaai, asperge-aperitieven, en verder de meest obligate aspergebraderie die je je maar kunt voorstellen. Maar aangezien iedereen vrij heeft op deze dagen, stroomt het publiek massaal toe. Een alternatief voor de meubelboulevard.

Gewoon maar terug naar Marcel Proust. Heeft die trouwens ook niks met asperges? Absoluut. Hij wordt tegenwoordig zelfs gebruikt om reclame te maken voor asperges. Ik geef, om te beginnen, ter illustratie twee korte fragmenten uit De kant van Swann, deel 1 (Combray), hoofdstuk 2.

Françoise, vous seriez venue cinq minutes plus tôt, vous auriez vu passer Mme Imbert qui tenait des asperges deux fois grosses comme celles de la mère Callot [enz.]


Cabourg: Grand Hotel

Omdat tegenwoordig het Frans een heleboel mensen bijna Chinees geworden is, geef ik de vertaling van C.N. Lijsen er maar even bij:

Françoise, als je vijf minuten eerder gekomen was dan zou je mevrouw Imbert voorbij hebben kunnen zien komen met asperges minstens twee maal zo dik als die van moeder Callot; probeer er eens achter te komen waar ze die vandaan gehaald heeft. Vooral omdat je ons dit jaar asperges met alle mogelijke sausjes voorzet had je voor onze gasten van die grote kunnen nemen. - Het zou me niet verbazen, zei Françoise, als ze bij mijnheer pastoor vandaan komen. - Ach, hoe kom je er bij, mijn beste Françoise, antwoordde mijn tante schouderophalend. Van mijnheer pastoor! Je weet toch wel dat er bij hem alleen maar van die armetierige asperges groeien. Die ik bedoel waren zo dik als een arm, ja niet zoals jouw arm natuurlijk maar zoals mijn arm die dit jaar al weer een stukje magerder is geworden? Françoise, heb je dat gebel niet gehoord, waar ik hoofdpijn van gekregen heb?

En een paar pagina’s verder (met ‘Parijzenaars’ wordt de familie Proust bedoeld, die weer de vakantie doorbrengt in Cabourg, ‘Balbec’in het werk van Proust):

-Wat, François alweer asperges! Je hebt een manie voor asperges dit jaar, onze Parijzenaars zullen er gauw genoeg van krijgen!-O nee, mevrouw Octave, ze zijn er dol op. Als ze uit de kerk komen hebben ze honger en u zult zien dat ze niet met lange tanden eten.

MARCEL PROUST: OP ZOEK NAAR DE VERLOREN TIJD (deel 2)

A LA RECHERCHE DU TEMPS PERDU is een van de meest complexe romans in de geschiedenis van de wereldliteratuur. De roman begint met de beschrijving van de hoofdpersoon (de ‘ik’) die wakker wordt (hoewel sommigen beweren, zoals Maarten ‘t Hart dat het juist iemand is die probeert in slaap te vallen). Dat eigenaardige grensmoment tussen de slaap en het ontwaken wordt gekenmerkt door een gevoel van leegte en onwetendheid waarin je je zelf weer moet terug zien te vinden, je herinneren hoe en wie je was voordat je insliep.

OP ZOEK NAAR DE VERLOREN TIJD is een roman over de herinnering (aan je jeugd, aan vroeger) en de wijze waarop je die herinnering op kunt roepen. Bij Proust wordt dat middel wel het mémoire involontaire (het ‘onvrijwillige geheugen’) genoemd. De laatste roman uit de cyclus heet dan ook Le temps retrouvé, De teruggevonden tijd.

De beroemdste passage, die steeds in dit verband wordt geciteerd (maar er zijn veel meer voorbeelden te noemen) is die over de zogenaamde ‘madeleine’. Een ‘madeleine’ is in Frankrijk een dik uitgevallen koekje, dat er uit ziet als de gegroefde schaal van een Sint-Jacobsschelp.

Bij Proust wordt dat ‘mémoire involontaire’, dat onvrijwillige geheugen meestal op gang gebracht door een geur of een smaak die we ondergaan en die ons plotseling herinnert aan diezelfde gewaarwording die we vroeger beleefd hebben. Plotseling komt het verleden naar boven en ontketent een stroom van andere herinneringen die ermee geassocieerd zijn. Zo’n ervaring wordt bijvoorbeeld opgeroepen door die madeleine, waarvan zijn moeder hem op een dag een zak vol heeft laten halen bij de bakker, voor bij de thee. Op het moment dat hij die ‘madeleine’ in zijn thee sopt, herinnert hij zich hoe zijn tante Leonie hem eens ‘n stukje madeleine gaf dat ze eerst in de thee gedoopt had. Plotseling dampt uit die geurige thee en dat week geworden koekje het hele verleden te voorschijn, niet alleen het huis van zijn tante, waar hij op dat moment logeert, maar het hele dorp en alles wat hij tijdens zijn zomervakanties daar beleeft.

Voor veel lezers zal het beschrijven van dat soort herinneringen nauwelijks literair libido opwekken. Toegegeven, als Proust alleen hier over zou schrijven, zou dat natuurlijk een wel erg beperkte bron van inspiratie zijn. De truc die hij uithaalt door middel van die madeleine herhaalt hij in de loop van die duizenden pagina’s nog verscheidene malen, op verscheidene manieren.

Vanwege een zeer zwakke gezondheid (Proust leed aan astma), een zeer rijke achtergrond (zijn familie behoorde tot de hoogste Parijse kringen) heeft Proust nooit gewerkt, althans geen baan gehad. Vanaf 1907 heeft hij tot aan het einde van zijn leven in 1922 aan zijn A LA RECHERCHE DU TEMPS PERDU gewerkt. De laatste jaren steeds in een met kurk beklede kamer, waarin hij meestal in bed schreef, verbeterde, nieuwe versies schreef van zijn steeds maar meer uitdijende roman.

Proust beschrijft de tijd waarin hij leefde, de milieus waarin hij verkeerde (meestal de snobistische parvenu’s, de wereld van het geld ook), de morele zwakheden van zijn kennissenkring en de onmogelijkheid van echte vriendschap of liefde. Kortom, hij beschrijft de wereld van de illusie, de schone schijn. Als een soort voyeur observeert hij de beau monde van zijn tijd en schildert hij in woorden genadeloos de vulgariteit, het opportunisme en de zwakheden ervan. Tegelijkertijd voelt hij zich somber over het voorbijgaan van de Tijd, die hem onophoudelijk confronteert met de vergankelijkheid van het leven. De enige manier om die Tijd ’stil’ te laten staan is de herinnering.

May 14th, 2005

Pinksterweekend: drie dagen Proust (deel 1)

Posted in: Literair — admin @ 9:26

Een halve week geleden nog werd er een zonnig Pinksterweekend aangekondigd. Maar inmiddels is het klote van de bok. Wel het moment om weer eens wat substantiële literatuur weg te werken. Opnieuw, en voor de zoveelste keer, ben ik teruggekeerd naar de verloren tijd van Marcel Proust, een van mijn favoriete auteurs. Ook op dit ogenblik nog staat Proust volop in de belangstelling. Het RO-theater rondt op dit ogenblik een vierluik af met voorstellingen over werk en leven van de Franse schrijver. En voor de literair minder geschoolden wordt Proust door Stéphane Heuet verbeeld in stripverhalen. Inmiddels zijn een paar delen verschenen (uiteindelijk zullen het er 12 worden).
 

  
De komende dagen zal ik in drie afleveringen aandacht besteden aan Marcel Proust (1871-1922), een van de groten uit de literatuur. In 2001 bezocht ik het Grand Hotel in het Normandische Cabourg, waar Proust vele jaren zijn zomervakanties doorbracht. Een van de dienstmeisjes bracht me naar de goed onderhouden kamer van de astmatische schrijver. Toen ze even niet oplette kon ik het niet nalaten effe in zijn bed te liggen.

 

Grand Hôtel Cabourg

Marcel Proust (1871-1922)

MARCEL PROUST : OP ZOEK NAAR DE VERLOREN TIJD (deel 1)

Sommigen vragen me wel eens, waarom ik Proust lees. Want aan die ellenlange, wijdlopige zinnen, soms wel bladzijden lang uitgesponnen, over dingen die ogenschijnlijk gaan over niks, je moet er maar zin in hebben. De Franse titel van de serie van acht ‘romans’ is A LA RECHERCHE DU TEMPS PERDU (= Op zoek naar de verloren tijd). De meeste zijn in het Nederlands vertaald door Thérèse Cornips. Ik bezit inmiddels twee verschillend geannoteerde Pléiade-edities (in lamsleer verpakt). Ook de volledige Nederlandse vertaling, een aantal jaren geleden in een speciale cassette uitgegeven, heb ik ook maar aangeschaft.

Ik studeerde indertijd Frans aan de Universiteit van Nijmegen. Op een avond heb ik eens een deeltje uit de serie van A LA RECHERCHE DU TEMPS PERDU uit de kast getrokken. In een vlaag van verstandsverbijstering had ik ‘n paar maanden eerder de volledige serie van acht dikke, maar goedkope pocketdelen (Livre de Poche) gekocht. Vrij willekeurig begon ik zomaar (en misschien ook een beetje vanwege de lokkende titel) aan Sodome et Gomorrhe, niet het eerste deel uit de reeks. Na een bladzijde of 50 gelezen te hebben (inderdaad, met vaak zinnen van wel een halve of hele pagina) raakte ik geboeid door het taalgebruik en de bijna magische beelden van deze tot dan toe door mij ongelezen Franse schrijver. Het was alsof je in een warm bad stapte, waardoor je je na een tijdje week en soezelig begon te voelen.
 

Ik heb toen Sodome et Gomorrhe opzij gelegd en ben nog diezelfde avond begonnen aan het eerste deel uit de romancyclus die inmiddels voor een groot gedeelte in het Nederlands is vertaald door de in Zuid Limburg woonachtige Thérèse Cornips en gepubliceerd onder de alles overkoepelende titel ‘Op zoek naar de verloren tijd’. Dat eerste deel heette ‘De kant van Swann’, waarvan een gedeelte (Un amour de Swann / Een liefde van Swann) een aantal jaren geleden schitterend is verfilmd door Volker Schlöndorff (aanvankelijk had de Italiaanse regisseur Visconti ook nog een poging gewaagd). De figuur Swann is een dandy-achtige snob en een van de hoofdpersonen van de romancyclus.

Ik denk dat ik op dit ogenblik toch wel tweederde van de hele romancyclus gelezen heb, zo’n 2500 pagina’s bij elkaar. Sinds een jaar of tien herlees ik regelmatig (elk half jaar) weer gedeeltes of nog onbekende stukken. Dat is het voordeel van Proust lezen: je kunt zo maar ergens induiken en aan het lezen gaan, als je tenminste de hoofdlijn steeds in je gedachten hebt. En dat laatste is natuurlijk wel het geval.
 

May 11th, 2005

Calatrava: de Gaudi van architecturale sculpturen

Posted in: Artist Impressions — admin @ 18:20

Santiago Calatrava hoort thuis in het rijtje internationale toparchitecten: Frank Gehry, Daniel Libeskind, Renzo Piano, Rem Koolhaas. Sinds 1981 woont hij in Z? Wekelijks reist hij de hele wereld rond langs zijn bouwprojecten en langs zijn drie kantoren in Valencia, Parijs en Z? Dat de miljoenenbudgetten voor Santiago Calatrava nogal eens naar boven moeten worden bijgesteld, lijkt geen probleem. Zijn gebouwen groeien steevast uit tot hypermoderne reclamelogo’s. Zoals Frank Gehry het stadsbeeld van Bilbao voorgoed veranderde met zijn Guggenheim, zo veranderen Santiago Calatrava’s avant-gardistische werken steevast in iconen: de communicatietoren bij het Olympisch stadion is niet meer uit Barcelona weg te denken (een paar jaar geleden heb ik er schitterende foto?s van gemaakt), evenmin als de Alamillo-brug die hij in 1992 voor de wereldtentoonstelling in Sevilla bouwde.

In zijn werk gaat technisch vernuft gepaard met extravagante vormen. Want naast architect is Calatrava ook ingenieur en beeldhouwer. Zijn handelsmerk: spectaculaire infrastructureIe bouwwerken. Tuibruggen aan vervaarlijk hellende pilonen (Haarlemmermeer, Sevilla), uit het lood staande boogbruggen, (Barcelona, Valencia), futuristische TGV- of metrostations (Lyon, Lissabon, Valencia, en binnenkort in Luik). Calatrava ontwerpt op het scherpst van de snede. De eerste reactie van aannemers op een bouwtekening is meestal: ‘Kan niet, is onuitvoerbaar.’

‘Eigenlijk is Calatrava geen architect maar een kunstenaar die gebouwen maakt’, wordt wel eens gezegd. En dat is absoluut juist. In zijn kantoor is er geen sprake van samenwerking. Hij is de kunstenaar. Alles zit in zijn hoofd. Calatrava neemt niemand in vertrouwen. Het verloop van de medewerkers is heel groot. Zijn gebouwen zijn eigenlijk grote sculpturen. Het complexe aan veel van zijn gebouwen, is dat het kale constructies zijn, zonder enige vorm van afwerking of afdekking. Al het witte beton is ter plekke in mallen gestort. Heel precies werk, je ziet alles, bobbeltjes, luchtbelletjes. Het moet in één keer goed.

Calatrava gebruikt technology transfer meer om het eigen ontwerpproces verder te helpen. Calatrava heeft gekeken naar technologieë® in de ruimtevaart. Daarvoor heeft hij studie gedaan naar onder andere ‘deployment structures’ bij de NASA. De wijze waarop bijvoorbeeld een satelliet in de ruimte binnen wordt gehaald voor onderhoud, of het openen van een ruimteschild, heeft hem geïnspireerd.

Ik wou dat ik kon schilderen zoals Santiago Calatrava zijn gebouwen, bruggen, stations en musea ontwerpt. Staal en beton lijken bij hem vederlicht. Op deze manier verbeeldt hij dat kunst illusie is. Ongelooflijk.

May 9th, 2005

The day after

Posted in: Journaal — admin @ 17:41

Vanaf vandaag is alles weer gewoon. Ook al omdat de meivakantie (te kort, deze keer: slechts een week) is afgelopen. Bij het ontbijt in ieder geval onvoldoende tijd om de speciale Bush-bijlage te lezen die Dagblad De Limburger bij de maandageditie gevoegd heeft.

Terug nog even naar gisteren. De Bush-bijlage maakt - terecht - melding van de enorme chaos die de logistiek in Zuid Limburg totaal ontwrichtte. Er wordt o.a. melding gemaakt van de enorme vertragingen bij de detectiepoorten. Even een bloemlezing:

De duizenden bezoekers van de ceremonie op de Amerikaanse begraafplaats in Margraten zijn bijna gestrand in de chaos op de toegangswegen, bij de detectiepoorten en bij de Margratense veiling. Zeker duizend veteranen, verzorgers van graven en andere bezoekers dreigden de ceremonie te missen toen de Amerikaanse beveiliging om negen uur stopte met controleren. Direct na die beslissing steeg een luid gejoel op in de veilingzaal in Margraten. Op last van de organisatie en de burgemeesters werd besloten de mensen toch door te laten tot half tien, een uur later dan oorspronkelijk gepland.
(N.B. Lucien en ik waren om 8.15 uur al door de beruchte detectiepoort)

Een ander probleem was dat het publiek niet via de hoofdwegen naar Margraten mocht rijden. In de omliggende dorpen waren routes uitgezet via binnendoorweggetjes. Veel bezoekers verdwaalden of werden de verkeerde kant uit gestuurd door agenten die niet bekend waren in de regio. Enkelen zeiden twee uur in de file gestaan te hebben op de Gulpenerberg

De stoelen zijn opgedeeld in verschillende vakken. Met een groen kaartje moet je achteraan zitten, met een rood kaartje kom je in het midden en mensen met een blauw kaartje komen het dichtst bij Bush. DE hele ochtend zien veiligheidsmensen streng toe op de tickets, maar vlak voordat het programma begint mag iedereen zo maar doorlopen naar voren. Maar daar zijn niet genoeg stoelen, en de Amerikaanse personeelsleden dringen erop aan dat iedereen gaat zitten. ‘Find a seat, we want nobody standing, klinkt het. De mensen deizen terug en zoeken een stoel.
(N.B. Lucien en ik hebben die inmiddels al, want we waren de volksverhuizing voor: in het rode vak)

En zo gaat het gelamenteer nog een tijdje door. En terecht! Zelden heb ik zo’n amateurisme meegemaakt. Gelukkig zal president Bush voorlopig niet meer op Nederlandse bodem landen, en hoeven we dit soort gedoe dus ook niet meer mee te maken.

Tegenover de sobere plechtigheid in Margraten gisteren is er vandaag in Moskou een daverende militaire parade op het Rode Plein. Poetin had ouderwets stalinistisch uitgepakt. Zestig wereldleiders waren er getuige van. Eenheden infanterie, tankbemanningen met zwarte helmen, cavalerie te paard, mijnenruimers met honden, en zelfs een replica van de rode sovjetvlag die in mei 1945 vanaf de veroverde Berlijnse Reichstag wapperde: het was er allemaal. Geen calvinistische viering ter gelegenheid van 60 jaar relatieve wereldvrede. In Rusland werd gisteren ongetwijfeld met gefronste wenkbrauwen naar het alcoholvrije feestje in Margraten gekeken.

Wat het aanschaffen van de toegangstickets betreft schijnt er ook van alles mis gegaan te zijn. Onenigheid tussen de burgemeesters van de verschillende gemeentes:

Leers wijst op burgemeester van Beers van Margraten die in onderling overleg met een vertegenwoordiger van de Amerikaanse delegatie heeft bepaald dat per persoon vier kaarten voor de ceremonie in Margraten afgehaald konden worden. Dat besluit stond op gespannen voet met de opdracht Bush zo optimaal mogelijk te beveiligen. Leers: ?Het probleem was dat niemand wist in welke handen die kaarten terecht zouden komen. Met alle risico?s van dien?.
(N.B. Inderdaad kon ik op het kerkhof in Margraten 3 extra kaarten krijgen voor bekenden. Ik heb toen alleen de naam van Lucien opgegeven).

May 8th, 2005

Bush in Margraten

Posted in: Journaal — admin @ 15:30

Het is half vijf (!) vanmorgen als de wekker afgaat. Om kwart over vijf zijn we weg. We, dat zijn: Lucien en ik. Tussen 6.30 en 7.00 uur moeten we ons melden in Margraten. Dat lukt. Maar dan begint het gesodemieter. De auto laten we achter op een binnenweg bij Reijmerstok die gebombardeerd is tot tijdelijke parking. Vandaar worden we met de bus naar de veiling van Margraten gebracht. We zijn niet de enigen. Duizenden stromen er binnen. Lange rijen voor de detectiepoorten. Zelfs onze appels en blikjes gekoelde ice tea moeten we inleveren.

Ook de mobiele telefoon en de digitale fotocamera dienen gedemonstreerd te worden. Het blijken geen tijdbommen, dus uiteindelijk - na ongelooflijk lang wachten en een paar bodychecks - mogen we passeren. Opnieuw de bus in. Die rijdt ons naar het oorlogskerkhof van Margraten. Twee van de ruim tienduizend gasten die voor vandaag een toegangskaart hebben weten te bemachtigen.

De lucht is dreigend. Uit voorzorg heeft de organisatie iedereen een plastic regenjas bezorgd. Die zullen we een paar keer nodig hebben, deze ochtend. Maar de zware wolkenpartijen worden afgewisseld met perioden van felle zonneschijn. Kermis in de hel.

Ruim voor negen uur zitten we, maar een beetje achteraan, in de zogenaamde groene sectie, omdat we een groene kaart hebben. Met blauw en rood kom je verder. Dat nodigt dus uit tot onderzoek. Na aanvankelijk in het rode vak geweigerd te zijn, is het een half uur later een fluitje van een cent om daar - zonder enige controle - binnen te wandelen. Stoelen vrij. We wisselen zelfs nog een keer van stoel om beter zicht te hebben op het podium, want er staan een paar cameralui, hoog op een plankier, hinderlijk in de weg. Het lukt.

Een sober programma als voorprogramma: plaatselijke zangkoren en schoolkinderen die zingen, respectievelijk teksten opzeggen. Ook speelt er een locale harmonie en een blauwgevederd doedelzakcorps. Dan klinken saluutschoten. Het is inmiddels half elf geworden. Via de grote schermen zie je dat premier Balkenende en koningin Beatrix hun opwachting maken om het Amerikaanse presidenti묥 paar, vergezeld van minister van Buitenlandse Zaken Condoleeza Rice, te verwelkomen. Daar zoeven de limousines al het terrein op.

Saluutschoten. Eerst worden er kransen gelegd. Balkenende vergezelt Laura Bush, Beatrix houdt het met George W. Bush himself. De eerste spreker is onze eigen premier. Dan vliegen de straaljagers oorverdovend over, in formatie van drie, c.q. vier straaljagers.

De smile van George W. klimt achter de microfoon. De bekende ronkende toespraak over freedom, en het bevechten waar en wanneer ook ter wereld. Zestig jaar geleden werden de nazis in de pan gehakt. De laatste jaren werd die vrijheid veroverd in Libanon, Afghanistan en Irak. Volgens George Bush, Maar hoe je het ook went of keert, het is is magistraal geregisseerde show. De Amerikaanse miltairen die het militair kerkhof vandaag in handen hebben, glimmen van trots. Zelfs hun vele stroken decoraties lichten even op in de spaarzame zon.

Uiteindelijk moet toch de gratis regencape aan. Een korte, hevige plensbui, met wat hagel. Maar de zon keert al weer terug. George W. Bush gaat onverstoorbaar door met zijn bezwerende woorden. Dan is het handen schudden van oud-strijders. De laatst overgeblevenen, denk ik, want over tien jaar zullen ze er wellicht niet meer zijn. Om half twaalf is het programma ten einde en spoedt de menigte zich naar de uitgang.

Voordat we uiteindelijk in een bus belanden zien we de Air Force One al in de lucht boven Margraten zwenken. Op weg naar Moskou, waar premier Poetin voor de lunch zal zorgen.

Zelden heb ik zo’n abominabele logistieke organisatie gezien als hier vandaag in Margraten. De regie is helemaal zoek. Zelfs de zogenaamde verkeersregelaars (met vette letters staat dat althans op hun neon-oranje hes) weten van toeten nog blazen. Weten iet welke bussen waar naar toe gaan. Uiteindelijk lukt het ons een bus terug naar de veiling van Margraten te krijgen. Daar is het nog erger, hoewel er gratis koffie, boterhammen en appels te krijgen zijn. Een Beierse blaaskapel houdt de moed er in. Buiten klettert het nog harder als daarvoor. En staat er een straffe wind. De temperatuur lijkt de tien graden niet te halen.

Iedereen loopt hier doelloos rond. Zelfs degenen die het zouden moeten weten, kunnen geen antwoord geven op de vraag wanneer en waar de bussen naar parkeerplaats C, in Reijmerstok, zullen vertrekken, noch welke bussen daarvoor bestemd zijn. Radeloosheid maakt zich van de plaatselijke verkeersleiders meester. En zelfs dan gaat het tenslotte lukken. We lopen maar achter een stotteraar aan die met witte vellen met groene bollen (symbool voor Reijmerstok) tracht een bus te forceren. Diepe zucht, maar hij rijdt echt de goede richting uit. De chauffeur blijkt de omgeving niet te kennen, maar is wel zo vriendelijk me bij mijn eigen auto (!) uit te zetten. Het is inmiddels half twee.
Via Banholt en Sint Geertruid raken we dan alsnog in de terugkerende vakantiefile. Afslaan bij Cadier en Keer, sluipdoor naar Amby en Meerssen biedt geen soelaas. Want vlak voordat we de A2 oprijden, meldt de autoradio een file tussen Vliegveld Maastricht en Born: negen kilometer. Ontsnappen is niet meer mogelijk.
[foto's volgen]

May 7th, 2005

De laatste keer Verdun: de aantallen slachtoffers

Posted in: Literair, Travels — admin @ 8:59

Over het aantal doden, gewonden en vermisten van de Slag bij Verdun is niets met zekerheid te zeggen. De officiële  Franse oorlogsgeschiedenis, gepubliceerd in 1916, stelt de Franse verliezen in Verdun op 377.231 waarvan 162.308 dood of vermist. De betrouwbaarste schattingen van de Duitse verliezen komen uit op 337.000 man waarvan 100.000 dood of vermist (Reichsarchiv, Potsdam, 1918). Het totale aantal slachtoffers zou dan zijn: 714.231 en het totaal aantal doden en vermisten is dan: 262.308 (Noot: dit aantal dient nog te worden gecorrigeerd voor het aantal na de oorlog naar huis teruggekeerde krijgsgevangenen.)

Franse verliezen: 377.231, van wie 162.308 dood of vermist
Duitse verliezen: 337.000, van wie 100.000 dood of vermist

Alistair Horne geeft in zijn boek ‘Death of a generation’ een overzicht van Franse en Duitse slachtoffers per maand gedurende de periode februari - augustus 1916: gemiddeld verloren per maand ongeveer 40.000 Duitsers en 40.000 Fransen het leven. Onvoorstelbare getallen.

Churchill noemt zijn boek ‘The World Crisis’ veel hogere getallen maar dit zijn aantallen die betrekking hebben op het gehele westelijke front en dienen dan gecorrigeerd te worden voor de slachtoffers die buiten het gebied van Verdun zijn gevallen. In de loop der tijden zijn veel getallen genoemd: 362.000 Fransen en 336.831 Duitsers (dus bijna 700.0000 mannen) zouden in de vleesmolen van Verdun om het leven zijn gekomen (bron onbekend).
Ernst Glaeser noemt een aantal van 300.000 ongeïdentificeerde dodelijke slachtoffers. Kurt Tucholsky spreekt zelfs over 400.000 doden aan Franse kant. Generaal J. Rouquerol zegt in zijn boek ‘Le drame de Douaumont’ dat er 2.000.000 (sic!) mannen (Fransen en Duitsers) in 1916 zijn gevallen ‘op de velden die vandaag door de vuurtoren van het Ossuaire worden verlicht’. De Nederlandse auteur H. Jonkers baseert hierop zijn cijfers: 700.000 doden en 1.000.000 gewonden. Ook het begrip verliezen is vaag: het betreft iedereen die (tijdelijk) niet langer inzetbaar is voor de actieve dienst. In de frontsituaties betreft dat inderdaad meestal doden en gewonden maar ook vermiste personen en mannen met griep, longontsteking, kaakabcessen etc. worden tot de verliescijfers gerekend. Ook de krijgsgevangenen, die op deze manier van de gruwelen van het slagveld gered werden, worden tot de slachtoffers gerekend. Omdat de cijfers vaak onnauwkeurigheid zijn werkt men meestal met schattingen. In de statistieken wordt een algemene ratio gehanteerd van 1 : 3 voor de verhouding tussen doden en gewonden. Dat zou betekenen dat het aantal doden en vermisten, gebaseerd op een totaal aantal slachtoffers van 714.231 rond 180.000 zou kunnen zijn.
German Werth berekent zijn aantallen op het ‘Sanit bericht Das deutsche Heer’ tussen 21 februari en 10 september (meer gegevens zijn niet beschikbaar). Het totale uitval aan manschappen was 708.524 bij een gemiddelde sterkte van het 5e Legercorps van 572.855 mannen. Van dit totale uitval herstelden weer 275.770 man en keerden 75.000 terug uit het lazaret. Het definitieve verliescijfer is dan: 708.524 - (275.770 + 75.000) = 357.745 man. (Noot: dit is trouwens nog altijd 62,5% van de gemiddelde sterkte!). Na tellingen komt Werth uit op een aantal van 81.668 Duitse doden en vermisten. Dit is dus 22,8% van het totaal aantal Duitse slachtoffers.Wellicht moeten dan ook de Franse cijfers worden aangepast; misschien zijn ze in percentages vergelijkbaar met de Duitse verliescijfers.

Het lijkt dan aannemelijk dat het totale aantal slachtoffers (afgerond) op 358.000 Duitsers (volgens Werth) en 400.000 Fransen kan worden geschat. (Het Franse aantal slachtoffers genoemd in de eerste alinea is ruim 10% hoger dan het Duitse aantal.) Totaal aantal: 758.000. Het aantal doden zou dan schommelen tussen de 22,8% van Werth en de 25% die voortvloeit uit de ‘normale’ ratio van 1 : 3. Het gemiddelde is dus bijna 24%. Het totale dodental zou dan zijn: 24% van 758.000 = 182.000.
De verliezen zijn echter in werkelijkheid nog veel groter dan uit deze cijfers blijkt: onder de verliezen moeten namelijk ook worden gerekend de verminkten, de psychische patië®´en, blinden, kreupelen, gasslachtoffers en alle anderen, die weliswaar de oorlog overleefden, maar die nooit weer op een normale wijze aan het maatschappelijk verkeer deel zouden nemen.

De Slag bij Verdun getransformeerd tot redactiesom (wordt dat woord hiervoor nog wel gebruikt op de basisschool?). Op een gegeven moment geven getallen geen dimensie meer aan het fenomeen ‘dood en verderf’ op het slagveld. Verdun is daar een voorbeeld van.

May 4th, 2005

Drie dagen zomer in de Elzas

Posted in: Travels — admin @ 9:26

Zondag 1 mei, dertig graden zal het worden vandaag. Ruim vijfhonderd kilometer is het rijden naar Molsheim, een kilometer of 25 ten zuidwesten van Straatsburg. En de zon brandt.
Logeren in het rustig gelegen Hotel Diana (***), aan de rand van het stadje. Dat stadje is massaal aanwezig op de braderie die zich door het hele dorp slingert. Veel eten en prullaria waar de regionale bevolking (waar overigens ook veel Marokkanen deel van uit maken) blijkbaar zeer in geï®´eresseerd is. Gelukkig is er ook nog de Salle de la Monnaie, waar wijnboeren uit de hele regio hun producten -  witte Elzaswijnen - aan de man brengen. Dat is dus gratis drinken, en nog gratis glazen toe. Het ’spul’ smaakt prima.

Daarna rijden we naar Obernai, waar 1 mei gevierd wordt met openluchttheater op het dorpsplein. Ook hier is het druk op het pittoreske dorpsplein. ’s Avonds zullen we eten op het terras: choucroute natuurlijk, weg te spoelen met een fruitige Pinot Gris.

 
Maandag 2 mei ziet er weer even veelbelovend uit. Vandaag zullen we een gedeelte van de ‘Route des Vins’ afleggen. Een golvend Vogezen-landschap waarvan de hellingen onafzienbaar zijn beplant met wijnstruiken.
Maar we beginnen de dag met een bezoek aan het hooggelegen kasteel van Haut Koenigsbourg. Majestueus tekent het kasteel van roze zandsteen zich af tegen het diepblauw van de lucht en het frisse groen van de berg. We nemen de tijd om door het imposante kasteel te lopen, en hier en daar te genieten van het landschap beneden.
Rond het middaguur rijden we verder naar Riquewihr, een Hans-en-Grietje dorp met veelkleurige vakwerkhuizen. Toeristen zijn er al genoeg; wat moet het ’s zomers hier een ?hel? zijn. Maar wie van edelkitsch wil genieten, die vindt hier het Walhalla. We eten op een overdekte binnenplaats van een van de vele restaurants. 

’s Middags rijden we door naar Colmar. Uiteraard een bezoek aan Musée Unterlinden, een museum waar van alles wat te zien is: van Romeinse resten tot moderne kunst (Picasso), maar waar we voor gaan is natuurlijk het spektakelstuk van Grünewald: het Issenheimer Altaar. Nog altijd (het is, geloof ik al de derde keer dat ik hier ben) is het indrukwekkend, bijna huiveringwekkend. Onze wandeltocht door het schilderachtige centrum wordt meermaals onderbroken door een verblijf op een terras om de dorst te lessen. Tegen het einde van de middag schiet ik behoorlijk wat foto’s in La Petite Venise, hét romantische hart van het oude Colmar: leerlooiershuizen uitgevoerd in veelkleurig vakwerk weerspiegeld in het donkere water.
?s Avonds exclusief dineren buiten op het terras van Hotel-Restaurant Diana. Een schitterende zomeravond. En de Riesling smaakt voortreffelijk.

Het wordt te snel dinsdag 3 mei. Bij het opstaan regent het even, maar het hemelwater wordt al snel verdreven door de zon. In Obernai doen we nog wat inkopen, o.a. een doos Gew?miner 2002 (Médaille d’Or Colmar) en wat aardige bijbehorende wijnglazen. Het is vandaag is stuk rustiger in dit dorp dan afgelopen zondag.

De reis neemt een andere wending, als we besluiten de terugreis te doen via Verdun, slagveld van de ‘Grande Guerre’. Hoewel het bewolkt is, is de temperatuur heel redelijk. Het imposante oorlogskerkhof aan de voet van het Monument van Douaumont ligt midden in een uitgestrekt gebied van ‘pelgrims’-plekken uit de Eerste Wereldoorlog. Start met een film over deze smerige strijd in de loopgraven, daarna klim in tot boven in de toren (een nagebouwde mega-granaat), vervolgens nog een bezoek aan de Tranchée des Baionettes, waar graven van onbekende soldaten worden geשּׁustreerd aan de hand van boven het zandt uitstekende geweerslopen.

Via Sedan rijden we aan het einde van de middag richt België. Diner (een bord spaghetti met twee glazen Jupiler) op het dorpsplein in Bouillon. Om kwart voor tien ’s avonds retour.

 
  • ON THE ROAD naar Santiago de Compostela

  • Sint Jacobus leidt me door braamstruiken en naar bierloze cafés

  • New York op doek: nieuwe schilderijen

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 20

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 19

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 18

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 17

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 16

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 15

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 14

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 13

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 12

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 11

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 9

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 8

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 7

  • Christo in Central Park New York

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 6

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 5

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 4

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 3

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 2

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 1

  • Sleepless in Manhattan - intro

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 17

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 16

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 15

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 14

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 13

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 12

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 11

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 9

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 8

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 7

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 6

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 5

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 4

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 3

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 1

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico García Lorca 1

  • BINNENKORT IN DIT THEATER: ANDALUSIË

  • Hermitage: het zomerpaleis van Nicolaas II aan de Amstel

  • Wajauw? Met Ahmed Marcouch en Hans Laroes naar Brooklyn aan de Maas

  • Luik: van nu en toen, van Calatrava en Les Olivettes

  • Geen Pim Pandoer, wel Beethoven in ’s Heerenberg

  • Spaanse La Notte in het Hollandse Slot Loevestein

  • Van Gogh en de kleuren van de nacht in Amsterdam

  • Opnieuw de ruimte in: A Space Odyssey 2

  • Schilderen: een lange winter met gebrande omber sienna

  • Paradise by the dashboard light

  • Shipbreaking op doek. Met dank aan Edward Burtynsky - Work in Progress

  • Ode Maritima aan Fernando Pessoa

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 16

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 15

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 14

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 13

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 12

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 11

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 10

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 9

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 8

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 7

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 6

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 5

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 4

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 3

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 2

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 1

  • MANHATTAN TRANSFER

  • Corrida aan het einde van de Indian Summer

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 14

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 13

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 12

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 11

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 10

  • Intermezzo: Lucien zingt Lee Towers

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 9

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 8

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 7

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 6

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 5

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 4

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 3

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 2

  • Valencia: tapas op de Feria van Calatrava 1

  • VALENCIA: tapas op de Feria van Calatrava

  • Feria Andaluza in Boom België, of all places

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 15 / slot

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 14

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 13

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 12

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 11

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 10

  • Powered by ME :) !! en MainCore
    Blog (c) WordPress 1.5 Theme created by McMike and Mr-Godd