March 30th, 2005

Slauerhoff zingt de fado met Cristina Branco

Posted in: Artist Impressions, Literair — admin @ 15:23

Gisteren was ik virtueel even in Lissabon. Vandaag vergezel ik Jan Jacob Slauerhoff op zijn tocht naar Portugal, en in het bijzonder naar Lissabon. En op de muziek van de fado. Want daar had ie wat mee.
 

 

Jan Jacob Slauerhoff

  

In 2000 verscheen de CD Cristina Branco canta Slauerhoff, 9 gedichten van Jan Jacob Slauerhoff (1898-1936) in het Portugees vertaald en als fado gezongen door Cristina Branco. Als er. Als er één Nederlandse auteur is die de Portugese fado waardig is, dan is hij het wel. Zijn bestaan als scheepsarts en schrijver wordt gekenmerkt door een hevig gevoel van onrust, zich uitend in een onophoudelijke zoektocht naar afgelegen werelden. En dat terwijl hij meestal een afgetakeld lijf met zich meevoert, lijdend aan astma en tuberculose. Nederland was en letterlijk en figuurlijk te benauwd.

 Cristina Branco

In O engeitado leent een andere, maar dan hedendaagse Nederlandse zwerver-schrijver zijn sonore bijdrage aan de CD van Branco (”Ik voel mij van binnen bederven / Nu weet ik waaraan ik zal sterven”). De saudade ligt er duimdik bovenop, en, vervolgt Nooteboom in zijn toelichting: “Soms denk ik dat deze Friese nomade afstamde van Rimbaud en Ruben Dario [?] en fado’s schreef doortrokken van de speciale Portugese provincievariant van de melancholie, de saudade”.

Vooruit, hier dan een fado van Slauerhoff:

Ben ik traag omdat ik droef ben,

Alles vergeefsch vind en veil,

Op aarde geen hoogre behoefte ken

Dan wat schaduw onder een zonnezeil?

Of ben ik droef omdat ik traag ben,

Nooit de wijde wereld inga,

Alleen Lisboa van bij de Taag ken

En ook daar voor niemand besta,

Liever doelloos in donkere stegen

Van de armoedige Mouraria loop?

Dan kom ik vele als mijzelve tegen

Die leven zonder liefde, lust, hoop?

March 27th, 2005

Nezahualcoyotl (Mexico): het hele jaar Boekenweek

Posted in: Uncategorized — admin @ 14:45

Maurice wordt vandaag 28 jaar, maar de woeste feesten van tien jaar geleden maken we niet meer mee. Geboren tijdens de grootste vliegramp in de Nederlandse geschiedenis (27 maart 1977), sneeuwjachten in het land, is het op deze eerste Paasdag zeer rustig. En dan lees je in HP-De Tijd een opvallend artikeltje van Beatrijs Ritsema.

Burgemeester Luis Sanchez van de Mexicaanse stad Nezahualcóyotl heeft lezen verplicht gesteld voor het plaatselijk politiecorps van elfhonderd man. Elke smeris moet elke maand een boek lezen van een persoonlijk door hem (= de burgemeester) opgestelde leeslijst. Hier staan niet alleen Nobelprijswinnaars op, maar ook dunne boekjes als ‘De Kleine Prins’ van Antoine de Saint-Exupéry, en detectives van Agatha Christie. Eens per maand wordt iedereen overhoord, en als je het niet gelezen hebt, zak je, of krijg je geen bevordering. Volgens Sanchez krijg je van lezen betere manieren (de agenten zijn te lomp) en een grotere woordenschat. Het helpt je met het ordenen van je ideeën en in de conversatie. Een lezende agent is een betere agent en een beter mens dan een nooit lezende agent.

Wat een fantastische maatregel en wat een consequente visie. Ik kreeg meteen visioenen van ambtenaren en andere bureaucratische vakcyclopen die misschien een ander soort taal zouden uitslaan als ze verplicht een paar uur per maand Willem Frederik Hermans of Cees Nooteboom moeten wegwerken.

Maar criminelen kunnen er nog meer baat bij ondervinden. Elk literair werk verbreedt de horizon en stelt, hoe eenvoudig ook, morele kwesties aan de orde, en dat indringender dan op de treurbuis. Precies de dingen die je in een gevangenis goed van pas komen. Twee jaar achter de tralies, en een boef heeft al gauw 24 boeken achter de kiezen. Dat is meer dan (tegenwoordig) de verplichte leeslijst op het vwo. Als daar geen beschavende werking van uitgaat…

March 23rd, 2005

Gabriel Garcia Marquez: Lezen onder de bordeellamp

Posted in: Uncategorized — admin @ 20:58

Ook vandaag zou ik weer de hele middag in kasteel De Berkt in Baarlo verblijven; deze keer alleen met het directieteam in het kader van de teambuilding: zes sessies van een halve dag verspreid over het jaar, steeds afgesloten met een voedzame maaltijd. Het kon niet doorgaan vanwege ziekte van Heleen, Gemini Consult. Niet iets om rouwig om te zijn op deze schitterende lentedag: de temperatuur loopt op tot bijna 20 graden. Met Wim afgesproken om op het einde van de middag de landerijen op te schonen en ploegklaar te maken. De hopen droge bladeren van de eikenbomen steken we in brand. Mag niet, maar doet nostalgisch terugdenken aan de slootbermbranden in mijn jeugd. Dikke, witte rookkwalm stijgt op. Ruikt lekker. Mijn kleren stinken nog na. Even het bad in.

Vandaag dus het laatste deel van de Marquez-trilogie. Het is nog een heel stuk geworden.

DEEL 3: LEVEN OM HET TE VERTELLEN

García Márquez had het van geen vreemde. Zijn grootvader was een berucht charmeur, al lijkt het woord `berucht’ in de toenmalige verhoudingen niet helemaal op zijn plaats. Zijn talrijke veroveringen waren een onderwerp waarover in huiselijke kring niet gesproken werd, ook niet wanneer grootvader zich op een dag gedwongen ziet van reukwater te veranderen omdat de karakteristieke geur daarvan op een vreemd hoofdkussen is herkend. En wanneer `Gabito’ later zelf ternauwernood aan de Russische roulette is ontsnapt, onderwerpt zijn moeder hem aan hetzelfde dieet van zware maaltijden als ze zijn vader voorzet, `in het bijgelovige idee,’ schrijft hij, `dat haar man noch haar zonen de liefde zouden durven bedrijven als ze in katzwijm lagen door het eten.’

Maar tegelijk hoorde deze drukke erotische kruisbestuiving erbij, zonder dat daar veel drama’s over werden gemaakt. De bastaardkinderen van grootvader worden tijdens een collectief bezoek gastvrij in huis opgenomen en het onwettige nageslacht van vader wordt zelfs moeiteloos in het huishouden geabsorbeerd. Schermutselingen met bedrogen echtgenoten zijn er, maar vrienden delen hun vriendinnetjes grootmoedig met elkaar en die laatsten lijken daar weinig bezwaar tegen te hebben gehad.

Zou het allemaal wel zo gegaan zijn? Hebben al die overspelige liefdes, op het moment waarop één van beiden het wel welletjes vond, nooit tot bittere verwijten en zelfs niet tot teleurstelling geleid? Was het bordeelleven echt alleen maar het grote feest van een onverzadigbare willigheid, die na de uren van betaalde liefde - als we García Márquez mogen geloven - nog voldoende lust overhad voor onbetaalde, omdat de sjofele schrijver-journalist nu eenmaal geen cent te makken had? En zal het nachtelijk lezen van romans onder de straatlantaarns net zo prettig geweest zijn als het - ongetwijfeld - romantisch was: een Colombiaanse cocktail van “la vie de bohème” en “Het meisje met de zwavelstokjes”?

In meer dan één opzicht is de titel van de memoires van García Márquez veelzeggend. Er moet worden verhaald want er moet worden geleefd. Voor de geboren verteller die García Márquez is, heeft het woord `levensverhaal’ nooit uit twee onderscheiden delen bestaan. Hij heeft er nimmer een geheim van gemaakt dat zijn oeuvre - vooral de belangrijkste en bekendste romans daaruit - grotendeels de literaire verwerking is van wat hij om zich heen zag of waarvan hij als kind en later de verhalen had gehoord.

Veel van wat García Márquez in dit boek verhaalt zal de lezer die zijn romans kent dan ook bekend in de oren klinken. Het verhaal van “Liefde in tijden van cholera” is vaak tot in kleine details geënt op de geschiedenis van zijn eigen ouders. Het kleine meesterwerk “Kroniek van een aangekondigde dood” is gebaseerd op een tragedie in de familie- en kennissenkring. De kolonel krijgt nooit post is een portret van zijn grootvader, veteraan uit de Oorlog van de Duizend Dagen. En diens oorlogsverhalen stoffeerden op zijn beurt het boek waarmee García Márquez een wereldauteur werd: “Honderd jaar eenzaamheid”.

In zijn memoires zou men het omgekeerde verwachten. Wat in de romans fantasievol is verwerkt, zou hier in de werkelijkheidsversie moeten worden beschreven. Af en toe kwijt García Márquez zich van die taak, soms verrassend - bijvoorbeeld wanneer hij onthult dat de figuur van `de kolonel’ niet alléén op zijn grootvader is geïnspireerd.

In de herinneringen van García Márquez gaat het er allemaal nogal romantisch aan toe. Zijn eerste reis naar Europa zou alleen maar bedoeld zijn geweest om verslag te doen van een conferentie van de Grote Vier (Engeland, Frankrijk, de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten) in Genève. Aan zijn moeder vertelde hij dat hij met twee weken weer terug zou zijn. Het zouden drie jaar worden.

Op weg naar het vliegveld - zo vertelt García Márquez verder - zag hij vanuit de taxi Mercedes Barcha zitten, het meisje waarop hij zijn zinnen had gezet en dat later zijn vrouw zou worden. Op het vliegveld schreef hij haar een briefje: “Als ik binnen een maand geen antwoord krijg, blijf ik voor altijd in Europa”. “Een week later”, schrijft García Márquez, “vond ik, toen ik na weer een nutteloze dag van internationale meningsverschillen mijn hotel in Genève binnenging, de brief met haar antwoord”.

Dat zijn de laatste zinnen van het boek en het is een meesterlijk slot. Als de scenarioschrijver die hij in Rome zou proberen te worden, eindigt García Márquez met een bloedstollende cliffhanger en je moet al een hart van steen hebben om niet reikhalzend uit te zien naar het tweede deel van de memoires om te weten wat het antwoord was.

Márquez-biograaf Saldívar is echter ontnuchterend: “Mercedes, die hij kort tevoren had gevraagd met hem te trouwen, was somber en bedroefd, maar zei dat ze het niet erg vond hun huwelijk een paar maanden uit te stellen”, schrijft hij. “Niks geen huwelijksaanzoek per luchtpost, maar een simpel arrangement tussen verloofden, en niks geen smachtende blik uit een taxiraampje op een beminde die niets in de gaten heeft. Niks geen plotselinge ingeving, bovendien, om na de conferentie in Europa te blijven hangen”.

Saldívars versie is dus een stuk prozaïscher en daardoor helaas ook aanzienlijk waarschijnlijker. Banaliteit regeert nu eenmaal de wereld, zelfs die van García Márquez. De charme van zijn romans is altijd geweest dat het bestaan daarin plotseling betoverd leek. Het transformeerde in een bitterzoet mengsel van romantiek en naïviteit dat zo cru niet kon wezen of het werd wel verzacht door een sprookjesachtige glans van heimwee en ontroering. De term `magisch-realisme’ heeft García Márquez altijd afgewezen, erop wijzend dat hij, net als in zijn reportages het hoogste genre in de journalistiek, op één lijn te stellen met de roman, zegt hij in zijn memoires uitsluitend de harde realiteit beschrijft, al heeft die van haar kant wel de hebbelijkheid zelf nogal sprookjesachtig te zijn.

Uitgelaten kon hij in een column dan ook ooit vertellen over het bezoek van een bevriende journalist, die binnen enkele uren na aankomst al diverse onwaarschijnlijke voorvallen had meegemaakt. Voor hem was dat een bewijs temeer dat de wereld zich, althans rond hem, vanzelf plooide naar de fluwelen rondingen van een willige natuurlijkheid, die zich alleen aan versteenden van hart als `bovennatuurlijk’ en magisch voordeed. “Ik geloof dat er echt een tijd heeft bestaan waarin tapijten vlogen en geesten in flessen gevangen zaten”, schreef hij in “De zee van mijn verloren verhalen”. “Ik geloof echt in de triomfantelijke waarheid dat Gargantua uitbundig op de kathedralen van Parijs urineerde. Sterker nog, ik geloof dat dergelijke wonderen nog steeds gebeuren”.

Van zo’n schrijver moet je, zelfs wanneer het zijn eigen levensgeschiedenis betreft, geen slaafse onderwerping aan de dictatuur van het feit verwachten. Soms leidt dat tot hinderlijke slordigheden, zoals wanneer García Márquez het aantal slachtoffers van de politieke repressie in de jaren vijftig op meer dan een miljoen mensen schat, wat op een totale toenmalige bevolking van nog geen tien miljoen onvoorstelbaar is. Zeventig bladzijden later noemt García Márquez het meer correcte, maar nog altijd verbijsterende getal van driehonderdduizend doden - groot genoeg om duidelijk te maken hoe Colombia de afgelopen halve eeuw politiek zo verschrikkelijk kon ontsporen.

De politieke geschiedenis van het land is in deze memoires voortdurend op de achtergrond en zeer regelmatig op het voorplan aanwezig. Dat is geen wonder omdat García Márquez van een aantal sleutelgebeurtenissen daarin ooggetuige was en deze zijn levenslot mede hebben bepaald. De moord op de vooruitstrevende politicus Jorge Eliécer Gaitán in 1948 en de daaropvolgende gevechten en plunderingen die een groot deel van het centrum van Bogotá in de as legden, beleefde hij als jong journalist van nabij mee. Hij doet er als memoiresschrijver bloedstollend verslag van, met een rijkdom aan details die ook hier de beeldende inventiviteit van de faction-schrijver doet vermoeden.

Terug naar LEVEN OM HET TE VERTELLEN. In deze “memoires” krijgt de verbeeldingsvolle formuleringskracht van García Márquez als van oudsher vrij baan. Zo bedwelmend en sprookjesachtig als zijn kinderjaren, het journalistieke succes en niet te vergeten de talloze gestreelde vrouwendijen hier beschreven worden, zijn ze misschien allemaal niet geweest. Maar wie zou deze verhalen erover hebben willen missen. Ik in ieder geval niet.

March 22nd, 2005

Gabriel Garcia Marquez: Lezen onder de bordeellamp

Posted in: Uncategorized — admin @ 17:46

Vandaag de tweede aflevering van de ‘Márquez-trilogie’. Veel buitensporigs heeft de dag van vandaag niet opgeleverd. Bijna de hele dag overleg met directieteam, coördinatoren en andere specialisten inzake het gevoerde PR&Marketingbeleid, de gekozen speerpunten van dit jaar en de aanzetten het Schoolplan voor de periode 2005-2008. Dat het zich op deze lentedag (geen wind, prima temperatuur) afspeelt in kasteel De Berkt te Baarlo, is mooi meegenomen. Alleen is de middagpauze wat aan de korte kant om ten volle te profiteren van het weldadige lenteklimaat.

[hr]



kasteel De Berkt Baarlo, in wintervacht

[hr]

DEEL 2 (LEVEN OM HET TE VERTELLEN)

Het moet dan ook een mooi leven geweest zijn waarop García Márquez kan terugzien. In 1927 geboren in de Colombiaanse binnenlanden als oudste uit een gezin dat uiteindelijk vijftien kinderen zou tellen, gebrekkig geschoold als gevolg van regelmatige verhuizingen (hij zou zijn leven lang moeite houden met spellen), kwam hij uiteindelijk toch op de rechtenfaculteit terecht, maar vluchtte daar onmiddellijk weer vandaan om zich te wijden aan de journalistiek, `het mooiste beroep ter wereld’.

Daar liet het succes niet op zich wachten. Met columns en reportages, vooral het verhaal van een Colombiaanse marinier die tijdens een storm overboord was geslagen (later gepubliceerd onder de titel “Het verhaal van een schipbreukeling”), kreeg García Márquez de wind in de zeilen. Aan het eind van zijn memoires heeft hij zijn eerste korte romans gepubliceerd. Europa lonkt, net als het professionele schrijverschap, dat een toch nog een onverwacht harde leerschool zal vergen. Wanneer García Márquez in de slotregels van het boek op het vliegtuig stapt, weet hij nog niet hoe diep het dal zal zijn waar hij in Parijs doorheen zal moeten.

[hr]



kasteel De Berkt Baarlo, monnikenwerk (interieur)

[hr]

Ook dat behoort tot de attributen van het schrijverschap en García Márquez laat weinig gelegenheden onbenut om de journalistiek-artistieke bohème van zijn jeugdjaren te beklemtonen. Nooit lijkt hij méér dan twee stel kleren te bezitten: één aan het lijf en één aan de waslijn. Aan zijn voeten steekt een paar eeuwige sandalen. De snor blijft tot vlak voor zijn vertrek naar Europa woest ongeknipt en ongeborsteld boven een eeuwige sigaret. Hij rookt drie tot vier pakjes per dag, naast fikse hoeveelheden drank zijn enige luxe. Romans leest hij ’s nachts onder het licht van de straatlantaarns of de lampions van dansvloeren met een dubieuze reputatie. Eerzame armoede, kortom, solide gepaard aan romantische toewijding - of toewijding aan de romantiek.

En er zijn de vrouwen, bij tien- en misschien wel honderdtallen. Zelden erg eerzaam en meestal zelfs uitgesproken oneerzaam, want García Márquez woont in die jaren zo ongeveer in de bordelen, waar hij met een jaar of twaalf in de liefde wordt ingewijd. Bedremmeld staat hij in de deur om in opdracht van zijn vader een openstaande rekening te innen voor de homeopathische pillen die deze aan de man bracht. Een van de meisjes wenkt hem en daagt hem uit haar broekje uit te trekken: “Dat is je mannenplicht”. “De rest deed ze eigenhandig”, schrijft García Márquez, “tot ik eenzaam boven haar doodging, rondspartelend in de uiensoep van haar merriedijen”.

March 21st, 2005

Gabriel Garcia Marquez: lezen onder de bordeellamp

Posted in: Uncategorized — admin @ 18:08

Vanaf vandaag wil ik me drie achtereenvolgende dagen bezighouden met het laatste boek van Gabriel García Márquez, LEVEN OM HET TE VERTELLEN. Een dikke pil, en zogenaamd autobiografisch, maar de schrijver kennende, kun je je eigen werkelijkheid ook zelf maken. Het blijft tenslotte literatuur. Na afloop zal ik donderdag mijn verhaal over Madrid publiceren. Ik vierde daar niet alleen mijn 50e verjaardag, in 1996, maar gebruikte in de tekst ook veel verwijzingen naar “Honderd jaar eenzaamheid”, het magnum opus van de Colombiaanse meester.

Deel 1:

LEVEN OM HET TE VERTELLEN (2002) heet het laatste uit het Spaans vertaalde boek van Gabriel García Márquez. Sinds “Het kwade uur” heeft uitgeverij Meulenhoff tussen de één en anderhalf miljoen boeken van de Colombiaanse Nobelprijswinnaar 1982 verkocht. Het grootste succes was “Honderd jaar eenzaamheid”, terwijl ook “Liefde in tijden van cholera”, “Kroniek van een aangekondigde dood”, “Over de liefde en andere duivels” en “De kolonel krijgt nooit post” bestsellers werden.Vrijwel het gehele oeuvre is in het Nederlands vertaald.

Een aantal jaren geleden zag het er somber uit voor de toen tweeënzeventigjarige Gabriel García Márquez, Nobelprijswinnaar voor de literatuur 1982. Kanker had zijn lichaam aangetast en de vooruitzichten waren verre van bemoedigend. Op internet circuleerde een apocrief afscheidsgedicht dat de schrijver onder zijn vrienden zou hebben verspreid. Op de krantenredacties lagen de necrologieën intussen al klaar.

Maar García Márquez ging niet dood. Na een tijd van gespannen en beschroomde stilte begonnen er geruchten te circuleren over een autobiografie die hij, als overlevende van zichzelf, aan het schrijven zou zijn. Vijf jaar geleden doken de eerste voorpublicaties op. Nu is er dan sinds 2002 LEVEN OM HET TE VERTELLEN, bijna zeshonderd bladzijden dik. Aan het eind ervan is García Márquez pas aangeland in 1955, het jaar waarin hij naar Europa vertrok. Tijdens de afgelopen kerstvakantie las ik het.

Niets in het boek verwijst naar de strijd met de dood die de schrijver zojuist achter de rug had of het moest de vitalistische titel ervan zijn, zo overlopend van levenswil dat de grammatica er bijna onder bezwijkt. Die titel vat, misschien wat te beknopt, het motto samen dat García Márquez zijn levensbericht heeft meegegeven. “Het leven is niet het leven dat je hebt geleefd, maar dat je je herinnert en hoe je het je herinnert om het te vertellen”. Zelfs daarin strijdt de urgentie met de taalkundige correctheid, en in het Spaans is dat niet anders.

March 20th, 2005

Franssens en van der Heijden: nog veel te melden

Posted in: Uncategorized — admin @ 16:01

Hoewel het niet zo warm wordt als afgelopen woensdag, toe het zo’n 20 graden werd, is het vandaag (zondag) aangenaam lenteweer. Geen wind, een bleke zon, en als je in de tuin loopt hoor je de knoppen uit hun wintervet breken. Van de gelegenheid maar gebruik gemaakt om het overdadige piekhaar van de bolacacia te snoeien.

Tijd dus om de terrasstoelen vanuit de garage naar buiten te slepen. Lezen in ‘Ik heb je nog veel te melden’, de pas uitgegeven briefwisseling tussen Jean-Paul Franssens en A.F. Th van der Heijden. Vanuit de licht opengeschoven schuifdeuren hoor ik Raymond die zich uitleeft op de piano. Sinds lange tijd is hij weer eens een hele zondagmiddag over de vloer. Morgenvroeg spoort hij terug naar de Erasmus Universiteit in Rotterdam om zich weer in het oncologisch onderzoek te storten, zijn eindstage van zijn studie moleculaire celbiologie.

Terug naar de briefwisseling van J.P en A.F.Th. Met name de brieven van Franssens zijn vaak hilarisch, en kunnen bijna gelezen worden als korte verhalen. Een wat onderschat schrijver, dat is zeker. Zijn vroege dood in 2003 zal zijn eeuwige roem niet stimuleren.

Op een of andere manier doet zijn laconieke manier van schrijven denken aan Bob den Uyl, ook al zo’n miskend auteur. Hilarisch is zijn beschrijving van het pension in Duitsland waar hij verbleef tijdens zijn studie op de Kunstschool, vlak na de oorlog. Zijn zolderkamer ligt naast die van het 15-jarige vroegrijpe nichtje van zijn hospita. Dus je begrijpt het al: het loopt verkeerd af, en de ‘schande’ wordt het pension uitgeflikkerd.

Met spijt ziet hij terug op het amoureuze voorval. Voelt zich er oud bij (de brief dateert uit 1998): “Ik ben een oude grizzly, wiens nagels dagelijks afbreken bij gebrek aan vitamine B, en wiens muil volgeslagen is met implantaten, kronen en bruggen. Mijn kloten hangen weldra meer in zak en as dan dat ze vol dadendrang vruchtbaar opzwellen”. En zo gaat het nog even door.

Tenslotte de stand van zaken voor wat betreft het drie weken geleden gestarte landschap. Volgende week zondag (Pasen) ligt het stil; de week daarna moet het af.

[hr]


March 17th, 2005

Geert Mak: lente in de wintertuin

Posted in: Uncategorized — admin @ 17:50

Daar zit je dan: met 250 belangstellenden, om half acht, opeen gepropt in de wintertuin van Château De Raaij van het International Art Center in – of all places – Baarlo. Allemaal op tijd. Alleen Geert Mak zal op zich laten wachten. Bijna drie kwartier. Zogenaamd de weg kwijtgeraakt in de Noord Limburgse dreven. Stamelend meldt hij dat hij al om zes uur ’s avonds vertrokken is uit Zuid Limburg. Inderdaad: een wereldreis voor iemand die een jaar lang door heel Europa gezworven heeft, op zoek naar een hele eeuw.

Buiten is de temperatuur op dat ogenblik nog 17 graden. De eerste echte lentedag van het jaar. In de wintertuin loopt de temperatuur op tot subtropische waarden. En een glas wijn is pas in de pauze te krijgen. Leven is afzien.

[hr]



[hr]

Maar zijn als lezing aangekondigde conférence van drie kwartier voor de pauze, en de eveneens 45 minuten durende interactie met de inmiddels zwetende zaal na de pauze verlopen perfect. Als een tovenaar bezweert hij met zijn sonore, en vloeiende stemgeluid het literair en historisch geïnteresseerde publiek. Het programma wordt gelardeerd met muziek uit diverse Europese landen: Vonne Reijnders begeleidt aan de vleugel de acrobatische stem van Wilmy van der Helm.

[hr]



[hr]

Mak vertelt voor de vuist weg over zijn wedervaardigheden tijdens zijn in 1999, aan de vooravond van het nieuwe millennium gemaakte reis door Europa. Met name zijn belevenissen in Oost Europa maken indruk. Het gebied rondom de ontplofte kerncentrale van Tjsernobyl, en het hedendaagse Pompeï, het inderhaast verlaten Sovjet stadje Prypjat. Zijn bezoeken aan de vernietigingskampen van Auschwitz. Zijn belevenissen in het Roemenië van het koppel Ceaucescu. Van Serajewo naar de laatste Balkanoorlog. Kortom, hij vreet zich als een mol in het Europa van nu en toen. En blikt vooruit naar het Europa van straks: de te snelle uitbreiding met zoveel nieuwe landen, de dreiging van de Islam. De bureaucratie van Brussel. We zijn weer in het heden. We zijn gewoon terug in de wintertuin in Baarlo.

[hr]



[hr]

In enkele uitweidingen belandt het in het binnenland van de Verenigde Staten. Niet het Amerika van de West- of Oostkust. Signaleert dat Amerika is blijven steken in de periode tussen 1930 en 1950, inclusief de hele infrastructuur, die – vergeleken bij Europa – hopeloos achterloopt. Signaleert dat de Amerikanen de neiging hebben zich als kippen zonder kop te storten in uitzichtloze oorlogen. Toch nog een geruststellende gedachte, te leven in een wat bedachtzamer en realistischer Europa. Ik ben ín voor nóg een avondje Baarlo.

[hr]

March 16th, 2005

Met Geert Mak in het International Art Center

Posted in: Uncategorized — admin @ 22:12

Ter gelegenheid van de Boekenweek hebben de Openbare Bibliotheken ‘Maas en Peel” Geert Mak (hetzelfde geboortejaar als ik) weten te strikken voor een lezing in het International Art Center Château De Raaij in Baarlo. Om half acht ’s avonds. Voor 10 euri mag je er bij zijn. Het is een uitgelezen dag, de eerste lentedag eigenlijk: veel zo’n en een temperatuur die oploopt tot 20 graden. Terrasweer.

Ter gelegenheid van deze Boekenweek is zijn ‘standaardwerk’ IN EUROPA uitgegeven in in twee kloeke delen en verpakt in een deftige cassette. Zelf heb ik de Belgische kassei-editie (1222 pagina’s in paperback) inmiddels uit. En het moet gezegd: het leest als een trein.

Geert Mak reisde voor In Europa met de twintigste eeuw mee, in een krakeling van routes, langs Londen, Volgograd en Madrid, langs de bunkers van Berlijn, de geparfumeerde kleerkasten van Helena Ceausescu in Boekarest en de speelgoedauto’s in een verlaten crèche in Tsjernobyl.

In Europa gaat over het verleden, en wat het verleden met ons doet. Het gaat over verscheurdheid en onwetendheid, over historie en angst, over armoede en hoop, over alles wat ons nieuwe Europa scheidt en bindt.

In Europa is winnaar van de NS Publieksprijs (‘leest als een trein’) voor het Nederlandse Boek 2004 en krijgt daarmee de eretitel ‘Boek van het Jaar’ (toegekend door het CPNB). Hij ontvangt de Publieksprijs zelfs voor de tweede keer. In 2000 werd zijn boek De eeuw van mijn vader gekozen tot ‘Boek van het Jaar’.

Morgen meer, en ook de foto’s

March 11th, 2005

Pamela Anderson te koop: 4.700.000 IJslandse kroon

Posted in: Literair — admin @ 16:59

Drie dagen geleden in de NRC het bericht dat de curieuze, bijna mystieke schaaklegende Bobbie Fischer zich nu definitief op IJsland gaat vestigen. Zijn advocaat heeft ter voorbereiding hierop in de IJslandse ambassade in Tokio (hoe verzin je het) het IJslandse paspoort van deze schaakgek in ontvangst mogen nemen. Maar, zoals beloofd afgelopen dinsdag, terug naar de IJslandse literatuur. Vandaag de modernist Hallgrimur Helgason: 101 REYKJAVIK.

“Het meest schandalige aan de roman van Hallgrimur Helgason is dat hij zo verdomd goed geschreven is”, schrijft de Sydsvenska Dagbladet. Omdat in de Nederlands boekhandel de IJslandse literatuur niet op grote stapels voorhanden is, is het maar goed dat een vertaalsubsidie van het Cultuur 2000-programma van de Europese Unie in ieder geval een bijdrage geleverd heeft om althans één stapeltje in de verkoop te krijgen. Inmiddels is het boek van Helgason ook verfilmd.

Waar dit ’schandalige boek’ dan over gaat? Dat is over een bijna decadent westerse situatie: tegen de achtergrond van het nachtleven van Reykjavik ontdekt een IJslandse jongeman (Hlyn Björn, 28 jaar) dat hij de geliefde van zijn lesbische moeder zwanger heeft gemaakt. Met gemak zou deze roman zich dus ook in Amsterdam of Berlijn af kunnen spelen.

101 Reykjavik is een ontspoorde komedie waarin de al genoemde Hlyn Björn zich bewust werkloos door het leven probeert te slepen met slechte satelliettelevisie, pornovideo’s en internet als geestelijke hoogtepunten.

Nu is het leven in IJslands hoofdstad nog een orgie van ‘fun’ te noemen als je je het uitgaansleven in de rest van het land probeert voor te stellen. Maar ook in deze winderige provinciestad (althans naar onze maatstaven gemeten) kost het Hlyn moeite om aan zijn entertainment of aan zijn gerief te komen. Ook zijn veelvuldig bezoek aan biertenten en andere uitgaansgelegenheden rondom de hoofdstraat van Reykjavik (de Laugavegur) leveren hem niet de gewenste ontspanning. Zelf heb ik ook nog enkele café’³ in deze straat bezocht, en ik moet toegeven, het is geen Las Vegas of een zinderende nachtparty op Ibiza wat hier te beleven is.

Overigens komt het karakter van deze Hlyn als zeer irritant uit de tekst tevoorschijn. Meestal is hij onuitstaanbaar, zowel voor zijn moeder als zijn vele instant vriendinnen. Een enkele keer weet hij vertedering op te wekken, maar ook dan ontkom je niet aan de gedachte dat zijn gedrag strategisch is bedoeld.

Met eigengereid gedrag rekent hij genadeloos af met burgerlijke zekerheden en conformisme.

Na een tijdlang de tijd verdreven te hebben met het kijken naar pornovideo’s, café-bezoek annex biergebruik, en het aan het lijntje houden van zo’n burgerlijke tandartsdochter (Hofi) wordt de dagelijkse sleur op een dag abrupt doorbroken door de verschijning van een warmbloedige Spaanse del, Lolla geheten. Deze ‘pot’ die in huis komt om letterlijk het bed te delen met Hlyns moeder, eveneens al lange tijd uit overtuiging lesbisch, blijkt meer met Hlyn te delen dan alleen een passie voor de Spaanse flamenco. In het dagelijkse leven is Lolla begeleidster van alcoholverslaafden in Reykjavik.

Hlyn komt klem te zitten in de driehoeksverhouding die ontstaat wanneer hij bij Lolla het nest induikt, als zijn moeder op familiebezoek is in Akranes, een - ook weer tochtig - stadje, op een 50 kilometer ten noorden van Reykjavik. Hij probeert vervolgens een manier te vinden om zijn persoonlijke variant van het aloude zijn-of-niet-zijn-dilemma te overwinnen. Zeker op het moment dat geconstateerd wordt dat Lolla zwanger van hem is, weet hij even niet goed op welk been hij nu gezet is. Uiteindelijk wordt de baby natuurlijk op een volledig natuurlijke wijze opgenomen in het wat onorthodoxe ‘gezin’. En toch blijft Hlyn met vragen worstelen, die zijn IJslandse Oedipus-complex een wat typisch karakter geven. Want hij blijkt niet in staat de worsteling met de vraag of hij nu de vader van zijn broer (of zus) zal worden, naar behoren op te lossen.

Zo?n 378 pagina’s heeft deze roman dan geduurd. Een verhaal dat weinig op de kous heeft, maar het meer moet hebben van zijn spetterend proza. Er zijn onmiskenbare overeenkomsten met het werk van Charles Bukowski, en de psychedelische teksten van de Amerikaanse on the road schrijvers uit de flower power-tijd. Kerouac revisited. Zinderend proza is het zo nu en dan, hoewel het soms op een kunstje gaat lijken, als Helgason zijn associatieve woordenbrij te veel vrijheid geeft. Zijn stream of consciouness gaat een aantal malen ongebreideld met hem op de loop, maar omdat het zo’n krachtig en meeslepend proza is laat je je graag op deze woeste stroom meevoeren.

Over een aantal tekstuele eigenaardigheden wil ik het toch nog even hebben.

Ten eerste worden de personen die in de roman optreden, vooraf gecast, in de vorm van een rolverdeling voor een toneelstuk of een film. De grote rollen worden zo verdeeld, de rest wordt aangeduid als ‘familieleden, taxichauffeurs, orgaanleveranciers, barmannen, snuiters, mensen, hoeren, winkelbedienden, nieuwslezers e.a.’.

De handeling speelt zich voornamelijk af binnen postcodedistrict 101 van Reykjavik (in het centrum van de stad).

Een tweede opmerkelijke vondst is het feit dat Helgason alle meiden en vrouwen die in de roman voorkomen (en dat zijn er nogal wat) kwalificeert op basis van een bedrag aan IJslandse kronen. Een kwalificatie die gebaseerd is op de combinatie van uiterlijke schoonheden en seksueel libido. Achter in het boek is deze ‘prijslijst’ opgenomen. Het is een opklimmende reeks die vier volle pagina’s beslaat, en oploopt van de ‘aardappelzakmoeder’ (100 kroon) tot Pamela Anderson die 4.700.000 kroon waard is. Tachtig kroon is ongeveer 1 euro. In de opsomming figureren vrouwen als het ‘flikkerwijffie’ (10.000), Chelsea Clinton (35.000), ‘dansende tieten op feest’ (50.000), Miss IJsland (110.000) en Cameron Diaz (3.900.000).

Tenslotte nog iets over de film 101 Reykjavik (2001). De regie is in handen van Balthasas Kormakur, en de bekende Spaanse actrice Victoria Abril speelt de Spaanse Lolla. Hlyn wordt gespeeld door de mij onbekende IJslandse acteur Hilmir Snaer Gudjonson. De muziek is van Einar Benediktsson (nog samen opgetreden met het IJslandse fenomeen Björk  en Darmon Albarn (bekend van Trainspotting).

Het einde van de film is overigens anders dan in het boek, want de film eindigt met beelden van Hlyn die op zijn rug in de sneeuw gat liggen om dood te vriezen (overeenkomstig het gebruik van de Inuit eskimo’s). De zelfmoordpoging mislukt, omdat het - domme pech - gaat regenen. Het leven zit niet mee.

March 8th, 2005

Literaire bijlage bij de fotoserie over IJsland

Posted in: Uncategorized — admin @ 17:51

Over IJsland hoor je niks (een enkele keer de muziek van Björk), zie je niks (een enkele keer een smeltende gletsjer), en lees je niks, hoewel het een zeer lange literaire traditie heeft. Pas toen ik terug was van mijn achtdaagse herstreis in 2003 ben ik me wat gaan verdiepen in de hedendaagse IJslandse literatuur.

Nu ik afgelopen zondag mijn fotoserie over IJsland als link bij deze weblog heb geplaatst, leek het me aardig om ook wat over de IJslandse literatuur te melden. Vandaag een wat traditionelere roman, morgen een moderne.

In 1955 kreeg de IJlander Laxness de Nobelprijs voor literatuur. Dat hebben we in ons taalgebied nog niet voor elkaar gekregen. Dus las ik: ONAFHANKELIJKE MENSEN (1935)van Halldor Laxness.

Onafhankelijke mensen is een roman in de IJslandse traditie, en niet alleen vanwege het feit dat het bijna 70 jaar geleden geschreven is. Het is een saga, in de traditie van de Edda. Een saga over IJsland, een saga over schapen, een saga over de onverzettelijkheid van een koppige keuterboer, een saga over de armzaligheid van een desolaat bestaan, ergens op het kale IJsland. Maar ook een saga van een ongewone kracht en schoonheid, waarin de geïsoleerde bevolking van het vlak onder de poolcirkel gelegen eiland wordt wakker geschud door de grote beloftes van de twintigste eeuw.

Nog een opmerking over de titel van het boek: voor de IJslanders verwees deze ook naar de onafhankelijkheidsstrijd die zij voerden tegen hun kolonisator Denemarken, die eeuwenlang het land had uitgebuit zonder zich om de bevolking te bekommeren.

Op de achtergrond spelen de eerste wereldoorlog en het opkomend socialisme een eveneens een rol van betekenis.

Het boek verscheen destijds (1934-1935) in twee delen en het werd behoorlijk aangevallen door de leiders van de IJslandse boerenpartij, die het niet eens waren met Laxness om een vertegenwoordiger van de IJslandse boeren op een dergelijke manier in een roman te portretteren. Dat de IJslandse boer onder de meest miserabele omstandigheden moest zien te overleven, en in het beste geval alleen maar vegeteerde, wilde men eenvoudig niet weten. Kortom, Laxness werd niet als een literaire ambassadeur van het land gezien.

Tegen de stroom in, en misschien zelfs tegen beter weten in, probeert de schapenboer Bjart ‘van het Zomerhuis’ zijn zelfstandige bestaan te handhaven. Na 18 jaar in dienst geweest te zijn van een lokale rentmeester, wil hij niets liever dan zijn eigen kudde schapen hoeden. Alles zet hij daarvoor op het spel, zelfs zijn eigen bestaan, en dat van zijn naasten.

Laxness schildert bijvoorbeeld op meeslepende wijze de zoektocht van Bjart naar een verloren schaap (dat overigens stiekem door zijn vrouw is geslacht): dagenlang stroopt hij het land af, door sneeuw, storm en water. Bij thuiskomst treft hij zijn vrouw levenloos, en badend in het bloed aan. Zij blijkt ook nog een kind (niet van hem, want het resultaat van een relatie van zijn vrouw met de zoon van zijn vroegere baas) gebaard te hebben. Het kind leeft wonderwel nog, want verwarmd door de hond. Het meisje, door hem Asta Sollilja genoemd, wordt vervolgens verzorgd door de dochter van de gemeentebestuurder. Omdat de baby toch een vrouwenhand behoeft, wordt hem door de dominee een vrouw aangepraat. De moeder van de vrouw krijgt hij er vervolgens gratis bij. Dit soort koehandel levert echter een aantal hilarische dialogen op.

Het huis van Bjart raakt dus weer aardig gevuld. Bovendien slaagt de gemeentebestuurder er ook nog in hem een koe aan te praten, een beest waarvan hij het nut helemaal niet ziet zitten, want aan schapen heeft hij immers meer dan voldoende.

De dochter groeit op, en meer dan 12 jaar verder, neemt hij haar op een dag mee naar een dorpje aan de kust om er zijn wol te verkopen. Voor Asta Sollilja de gelegenheid om het echte leven te leren kennen. Ondanks de waarschuwingen van stiefvader Bjart voor de decadentie waaraan zich de burgerlijke jongens en meiden overgeven, raakt ze niettemin onder de indruk van het leven buiten het Zomerhuis. Er volgt een half incestueus overnachting, samen in één bed, waarbij Bjart er slechts ternauwernood in slaagt zijn seksuele lusten te onderdrukken.

Maar dan plotseling, aan het begin van de lente, gaat het slecht met zijn schapen. Het slechte weer en het ontbreken van droog hooi zijn er de oorzaak van dat er tientallen overlijden. Ook nu weer is Bjart te koppig om het hem door de gemeentebestuurder aangeboden hooi op te gaan halen. Zelfs doodt hij de koe. En ook zijn tweede vrouw (die hem overigens ondertussen weer een paar zonen geschonken heeft) overlijdt, aan de gevolgen van de honger en andere ontberingen. Kortom, Laxness schildert als de IJslandse Victor Hugo de wereld van de “misérables”.

0
Als Bjart zijn kinderen lange tijd alleen laat om in de stad voor geld te gaan werken (op zich al een nederlaag die hij moet slikken) stuurt hij een leraar naar hen toe om ze te onderwijzen. Het mag allemaal niet baten: de nietsnut maakt Asta Sollilja zwanger en zijn open tbc draagt hij op haar over.

Behalve zijn gevecht met de natuurlijke omstandigheden moet Bjart ook nog eens het gevecht aangaan met het bovennatuurlijke. Op zijn boerderij ligt een vloek: eeuwen geleden is de feeks Gunnvör een verbond aangegaan met het monster Kolumkilli. Na haar dood blijft Gunnvör de bewoners uit haar vroegere omgeving kwellen en een voor een zijn ze gedwongen hun verwoeste boerderij te verlaten. Bjart trotseert de geesten uit het verleden, ontkent hun bestaan, gelooft niet in spoken, maar krijgt er telkens toch mee te maken.

Onafhankelijke mensen is een boek vol poëtisch taalgebruik, ironie, humor, cynisme en drama. En, zoals ik al zei, een moderne IJslandse saga, vol meeslepende volzinnen van soms wel een halve pagina. Het is een roman in de traditie van de Edda, IJslands beroemdste saga.

In 1955 krijgt Halldor Laxness de Nobelprijs voor literatuur. In zijn eigen land wordt hij er dan niet om geëerd. Zelfs wordt hij in de jaren ’60 door zijn uitgever als communist bestempeld en op de zwarte lijst gezet. Vanaf dat ogenblik werden zijn boeken niet meer in IJsland uitgegeven. Pas in 1997 werd Onafhankelijke mensen weer herdrukt, ironisch genoeg bij dezelfde uitgever die hem indertijd in de ban had gedaan.

March 3rd, 2005

Berichten uit Boonland: Michels dood in Aalst

Posted in: Literair — admin @ 17:46

Vanochtend is Rinus Michels, legendarisch voetbaltrainer, op 77-jarige leeftijd in een ziekenhuis in het Belgische Aalst aan de complicaties na een hartoperatie overleden. De ijzeren generaal van het WK-trauma van 1974 is niet meer. Ik ga terug naar Aalst.

 

Sinds een aantal jaren ben ik lid van het Louis Paul Boon Genootschap. Het kost weinig, slechts 35 euro per jaar. Hiervoor krijg je in ieder geval het tijdschrift Boelvaar Poef om de twee maanden in de bus geworpen. Je wordt uitgenodigd voor vergaderingen, beurtelings georganiseerd in België en Nederland, en je kunt zo nu en dan met korting wetenschappelijke publicaties over Boon en zijn werk aanschaffen. De website van de ‘club’ geeft actuele informatie over de schrijver en zijn werk. Volgens de begroting van 2004 zijn er zo’n 370 leden. In november 2004 vierde het Genootschap zijn 25-jarig bestaan in het Belfort op de Grote Markt in Aalst.

 

Het Louis Paul Boon studie- en documentatiecentrum (oprichter is Paul de Wispelaere) in Antwerpen, verbonden aan de plaatselijke Universtiteit, heeft in vinger in de pap, je kunt ook zeggen: een zetel, bij de vereniging. Veel wetenschappelijke publicaties komen dan ook vanuit dit studiecentrum in de Scheldestad.

Een aantal jaren geleden (oktober 1999) was ik met een vijftal andere leden uit het Venlose, waaronder columnist Jo Wijnen, Ger Bouten (hoofdredacteur van Dagblad De Limburger) en Andrë een weekend te gast in Aalst. Als alibi zouden we een aantal aan Boon gewijde exposities bezoeken (o.a. schilderijen van Boon). Daarnaast stond er een bezoek aan Erembodegem (de Kapellenkensbaan en het bronzen beeld van Ondineke) op het programma. Logeren in hotel Keizershof, vlak bij de Grote Markt. Onze delegatie werd officieel welkom geheten door het bestuur van het Genootschap. De dorst was groot in die dagen, de keel dor als een Egyptische woestijn. Ik krijg nog een zwaar bonkend hoofd, als ik terugdenk aan de emmers donker Belgisch bier dat gedurende die drie dagen de vrije loop naar het darmstelsel ondernam. De nachten waren lang, en de literaire gesprekken even diepzinnig als dubbeltongig. Het verblijf heeft desalniettemin zijn onuitwisbare sporen nagelaten. De ‘viesentist’ uit Aalst, is erdoor gegroeid als één van mijn favoriete auteurs. Helaas wordt hij mijns inziens te weinig op zijn waarde geschat in Nederland. Ik kom er nog op terug.

 
  • ON THE ROAD naar Santiago de Compostela

  • Sint Jacobus leidt me door braamstruiken en naar bierloze cafés

  • New York op doek: nieuwe schilderijen

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 20

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 19

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 18

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 17

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 16

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 15

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 14

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 13

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 12

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 11

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 9

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 8

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 7

  • Christo in Central Park New York

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 6

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 5

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 4

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 3

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 2

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 1

  • Sleepless in Manhattan - intro

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 17

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 16

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 15

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 14

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 13

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 12

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 11

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 9

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 8

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 7

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 6

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 5

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 4

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 3

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 1

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico García Lorca 1

  • BINNENKORT IN DIT THEATER: ANDALUSIË

  • Hermitage: het zomerpaleis van Nicolaas II aan de Amstel

  • Wajauw? Met Ahmed Marcouch en Hans Laroes naar Brooklyn aan de Maas

  • Luik: van nu en toen, van Calatrava en Les Olivettes

  • Geen Pim Pandoer, wel Beethoven in ’s Heerenberg

  • Spaanse La Notte in het Hollandse Slot Loevestein

  • Van Gogh en de kleuren van de nacht in Amsterdam

  • Opnieuw de ruimte in: A Space Odyssey 2

  • Schilderen: een lange winter met gebrande omber sienna

  • Paradise by the dashboard light

  • Shipbreaking op doek. Met dank aan Edward Burtynsky - Work in Progress

  • Ode Maritima aan Fernando Pessoa

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 16

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 15

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 14

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 13

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 12

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 11

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 10

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 9

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 8

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 7

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 6

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 5

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 4

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 3

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 2

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 1

  • MANHATTAN TRANSFER

  • Corrida aan het einde van de Indian Summer

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 14

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 13

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 12

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 11

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 10

  • Intermezzo: Lucien zingt Lee Towers

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 9

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 8

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 7

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 6

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 5

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 4

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 3

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 2

  • Valencia: tapas op de Feria van Calatrava 1

  • VALENCIA: tapas op de Feria van Calatrava

  • Feria Andaluza in Boom België, of all places

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 15 / slot

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 14

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 13

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 12

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 11

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 10

  • Powered by ME :) !! en MainCore
    Blog (c) WordPress 1.5 Theme created by McMike and Mr-Godd