Drie dagen geleden in de NRC het bericht dat de curieuze, bijna mystieke schaaklegende Bobbie Fischer zich nu definitief op IJsland gaat vestigen. Zijn advocaat heeft ter voorbereiding hierop in de IJslandse ambassade in Tokio (hoe verzin je het) het IJslandse paspoort van deze schaakgek in ontvangst mogen nemen. Maar, zoals beloofd afgelopen dinsdag, terug naar de IJslandse literatuur. Vandaag de modernist Hallgrimur Helgason: 101 REYKJAVIK.
“Het meest schandalige aan de roman van Hallgrimur Helgason is dat hij zo verdomd goed geschreven is”, schrijft de Sydsvenska Dagbladet. Omdat in de Nederlands boekhandel de IJslandse literatuur niet op grote stapels voorhanden is, is het maar goed dat een vertaalsubsidie van het Cultuur 2000-programma van de Europese Unie in ieder geval een bijdrage geleverd heeft om althans één stapeltje in de verkoop te krijgen. Inmiddels is het boek van Helgason ook verfilmd.
Waar dit ’schandalige boek’ dan over gaat? Dat is over een bijna decadent westerse situatie: tegen de achtergrond van het nachtleven van Reykjavik ontdekt een IJslandse jongeman (Hlyn Björn, 28 jaar) dat hij de geliefde van zijn lesbische moeder zwanger heeft gemaakt. Met gemak zou deze roman zich dus ook in Amsterdam of Berlijn af kunnen spelen.
101 Reykjavik is een ontspoorde komedie waarin de al genoemde Hlyn Björn zich bewust werkloos door het leven probeert te slepen met slechte satelliettelevisie, pornovideo’s en internet als geestelijke hoogtepunten.
Nu is het leven in IJslands hoofdstad nog een orgie van ‘fun’ te noemen als je je het uitgaansleven in de rest van het land probeert voor te stellen. Maar ook in deze winderige provinciestad (althans naar onze maatstaven gemeten) kost het Hlyn moeite om aan zijn entertainment of aan zijn gerief te komen. Ook zijn veelvuldig bezoek aan biertenten en andere uitgaansgelegenheden rondom de hoofdstraat van Reykjavik (de Laugavegur) leveren hem niet de gewenste ontspanning. Zelf heb ik ook nog enkele café’³ in deze straat bezocht, en ik moet toegeven, het is geen Las Vegas of een zinderende nachtparty op Ibiza wat hier te beleven is.
Overigens komt het karakter van deze Hlyn als zeer irritant uit de tekst tevoorschijn. Meestal is hij onuitstaanbaar, zowel voor zijn moeder als zijn vele instant vriendinnen. Een enkele keer weet hij vertedering op te wekken, maar ook dan ontkom je niet aan de gedachte dat zijn gedrag strategisch is bedoeld.
Met eigengereid gedrag rekent hij genadeloos af met burgerlijke zekerheden en conformisme.
Na een tijdlang de tijd verdreven te hebben met het kijken naar pornovideo’s, café-bezoek annex biergebruik, en het aan het lijntje houden van zo’n burgerlijke tandartsdochter (Hofi) wordt de dagelijkse sleur op een dag abrupt doorbroken door de verschijning van een warmbloedige Spaanse del, Lolla geheten. Deze ‘pot’ die in huis komt om letterlijk het bed te delen met Hlyns moeder, eveneens al lange tijd uit overtuiging lesbisch, blijkt meer met Hlyn te delen dan alleen een passie voor de Spaanse flamenco. In het dagelijkse leven is Lolla begeleidster van alcoholverslaafden in Reykjavik.
Hlyn komt klem te zitten in de driehoeksverhouding die ontstaat wanneer hij bij Lolla het nest induikt, als zijn moeder op familiebezoek is in Akranes, een - ook weer tochtig - stadje, op een 50 kilometer ten noorden van Reykjavik. Hij probeert vervolgens een manier te vinden om zijn persoonlijke variant van het aloude zijn-of-niet-zijn-dilemma te overwinnen. Zeker op het moment dat geconstateerd wordt dat Lolla zwanger van hem is, weet hij even niet goed op welk been hij nu gezet is. Uiteindelijk wordt de baby natuurlijk op een volledig natuurlijke wijze opgenomen in het wat onorthodoxe ‘gezin’. En toch blijft Hlyn met vragen worstelen, die zijn IJslandse Oedipus-complex een wat typisch karakter geven. Want hij blijkt niet in staat de worsteling met de vraag of hij nu de vader van zijn broer (of zus) zal worden, naar behoren op te lossen.
Zo?n 378 pagina’s heeft deze roman dan geduurd. Een verhaal dat weinig op de kous heeft, maar het meer moet hebben van zijn spetterend proza. Er zijn onmiskenbare overeenkomsten met het werk van Charles Bukowski, en de psychedelische teksten van de Amerikaanse on the road schrijvers uit de flower power-tijd. Kerouac revisited. Zinderend proza is het zo nu en dan, hoewel het soms op een kunstje gaat lijken, als Helgason zijn associatieve woordenbrij te veel vrijheid geeft. Zijn stream of consciouness gaat een aantal malen ongebreideld met hem op de loop, maar omdat het zo’n krachtig en meeslepend proza is laat je je graag op deze woeste stroom meevoeren.
Over een aantal tekstuele eigenaardigheden wil ik het toch nog even hebben.
Ten eerste worden de personen die in de roman optreden, vooraf gecast, in de vorm van een rolverdeling voor een toneelstuk of een film. De grote rollen worden zo verdeeld, de rest wordt aangeduid als ‘familieleden, taxichauffeurs, orgaanleveranciers, barmannen, snuiters, mensen, hoeren, winkelbedienden, nieuwslezers e.a.’.
De handeling speelt zich voornamelijk af binnen postcodedistrict 101 van Reykjavik (in het centrum van de stad).
Een tweede opmerkelijke vondst is het feit dat Helgason alle meiden en vrouwen die in de roman voorkomen (en dat zijn er nogal wat) kwalificeert op basis van een bedrag aan IJslandse kronen. Een kwalificatie die gebaseerd is op de combinatie van uiterlijke schoonheden en seksueel libido. Achter in het boek is deze ‘prijslijst’ opgenomen. Het is een opklimmende reeks die vier volle pagina’s beslaat, en oploopt van de ‘aardappelzakmoeder’ (100 kroon) tot Pamela Anderson die 4.700.000 kroon waard is. Tachtig kroon is ongeveer 1 euro. In de opsomming figureren vrouwen als het ‘flikkerwijffie’ (10.000), Chelsea Clinton (35.000), ‘dansende tieten op feest’ (50.000), Miss IJsland (110.000) en Cameron Diaz (3.900.000).
Tenslotte nog iets over de film 101 Reykjavik (2001). De regie is in handen van Balthasas Kormakur, en de bekende Spaanse actrice Victoria Abril speelt de Spaanse Lolla. Hlyn wordt gespeeld door de mij onbekende IJslandse acteur Hilmir Snaer Gudjonson. De muziek is van Einar Benediktsson (nog samen opgetreden met het IJslandse fenomeen Björk  en Darmon Albarn (bekend van Trainspotting).
Het einde van de film is overigens anders dan in het boek, want de film eindigt met beelden van Hlyn die op zijn rug in de sneeuw gat liggen om dood te vriezen (overeenkomstig het gebruik van de Inuit eskimo’s). De zelfmoordpoging mislukt, omdat het - domme pech - gaat regenen. Het leven zit niet mee.