February 28th, 2005

Lezen en Schrijven bij Omroep Venlo

Posted in: Literair — admin @ 20:30

Het is weer een aantal maanden geleden dat ik een live uitzending van het programma Lezen en Schrijven voor Omroep Venlo deed. Dat had alles te maken met het verplaatsen van het programma: van zaternamiddag naar maandagavond, waar ik het nog steeds niet mee eens ben. Gewoon, omdat het lastiger te organiseren is. Maar vanavond tussen 20.00 en 21.00 uur was het dan weer zover. Samen met André een uur lang de presentatie van het literaire programma.

Mijn inbreng is het bespreken van De schaduw van de wind van de Spaanse schrijver Zafon, het kiezen van de muziek: Isabelle Boulay, Dulce Pontes, Cristina Branco en David Bisbal. Een Zuid-Europees, mediterraan gezelschap overeenkomstig de behandelde literatuur. De tekst: CARLOS RUIZ ZAFON: DE SCHADUW VAN DE WIND (La Sombra del Viento, 2002) Eind november van het vorig jaar was ik tien dagen in Spanje, in Madrid en Avila om precies te zijn. Ik was daar in het kader van een (flink gesubsidieerde) studiereis van het ARION-programma van de Europese Unie. Het was een bont gezelschap. Met een van de deelnemers, Luiz Manuel André, een Portugees van origine, raakte ik op een gegeven ogenblik in gesprek over de hedendaagse Portugese en Spaanse literatuur. Uiteraard hadden we het over de Portugese reuzen Pessoa en Saramago, maar ook de Spaanse literatuur hield hem bezig. Een van de meest populaire auteurs van dit ogenblik was, volgens hem, Carlos Ruiz Zafon. Tot mijn schaamte moest ik bekennen er zelfs nog nooit van gehoord te hebben. Laat staan gelezen, dus. Wie schetst mijn verwondering toen ik, een paar dagen terug in Nederland, in de boekhandel een kloeke vertaling (we hebben het over 542 pagina’s) zag liggen van deze Spaanse schrijver.

De titel: DE SCHADUW VAN DE WIND. Volgens de achterflap ook nog bekroond met de Prijs van de Spaanse Boekhandel. En er is - eveneens op de achterflap te lezen -  internationale ondersteuning van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken die lyrisch uitroept: "Je laat alles liggen en leest de hele nacht door!". Ja, dan laat je zo’n boek toch niet op zijn veile plek liggen.

Een beknopte samenvatting: In het oude centrum van Barcelona ligt een merkwaardig verstoft boekenmagazijn, het Kerkhof van de Vergeten Boeken geheten. De hoofdpersoon van de roman, Daniel Sempere, wordt door zijn vader, weduwnaar en tevens boekhandelaar, meegenomen naar deze geheimzinnige, verborgen wereld van verhalen. "De gewoonte is dat je bij het eerste bezoek een boek kiest, het maakt niet uit welk boek, en het adopteert; daardoor zorg je ervoor dat het nooit verdwijnt, dat het altijd levend blijft. Dat is een heel belangrijke belofte. Voor het leven.", zegt zijn vader als ze de labyrintische opslagplaats van de boeken binnen gaan. "Vandaag is het jouw beurt". Daniel kiest de roman DE SCHADUW VAN DE WIND van de onbekende schrijver Julian Carax. Met deze keuze stort hij zich, niets vermoedend, in de leeuwenkuil die het Spanje in de tijd van de burgeroorlog (1936 - 1939) was en nog lang daarna blijft. Hij raakt geobsedeerd door het boek en komt in de loop der jaren tot de ontdekking dat het boek ook voor een aantal andere personen een minstens even grote obsessie is als voor hem. Hij ontdekt op een gegeven ogenblik dat de obscure schrijver van het boek naar Frankrijk is gevlucht, dat zijn boeken bijna allemaal vernietigd zijn en dat er nog steeds een onbekende persoon medogenloos bezig is om elk exemplaar van deze Julian Carax op te sporen, en - na het vinden ervan - het gevonden exemplaar te vernietigen. In Daniels pogingen om te zorgen dat het boek altijd levend blijft wordt hij geleidelijk aan doelwit van terroriserende krachten van het Franco-regime en de vroegere liefdes van Carax. Onontkoombaar wordt Daniel meegezogen in een donker gat van intriges, onhaalbare liefdes, en politieke wraak. Met name in het vinden van zijn liefdes is hij ongelukkig, het is alsof er een zwaar noodlot op rust. Het is een drama waarin de spanning tijdens het lezen steeds verder toeneemt, en waarin het lijkt of elke liefde en elke vorm van vriendschap ten onder gaat aan de wraak van één persoon, inspecteur Fumero, een oud klasgenoot van Julian Carax. Fumero vindt slechts voldoening in zijn sadisme, dat hij tijdens de jaren van de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) heeft mogen botvieren. De roman heeft volop aandacht voor het dagelijkse leven in Barcelona, dat zich onder het regime van Franco staande probeert te houden. De macht van de oude en nieuwe rijken en de enorme kloof tussen de happy few en de man van de straat wordt beschreven in een taal die ouderwets, bijna negentiende-eeuws, aandoet. Tegelijkertijd doet het alle recht aan het creëren van een geheimzinnige, onheilspellende sfeer die het boek typeert. Tegen het einde neemt de spanning met elke pagina toe, en ga je er van uit dat alles slecht zal aflopen. De tekenen zijn er naar: met name de soms komische figuur Fermin, assistent in zijn vaders boekhandel moet het ontgelden. Fumero treft hem het hardst, daarmee wraak nemend op hun gezamenlijk kostschool-verleden. Zafó® ·eet als een ware meester van de suspense de spanning tot Hitchcockachtig niveau op te voeren, gewoon omdat hij alle trucjes van het vak beheerst. De hele geschiedenis speelt zich af in de periode 1945 - 1956, maar duikt door middel van flashbacks terug naar de periode van de jaren na 1933, een jaar van importantie in de Europese geschiedenis, zoals we nu weten. Niet zonder reden heet het hoofdstuk dat de periode 1933 - 1955 beslaat dan ook: Schimmen uit het verleden.

Ik ga verder niet in op de afloop van deze roman. Gewoon om de spanning er in te houden. Zowel vanwege de omvang, maar ook vanwege de inhoud en de manier waarop het geschreven is, typeer ik DE SCHADUW VAN DE WIND als een romantisch leesboek, een winterboek. En omdat de winter bijna voorbij is raad ik iedereen aan, die iets heeft mijn spannende leesboeken dit dan ook snel te lezen, nu de avonden nog lang en koud zijn. Het leest als een trein, dat moet ik de Duitse minister van Buitenlandse Zaken nageven. Maar of het ook echt tot de moderne Spaanse literatuur behoort, dat betwijfel ik. Ik ga er van uit dat er op het Iberisch schiereiland eigentijdsere thema’s bij de kop genomen worden, en ook op een moderne taalleest geschoeid worden. CARLOS RUIZ ZAFON Misschien is het goed nog iets over de schrijver te vertellen. Carlos Ruiz Zafon werd in 1964 in Barcelona geboren, maar leeft op dit ogenblik deels in Los Angeles en deels in zijn geboortestad. Zijn schoolopleiding genoot hij bij de Jezuïten (misschien zegt dat iets over zijn voorliefde voor intellectuele intriges). Hij debuteerde in 1993 met EL PRINCIPE DE LA NIEBLA (De Vorst van de Nevel), in de twee jaren daarna gevold door EL PALACIO DE LA MEDIANOCHE en LAS LUCES DE SEPTIEMBRE. Voor zover ik op de hoogte ben zijn beide werken nog niet in het Nederlands vertaald. Pas met DE SCHADUW VAN DE WIND (2002) kwam zijn internationale doorbraak. Inmiddels is het boek in meer dan 15 talen vertaald, en heeft het wereldwijde oplage van meer dan een miljoen. Toch niet mis, dus. Een andere meester van de suspense, Stephen King, was ook al lyrisch over deze roman. Laat ik daarom eindigen met zijn woorden: "Een geweldige, romantische leeservaring". Een beter advies kun je bijna niet geven. Lezen dus, want de avonden blijven koud, en de winter is nog niet voorbij.

February 25th, 2005

Correspondenties: van Pessoa naar Hermans

Posted in: Literair — admin @ 19:39

Vandaag weer bijna 700 pagina’s sleutelgatliteratuur binnengekregen. Ik heb het hier over twee opmerkelijke brievencorrespondenties, die recentelijk verschenen zijn.
De meest ver weg in de tijd gelegen is die tussen Fernando Pessoa en Ofélia Queiros en beslaat de periode 1920-1932. De meest ‘recente’ is die van Willem Frederik Hermans; tussen 1945 en 1967 schrijft hij een niet aflatende stroom brieven aan zijn uitgever Geert van Oorschot.
Even terug naar Pessoa. De correspondentie tussen hem en Ofélia zijn nogal bizarre liefdesbrieven. Als negentienjarige werkte Ofélia op het kantoor waaraan Pessoa als handelscorrespondent verbonden was. Oude snoepert lust groen blad, dat genre, zou je denken. Maar dat is het uiteindelijk niet. De oplaaiende briefwisseling tussen de twee komt op Pessoa’s initiatief tenslotte aan zijn einde, want in zijn wereldbeeld sluiten literatuur en liefde elkaar uit. Het worden 372 pagina’s ploeteren door een zinloze liefde. Overigens gaf Ofélia pas in het begin van de jaren 80 van de vorige eeuw toestemming tot publicatie.
De brieven van Willem Frederik Hermans zijn een heel ander verhaal. Hij zeikt en zeurt op zijn bekende wijze en toon over zijn deplorabele financiële positie, en vecht zijn guerilla uit tegen de literaire mandarijnen van die tijd (jaren 50 en 60). Ze laten Hermans zien in zijn vriendschappelijke en tegelijkertijd stekelige relatie met die ouwe Zeeuwse brombeer Geert van Oorschot, maar met wie hij het kon vinden in zijn gevecht tegen de provinciale en christelijke tijdgeest, zowel in de literatuur als in het leven. De 324 pagina’s zijn Hermans’ antwoord op ‘Hierbij de hele God in proef’ (2003), brieven van van Oorschot aan Hermans.

February 23rd, 2005

Nagekomen bericht: Rentes de Carvalho in Lissabon

Posted in: Uncategorized — admin @ 21:22

Bij het materiaal dat ik inmiddels verzameld heb om de reis naar Portugal alvast enigszins voor te bereiden trof ik een boek van J. Rentes de Carvalho aan, een Portugese auteur die sinds jaren in Nederland verblijft, maar vooral over Portugal blijft schrijven. En dat is maar goed ook. Op 25 juni 2001 (ik noteer altijd de datum van aanschaf) schijn ik ‘Lissabon, een nieuwe gids voor vrienden’ te hebben aangeschaft. De reden waarom, weet ik niet meer exact, maar waarschijnlijk omdat er een aantal hoofdstukken zijn gewijd aan Portugese schrijvers die iets met Lissabon hadden en er ook nog over schrijven.

De hoofdstukken heten dan ook: ‘Door Lissabon met Eça de Queiroz’, ‘Door Lissabon met Fernando Pessoa’ en ‘Door Lissabon met José Saramago’. We volgen de schrijvers naar hun kroeg, café, restaurant of een andere favoriete plek om het leven op een aangename manier te ondergaan. En dat is geen probleem in Lissabon. Ik heb het zelf kunnen constateren. Helaas bestaan de meeste van deze plekken niet meer. Gewoon omdat ze een andere bestemming gekregen hebben of omdat ze in vlammen zijn opgegaan tijdens de vernietegende brand in de oude binnenstad in 1988, die een groot gedeelte van het Chiado verwoestte.

De gids van Rentes de Carvalho is een originele en gedetailleerde gids die ook voor de niet literair geïntersseerde toerist behoorlijk wat te bieden heeft. Ik ga hem de komende tijd herlezen.

February 18th, 2005

Afsluiting van de Portugese week: Fernando Pessoa

Posted in: Literair — admin @ 16:49

Vandaag, als afsluiting van mijn Portugese week Fernando Pessoa, de meester zelf, o.a. van HET BOEK DER RUSTELOOSHEID (1982), in het Portugees gepubliceerd onder de titel ‘Livro do desassosego’. Het boek is in het Nederlands vertaald door Harrie Lemmens en uitgegeven door de Arbeiderspers (Privé Domein).

Pas toen ik mijn eerste diepzwarte espresso achter de kiezen had in café A Brasileira begreep ik wat Fernando Pessoa, de zonderlinge Portugese schrijver hier ’s ochtends, ’s middags en ook ’s avonds te zoeken had, als hij zo’n eentonige klerkenbestaan op een van de ministeries in de Portugese hoofdstad voor even onderbrak. Ik heb een paar jaar geleden een week lang door Lissabon gezworven, november was het: geen betere Pessoa-periode dan in de regenachtige novembermaand als de schittering van de brede Taag getemperd wordt door de dikke grijze regenwolken die zonder ophouden gestaag vanuit de Atlantische Oceaan aan komen waaien.
Pessoa zocht hier de gezelligheid van de huiskamer, en die kon de donkere, in jugendstil ingerichte kroeg in het centrum van Lissabon hem bieden. Buiten regent het onafgebroken en wat is er dan aangenamer dan in een warme kroeg te zitten in de opstijgende dampen van Brasiliaanse espresso en alcoholica.

Ik had het ‘Het boek der rusteloosheid’ toen al gelezen en was er van onder de indruk geraakt. Uitgegeven in de onvolprezen Privé Domein reeks, en vertaald door een van de Nederlandse topvertalers van Portugese literatuur, Harrie Lemmens. August Willemsen is overigens de andere topvertaler.
De verschijning van ‘Het boek der rusteloosheid’ mag wat mij betreft als een monument voor de zonderlinge Pessoa beschouwd worden, meer nog dan het standbeeld in brons voor de ingang van A Brasileira, waar Fernando Pessoa gezeten aan een bronzen tafeltje, met zijn bronzen linkerbeen over zijn bronzen rechter geslagen voortaan zijn dagen slijt, het grootste gedeelte van het jaar glimmend van de regen of van de ochtendnevel, die vanuit de nabijgelegen Taag neerslaat op het koude metaal.

‘Het boek der rusteloosheid’ is, als zoveel dat Pessoa schreef, afkomstig uit de nalatenschap, de zogenaamde ‘kist van Pessoa’. In werkelijkheid zijn na de dood van de schrijver verschillende van die kisten met geschriften aangetroffen: stukken autobiografie, gedichten, probeersels.
‘Het boek der rusteloosheid’ schijnt te bestaan uit 27.000 vel manuscript. Het zal ook in Portugal nog tot 1982 duren, vooraleer het tot een leesbare teksteditie komt. Uit deze berg manuscripten heeft Harrie Lemmens, ongetwijfeld samen met behulp van een aantal andere samenstellers 520 fragmenten geselecteerd die in 1990 door de Arbeiderspers zijn uitgegeven.
Zoals zo veel van zijn teksten is ook dit boek geschreven door een van Pessoa’s heteroniemen (in mijn bespreking van Saramago’s De dood van Ricardo Reis heb ik al gesproken over Pessoa’s manie voor heteroniemen), in dit geval is het ene Bernardo Soares, boekhouder in een stoffenzaak. Een anoniem persoon (pessoa in het Portugees), zoals bijna alle figuren waarover Pessoa schreef een onbeduidend, grijs bestaan lijden, onzichtbaar voor de maatschappij, de vergetelheid zoekend in mijmeringen, overpeinzingen, en enkele kleine geneugten des levens. Pessoa, die in 1935 stierf aan gevolgen van een leverziekte, rookte de laatste jaren van zijn leven niet alleen 80 sigaretten per dag, maar ook de fles stond steeds binnen handbereik. Wijn. Zijn dagelijkse bezoeken aan A Brasileira zullen derhalve niet alleen afgelegd zijn vanwege de oppeppende, cafeïnerijke espresso.

‘Het boek der rusteloosheid’ is het dagboek van een hulpboekhouder in Lissabon, Bernardo Soares dus. Alles wat hij heeft genoteerd vormt een scala van fragmenten, het zijn aantekeningen, overpeinzingen, beschouwingen. Zo quasi kalm en rustig als de dagen van deze klassieke klerk zich op kantoor aaneenrijgen, zo rusteloos wordt zijn bestaan zodra hij achter het schrift zit waarin hij zijn literaire notities maakt of wanneer hij door de straten van zijn absolute universum, Lissabon, dwaalt.
Pessoa (Soares) beschrijft het leven als een herberg, waar hij moet verwijlen (het woord is van de schrijver) ‘tot de diligence van de afgrond arriveert’.
Hij ziet deze herberg niet als een gevangenis, maar evenmin als een conversatie-oord: ‘Ik ga bij de deur zitten. Laaf mijn ogen en oren aan de kleuren en geuren van het landschap en zing langzaam, enkel voor mij zelf, vage liederen die ik componeer terwijl ik wacht’, zegt Pessoa. In dit solipsistisch universum is zelfs de meest extreme vorm van autobiografie onderworpen aan de onmogelijkheid tot zelfkennis. Zelfkennis kan bij Pessoa slechts een verlangen zijn.
Systematiseerbaar is er aan dit boek dan ook niets. Het is het trefzekere werk van een slaapwandelaar, die - niet gehinderd door zijn eigen ontkenningen dubbele ontkenningen - zijn onmogelijke traject aflegt, keer op keer. ‘Buiten het bereik van de rede. Sisyphusarbeid. Tantaluskwelling’, schrijft Nicolaas Matsier in de NRC op 11 mei 1990 in artikel gewijd aan het verschijnen van de Nederlandse vertaling van (een gedeelte van) ‘Het boek der rusteloosheid’.

Moet ik het lezen van dit boek aanbevelen? Ja, maar je moet er voor in de stemming zijn. Een boek dat uitermate geschikt lijkt om in deze jachtige tijd regelmatig ter hand te nemen. In zijn nawoord zegt Harrie Lemmens er nog het volgende over: Het Boek der rusteloosheid’ is een dagboek, maar dan zonder dagen, of, zoals Soares zelf schrijft, "een biografie zonder feiten, een levensverhaal zonder leven. Het is het boek van een man die niet kan bestaan, maar het moet, en daar zijn waarde en bestaansgrond uit haalt".

February 17th, 2005

De man in duplo (Saramago)

Posted in: Uncategorized — admin @ 17:22

Vandaag het derde boek van José Saramago: ‘De man in duplo‘ (O Homem Duplicado).

De afgelopen jaren is de ster van José Saramago in Nederland meer dan gerezen. Met een zekere regelmaat volgen de vertalingen van de Nobelprijswinnaar voor literatuur (1998) elkaar op. Inmiddels heb ik dan ook een aantal van zijn romans (in vertaling) gelezen. Ik heb het dan met name over ‘Het jaar van de dood van Ricardo Reis’ (zie weblog van 15 feb. jl.), een hallucinerend boek over de onbereikbaarheid van het leven en de liefde, in dit geval geïncarneerd in de persoon van Ricardo Reis, een van de alter ego’s, ofwel heteroniemen van de Portugese schrijver Fernando Pessoa. Een ander voorbeeld betreft de minstens zo beklemmende allegorie onder de titel ‘De stad der blinden’, waarin de menselijke zwakheden meer dan overbelicht onder de aandacht van de lezer worden gebracht. Een derde voorbeeld is ‘Het stenen vlot’ (zie het weblog van gisteren, 16 feb.) dat volop media-aandacht gekregen heeft, niet in de laatste plaats omdat het verfilmd werd door de Nederlandse cineast George Sluizer (inderdaad: de verfilmer van Tim Krabbé’s ‘Het Gouden Ei’, onder de filmtitel ‘Spoorloos’). ‘Het stenen vlot’ is een fantastisch en fascinerend verzinsel dat Saramago’s reputatie als meesterverteller bevestigt.

José Saramago werd in 1922 in Portugal geboren en woont tegenwoordig op het eiland Lanzarote. In 1998 won hij de Nobelprijs voor literatuur. Terecht, denk ik. Want als geen ander geeft hij in zijn romans er blijk van te beschikken over een zeer rijke verbeeldingskracht. Koppel dit vervolgens aan zijn vermogen om ironie en emotionaliteit om een zeer persoonlijke manier met elkaar te verbinden en in woorden vorm te geven, en een groot schrijver is geboren.

En dan hebben we nu dus de kersverse vertaling van ‘O Homem Duplicado’, DE MAN IN DUPLO.

Tertuliano Maximo Afonso, een gescheiden geschiedenisleraar van tegen de veertig, belandt in een soort midlife crisis. Hij heeft genoeg van zijn werk (hoewel het op zijn school eigenlijk helemaal niet zo slecht gaat), zijn vriendin (waar hij een soort knipperlicht-relatie mee onderhoudt) en zijn leven. Een collega van school bezorgt hem op een goede dag een videofilm met de bedoeling hem een beetje uit zijn lethargie te halen. Tot zijn ontsteltenis ontdekt hij in deze videofilm een figurant die een perfecte dubbelganger van hem is. Geïntrigeerd gaat hij naar deze figuur op zoek, en dat valt in het begin nog helemaal niet mee. Allereerst kost het nogal wat moeite om überhaupt de juiste naam van deze man te ontdekken. Daartoe leent hij in de plaatselijke videotheek een hele reeks film die door dezelfde productiemaatschappij zijn vervaardigd. Uiteindelijk slaagt hij er in de echte naam van deze B-acteur te traceren. Het blijkt ene Antonio Claro te zijn, woonachtig in een van de buitenwijken van de stad waarin ook Maximo Afonso woont.

Om dit laatste te ontdekken schakelt hij zijn vriendin Maria da Paz in, die door middel van een brief aan de bewuste productiemaatschappij ervoor zorgt dat het adres van deze Antonio Claro bekend wordt.

Als een van spanning stijfstaande hond sluipt hij enige tijd rond in de straat en rondom het huis van de filmacteur. Uiteindelijk, na enige korte telefonische contacten, slaagt hij er in een afspraak te maken met de filmspeler, in het huis van de betrokkene nog wel. Ondanks hun hallucinerende uiterlijke overeenkomsten, blijken de twee absoluut geen zielsverwanten. Integendeel, de schok van de herkenning veroorzaakt bij beiden louter vijandigheid. Aanvankelijk besluiten ze elkaars bestaan te negeren, maar dat lukt natuurlijk niet, omdat na enige tijd ook Antonio Claro, zijn dubbelganger, zelfstandig stappen gaat ondernemen. Over de onvermijdelijke escalatie zal ik niet in detail treden. Maar het verhaal ontwikkelt zicht tot een thriller van formaat. De spanning neemt snel toe, en dat het voor een van beiden slecht zal gaan aflopen, dat is al snel duidelijk. Het culmineert in een Hitchcock-achtige ontknoping zoals ik die bij Saramago nog niet eerder ben tegengekomen. En dat hij een meester is in het opbouwen van een fenomenale spanning hebben zijn eerdere romans bewezen. Bijna is het een klassiek Grieks drama te noemen.

Misschien moet er ook nog iets gezegd worden over de taal waarin Saramago zijn boeken schrijft. En dan heb ik het niet over het Portugees, waarin de oorspronkelijke tekst is geredigeerd. In Vrij Nederland werd er naar aanleiding van ‘De stad der blinden’ al eens het volgende over gezegd: Saramago lezen betekent zinnen lezen, eerst en vooral, en die zinnen behoren tot de gewaagdste en meest weergaloze die er tegenwoordig geschreven worden. Ik kan het alleen maar beamen. Alleen wordt je uithoudingsvermogen behoorlijk op de proef gesteld, want van punten en komma’s lijk de Portugees niet gehoord nauwelijks gehoord te hebben, getuige zijn maar doorhollende zinnen waar geen einde aan lijkt te komen. Het is een mix van monologue interieur en dialogue exterieur, als dat überhaupt zou kunnen bestaan. En het bestaat, want Saramago schrijft van dergelijke zinnen.

Het epische karakter van zijn romans zorgt er vervolgens voor dat hij met gemak vergeleken kan worden met andere grote schrijvers, zoals de Colombiaan Gabriel Garcia Marquez. Daarnaast bezit hij de competentie om op het gebied van emotionaliteit te concurrentie aan te gaan met de Italiaanse schrijver Primo Levi, waarmee hij in ieder geval gemeen heeft de breekbaarheid van de door tegenspoed geplaagde mens in wel zeer aangrijpende taal te verbeelden.

Voordat de zomermaanden weer aanbreken, en we een alibi meen te hebben om niks te hoeven lezen, wil ik iedereen met klem aanraden om de nog resterende donkere maanden te benutten om in ieder geval ‘De man in duplo‘ van José Saramago te lezen.

February 16th, 2005

Dit is de week van José Saramago

Posted in: Literair — admin @ 19:05

Ook ‘Het Stenen Vlot’ (A Jangada de Pedra; 1986) is een schitterend werk van José Saramago

Op een dag (het lijkt wel een sprookje, en dat is het ook) vindt er een aardbeving plaats - overigens door geen enkele seismograaf geregistreerd - die tot gevolg heeft dat er een scheur ontstaat tussen Frankrijk en het Iberisch schiereiland, dwars door de Pyreneeën.

Spanje en Portugal, drijven als een stenen vlot langzaam in westelijke richting de Atlantische Oceaan op, naderen de Azoren, terwijl de snelheid toeneemt en de dreiging ontstaat van een gigantische botsing.

 

Op onverklaarbare wijze wordt echter plotseling de koers gewijzigd en begint het Iberisch schiereiland richting Noord Amerika te drijven. Ingrijpende gevolgen op geopolitiek gebied zijn aanstaande, want de Noord-Amerikanen bereiden zich al voor op de inname van het stuk land, dat met zijn inwoners voor Europa verloren is gegaan.

Alleen het onwrikbare Gibraltar (Brits territorium, zoals bekend) blijft eenzaam achter op zijn rots.

Maar hoe vergaat het de drijvende bevolking? De Spanjaarden en Portugezen

zijn immers ruw opgeschrikt uit hun gewone bestaan. Uit angst voor de dreigende gevaren langs de kust verlaten ze hun huizen en trekken het binnenland in, waar ze rusteloos blijven rondzwerven. De toeristen en de rijken maken zich halsoverkop uit de voeten, vluchten naar het buitenland.

 

anneer het stenen vlot dan ook nog om zijn as begint te draaien - midden op de Atlantische Oceaan - zodat de zon opkomt in wat ooit het westen was, raakt de bevolking compleet gedesoriënteerd.

In deze verwarring ontmoet een vijftal uitverkorenen, drie mannen en twee vrouwen, plus een hond elkaar. Alle vijf hebben ze vreemde voortekenen ervaren.

Joana tekende op een open plek in het bos een lijn op de grond die niet meer kan worden uitgewist. Joaquim wierp een steen die eigenlijk geen mens zou kunnen tillen met een reusachtige boog door de lucht. José ·erd bij elke voetstap gevolgd door een enorme zwerm spreeuwen (sommige passages doen denken aan de film ‘The Birds’ van Alfred Hitchcock). Pedro voelde in zijn afgelegen hoekje van Spanje de aarde beven. En uit de handen van Maria tenslotte ontspon zich een blauwe wollen draad waaraan nooit meer een einde kwam.

Kennelijk hebben in dit boek van Saramago al die voortekenen één en hetzelfde doel: dat de personages elkaar ontmoeten en elkaar lief krijgen. Net als de andere nieuwe zwervers beginnen ook zij rond te trekken over het op drift geraaakte Iberische schiereiland: drie mannen, twee vrouwen en een hond die door het toeval (of was het geen toeval?) of het lot bij elkaar zijn gebracht. 

In het begin reizen ze in een oude deux-chevaux, totdat ze door omstandigheden gedwongen worden verder te reizen in een woonwagen, die wordt voortgetrokken door twee slecht bij elkaar passende paarden. In het groepje van vijf vormen zich twee paren, maar zelfs voor degene die overblijft (Pedro) zijn momenten van huiselijkheid weggelegd. En in de loop van hun zwervend bestaan ontdekken ze onverwachte raadsels in zichzelf, en de antwoorden daarop.

‘Het Stenen Vlot’ is een merkwaardige profetie met alle kenmerken van een politieke allegorie, iets waar Saramago sterk in is. Het is een buitengewoon epos, en niet in de laatste plaats een betoverende omzetting van wetenschappelijke gegevens (breuken in de aardkorst, op drift geraakte continenten) in een moderne mythe.

Daarnaast is het een schitterend geschreven verhaal, een fantastisch en fascinerend verzinsel over de liefde tussen mensen die begiftigd zijn met een teveel aan intuï´©e. Grote woorden, maar voor degenen die meer van Saramago gelezen hebben is het geen overdrijving.

Er is ook nog de gelijknamige film van George Sluizer; ik heb hem niet gezien, maar heeft ook nauwelijks in de Nederlandse bioscopen gedraaid.

February 15th, 2005

José Saramago: zinnen traag als de Taag

Posted in: Literair — admin @ 17:40

Van José Saramago (Nobelprijs voor Literatuur, 1998) heb ik inmiddels heel wat gelezen. Voor Omroep Venlo was mijn bijdrage in het programma ‘Lezen en Schrijven’ een tijd geleden gewijd aan deze Portugese reus. Concreet heb ik daar ‘Het jaar van de dood van Ricardo Reis’ (O Ano da Morte de Ricardo Reis; 1084) besproken. Hier volgt globaal de gebruikte tekst.

 

  

Een jaar geleden ongeveer las ik van de kersverse Portugese Nobelprijswinnaar de roman ‘De stad der blinden’, een beklemmend boek over een epidemische blindheidsgolf die Lissabon overspoelt. Het boek overstelpt ons met een reeks verbijsterende gebeurtenissen, die spoedig allegorische en apocalyptische vormen aanneemt. De blindheid die de bevolking treft drijft de mensen terug in een soort oervorm van leven, waarin het recht van de sluwste en de sterkste de boventoon voeren. Binnen korte tijd spelen zich in deze blindenwereld onthutsende taferelen af, die de vraag naar goed en kwaad, naar de grenzen van de menselijkheid haast ondraaglijk maken. De strijd om te overleven is genadeloos.

Op dat moment wist ik dat ik van Saramago meer zou gaan lezen. Dat is inmiddels ook gebeurd. Gelukkig zijn er inmiddels een viertal romans van hem vertaald en door Meulenhoff uitgegeven. In de afgelopen dagen, in de periode tussen Kerstmis en Nieuwjaar als er wat tijd beschikbaar is om te lezen, en heb ik ‘Het jaar van de dood van Ricardo Reis’ ter hand genomen. En bijna in één ruk uitgelezen.

 

Om de roman met nog meer diepgang te lezen is het eigenlijk noodzakelijk bekend te zijn met de in 1935 gestorven Portugese dichter en schrijver Fernando Pessoa. Pessoa publiceerde onder een aantal heteroniemen. Een heteroniem is een pseudoniem dat hij volledig tot leven wekt door de fictieve auteur te voorzien van een complete biografie. Zo schreef Pessoa o.a. onder de heteroniemen Alberto Caeiro, Alvaro de Campos en Ricardo Reis. Maar hij maakte gebruik van veel meer heteroniemen. In ‘Het jaar van de dood van Ricardo Reis’ voert Saramago één van Pessoa’s heteroniemen (of alter-ego’s), Ricardo Reis dus, op als hoofdpersoon. Maar ook Fernando Pessoa zal zelf een rol spelen in deze roman.

In december 1935 keert de dichter-arts Ricardo Reis terug naar Lissabon om het graf te bezoeken van de niet lang daarvoor gestorven Fernando Pessoa. Hij neemt zijn intrek in een hotel, waar hij verliefd wordt op het kamermeisje dat - niet toevallig - de naamt draagt als de aanbeden vrouw uit zijn klassieke oden: Lydia. Reis doolt door de labyrintische oude wijken van de stad, slentert langs de kaden van de Taag als was het de Styx uit de Griekse mythologie, bezoekt het graf van Pessoa.

Op de achtergrond wordt Europa overspoelt door het opkomend fascisme. Reis lijkt nauwelijks bewogen door de volksmassa’s die gehypnotiseerd worden door Mussolini in Italië Hitler in Duitsland en Franco in Spanje. Maar ook in zijn ‘eigen’ land, Portugal ontsnapt hij aan de greep van de Salazar-dictatuur. Het jaar van de dood van Ricardo reis is derhalve ook een roman over een tijd waarin de wereld als waanzinnig haar eigen ondergang tegemoet raast.

 

  

Maar Het jaar van de dood van Ricardo Reis is ook een boek over de onbereikbaarheid van de liefde, zelfs de onbereikbaarheid van deelname aan het leven. Op verschillende momenten duikt de overleden Fernando Pessoa op om gesprekken te voeren met Reis over zijn ambities, zijn liefdes, zijn toekomst. Ondertussen wordt hij ook nog verliefd op de halfverlamde Marcenda, die met haar vader een maal per maand in het hotel verblijft waar ook Reis zijn intrek heeft genomen. Vader en dochter uit Coimbra bezoeken in Lissabon een arts die wellicht nog enige remedie weet te vinden tegen de aan haar arm verlamde Marcenda. Voor de vader is het tevens de gelegenheid om bordeelbezoeken af te leggen.

Uiteraard loopt de enigszins platonische liefde voor Marcenda op niets uit. En ook zijn seksuele uitspattingen met Lydia, die voortduren als hij allang het hotel verlaten heeft en zijn intrek heeft genomen in een flat in het centrum van Lissabon, zijn gedoemd om op de klippen te lopen, ook al omdat op enig moment de persoonlijke geschiedenis van Lydia en de fascistische revolutie in Portugal in elkaar verstrengeld raken waarbij de broer van Lydia bij een militaire actie op de Taag zal sneuvelen.

Toch is het geen boek om gecompliceerde liefdesverhoudingen geworden. Het is wel een boek over het zoeken naar de zin van het leven, dat uiteindelijk de dood blijkt te zijn. Fernando Pessoa zal in zijn gesprekken Reis er op voorbereiden die ultieme laatste reis te aanvaarden, ja zelfs er met een zeker verlangen aan te beginnen. Zelden heb ik een ontroerender einde van een boek gelezen als in ‘Het jaar van de dood van Ricardo Reis’. En dat met zinnen die soms meer dan twee pagina’s lang doorlopen. Slechts de komma’s bieden je een plek om even op adem te komen. Zinnen die traag als de Taag eindeloos doorstromen.

De roman begint met een citaat van Bernardo Soares, ook een heteroniem van Fernando Pessoa: “Ik heb in mijn leven altijd angstvallig gezocht naar manieren om niet te hoeven handelen”. Voor een schrijver (Pessoa) die zich altijd in een anoniem klerkenbaantje heeft weten te verschuilen voor de maatschappij, de schrijver van ‘Het boek der rusteloosheid’, lijkt dit de ultieme lotsbestemming. Voor een heteroniem, een gefingeerd alter-ego, is de virtuele werkelijkheid de enige echte realiteit. Ricardo Reis’ leven en dood zijn derhalve.

February 11th, 2005

Plantijn en Moretus

Posted in: Artist Impressions, Travels — admin @ 11:37

Nog even terug naar Antwepen: het Museum Plantin-Moretus aan de Vrijdagmarkt. Via de website van het museum is er uitstekende documentatie te downloaden.

De aanwezige boekencollectie omvat ruim 25.000 oude banden. Het merendeel ervan staat in de prachtige, grote bibliotheek, die onderdeel uitmaakt van de museumroute. Het museum beschikt ook over ruim 600 manuscripten uit de periode van de 9e tot de 16e eeuw. Plantijn en de Moretus verzamelden deze werken als inspiratiebron voor hun toekomstige publicaties.

Een hoogtepunt van de 15e-eeuwse Vlaamse miniatuurkunst zijn de ‘Kronijken van Froissart’. De tweedelige Bijbel (1401-1402) voor koning Wenceslas van Bohemen is een prachtig voorbeeld van de Tsjechische miniatuurkunst. Eén van de mooiste, gedrukte boeken van 1501(de ‘incunabelen’ of ‘wiegendrukken’) is ongetwijfeld de 36-regelige zogenaamde Gutenbergbijbel, de tweede oudste gedrukte bijbel en het tweede monument in de geschiedenis van de boekdrukkunst na Gutenbergs 42-regelige bijbel. Van deze bijbel, gemaakt met het lettermateriaal van deze uitvinder van de boekdrukkunst, zijn op wereldvlak slechts 14 exemplaren bewaard waarvan één in België. Postincunabelen (boeken uit de periode 1501 - 1540) zijn ook ruim vertegenwoordigd.

Het museum Plantin-Moretus bezit een exemplaar van praktisch 90% van de volledige boekenproductie van de drukkerij met uiteraard Plantijns meesterwerk de ‘Biblia regia’ of ‘Biblia Polyglotta’ (1567-1572) in vijf talen en acht delen. Hieronder vallen veel eerste edities van het werk van de Vlaamse humanist Justus Lipsius (1547 - 1606).

Ook het allereerste Nederlandse woordenboek bevindt zich in deze collectie. Van Franse afkomst nam Plantijn niettemin het initiatief tot de druk van deze ‘Thesaurus Theutonicae linguae. Schat der Neder-duytscher spraken’. Abraham Ortelius’ beroemde atlas Theatrum Orbis Terrarum, gedrukt door C. Plantijn vanaf 1579, maakt deel uit van de omvangrijke atlassencollectie van het museum.

Een uitzonderlijke aanwinst voor de bibliotheek van het Museum Plantin-Moretus in 2003: een ingekleurd exemplaar van de Missale Romanum, Antwerpen, Jan II en Balthasar I Moretus, 1613. De Officina Plantiniana zorgde er steeds voor dat haar boeken mooi waren geשּׁustreerd. Dankzij Christoffel Plantin werd in de tweede helft van de 16e eeuw de kopergravure hét medium voor de boekillustratie. Zijn opvolger, Jan I Moretus, zette deze traditie voort en publiceerde prachtig geשּׁustreerde werken. Zijn zonen Jan II en Balthasar I Moretus slaagden erin Peter Paul Rubens te betrekken bij het ontwerpen van nieuwe illustraties. Dit missaal uit 1613 was het eerste liturgische werk met gravures naar ontwerpen van Rubens: de Aanbidding der Wijzen en de Hemelvaart van Christus. In het missaal stonden ook nog gravures naar oudere ontwerpen van Maarten de Vos. In de volgende edities werden die geleidelijk vervangen werk van Rubens. Missalen en brevieren van de Officina Plantiniana werden zo nog meer een luxeproduct. Het uitzonderlijk exemplaar is ook nog eens schitterend met de hand ingekleurd.

We hebben niet zo maar een paar uur onze ogen uitgekeken. Het was mer dan de moeite waard.

February 10th, 2005

Terug uit het land van de frietkotten

Posted in: Travels — admin @ 19:39

Bij het opstaan vanochtend had ik het gauw gezien: een druilerige, grijze dag. De regen loopt sijpelend langs het grote raam omlaag. Geen dag om flanerend over de Keizerlei te flaneren, of op een terras op de Groenplaats neer te strijken.

Afrekenen en de koffers alvast maar de kofferbak in. De auto kan zonder extra kosten in de parkeergarage van Corinthia Antwerp blijven staan. Toch maar tram no.2 richting Centraal Station. Het gisteren gesloten Diamantmuseum aan het Koningin Astridplein is vandaag wel open. Gemma blijft achter een kop koffie zitten in het annex gelegen restaurant (nog steeds last van de heup, waardoor het lopen redelijk vermooeiend is). Lucien en ik volgen de expositie van boven naar beneden met de verklarende audiostaaf in de hand. Het is hier inderdaad allemaal diamant wat glinstert. Pronkstukken, soms zelfs opzienbarend zoals de met tientallen diamanten ingelegde Amerikaanse vlag, indertijd aangeboden aan president Clinton.

De historie van de diamantwinning, de wereldhandel (en de verschuivingen van Veneti묠naar Lissabon, Amsterdam en tenslotte Antwerpen), de verschillende werktuigen, de verschillende stadia van bewerking. Het wordt ons allemaal verklaard. Bijna aan het eind van de expositie zit er een echte Antwerpse slijper met loep en slijpschijf kleine diamanten te polijsten, of - in het diamant-jargon - de ‘Antwerp cut’ te beoefenen.

In de bazaar van onze Chinese vrienden van gisteren schaffen we nog wat ‘noodzakelijke’ spullen aan, zoals een wok, een van bamboe gemaakte stoompan, wat zakjes met kruiden, maar nog net geen diepgevroren hond of ander gekeeld huisdier waar de Chinezen - naar het schijnt - van watertanden.

Terug gelopen (paraplu boven het hoofd, want het blijft miezerig en druilerig, veel wind ook) over Keizerlei en Meir naar het centrum, om ons laatste Belgisch frietje te verorberen. De uitgelezen plek daarvoor (aanbevolen door de Franse Routard-gids) is Friture no. 1 dicht bij de Grote Markt. Gewoon een bak goudeerlijke frieten bestellen in een frietkot. Zowel in het pand rechts als links is er een sober ingerichte zitgelegenheid voor de frietliefhebbers. Voor vandaag wel handig, want dan hoef je tenminste je friet met tartaarsaus niet nat te laten regenen. Zonde, toch?

Terug (met de tram, uiteraard) naar het hotel. Tegen half drie rijden we een nog steeds regenachtig Antwerpen uit, na een omweggetje via Deurne (gewoon de afslag naar Luik gemist; Eindhoven styond niet aangegeven (Belgische gewoonte). Om even na vier uur terug in Grubbenvorst, waar de klimatologische omstandigheden al niet veel beter zijn.

February 9th, 2005

Nieuwe berichten uit Antwerpen

Posted in: Travels — admin @ 19:25

Na een stevig ontbijt (ham and eggs) opnieuw de stad in. Het weer is nog uitstekend, dus zonnig. Uitstappen bij het Centraal Station dat vanwege zijn voluptueuze neoklassieke gevels al meer dan een bezoek waard is. Vervolgens naar de diamantwijk. Orthodoxe Joden, met hoge zwarte hoed en pijpekrullen-bakkebaarden zijn prominent aanwezig. Het is allemaal diamant wat glinstert. En de handel tiert welig. Camera’s waken voor ieders veiligheid. Obstakels rijzen op uit het wegdek om ramkraken tegen te gaan. Jammer dat uitgerekend vandaag het Diamantmuseum aan het Astrid-Plein gesloten is.

Dan maar naar het Antwerpse Chinatown. We duiken een Chinese bazaar in, die op de tweede verdieping ook Japanse en Koreaanse etenswaren te koop biedt. Het is een kleurrijk en exotisch paradijs. Maar kopen, nee. Bovendien moeten we er dan de hele dag mee rondsjouwen.

Terug naar het cenntrum. Gemma en Lucien duiken de kledingwinkels in. en zullen er in slagen Lucien helemaal in het nieuw te steken. Ik kies voor cultuur: het Rubenshuis aan de Wapper. Een fraai ingericht pand, met een mooie binnentuin. Het interieur biedt veel schilderijen van de Vlaamse meester. Het is er niet druk, dus valt er volop van te genieten.

Na de lunch zijn ook Gemma en Lucien over te halen om een portie cultuur tot zich te nemen. Het wordt het Museum Plantijn-Moretus aan de Vrijdagmarkt. Een verzameling van wereldformaat aan drukwerk uit de begintijd van dit nieuwe ambacht: bijbelvertalingen, klassieke Romeinse schrijvers, de eerste encyclopedieen, verluchte getijdenboeken, wetenschappelijke werken, atlassen, en wat al niet meer. Een collectie waarvan de prijs niet te becijferen is. Bovendien is het museum rijkelijk ingericht met oude drukpersen, letterkasten en tientallen magistrale schilderijen van Rubens zelf. Het is onmogelijk in dit kort tijdsbestek een enigszins verantwoorde beschrijving te geven van de aanwezige rijkdom aan oud drukwerk. En ook de binnentuin mag er zijn: de spreekwoordelijke oase van rust.

Het is weer tijd voor een Bolleke De Koninck; het wordt een straffer WinterKoninckje dit keer. Daarvoor is het nodig neer te strijken in een volks kafee, de Billenkletser geheten. Zelfs Lucien gaat dit keer over tot dit echte bier. En een Bolleke wordt gevolgd door nog een Bolleke…

De tijd is omgevlogen. En het is dus weer tijd om aan tafel te gaan. Het wordt eetkafee De Post aan de Groenplaats. Heerlijk lamsvlees in verschillende zeer smakelijke sauzen bereid. Gemma houdft het bij gegrilde scapis met een overdadige salade. Het eten is nog smakelijker dan gisteren.

Terug naar Corinthia Antwerp, waar we tegen acht uur arriveren. Loom in de benen, dat zeker. En met een volle buik, waarin de Bollekes De Koninck nog verder fermenteren.

February 8th, 2005

Berichten vanuit Antwerpen

Posted in: Travels — admin @ 19:49

Stralend weer vanochtend. Om 12.15 uur aangekomen bij Hotel Corinthia Antwerp (****).. De auto de ondergrondse parkeergarage in, de spullen naar kamer 603, en dan tram no.2 naar het centrum van de stad. Uitstappen op de Groenplaats. Op een van de vele terrassen (en buiten!) gegeten: friet met zuurvlees en - uiteraard - een Bolleke De Koninck.

Daarna via de Onze Lieve Vrouwe Kathedraal en de Grote Markt naar de Schelde. Een korte wandelinge langs Het Steen naar het Noorderterras. Daarna weer het cenntrum in. Het is inmiddels tijd voor weer een alcoholische versnapering. We strijken neer in Het Elfde Gebod, volgestouwd met heiligenbeelden. Het wordt een bokaal Palm. Daarna willen Lucien en Gemma wel wat winkels zien. Aan het Meir liggen er genoeg, en de meest luxueuze. Zelf houd ik mij onledig met het digitaal vastleggen van de schitterende gevels; het lijkt wel een Parijse boulevard.

Tegen half zes terug naar het cenntrum. We eten in Brasserie Appelmans. Voor mij een Mechelse koekoek met mostersaus en geplette, en tevens gekruide aardappelen. Een paar glazen formidabele rode wijn. De schade zal uiteindelijk zo’n euro of 72 bedragen. Maar het is prima eten.

Daarna de tram terug, richting Hoboken. Uitstappen bij De Singel, op zo’n honderd meter afstand van Hotel Corinthia. Of ik vanavond nog de sauna induik is niet zeker. We zien wel. Voor vanavond hebben we ook nog wat drank (=wijn) ingeslagen bii de Grand Bazar. In ieder geval goedkoper dan vanuit de minibar op de kamer. Echte Hollanders.

February 4th, 2005

expositie in College Den Hulster

Posted in: Artist Impressions — admin @ 19:30

Sinds 10 januari exposeer ik met zo’n 15 schilderijen in de nieuwe, grote personeelskamer van College Den Hulster in Venlo. De tentoonstelling duurt tot 25 maart.

Omdat ik vanmiddag daar een afspraak had met een collega sectordirecteur even de ruimte ingelopen, ook om een aantal digitale foto’s te maken. De reacties waren erg goed. Er meldden zich een aantal potentiële belangstellenden, voor heel diverse werken. Ook Frans Maas, ex-collega sectordirecteur en vorige week nog op bezoek, belde vlak van te voren dat hij op Den Hulster was gaan kijken, en dat hij een optie wilde nemen op een paar schilderijen.

Ook al had ik vooraf niet de intentie ook maar een schilderij te verkopen, het stimuleert in ieder geval om op zondagsochtend tussen half tien en twaalf inspiratie te blijven hebben. Al was het maar om de psychiater buiten de deur te houden.

February 3rd, 2005

José Saramago: topliteratuur uit Portugal

Posted in: Literair — admin @ 18:20

Nu we Portugal gekozen hebben als bestemming voor de zomervakantie is er alle reden om de komende tijd weer de Portugese literatuur in te duiken, en straks - in Lissabon - dit te herhalen bij A Brasileira, de kroeg waar buiten op het trottoir Fernando Pessoa zijn dagen versteend in brons zit te slijten. Een schitterende pijpenlakroeg, waar ik tijdens een van mijn studiereizen, ik geloof in 2000, een avond heb doorgebracht.

 

  

Voorlopig heb ik maar wat boeken van José Saramago (een paar jaar geleden Nobelprijs voor literatuur) van zolder gehaald. ‘De stad der blinden’ zou ik nog wel eens willen herlezen, evenals ‘Het Schijnbestaan’ of ‘De Dood van Ricardo Reis’ met het magistrale, ontroerende slot. Maar ‘Het Evangelie volgens Jesus Christus’ ligt al een tijd ongelezen boven. Dus dat moet maar het eerst aan de beurt komen.

Als aperitief kan het hoofdstuk ‘Door Lissabon met José Saramago’ genuttigd worden, opgenomen in de essaybundel ‘Lissabon’ van J. Rentes de Carvalho, een Portugese schrijver woonachtig in Nederland.

 
  • ON THE ROAD naar Santiago de Compostela

  • Sint Jacobus leidt me door braamstruiken en naar bierloze cafés

  • New York op doek: nieuwe schilderijen

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 20

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 19

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 18

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 17

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 16

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 15

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 14

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 13

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 12

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 11

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 9

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 8

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 7

  • Christo in Central Park New York

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 6

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 5

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 4

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 3

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 2

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN 1

  • Sleepless in Manhattan - intro

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 18

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 17

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 16

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 15

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 14

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 13

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 12

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 11

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 10

  • SLEEPLESS IN MANHATTAN

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 9

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 8

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 7

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 6

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 5

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 4

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 3

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico Garcia Lorca 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 2

  • Intermezzo: de Vuelta in Venlo 1

  • Andalusië: tapas en manzanilla met Federico García Lorca 1

  • BINNENKORT IN DIT THEATER: ANDALUSIË

  • Hermitage: het zomerpaleis van Nicolaas II aan de Amstel

  • Wajauw? Met Ahmed Marcouch en Hans Laroes naar Brooklyn aan de Maas

  • Luik: van nu en toen, van Calatrava en Les Olivettes

  • Geen Pim Pandoer, wel Beethoven in ’s Heerenberg

  • Spaanse La Notte in het Hollandse Slot Loevestein

  • Van Gogh en de kleuren van de nacht in Amsterdam

  • Opnieuw de ruimte in: A Space Odyssey 2

  • Schilderen: een lange winter met gebrande omber sienna

  • Paradise by the dashboard light

  • Shipbreaking op doek. Met dank aan Edward Burtynsky - Work in Progress

  • Ode Maritima aan Fernando Pessoa

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 16

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 15

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 14

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 13

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 12

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 11

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 10

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 9

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 8

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 7

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 6

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 5

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 4

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 3

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 2

  • Manhattan Transfer - New York City Blues - 1

  • MANHATTAN TRANSFER

  • Corrida aan het einde van de Indian Summer

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 14

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 13

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 12

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 11

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 10

  • Intermezzo: Lucien zingt Lee Towers

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 9

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 8

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 7

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 6

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 5

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 4

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 3

  • Valencia: Tapas op de Feria van Calatrava 2

  • Valencia: tapas op de Feria van Calatrava 1

  • VALENCIA: tapas op de Feria van Calatrava

  • Feria Andaluza in Boom België, of all places

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 15 / slot

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 14

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 13

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 12

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 11

  • Corazón onder de Sheltering Sky van Andalusië 10

  • Powered by ME :) !! en MainCore
    Blog (c) WordPress 1.5 Theme created by McMike and Mr-Godd