Aan het einde van de lagere school (de late jaren ’50) verslond ik nagenoeg alle boeken van Arendsoog en Pim Pandoer. Jongensboeken. En spannend, dacht ik. Ten opzichte van Arendsoog vond ik Pim Pandoer van Carel Beke wat levensechter. Het kan ook zijn omdat Pim Pandoer zijn avonturen gewoon in Nederland beleefde, en dat je voor Bob Stanhope helemaal naar het Wilde Westen af moest reizen. De heks van ’s Heerenberg is een van de boeken (ik heb niet alle Pim Pandoers uit de reeks van 18 gelezen) die me nog bijgebleven is. Misschien alleen al om de sfeervolle titel. Want heksen in de jaren ’50, die bestonden gewoon. In elk Brabants dorp uit mijn jeugd gingen de verhalen rond. ’s Avonds de luiken voor de ramen. En dikke boeken lezen bij de kachel. Lange winteravonden. Geen tv, nauwelijks radio. In die wereld had Pim Pandoer een makkie aan je.

In ’s Heerenberg was ik tot op de dag van vandaag nooit geweest. Maar nu is daar vanavond, in het machtige kasteel Huis Bergh, het laatste kasteelconcert. Met muziek uit de tijd van Napoleon. Zo krijgt Huis Bergh ineens nog keizerlijke allures. Zeker op deze woensdag als de zon uitbundig schijnt. En de temperatuur tot 22 graden op weet te klimmen. Zomer in Montferland. Via de Duitse steden Gogh, Kleve en Emmerich kom je er. Iets meer dan 65 kilometer. Geen afstand. De grote Rijnbrug bij Emmerich over en een paar kilometer verder beland je ineens in het plaatsje ’s Heerenberg. Even na half vier parkeer ik mijn auto vlak voor de slotgracht annex slotvijver van het imposante kasteel.
Huis Bergh ligt aan de rand van de oude kern van ’s Heerenberg, in een parkachtige omgeving. De zon ketst af op de hoge bakstenen muren van het kasteel. En weerkaatst in het gladgestreken water van de slotgracht. Eerst maar eens een omtrekkende beweging. Via een zelfsluitend hek de ‘wei’ in, en langs het water omhoog de dijk op. Rechtsaf aanhouden met mooie doorkijkjes naar de vesting. En tenslotte via een houten brug het kasteelterrein op. Eerst maar eens een cappuccino in De Heeren Dubbel, het voormalige koetshuis. Om het gazon, onder een parasol. Wat oudere fietsers bevolken een paar andere tafeltjes.
Helaas is het kasteel voor bezichtiging (o.a. een imposante Middeleeuwse collectie schilderijen en handschriften) net aan het sluiten. Wel erg vroeg, want het is nog geen half vijf. Jammer, maar vanavond bij het concert zullen we er desalniettemin wat van mee pikken.
Intermezzo 1: Huis Bergh – enkele feiten
Over de vroegste geschiedenis is weinig bekend. Waarschijnlijk is rond het jaar 1100 op een eilandje in een moeras een kustmatige heuvel opgeworpen waarop een houten woontoren is gezet. Later is deze houten woontoren vervangen door een ronde tufstenen toren. Hiervan zijn nog resten te zien in een muur in de hoofdburcht. Waarschijnlijk had men rond 1300 meer behoefte aan comfort en is de verdieping van het huidige kasteel gebouwd.
In de jaren die daarop volden is het kasteel steeds verder uitgebouwd. In de beginfase van de Tachtigjarige Oorlog heeft Huis Bergh veel te lijden gehad en in 1735 brandde het geheel uit. Het kasteel werd na de brand echter niet meer bewoond maar voor meerdere doeleinden gebruikt. Zo was er tussen 1798 en 1840 een seminarie in het kasteel gevestigd.
In 1912 werden het Huis Bergh en alle bijbehorende bezittingen eigendom van de heer J.H. van Heek, een industrieel uit Enschede. Hij kocht het kasteel van de vorst van Hohenzollern-Sigmaringen, de eigenaar op dat ogenblik, en richtte het kasteel in met een zeer bijzondere kunstcollectie.
In 1939 werd een groot deel van het huis voor de tweede keer door brand verwoest. Dankzij de hulp van de plaatselijke bevolking kon gelukkig veel van de inventaris worden gered. Nog in hetzelfde jaar begon de wederopbouw, die in de herfst van 1941 werd voltooid. Het bleef daarmee een van de grootste kastelen van Nederland.
In 1946 droeg van Heek zijn eigendom over aan de Stichting Huis Bergh.
Na de break wandelen we verder het dorp (of moet ik zeggen: stad) in. Althans de oude historische kern. En lopen onmiddellijk tegen een bronzen beeld van de heks van ’s Heerenberg. Dat is geplaatst voor haar voormalige huisje (uit de 17e eeuw). De Heks van ’s Heerenberg, dat was Mechtend ten Ham, vermeldt een plaquette. Ze werd destijds door de dorpelingen van hekserij beschuldigd, en moest, om haar onschuld te bewijzen de zogenaamde ‘heksenproef’ doorstaan. Dat gebeurde door haar te verdrinken in de Laak in Azewijn, een kerkdorp een paar kilometer verder. Alleen: de ‘heks’ verdronk niet. Waardoor juist bewezen geacht werd dat ze dus wel degelijk een heks was. Op 25 juli 1605 werd ze daarom als laatste heks in Nederland op de brandstapel verbrand.
Tegenwoordig dient de Heks van ’s Heerenberg als de mascotte van het dorp. Overal kom je haar tegen. Vooral sinds 2004, toen ’s Heerenberg zijn 625-jarige bestaan als stad vierde. En jaarlijks is er hier nog het Mechteld ten Ham weekeinde: ‘s Heerenberg gaat dan uit zijn (glazen) bol. Daar heb je geen heks meer bij nodig.
Verder slenterend door het wat uitgestorven stadje sta je ineens voor De Munt. De heren van den Bergh (ja, die van het kasteel) beschikten destijds over het recht munten te slaan. De ‘Nije Monte’ zoals het gerestaureerde huis heet stond er al in 1473. Ruim een eeuw later werd de muntslag hier beëindigd en raakte de Berghse munt in verval. Een middeleeuwse vorm van inflatie. De rondgang over de dijk voert je tenslotte weer terug naar het hart van de oude kern. De grote Pancratiuskerk. En het oude raadhuis, vroeger het bestuurscentrum van de stad en de streek. Destijds was er een gevangenis in gehuisvest, laat een op de muur bevestigde plaquette weten. De schandpaal die pontificaal op het plein ervoor staat opgesteld, kan door de toerist nog gebruikt worden. Het Volendammer kostuum op zijn ’s Heerenbergs. Voor de foto.
Verschillende horecagelegenheden sluiten hier vroeg, constateer ik. Haast maken. Als intermezzo een Palm van het vat op het terras van café-restaurant De Snor. En als het tegen zessen loopt belanden we in dezelfde straat in de oude herberg (hotel-café-restaurant) De Lantscroon, een historisch monument. Stevig gerestaureerd.
Het bestond al voor 1450. In de 16e eeuw woonden er Berghse landdrosten zoals Sweder van Dort of andere invloedrijke inwoners (bijvoorbeeld predikanten). Aan het einde van de 19e eeuw (van 1889 tot 1898) was er zelfs een Franse kostschool in gehuisvest. Maar nu is het een drie sterren hotel met uitgebreid restaurant en een ouderwetse donkerbruine taveerne. Het is er niet druk als we het cafégedeelte binnen stappen om met een glas rode wijn als aperitief te anticiperen op het diner. De waard leest De erfenis van Fontanelli van de mij onbekende schrijver Andreas Eschbach. Het boek ligt opengevouwen met de kaft naar boven op het buffet. Een thriller. Ik lees op de achterkant:
Intermezzo 2: De erfenis van Fontanelli
John-Salvatore Fontanelli is een arme sloeber, totdat hij een ongelooflijke erfenis in zijn schoot geworpen krijgt: een vermogen dat een verre voorvader in de 15e eeuw nagelaten heeft en dat door samengestelde rente in 500 jaar tot een biljoen dollar is uitgegroeid.
Maar het testament bevat een raadselachtige profetie: de erfgenaam van dit vermogen, zo voorspelt het, zal ooit de mensheid haar `verloren toekomst’ teruggeven. Johns leven verandert van het ene moment op het andere. Hij moet zich laten omringen door bodyguards en onderhandelt met ministers en kardinalen. De mooiste vrouwen werpen zich aan zijn voeten.
Maar kan hij nog iemand vertrouwen? En dan komt hij in contact met een vreemdeling, die beweert precies te weten wat er met de erfenis gedaan moet worden…
Maar we kwamen toch om te eten. Nemen plaats in de bibliotheek. Het staat er met grote letters boven. Een relict uit de tijd dat het hotel nog kostschool was. Aan de wanden, tot aan het plafond, schappen gevuld met boeken. Het dempt ongetwijfeld de conversatie. Hoewel: het is bijna uitsluitend bejaard volk wat hier aanschuift. Hollandse etenstijd. Zes uur. En geen minuut te laat. Kostschooldiscipline.
We nemen plaats aan een tafel voor twee bij de schouw. Waarop weer de heks van ’s Heerenberg staat. In brons. En in miniatuuruitvoering. Schuin omhoog een ingelijste plaquette van Dwight Eisenhower. Jazeker: the President of the United States has directed me to express to W.A.M. Bruning the gratitude and appreciation of the American people for gallant service in assisting the escape of Allied soldiers from the enemy. Was getekend Dwight Eisenhower himself. General of the Army.
Het wordt vis. Gemma een grote tong. Ik een grote moot zalm met gebakken serranoham. Als bijgerechten worden een drietal bakjes bijgeschoven: een met witlof in een hete witte saus, het andere gevuld met een fantasieloze salade zonder olijfolie, en als laatste krielaardappeltjes met kruiden waaronder te veel tijm. Het smaakt, maar het blijft ver van de verfijnde Franse keuken die misschien in de tijd van de Franse kostschool indruk maakte op de studenten. Hoewel, kostschoolvoeding? Daar staat me uit eigen ervaring weinig goeds van bij. Om het allemaal weg te krijgen toch nog maar een stevig glas rode wijn besteld. Die is in ieder geval wel voortreffelijk. Als ik rond zeven uur de rekening toegeschoven krijg, zie ik dat de totale schade bijna 54 euri bedraagt. En dan te bedenken dat het gemiddelde menu del día in Spanje nooit meer dan tien euri kost. Waar je dan wel drie smakelijke gangen en ook nog eens een glas drank voor krijgt. Maar niet zeuren: dit is geen Spanje. Dit is Montferland. Maar wel zonovergoten.
Dan terug naar waar ik voor hier ben. Het laatste concert in de zogenaamde Kastelenserie. Georganiseerd door de Stichting Oude Muziek in kasteel Huis Bergh. Vanavond staat muziek uit de tijd van Napoleon op het programma. Muziek van Friedrich Kuhlau, Ferdinand Ries, Maxilmilian Leidesdorf en Ludwig van Beethoven. De uitvoerende musici zijn de Engelse Anneke Scotte (fortepiano) en de Amerikaanse Kathryn Cok (natuurhoorn).
De binnenkomst is in ieder geval zoals die moet zijn. In de open haard flakkert het houtvuur. De hoge ontvangstruimte is er klaar voor. De glazen staan al in slagorde gerangschikt. Voor in de pauze. Hertengeweien aan de wanden. Maar ook oude olieverfportretten van de vroegere heren die het kasteel bewoonden.
Het concert in de grote zaal annex begint om 20.00 uur.
Intermezzo 3: Napoleon, keizer van Frankrijk
Toen Beethoven hoorde dat Napoleon zichzelf tot keizer had uitgeroepen, scheurde hij woedend de titelpagina met de opdracht aan Napoleon van zijn derde symfonie en herdoopte die tot Eroïca. Na de pauze zal Anneke Scott 15 variaties en een fuga op het Eroica-thema spelen.
Op het programma staan behalve de Eroïca-variaties voor fortepiano, werken van componisten uit Beethovens kring die eveneens direct of indirect met de keizer te maken kregen. Ferdinand Ries ontsnapte aan de dienstplicht omdat hij maar één oog had, terwijl Friedrich Kuhlau Hamburg moest ontvluchten toen de Fransen de stad bezetten. Maximilian Leidesdorf, uitgever van Beethoven, componeerde zelf ook niet onverdienstelijk, maar Paisiello was Napoleons onbetwiste favoriet. Hij schreef in 1804 muziek voor de kroningsplechtigheid in de Parijse Notre Dame.
De Engelse Anneke Scott en de Amerikaanse Kathryn Cok vormen al langer en duo, en leggen zich speciaal toe op het klassieke en vroegromantische repertoire voor de bijzondere combinatie van natuurhoorn en fortepiano.
Zoals gebruikelijk is het publiek samengesteld uit een bonte mix uit de categorie derde leeftijd, met een kleine meerderheid van de vrouwen. De hoofdkleur is grijs. De kleding casual, het had hier ook ribfluweel kunnen zijn. Brildragers overheersen. Ik raak in gesprek met een gewezen hoornist. Een specialist, dus. Die me alles kan vertellen over de natuurhoorn die door de Amerikaanse Kathryn Cok wordt bespeeld.
In tegenstelling tot het vorige concert in Slot Loevestein zijn lang niet alle harde stoelen bezet vanavond. En dat is jammer, want de muziek is van hoge kwaliteit. Niet alleen vanwege de gespeelde muziek, maar meer nog door de manier waarop vanavond gemusiceerd wordt. Hoewel het repertoire van Beethoven overheerst, ben ik aangenaam verrast door de sonate voor hoorn en piano in F-groot (op. 34) van Ferdinand Ries. En de componist waarmee het programma begint (Friedrich Kuhlau’s Andante e Polacca) is een aangename entree in de wereld van Napoleon, het centrale tijdsthema van de avond.
Tegen tien uur is het programma ten einde. En dan door het donkere Duitsland naar huis. Gelukkig zijn de wegen in Nord-Rhein Westfalen breed, in tegenstelling tot die in Noord Limburg. Waarbij in alle Maasdorpen ook nog eens drempels en andere verkeersremmende obstakels de weg in de dorpskernen ontsieren. Slalommend moet je je tegenwoordig een weg banen door de bebouwde kommen. En buiten de bebouwde kom wordt de rijweg nog eens optisch versmald door er rode fietsbanen op te verven. De Nederlandse kneuterigheid in optima forma. Een schril contrast met de wereld van Napoleon Bonaparte waar we vandaan komen. Tempo di marcia logubre, om het maar eens met Maximilian Leidesdorf te zeggen. Even na elf uur thuis. Allegro con brio ma non troppo. Maar nog wel zin in een glas rioja.
